Typen
Glomerulaire proteïnurie (verhoogde filtratie; vaak nefrotische-range):
Diabetische nefropathie
Primaire glomerulaire ziekte
Secundaire glomerulaire ziekte
Hypertensieve nefrosclerose
Tubulaire proteïnurie (verminderde reabsorptie van gefiltreerde (kleine) eiwitten in proximale tubulus; <3 g/dag):
Medicatie-geïnduceerde tubulo-interstitiële nefritis
Auto-immuun of allergische interstitiële inflammatie
Zware metalen
Overflow proteïnurie (hoeveelheid varieert):
Multipel myeloom/amyloidose
Hemolyse (hemoglobinurie)
Rhabdomyolyse (myoglobinurie)
Zeldzaam: orthostatische proteïnurie en post-renale proteïnurie (bij infectie, nefrolithiasis of urogenitale tumor)
Transient proteïnurie: koorts, zware inspanning
Hoeveelheid
Normaal is eiwit <150 mg/dag.
Albumine in portie vs 24-uurs urine
Urineportie albumine <3 mg/mmol = <30 mg/24h
Urineportie albumine 3-30 mg/mmol = 30-300 mg/24h
Urineportie albumine >30 mg/mmol = >300 mg/24h
Dipstick wordt positief bij albumine 100-200 mg/L oftewel ca. 300 mg/24h. Dipstick is vrij insensitief voor andere eiwitten.
Definitie: proteinurie >3.5 g/dag en albumine <30 g/L en oedeem
Primaire renale oorzaken:
Membraneuze glomeruloathie (idiopathisch of secundair aan maligniteit, infecties, geneesmiddelen en SLE)
Minimal change nefropathie (idiopathisch of secundair aan B-cel lymfoom)
Primaire focale segmentale glomerulosclerose (idiopathisch, erfelijk)
IgA nefropathie (idiopathisch of secundair aan sarcoidose, coeliakie, levercirrose)
Secundaire oorzaken: amyloidose, diabetes mellitus, SLE, HIV
Complicaties: oedeem, proteïnurie, hypertensie, hypercholesterolemie, trombose, infecties, nierfalen
Anamnese: nierziekten in voorgeschiedenis, nierziekten in familie, aanwijzingen maligniteit of auto-immuunziekte, infecties, macroscopische hematurie, medicatie
Lichamelijk onderzoek: bloeddruk, lengte, gewicht, huid, gewrichten, aanwijzingen maligniteit/auto-immuunziekte
Diagnostiek:
Lab: hemoglobine, leukocyten, trombocyten, kreatinine, ureum, natrium, kalium, fosfaat, calcium, albumine, leverenzymen, glucose, lipidenspectrum
Let op: albumine concentratie verschilt tussen assays
Op indicatie: HbA1c, ANA (en evt. as-DNA), ANCA, anti-PLA2R, PSA, ijzerspectrum, M-proteine, TSH, hepatitis B/C, HIV
Urine: urinesediment, 24-uurs urine (eiwit, kreatinine, natrium), eventueel selectiviteitsindex (klaring IgG, albumine, transferrine)
Overig: nierbiopt (meestal pas bij persisterende proteïnurie >2-3 g/dag)
Symptomatische behandeling:
Oedeem: natriumbeperking <50-100 mmol/dag (=3-6 gram), lisdiureticum +/- thiazide en/of spironolacton/amiloride
Vermindering proteïurie: ACE-remmer, AT2-receptor antagonist, overige antihypertensiva; streven naar 125/75 mmHg indien proteïnurie nog ≥1 g/24h
Lipidenverlagende therapie: statine (bij persisterend nefrotisch syndroom)
Normalisatie eiwitintake: 0.8 g/kg/dag
Antistolling: overwegen indien albumine <20-25 g/L of membraneuze glomerulopathie
Specifieke behandeling: afhankelijk van oorzaak, vaak immunosuppressiva
Nefrotisch syndroom geeft risico op arteriële en veneuze tromboembolie, waarschijnlijk door verlies van anticoagulante eiwitten via urine
Risicofactoren: membraneuze nefropathie, laag albumine (met name <25 g/L), veel proteïnurie
DOAC weinig onderzocht en niet aanbevolen vanwege onzekerheid m.b.t. eiwitbinding, nierfunctie, drug-drug interacties etc
Geen DOAC indien eGFR <15 mL/min
Indien DOAC, dan voorkeur apixaban vanwege minste renale excretie
Apixaban is voor 87-93% gebonden aan eiwit, waarvaan ongeveer 66% aan albumine. Dit zou kunnen leiden tot een kortere halfwaardetijd bij veel proteïnurie.
Aan de andere kant is mogelijk de vrije fractie apixaban in plasma hoger door de hypoalbuminemie, wat zou kunnen leiden tot hogere piekconcentraties.
In een fase 1 studie had single-dose apixaban 10 mg vergelijkbare kinetiek bij patiënten met nefrotisch syndroom vs gezonde controles. Bij degenen met meest ernstige nefrotisch syndroom was wel sprake van een hogere Cmax vergeleken met controles, en een lagere AUC.
Indien apixaban voorgeschreven wordt: dan piekmeting doen om supratherapeutische spiegels uit te sluiten