Damiaan de Veuster

Een gewoon mens die uitzonderlijke dingen deed

Missie-elan

De orde, waarin Jozef de Veuster in 1858 als broeder Damiaan zijn intrede deed, was die van de Paters van de Heilige Harten. Zij werden ook wel als Picpussen aangeduid, genoemd naar de Rue de Picpus in Parijs, de plaats van hun hoofdvestiging. In de negentiende eeuw ontstond er een sterk elan in de Rooms-Katholieke Kerk om als reactie op de geografische ontsluiting van de wereld missieactiviteiten in verre gebieden te ontplooien. De Paters van de Heilige Harten leidden daartoe op de eerste plaats, net als heel wat andere congregaties, missionarissen op, die vervolgens werden uitgezonden. De algemeen verbreide opvatting onder christenen was dat niet-christelijke mensen in andere werelddelen uit hun onbekendheid van het christendom moesten worden gehaald. Missionarissen waren ervan overtuigd dat zij daarvoor bovenmenselijke offers moesten brengen. Zij werden in hun vaderland om hun idealisme en heroïsche inzet bewonderd. Wie werd uitgezonden, verliet zijn familie en vaderland en dat was op zichzelf in die tijd een niet gering offer. Het verblijf in onherbergzame gebieden met een moordend klimaat en te midden van een vijandige bevolking was dat niet minder. Heel wat missionarissen overleden al op jonge leeftijd.

Geheel in de geest van imperialisme en kolonialisme in die tijd werd de Europese cultuur als de ‘normale’ en ‘vanzelfsprekende’ gezien, waarbij aan inheemse culturen weinig waarde werd gehecht. Hoewel niet valt te ontkennen dat missionarissen heel veel deden om het lot van de inheemse bevolking te verbeteren, was hun houding toch in het algemeen die van een vader tegenover een kind. De Europeaan voelde zich superieur en vond het normaal een westerse visie van het christendom uit te dragen.

Ook Damiaan arriveerde als een Europees opgeleide missionaris op Hawaï. Opvallend was zijn open houding ten opzichte van Hawaíaanse gebruiken, maar hij had daarbij wel zo zijn bedenkingen over de sterke lichamelijkheid en seksualiteit die in die cultuur werden beleefd. Toch zette hij zich daarover heen en werd de eerste priester die het aandurfde vrijwillig naar Molokai te gaan. Het bijzondere was dat hij – in tegenstelling tot collega-priesters en dominees – besloot daar te blijven. Op het eiland was hij in staat met de Hawaiianen te eten en ook te roken, want hij was een fervente pijproker, waarschijnlijk mede om de afschuwelijke stank van de zieken te compenseren. De mensen mochten zelfs zijn pijp roken en raakten hem aan. Hij omhelsde hen zelfs wanneer hij dat nodig vond. Door die liefdevol bedoelde aanrakingen werd hij ook besmet met lepra. Het maakte voor hem de band met de zieke mensen nog intenser. Hij sprak niet voor niets over ‘Wij, lepralijders’.

Lepra

Gezien de stand van de medische wetenschap halverwege de negentiende eeuw hadden de autoriteiten op het gebied van de gezondheidszorg weinig keus. Zij moesten wel de lepralijders van de gezonde bevolking scheiden om verdere verspreiding tegen te gaan. Een algemene opvatting bij velen in die tijd was dat lepra een laatste stadium van syfilis, veroorzaakt door seksuele uitspattingen, was. Vooral bepaalde groepen protestanten op Hawaï waren ervan overtuigd dat mensen die lepra kregen, werden gestraft voor hun zonden. Een groep predikanten ondertekenden op een gegeven moment zelfs een verklaring die in de pers werd gepubliceerd: ‘Het is onze dure plicht de wet Gods te gehoorzamen en de lepralijders uit ons midden verwijderen’. Zij besloten voortaan veel te preken over de wet van Mozes in het boek Leviticus 13, waarin de plicht tot isoleren van de ‘onreinen’ duidelijk staat vermeld.

