Belgische Christadelphians

Eigenheden aan Jezus toegeschreven

 

Belgische Christadelphians 

 

 

 

Rond Jezus 

 

Relatie tot Christus 

 

Afstraling van Gods heerlijkheid 

De Gezondene 

De Onschuldige 

Eén met Christus 

Het Zoenoffer 

Hij die Komt 

Hij die zit aan de rechterhand van Zijn Vader 

Jezus Christus is in het vlees gekomen 

Jezus moest sterven 

Onschuldig Lam 

Priesterschap van Christus 

Redenen dat Jezus niet God is 

Terugkeer van Jezus 

Zoenoffer 

Zoon van God 

Is God Drie-eenheid?


 

 ***

 


Belgische christadelphian Ecclesia

Blog & Forum

Nieuws rond religieuze onderwerpen

Christadelphian Nieuws

Op zoek naar God

De Weg naar God

God vinden

Dagtekst en Bedenking

Dagelijkse Bezinning

Reflectie voor de dag

Gebed van de dag

Gebeden

Gebedsverzoek

*

Belgian Christadelphian Ecclesia

Christadelphia News

Daily Bible Reading

Prayer for the day

Thoughts

Reflections

Reflection of the day & meditation

Prayer Request

Index

Links

Webstore

Library


***


 

Eigenheden of titels aan Jezus toegeschreven.

Aangeklaagde

“Dit zeiden ze, om Hem een strik te spannen, en tegen Hem een aanklacht  te hebben. Maar Jesus boog Zich voorover, en schreef met de vinger op  de grond.” (Joh 8:6 CANIS)

Aangestelde

“naar de Geest der heiliging de aangestelde Zoon van God in kracht vanuit de opstanding van doden: Jezus Christus, onze Heer,” (Ro 1:4 NB)

“45 Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun te rechter tijd hun voedsel te geven? 46 Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! 47 Voorwaar, ik zeg U: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.” (Mt 24:45-47 NWV)

  Hij gaf ons de opdracht aan het volk te prediken, en te getuigen dat Hij de door God aangestelde rechter is over de levenden en de doden.” (Hnd 10:42 WV78)

Aangewezene

“Hij heeft ons opgedragen als zijn getuigen aan het volk te verkondigen dat hij degene is die door God is aangewezen als rechter over levenden en doden.” (Hnd 10:42 GNB)

Aangezicht

“Want God, die gezegd heeft: Uit de duisternis zal het licht stralen—heeft  onze harten bestraald; zodat wij Gods heerlijkheid zien stralen op  Christus’ aangezicht.” (2Co 4:6 LEI)

Te Aanhoren

“En toen Hij de schare wederom tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort allen naar Mij en verstaat wel:” (Mr 7:14 NBG51)

Aankijker

“Jezus echter keek hen aan en zei tot hen: Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.” (Mt 19:26 TELOSNT)

“Jezus zag hen aan en zeide: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.” (Mr 10:27 NBG51)

Aankondiging

“Deze aankondiging van het koninkrijk zal worden gepredikt in heel de bewoonde wereld tot ze aan alle volkeren is betuigd en dan komt de voleinding;” (Mt 24:14 NB)

Aanmoediger

Aanmoediger tot gehoorzaamheid aan God; Aanmoediger tot prediking en liefde

Aanraker

“En Hij kwam te Bethsaïda; en zij brachten een blinden tot hem, en verzochten  Hem, dat Hij hem wilde aanraken.” (Mr 8:22 PALM)

Aanroepen Christus naam

“‘Leg hem niets in de weg,’ antwoordde Jezus, ‘want iemand die onder het aanroepen van mijn naam een wonder doet, kan mij niet kort daarna vervloeken.” (Mr 9:39 GNB)

Aanschouwer
 Aanziener

“Doch Jezus, hen aanziende, zeide: Bij de mensen moge dit onmogelijk  zijn, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.” (Mt 19:26 PALM)

“Als hij recht tegenover de schatkist neerzit, aanschouwt hij hoe de schare geldstukken in de schatkist werpt. Vele rijken hebben er veel ingeworpen” (Mr 12:41 NB)

Aanspreker

Jezus sprak vele mensen aan

“En Jesus sprak tot hen: Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer  de Mensenzoon zal zetelen op de troon zijner majesteit, dan zult ook  gij, die Mij zijt gevolgd, op twaalf tronen gezeten zijn, en de twaalf  stammen van Israël oordelen.” (Mt 19:28 CANIS)

