Effecten corticosteroiden: remming insulineproductie en -secretie, toename insulineresistentie, toename gluconeogenese, versterkend effect op werking o.a. glucagon en adrenaline
Hyperglycemie is met name het gevolg van verminderde glucoseopname in spieren. Dus glucose is met name post-prandiaal verhoogd, met een piek in de namiddag dus bij voorkeur meten na lunch / voor avondeten. Bij langdurig corticosteroidengebruik is ook het nuchter glucose verhoogd.
Insuline niet te lang werkend en geen langwerkende SU-preparaten (dus geen gliclazide mga 30/60 mg) geven vanwege risico op hypoglycemie tussen 04:00-10:00 vanwege onderdrukking eigen cortisol en derhalve onderdrukte gluconeogenese.
Bespreek bij aanpassing van de medicatie in verband met ontregeling van de bloedglucosewaarden dat de medicatie bij staken van de corticosteroïden ook weer moet worden aangepast. Bij het afbouwen van de corticosteroïden kan het bloedglucoseverhogende effect nog enige tijd (twee tot drie weken) aanhouden. Bij geleidelijk afbouwen van corticosteroïden moet de extra insuline worden afgebouwd op grond van dagcurves. Bouw de gliclazide af, op geleide van de bloedglucosewaarden voor de avondmaaltijd. Na een korte stootkuur (vijf tot zeven dagen) is het effect van de corticosteroïden op de glucoseregeling vaak al na 24-48 uur verdwenen.
Bepaal enkele dagen na start van behandeling het glucose vóór de avondmaaltijd. Herhaal volgende dag indien >11 mmol/L of klachten.
Indien glucose >11 mmol/L bij herhaling: zo mogelijk glucocorticoiden in twee giften.
Bij onvoldoende effect en glucose >11 mmol/L: metformine en kortwerkend SU-derivaat (bv. gliclazide mga 80 mg bij ontbijt)
Bij onvoldoende effect en glucose >11 mmol/L: metformine en 3 dd snelwerkend insuline
Behandeling bij patiënten met diabetes mellitus zonder insuline (bron)
Behandeling bij patiënten met diabetes mellitus met insuline (bron)