eigenhedenaanjezustoegeschreven

Belgische Christadelphians

Eigenheden aan Jezus toegeschreven

Eigenheden of titels aan Jezus toegeschreven.

Aangeklaagde

“Dit zeiden ze, om Hem een strik te spannen, en tegen Hem een aanklacht te hebben. Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op de grond.” (Joh 8:6 CANIS)

Aangestelde

“naar de Geest der heiliging de aangestelde Zoon van God in kracht vanuit de opstanding van doden: Jezus Christus, onze Heer,” (Ro 1:4 NB)

“45 Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun te rechter tijd hun voedsel te geven? 46 Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! 47 Voorwaar, ik zeg U: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.” (Mt 24:45-47 NWV)

“ Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden.” (Hnd 10:42 WV78)

Aangewezene

“Hij heeft ons opgedragen als zijn getuigen aan het volk te verkondigen dat hij degene is die door God is aangewezen als rechter over levenden en doden.” (Hnd 10:42 GNB)

Aangezicht

“Want God, die gezegd heeft: Uit de duisternis zal het licht stralen—heeft onze harten bestraald; zodat wij Gods heerlijkheid zien stralen op Christus’ aangezicht.” (2Co 4:6 LEI)

Te Aanhoren

“En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wel:” (Mr 7:14 NBG51)

Aankijker

“Jezus echter keek hen aan en zei tot hen: Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.” (Mt 19:26 TELOSNT)

“Jezus zag hen aan en zeide: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.” (Mr 10:27 NBG51)

Aankondiging

“Deze aankondiging van het koninkrijk zal worden gepredikt in heel de bewoonde wereld tot ze aan alle volkeren is betuigd en dan komt de voleinding;” (Mt 24:14 NB)

Aanmoediger

Aanmoediger tot gehoorzaamheid aan God; Aanmoediger tot prediking en liefde

Aanraker

“En Hij kwam te Bethsaïda; en zij brachten een blinden tot hem, en verzochten Hem, dat Hij hem wilde aanraken.” (Mr 8:22 PALM)

Aanroepen Christus naam

“‘Leg hem niets in de weg,’ antwoordde Jezus, ‘want iemand die onder het aanroepen van mijn naam een wonder doet, kan mij niet kort daarna vervloeken.” (Mr 9:39 GNB)

Aanschouwer

Aanziener

“Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen moge dit onmogelijk zijn, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.” (Mt 19:26 PALM)

“Als hij recht tegenover de schatkist neerzit, aanschouwt hij hoe de schare geldstukken in de schatkist werpt. Vele rijken hebben er veel ingeworpen” (Mr 12:41 NB)

Aanspreker

Jezus sprak vele mensen aan

“En Jesus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal zetelen op de troon zijner majesteit, dan zult ook gij, die Mij zijt gevolgd, op twaalf tronen gezeten zijn, en de twaalf stammen van Israël oordelen.” (Mt 19:28 CANIS)

Aanstootgever

“Zo was hij (Jezus) hun een aanstoot. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is alleen ongeeerd in zijn vaderland en huis.” (Mt 13:57 LEI)

“ Toen sprak Jezus tot hen: ‘In deze nacht zult ge allen aanstoot aan Mij nemen. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.” (Mt 26:31 WV78)

Aanstootsteen

“7 Voor u dus de eer, omdat gij gelooft. Maar voor wie niet geloven, blijft het gelden: “De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden; 8 Maar ook een steen des aanstoots, En een rotsblok, waarover men struikelt.” Omdat ze het woord niet geloven, stoten ze zich; en hiertoe zijn ze voorbestemd.” (1Pe 2:7-8 CANIS)

Aan te nemen

“Zoals ge dan de Christus hebt aangenomen: Jezus, de Heer, moet ge in de eenheid met hem wandelen,” (Col 2:6 NB)

Aanvang en einde van het geloof

“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Heb 12:24 CANIS)

Aanvoerder

“ Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Heb 12:2 WV78)

“Want het betaamde hem om wie alle dingen zijn en door wie alle dingen zijn, dat hij vele zonen tot heerlijkheid zou leiden en zo, door wederwaardigheden die hij onderging, ten volle de aanvoerder van de bevrijding zou zijn.” (Heb 2:10 NB)

Aanwijzer

“ De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept; maar de eed, die; uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.” (Heb 7:28 WV78)

Achteraankomen

“Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.” (Mt 16:24 NBV)

Achtergesteld bij de engelen, voor korte tijd

Lagergesteld, minder gesteld of geplaatst

“Maar wel zien we dat Jezus, die voor korte tijd bij de engelen achtergesteld was, met glorie en eer is gekroond, omdat hij de dood heeft ondergaan. Door Gods genade zou zijn dood alle mensen ten goede komen.” (Heb 2:9 GNB)

Adam

Tweede Adam; nieuwe Adam ; de Laatste Adam

1 Korinthiërs15:45 “In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest.” (WV78)

“Want als door de overtreding van die ene de dood als koning heeft geheerst door die ene, zoveel te meer zullen zij die de overvloed van de genade en de gave der gerechtigheid ontvangen in leven als koningen heersen door die ene, Jezus Christus.” (Ro 5:17 NB)

“Niettemin heeft de dood als koning geregeerd van Adam tot Mozes, zelfs over hen die niet hadden gezondigd naar de gelijkheid van de overtreding [begaan] door Adam, die overeenkomst vertoont met hem die zou komen.” (Ro 5:14 NWV)

Adem uitblazend

Stervend

“Maar dan laat Jezus een groot stemgeluid horen en blaast de adem uit.” (Mr 15:37 NB)

Adonai redt

Zij zal geboorte geven aan een zoon, en jij hoort hem te noemen Yeshua, (welk betekent ‘Adonai redt’) omdat hij zijn volk zal redden van zonden (Mt 1:21 CJBV)

Afgekeurd

“Komt tot hem, een levende steen, door de mensen wel afgekeurd maar bij God uitverkoren en kostbaar,” (1Pe 2:4 NB)

“ Toen sprak Jezus tot hen: ‘Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen.” (Mt 21:42 WV78)

