Neerslachtigheid

Teneergeslagenheid. Het moedeloos en verdrietig zijn. 

 Belgische Christadelphians 

 

 

Lijden
Moeilijkheden
Dood 


Hoop
Redding


Pijn 

De Onschuldige 

Hoop op Leven 

Op wie Hopen 

 

Bestaat er een God die zich om ons bekommert? 


Levenslessen
Bedenkingen, Overdenkingen

 

Choices to make in suffering 

Crucifixion for suffering 

Content with the “no” answer 

Disappointed with God 

God’s non answer 

Gods instruction about joy and suffering 

God’s measure not our measure 

Suffering-Through 

God’s promises to us in our suffering 

Learning from suffering 

When there Seems no future in suffering 

Suffering - Through the Apparent Silence of God 

Suffering continues 

 

 

 ***

 


Blog & Forum

Nieuws rond religieuze onderwerpen

Christadelphian Nieuws

Op zoek naar God

De Weg naar God

God vinden

Dagtekst en Bedenking

Dagelijkse Bezinning

Reflectie voor de dag

Gebed van de dag

Gebeden

Gebedsverzoek

*

Christadelphia News

Daily Bible Reading

Prayer for the day

Thoughts

Reflections

Reflection of the day & meditation

Prayer Request

Index

Links

Webstore

Library


***



Neerslachtigheid op de Proef gesteld

Als wij ons neerslachtig voelen, kunnen wij even ons leven proberen te bekijken van de andere zijde van het kanaal. De munt heeft steeds twee keerzijdes. Een leven kan soms wel uitzichtloos lijken, maar ondertussen maken wij wel deel uit van dat leven. Een leven dat ons ongevraagd in de schoot is gelegd.

De levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft, is de oorsprong van het leven op aarde. “En God zeide: Dat de wateren wemelen van levende wezens ... Toen schiep God ... alle krioelende levende wezens” (Genesis 1:20,21). “Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen” (Genesis 2:7).

De levende God is de oorsprong van het menselijk leven. “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen” (Genesis 1:27).

Zelfs de meest geliefde Zoon van de Schepper van al wat leeft, kon niet ontkomen aan moeilijkheden, verdriet en lijden. Hij moest Zijn leven zelfs op een zeer onaangename wijze voelen beëindigen.

Petrus, Jakobus en Johannes hoorden Gods stem toen Jezus van gedaante veranderde. “Zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!” (Mattheüs 17:5). Maar ook dit nam niet weg dat zij eveneens getuigen moesten zijn van de verschrikkelijke dood welke die Beminde Uitverkorene overkwam.

Reeds snel na die verschrikkelijke dood werd er door de overlevenden dankbaar naar die gebeurtenis gekeken, hoe vreemd dit mag lijken.
’Daarom moet gij standvastig in Christus voorwaarts streven, met onverzwakte hoop, en met liefde voor God en alle mensen Indien gij aldus voorwaarts zult streven, en u in Christus’ woord verheugt, ( . . . ) dan zegt de Vader: Gij zult het eeuwige leven hebben.’ Ging het rond. Al kwamen eveneens verschrikkelijk feiten op hen af, bleven zij hoopvol, en waren zelfs niet bang te sterven voor wat zij geloofden. Velen geloofden dat door hun lijden ook het werk van God in hen en door hen openbaar kon gemaakt worden, en dat zij er versterkt door uit de strijd konden geraken. Zij waren gerustgesteld dat het gehele aardse gebeuren maar een tijdelijk iets was en hadden een vooruitzicht tot een beter leven. Met  de hoop in hun hart konden zij dan ook met een gerust geweten zeggen: “Uw wil geschiede. We zijn dankbaar geweest voor elke dag van ons leven en voor het leven van hen die ons dierbaar is.”

Hoop is vertrouwen op Gods beloften, het geloof dat de gewenste zegeningen als we nu handelen, in de toekomst in vervulling zullen gaan. Abraham ‘heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden.’ Tegen de menselijke rede in vertrouwde hij ‘in de volle zekerheid’ dat God zijn belofte zou nakomen en Abraham en Sara op hun oude dag een kind zou schenken. Beloften zijn waar geworden en worden verder nog in vervulling gebracht.

