Henri Poels

Een theoloog die actievoerder werd

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking

Jeugd en studie
In 1868 werd Henri Poels in Venray geboren in een gegoede Limburgse familie. Zijn vader fokte en verhandelde schapen. Na de lagere school werd Henri op twaalfjarige leeftijd op de katholieke elitekostschool in Rolduc bij Kerkrade geplaatst. Om zelf later ook in de handel te gaan volgde hij eerst de lessen  op de afdeling HBS. Spoedig stapte hij over naar het gymnasium om de vakken Grieks en Latijn te gaan volgen, waarmee hij later priester kon worden. De priesteropleiding volgde hij aan het bisschoppelijke grootseminarie in Roermond. Op 23-jarige leeftijd werd hij tot priester gewijd.

Doctor en kapelaan
Eerst wilde Poels naar Afrika om in een missiegebied te gaan werken. Maar zijn bisschop stuurde hem naar de katholieke universiteit Leuven om Bijbelwetenschappen te studeren. Hij promoveerde er tot doctor in de godgeleerdheid en schreef ook verschillende wetenschappelijke artikelen. Daarin leverde hij o.a. bewijzen voor zijn stelling dat de eerste vijf boeken van het Oude Testament niet door een en dezelfde schrijver geschreven konden zijn. Die mening is nu gemeengoed, maar rond 1900 werd dat nog gezien als gevaarlijke nieuwlichterij. De geleerde Poels kreeg niet de beloofde baan als professor aan het grootseminarie, maar werd aangesteld tot kapelaan (hulppastoor) in een parochie in Venlo. Internationaal werd hij meer gewaardeerd, want de vooruitstrevende paus Leo XIII benoemde hem in 1901 tot lid van een pauselijke Bijbelcommissie.

Sociale noden
Poels bleef niet alleen Bijbelonderzoeker. Hij kwam door zijn parochiewerk steeds meer in aanraking met de sociale noden van de arbeidersbevolking in Limburg. Zo begreep hij heel goed waarom de te laag betaalde spoorwegarbeiders in 1903 tot staking overgingen. Toch haalde hij ze over om het werk te hervatten, maar spande zich tegelijk in om een katholieke Bond van Spoorweg- en trampersoneel op te richten. Met die bond zouden de arbeiders zich samen sterk kunnen maken tegenover de werkgevers en daarmee de arbeidsomstandigheden en lonen verbeteren. Volgens Poels moesten de (katholieke) arbeiders in alle industrietakken de krachten bundelen.

In 1910 werd Poels door de bisschop aangesteld tot (hoofd)aalmoezenier van sociale werken in de Mijnstreek. De bedoeling van zijn functie was de katholieke mijnwerkers en industriearbeiders te steunen in hun strijd voor economische en sociale verbeteringen. Dit was goed voor deze arme mensen, maar ook goed voor de kerk. Daardoor zouden minder mensen de kerk de rug toekeren en in de greep komen van socialisme of communisme.

'Noodkistrede'
Bij sociale verbeteringen hoorde natuurlijk ook het aanpakken van de slechte woningen van de arbeiders. Die huizen waren vaak krotten, waar niet hygiënisch geleefd kon worden. De gemeenten deden er veel te weinig aan, omdat men het bouwen van woningen geen gemeentelijke taak vond. In die tijd werd het bouwen van arbeiderswoningen vooral als een taak van de fabrikanten gezien. In 1917 hield Poels zijn beroemd geworden ‘Noodkistrede’, waarin hij er schande van sprak dat er in Maastricht nog steeds 1986 armzalige eenkamerwoningen waren. In die beperkte ruimte moesten vaak gezinnen met wel meer dan vijf kinderen wonen.

Tegen nationaal-socialisme
In de jaren dertig protesteerde Poels fel tegen de gevaren van het nationaal-socialisme in Duitsland. Hij veroordeelde de wijze waarop in Hitler-Duitsland socialisten, communisten en joden uit de samenleving verwijderd werden. Hij probeerde met veel inzet de groei van de NSB-aanhang onder de katholieken in de Mijnstreek tegen te gaan. Toen de Tweede Wereldoorlog  uitbrak – hij was toen 72 jaar - wist hij uit de handen van de Duitsers blijven door te vluchten naar Zwitserland. Op 80 jarige leeftijd overleed hij in 1948 in een klooster in Heerlen.

Henri Poels

De Stokstraat was een van de straten in een volksbuurt in Maastricht. Thans is het een van de sjiekste straten in de binnenstad.

De Noodkist, een schrijn met de relieken van St. Servaas, wordt in een processie door de stad gedragen.