Afgekondigde

“hij heeft aan ons afgekondigd dat wij aan de gemeenschap moesten prediken en betuigen dat hij de door God aangewezen rechter is van levenden en doden;” (Hnd 10:42 NB)

Afgescheiden

“Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.” (Heb 7:26 NBV)

Afgewezen

“Ga dus naar Christus toe. Hij is de levende steen waarop God Zijn bouwwerk neerzet. Hoewel de mensen Hem hebben afgewezen, is Hij voor God zó kostbaar dat Hij Hem uit alle anderen heeft uitgekozen.” (1Pe 2:4 BOEK)

Afkomst

Afkomst Messias (Mt 22: 41-46; Mr 12: 35-37; Lu 20: 41-44)

Afkondiger

“Deze twaalf zendt Jezus uit met een afkondiging aan hen waarin hij zegt: slaat geen weg naar de heidenen in en komt niet een stad van Samaritanen binnen;” (Mt 10:5 NB)

Aflegger van Goede Belijdenis

“Ik beveel u bij God, die alles ten leven verwekt, en bij Christus Jesus, die onder Póntius Pilatus de heerlijke belijdenis heeft afgelegd,” (1Ti 6:13 CANIS)

Afstammeling van David

“Luister, hogepriester Jozua en al uw andere priesters, u vormt een levend voorteken van de dingen die gaan komen. Begrijpt u het? Jozua is de voorbode van mijn dienaar, de afstammeling van David, die Ik zal sturen.” (Zac 3:8 BOEK)

“Ik Jezus heb mijn engel gezonden om over deze dingen te getuigen voor de kerken. Ik ben de wortel en de afstammeling van David, en de schitterende en ochtendster” (Opb 22:16 AVV)

Afzonderaar

“Maar Hij zonderde zich af in woeste plaatsen, en aldaar bad Hij.” (Lu 5:16 PALM)

Angstige

“Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst,” (Heb 5:7 NBG51)

Anker

“De hoop is het veilige en vaste anker van onze ziel. Zij dringt door binnen het heiligdom,” (Heb 6:19 WV78)

Antwoorder

“Jezus antwoordde: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal ik nog bij u zijn? hoelang nog u verdragen? Brengt hem mij hier.” (Mt 17:17 LEI)

“Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’” (Mt 19:21 NBV)

Apostel

“ Daarom, mijn broeders, gij die door een hemelse roeping geheiligd zijt, richt uw ogen op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden.” (Heb 3:1 WV78)

“Broeders, God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met ons een hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht richt op Jezus, de apostel van God en de hogepriester van ons geloof.” (Heb 3:1 BOEK)

Apostel Aansteller

Apostelvormer, Apostelhouder, apostel aanwijzer

Jezus riep mensen op hem te volgen en maakte discipelen (leerlingen) of apostelen

“ Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken,” (Mr 3:14 WV78)

“ Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste, Simon die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas; Jakobus, de zoon van Zebedeus, met zijn broer Johannes;” (Mt 10:2 WV78)

Autoriteit

“… Nu is gekomen de redding en de kracht en het koninkrijk vna onze God en de autoriteit van Zijn Christus, …” (Opb 12:10 NWV)

Azijn

“Maar zomaar iemand die daar liep vulde een spons met azijn, stak die op een riet en heeft hem te drinken gegeven, zeggend: laat hem met rust, we zien wel of Elia komt om hem er vanaf te halen!” (Mr 15:36 NB)

Banden van de dood

“Die God heeft opgewekt, de banden van de dood ontbonden hebbende; daar het ook niet mogelijk was, dat Hij door denzelven zou gehouden worden.” (Hnd 2:24 PALM)

Barmhartige

“Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop,” (1Pe 1:3 NBG51)

“En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!” (Mr 1:41 STV)

Bedanker

“In die tijd nam Jesus het woord, en sprak: Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen en aan kleinen geopenbaard.” (Mt 11:25 CANIS)

Bedaring

Stilling van de storm (Mr 4:35-41; Lu 8:22-25; Mt 8: 18, 23-27)

Bediener

Dienaar van God

“Maar thans heeft Hij een veel voortreffelijker bediening ontvangen, naarmate het Verbond, waarvan Hij Middelaar werd, volmaakter is, en op volmaaktere beloften rust.” (Heb 8:6 CANIS)

In Bediening steller

“Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,” (1Ti 1:12 NBG51)

Bedreiger

“En Jesus bedreigde den bozen geest, en deze ging van hem uit; de knaap was genezen van dat ogenblik af.” (Mt 17:18 CANIS)

In Beeldspaken sprekende

“ In deze beeldspraak sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen de betekenis niet van wat hij tot hen sprak.” (Joh 10:6 VoorhNT4)

Beërver

Berver van eeuwig leven

Befaamde

“Rond die tijd hoorde Herodes, de regionale goeverneur (de viervorst), van de faam van Yeshua” (Mt 14:1 CJBV)

“Hoe langer hoe meer begon zich zijn faam te verbreiden. Talrijke scharen kwamen bijeen, om Hem te horen en van hun ziekten te worden genezen.” (Lu 5:15 CANIS)

Begeerloos

“Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.” (Jes 53:2 NBG51)

Begenadiging

“Maar het is niet: zoals de overtreding, zo de begenadiging; want hoewel door de overtreding van die ene die velen zijn gestorven, zoveel te meer is de genade van God en de gave in de genade van die ene mens Jezus Christus voor de velen overvloedig geworden.” (Ro 5:15 NB)

Begin

“en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.” (Col 1:18 NBG51)

“Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;” (Hnd 1:1 STV)

“ En hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, hij die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen.” (Col 1:18 VoorhNT4)

Begraven

“De vrouwen, die met hem uit Galilea waren gekomen, gingen mee, en zagen het graf, en hoe zijn lichaam er in werd gelegd.” (Lu 23:55 CANIS)

“”Laat haar toch begaan,” zei Jezus. “Zij heeft dit gedaan als voorbereiding op mijn begrafenis.” (Joh 12:7 BOEK)

“Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis.” (Joh 19:40 NBV)

“Omdat de zon bijna onderging en het spoedig sabbat zou zijn, legden zij Jezus in dat graf.” (Joh 19:42 BOEK)

