Anna Bijns

Hartstochtelijk katholiek en onvermoeibaar onderwijzeres

Achtergronden

Als Anna Bijns in 1493 wordt geboren, is Antwerpen een belangrijk regionaal handelscentrum; als ze in 1575 overlijdt, is het een mondiale metropool. Rond 1500 telt de stad zo’n 50.000 inwoners; dat aantal verdubbelt tot 100.000 rond 1560. In een stad waar de handel het voornaamste middel van bestaan is, valt veel te beleven. De machtige gilden hebben middelen voor uitbundige feesten. Processies, blijde inkomsten, carnavalsoptochten zijn even zo vele aanleidingen tot uitbundig vermaak.

Ook bevat de stad een belangrijk minderbroederklooster van de orde der Franciscanen. Zodra de invloed van de ideeën van Maarten Luther merkbaar wordt, en dat is al snel na 1517 het geval, verdedigen de minderbroeders de moederkerk met volledige inzet. Het fanatisme van Anna op dit onderwerp komt hun goed uit. Haar leven lang onderhoudt zij intensief contact met de minderbroeders en die helpen haar bij de publicatie van haar refreinen. De naam van Bonaventura Vorsel komt zestien keer als acrostichon in Anna’s refreinen voor. Waarschijnlijk is hij haar biechtvader geweest. Hooggeplaatste Franciscanen schrijven aanbevelingen voor haar werk.

In Antwerpen zijn in de zestiende eeuw veel drukkers actief. Grote namen zijn Christoffel Plantijn en Jacob van Liesveldt. De laatste drukt Anna’s eerste bundel refreinen in 1528. Drukker Jan van Doesborch maakt waarschijnlijk gebruik van Anna’s literaire talent door haar om advies te vragen bij een aantal van zijn publicaties.

Christoffel Plantijn (1520-1589)

In een economisch en financieel centrum als Antwerpen zijn tolerantie en relativering onmisbaar. Drukkers willen de geestelijkheid te vriend houden, maar verdienen ook aan reformatorische geschriften. Rond 1520 is een aanzienlijk deel van Luthers geschriften al vertaald en gedrukt in Antwerpen. Het Antwerpse klooster der Augustijnen, de orde van Luther, speelt daarbij ook een rol. In kringen van rederijkers vindt het gedachtegoed van de Reformatie al snel gehoor en het dringt door in de teksten van toneelstukken en ander werk. Gebreken van de moederkerk worden openlijk benoemd en bekritiseerd. De stedelijke overheid laat veel toe.

In 1526 publiceert Jacob van Liesveldt de eerste geïllustreerde bijbel in het Nederlands. Deze bijbel is gebaseerd op Luthers vertaling. Ook de illustraties zijn kopieën naar houtsneden van Luthers bijbel in het Duits (1523). De Liesveldtbijbel is verdacht bij de katholieke kerk en bij de overheid. In 1545 wordt Van Liesveldt vanwege zijn ketterse opvattingen onthoofd.

Museum Catharijneconvent / Wikimedia Commons

In haar eerste gedrukte refreinbundel (1528) trekt Anna echter fel van leer tegen de protestantse ketterij. Deze eerste bundel is de meest strijdbare. Zonder echte argumenten worden de volgelingen van Luther verantwoordelijk gesteld voor alles wat misgaat in de wereld. Ze drijft de spot met monniken en nonnen die het klooster verlaten en denken zich in de maatschappij staande te kunnen houden. Ze vindt het idioot dat gewone mensen denken de Bijbel te kunnen lezen en begrijpen: “Schrifture wordt nu in de taveerne gelezen, In d’een hand d’evangelie, in d’ander den pot.” Volgens haar zal de wereld aan deze dwaasheden ten onder gaan.

In 1529 staan de Turken voor Wenen. De verovering van christelijk Europa dreigt. In november 1530 treft een stormvloed de stad Antwerpen. Dorpen worden weggespoeld en delen van de stad staan onder water. Twee jaar later is er opnieuw wateroverlast. Na de overstromingen komt voedselschaarste. In 1542 nadert de Gelderse ridder Maarten van Rossum de stad. Anna verbindt het onheil met de lakse houding van de autoriteiten tegenover de Reformatie en ziet Gods oordeel in de gebeurtenissen.

Maar intussen is het gemakkelijk voor dissidenten in Antwerpen onzichtbaar te zijn. En in allerlei kringen worden moderne ideeën besproken en verbreid. De carnavaleske omkering van alle verhoudingen tijdens vastenavondvieringen wordt steeds uitdagender. Rond 1560 hebben zich 1100 buitenlandse kooplieden blijvend in Antwerpen gevestigd. Een veelvoud komt er tijdelijk wonen. De stad krijgt een kosmopolitische uitstraling en het stadsbestuur vindt het prachtig. Bij religieuze optochten komt steeds vaker naakt voor, wat Anna in haar refreinen aan de kaak stelt.

Geleidelijk verliest Anna het contact met haar moderne omgeving. Haar fanatisme past niet bij de ontwikkelingen van een moderne stad. Ook de minderbroeders, die haar als spreekbuis voor hun orthodoxe standpunten gebruiken, verspelen de sympathie van de bevolking. Bij haar overlijden zijn de calvinisten in Antwerpen aan de macht. Misschien is dat een van de redenen voor haar onopvallende begrafenis…

Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen, 21 augustus 1566.

Vredespaleis Bibliotheek / Wikimedia Commons