De weg van de werkzame stof in het lichaam
Plasmaconcentratie in de tijd na eenmalige orale toediening
Plasmaconcentratie bij herhaalde (orale) toediening
Typen: hydrochloorthiazide, chloortalidon (potenter dan HCT en langere halfwaardetijd, dus 12.5 mg = equivalent van HCT 25 mg), furosemide
Werking thiazidediuretica: op korte termijn remming terugresorptie NaCl in distale tubulus met afname effectief circulerend volume; op lange termijn afname perifere weerstand (bron)
Chloortalidon heeft een langere halfwaardetijd met stabielere bloeddruk over de dag
Indicaties: hypertensie (thiazidediuretica), oedeem/dyspnoe (furosemide/bumetanide)
Bijwerkingen: hypokaliemie (1-10%), orthostatische hypotensie of dehydratie (0.1-1%), hyponatriemie (0.1-10%)
Contra-indicaties: eGFR <30 mL/min, jicht, hypokaliëmie (<3.5 mmol/L)
Controle vóór starten: bloeddruk, natrium, kalium, kreatinine
Controle na starten/dosisverhoging: natrium, kalium en kreatinine na 2 weken maar alleen indien diureticum + ARB/ACE óf kalium <3.8 mmol/L of kalium >4.5 mmol/L of eGFR <60 mL/min voor start.
Periodieke controle: Herhaal iedere 3 maanden op indicatie (eGFR <30 mL/min, instabiel hartfalen, kwetsbare oudere, eerdere elektrolystoornissen of dreigende dehydratie) of anders jaarlijks.
Bijwerkingen
Hypokaliëmie: verhoog de dosering van een eventuele RAS-remmer, en/of voeg een aldosteronantagonist toe en eventueel kalium- en magnesiumsupplementen (hypokaliëmie gaat hand in hand met hypomagnesiëmie maar treedt eerder op).
Hyponatriëmie: stop thiazide-(achtige) diuretica en overleg met internist of cardioloog voor beleid ten aanzien van overige diuretica, zoutinname en eventuele vochtbeperking.
Titreren: op geleide van bloeddruk en/of oedeem/dyspnoe
Nota bene: antihypertensief effect van furosemide alleen bij dosering 2dd of 3dd (dan wel groter risico hypokaliëmie) of Lasix retard 60 mg 1dd
Advies aan patiënt
Als pijnstiller bij voorkeur geen NSAID’s maar paracetamol (ook als zelfzorg)
Bespreek bij patiënt met chronische nierschade of hartfalen het belang van dosisaanpassing bij dreigende dehydratie
Instrueer de patiënt om 2 tot 3 weken na voorschrijven van een ACE-remmer/ARB of diureticum (incl. mineralocorticoïd antagonist) het kalium en kreatinine te controleren (bij thiazide(achtig) diureticum ook het natrium).
Instrueert de patiënt met chronische nierschade, hartfalen of diabetes mellitus die RAS-remmers, diuretica en/of NSAID’s (ondanks contra-indicatie) gebruiken, contact op te nemen met de huisartsenpraktijk in geval van hoge koorts, fors braken of forse diarree.
Indicaties: hypertensie, proteinurie, hartfalen
Bijwerkingen: orthostase effecten (1-10%), niet-productieve hoest (1-10%), diarree of braken (1-10%), nierfunctiestoornis (1-10%), hyperkaliëmie (0.1-1%)
Contra-indicaties: zwangerschap, voorgeschiedenis angio-oedeem, bilaterale nierarteriestenose, hyperkaliëmie (>5.0 mmol/L) of eGFR <30 mL/min; vermijd NSAIDs
Adviezen: geen NSAID, instrueert de patiënt met chronische nierschade, hartfalen of diabetes mellitus die RAS-remmers, diuretica en/of NSAID’s (ondanks contra-indicatie) gebruiken, contact op te nemen met de huisartsenpraktijk in geval van hoge koorts, fors braken of forse diarree.
