YEARS algoritme
D-dimeer <0.5 mg/L: longembolie uitgesloten
D-dimeer 0.5-1.0 mg/L: longembolie uitgesloten indien 1) geen hemoptie, 2) geen tekenen DVT en 3) longembolie niet meest waarschijnlijke diagnose
D-dimeer >1.0 mg/L: altijd CTPA
Maximale zuurstoftherapie
ECG + TTE
Behandeling tijden reanimatie: Alteplase 50 mg bolus (mogelijk overlevingsvoordeel), zo nodig nog eenmaal herhalen
Indien trombolyse gegeven: continueer reanimatie nog 60-90 minuten
Start heparine
Overweeg VA-ECMO
Indien ROSC en geen trombolyse gegeven: overweeg katethergeleide trombolyse
Indicaties
Reanimatie (tenzij kandidaat ECPR met VA-ECMO)
Persisterende hypotensie: bloeddruk <90 mmHg of daling >40 mmHg gedurende 15 minuten ondanks vulling (niet verklaard door aritmie, hypovolemie of sepsis)
Obstructieve shock: systolische bloeddruk <90 mmHg of noodzaak tot inotropie om systolische bloeddruk >90 mmHg te houden ondanks een adequate vullingsstatus in combinatie met eindorgaan hypoperfusie
Ter overweging: geen verbetering of verslechtering binnen 24 uur na starten antistollingstherapie
Absolute en relatieve contraindicaties : zie tabel
Verricht GEEN bloedgasanalyse als trombolyse overwogen wordt
Behandeling middels alteplase (=Actilyse): 10 mg bolus in 1-2 minuten gevolgd door infuus van 90 mg in 2 uur. Indien gewicht <65 kg: maximaal 1.5 mg/kg. Bij extreem hemodynamisch instabiele patiënten kan overwogen worden om 0.6 mg/kg gedurende 15 minuten (max 50 mg) te geven (bron; tabel 10).
Start ook met UFH 800-1000 EH/uur zonder oplaadbolus indien aPTT <2x uitgangswaarde (<60 seconden)
Bloeding tijdens trombolyse
Indien milde bloeding: staak trombolyticum
Indien ernstige bloeding ten tijde van trombolyse:
Direct staken trombolyticum en UFH
Coupeer UFH met protamine: 1 ml (= 1000 IE) protamine coupeert ongeveer 1000 IE heparine; coupeer dosering UFH van laatste 2 uur
Fibrinogeen 2 gram eenmalig, daarna streefwaarde >1.0 g/L
Tranexaminezuur 1000 mg 4dd
Trombocytentransfusie indien trombopenie
Laagdrempelig transfusie indien anemie
Overweeg percutane trombosuctie indien (bron)
Falen systemische trombolyse (bv. verslechtering in eerste 2 uur na start trombolyse, geen hemodynamische verbetering binnen 6 uur na start trombolyse of noodzaak tot hemodynamische ondersteuning na eerste 24 uur sinds start trombolyse
Belangrijke contraindicaties voor systemische trombolyse
Noodzaak tot ECMO
Contra-indicaties percutane trombosuctie: ernstige contrastallergie, geen veneuze toegang, recent myocardinfarct (relatief), LBTB (relatief)
Opties
Indigo Aspiration System (Penumbra): aspiratie met mechanische fragmentatie
FlowTriever Retrieval/Aspiration System (Inari Medical): aspiratie met of zonder mechanische fragmentatie
NB: trombosuctie wordt uitgevoerd met grote katheters die risico hebben op schade aan hart/vaten en distale embolisatie
Overleg met intensivist, interventieradioloog en cardiothoracaal chirurg
ECPR: indien reanimatie o.b.v. longembolieën waarbij geen ROSC wordt bereikt (bron)
VA-ECMO: indien persisterende shock ondanks trombolyse/trombosuctie (bron)
Kathergeleide trombolyse (bv. Cragg-Namara): ter overweging indien onvoldoende effect systemische trombolyse. Geen optie indien contraindicaties trombolyse.