Er waren ook protestanten die er anders over dachten. Jarenlang voerde Damiaan een uitvoerige briefwisseling met de Anglicaanse dominee Chapman in Engeland, die op zijn beurt Britse kranten en tijdschriften informeerde. Zo kwam de inhoud van zijn brieven vrij snel in de Britse pers terecht, waardoor hij bij het grote publiek meer en meer bekendheid kreeg. Damiaan had daar op het afgelegen eiland nauwelijks weet van, maar het bezorgde hem toch wel moeilijkheden. Zijn superieuren in de katholieke kerk waren er weinig gelukkig mee. Het leek bovendien alsof alles wat hij schreef de regering van Hawaï en de protestanten in een kwaad daglicht stelde en alleen Damiaan de christelijke naastenliefde bezat.

De grote belangstelling en tevens bewondering voor Damiaan bij het grote publiek in die tijd valt te verklaren door het geschokte tijdsbeeld. Men dacht lange tijd dat lepra een erfelijke ziekte was, die voorkwam bij, meestal arme, mensen met een andere huidskleur. De ontdekking dat het besmettelijk was, ook voor blanken, veroorzaakte een schok.

Kritiek en lof

Toen na Damiaans dood de lofuitingen nog in volle gang waren, schreef de Amerikaanse dominee Hyde een zeer negatief oordeel: ‘Wij, die de man gekend hebben, weten dat het een ruwe, vuile vent was, koppig en kwezelachtig. Niet zuiver op de graat in zijn omgang met vrouwen. De melaatsheid, waaraan hij stierf, moet men toeschrijven aan ontucht en zorgeloosheid’. Dit lokte een vernietigende kritiek van de schrijver Robert Louis Stevenson uit: ‘Bij die geweldige kans in uw leven er goed aan te doen, bent u in gebreke gebleven, waar Damiaan slaagde’. En verder: ‘U had uw mond moeten houden toen u neerzat te midden van uw welvaart, terwijl Damiaan zich afbeulde in dat varkenskot onder aan de rotswand van Kalawao (een dorp op Molokai)’. De dominee had onbedoeld meegewerkt aan de verhoging van de populariteit van Damiaan bij het publiek.

Damiaan kreeg later als enige niet-Amerikaan een standbeeld in de Galerij der Helden in het Capitool te Washington D.C. Alle afzonderlijke staten mogen daarin standbeelden plaatsen van twee van hun beroemdste doden. De 50e staat, Hawaï, wordt daarin vertegenwoordigd door een oorlogskoning uit de achttiende eeuw. Het tweede beeld is dat van een vreemdeling, die op het eerste gezicht niets heldhaftig heeft: Damiaan.

Damiaans faam reikte tot ver buiten het Westen. Gandhi zei over hem: ‘De wereld kent maar weinig helden die te vergelijken zijn met Pater Damiaan van Molokai´. Moeder Teresa was aanwezig bij de zaligverklaring in 1995. Later sprak ook president Obama, die zelf een deel van zijn jeugd op Hawaï doorbracht, vol lof over Damiaan de melaatse, de man die de wereld schokte. Gavan Daws, een Australische historicus die een biografie over hem schreef, zei het aldus: ‘Ik wilde laten zien hoe een gewoon mens met een enorm sterk karakter uitzonderlijke dingen kan doen. Het bijzondere van pater Damiaan is dat een gewoon mens een heilige kan worden en beroemd in zijn tijd en tot eeuwen na zijn dood’.

Nog een foto van Damiaan op zijn sterfbed, 1889.

Sidney B. Swift - Wikimedia Commons

Dit beeld van Damiaan, ontworpen door Marisol Escobar, staat voor het Hawaii State House in Honolulu.

Wikimedia Commons

Foto van paus Benedictus XVI tijdens de heiligverklaring van Damiaan op het St.-Pietersplein in Rome, 2009.

ANP - NRC Handelsblad