Renée de France

Een calvinistisch gezinde Franse prinses in het katholieke Italië

Renée de France

Jean Clouet (1480–1541)

Jeugd

Op 25 oktober 1510 wordt prinses Renée de France geboren in de koninklijke residentie van Blois, gelegen aan de Loire in Midden-Frankrijk. Ze is na haar zusje Claude, die elf jaar ouder is, de tweede dochter van de Franse koning Lodewijk XII uit het huis Valois-Orleans en diens echtgenote Anne van Bretagne. In het gezin worden ook vier broertjes geboren, maar die sterven allen snel na de geboorte. In 1514, als Renée vier jaar is, overlijdt haar moeder en een jaar later haar vader. De Franse troon wordt geërfd door haar achterneef, Frans I uit het huis Valois-Angoulême. Omdat men deze vererving tijdig ziet aankomen, regelt men het zo dat Claude op vijftienjarige leeftijd trouwt met deze Frans I en dat de kleine Renée onder de hoede komt van diens zuster Margaretha. Deze zal trouwen met Hendrik II d’Albret, koning van Navarra, en de moeder worden van Jeanne d’Albret, later een bekende hugenotenleidster. De eerste jaren van het onderwijs aan Renée staan onder toezicht van de koninklijke gouvernante Michelle de Saubonne, die eerder hofdame van haar moeder is geweest. Zij is net als Margaretha hoog ontwikkeld en staat kritisch tegenover verschillende leerstellingen van de katholieke kerk.

Portret van Claude de France (1499-1524), de eerste echtgenote van koning Frans I. Linksonder is Charlotte, op 8-jarige leeftijd in 1524 overleden. Links zien we Renée, de jongere zus van Claude. Rechts zien we Magdalena (1520-1537), gehuwd met de koning van Schotland. Het meisje rechtsvoor is Margaretha van Valois (1523-1574), de toekomstige hertogin van Savoye. De vrouw linksboven is Eleanora van Habsburg (1498-1558), de tweede echtgenote van Frans I. In opdracht van Catharina de Medici is dit schilderij in de jaren na 1550 vervaardigd. De kunstenaar heeft hierbij gebruik gemaakt van vroegere portretten van de afgebeelde vrouwen.

Wikimedia Commons

Huwelijk met Ercole d’Este

Zoals in koninklijke kringen in die tijd gebruikelijk is, wordt ook Renée om politieke redenen uitgehuwelijkt aan een buitenlandse vorst. De keuze voor haar valt op Ercole d’Este, de oudste zoon van de hertog van Ferrara, Modena en Reggio. Koning Frans I ziet in deze verbintenis een middel om de machtsuitbreiding van de Duitse keizer Karel V in Noord-Italië te dwarsbomen en daarmee zijn aartsvijand een hak te zetten. De hertogelijke familie stelt op haar beurt de hiermee gepaard gaande Franse steun op prijs, omdat het hertogdom ingeklemd zit tussen expansionistische buren, onder wie het tot het rijk van Karel V behorende hertogdom Milaan en de Kerkelijke Staat. Renée trouwt met Ercole in 1528 en vertrekt naar het hertogelijk kasteel van Ferrara. Ze wordt door Frans I blijvend goed voorzien van financiële middelen. Ze neemt als vertrouwelinge haar voormalige gouvernante mee en nog ruim honderd andere hovelingen. Het kasteel krijgt hiermee een volledig Franse ‘vleugel’ en dat blijkt niet goed voor een harmonieus huwelijksleven. Dat neemt overigens niet weg dat in zeven jaar tijd vijf gezonde kinderen geboren worden. Zij krijgen allemaal een gedegen, maar sterk op Frankrijk georiënteerde opleiding.

Portret van hertog Ercole II d'Este, echtgenoot van Renée de France

Rijksmuseum/Wikipedia Commons

Portret van een adellijke dame . Sommige deskundigen menen dat dit Renée de France, de echtgenote van Ercole II, is. Het is vervaardigd door Girolamo da Carpi ergens tussen 1530 en 1540.

