Jeanne d' Arc

De tiener die Frankrijk redde van de ondergang

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Afkomst
Jeanne d’Arc wordt (waarschijnlijk) op 6 januari 1412 geboren in een boerengezin in het Franse dorpje Domrémy in de Champagnestreek. Haar vader Jacques d’Arc is behalve boer ook inner van de belastingen en burgerwacht. Jeanne krijgt geen schoolopleiding, maar leert wel spinnen en naaien. Volgens verschillende getuigenissen is Jeanne een serieus kind, dat zich meer dan gemiddeld tot het religieuze aangetrokken voelt. Vanaf de zomer van 1425 – ze is dan dertien jaar - krijgt ze naar eigen zeggen met enige regelmaat ‘stemmen’ in haar hoofd, die vaak gepaard gaan met een helder licht. Bij die ‘stemmen’ ziet ze de figuren van de engel Michael en de heiligen Margaretha en Catharina. Als ze zestien is zeggen de ‘stemmen’ haar dat het Gods wil is, dat zij zich inzet om Frankrijk van een dreigende ondergang te redden.

Twisten over de Franse troon
Door huwelijken van leden van het Franse en Engelse koningshuis zijn bij de erfopvolging ruzies ontstaan over de vraag wie recht heeft op de Franse troon. Die meningsverschillen duren dan al een paar generaties en hebben al veel strijd opgeleverd. De belangrijkste stad van de Champagne, de stad Reims, waar naar oud gebruik de Franse koningen gekroond worden, is in die tijd in handen van de Engelsen en hun Bourgondische bondgenoten. Het oosten van de Champagne lijdt in die tijd wel onder strooptochten van Bourgondische troepen, maar is nog loyaal aan de Franse troonopvolger, kroonprins (in het Frans ‘dauphin’) Karel. Vanwege de bezetting van Reims kan hij al jaren niet tot koning gekroond worden. Hij verblijft dan in Chinon, ten zuidwesten van Orléans. Die stad heeft op dat moment zwaar te lijden onder een Engelse belegering.

Op zoek naar de 'dauphin'
De ‘stemmen’ dragen Jeanne d’Arc op naar de dauphin te gaan, hem te assisteren bij de strijd om Orléans en Karel te begeleiden naar Reims, zodat hij gekroond kan worden. Onder begeleiding van een oom gaat Jeanne op weg naar het stadje Vaucouleurs, waar Robert de Baudricourt de Fransgezinde garnizoenscommandant is. Pas na herhaald aandringen geeft deze haar zeven maanden later een militair vrijgeleide. In mannenkleding en gewapend met een zwaard gaat ze met haar beschermers op weg naar Chinon. Daar aangekomen wordt Jeanne op de proef gesteld. Ze wordt een zaal binnengeleid waar een hoveling de rol van de toekomstige koning speelt en de dauphin zich onder de toeschouwers gemengd heeft. Terwijl deze voor haar een volkomen vreemde is, gaat Jeanne toch direct op hem af en spreekt hem toe over haar goddelijke opdracht. Na een privégesprek met Karel volgt een onderzoek door bisschoppen en theologen, die proberen na te gaan of ze door de duivel bezeten is. Zij adviseren de kroonprins met Jeanne d’Arc in zee te gaan.

Ten strijde tegen de Engelsen
In het kamp van de dauphin is men op dat moment ten einde raad. Als de versterkte stad Orléans valt, zullen de Engelsen het resterende deel van Frankrijk ten zuiden van de Loire geheel onder de voet lopen. Het enthousiasme en het doorzettingsvermogen van Jeanne d’Arc kunnen de manschappen misschien zo bezielen, dat de vijand teruggeslagen kan worden. Voor Jeanne wordt een wapenrusting gemaakt; ze krijgt een sabel, een standaard met een afbeelding van de rechtsprekende Christus en een banier met de naam Jezus. Toch wordt de 17-jarige jongedame niet voor vol aangezien. Dat verandert als het militair helemaal mis dreigt te lopen en ze de gelegenheid krijgt haar eigen plan te trekken. Ze valt onverwacht de Engelse versterkingen in een onlogische volgorde aan. En hoewel ze door een pijl in haar hals verwond wordt, weet ze de Engelsen terug te drijven.  Er wordt bij Patay slag geleverd met de terugtrekkende Engelse troepen. Ook dat levert een overwinning op en de Engelsen moeten het Loiredal prijsgeven. De tweede opdracht is dan vervuld.

