Constantijn de Grote

De eerste christelijke Romeinse keizer

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Jeugd en opleiding
Constantijn wordt op 27 februari tussen 272 en 280 geboren in Naissus, het huidige Nis in Servië. Zijn vader, Constantius, heeft daar – in de provincie Moesia – een officiersfunctie in het Romeinse leger en zijn moeder is diens vriendin Helena. Constantius klimt op en wordt door keizer Diocletianus benoemd tot gouverneur van de nabijgelegen provincie Dalmatia. Diocletianus is eveneens uit Illyrië, het Romeinse Balkangebied, afkomstig en is met steun van Constantius en met gebruik van militair geweld in 284 keizer over het immense Romeinse Rijk  geworden. Als Diocletianus de bestuursinrichting van het rijk wijzigt, wordt Constantius opnieuw beloond en bevorderd tot onderkeizer in het westelijk deel van het Romeinse Rijk met als standplaats Trier. Tot keizer van het West-Romeinse Rijk wordt de militaire bondgenoot van Diocletianus, Maximianus, benoemd en diens stiefdochter Theodora wordt vrouw van Constantius. Deze stuurt zijn vriendin Helena weg en hun zoon Constantijn wordt verder opgevoed aan het hof van keizer Diocletianus in Nicomedia, toen de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. Ook Maxentius, de oudste zoon van Maximianus verblijft daar. Door de beide oudste zoons van zijn medekeizers in het westen aan zijn hof te houden kan Diocletianus hun medewerking afdwingen.
Constantijn krijgt les in Latijn, Grieks en Filosofie en maakt kennis met het hofleven en de keizerlijke bureaucratie. Daarnaast krijgt hij militaire training en doet tussen 296 en 303 praktijkervaring op tijdens militaire operaties in de Balkan, Syrië en Mesopotamië. Terug in Nicomedia maakt Constantijn de heftige christenvervolgingen mee die door Diocletianus bevolen zijn.

De weg naar het keizerschap
Na een slopende ziekte in de winter van 304-305 besluit Diocletianus tot aftreden en hij dwingt Maximianus, zijn  medekeizer in het westen, datzelfde te doen. Constantius wordt  van onderkeizer tot keizer van het West-Romeinse rijk gepromoveerd. Zijn zoon Constantijn vlucht van het hof in Nicomedia naar zijn vader om die op diens verzoek te gaan assisteren tijdens een militaire campagne in de provincie Brittannië. In de zomer van 306 overlijdt Constantius vrij plotseling in het militaire kamp van York. Het legioen roept Constantijn daar uit tot zijn opvolger, hoewel de soldaten helemaal niet bevoegd zijn om daarover te beslissen. Vanuit Brittanië en Gallië krijgt hij steun, maar in Italië grijpt de zoon van de net afgetreden keizer Maximianus, Maxentius, de macht. Voorlopig accepteert Constantijn het feit dat hij slechts onderkeizer zal zijn en zijn macht zich vanuit Trier niet verder uitstrekt dan over Gallië, Brittanië en een deel van Spanje. Hij verzoent zich met Maxentius en diens vader Maximianus en als teken daarvan trouwt hij in de herfst van 307 met de jonge Fausta, een dochter van Maximianus. Maxentius en Constantijn worden nu zwagers.
In de periode die nu volgt versterkt Constantijn de Rijngrenzen, hervormt het leger en maakt van Trier een welvarende vestingstad. De christenen in zijn  gebied hebben niets van hem te vrezen en krijgen zelfs de tijdens de vervolgingen verloren bezittingen weer terug. Na de dood van zijn vader komt zijn met het christendom sympathiserende moeder Helena bij hem in Trier wonen.
In Rome komt het dan tot een breuk tussen Maxentius en zijn vader Maximianus, die leidt tot onderlinge strijd. Maximianus wordt verdreven naar Gallië en daar probeert hij nu opnieuw macht op te bouwen, maar nu ten koste van Constantijn. Deze volgende machtsstrijd loopt hoog op en uiteindelijk wint Constantijn; hij dwingt zijn schoonvader tot zelfmoord. Maxentius verklaart daarop zijn vader te willen wreken en dat geeft Constantijn een motief de wapens tegen zijn zwager op te nemen. In 312 baant hij zich een weg door Italië en op 28 oktober vindt aan de noordrand van Rome de Slag bij de Milvische brug over de Tiber plaats. Maxentius verliest die strijd en verdrinkt op de terugtocht in de Tiber. Constantijn wordt heer en meester in het gehele westelijke deel van het Romeinse Rijk. De triomfboog van Constantijn in Rome herinnert aan die overwinning.

