Albert Schweitzer

Een multitalent met hart voor zijn Afrikaanse medemens

Internationale oriëntatie

Als Albert Schweitzer in de Elzas wordt geboren, leeft hij in een beladen gebied, strategisch gelegen tussen Frankrijk en Duitsland. In de oorlogen tussen deze twee Europese grootmachten fungeerde de Elzas steeds als buffer. Na het einde van de Frans-Duitse oorlog (1870 – 1871) dwong Bismarck Frankrijk afstand te doen van de provincies Elzas en Lotharingen. Schweitzer werd dus als Duitser geboren. Zijn familie was echter afkomstig uit Zwitserland en was lange tijd Frans staatsburger geweest. Heel Schweitzers leven lang zal die internationale oriëntatie een belangrijke rol spelen.

Oecumenische gezindheid

De Elzas is een gebied vol tegenstellingen: bergen en dalen, katholiek en protestants, trots en vriendelijk. Toen Frankrijk onder Lodewijk XIV het gebied annexeerde, bepaalde deze dat katholieken op bepaalde tijden de Lutherse kerken mochten gebruiken. Dat is nu nog te zien in de kerk van Günsbach, waar Alberts vader predikant was: een verguld altaar, beelden in de kerk. Onbedoeld ontstonden zo ook vriendschappelijke contacten tussen predikanten en pastoors. Schweitzers oecumenische gezindheid vindt hier haar wortels.

Internering

Als in 1914 de eerste Wereldoorlog uitbreekt, werkt Albert Schweitzer in Lambarene, in de toenmalige Franse kolonie Gabon. Als geboren Duitser wordt hij eerst geïnterneerd in zijn eigen huis, en later als krijgsgevangene overgebracht naar Frankrijk. In 1915 komt Schweitzer op zijn motto “Eerbied voor het leven”. Vanwege zijn internering en zijn overtuiging dat de wereld een nieuwe cultuurfilosofie nodig heeft om aan de waanzin van de oorlog te kunnen ontkomen, richtte hij zich op cultuurfilosofische studies. In het Franse interneringskamp Garaison (Pyreneeën) treft Schweitzer zeer verschillende mensen uit alle lagen van de wereldbevolking aan. In het kamp krijgt hij de kans kennis te maken met allerlei ambachten en professies, alsook met hun beoefenaars van over de hele wereld. Dat geeft hem een enorme impuls, zowel voor zijn denken als voor zijn praktijk. Doordat hij als arts in het kamp kan en mag praktiseren, kan hij veel voor mensen betekenen.

Cultuurfilosofische ideeën

Door zijn vredelievende cultuurfilosofische ideeën wekt Schweitzer vaak het wantrouwen van meer orthodoxe christenen. Volgens Schweitzer is de mens als ethisch wezen geschapen en is geloof niet noodzakelijk om verantwoordelijk als mens te kunnen leven. Ook gelooft hij niet dat er sprake is van één allesomvattende wereldvisie, die alles betekenis zou kunnen geven. In zijn tijd wordt dat door velen als vloeken in de kerk beschouwd. Zijn “Eerbied voor het leven” wordt door hen als veel te vaag gezien. Schweitzer pleit echter juist voor dit begrip als tegenwicht tegen al te fanatieke religiositeit. Zelf beschouwt Schweitzer zich wel degelijk als christen. Hij wil echter dicht bij de menselijke natuur blijven. In zijn filosofie is geen plaats voor conflicten.

Eigen verantwoordelijkheid

Het sterke punt bij Schweitzer is dat hij zijn ideeën ook voortdurend in de praktijk brengt. Hij weigert een volgorde aan te brengen in de belangrijkheid van het geschapen leven, al stelt hij wel het menselijk leven boven alles. Hij legt daarbij een grote nadruk op de verantwoordelijkheid van de mens om elke keer opnieuw de juiste keuze te maken in zijn handelen. “Een goed geweten is een uitvinding van de duivel”, zei hij eens. Hij bedoelt daarmee dat veel mensen zich makkelijk in slaap laten sussen door het idee dat zij aan de goede kant staan…

Activiteiten in latere jaren

Gedurende de Tweede Wereldoorlog verblijft Schweitzer in Lambarene. In oktober 1948 keert hij terug naar een verwoest Europa. Hij bezoekt in 1949 Amerika, en blijft de jaren nadien “pendelen” tussen Lambarene en het Westen, geeft lezingen en concerten en verzamelt geld en goederen voor zijn Afrikaanse ziekenhuis. Zijn activiteiten en ideeën leveren hem vele onderscheidingen en prijzen op. Nadat hij al vele malen als kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede is genoemd, kondigt het Nobelcomité in oktober 1952 aan dat geen van de genomineerden de prijs zal krijgen. Dat levert zo’n enorme stroom van kritiek op, dat de Nobelprijs 1952 alsnog aan Schweitzer wordt toegekend. In die tijd is hij echter zo druk met de bouw van een lepradorp in Lambarene, dat hij de prijs pas in 1954 kan ophalen.

In deze tijd heeft Schweitzer zich ook verdiept in het vraagstuk van de atoombewapening. Hij protesteert tegen de in die tijd gebruikelijke kernproeven en wijst op de enorme, bovenmenselijke risico’s van kernsplitsing. Helaas werd hij in dit verband toen door velen niet serieus genomen.

Schweitzer ontving in Lambarene geregeld bezoekers uit Europa. Op deze foto uit 1956 is zijn vriend, de arts Thomas Binder op bezoek.

Zo zag Schweitzer zich het liefst afgebeeld: te midden van zijn werk in Lambarene. Dit soort plaatjes droegen internationaal bij aan de bekendheid van zijn werk.

De hoes van een CD met daarop opnamen van de organist Albert Schweitzer.

Postzegel uitgegeven in 1975 ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Albert Schweitzer.

Wikimedia Commons