Jezus’ begrafenis (Mt 27: 57-61; Mr 15: 42-47; Lu 23: 50-56; Jo 19: 38-42)

Begrijpende

“ Jezus wist, dat zij zo redeneerden en sprak tot hen: ‘Wat redeneert gij toch bij uzelf?” (Lu 5:22 WV78)

Behager

Behager van God

Behoeder

“En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.” (Flp 4:7 NBG51)

Behoeften voorziening

“Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.” (Flp 4:19 CANIS)

Behoren

“Daarna zei Jezus tegen Zijn discipelen: “Wie bij Mij wil horen, moet zichzelf niet belangrijk vinden. Hij moet zijn kruis opnemen en dicht achter Mij aan gaan.” (Mt 16:24 BOEK)

Behouden

“ Daarom kan hij ook volkomen behouden wie door hem tot God naderen, daar hij altijd leeft om voor hen tussenbeide te treden. 8” (Heb 7:25 VoorhNT4)

Behouder

Behoudenis

“Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk behouden van hun zonden.” (Mt 1:21 TELOSNT)

“want mijn ogen hebben uw behoudenis gezien,” (Lu 2:30 TELOSNT)

“Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.” (Joh 3:17 NBG51)

“Maar Jezus keerde Zich om, zag haar en zeide: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u behouden. En de vrouw was behouden van dat ogenblik af.” (Mt 9:22 NBG51)

“ En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.” (Hnd 16:31 VoorhNT4)

“want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus,” (1Th 5:9 TELOSNT)

“ want de man is het hoofd van de vrouw, evenals ook Christus het hoofd van de gemeente is: hij is de behouder van het lichaam.” (Efe 5:23 VoorhNT4)

“U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de behoudenis is uit de Joden.” (Joh 4:22 TELOSNT)

Bekend gemaakt

“God kende Hem al vóór het ontstaan van de wereld, maar heeft Hem pas in deze laatste tijd terwille van ons bekendgemaakt.” (1Pe 1:20 BOEK)

“Maar wat geeft het? Want of het nu uit eerlijke of oneerlijke motieven gebeurt, in elk geval wordt Christus bekendgemaakt, en daar ben ik blij om. En dat zal ik ook blijven,” (Flp 1:18 GNB)

Bekendmaker

“‘Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd om jullie deze dingen bekend te maken voor de gemeenten. Ik ben de telg van David, zijn nakomeling, de stralende morgenster.’” (Opb 22:16 NBV)

“ want ik weet dat het afleggen van mijn tent aanstaande is, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft bekend gemaakt.” (2Pe 1:14 VoorhNT4)

“na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.” (Mt 27:53 NBV)

“Want ik weet, dat weldra mijn tent zal worden neergehaald, zoals ook Jesus Christus onze Heer het mij bekend heeft gemaakt.” (2Pe 1:14 CANIS)

Bekenner

“Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:” (Mt 22:18 STV)

Beker

Beker Wijn; Bron van inspiratie

Bekleding

“maar bekleedt u met den Heer Jezus Christus en verzorgt het vlees niet tot opwekking der lusten.” (Ro 13:14 LEI)

Bekoorde

Bekoring in de woestijn (Mt 4:1-11; Mr 1:12-; Lu 4:1-13; Jo 1:51)

“Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel te worden bekoord.” (Mt 4:1 CANIS)

“Want juist omdat Hijzelf werd bekoord en zelf heeft geleden, kan Hij ook hen helpen, die worden bekoord.” (Heb 2:18 CANIS)

Bekrachtiger

“En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;” (1Ti 1:12 STV)

Belangen

“Want allen zoeken hun eigen belangen niet die van Christus Jezus.” (Flp 2:21 NB)

Beleidswonder

“ (9:5) Want een kind wordt ons geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem: Wonder van beleid, Sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst.” (Jes 9:6 WV78)

Beleidvolle slaaf

“Wie is de getrouwe en beleidvolle slaaf”” (Mt 24:45NWV)

Belijder

Belijdenis aflegger

“ Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die door Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd:” (1Ti 6:13 WV78)

Belofte

Beloofde Messias

“Geliefden, zulke beloften zijn ons gedaan; laten wij ons dan zuiveren van elke smet van vlees en geest, en vol ontzag voor God het werk van onze heiliging voltooien.” (2Co 7:1 WV78)

“En wij. wij verkondigen u de Belofte. aan onze vaderen gedaan. Want God heeft ze voor ons, hun kinderen vervuld door Jesus te verwekken. zoals dat ook in de tweede Psalm staat geschreven “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.”” (Hnd 13:32-33 CANIS)

“Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.” (Ga 3:22 NBG51)

Bemerker

“Toen Jezus dat bemerkte, zeide Hij: Waarom spreekt gij met elkander erover, kleingelovigen, dat gij geen broden hebt? {}” (Mt 16:8 NBG51)

Bemiddelaar

Middelaar, Tussenbeidenkomer

“en naar Jezus, door wiens bemiddeling een nieuw verbond is gesloten en wiens vergoten bloed van iets beters spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 GNB)

“ Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.” (Joh 14:6 VoorhNT4)

“Jezus antwoordt en zegt tot hem: als iemand mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en een blijvende woning bij hem maken;” (Joh 14:23 NB)

“Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus voor u allen, omdat uw geloof verkondigd wordt in heel de wereld.” (Ro 1:8 NB)

“Zo is hij dan bemiddelaar van een nieuw verbond; hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen.” (Heb 9:15 NBV)

“voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 NBV)

“17 Ook is hij vóór alle [andere] dingen en door bemiddeling van hem zijn alle [andere] dingen gemaakt om te bestaan, 18 en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.” (Kol 1:16-18 NWV)

“Want er is één God, en tussen hem en de mensen is er één bemiddelaar, de mens Christus Jezus.” (1Ti 2:5 GNB)

