Teresa van Avila

De non die in kerk en klooster haar eigen weg gaat

Afronding Reconquista

Teresa van Avila groeit op in een periode dat na eeuwenlange strijd het katholieke geloof opnieuw de staatsgodsdienst in het gehele land is. Onder de Visigoten heeft het katholicisme die positie al in de zevende eeuw gekregen, maar die is verloren gegaan door de verovering door de Moorse of Arabische moslimtroepen in 711. Nadat de moslims in 732 bij Poitiers verslagen zijn door een leger onder leiding van Karel Martel begint de Reconquista, het lange proces van het herovering van Spanje op de Moren. In de bestuursperiode van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon wordt in 1492 het laatste stukje moslimgebied heroverd bij de val van Granada. De katholieke kerk triomfeert en heel Spanje dient vanaf dat moment van alle zogenaamde religieuze smetten bevrijd te zijn. Vandaar ook dat de joden voor het blok gezet worden: vertrekken of zich bekeren. De katholieke koningen en de kerkleiding onderhouden nauwe betrekkingen met elkaar en de Spaanse Inquisitie waakt over de geloofszuiverheid. Ambitieuze, bekeerde joden doen hun uiterste best – zeker uiterlijk – in alles de regels van het kerk te volgen. In de familie van Teresa wordt het katholiek geloof daarom met grote ernst gepraktiseerd.

Onder verdenking

In Spanje wordt het katholiek geloof voor eenieder zichtbaar uitgedragen. Het land is overdekt met rijk geornamenteerde kloosters en kerken. Schilders en beeldhouwers hebben vooral kerkelijke opdrachten gekregen. De religieuze optochten in de Semana Santa, de Goede Week voorafgaand aan Pasen, zijn enorme toeristische attracties geworden. In die sfeer van uiterlijk religieus vertoon valt Teresa van Avila uit de toon vanwege haar tegendraadse optreden. Haar letterlijk pijnlijk zoeken naar innerlijke nabijheid bij God botst met de pracht en praal van kerkelijke prelaten. Vandaar dat de Spaanse Inquisitie haar religieuze extases onderzoekt en een rij van paters, kloosteroversten en bisschoppen contact met haar zoeken, haar adviseren en optreden als haar biechtvaders. Hierbij moet wel bedacht worden dat de katholieke kerk in de zestiende eeuw van vele kanten bedreigd wordt. In Noord-Europa zijn er door de hervormingsbeweging ernstige breuken ontstaan, vooral door het lutheranisme en het calvinisme. In Zuid-Europa weet men dat te voorkomen door nieuwe bewegingen, zoals die van Teresa van Avila, een plaats te bieden binnen het geheel van de kerk. Zij wordt van grote betekenis in de Contrareformatie die de katholieke kerk inzet als reactie op de Reformatie.

Kerklerares

Onder dwang van de inquisitie is Teresa begonnen met het schrijven van haar autobiografie, Boek van het leven of Vita genaamd. Hierin beschrijft ze haar levensloop en Gods leiding daarin tot aan de stichting van het St. Jozefklooster in 1562. De hierin bijeengebrachte teksten hebben haar oprechtheid aangetoond, haar behoed voor een veroordeling door de kerk en juist bijgedragen aan het vestigen van haar roem. Daarnaast wordt haar gebedsleven, haar mystieke leven met God, uiteengezet in de boeken Weg der volmaaktheid en Kasteel van de ziel. Ze bevatten raadgevingen voor de medezusters en voor ieder die op weg wil gaan naar intense religieuze ervaringen. Voor haar geldt: bidden betekent in vriendschap Hem ontmoeten, van wie wij weten dat Hij ons bemint (Vita 8.5).

Navolging

In de katholieke kerk kent men de Grote en de Kleine Theresia. De Grote Theresia is de hier beschreven Teresa van Avila. De Kleine Theresia is de heilige Theresia van Lisieux, die als Therèse Martin in 1873 geboren is in Normandië in Frankrijk. Ze gaat al op vijftienjarige leeftijd naar het klooster van de ongeschoeide karmelietessen in Lisieux, waar dan ook al haar twee oudere zussen zijn ingetreden. Op haar twintigste wordt ze belast met de zorg voor de novicen – aspirant-nonnen - en vier jaar later sterft ze aan tuberculose. Haar autobiografie Geschiedenis van een ziel wordt een geweldig succes en wordt vertaald in veertig talen. Kernpunt voor haar is dat een goed christelijk leven een leven is van nederige gehoorzaamheid en kinderlijke eenvoud. Het is volgens haar aan ieder gegeven de kleine weg te volgen en God te bereiken. Lisieux is dankzij haar een beroemde bedevaartsplaats geworden en de Kleine Theresia is vooral in de eerste helft van de 20e eeuw zij één van de meest aanbeden heiligen geworden. De Nederlandse karmeliet Titus Brandsma heeft een studie aan haar gewijd.

Een onderdeel van de processie in de Santa Semana (= Goede of Stille Week). Dit was een vorm van uiterlijk religieus vertoon, waar Teresa nogal moeite mee had.

Het Boek van Mijn Leven door Teresa van Avila, een autobiografie in een moderne vertaling.

In Den Haag staat een kerk die naar Teresa van Avila is genoemd. Het gebouw is in de 19e eeuw ontworpen door de Belgische architect Suys. Daarvoor stond op deze plek een kapel die bij de Spaanse ambassade behoorde.

Theresia van Lisieux (geboren in 1873) wordt ter onderscheiding van haar voorgangster Teresia van Avila als 'Kleine Theresia' aangeduid.