Renée de France

Een calvinistisch gezinde Franse prinses in het katholieke Italië

Ook in Italië kerkkritiek

Je kunt als toerist in Ferrara drie hertogelijke residenties bezoeken. De oudste is het in de dertiende eeuw gebouwde Palazzo del Corte, dat tegenwoordig dienst doet als stadhuis. In het verlengde daarvan staat het Castello Estense, het eind veertiende eeuw gebouwde vluchtkasteel, waarin de hertogelijke familie zich in veiligheid kon brengen tijdens opstand van burgers of dreiging van buitenaf. Het derde paleis dient juist het omgekeerde doel: het is het feestpaleis, waarvan de danszalen in de vijftiende eeuw schitterende fresco’s krijgen. Dat Palazzo Schiffanoia, letterlijk ‘vermijd verveling’ geheten, wordt nu gebruikt als stedelijk museum.

Castello Estense, Ferrara

Wikimedia Commons

Voor het later in renaissancestijl verbouwde Castello Estense staat een standbeeld van Girolamo Savonarola, de in Ferrara geboren dominicaner monnik, die als prior van het San Marcoklooster in Florence fulmineert tegen de luxe van en het seksueel verderf binnen de adellijke families. Juist de familie d’Este in Ferrara heeft op dit vlak een beroerde reputatie. Savonarola heeft ook aanzienlijke kritiek op de katholieke kerk van zijn tijd: hij bestrijdt het schenden van het celibaat, de verkoop van aflaten en de corruptie binnen de curie. Hij zet daarmee de lijn van Franciscus van Assisi voort, die twee eeuwen eerder leefde. Savonarola, volgens het onderschrift op het standbeeld ‘in tijden van corruptie en slaafse ondeugden de gesel van tirannen’ verwoordt wat velen in de Italiaanse samenleving van die tijd aan kritiek op de Kerk van Rome hebben. Hoewel hij monnik blijft, eindigt hij zijn leven toch op de brandstapel. Als korte tijd later Luther en Calvijn gelijkluidende kritiek leveren en ook centrale punten van de geloofsleer bekritiseren, kan de katholieke kerk uiteindelijk niet meer alleen met machtsvertoon volstaan: men realiseert zich dat de kerk zichzelf dient te zuiveren en zijn theologische leerstellingen moet verduidelijken. De paus die Renée de France in zekere zin in bescherming neemt, paus Paulus III, besluit daarom tot de organisatie van het Concilie van Trente, dat met tussentijden van 1545 tot 1563 plaatsvindt.

Girolamo Savonarola. Een beeld van deze dominicaner monnik, in Ferrara geboren, bevindt zich in de omgeving van het Castello Estense.

Wikimedia Commons

Reformatie in Italië: geen kans van slagen

We kennen Luther als de belangrijkste reformator in Duitsland, Zwingli in Zwitserland en Calvijn in Frankrijk. We kennen geen reformator in Italië. In Italië worden lange tijd alle mensen die afwijken van de katholieke geloofsleer lutherati genoemd. Maar daaronder verstaat men dan zowel lutheranen, calvinisten, doopsgezinden als unitaristen (zij die de leer van de goddelijke drie-eenheid betwisten). Renée de France maakt, hoewel ze zelf calvinistisch gezind is, geen onderscheid in wie zij ondersteunt. Maar die verbrokkeling onder de Italiaanse protestanten is een belemmering voor een krachtige beweging. Van de ongeveer twaalf miljoen inwoners van Italië in de zestiende eeuw zijn slechts enkele honderdduizenden de reformatie toegedaan. En die mensen zien we niet over heel de samenleving verspreid, maar vinden we vooral onder de vrije beroepen, zoals artsen, juristen en professoren (m.n. in Padua), en onder handwerkslieden en handelaren. Op het platteland komt protestantisme nauwelijks voor. Vervolgens is ook geen sprake van samenwerking: Italië is verdeeld in vele staten, met onderling grote verschillen. Bovendien is in Midden-Italië de Kerkelijke Staat gelegen, waar de paus zowel de kerkelijke als de wereldlijke macht uitoefent. Als paus Paulus III in 1540 de jezuïetenorde formeel erkent, in 1542 de Romeinse inquisitie als kerkelijke rechtbank instelt en in 1545 begint met het Concilie van Trente, dan is het fundament voor de Contrareformatie gelegd. De opsporing en vervolging van protestanten wordt zo succesvol dat velen van hen terugkeren binnen de katholieke kerk, maar anderen de wijk nemen naar het buitenland. Onder hen is ook hertogin Renée de France, die dan echter wel weer midden in de bloedige Franse godsdienstoorlogen terecht komt.

Beschuldiging van nicodemisme

De calvinistisch gezinde, maar formeel katholieke Renée de France wordt uitgehuwelijkt aan Ercole II, de (toekomstige) hertog van het katholieke Ferrara. Dat is voor haar een moeilijke situatie. Haar man is in het geheel niet in de positie mee te gaan in haar opvattingen: hij zou dan binnen de kortste tijd zijn hertogdom verliezen. Voor de kinderen worden later uiteraard katholieke huwelijkspartners gezocht die de dynastieke belangen ondersteunen. Zo trouwt Anna bijvoorbeeld met hertog Frans de Guise, leider van de Franse katholieke partij, en Lucrezia Maria met Francesco della Rovere, de hertog van Urbino. Voor de jongste zoon, Luigi, wordt een positie binnen de kerk gezocht. Hij wordt bisschop van Ferrara en later aartsbisschop van het Franse Auch. In die omstandigheden is het voor Renée dankzij haar financiële onafhankelijkheid wel mogelijk om (min of meer) heimelijk protestante vluchtelingen te helpen en te corresponderen met Calvijn, maar zelf officieel afscheid nemen van de katholieke kerk is een brug te ver. Dat zou principieel gezien de juiste keuze zijn, en dat wordt door Calvijn in zijn brieven ook aangemoedigd, maar het is tegelijk levensgevaarlijk. Net zoals de farizese Schriftgeleerde Nicodemus in het evangelie alleen heimelijk in de nacht naar Jezus durfde te gaan, zo kiest Renée er – onder druk - voor zich religieus anders voor te doen dan ze in werkelijkheid van overtuiging is. In de zestiende eeuw worden veel mensen die sympathiseren met de hervorming, maar binnen de katholieke kerk blijven, beschuldigd van nicodemisme. Calvijn schrijft hen echter niet af. Hij onderkent de dwangpositie waarin velen van hen verkeren, hij blijft ook met Renée de France in (schriftelijk) contact.

Het Palazzo di Renata di Francia (= Renée de France), het voormalige Palazzo di San Francesco

Wikimedia Commons