Anamnese
Symptomen: gewichtsverlies, polyurie, polydipsie, wazig zien, zwakte, frequentie (urineweg)infecties, trage genezing wondjes, pruritus vulvae, sensibele stoornissen, mononeuropathie
Risicofactoren diabetes: zwangerschapsdiabetes, PCOS, eerdere glucoseintolerantie, familieanamnese, obesitas, fysieke inactiviteit, ethniciteit
Cardiovasculaire risicofactoren: hypertensie, hart- en vaatziekten, hypercholesterelomie, roken, alcohol
Bekende diabetes: behandeling, eerdere HbA1c, eigen glucosemeting, frequentie hypoglycemie, kennis over diabetes/voeding/fysieke activiteit
Diabetische voet: mate/mogelijkheden zelfzorg, eerdere ulcera/amputaties/operaties, perifeer vaatlijden waarvoor PTA +/- stent of bypass operatie, wonden op voet die pas na >3 weken genazen, brandende pijn/tintelingen/gevoelsverlies in benen of voeten, pijn in been of voet tijdens activiteit of in rust, veranderingen in huidkleur,
Lichamelijk onderzoek:
Algemeen: bloeddruk (evt orthostatische bloeddruk), gewicht/BMI, inspectie voeten, perifere pulsaties, inspectie spuitplekken, acanthosis nigricans
Voetonderzoek: inspectie schoeisel, lokale eeltvorming / (potentiële) ulcera, neuropathie (vibratiezin, monofilamentonderzoek, priksensatie), vaatlijden (pulsaties, temperatuurverschil), nagelzorg, standsafwijkingen (klauwtenen, hamertenen, Charcotvoet, hallus valgux, holvoet)
Laboratoriumonderzoek: nuchter glucose, HbA1c, kreatinine, TSH, eiwit urine, lipidenprofiel
NB: HbA1c is gemiddelde waarde over 2-4 maanden (50% laatse maand, 25% 2e maand, 15% 3e maand, 10% 4e maand). Beïnvloed door o.a. verdunning (zwangerschap), hoge erytrocyten turnover (hemolyse, ferriprieve anemie met suppletie), nierinsufficiëntie, hemoglobinopathie, ras (snellere glycering bij negroide ras)
Bepaal de (bij voorkeur nuchtere) bloedglucosewaarde bij mensen met klachten of aandoeningen die het gevolg kunnen zijn van diabetes mellitus, zoals dorst, polyurie, vermagering, pruritus vulvae op oudere leeftijd, recidiverende urineweginfecties en balanitis, mononeuropathie, neurogene pijnen en sensibiliteitsstoornissen.
Bepaal in het kader van een spreekuurbezoek driejaarlijks de bloedglucosewaarde bij personen > 45 jaar én:
BMI ≥ 27 kg/m2
diabetes mellitus type 2 bij ouders, broers of zussen
hypertensie (systolische bloeddruk > 140 mmHg of behandeling voor hypertensie)
vetstofwisselingsstoornissen (HDL-cholesterol ≤ 0,90 mmol/l, triglyceriden > 2,8 mmol/l)
(verhoogd risico op) hart- en vaatziekten (zie NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement (CVRM))
Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst
Hindoestaanse afkomst (≥ 35 jaar)
Controleer bij vrouwen met zwangerschapsdiabetes gedurende de eerste 5 jaar jaarlijks de nuchtere glucosewaarde, daarna om de 3 jaar.
Bepaal de HbA1c-waarde niet voor de opsporing en diagnostiek van diabetes.