Wikimedia Commons

Geloofsperikelen

In 1530 leggen Karel V en de paus als hoofd van de Kerkelijke Staat hun onderlinge meningsverschillen over hun invloed in Noord-Italië bij. Hierna wordt Karel in Bologna door de paus formeel tot keizer van het Duitse Rijk gekroond. Voor het hertogdom Ferrara breken nu ook goede tijden aan: de welvaart groeit en de luxe aan het hof krijgt vorstelijke allure. Vele kunstenaars profiteren daarvan en Ferrara wordt het centrum van de theaterkunst in Italië. Maar er ontstaan op ander vlak ook problemen. In 1534 sterft de schoonvader van Renée en volgt haar man hem als hertog Ercole II d’Este op. Omdat de paus formeel leenheer van Ferrara is, kan hij extra druk uitoefenen op Ercole om zijn hof te zuiveren van protestantse figuren. Die zijn vooral in het gevolg van Renée uit Frankrijk meegekomen of zijn geloofsvluchtelingen die een tijdelijk onderdak bij haar hebben gezocht. De hertogin zelf blijft naar buiten toe katholiek en woont ook eucharistievieringen bij. Maar in haar (ook in Ferrara gelegen) Palazzo di San Francesco worden heimelijk reformatorische diensten gehouden. Onder pauselijke druk besluit Ercole diverse van ketterij verdachte personen van haar nieuwe hof te verbannen, onder wie de haar toegenegen Michelle de Saubonne. Niettemin komen er ook weer nieuwe vluchtelingen binnen, al dan niet incognito. Zo komt de reformator Johannes Calvijn onder de schuilnaam Charles d’Espeville voor een aantal maanden naar Ferrara. Hij brengt zijn pas in Basel gedrukte boek Institutio Christianae Religionis als cadeautje mee. Voor Ercole is de maat vol. Hij besluit zijn vrouw op nog verdere afstand te plaatsen. Haar wordt de ongeveer 75 km ten zuiden van Ferrara gelegen villa Consandolo toegewezen. Daar is het voor de informanten van de pauselijke inquisitie minder goed mogelijk om te spioneren. Tijdens een bezoek van paus Paulus III aan Ferrara neemt hertogin Renée overigens de kans waar om schriftelijk met de paus overeen te komen dat zij als Franse prinses nooit berecht kan worden door een regionale inquisitierechtbank. Als er gerede twijfel zou rijzen aan haar persoonlijke godsdienstige overtuigingen zou alleen een gerechtelijk onderzoek door de kerkelijke autoriteiten in Rome gedaan kunnen worden. Deze afspraak kan haar beschermen tegen overijverige contrareformatorische scherpslijpers in het hertogdom zelf. Renée verwacht dat de paus en de curie er wel voor zullen waken een Franse koningsdochter in Rome aan te klagen en zo de goede relaties met Frankrijk op het spel te zetten.

De druk op de hertogin wordt opgevoerd

Vanuit Consandolo onderhoudt Renée een uitvoerige correspondentie met verschillende reformatoren in diverse landen. Ze bouwt een bibliotheek op met honderden reformatorische geschriften; er worden ook hier vele geloofsvluchtelingen opgevangen. In Ferrara is vanaf 1545 een pauselijke inquisitierechtbank gevestigd. Hertog Ecole II kan er niet aan ontkomen om veroordeelde ketters op de brandstapel te brengen en de verdenkingen tegen zijn eigen vrouw stapelen zich intussen op. Van vele kanten worden pogingen gedaan haar terug te brengen tot de katholieke kerk. Ignatius van Loyola, de secretaris-generaal van de jezuïetenorde, stuurt een ervaren pater naar Ferrara om daarvoor samen met de hertog een strategie uit te zetten. Op verzoek van Ercole stuurt koning Hendrik II van Frankrijk (opvolger van Frans I) een prior van de dominicanen, die tevens grootinquisiteur is, om op de hertogin in te praten. Hendrik II komt ook met het dreigement haar landgoederen in Frankrijk te confisqueren. Tegelijk blijft de inquisiteur van Ferrara Ercole onder druk zetten om in te grijpen. Wanneer een speciale afgezant van Calvijn die Renée moet gaan steunen in haar religieuze standvastigheid, onderweg naar Consandolo gegrepen wordt, gaat Ercole tot actie over. Hij plaatst zijn vrouw onder huisarrest op het kasteel in Ferrara en laat haar slechts twee hofdames over. De twee nog bij haar wonende dochters worden haar afgenomen en tijdelijk in een klooster ondergebracht. Als de dreiging van een proces - met mogelijk als afloop de dood op de brandstapel - steeds reëler wordt, kan Renée de spanning niet meer dragen en geeft ze toe. Ze erkent dat ze ‘dwaalde’, ze biecht en neemt weer deel aan de eucharistie.

In de jaren hierna weet Renée langzamerhand weer een beperkte eigen hofhouding te vormen en mag ze opnieuw wonen in het Palazzo di San Francesco (dat nu het Palazzo di Renata di Francia heet en het hoofdgebouw van de universiteit van Ferrara is geworden). Ze kan het overigens niet laten de correspondentie met Calvijn voort te zetten. Voor Ercole opnieuw ingrijpt, sterft hij vrij plotseling, in 1559. Tijdens zijn korte ziekbed laat hij Renée nog plechtig beloven goed katholiek te blijven en de briefwisseling met Calvijn te staken. Deze zal haar er later van overtuigen dat deze afgedwongen beloftes voor God niet geldig zijn.

Kapel in het kasteel van Ferrara. Opvallend in de decoratie van de kapel is het ontbreken van afbeeldingen van bekende heiligen. Dat heeft te maken met de sympathie voor het calvinisme van Renéé de France. Ondanks dat zijn er wel fresco's in de koepel te vinden van de Vier Evangelisten (zie afbeelding rechts).

Wikimedia Commons

Terug naar Frankrijk

Na het overlijden van Ercole II volgt Alfonso II hem op. Deze heeft op religieus gebied geen enkele clementie met zijn moeder en zij neemt met haar hofhouding de wijk naar Frankrijk. Ze gaat wonen op de zuidelijk van Parijs gelegen voormalige koninklijke residentie Montargis, die haar ter gelegenheid van haar huwelijk met Ercole door Frans I is geschonken. Ze blijft formeel katholiek, maar haar kasteel wordt een toevluchtsoord voor hugenoten in de tijden van de godsdienstoorlogen. Tijdens de Bloedbruiloft van Parijs in 1572 weet ze zich een week schuil te houden en overleeft ze de massaslachting. Drie jaar later overlijdt Renée aan een longontsteking en wordt ze naar haar wens op haar landgoed begraven in een eenvoudige houten kist en zonder enig ceremonieel. In haar testament vraagt ze God om vergiffenis voor haar religieuze weifelachtigheid.