Chirurgische trombectomie: indien contraindicaties systemische trombolyse, achteruitgang na systemische trombolyse of noodzaak tot ECMO
Noradrenaline en/of dobutamine bij hoog-risico longembolie
Aanvullende analyse naar rechtsbelasting indien sPESI >=1
Hartfrequentie >110/min
Systolische bloeddruk <100 mmHg
Zuurstofsaturatie <90%
Cardiale of pulmonale voorgeschiedenis
Leeftijd >80 jaar
Maligniteit
Aanwijzingen op CTPA voor rechtsbelasting: RV/LV ratio >1.0, verwijde truncus pulmonalis, backflow contrast in levervenen en/of bowing van interventriculair septum
Bepaal troponineT
Op indicatie: TTE, nt-proBNP
Opname op IC indien
Altijd: hemodynamisch instabiel, trombolyse, rechterventrikelfalen met indicatie ECMO
Ter overweging: intermediair hoog-risicoprofiel en MEWS-score >7 (bloeddruk <100 mmHg, hartfrequentie >100/min [zonder AF], saturatie <90% zonder zuurstof, ademhalingsfrequentie >25/min)
Indien geen plek: CCU
Opname op AOA indien intermediair hoog-risico met MEWS-score <=6
Overweeg of de diagnose klopt: radiologische diagnose meer waarschijnlijk ('true positive') indien: goed contrastaanbod, meerdere intraluminale defecten, meer proximale subsegmentele arterieën betrokken (dus grotere subsegmentele arterieën), defecten zichtbaar op meer dan 1 slice en/of op meer dan 1 projectie, defecten worden omgeven door contrast ipv vastzittend aan vaatwand, symptomatische patiënt, verhoogde D-dimeer
In principe is behandeling geïndiceerd.
Alleen expectatief beleid overwegen indien hoog risico op bloeding, negatieve echo voor DVT, geen persisterende risicofactoren en geen idiopathische longembolie
Hestia criteria (voorkeur o.b.v. NIV richtlijn)
Hemodynamische instabiliteit: bloeddruk <100 mmHg en hartfrequentie >100/min of noodzaak IC-opname
Trombolyse of embolectomie
Actieve bloeding
Hoog risico voor bloeding: gastrointestinale bloeding of operatie <2 weken, CVA <1 maand, bloedingsstoornis, trombocyten <75 x 10^9/L, systole >180 mmHg, diastole >110 mmHg, inschatting hoog risico door arts
Diagnose longembolie ten tijde van antistolling
Zuurstoftherapie om zuurstofsaturatie >90% te waarborgen
Noodzaak tot intraveneuze pijnstilling
Medische of sociale reden voor ziekenhuisbehandeling gedurende >24 uur (bv. inadequate patiënt, infectie, maligniteit, geen mantelzorg, kwetsbare oudere)
eGFR <30 mL/min
Ernstige leverfunctiestoornis (geen definitie gegeven)
Zwangerschap
Voorgeschiedenis heparine-geïnduceerde trombocytopenie
Alternatieven: PESI score of simplified PESI score
Ontslagcriteria vanaf zaal
Intermediate-high risk: 48 uur observatie
Saturatie >90%, hartfrequentie <100/min, bloeddruk >100 mmHg
Check: geen hypoxemie bij inspanning? Geen orthostase?
Advies met name gebaseerd op richtlijn van BTS en ESC position paper
Uitgangspunten:
Het rechterventrikel heeft maar een beperkte capaciteit om een hogere druk te genereren
Voornaamste risico: hypoxemie door lage cabinedruk (die vergelijkbaar is met een hoogte van 2000-2500 meter) waardoor pulmonale vasoconstrictie, toename ventilatie-perfusiedecten en rechterventrikelfalen kan optreden
De meeste stolsels zijn opgelost binnen 2-3 weken
Niet vliegen <2 weken na diagnose
Wel vliegen >6 weken na diagnose
Tussen 2-6 weken na diagnose: indien aanwijzingen voor significante rechterventrikelbelasting, beslissing nemen op basis van verschillende parameters
Maak inschatting dyspnoe op basis van MRC dyspnoe schaal.
Arterieel bloedgas in rust en na 6 minuten lopen. Indien pO2 <8 na 6 minuten lopen: overweeg in-flight zuurstoftherapie 2 liter/min (tenzij hypercapnie)
Overweeg TTE ter evaluatie rechterventrikelfunctie en vergelijking met baseline TTE. Meet eventueel nt-proBNP
Overweeg consultatie longarts, bijvoorbeeld voor 'hypoxic challenge test'