“…Degene die met betrekking tot hem zei: „Jehovah heeft gezworen (en hij zal geen spijt gevoelen): ’Gij zijt priester in eeuwigheid’”), 22 in zoverre is Jezus ook degene geworden die als borg van een beter verbond is gegeven. 23 Bovendien moesten velen [achtereenvolgens] priester worden omdat zij door de dood verhinderd werden het te blijven, 24 maar hij, omdat hij tot in eeuwigheid blijft leven, bezit zijn priesterschap zonder enige opvolgers. 25 Dientengevolge is hij ook in staat om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen, volledig te redden, daar hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Heb 7:21-25 NWV)

“19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.” (1Pe 1:19-21 NWV)

“Waarvoor dient dan de wet? De wet is later ingevoerd om de overtredingen aan het licht te brengen, en bedoeld als een tijdelijke maatregel tot de komst van de nakomeling aan wie de belofte gedaan was. De wet werd gegeven door engelen door tussenkomst van een bemiddelaar.” (Ga 3:19 GNB)

Bemiddeling

“Maar het priesterlijke werk dat Jezus is toegewezen, is veel verhevener, zoals ook het verbond dat door zijn bemiddeling gesloten werd, beter is, omdat het op betere beloften berust.” (Heb 8:6 GNB)

Want indien door de overtreding van de ene [mens] de dood als koning heeft geregeerd door bemiddeling van die ene, zullen veelmeer zij die de overvloed van de onverdiende goedheid en van de vrije gave van rechtvaardigheid ontvangen, in het leven als koningen regeren door bemiddeling van de ene [persoon], Jezus Christus.” (Ro 5:17 NWV)

“Want evenals het lijden voor de Christus overvloedig is in ons, zo is ook de vertroosting die wij ontvangen overvloedig door bemiddeling van de Christus.” (2Co 1:5 NWV)

“Wie door zijn bemiddeling tot God naderen, kunnen door hem dan ook volledig worden gered: hij leeft altijd om voor hen te pleiten.” (Heb 7:25 GNB)

“19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.” (1Pe 1:19-21 NWV)

“want door bemiddeling van hem hebben wij, beide volken, door één geest de toegang tot de Vader.” (Ef 2:17-18 NWV)

Beminde

“En zie, een stem uit de hemel sprak: Deze is mijn beminde Zoon, in wien Ik mijn welbehagen heb.” (Mt 3:17 CANIS)

Beminnend

“En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: één ding ontbreekt u; ga heen, verkoop al wat gij hebt, en geef het den armen! zo zult gij een schat hebben in den hemel, en kom, volg mij, het kruis op u nemende!” (Mr 10:21 PALM)

“ Een van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan.” (Joh 13:23 WV78)

Bemoediger

Bemoediging

“Want zoals het lijden van de Christus overvloedig over ons komt, zo komt door de Christus ook onze bemoediging in overvloed.” (2Co 1:5 NB)

Beoefenaar

Beoefenaar van het goede, de liefde en de vrede

Beproefd

O.a. In de woestijn en in de tuin van Getsemane, aan de overkant van het Kidrondal, op de proef gesteld.

“Dit hebben ze gezegd om hem te beproeven, zodat ze iets zouden hebben om hem aan te klagen. Maar Jezus bukte zich en is gaan ‘schrijven in de aarde’.” (Joh 8:6 NB)

“ Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.” (Heb 2:18 WV78)

Bergrede

(Mt 5-7; Lu 6:20-49))

Beroemd

En te beroemen

De naam Jezus werd overal genoemd “Ook koning Herodes hoorde van Hem: want zijn naam werd beroemd. Men zeide: Johannes de Doper is van de doden opgestaan; daarom werken die krachten in Hem.” (Mr 6:14 CANIS)

“Want wíj zijn de besnijdenis, wij die eer bewijzen aan Gods Géést en ons beroemen op Christus Jezus en niet vertrouwen op vlees…,” (Flp 3:3 NB)

“Want wij zijn de ware besnedenen, onze eredienst is geestelijk, wij beroemen ons op Christus Jezus en vertrouwen niet op uiterlijke ceremonies. Ik” (Flp 3:3 GNB)

Beroofde

Beroofd van waardigheid, kleren en leven

Berucht

Gekend en gevreesd voor zijn daden en woorden

Bescheiden

Bescheider

“En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.” (Mt 28:16 SVV)

Beschikker

“ En ik beschik u een koninkrijk, zoals mijn Vader het mij beschikt heeft;” (Lu 22:29 VoorhNT4)

Beschimpte

“Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven. Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem.” (Mr 15:32 NBG51)

Beschreven

“Filippus trof Nathanael aan en zeide tot hem: Wij hebben hem gevonden waarvan Mozes in de Wet en de Profeten geschreven heeft, namelijk Jezus, den zoon van Jozef uit Nazaret.” (Joh 1:45 LEI)

Beschuldigde

Besnedene

“Acht dagen later werd de voorhuid van het kind weggesneden. Het kreeg de naam Jezus, zoals de engel had gezegd toen hij Maria kwam vertellen dat zij zwanger zou worden.” (Lu 2:21 BOEK)

Besnijdenis

(Lu 2:21-40)

Bespiedde

“De schriftgeleerden en farizeën bespiedden Hem, of Hij ook op de sabbat zou genezen, om Hem dan te kunnen beschuldigingen.” (Lu 6:7 CANIS)

Bespotte

“ En de mannen, die Jezus 1 vasthielden, bespotten en sloegen hem;” (Lu 22:63 VoorhNT4)

“Herodus dan, met zijn lofgezin, hem smadelijk behandeld, en bespot en Hem met een blinkend gewaad omhangen hebbende, zond Hem naar Pilatus terug.” (Lu 23:11 PALM)

“De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,” (Mr 15:29 NBV)

“ In diezelfde geest zeiden de hogepriesters en schriftgeleerden spottend onder elkaar: ‘Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.” (Mr 15:31 WV78)

Bespotting van Jezus ( Mt 27: 27-31; Mr 15:16-20; Jo 19: 1-3)

Besprokene

“In die tijd hoorde Herodes, de viervorst, wat van Jezus verteld werd,” (Mt 14:1 NBG51)

Bespuuwd

“ Ze bespuwden Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.” (Mt 27:30 WV78)

Bestaat voor alles en alles bestaat in Hem

“Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.” (Col 1:17 NBV)

