Ad 1. Mannen ≥22 EH per week, vrouwen ≥15 EH per week. Bij ernstige leverinsufficiëntie gelden lagere hoeveelheden.
Ad 2. Verdenking op een Wernicke encefalopathie bij alcoholist indien (sub)acuut een verandering in cognitie, bewustzijn, looppatroon (ataxie) of oogbewegingen (nystagmus, abducensparese, blikparese). Minder frequent: hypothermie of hyperthermie, hypotensie, tachycardie, chorea en hallucinaties. Behandel bij twijfel als een Wernicke encefalopathie, doorgaan met behandelen indien verbetering in eerste 3 dagen (anders diagnose heroverwegen).
Ad 3. Alcoholist die al langere tijd één of meerdere onderstaande symptomen heeft: verwaarlozing, cognitieve stoornis, loopstoornis, polyneuropathie.
Ad 4. Geef altijd eerst thiamine vóór glucosetoediening vanwege de kans op het luxeren of verergeren van een Wernicke encefalopathie.
Ad 5. Indien er geen indicatie meer is voor opname en indien de patient tijdens deze opname geen (persisterende verdenking op een) Wernicke encephalopathie heeft gehad, kan ervoor gekozen worden de i.v. of i.m. behandeling te staken en over te gaan orale onderhoudsbehandeling door het stroomschema verder te vervolgen.
Ad 6. Een alcoholonthoudingsdelier ontstaat meestal 48-72 uur nadat eerste onthoudingsverschijnselen ontstaan. Indien bij een alcoholist onzekerheid bestaat over alcoholonthouding of een andere oorzaak van het delier, wordt geadviseerd te behandelen volgens het protocol ‘Delier - Neurologie’ maar wel laagdrempelig benzodiazepinen (zie opmerking 6) toe te voegen aan behandeling met haloperidol.
Ad 7. Een alcoholonthoudingsinsult ontstaat 6-48 uur na het staken van alcoholgebruik. De behandeling van een alcoholonthoudingsinsult is niet anders dan van een alcoholonthoudingsdelier. Er is onvoldoende bewijs voor het voorschrijven van andere anti-epileptica dan benzodiazepinen bij een alcoholonthoudingsinsult of het standaard toedienen van magnesium. Denk wel bij aanhoudende insulten aan een hypomagnesiëmie als oorzaak.
Ad 8. Indien het delier zeker veroorzaakt wordt door alcoholonthouding, is de primaire behandeling met benzodiazepinen. De behandeling met benzodiazepinen is gericht op het bereiken van lichte sedatie, waarbij de patiënt wakker is, maar neigt in slaap te vallen indien er geen externe prikkels zijn of slaapt en makkelijk wakker te krijgen is. Beoordeling van het bewustzijn in het geval van een schedel-hersenletsel moet mogelijk zijn. Gebruik bij ouderen (>70 jaar), leverfunctiestoornissen, of nierinsufficiëntie een middel met een kortere halfwaardetijd, zoals lorezepam. Contra-indicaties zijn voor het gebruik van benzodiazepinen zijn onder meer myasthenia gravis, slaap-apneusyndroom en ernstige leverinsufficiëntie. (Zie schema's onderaan deze pagina)
Ad 9. Bij onvoldoende effect van benzodiazepinen of bij extreme onrust, behandeling met haloperidol volgens protocol ‘Delier - Neurologie’: Ernstig delier: 2,5 mg i.m. of i.v. 1-2dd. Bij patiënten >65 jaar 1 mg i.m. of i.v. 1-2dd. Extreme angst of onrust: 5 mg i.m. of i.v., zo nodig ieder uur 1 mg herhalen tot maximaal 20 mg per 24 uur. Verricht altijd een ECG bij dosering boven 2 mg of intraveneuze toediening, afwijkende elektrolyten (kalium, magnesium), gebruik van andere QT-verlengende medicatie, congenitaal QT-syndroom, onderliggende cardiale problematiek of hypothyreoïdie.
Ad 10. Een alcoholonthoudingssyndroom ontstaat vaak binnen 6-36 uur na staken van het gebruik van alcohol.
Ad 11. Het voorschrijven van benzodiazepinen op het moment dat onthoudingsverschijnselen ontstaan is, ten opzichte van preventief benzodiazepinen op een vast schema, waarschijnlijk even effectief, terwijl minder medicatie nodig is. Patiënten die (nog) geen verschijnselen hebben worden niet standaard behandeld met benzodiazepinen, maar moeten gecontroleerd worden op het ontstaan van onthoudingsverschijnselen.
Ad 12. Iedere alcoholist moet tijdens opname contact met het consultatiebureau voor alcohol en drugs worden aangeboden. Zie Kwadraet voor aanmeldingsprocedure in protocol opname alcoholist.
Alcoholonthoudingsdelier volgens DSM-V
A. Gedaald bewustzijn met verminderd vermogen de aandacht te richten of gericht te houden op uitwendige prikkels
B. Cognitieve stoornissen (geheugen, oriëntatie, taal) of perceptuele stoornissen die niet verklaard kunnen worden door dementie
C. Stoornissen zijn in korte tijd ontstaan en neigen tot fluctuaties gedurende de dag
D. Aanwijzingen dat symptomen onder A en B ontstaan zijn na alcoholonthouding
Alcoholonthoudingssyndroom volgens DSM-V
A. Staken van langdurig gebruik van veel alcohol
B. Twee of meer van de volgende symptomen: autonome hyperactiviteit (bijv. transpiratie, tachycardie), tremor, slapeloosheid, misselijkheid en/of braken, hallucinaties en/of wanen, agitatie, angst, insulten
C. Symptomen onder B zijn zodanig ernstig dat zij functioneren nadelig beïnvloeden
D. Er is geen andere goede verklaring voor de symptomen onder B
Behandelschema I (alcoholonthoudingsdelier of –insult)
De benodigde hoeveelheid medicatie varieert sterk tussen patiënten onderling en in de tijd bij een individuele patiënt. Onderstaande schema’s zijn dan ook een richtlijn.
Diazepam
Start met 20 mg oraal (of 10 mg rectaal of 10 mg i.v.), daarna iedere 2 uur tot lichte sedatie bereikt is, daarna iedere 8 uur
Volgende dag 20 mg 3dd gedurende 24 uur
Daarna afbouwen met 10 mg per dag
Indien snelle behandeling gewenst is 10 mg i.v. ieder half uur tot dat lichte sedatie bereikt is (maximaal 100 mg per 24 uur)
Lorazepam (bij leverfunctiestoornis of leeftijd >70 jaar)
Start met 1-2 mg oraal 4dd (of 1-2 mg i.m. of i.v. 4dd)
Dag na opname verminderen met 0,5 mg per dag
Indien snelle behandeling gewenst: 0,5 mg i.m. of i.v. ieder half uur uur tot lichte sedatie bereikt is (maximaal 10 mg per 24 uur)
Behandelschema II (alcoholonthoudingssyndroom)
Diazepam
Start met 20 mg oraal 3dd (of 10 mg i.m. of i.v. 3dd)
Dag na opname verminderen met 5 mg per gift
Lorazepam (bij leverfunctiestoornis of leeftijd >70 jaar)
Start met 1 mg oraal 4dd (of 1 mg i.m. of i.v. 4dd)
Dag na opname verminderen met 1 mg per dag