Nicolaas van Myra

Een gelovig man die volksheilige werd

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking

Jeugd en afkomst
De geboortedatum van Nicolaas van Myra is onzeker. Er wordt aangenomen dat hij omstreeks 280 is geboren in Patara, een stad in Lycié (thans een streek in het zuidwesten van Turkije). Nicolaas zou zijn opgegroeid in een gezin met welgestelde, maar ook zeer gelovige ouders. De jonge Nicolaas wist zijn omgeving vroeg te verbazen met wonderen. Zo kon hij als baby meteen rechtop in zijn badje staan met daarbij de handen ten hemel geheven, een bewijs van wel heel vroege godvruchtigheid. Ook zou hij hebben geweigerd op vastendagen als woensdag en vrijdag uit de borst van zijn moeder te drinken.
Het leek er dus op dat de jonge Nicolaas was voorbestemd een leven in dienst van God te leiden. Op de leeftijd van 19 jaar werd hij door zijn oom, die bisschop was, tot priester gewijd. Een aantal jaren later werd hij aangesteld tot bisschop van Myra, eveneens gelegen in Lycië (dichtbij de tegenwoordige Turkse plaats Demre).

Drie gouden ballen
Rond zijn persoon zouden tal van verhalen en legenden ontstaan. Zo was er een edelman, die drie dochters had, maar zo verarmd was dat hij ze geen bruidsschat meer kon geven. De dochters konden daardoor niet trouwen en zouden mogelijk zelfs als prostituees moeten werken. Nicolaas voorkwam dit door op drie verschillende momenten voor iedere dochter een zak met goudstukken door het open raam te gooien. Er wordt gezegd dat de zakjes in de schoenen terecht kwamen die voor de haard stonden te drogen. Dit verhaal heeft invloed gehad op de wijze waarop Nicolaas in de beeldende kunst later werd afgebeeld: een bisschop in vol ornaat met drie gouden ballen als symbool van de bruidsschat.

Een luguber verhaal
Een ander verhaal vertelt over drie studenten, die in een tijd van hongersnood op reis waren. Tijdens een verblijf in een herberg werden zij door de herbergier tijdens hun slaap vermoord en in stukken gehakt. De herbergier besloot het vlees in een ton met pekel op te bergen. Enige tijd later werd dezelfde herberg door Nicolaas bezocht. Daar droomde hij ’s nachts van de lugubere daad die de herbergier had begaan. Nicolaas wist de man te ontmaskeren door tot God te bidden, waarna de studenten weer tot leven kwamen. Door deze gebeurtenis werd Nicolaas gezien als de beschermheilige van jonge mensen. In de latere afbeeldingen veranderden de jonge mannen in een kuip steeds meer in jongetjes. Zo ontstond steeds meer het beeld van Nicolaas als beschermer van kinderen.

Concilie van Nicea
Lycië was in de tijd dat Nicolaas leefde, een onderdeel van het Romeinse rijk. In dat rijk was er net sprake van een hevige vervolging van christenen; Nicolaas kwam in de tijd van keizer Diocletianus zelfs in de gevangenis terecht. Hij maakte ook mee dat er onder keizer Constantijn een einde aan de christenvervolging kwam.

Volgens een van de verhalen nam hij als bisschop in 325 deel aan het Concilie van Nicea. De voornaamste aanleiding tot bijeenroepen van het concilie was de onrust ontstaan door de leer verspreid door Arius, die de goddelijkheid van Christus ontkende. Nicolaas zou uit afkeer van deze opvatting Arius tijdens het concilie  een klap in het gezicht hebben gegeven. Hiervoor kwam hij in de gevangenis terecht en hem werd zijn bisschoppelijke waardigheid ontnomen. Het was Maria die hem 's nachts uit zijn boeien bevrijdde. Het concilie nam daarna besluiten overeenkomstig de mening van Nicolaas. Omdat er in de concilieverslagen helemaal geen melding wordt gemaakt van dit incident en er zelfs geen aanwijzing bestaat dat Nicolaas aanwezig was, wordt er nogal getwijfeld aan de waarheidsgetrouwheid van dit verhaal..

Van Myra naar Bari
Na zijn overlijden op 6 december 342 (vermoedelijk) werd zijn lichaam in een sarcofaag in de kerk van Myra bijgezet. Al snel daarna werd hij door de bevolking heilig verklaard. Met het toenemen van de devotie voor hem in tal van gebieden in de eeuwen daarna ontwikkelde Myra zich tot een bedevaartsoord van Nicolaas. Toch zouden de relieken van de heilige er geen eeuwige rustplaats vinden. Om bescherming te bieden tegen de oprukkende islam werden ze in 1087 door Italiaanse kooplieden geroofd en overgebracht naar Bari, een stad in Zuid-Italië gelegen aan de Adriatische Zee. Later werd hier een kerk gebouwd, de basiliek van Sint-Nicolaas, waar in de crypte het gebeente van de heilige werd bijgezet. Deze basiliek vormt al eeuwenlang het centrum van de Sint-Nicolaasverering. Het werd in de middeleeuwen bezocht door tal van pelgrims en kruisvaarders die van en naar het Heilige Land reisden. Er wordt beweerd dat uit het gebeente van de heilige sinds zijn bijzetting een vloeistof komt, dat bij het graf nog steeds wordt opgevangen en een geneeskrachtige werking heeft. De overbrenging van de relieken wordt tot op de dag van vandaag ieder jaar op 9 mei in Bari op grootscheepse wijze herdacht. Een beeld van Nicolaas wordt dan vanuit de basiliek naar de haven gedragen, waar het op een bootje te bewonderen is. Aan het eind van de dag wordt het beeld op plechtige wijze in een processie, waarbij ook de relieken worden gedragen, naar de basiliek overgebracht.

Verering en verspreiding
De verering voor Nicolaas ontwikkelde zich vanaf de 6e eeuw het eerst in het gebied van de oostelijke Middellandse Zee, dat toen voor een groot deel werd beheerst door het Byzantijnse rijk. Nicolaas werd er in het bijzonder vereerd als de patroon van de zeelieden. Dit had waarschijnlijk te maken met het verhaal over Nicolaas, waarin een matroos, die tijdens een bedevaart naar Jeruzalem uit de mast was gevallen, weer tot leven zou zijn gewekt. De verering voor Nicolaas vond ook verspreiding in Rusland, waar hij werd gezien als de beschermer van de kleine boeren. Vanaf de 10e eeuw zorgden kooplieden ervoor dat Nicolaas ook in West- en Noord-Europa bekend en vereerd werd. In de late Middeleeuwen werd ook daar Nicolaas als een van de belangrijkste heiligen beschouwd en bereikte zijn verering als zodanig zijn hoogtepunt.




Nicolaas van Myra

 
Patara (Zuid-West-Turkije), de geboorteplaats van Nicolaas, thans ruïnenstad.



In een van de legenden wekt Nicolaas drie studenten, die door een herbergier in een ton met pekel werden bewaard, weer tot leven. In latere afbeeldingen veranderden de studenten steeds meer in jongens. Dat zien we ook in dit schilderij door Gerard David, vervaardigd tussen 1500 en 1510.