Bestemde

“Dan zal de Heer zorgen dat de tijd aanbreekt dat alle druk zal zijn weggenomen en zal hij de Christus zenden die hij voor u bestemd heeft: Jezus.” (Hnd 3:20 GNB)

“En hij heeft ons geboden, aan het volk te prediken, en te betuigen, dat Hij het is, Die van God is bestemd tot een Rechter van levenden en doden.” (Hnd 10:42 PALM)

Bestookte

Met vragen bestookt

Bestraffer

“En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit, en het kind was genezen van dat uur af.” (Mt 17:18 TELOSNT)

“En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg en ga uit van hem.” (Mr 1:25 TELOSNT)

“En Jezus bestrafte hem en zeide: Zwijg stil en vaar uit van hem. En de boze geest wierp hem in het midden neer en voer van hem uit zonder hem enig kwaad te doen.” (Lu 4:35 NBG51)

Bestuurder

“(9-5) Er is een kind geboren, we hebben weer een koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 GNB)

Te Betuigen

“En Hij heeft ons bevolen aan het volk te prediken en te betuigen dat Deze het is die door God is aangesteld als Rechter van levenden en doden.” (Hnd 10:42 TELOSNT)

Betuiger

“Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.” (Opb 22:16 NBG51)

“Ik beveel u voor God, Die aan alles het leven geeft, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,” (1Ti 6:13 PALM)

Bethlehem

“Toen dan Jezus te Betlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten” (Mt 2:1 WV78)

Beveler

“ Deze twaalf zond Jezus uit en hij beval hun en zei: Gaat niet heen op de weg der volken en treedt geen stad van de Samaritanen binnen;” (Mt 10:5 VoorhNT4)

“ En nadat de discipelen heengegaan waren en gedaan hadden zoals Jezus hun bevolen had,” (Mt 21:6 VoorhNT4)

“Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.” (Mr 7:36 NBV)

Bevestigd door God

“Mannen van Israel, hoort deze woorden: Jezus de Nazoreeer, een man, door God aan u bevestigd door krachten, wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden heeft gedaan, zoals u zelf weet,” (Hnd 2:22 TELOSNT)

Bevoegde

“Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.” (Mt 21:24 NBG51)

“Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.” (Mt 21:27 NBV)

Bevraagde

“In diezelfde tijd kwamen de discipelen bij Jezus met de vraag wie van hen de grootste in het Koninkrijk van de hemelen zou zijn.” (Mt 18:1 BOEK)

Bevrijde

Bevrijder

Redder, Heiland

“voor u is heden geboren een bevrijder–en–redder; hij is de Christus, de Heer,– in de stad van David;” (Lu 2:11 NB)

“Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’” (Mt 1:21 NBV)

“uit diens zaad heeft God, zoals aangekondigd, voor Israël een bevrijder gebracht: Jezus,” (Hnd 13:23 NB)

“De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood.” (Ro 8:2 NBV)

“ Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, -” (Ga 3:13 WV78)

“ opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen.” (Ga 4:5 WV78)

Bewaring

“En de vrede van God, die alle denken te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.” (Flp 4:7 NB)

Beweerder

“Als hij zegt: van die van elders!, beweert Jezus tegen hem: dan zijn dus de zonen er vrij van!” (Mt 17:26 NB)

Bewerker van het leven

Handelingen 3:15 De voornaamste Bewerker van het leven daarentegen hebt gij gedood. Maar God heeft hem uit de doden opgewekt, van welk feit wij getuigen zijn.

Bewogen

“En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk bewogen met de schare, dat zij reeds drie dagen bij Mij vertoefd hebben, en zij hebben niet meer te eten; Ik wil hen echter niet nuchteren van Mij laten, opdat zij niet bezwijken op de weg.” (Mt 15:32 PALM)

“En met barmhartigheid bewogen, strekte Hij zijn hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil het, word rein!” (Mr 1:41 NBG51)

“Toen Jesus haar zag wenen, en de Joden zag wenen, die haar vergezelden, werd Hij hevig bewogen en ontroerd.” (Joh 11:33 CANIS)

“Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf; en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.” (Joh 11:38 STV)

Bewuste

“Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan; aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn kleren aangeraakt?” (Mr 5:30 CANIS)

Bezinner

Bezoeker

Bezorger

“beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is verworven, tot eer en glorie van God.” (Flp 1:11 CANIS)

Bidder

“Dan komt Jezus met hen op een stuk grond dat Getsemanee heet, en hij zegt tot de leerlingen: zit hier neer terwijl ik wegga om daar te bidden!” (Mt 26:36 NB)

“Heel vroeg, als het nog nacht is, staat hij op, gaat de stad uit en gaat naar een plek in de woestijn; daar bad hij altijd.” (Mr 1:35 NB)

“Toen kwamen zij aan een landgoed, Getsémani genaamd. Nu zei Hij tot zijn leerlingen: Zet u hier neer, terwijl Ik ga bidden.” (Mr 14:32 CANIS)

“In de tijd dat Johannes nog vrij was, mengde Jezus Zich tussen de mensen om gedoopt te worden. Na Zijn doop, terwijl Hij in gebed was, ging de hemel open en streek de Heilige Geest als een duif op Hem neer. Een stem uit de hemel zei: “U bent Mijn Zoon, die Ik liefheb. Mijn hart verheugt zich in U.”” (Lu 3:21-22 BOEK)

“In die dagen ging Hij het gebergte in, om te bidden, en bracht er de nacht door in het gebed tot God.” (Lu 6:12 CANIS)

“Eens was hij ergens in het gebed, en toen hij ophield, zeide een zijner leerlingen tot hem: Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn leerlingen geleerd heeft.” (Lu 11:1 LEI)

“wie is het die veroordeelt? Christus Jezus is het die gestorven is, ja nog meer, die opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt.” (Ro 8:34 TELOSNT)

“ Tijdens zijn dagen in het vlees heeft hij met sterk geroep en tranen, zowel gebeden als smekingen geofferd aan Hem die hem uit de dood kon verlossen, en hij is verhoord om zijn godsvrucht.” (Heb 5:7 VoorhNT4)