Vrede in dit leven is gebaseerd op geloof en getuigenis. We kunnen allemaal hoop putten uit onze persoonlijke gebeden en troost putten uit de Schriften. God heeft er voor gezorgd dat eenieder van ons Een Boek Vol Hoop ter hand kan hebben. Door een ultieme Offerdaad en door de priesterschapzegens worden we opgemonterd en gesteund. De onuitputtelijke bron van onze hoop is dat we zoons en dochters van God zijn en dat zijn Zoon, de naar de aarde Gezonden Jezus Christus, ons van de dood gered heeft. Hij heeft verzoening bewerkt voor onze zonden, als wij ons bekeren. In de hof van Getsemane uitte Hij de smartelijke kreet: ‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.”

In totale overgave aan God kunnen ook wij hopen dat de Wil van God voor ons ook positief zal aflopen. Dat onze Almachtige Vader ons ook in Zijn handen zal opnemen. Op Hem moeten wij rekenen voor de beste vertroosting. Op Hem moet en al onze verwachtingen gesteld zijn. Hoop spruit ook voort uit rechtstreekse, persoonlijke openbaring, waarop we recht hebben als we het waardig zijn.

De levende God heeft tot de mensen gesproken. De boodschap is in profetische geschriften bewaard, waarin voor ons wijsheid wordt voorgesteld. Eigenmachtige uitlegging van de Schrift wordt niet toegelaten omdat Gods woord een vaste betekenis heeft die de mensen kunnen verstaan. Jermias waarschuwde het volk: “Gij verdraait de woorden van de levende God” (Jeremia 23:36). God zegt hun, “Daarom zie, Ik hef u zeker op en werp u weg” (Jeremia 23:39). Indien wij weigeren naar de levende God te luisteren waarom zou Hij naar ons luisteren?

Petrus spreekt van onkundige en onstandvastige mensen die tot hun eigen verderf de Schriften verdraaien of niet willen begrijpen (2 Petrus 3:16). Wij mogen de woorden van de levende God niet verdraaien. Wij buigen ons hoofd wanneer wij in gebed tot God spreken. Wij dienen nog meer eerbied te hebben wanneer God tot ons spreekt, wanneer de heilige Schrift wordt voorgelezen. Door bewust te zijn van onze drijfveren worden moeilijkheden makkelijk draagbaar. Het geeft ons de mogelijkheid om onmogelijkheden in mogelijkheden te veranderen. Het geeft ons de kracht om in de tegenstroom verder vooruit te zwemmen.

Door het levende woord zullen wij geoordeeld worden. “Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneen scheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen” (Hebreeën 4:12,13).

De levende God heeft Zich in de persoon van Zijn Zoon, Jezus Christus, geopenbaard. “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18). De belijdenis van Petrus is de belijdenis van alle christenen: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!” (Mattheüs 16:16). “Wij hebben geloofd en erkend, dat Gij zijt de Heilige Gods” (Johannes 6:69). Daarin kan hun beloning liggen als zij dat geloof ook werkelijk waar maken en ondersteunen of bewijzen met hun werken, door zich te richten op het Geestelijk Voedsel. Met de erkenning van het Lam van God en de waarde die wij daar aan hechten zullen wij de moed kunnen vinden om alle ons overkomende moeilijkheden te overwinnen. Want Hij is de Beloofde Vertolker van de Beloften.

 

Door Christus kunnen zowel Joden als niet-joden “zonen van de levende God” worden (Romeinen 9:26 // Hosea 1:10). Wij hebben onze hoop op de levende God gevestigd, die een Heiland is voor alle mensen, inzonderheid voor de gelovigen (1 Timoteüs 4:10). Wij vertrouwen niet op onzekere rijkdom, “doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft” (1 Timoteüs 6:17). Het bloed van Christus reinigt ons bewustzijn van dode werken “om de levende God te dienen” (Hebreeën 9:14).

Elke dag opnieuw lijkt het dat wij weerom op de proef gesteld worden. Telkenmale worden wij geconfronteerd met weer andere moeilijkheden. Soms lijkt er wel geen einde aan te komen. Nochtans moeten wij volharden, dag in dag uit. Paulus heeft geschreven: “Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ik ook door Christus Jezus gegrepen ben. Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus” (Filippenzen 3:12 t/m 14).

Alle dagen moeten wij onze tijd nuttig gebruiken. Iedere gelegenheid moeten wij grijpen. “Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad” (Efeziërs 5:15,16). “Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten, hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven” (Kolossenzen 4:5,6).

