400 gram blanke amandelen (of evt. Amandelmeel)
200 gram gedroogde abrikozen
Snufje gemalen gember
Snufje kardemom
Sap van een halve citroen
4 theelepels amandel aroma
2 eetlepels of meer weekwater van de abrikozen
Een paar dagen van te voren maken is lekkerder.
Laat de abrikozen een half uurtje staan in heet water. Giet het grootste deel van het weekwater af (bewaar het wel even, misschien heb je het nog nodig om het geheel iets smeuïger te maken!) en pureer de abrikozen met een staafmixer of keukenmachine.
Maal de amandelen zeer fijn in de keukenmachine. Doe de gepureerde abrikozen erbij en mix goed door elkaar.
Voeg het citroensap samen met het amandelaroma toe, evenals de gember en kardemom, en roer weer goed door.
Het spijs mag wat vettig aanvoelen, maar moet niet te plakkerig zijn, voeg in dat geval nog wat gemalen amandelen toe.
Doe er juist wat weekwater van de abrikozen bij als het te droog is. Proef even of je het zoet genoeg vindt. Eventueel kun je er nog wat agavesiroop of ander zoetmiddel aan toevoegen.
Maak een dikke plak van de spijs, wikkel die in folie en bewaar in de koelkast tot verdere verwerking.