Systemische sclerose is een zeldzaam, complex ziektebeeld gekenmerkt door (1) uitgebreide fibrose, (2) inflammatoire vaatafwijkingen en (3) auto-antistoffen tegen verschillende cellulaire antigenen (bron en bron)
Pathofysiologie
Vroeg: microvasculaire schade, met name van arteriolen gekenmerkt door (1) wijken van endotheelcellen, (2) (peri)vasculaire infiltraten van mononucleaire immuuncellen (monocyten en lymfocyten) en (3) proliferatie van glad spierweefsel.
Laat: de inflammatoire vasculopathie gaat langzaam over in fibrose waardoor uiteindelijk de architectuur van weefsel verstoord wordt.
Er bestaan twee grote groepen:
Gelimiteerde cutane sclerose: fibrose meestal beperkt tot handen, armen en gelaat. Raynaud gaat vaak enkele jaren vooraf aan fibrose. Pulmonale hypertensie treedt frequent op. Anti-centromeer antilichamen bij 50-90% van patiënten.
Diffuse cutane sclerose: snel progressieve aandoening waarbij een groot deel van de huid en vaak meerdere organen betrokken zijn.
Daarnaast kan sprake zijn van overlap met SLE, RA, polymyositis of Sjögren.
VEDOSS (very early diagnosis of systemic sclerosis) kan gesteld worden o.b.v. Raynaud, puffy vingers en antinucleaire antilichamen (bron). (Dus vóór het optreden van huidverdikking of orgaanbetrokkenheid).
De belangrijkste doodsoorzaken zijn (1) ILD en pulmonale hypertensie, (2) cardiale betrokkenheid en (3) renale crisis (bron)
Anamnese:
Algemeen: vermoeidheid, gewichtsverlies, koorts
Vasculair: fenomeen van Raynaud
Huid: puffy vingers (diffuus gezwollen vingers), digitale ulcera, pitting scars, sclerodermie/sclerodactylie, teleangiectasieën, calcinosis
Musculoskeletaal: gewrichtsklachten, artritis, spierklachten
Gastrointestinaal: pyroris, ructus, passagestoornissen oesofagus, vol gevoel bovenbuik, diarree, obstipatie, incontinentie, flatulentie
Cardiopulmonaal: palpitaties, dyspnoe, orthopneu, klachten pleuritis of pericarditis, pitting oedeem, collaps, thoracale pijn
Overig: sicca, seksuele dysfunctie
Lichamelijk onderzoek: bloeddruk, hartfrequentie, modified Rodnan Skin Score (mRSS), mondopening/microstomie, nagelriem afwijkingen (verdikte nagelriemen met zichtbare 20 bloedingen en/of uitgezette bloedvaten), puffy vingers/sclerodactylie, digitale ulcera, pitting scars (“deukjes” met verharde huid aan de vingertoppen), necrose, calcinosis, teleangiectasieën, artritis, myositis tendon friction rubs, vuistslot, contracturen, proximale en distale krachtvermindering
Aanvullend onderzoek:
Lab: bloedbeeld, ALAT, ASAT, alkalisch fosfatase, kreatinine, CK, urinezuur, nt-proBNP
Immunologie: ANA, anti-topoisomerase (anti-Scl-70), anti-centromeer, anti-RNP
Urine: sediment, portie op eiwit/albumine
Overig: longfunctie met spirometrie en CO-diffusie, ECG, echocardiografie
Op indicatie: nagelriemcapillairmicroscopie, HRCT (indien voldaan wordt aan criteria VEDOSS óf indien 2x FVC <70% en DLCO <80%, of daling DLCO >15% in 6-12 maanden tov baseline, of daling FVC >10% in 6-12 maanden tov baseline, of bij verdenking pulmonale hypertensie)
Modified Rodnan Skin Score
Evaluatie van elasticiteit en verdikking van de huid op 17 punten
0. Normaal
Mild: wel verdikt, maar nog op te pakken
Matig-ernstig: sterkt verdikt, niet meer goed op te pakken
Ernstig: huid niet meer plooibaar
Sclerodermieblot
Klinische associaties
Algemeen
Anamnese:
Algemeen: vermoeidheid, gewichtsverlies, spierklachten, gewrichtsklachten, sicca, seksuele dysfunctie
Cardiopulmonaal: dyspnoe, pijn op de borst, palpitaties, syncope, duizeligheid
Gastrointestinaal: zuurbranden, passagestoornissen, ontlastingspatroon
Lichamelijk onderzoek: bloeddruk, hartfrequentie, gewicht, uscultatie hart en longen, artritis, huidonderzoek
