Volgens Dr.Lenkei zou de mens, biologisch gezien, 120 jaar oud moeten kunnen worden.
Er is een algemene natuurlijke wetmatigheid in verband met de levensverwachting van levende wezens bij hun geboorte. Die regel onthult ook hoe lang we kerngezond zouden moeten kunnen blijven. De mens is daar ongelooflijk ver van verwijderd. Hij is zo gewend geraakt aan het slechte, het onaanvaardbare, dat velen enkel maar wat mummelen of ongelovig in hun haar krabben als ik hen de waarheid vertel.
Maar! Om de levensverwachting van zoogdieren bij de geboorte te kennen, moeten we kijken hoe lang het duurt om hun volwassen lichaamsbouw te bereiken, en die periode vermenigvuldigen met zes.
De medische wetenschap stelt dat mensen hun volwassen lichaamsbouw hebben bereikt als de groei van de zogenaamde lange pijpbeenderen stopt. Dat klopt. Een voorbeeld van zo’n bot is het dijbeen.
Als die beenderen niet verder groeien, dan zal het lichaam niet groter meer worden. Dan kunnen we stellen dat de persoon in kwestie zijn volwassen lichaamsbouw bereikt heeft.
Bij de mens stopt de groei van de “lange pijpbeenderen” zo tussen het 20ste en het 24ste levensjaar.
U moet geen wiskundig genie zijn om de volgende berekening te maken. 6×20=120, 6×24=144. Biologisch gezien is de levensverwachting bij de mens gemiddeld dus tussen de 120 en de 140 jaar.
Verschillende keren werd reeds bewezen dat die leeftijd niet enkel toevallig en met een of ander wonder kan worden bereikt.
Onder andere in het begin van de vorige eeuw heeft men het leven en de gewoontes van bevolkingsgroepen onderzocht (ook met medische expedities) waar het natuurlijk en vanzelfsprekend was dat mensen veel ouder werden dan honderd.
Maar dat is niet het enige dat voor hen vanzelfsprekend was!
Er is iets dat misschien nog belangrijker is! Bij die volkeren was het ook vanzelfsprekend dat de mensen die de honderd voorbij waren, volledig gezond bleven. Volledig gezond. In de meest volledige betekenis van het woord. Ze waren jeugdig, snel, vrolijk en zaten barstensvol levensvreugde. Ze waren actief, bedrijvig en planden hun eigen toekomst nog.
En dat toen ze de 100 al ruim voorbij waren!
Zij namen ’s ochtends niet hun geneesmiddelen vast, maar hun kleinkinderen, achterkleinkinderen en achterachterkleinkinderen. In plaats van hun urinemonster voorzichtig in een zakje te stoppen voor hun doktersbezoek, liepen zij van hier naar daar, gingen ze werken en waren ze ijverig bezig dingen te creëren. Ze waren blij met het leven! En hoe langer het duurde, hoe beter. Dat geldt natuurlijk enkel voor een mens die gezond is.
Laat mij proberen ervoor te zorgen dat u deze informatie, misschien wel de belangrijkste van allemaal, nooit meer vergeet. Het menselijk lichaam is in staat om tijdens de hele levensduur te functioneren zonder zorgen, problemen en kwalen. Het is zeker in staat om niet het slachtoffer te worden van ernstige ziektes.
Als we het eerder al niet kapotmaken, welteverstaan.
De gezondheid en de gezonde werking van het lichaam krijgen de zwaarste klappen toebedeeld door kwalitatieve honger. Door het gebrek aan vitaminen, mineralen en sporenelementen die verzekeren dat de processen in het lichaam geordend, evenwichtig en harmonieus verlopen. We hebben alle natuurwetenschappelijke kennis ter beschikking om een menselijkere en meer leefbare beschaving te creëren die vrij is van ziektes en lichamelijke kwellingen.