Bijeenbrenger

“Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.” (Mt 12:30 WV78)

Bijgezet, Bijgelegd

“En de vrouwen die met Jezus uit Galilea gekomen waren volgden en zagen het graf en hoe zijn lijk werd bijgezet;” (Lu 23:55 LEI)

Bijzondere

Blijde Boodschap

“ Wij dan verkondigen u de blijde boodschap, dat God de belofte aan de vaderen gedaan, voor ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.” (Hnd 13:32-33 WV78)

“en vergelding brengt aan hen die God niet gekend hebben en gehoorzaamheid weigeren aan de blijde boodschap van onzen Heer Jezus.” (2Th 1:8 LEI)

“ De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 WV78)

“ Er volgde nu een tijd, waarin Hij predikend rondtrok door stad en dorp en de Blijde Boodschap van het Rijk Gods verkondigde. De twaalf vergezelden Hem,” (Lu 8:1 WV78)

Blijmare

Blijde Boodschap, Goede Nieuws, Evangelie

“Eerst zal deze Blijmare, de Blijmare van het Koninkrijk, in geheel de wereld verkondigd worden, tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 LEI)

“Toen hij daarna rondreisde door stad en dorp, predikend en de Blijmare van Gods Koninkrijk verkondigend, vergezelden hem de Twaalve” (Lu 8:1 LEI)

Bloed

Bloed der mensen; Bloed van het verbond; Rechtvaardige bloed; Vergoten bloed; besprenging; besprenkeling

“opdat op u zal neerkomen al het onschuldige bloed dat op aarde vergoten is, vanaf het bloed van de onschuldige Abel tot aan het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen de tempel en het altaar.” (Mt 23:35 WV78)

“Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mt 26:28 WV78)

“Heel het volk riep terug: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!’” (Mt 27:25 WV78)

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.” (Joh 6:54 WV78)

“Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank.” (Joh 6:55 NBG51)

“Maar als wij wandelen in het licht zoals Hij zelf is in het licht dan hebben wij gemeenschap met elkaar en het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van elke zonde.” (1Jo 1:7 WV78)

“Door het bloed van Jezus, broeders en zusters, kunnen we dus vol vertrouwen het heiligdom binnengaan.” (Heb 10:19 GNB)

“U bent naar Jezus gekomen, Die ervoor gezorgd heeft dat er een nieuw verbond tussen God en de mensen kwam. Hij heeft daarvoor Zijn bloed gegeven; en Zijn bloed roept om vergeving in plaats van om wraak, zoals dat van Abel.” (Heb 12:24 BOEK)

“Daarom heeft ook Jezus, om door zijn eigen bloed de gemeente te heiligen, buiten de poort geleden.” (Heb 13:12 NB)

“de uitverkorenen naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.” (1Pe 1:2 NBG51)

“maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1Jo 1:7 NBG51)

“ Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek,” (1Pe 1:19 WV78)

“Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.” (1Co 11:25 NBG51)

“ook wordt volgens de Wet nagenoeg alles door bloed gereinigd, en zonder bloedstorting is er geen vergiffenis.” (Heb 9:22 CANIS)

“en door Hem alles met Zich willen verzoenen: alles wat op aarde is en in de hemel: nadat Hij vrede had gebracht door het Bloed van zijn Kruis.” (Col 1:20 CANIS)

Bloedoffer

Loskoopoffer, Genadeoffer, Verzoenmiddel, Offerlam

Bloedstorting

Bloedvergieten, Bloeduitstorting

“En bijna alle dingen worden naar de Wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.” (Heb 9:22 NB)

Boodschapper

“Jezus antwoordde: ‘En ik verzeker jullie: iedereen die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers opgeeft omwille van mij en mijn boodschap,” (Mr 10:29 GNB)

“maar dat heeft u er niet van weerhouden mij welkom te heten als een boodschapper van God, ja, als Christus Jezus Zelf. Hoewel dat vast niet meeviel, hebt u niets laten merken van enige afkeer of iets dergelijks.” (Ga 4:14 BOEK)

Bloed-uitstorting

Bloedvergieten

“Ja bijkans alles werd, volgens de wet, door bloed gereinigd; en zonder bloed-uitstorting had er geen vergiffenis plaats.” (Heb 9:22 PALM)

Boete doen

“Daarom moest hij zijn broers in alles gelijk worden. Zo zou hij in zijn dienst aan God als een medelijdend en getrouw hogepriester boete doen voor de zonden van het volk.” (Heb 2:17 GNB)

Boos

“Toen Jezus haar zag huilen, en ook de Joden die met haar waren meegekomen, vroeg hij boos en geërgerd:” (Joh 11:33 GNB)

Booswichten

“ Zo ging in vervulling dit Schriftwoord: Hij is onder de booswichten gerekend.” (Mr 15:28 WV78)

Borg

“ in zover is Jezus borg geworden van een beter verbond.” (Heb 7:22 VoorhNT4)

Bouwer

“Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.” (Mt 16:18 WV78)

“Jezus echter werd groter eer waardig geacht dan Mozes, zoals de bouwer van een huis meer eer krijgt dan het huis zelf.” (Heb 3:3 NBV)

Boze geest uitdrijver

“En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.” (Mt 17:18 NBG51)

Broeder

“ Want èn hij die heiligt èn zij die geheiligd worden, zijn allen uit één: daarom schaamt hij zich niet hen broeders te noemen,” (Heb 2:11 VoorhNT4) / Voor beiden Yeshua, welke mensen apart zet voor God, en diegenen die apart gezet zijn, hebben een gemeenzame oorsprong – dat is waarom hij niet beschaamd is hen broeders te noemen (CJBV)

Bron

Bron van levend water; Bron van heil; Bron van leven

“10 Jezus gaf haar ten antwoord: ‘Als ge enig begrip had van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.’ 11 Daarop zei de vrouw tot Hem: ‘Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep; waar haalt Ge dan dat levende water vandaan? 12 Zijt ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk?’ 13 Jezus antwoordde haar: ‘Iedereen die van dit water drinkt krijgt weer dorst, 14 maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een water bron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’” (Joh 4:10-14 WV78)

