Websites
Comprehensive geriatric assessment (richtlijnendatabase.nl)
Combinatie van hoge leeftijd, lichamelijke ziekte, geriatrische syndromen, verminderde functionaliteit en sociale problematiek.
Geen baat GCA bij atiënten die zich zelfstandig nog goed kunnen redden of juist terminaal ziek zijn of lijden aan vergevorderde dementie.
Somatische as: gewichtsverlies, polyfarmacie
Psychische as:
Onderzoek: uiterlijk, contact en houding, klachtenpresentatie, cognitieve functies met bewustzijn, aandacht, concentratie, geheugenfunctie, oriëntatie in tijd/plaats en persoon, intellectuele functies, waarneming, denken (vorm en inhoud), affectieve functies, conatieve functies en inschatting van betrouwbaarheid van het onderzoek
Detecteer: dementie, delier, depressie
Functionele as:
Gehoor, visus, taal/spraak
ADL: eten, wassen, aankleden, transfers, mobiliteit, toiletgang
IADL: zelfstandig buitenshuis verplaatsen, inkopen doen, huishoudelijke activiteiten en bereiden van maaltijden, contact leggen met anderen (telefoneren) en beheer van de eigen financiën
Mobiliteit en vallen
Continentie
Sociale as: woonsituatie, sociale activiteiten, mantelzorg, thuiszorg, hulpvoorzieningen
Geheugen
Korte termijn: het kunnen vasthouden, verwerken en opslaan van nieuwe informatie. Voorbeelden: reproduceren van gespreksinformatie, afspraken herinneren en nakomen, een nieuwsfeit reproduceren.
Lange termijn: het kunnen reproduceren van oudere informatie. Voorbeelden: biografische feiten, nieuwsfeiten uit het collectieve geheugen.
Executieve functies
Het plannen en organiseren van activiteiten. Voorbeelden: boodschappen doen (en met de juiste ingrediënten thuis komen), koken (op hetzelfde niveau als vroeger), een ov-reis maken, digitaal kunnen navigeren (met computer, tablet, smartphone, tom-tom), de financiële administratie (zonder grote fouten)
Praxis
Min of meer geautomatiseerde, complexere handelingen kunnen uitvoeren. Voorbeelden: Koffiezetten, veters strikken, bestek hanteren
Taal
Uitgebreid domein, maar bevat onder andere het kunnen begrijpen, verwerken en uiten van taal.
Visuospatiële (ruimtelijke) functies
Het vermogen je te oriënteren op bekend en onbekend terrein. Voorbeelden: verdwalen op nieuwe autoroutes, of op bekende routes.
Gedrag
o Met name gedragsveranderingen. Kenmerkende voorbeelden: traagheid, initiatiefloosheid (als uitingen van vasculaire hersenschade), versterkte agitatie, prikkelbaarheid of achterdocht (als uiting van de ziekte van Alzheimer).
Probleemverheldering door de heteroanamnestische informant met aandacht voor therapietrouw
Een inventarisatie naar de cognitieve functies, het gedrag en psychiatrische symptomatologie
Een heteroanamnestische indruk van het functioneren
Een overzicht van de sociale situatie en de zorgconsumptie
Laboratoriumonderzoek: bezinking, volledig bloedbeeld, nierfunctie, glucose, schildklierfunctie, elektrolyten (Na, K, Ca), leverenzymen (alkalische fosfatase, gGT, ALAT, ASAT, LDH), vit. B12 en foliumzuur, totaal eiwit en albumine. Overweeg vitamine D.
ECG
Op indicatie: vitamine B1, vitamine B6