Het teken van het kruis

Volgens christelijke overleveringen heeft Constantijn vóór de Slag bij de Milvische brug hemelse aanwijzingen gekregen om strijd te leveren in het teken van het kruis. Daarom zou op de banieren en de schilden het Christusmonogram geschilderd zijn: de ineengevlochten Chi (X)  en Rho (P), de eerste twee letters van de naam Christus in het Grieks. Hoe het ook zij, Constantijn zet vanaf dit moment zijn steun aan de christenen krachtig voort, overigens zonder de oude Romeinse goden af te zweren. In 313 sluit hij in Milaan een bondgenootschap met Licinius, zijn medekeizer in het oosten. Dat bondgenootschap wordt bezegeld met het huwelijk van Licinius met Constantia, de halfzus van Constantijn, en met het Edict van Milaan. Daarin verklaren de beide keizers de toekenning van het recht aan de christenen en alle anderen om vrijelijk de vorm van verering te volgen die zij willen, waarmee wij wensen te bereiken dat welke goddelijkheid er ook in de hemel woont, deze ons en allen die onder ons gezag leven gunstig gezind zal zijn. De vroegere Romeinse godsdiensttolerantie wordt hiermee hersteld. Constantijn bevordert in zijn deel van het rijk de kerkenbouw, biedt bisschoppen en kerken gunstige belastingwetten en schaft kruisiging als middel tot uitvoering van de doodstraf af. Licinius echter begint spoedig opnieuw met overheidsmaatregelen die de christenen achterstellen. Hij legt beslag op bezittingen van christenen en ontslaat hen uit overheidsdiensten. De al eerder gerezen spanningen tussen de twee keizers over invloed op de Balkan komen nu tot uitbarsting. Opnieuw voert Constantijn zijn troepen aan in het teken van het kruis. En opnieuw wint hij. Licinius wordt eerst verbannen en later ter dood veroordeeld. In 324 is Constantijn de enig overgebleven keizer van het Romeinse Rijk.

Een groot keizer
Dertien jaren zal Constantijn nog over zijn rijk regeren. Vanaf het bestuur van Diocletianus is Rome niet meer dan symbolische hoofdstad van het Romeinse Rijk. De feitelijke macht ligt in handen van verschillende keizers, die vanuit andere steden regeren. Constantijn besluit tot centralisatie. Naast Rome zal er in het Oost-Romeinse Rijk één stad aangewezen worden als cultureel en bestuurlijk centrum en hij kiest daarvoor het strategisch aan de Bosporus gelegen Byzantium. Grote bouwactiviteiten vangen aan. Er komt een ommuring; er worden havens aangelegd; een nieuw keizerlijk paleis, badhuizen, kerken en tempels worden gebouwd. Byzantium wordt groots opgezet en krijgt de naam Constantinopel.
In 325 komen op uitnodiging van Constantijn ongeveer driehonderd bisschoppen uit zijn rijk bijeen om hoog oplopende theologische meningsverschillen in de christelijke kerk tot oplossing te brengen. Tijdens dit Concilie van Nicea wordt onder andere het heftige dispuut over de mate van goddelijkheid van Christus beslecht. De leer van de goddelijke Drie-eenheid - Vader, Zoon en Heilige Geest - wordt hier geformuleerd. Constantijn bevordert hiermee onder zijn persoonlijke leiding de eenheid onder de christenen.
De Rijn- en Donaugrens wordt extra versterkt om plundertochten van de Germaanse stammen te verhinderen. Ook wordt nu definitief besloten tot een apart grensleger, dat permanent gestationeerd is, en een los daarvan staande cavalerie, die snel inzetbaar is. Het staatsbestuur wordt ook gereorganiseerd, waardoor de leidinggevende en administratieve diensten beter gaan functioneren. Het aantal rijksambtenaren groeit naar een totaal van ongeveer 30.000.
De grootheid van keizer Constantijn wordt echter overschaduwd door zijn besluit zijn vrouw Fausta en zijn zoon uit een eerdere relatie, Crispus, ter dood te brengen. Wat er precies gebeurd is weten we niet. We kunnen slechts gissen dat er van een bijzondere vorm van verraad sprake moet zijn geweest, maar we hebben geen aanknopingspunten. Constantijn is daarna overigens nooit hertrouwd.

Overlijden
De militair strateeg Constantijn maakt zich ter afronding van zijn Imperium Romanum in 337 op voor een strijd tegen de Sassanieden in Perzië. Hier ontbreekt nog een goed beschermbare afgrenzing van het rijk. Tijdens de voorbereidingen wordt hij echter ernstig ziek. Verblijvend in Nicomedia laat hij zich door de plaatselijke bisschop tot christen dopen. Hij sterft op 22 mei 337. Zijn lichaam wordt naar Constantinopel gebracht en zijn sarcofaag krijgt een plaats in de Kerk van de Heilige Apostelen bij de relieken van de twaalf apostelen. De christenen in het Oost-Romeinse Rijk geven hem later de naam Constantijn de Grote voor zijn onschatbare betekenis voor de emancipatie van de christenen in de Romeinse samenleving.


Constantijn de Grote
Wikimedia Commons

Op deze middeleeuwse minatuur staat bovenaan de droom van Constantijn afgebeeld. Onderaan de slag bij de Milvische brug, waarin hij in het teken van het kruis strijd leverde.
Bibliothèque nationale de France - Wikimedia Commons

De triomboog van Constantijn, die een plaats kreeg dichtbij het Colosseum, staat hier afgebeeld op een schilderij van Canaletto (1742).
Wikimedia Commons

De slangenzuil op het Hippodroom in Istanboel, het vroegere Constantinopel. Constantijn liet deze uit buitgemaakte wapens gegoten zuil, gewijd aan de Griekse god Apollo, uit Delpbi overbrengen.
Wikimedia Commons

Op een fresco in de St. Nicolaaskerk in Myra staan enkele deelnemers aan het Concilie van Nicea zoals (rechts naast het kruis) keizer Constantijn en Nicolaas van Myra.
Wikimedia Commons