Voor “u de gelegenheid ten nutte makende” staat letterlijk in het Grieks: “de tijd opkopende”, wat wil zeggen dat wij onze tijd zo goed mogelijk moeten besteden. Hierin moeten wij wijs zijn, niet dwaas. Wij moeten onze tijd besteden aan voorbereidingen om ons geloof op een welsprekende wijze te kunnen verdedigen en verder het Goede Nieuws te verkondigen. Door de verspreiding van de geloofsgedachte kunnen meer mensen tot de vredesgedachte komen en werken aan een betere wereld, met Verlossing voor Gods Volk.

Jezus is de Enige die ons van de vloek van de zonde kan verlossen. De wet van Mozes was op zichzelf wel goed, maar heeft geen redding gebracht doordat niemand de wet heeft onderhouden.

“Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in [Jezus] Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed” (Romeinen 3:21-25).

Onze zonden scheiden ons van God. De dood hebben wij verdiend. God is echter genadig en heeft ons verlossing geschonken.

Volgens het Oude Verbond was een gehangene door God vervloekt: “Wanneer iemand een zonde begaat, waarop de doodstraf staat, en hij wordt ter dood gebracht en gij hangt hem aan een paal, dan zal zijn lijk gedurende de nacht niet aan de paal blijven, maar gij zult hem dezelfde dag nog begraven, want een gehangene is door God vervloekt” (Deuteronomium 21:22,23).

Wegens onze zonden liggen wij onder de vloek. Maar Iemand heeft onze vloek op Zich genomen: “Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers de rechtvaardige zal uit geloof leven. Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof” (Galaten 3:10-14).

Stellen wij ons vertrouwen op Hem die onze zonden in zijn lichaam op het hout heeft gebracht (1 Petrus 2:24), dan ontvangen wij de zegen.

Het Bloed van Christus was het enige dat ons kon reinigen en stelt christenen in staat “de tempel van de levende God” te zijn (2 Korintiërs 6:16).

Wij zijn “in het huis Gods, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid” (1 Timoteüs 3:15).

Wij hebben “het zegel van de levende God” (Openbaring 7:2). Hij heeft “zijn zegel op ons gedrukt en de Geest tot onderpand in onze harten gegeven (2 Korintiërs 1:22). Wij zijn “verzegeld met de Heilige Geest der belofte” (Efeziërs 1:13). “En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing” (Efeziërs 4:30).

“Gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen” (Hebreeën 12:22,23).

Wij dienen de levende en waarachtige God, de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is gemaakt heeft. Hij heeft ons naar Zijn eigen beeld geschapen en wij, zoals de Psalmist, verlangen naar onze Vader. “Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God” (Psalm 42:3). “Mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God” (Psalm 84:3).

Heden kan de redding ook aan uw huis geschonken worden, indien u de Heer met blijdschap ontvangt. Laat u niet overweldigen door de zonden van het verleden. Jezus kan u bevrijden. Stel het niet uit tot morgen. Maak zelf de keuze. Nu is het de gunstige tijd. Nu is het de dag van heil.

Niemand sterft gisteren en niemand sterft morgen. Wanneer wij sterven, sterven wij vandaag. Jezus stierf voor de zonden van beide mannen die met Hem werden gekruisigd, net als Hij voor onze zonden is gestorven. Aan één van die mannen kon Jezus zeggen: “Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn” (Lucas 23:43).

Wij moeten met Christus sterven, en voor Christus leven, iedere dag, om ook die woorden te mogen horen op onze laatste vandaag. De angst voor pijn en dood moeten wij opzij zetten door neit meer te vrezen en door te beseffen van ons geboden is

Indien wij in Christus geloven als de Zoon van God, die voor onze zonden is gestorven, die begraven werd, en die de derde dag is verrezen, en indien wij ons afwenden van onze zonden, kunnen wij met Christus sterven door met Hem begraven te zijn in de doop. “Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn” (Romeinen 6:3 t/m 6).

 Wordt u een Wederhoper of zou u graag een Navolger van Christus worden? Welk doel wil u voor ogen stellen en op welke dag van de toekomst wenst u nog te wachten? 

 Nu is het de gunstige tijd. Nu is het de dag van heil. U kan vandaag nog tot Christus gedoopt worden. U kan wedergeboren worden uit water en Geest (Johannes 3:3 t/m 6). U kan vandaag beginnen, God iedere dag te dienen.

 

 -      In dit artikel is ook gebruik gemaakt van teksten van  Roy Davison uit het The Old Paths Archive (http://www.oldpaths.com)