Aanstootgever

“Zo was hij (Jezus) hun een aanstoot. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is  alleen ongeeerd in zijn vaderland en huis.” (Mt 13:57 LEI)

  Toen sprak Jezus tot hen: ‘In deze nacht zult ge allen aanstoot aan Mij nemen. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden.” (Mt 26:31 WV78)

Aanstootsteen

7  Voor u dus de eer, omdat gij gelooft. Maar voor wie niet geloven, blijft  het gelden: “De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen  geworden; 8  Maar ook een steen des aanstoots, En een rotsblok, waarover men struikelt.”  Omdat ze het woord niet geloven, stoten ze zich; en hiertoe zijn ze  voorbestemd.” (1Pe 2:7-8 CANIS)

Aan te nemen

“Zoals ge dan de Christus hebt aangenomen: Jezus, de Heer, moet ge in de eenheid met hem wandelen,” (Col 2:6 NB)

Aanvang en einde van het geloof

“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der  besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Heb 12:24 CANIS)

Aanvoerder

  Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Heb 12:2 WV78)

“Want het betaamde hem om wie alle dingen zijn en door wie alle dingen zijn, dat hij vele zonen tot heerlijkheid zou leiden en zo, door wederwaardigheden die hij onderging, ten volle de aanvoerder van de bevrijding zou zijn.” (Heb 2:10 NB)

Aanwijzer

  De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept; maar de eed, die; uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.” (Heb 7:28 WV78)

Achteraankomen

“Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.” (Mt 16:24 NBV)

Achtergesteld bij de engelen, voor korte tijd
Lagergesteld, minder gesteld of geplaatst

“Maar wel zien we dat Jezus, die voor korte tijd bij de engelen achtergesteld was, met glorie en eer is gekroond, omdat hij de dood heeft ondergaan. Door Gods genade zou zijn dood alle mensen ten goede komen.” (Heb 2:9 GNB)

Adam

Tweede Adam; nieuwe Adam ; de Laatste Adam

1 Korinthiërs15:45 “In deze zin staat er geschreven: De eerste mens, Adam, werd een levens wezen. De laatste Adam werd een levendmakende Geest.” (WV78)

“Want als door de overtreding van die ene de dood als koning heeft geheerst door die ene, zoveel te meer zullen zij die de overvloed van de genade en de gave der gerechtigheid ontvangen in leven als koningen heersen door die ene, Jezus Christus.” (Ro 5:17 NB)

“Niettemin heeft de dood als koning geregeerd van Adam tot Mozes, zelfs over hen die niet hadden gezondigd naar de gelijkheid van de overtreding [begaan] door Adam, die overeenkomst vertoont met hem die zou komen.” (Ro 5:14 NWV)

Adem uitblazend
Stervend

“Maar dan laat Jezus een groot stemgeluid horen en blaast de adem uit.” (Mr 15:37 NB)

Adonai redt

Zij zal geboorte geven aan een zoon, en jij hoort hem te noemen Yeshua, (welk betekent ‘Adonai redt’) omdat hij zijn volk zal redden van zonden (Mt 1:21 CJBV)

Afgekeurd

“Komt tot hem, een levende steen, door de mensen wel afgekeurd maar bij God uitverkoren en kostbaar,” (1Pe 2:4 NB)

  Toen sprak Jezus tot hen: ‘Hebt gij nooit in de Schrift gelezen: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden. Op last van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen.” (Mt 21:42 WV78)

Afgekondigde

“hij heeft aan ons afgekondigd dat wij aan de gemeenschap moesten prediken en betuigen dat hij de door God aangewezen rechter is van levenden en doden;” (Hnd 10:42 NB)

Afgescheiden

“Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven.” (Heb 7:26 NBV)

Afgewezen

“Ga dus naar Christus toe. Hij is de levende steen waarop God Zijn bouwwerk  neerzet. Hoewel de mensen Hem hebben afgewezen, is Hij voor God zó  kostbaar dat Hij Hem uit alle anderen heeft uitgekozen.” (1Pe 2:4 BOEK)

Afkomst

Afkomst Messias (Mt 22: 41-46; Mr 12: 35-37; Lu 20: 41-44)