Controle vóór starten: bloeddruk, kreatinine, ureum, natrium, kalium
Controle na starten/dosisverhoging:
Bepaal nierfunctie (eGFR), natrium en kalium (opnieuw) 2 weken na aanvang van de medicatie bij:
Een afwijkende laboratoriumuitslag (eGFR < 60 mL/min/1,73 m2, kalium < 3,8 mmol/l of kalium > 4,5 mmol/l);
Een combinatie van een RAS-remmer en een diureticum.
Periodieke controle: Herhaal iedere 3 maanden op indicatie (eGFR <30 mL/min, instabiel hartfalen, kwetsbare oudere, eerdere elektrolystoornissen of dreigende dehydratie) of anders jaarlijks.
Titreren: op geleide van bloeddruk en/of proteinurie en/of maximale dosering bij hartfalen; dosis verdubbelen na 2 weken
Nierfunctiedaling
eGFR 30-50 mL/min: daling met 20% van de uitgangswaarde met 30 mL/min as ondergrens is acceptabel. Daling kan oplopen tot 40% afhankelijk van bloeddrukdaling.
eGFR 15-29: halveer de dosis en controleer de eGFR na 2 weken.
eGFR <15 mL/min: stop de RAS-remmer en/of het diureticum en controleer de eGFR na 2 weken.
Consulteer of verwijs naar een internist-nefroloog bij aanhoudende lage waardes van de eGFR (<30 mL/min).
Hyperkaliëmie
Ga na of (andere) kaliumsparende diuretica of aldosteronantagonist (triamtereen, amiloride, spironolacton) worden voorgeschreven en stop die. Een serumkaliumstijging tot 5.5 mmol/l is acceptabel.
Kalium >5.5 mmol/l: halveer de dosis en controleer het serumkalium na 2 weken.
Kalium >6.0 mmol/l: stop de RAS-remmer, MRA of kaliumsparend diureticum en controleer het serumkalium na 2 weken.
Advies aan patiënt
Als pijnstiller bij voorkeur geen NSAID’s maar paracetamol (ook als zelfzorg)
Bespreek bij patiënt met chronische nierschade of hartfalen het belang van dosisaanpassing bij dreigende dehydratie
Instrueer de patiënt om 2 tot 3 weken na voorschrijven van een ACE-remmer/ARB of diureticum (incl. mineralocorticoïd antagonist) het kalium en kreatinine te controleren (bij thiazide(achtig) diureticum ook het natrium).
Instrueert de patiënt met chronische nierschade, hartfalen of diabetes mellitus die RAS-remmers, diuretica en/of NSAID’s (ondanks contra-indicatie) gebruiken, contact op te nemen met de huisartsenpraktijk in geval van hoge koorts, fors braken of forse diarree.
Indicaties: o.a. hartfalen, hypertensie, oedeem/ascites bij levercirrose
Bijwerkingen: hoofdpijn (>10%), vermoeidheid (>10%), libidostoornis/erectiestoornis/gynaecomastie (>10%), pijnlijke borsten/menstruatiestoornis (>10%), slechte spijsvertering/diarree (>10%), hyperkaliëmie bij gestoorde nierfunctie (>10%)
Contra-indicaties: hyperkaliëmie (>5.0 mmol/L), nierinsufficiëntie
Controle vóór starten: bloeddruk, natrium, kalium, kreatinine
Controle na starten/dosisverhoging: natrium, kalium, kreatinine na 1, 4, 8 en 12 weken
Periodieke controle: Herhaal iedere 3 maanden op indicatie (eGFR <30 mL/min, instabiel hartfalen, kwetsbare oudere, eerdere elektrolystoornissen of dreigende dehydratie) of anders jaarlijks.
Titreren: op geleide van bloeddruk en/of oedeem; dosis verhogen na 4-8 weken
Nierfunctiedaling:
eGFR 15-44 mL/min: halveer de dosis en controleer de eGFR na 2 weken.
eGFR <15 mL/min: stop de aldosteronantagonist en controleer de eGFR na 2 weken.
