Bestaat het conventikel nog?
Op plekken waar bevindelijk gelovigen in kerkdiensten niet aan hun trekken kwamen ontstonden ze: bijeenkomsten van ‘vromen,’ die met elkaar spraken over hun geestelijke ervaringen, over de weg die de Heere met hun ziel was gegaan. ‘Gezelschappen’ werden zulke bijeenkomsten ook wel genoemd. Bekeringservaringen werden getoetst, en men trachtte te achterhalen wat inbeelding was en wat werkelijk van de Heere kwam.
De officiële kerk stond dikwijls kritisch tegenover dit soort groepen. In de eerste uittocht uit de Hervormde kerk, de Afscheiding van 1834, speelden gezelschapsmensen vaak een grote rol, soms werd het gezelschap tot kern van de afgescheiden gemeente.
Ik kan me de kritische houding van de officiële kerk jegens dit soort groepen wel voorstellen. Vrome ervaringen en wetenschappelijke theologie verdragen elkaar niet altijd. Bovendien was er een groot sociologisch verschil: de kerkbesturen bestonden uit gevormde mensen uit de bovenlaag van de samenleving, de conventikels werden hoofdzakelijk door laagopgeleiden bezocht. Het was dikwijls verstand versus gevoel.
Die tweedeling zie ik ook vandaag. De hang naar beleving is éen van de oorzaken dat mensen uit de traditionele kerken hun heil bij evangelische gemeenten zoeken. Ik vind het lastig: ik begrijp dat emotie en bevinding nodig zijn, maar wil liever niet mijn verstand gedurende de kerkdienst in het kerkportaal achterlaten, of het tijdens de dienst uitschakelen…
Ook vandaag zijn groepen gelijkgezinden in gemeenten actief, dikwijls ‘los’ van hun kerkenraad. Vaak tot zegen. Maar het kan ook volkomen ontsporen… Daarom : laat hoofd en hart in de kerk met elkaar in balans zijn...