“37 ¶ Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; 38 wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’” (Joh 7:37-38 WV78)

“ maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een water bron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’” (Joh 4:14 WV78)

Brood

“Terwijl zij nu aten nam Jesus het brood, zegende het, brak het, gaf het zijn leerlingen en sprak: Neemt en eet, dit is mijn lichaam.” (Mt 26:26 CANIS)

“ Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.’” (Joh 6:51 WV78)

Brood des Levens; Brood van het leven; Brood van Liefde; Brood van Gerechtigheid; Brood van Genade;

“Jezus sprak tot hen: ‘Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.” (Joh 6:35 WV78)

Broodvermenigvuldiger

Voedselvermenigvuldiger

(Mt 9:36; 14:13-21; 15: 32-39; ; Mr 6: 32-44; 8: 1-10; Lu 9: 10-17; Jo 6:1-15)

“Jesus zei hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze antwoordden: Zeven, en enkele visjes.”e.v. (Mt 15:34- CANIS)

“Nu nam Jezus de brooden, sprak er de dankzegging over uit en deelde ze uit aan hen die aanlagen; ook van de vissen zoveel zij wilden.” (Joh 6:11 LEI)

Bruidegom

“Jezus zegt tot hen: de bruiloftskinderen kunnen toch niet, terwijl de bruidegom bij hen is, vasten?– al de tijd dat zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten!–” (Mr 2:19 NB)

“Jezus zeide tot hen: Gij kunt toch niet de bruiloftsgasten doen vasten terwijl de bruidegom bij hen is?” (Lu 5:34 LEI)

Buitengewone

Christus

“Jakob laat Jozef geboren worden, de man van Maria, uit wie Jezus wordt geboren die Christus wordt genoemd.” (Mt 1:16 NB)

“Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’” (Mt 16:16 WV78)

“Dus nu zij verzameld zijn zegt Pilatus tot hen: wie wilt ge dat ik u loslaat, Barabbas of Jezus die ‘Christus’ heet?” (Mt 27:17 NB)

“Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genoemd wordt Christus? Zij zeiden allen tot hem: Dat Hij gekruisigd worde!” (Mt 27:22 PALM)

“En Jezus, lerende in de tempel, antwoordde, en zeide: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus de Zoon van David is?” (Mr 12:35 PALM)

“Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde: De Christus van God.” (Lu 9:20 CANIS)

“41 Deze vond eerst zijn eigen broer, Simon, en zei tot hem: „Wij hebben de Messías gevonden” (hetgeen vertaald betekent: Christus). 42 Hij bracht hem bij Jezus.” (Jo 1:41-42 NWV)

“De vrouw zeide Hem: Ik weet, dat de Messias komt, (die Christus genoemd wordt); wanneer Die komt, dan zal Hij ons alles verkondigen. Jesus zeide haar: Dat ben Ik, die met u spreek.” (Joh 4:25-26 CANIS)

“Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd.” (Joh 17:3 BOEK)

“Het hele volk van Israël moet weten dat God deze Jezus, Die u gekruisigd hebt, tot Here en Christus heeft gemaakt.”” (Hnd 2:36 BOEK)

“En alle dag hebben zij in het heiligdom en aan huis zonder ophouden onderricht gegeven en Jezus als de Christus verkondigd!” (Hnd 5:42 NB)

“En Saulus werd krachtiger en bracht de Joden die in Damaskus woonden in opschudding door te bewijzen dat Jezus de Christus is.” (Hnd 9:22 LEI)

“terwijl hij uitlegde en aantoonde dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat Deze de Christus is, ‘deze Jezus, die ik u verkondig’.” (Hnd 17:3 TELOSNT)

“Zodra en Silas en Timoteüs uit Macedonië aankomen, heeft Paulus zich bij de woordverkondiging gehouden, bij de Judeeërs ervan getuigend dat Jezus de Christus is.” (Hnd 18:5 NB)

“Want met grote kracht bestreed hij de Joden en bewees in het openbaar uit de Schriften dat de Christus Jezus was.” (Hnd 18:28 LEI)

“Zij maakten een afspraak met Paulus om daar eens uitgebreid over te praten. Op de afgesproken dag kwamen zij bij hem thuis en luisterden naar wat hij te vertellen had. Van ‘s morgens tot ‘s avonds sprak hij vol vuur over het Koninkrijk van God. Hij probeerde hen aan de hand van de boeken van Mozes en de profeten, ervan te overtuigen dat Jezus de Christus is.” (Hnd 28:23 BOEK)

“en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.” (Flp 2:11 WV78)

“De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.” (Mr 15:32 STV)

“ja, al wat openbaar gemaakt wordt is licht. Daarom wordt er gezegd: ontwaak, jij die slaapt, en sta op uit de doden, en over jou zal schijnen de Christus!” (Efe 5:14 NB)

“Maar Christus, optredend als Hogepriester der toekomende goederen, is het Heiligdom binnengegaan door de grotere en volmaaktere Tabernakel, welke niet met handen gemaakt is, —dat wil zeggen, welke niet tot deze schepping behoort;” (Heb 9:11 CANIS)

“Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen.” (Efe 2:10 NB)

“En Christus kreeg een menselijk lichaam en leefde bij ons hier op aarde. Hij was vol vergevende liefde en waarheid. Wij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is, de enige Zoon van de hemelse Vader.” (Joh 1:14 BOEK)

Dader

Dader van het Woord; Dader van het werk

Derde dag opgewekt

“’De Mensenzoon’, zo sprak Hij, ‘moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.’” (Lu 9:22 WV78)

“God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen,” (Hnd 10:40 WV78)

Dag van Christus

Oordeelsdag, Laatste Oordeel; Armageddon, Har-Magedon

“in het vertrouwen dat Hij die in u een goed werk is begonnen het zal voltooien tot op den dag van Christus Jezus.” (Flp 1:6 LEI)

“Dan moge de God van de vrede zelf u heiligen heel en al; uw geest, uw ziel en uw lichaam blijve ongerept bewaard en onberispelijk tot de komst van Jesus Christus onzen Heer.” (1Th 5:23 CANIS)