Bron: NHG
Criteria voor diagnose diabetes mellitus
Symptomen van diabetes en random plasmaglucose >11 mmol/L, of;
Nuchter plasmaglucose ≥7 mmol/L (2x gemeten, ≥8 uur nuchter), of;
HbA1c ≥48 mmol/mol (6.5%), of;
2-uurs plasma glucose >11 mmol/L tijdens 75 g orale glucosetolerantietest
Criteria voor pre-diabetes / gestoorde glucosetolerantie
Nuchter plasmaglucose 5.6-6.9 mmol/L (2x gemeten), of;
HbA1c 39-47 mmol/mol (5.7-6.4%), of;
2-uurs plasma glucose 7.8-11 mmol/L tijdens een 75 orale glucosetolerantietest
Criteria voor diabetes in remissie
HbA1c <48 mmol/mol, EN;
Geen diabetesgerelateerde medicatie, EN;
Nuchter glucose <7 mmol/L
NB: indien zeer hoog risico, dan SGLTi en/of GLP1-RA niet staken
HbA1c
Afspiegeling van glucose in laatste 6-8 weken
Niet betrouwbaar bij
Hemolyse (lager HbA1c)
IJzergebrek (hoger HbA1c)
Transfusie (lager HbA1c)
Hemoglobinopathie
Afro-Caribbeaans
Uremie
Grote groepen
Type 1 diabetes: auto-immuun destructie (type 1A), idiopathisch (type 1B)
Type 2 diabetes
Zwangerschapsdiabetes
Endocriene pancreasinsufficiëntie: : pancreatitis, pancreatectomie, maligniteit, cystic fibrosis, hemochromatose,
Endocrinopathieën: acromegalie, hypercortisolisme, glucagonoom, feochromocytoom, hyperthyreoidie, somatostatinoom, aldosteronoom
Medicatie-geïnduceerd: glucocorticoiden, calcineurineremmers, statine/PCSK9
Genetisch: MODY 1-6, MIDD, overig genetische afwijkingen (zie hiernaast)
Differentiatie bij diabetes de novo <40 jaar
Type 1 diabetes indien: acute presentatie, positieve ketonen/diabetische ketoacidose, anti-GAD positief. Diagnose in 50% >18 jaar, piek rond 13e jaar. Type 1A: autoimmuun destructie. Type 1B: geen tekenen autoimmuun destructie.
Type 2 diabetes indien: combinatie van (1) geen acute presentatie, geen ketonen, anti-GAD negatief en (2) obesitas, acanthosis nigricans, hypertensie, dyslipidemie, steatosis hepatis
Genetische evaluatie indien: combinatie van (1) geen acute presentatie, geen ketonen, anti-GAD negatief en (2) normaal BMI en sterk positieve familieanamnese
Doofheid op jonge leeftijd: maternally inherited diabetes and deafness (MIDD)
Asymptomatisch, HbA1c <58 mmol/mol, mild verhoogd nuchter glucose: MODY2
Progressieve diabetes en sensitiviteit voor SU-derivaten: MODY 1/3/x
Aanvullende diagnostiek
Auto-antilichamen: anti-GAD (meest prevalent, aanwezig in ~90% van patiënten bij diagnose), anti-insuline (let op: niet meer betrouwbaar na 1 week behandeling met exogene insuline), anti-IA2, anti-ZnT8
C-peptide:
Uitgescheiden in 1:1 ratio met insuline, nuchter 0.26-0.62 nmol/l, hogere waarden indien niet-nuchter
Geen toegevoegde waarde bij positieve auto-antilichamen.
Wel nuttig bij langer bestaande diabetes voor differentiatie auto-antilichaam negatieve type 1 diabetes en type 2 diabetes (afnemend C-peptide duidt op auto-antilichaam negatieve type 1 diabetes).
Tevens prognostische waarde: instelling moeizamer bij patiënten met nuchter C-peptide <0.08 nmol/L of gestimuleerd C-peptide <0.2 nmol/L (=bij glucose >8mmol/L bij afname)
Denk bij type 1 diabetes aan: coeliakie, pernicieuze anemie, auto-immuun adrenalitis, auto-immuun hypothyreoidie
ADA algoritme
Maturity onset diabetes of the young (MODY) is een klinisch heterogene, autosomaal dominante aandoening die wordt gekenmerkt door diabetes die op relatief jonge leeftijd wordt gediagnosticeerd en gekenmerkt wordt door de afwezigheid van auto-antilichamen.
Waarschijnlijk is bij ongeveer 1 tot 5% van alle diabetes-cases sprake van MODY. Veel patiënten worden ten onrechte geclassificeerd als hebbende diabetes mellitus type 1 of 2.
Denk aan MODY bij:
Diabetes mellitus met een BMI lager dan 25 kg/m2, EN
Meerdere personen in de familie met diabetes, in meerdere generaties, EN
Mij minimaal 1 familielid een diagnose diabetes mellitus op jongere leeftijd (meestal voor het 25e jaar), EN
Geen auto-antistoffen passend bij diabetes mellitus type 1.
Andere kenmerken die kunnen wijzen op MODY:
Iemand reageert zeer goed op sulfonylureumderivaten en heeft redelijk snel een hypoglycemie
Diabetes mellitus waarbij de bloedsuikers licht verhoogd zijn als iemand nuchter is en deze na de maaltijd tamelijk weinig stijgen.
Diabetes mellitus en andere kenmerken zoals nierziekten, levertumoren, afwijkingen van de baarmoeder en/of vagina, of afwezigheid van de zaadleiders.
DNA diagnostiek via LUMC
Vormen van MODY