Lab: hemoglobine, ASAT, ALAT, AF, kreatinine, CK, nt-proBNP, urinesediment inclusief eiwit
Huidbetrokkenheid
Anamnese: huidveranderingen, digitale ulcera, pitting scars
mRSS elke 3-6 maanden bij nieuwe patiënten (ziekteduur < 4 jaar)
mRSS elke 3 maanden bij hoog risico patiënten (zie rechts)
mRSS tenminste 1 maal per jaar bij een ziekteduur > 4 jaar
mRSS elke 3 maanden als er significante stijging van de mRSS is gemeten bij het laatste bezoek
Cardiale betrokkenheid
Jaarlijks: ECG, CK, nt-proBNP
Indien hoog risico (zie rechts voor criteria): TTE jaarlijks, eventueel troponine, eventueel Holter
Screening ILD
Indien afwezigheid ILD
Jaarlijks spirometrie met diffusie
HRCT indien
Afname FVC >10% van voorspeld
Afname FVC 5-9% van voorspeld in combinatie met afname DLCO >15% van voorspeld of progressieve klachten
Indien aanwezigheid ILD
Beleid via longarts
Spirometrie met diffusie iedere 3-6 maanden gedurende eerste 3-5 jaar, en vervolgens, bij stabiele longfunctie, elke 6-12 maanden
HRCT indien afname FVC% predicted> 10%, FVC % predicted 5-10% in combinatie met DLCO % predicted >15%, of progressieve klachten die op aanwezigheid of toename van ILD kunnen duiden
Screening pulmonale hypertensie
Jaarlijks DETECT algoritme volgen indien (nog) geen PH bekend (zie calculator)
Stap 1 (bepalen of TTE is geindiceerd): longfunctie (FVC% voorspeld / DLCO % voorspeld), teleangiëctasieën nu of ooit, positieve ACA antistoffen, serum NT-pro-BNP, serum urinezuur en rechter as deviatie op ECG
Stap 2 (bepalen of rechterhartkatheterisatie is geindiceerd): rechteratrium oppervlak en TI gradiënt
Screening nierbetrokkenheid
Jaarlijks kreatinine, urinesediment en eiwit/kreatinine ratio
Iedere 3 maanden deze onderzoeken indien hoog risico renale crise
Hoog-risico patiënt indien 1 of meer van de volgende factoren
Diffuse cutane systemisch sclerose (DcSSc) in eerste 4 jaar na diagnose
modified Rodnan Skin Score (mRSS) >15
Anti-topoisomerase-1 positief (anti-Scl-70) of anti-RNA polymerase III positiviteit (anti-RNAP3)
Snelle huidprogressie (>10 punten ten opzichte van baseline binnen 1 jaar)
Aanwezigheid van tendon friction rubs
>10% gewichtsdaling in 1 jaar
Tabel uit oud zorgpad
Overweeg om behandeling met immunosuppressiva te starten bij SSchuidbetrokkenheid in de volgende gevallen:
Diffuse huidbetrokkenheid
Hoog-risico patiënten bij diagnose
Bij klinisch relevante progressie van SSc-huidbetrokkenheid bij reeds bekende diagnose (bv stijging mRSS >10 binnen 1 jaar)
Vroege diffuse cutane SSc (<3 jaar na diagnose) of progressieve limited cutane SSc: overweeg methotrexaat
Overweeg behandeling met methotrexaat, mycofenolaatmofetil (MMF) en/of rituximab bij actieve/progressieve SSc-huidbetrokkenheid, zowel bij gelimiteerd cutane betrokkenheid (LcSSc) als diffuus cutane betrokkenheid (DcSSc).
Overweeg behandeling met cyclofosfamide of een stamceltransplantatie bij hoog risico patiënten en snel progressieve ziekte. Bespreek of verwijs patiënten hiervoor naar een SSc-expertisecentrum met mogelijkheden tot stamceltransplantaties.
Overweeg eventueel behandeling met tocilizumab bij de behandeling van vroege inflammatoire dcSSc.
Houd rekening met andere orgaanmanifestaties in therapiekeuze (bv. ILD)
Start methotrexaat als de eerste keus behandeling bij SSc met artritis.
Overweeg alleen tijdelijk of ter overbrugging een lage dosis corticosteroïden, zoals prednisolon (<15mg).
Overweeg behandeling met andere conventionele DMARD’s bij falen van een behandeling met methotrexaat.
Overweeg eventueel een behandeling met rituximab, tocilizumab of abatacept bij patiënten met een overlapbeeld met reumatoïde artritis in geval van onvoldoende effect van methotrexaat.
Houd bij keuze voor behandeling rekening met andere orgaanbetrokkenheid.
