Misschien heb je het wel eens gespeeld: een spelletje zeeslag. En dan niet met een kant-en-klaar spel uit de speelgoedwinkel, of op de computer, maar gewoon op roosterpapier. Van dat ruitjespapier, dat je voor meetkunde nodig had. Je tekent er schepen op, door hokjes te markeren, schepen van éen hokje, of van twee, drie of vier aansluitende hokjes. Je tegenstander doet dat ook, om de beurt noem je coördinaten, wanneer zich daar een schip bevindt is het een voltreffer, je torpedeert dan het vijandelijke schip.
Toen in de Iran-oorlog het eerste Iraanse oorlogsschip door de VS werd getorpedeerd verscheen een filmpje met minister van oorlog Pete Hegseth, die commentaar bij de beelden gaf. Ik werd daar koud van… De man was vrolijk en luimig alsof het om een spelletje zeeslag ging. Van enig mededogen met de 130 mensen aan boord, ook Iraniërs zijn mensen, was geen sprake.
Techniek heeft oorlog tot een spel gemaakt, een computergame... Vanuit een veilige plek, achter een schermpje, worden dodelijke projectielen naar hun doel gestuurd. Hun bestuurders ervaren de verschrikkingen van het slagveld niet direct, hun positie lijkt bijna een ‘witte-boorden-baantje...’ De techniek is ontmenselijkt, en ontmenselijkt mensen inderdaad.
Oorlog is gruwelijk... Er vallen slachtoffers… Het is onvermijdelijk dat soldaten hun tegenstanders moeten doden… Maar dat mag nooit tot een spel verworden... Wie een ander mens doodt zal toch iets van ontzetting, iets van heilige vrees moeten voelen... Lieden van het kaliber Hegseth hebben iedere moraliteit verloren. Met zulke ‘leiders’ wacht de wereld weinig goeds…