Consulteer of verwijs naar een internist-nefroloog bij aanhoudende lage waardes van de eGFR (<30 mL/min)
Hyperkaliemie
Kalium >5,5 mmol/l: halveer de dosis en controleer het serumkalium na 2 weken.
Kalium >6,0 mmol/l: stop de RAS-remmer, MRA of kaliumsparend diureticum en controleer het serumkalium na 2 weken.
Typen
Niet-selectief (zowel blokkade β1- en β2-receptoren): propranolol, labetalol, carvedilol en sotalol
Selectief (met name blokkade β1-receptoren): metoprolol (voorkeur), bisoprolol, nebivolol, atenolol. Bij hogere dosis verdwijnt de cardioselectiviteit geleidelijk!
Indicaties: hartfalen, coronairlijden, hypertensie
Bijwerkingen: bradycardie (>10%), (orthostatische) hypotensie (1-10%), hoofdpijn (1-10%), moeheid (1-10%), gastro-intestinale klachten (1-10%)
Controle vóór starten: hartfrequentie, bloeddruk
Controle ná starten/dosisverhoging: hartfrequentie, bloeddruk
Contra-indicaties: 2e of 3e graads AV-block (zonder pacemaker), ischemisch perifeer vaatlijden, astma (relatief), bradycardie
Titreren: op geleide van hartfrequentie en bloeddruk; dosis verdubbelen na 2 weken
Afbouwen (ter preventie ischemie, ventriculaire tachycardieën of reflextachycardie)
Indien korte halfwaardetijd (medicatie die 2dd wordt gedoseerd, zoals propranolol of carvedilol): 1dd (ipv 2dd) gedurende 1 week, dan om de dag gedurende 1 week, dan stop
Indien lange halfwaardetijd (medicatie die 1dd wordt gedoseerd): halve dosis gedurende 1 week, dan halve dosis om de dag gedurende 1 week, dan stop
Werking: glucosurie, daardoor ook diuretisch effect; werking afhankelijk van nierfunctie (waarschijnlijk niet effectief bij ernstige nierinsufficiëntie)
Controle vóór starten: HbA1c, natrium, kalium, kreatinine
Controle ná strarten: kreatinine jaarlijks, of per kwartaal indien verminderde nierfunctie
Bijwerkingen: urogenitale infecties (>10%), hypoglycemie indien tevens SU-preparaat of insuline (>10%), dehydratie/orthostase, diabetische ketoacidose (0.1%)
Advies: indien gelijktijd ACE/ARB en/of diuretica, dan SGLT-2 remmer tijdelijk staken bij koorts/diarree/dehydratie
Contra-indicatie: eGFR <25 mL/min; type 1 diabetes; terughoudend bij hoog risico ketoacidose (alcoholisme, ondervoeding, ketogeen dieet, intermitterend vasten); cave verhoogd risico amputatie (dus voorzichtigheid bij perifeer vaatlijden)
Voorlichting: bespreek optreden en herkennen van genitale bijwerkingen (mycotisch, zeldzaam Fournier gangreen); bespreek risicofactoren en symptomen ketoacidose; bespreek staken en contact opnemen met arts bij situatie van verminderde voedselintake, dehydratie, koortsende ziekte, misselijkheid/braken, extreme dorst en bij chirurgische ingreep
Werking: m.n remming gluconeogenese en glycogenolyse; ook: vermindering insulineresistentie, stimulering GLP-1 secretie
Effectiviteit: HbA1c 1-2% ↓, UKPDS trial: verlaging overlijden en macrovasculaire complicaties
Bijwerkingen: geen gewichtstoename of hypoglycemie, misselijkheid en diarree (gaat vaak over, minder klachten bij langzame uptitratie), lactaatacidose (zeldzaam), vitamine B12 deficiëntie