Warm kleden, (zilver)handschoenen, stress vermijden, stop roken en caffeine, vermijd sympathicomimetica
Nifedipine mga/ret 20 mg 1dd (Oros), ophogen tot 60-180 mg dd (hoge doseringen 2dd) onder controle tensie. Tweede keus: nicardipine (o.g.v. RR)
Bij onvoldoende reactie: overweeg losartan of ketanserin
Bij ernstige therapieresistente vormen en bedreigde vingers overweeg: iloprost 5 dagen (zn herhalen)
Bij ernstige therapieresistente gevallen: overweeg fosfodiesterase remmers (bv. sildanefil) of bosentan (alleen voor secundaire preventie van ulcera, niet alleen voor Raynaud; niet voor deze indicatie geregistreerd, duur: overweeg eventueel na toestemming zorgverzekeraar)
Bij therapieresistente gevallen kan fluoxetine overwogen worden
Algemene maatregelen: behandeling is er op gericht de pijn en beperkingen tgv de calcinose te verlichten. Behandelingen kunnen als monotherapie gebruikt worden, of in combinatie
Medicamenteuze behandeling (behandelduur meestal maanden tot jaren)
Diltiazem 120-300 mg 1dd
Colchicine (0.5-1.5 mg/dag); mag gecombineerd worden met diltiazem
Wondzorg: behandel secundaire infecties lokaal en zo nodig met systemische antibiotica o.g.v. de kweek
Bij ernstig gecompliceerde, grote discrete en symptomatische laesies, kan chirurgie met enige terughoudendheid worden overwogen
Intraveneus iloprost (ook voor preventie van ulcera die ontstaan ondanks optimale behandeling Raynaud)
Voor de behandeling kunnen ook fosfodiësteraseremmers (nog niet voor geregistreerd) en een plaatjesaggregatieremmer/anticoagulantia worden overwogen
Bij infectie van het ulcus: langdurige behandeling antibioticum met goede weefselpenetratie en eventueel verwijzing wondspecialist
Bosentan is geïndiceerd voor de preventie van multipele digitale ulcera
Start de behandeling bij een patiënt met SSc-ILD initieel met mycofenolaat mofetil (MMF), cyclofosfamide of rituximab. Overweeg IL-6 remmers bij patiënten met inflammatie en anti-topoisomerase positiviteit.
Behandel, na overleg met een longarts met ILD-expertise of een reumatoloog/internistklinisch immunoloog (met ILD expertise) uit een systemische sclerose expertisecentrum, patiënten met progressief fibroserende SSc-ILD met fibroseremmers zoals nintedanib alleen of in combinatie met MMF.
Bepaal myositis-specifieke en myositis-geassocieerde antistoffen
Maak een keuze voor immunosuppressieve therapie op basis van aanwezigheid van overige SSc orgaanbetrokkenheid
Corticosteroïden: overweeg te starten met prednison in een dosis van 1 dd 15 mg. Overweeg overleg bij hogere doseringen met een SSc-expertisecentrum.
Overweeg altijd een corticosteroïd sparende behandeling met DMARD’s ter preventie van (lange termijn) bijwerkingen, zeker bij bepaalde co-morbiditeit zoals diabetes mellitus.
Overweeg bij ernstige of refractaire myositis een behandeling met intraveneuze immuunglobulinen of biologicals en overleg daarvoor met een expertisecentrum.
Overweeg bij een patient met systemische sclerose en myositis om te starten met fysiotherapie.
Klachten mondholte
Overweeg speeksel vervangende producten
Overweeg verwijzing naar de mondhygiënist(e), (bijzondere) tandheelkunde of logopedie.
Oropharyngeale dysfagie (zie stroomschema)
Overweeg proefbehandeling PPI bij verdenking GERD
Overweeg verwijzing naar MDL-arts, neurologie of KNO bij alarmsymptomen of aanhoudende klachten ondanks leefregels en PPI.
Oesofagus motiliteitsklachten en refluxziekte (zie stroomschema)
Start een protonpomp-remmer, bij onvoldoende respons optimaliseren van de dosering of soort
Voeg sucralfaat of een H2 antagonist toe en overweeg gastroscopie.
Verwijs bij aanhoudende klachten voor een gastroscopie of consult MDL.
Een proefbehandeling met een prokineticum kan in geval van ernstige klachten worden overwogen (bv. octreotide)
Opgeblazen gevoel/versnelde verzadiging (zie stroomschema)
Overweeg begeleiding door diëtetiek.
Verwijs bij aanhoudende klachten naar MDL-arts.
Overweeg proefbehandeling prokineticum bij een sterke verdenking op vertraagde maagontlediging
Buikpijn/diarree (zie stroomschema)
Overweeg begeleiding door diëtetiek.
Overweeg een proefbehandeling voor SIBO
Overweeg een volume vergrotend laxeermiddel zoals psylliumzaad (met meer of minder water) bij milde klachten en afwisselend diarree/obstipatie.
Verwijs naar MDL-arts bij aanhoudende klachten.
Obstipatie (zie stroomschema)
Behandel met een osmotisch of volume vergrotend laxeermiddel, overweeg magnesiumhydroxide in geval van gelijktijdige refluxziekte
Verwijs naar MDL-arts bij aanhoudende klachten.
Fecale incontinentie
Behandel diarree en/of obstipatie
Overweeg verwijzing naar MDL-arts.
Gewichtsverlies
Verwijs naar diëtetiek. Eventueel PEG-sonde
Verwijs naar een expertisecentrum bij onverklaard aanhoudend gewichtsverlies
Stroomschema Oesofagus motiliteitsklachten en reflux
Stroomschema Opgeblazen gevoel/snelle verzadiging
Stroomschema Buikpijn/diarree
Stroomschema Obstipatie
Stroomschema Orofaryngyeale dysfagie