“ Wij moeten u echter verzoeken, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met Hem, niet zo gauw uw bezinning te verliezen en u niet te laten opschrikken door profetieen, uitspraken of brieven die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag van de Heer is aangebroken.” (2Th 2:1-2 WV78)

(Mt 10:15; 1Jo 4:17;Opb 16:16) (Mt 24:26-28, 37-41; 10:39; 24:23; 16: 21; 24: 17-; 16: 25; Mr 13: 21; 8: 31; 13: 15-; 8: 35; Lu 17: 22-37; Jo 12: 25)

Davids nazaat

“ Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap die ik verkondig” (2Ti 2:8 WV78)

De Heer Redt

“zij zal een zoon baren en jij zult als zijn naam uitroepen: Jezus!– de Heer redt; want hij zal zijn gemeente redden van hun zonden!” (Mt 1:21 NB)

Deur

“Jezus dan ging voort tot hen te zeggen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de Deur van de schapen.” (Joh 10:7 PALM)

De Vader erend

“Jezus antwoordt: ík heb geen demon in mij maar ik eer mijn Vader en ú ontrooft mij mijn eer;” (Joh 8:49 NB)

Dezelfde

“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.” (Heb 13:8 NBG51)

Die Ene

“Want terwijl door den val van dien enen de dood tot heerschappij gekomen is door dien enen, hoeveel te meer zullen zij die den overvloed der genade en de gunst dat zij voor rechtschapenen worden aangezien ontvangen hebben heerschappij voeren in het leven door dien enen, Jezus Christus.” (Ro 5:17 LEI)

Dienaar

“Ik bedoel dit: ter wille van Gods trouw is Christus dienaar geweest van het Joodse volk, om de beloften aan de aartsvaders waar te maken;” (Ro 15:8 WV78)

“zoals ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.’” (Mt 20:28 WV78)

“De God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van onze voorouders, heeft aan zijn dienaar Jezus de hoogste eer bewezen. U hebt hem uitgeleverd en tegenover Pilatus verloochend, terwijl deze van oordeel was dat hij vrijgelaten moest worden.” (Hnd 3:13 GNB)

“Waarachtig, ze hebben in deze stad samengespannen tegen Jesus, uw heiligen Dienaar, dien Gij gezalfd hebt: Herodes en Póntius Pilatus met de heidenen en de stammen van Israël:” (Hnd 4:27 CANIS)

“Wie is dus de betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huishouden om hun op tijd het voedsel te geven?” (Mt 24:45 NB)

“Hoor toch, hogepriester Jozua, jij en je metgezellen die voor je aanschijn zitten, want mannen van een wonderteken zijn zij, dat ik, zie, mijn dienaar doe komen, een telg;” (Zac 3:8 NB)

Diensthoofd

“om onder de heidenen een dienaar van Christus Jesus te zijn in de heilige dienst van het Evangelie Gods; opdat de heidenen een welgevallige offerande zouden worden, geheiligd door den heiligen Geest.” (Ro 15:16 CANIS)

“Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus,” (Ro 16:3 NBV)

Dienstknecht

“Wie onder u vreest Jahwe, luistert naar de stem van zijn dienstknecht? Wie rondwaart in de duisternis, zonder een straal van licht, laat hij vertrouwen op de naam van Jahwe, en steunen op zijn God.” (Jes 50:10 WV78)

Dienstbewijzer

“Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst.” (Lu 7:4 NBV)

Diepte van de aarde

Hart van de aarde, Binnenste van de aarde

“Zoals Jona drie dagen en nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Mensenzoon drie dagen en nachten doorbrengen in de diepte van de aarde.” (Mt 12:40 GNB)

Doden in Christus

“omdat de Heer zelf op een bevel, bij de stem van een aartsengel en een bazuin van God, zal neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen éérst opstaan;” (1Th 4:16 NB)

Doder

“En dan zal de Goddeloze verschijnen en zal de Heer Jezus hem met den adem van zijn mond doden en door den glans van zijn komst vernietigen,” (2Th 2:8 LEI)

Doener

“En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’” (Mt 9:28 NBV)

Dokter

“Hij zegt tot hen: vast en zeker zult ge tegen mij dit gelijkeniswoord zeggen ‘dokter, maak jezelf maar beter!’– al wat we hebben gehoord dat geschied is aan Kafarnaoem, doe dat ook hier, in je vaderstad!” (Lu 4:23 NB)

“Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’” (Mr 2:17 NBV)

Dood

“daar wij weten dat Christus, opgewekt uit de doden, niet meer sterft: de dood heerst niet meer over hem.” (Ro 6:9 LEI)

Doodgewilde

“En hierna wandelde Jezus om in Galiléa; want Hij wilde in Judéa niet omwandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.” (Joh 7:1 PALM)

Doop

(Mr 1:9-11; Mt 3:13-17; Lu 3:21-; Jo1:29-34)

“ Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij totdat het volbracht is.” (Lu 12:50 WV78)

Doorboorde

“Maar hij werd doorboord om onze overschrijdingen, verbrijzeld om onze ongerechtigheden; de straf die ons de vrede aanbrengt was op hem, door zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jes 53:5 NB)

Door Hem

“Daarom kan hij ook voor altijd hen redden die door hem tot God komen; daar hij altijd leeft om voor hen op te treden.” (Heb 7:25 LEI)

Doorkliefde

Doornenkroon

Doorntakkenkroon

“vlochten van doornen een kroon en zetten die op zijn hoofd, gaven hem een rietstok in de rechterhand, vielen voor hem op de knieen, zeiden spottend tot hem: Gegroet, koning der Joden!” (Mt 27:29 LEI)

Doorstoken

“ Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken; hij werd gestraft; ons bracht het vrede, en dank zij zijn striemen is er voor ons genezing.” (Jes 53:5 WV78)

Doorwond

“terwijl hij doorwond was om onze misdrijven, verbrijzeld om onze ongerechtigheden; de kastijding die wij verdiend hadden was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jes 53:5 LEI)

Doorziende

“Doch Jezus doorzag hun overleggingen en antwoordde en zeide tot hen: Wat overlegt gij in uw harten?” (Lu 5:22 NBG51)