Dosering: start met lage dosis, ophogen per 1 week, maximaal 1500-2000 mg/dag; overweeg slow-release formulering bij gastrointestinale klachten
Contra-indicaties: eGFR <30 mL/min, ALAT >3x ULN, hypoxemie, alcoholisme
Nierinsufficiëntie: dosis verlagen bij eGFR <30 mL/min, stoppen bij <15 mL/min
Instructie: stoppen bij ziekte
Werking: stimulering insulinesecretie
Dosering: gliclazide altijd 30 mg variant voorschrijven
Bijwerkingen: hypoglycemie, gewichtstoename
Contra-indicaties: eGFR <30 mL/min, ernstig leverlijden
Werking: glucoseafhankelijke stimulering insulinesecretie, onderdrukken glucagonafgifte, vertraging maaglediging, afname hongergevoel, afname gewicht
Bijwerkingen: misselijkheid (langzaam optitreren), diarree, hypoglycemie alleen in combinatie met SU-derivaten en/of insuline (insulinedosering stapsgewijs aanpassen)
Contra-indicaties: pancreatitis, eGFR <15 mL/min
Adviezen m.b.t. misselijkheid: eet kleine maaltijden, stop met eten als je een vol gevoel hebt, vermijd pittig of zeer vet eten, ga liggen na maaltijd
Adviezen m.b.t. overige glucoseverlagende medicatie: zie tabel
Verhoogd risico retinopathie: controleer diabetische retinopathie nauwgezet
Werking: DPP-4 breekt GLP-1 af
Weinig bijwerkingen, gewichtsneutraal
Te overwegen indien orale formulering gewenst (i.t.t. GLP-1 agonist) of weinig bijwerkingen gewenst
Werking: PPAR-y agonisten, effect pas na 12-16 weken
Bijwerkingen: gewichtstoename, vochtretentie (cave: hartfalen), anemie, osteoporose
Contra-indicaties: blaaskanker in voorgeschiedenis of onverklaarde hematurie, hartfalen (NYHA I-IV), ALAT >3x ULN
Indicatie: eigenlijk alleen gebruikt bij NASH/NAFLD, soms als aanvullende glucoseverlagende therapie bij type 2 diabetes
Indicatie: hyperlipidemie
Controle vóór starten: lipidenprofiel, ALAT, CK
Controle na starten: ALAT en LDL na ca. 6-8 weken
Titreren: op geleide van LD
Indicaties:
ernstige gastro-oesofageale refluxziekte, Barrett-oesofagus of peptische strictuur waarvoor dilatatie nodig is
indien NSAID plus:
≥70 jaar
≥60 jaar en gelijktijdig orale anticoagulantia, orale glucocorticosteroïden, SSRI, acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium
peptisch ulcus/Helicobacter pylori in anamnese of ernstige invaliderende reumatoïde artritis, hartfalen of diabetes mellitus
indien carbasalaatcalcium/acetylsalicylzuur plus:
≥80 jaar
≥70 jaar en gelijktijdig orale anticoagulantia, een P2Y12-remmer (clopidogrel, prasugrel of ticagrelor), systemisch werkend glucocorticosteroïden, spironolacton, SSRI, venlafaxine, duloxetine of trazodon gebruiken;
≥60 jaar en peptisch ulcus in anamnes
Indicatie: hypothyreoidie
Startdosering: 1.6 mcg/kg bij gezonde patiënten; 25-50 mcg bij ouderen of patiënten met coronairlijden; innemen idealiter 1 uur voor ontbijt
Controle vóór starten: TSH/fT4
Controle na starten: TSH/fT4 na 6 weken of na 3 weken bij persisterende symptomen
Titreren: op geleide van TSH/fT4; dosisaanpassing met 12-25 mcg per keer; dosis aanpassen o.a. bij zwangerschap (25% erbij) en gewichtstoename >10%
Starten na thiamizol: bij zeer hoog fT4 (>30), eerst controle na enkele weken vóór (her)starten levothyroxine; overweeg pragmatisch starten uit te stellen bij lagere fT4 waarde