Successen en tegenslagen
Volgens militaire logica zou het nu het beste zijn, te proberen door te stoten naar Parijs, maar Jeanne wil eerst haar derde opdracht vervullen en zo snel mogelijk naar Reims optrekken. Die stad ligt ver in vijandig gebied en kan alleen via een omtrekkende beweging bereikt worden. Na lang aarzelen door de aanstaande koning en zijn adviseurs krijgt ze haar zin en onder haar aanvoering trekt het Franse leger via Troyes en Châlons-sur-Marne zonder veel strijd te hoeven leveren naar Reims. Op zondag 17 juli 1429 wordt de dauphin daar tot koning Karel VII gekroond. Daarmee is Karel voorlopig tevreden, maar Jeanne begrijpt dat alle inspanningen voor niets zullen blijken te zijn als de Engelsen de gelegenheid krijgen zich van de klappen te herstellen. Ze krijgt van Karel VII toestemming om op te rukken naar Parijs, maar krijgt onvoldoende manschappen mee om de strijd succesvol af te ronden. Het beleg om Parijs wordt een mislukking en wordt afgeblazen. Bij een hernieuwde actie in Compiègne in het voorjaar van 1430 wordt Jeanne door het Bourgondische leger gevangen genomen. Nadat ze tot twee keer toe heeft proberen te ontsnappen, wordt ze voor een grote som geld overgedragen aan de Engelse bondgenoten. Koning Karel VII onderneemt geen pogingen haar uit de handen van de Engelsen te krijgen. Het lijkt erop dat hij haar toch niet helemaal vertrouwt en geen dankbaarheid wil tonen aan dat meisje van het platteland.

Berechting
Ze wordt op 25 december 1430 voor de berechting naar Rouen overgebracht. Daar zal een inquisitieproces, een kerkelijke rechtbank, onder leiding van de pro-Engelse Pierre Cauchon, de bisschop van Beauvais, oordelen of Jeanne door de duivel bezeten is en dus als ketter veroordeeld moet worden. De Engelsen willen dat graag, omdat in dat geval aangetoond kan worden dat de pas gekroonde Karel VII zijn koningschap aan de duivel te danken heeft en dus niet meer geloofwaardig is. Jeanne wordt maandenlang verhoord door een groep van theologen. Ze laat zich echter niet zomaar in een hoek drijven. Ze blijft herhalen dat het Gods opdracht geweest is die ze uitvoerde. Toch gaat het mis wanneer ze ziek wordt en haar ondervragers gaan dreigen met martelingen en met de dood op de brandstapel. Ze breekt en geeft toe de stemmen na slechte ingevingen verzonnen te hebben. Ze belooft bovendien voortaan weer vrouwenkleren te dragen. De inquisitierechtbank veroordeelt haar dan alsnog tot levenslang.

Veroordeling en terechtstelling
De Engelsen kunnen deze uitkomst niet gebruiken en verzinnen een list. Ze halen haar vrouwenkleding weg en laten uitsluitend mannenkleren achter. Jeanne wordt dan ‘betrapt’. Ze wordt ervan beschuldigd zich niet aan haar plechtige beloften te houden. De daaropvolgende rechtszitting leidt tot een veroordeling als ketter en daarbij past alleen de doodstraf. Op 30 mei 1431 wordt ze op 19-jarige leeftijd te midden van een enorme menigte toeschouwers op de Place du Vieux Marché in Rouen op de brandstapel ter dood gebracht. Haar as wordt in de Seine verstrooid.

Eerherstel en heiligverklaring
In 1453 hebben de Engelsen alle bezittingen in Frankrijk verloren, behalve Calais. De Honderdjarige Oorlog komt ten einde. De moeder en broers van Jeanne d’Arc dienen een revisieverzoek in. Zowel Karel VII als de paus kunnen een herzieningsproces gebruiken om af te rekenen met veel collaborateurs, die samengewerkt hebben met de verslagen vijand. In 1455 gaat het revisieproces van start. Door middel van uitvoerige getuigenverhoren komt men in dit procès de réhabilitation tot de slotsom dat de eerdere rechtbank Jeanne onterecht veroordeeld heeft. Jeanne d’Arc wordt als de ‘Maagd van Orléans’ de nationale heldin van Frankrijk. Ze wordt  in 1920 door de katholieke kerk heilig verklaard en haar feestdag wordt gevierd op 30 mei.


Jeanne d'Arc


Het geboortehuis van Jeanne in Domrémy.

Een miniatuur in een handschrift met daarop een ontmoeting tussen Karel VII en Jeanne d'Arc.

De kroning van Karel VII tot koning in Reims in aanwezigheid van Jeanne d'Arc. Een 19e eeuwse schildering door E. Lenepveu in het Panthéon in Parijs.