Afkondiger

“Deze twaalf zendt Jezus uit met een afkondiging aan hen waarin hij zegt: slaat geen weg naar de heidenen in en komt niet een stad van Samaritanen binnen;” (Mt 10:5 NB)

Aflegger van Goede Belijdenis

“Ik beveel u bij God, die alles ten leven verwekt, en bij Christus Jesus,  die onder Póntius Pilatus de heerlijke belijdenis heeft afgelegd,” (1Ti 6:13 CANIS)

Afstammeling van David

“Luister, hogepriester Jozua en al uw andere priesters, u vormt een levend  voorteken van de dingen die gaan komen. Begrijpt u het? Jozua is de  voorbode van mijn dienaar, de afstammeling van David, die Ik zal  sturen.” (Zac 3:8 BOEK)

“Ik Jezus heb mijn engel gezonden om over deze dingen te getuigen voor de kerken. Ik ben de wortel en de afstammeling van David, en de schitterende en ochtendster” (Opb 22:16 AVV)

Afzonderaar

“Maar Hij zonderde zich af in woeste plaatsen, en aldaar bad Hij.” (Lu 5:16 PALM)

Angstige

“Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst,” (Heb 5:7 NBG51)

Anker

“De hoop is het veilige en vaste anker van onze ziel. Zij dringt door binnen het heiligdom,” (Heb 6:19 WV78)

Antwoorder

“Jezus antwoordde: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal ik nog  bij u zijn? hoelang nog u verdragen? Brengt hem mij hier.” (Mt 17:17 LEI)

“Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’” (Mt 19:21 NBV)

Apostel

  Daarom, mijn broeders, gij die door een hemelse roeping geheiligd zijt, richt uw ogen op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden.” (Heb 3:1 WV78)

“Broeders, God heeft u voor Zichzelf afgezonderd en u uitgekozen om u met  ons een hemelse bestemming te geven. Daarom wil ik dat u uw aandacht  richt op Jezus, de apostel van God en de hogepriester van ons geloof.” (Heb 3:1 BOEK)

Apostel Aansteller
Apostelvormer, Apostelhouder, apostel aanwijzer

Jezus riep mensen op hem te volgen en maakte discipelen (leerlingen) of apostelen

  Hij stelde er twaalf aan om Hem te vergezellen en door Hem uitgezonden te worden om te prediken,” (Mr 3:14 WV78)

  Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste, Simon die Petrus wordt genoemd, met zijn broer Andreas; Jakobus, de zoon van Zebedeus, met zijn broer Johannes;” (Mt 10:2 WV78)

Autoriteit

“… Nu is gekomen de redding en de kracht en het koninkrijk vna onze God en de autoriteit van Zijn Christus, …” (Opb 12:10 NWV)

Azijn

“Maar zomaar iemand die daar liep vulde een spons met azijn, stak die op een riet en heeft hem te drinken gegeven, zeggend: laat hem met rust, we zien wel of Elia komt om hem er vanaf te halen!” (Mr 15:36 NB)

Banden van de dood

“Die God heeft opgewekt, de banden van de dood ontbonden hebbende; daar  het ook niet mogelijk was, dat Hij door denzelven zou gehouden worden.” (Hnd 2:24 PALM)

Barmhartige

“Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop,” (1Pe 1:3 NBG51)

“En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand  uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!” (Mr 1:41 STV)

Bedanker

“In die tijd nam Jesus het woord, en sprak: Ik dank U, Vader, Heer van  hemel en aarde, omdat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt  verborgen en aan kleinen geopenbaard.” (Mt 11:25 CANIS)

Bedaring

Stilling van de storm (Mr 4:35-41; Lu 8:22-25; Mt 8: 18, 23-27)

Bediener

Dienaar van God

“Maar thans heeft Hij een veel voortreffelijker bediening ontvangen,  naarmate het Verbond, waarvan Hij Middelaar werd, volmaakter is, en op  volmaaktere beloften rust.” (Heb 8:6 CANIS)

In Bediening steller

“Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,” (1Ti 1:12 NBG51)

Bedreiger

“En Jesus bedreigde den bozen geest, en deze ging van hem uit; de knaap  was genezen van dat ogenblik af.” (Mt 17:18 CANIS)

In Beeldspaken sprekende

“ In deze beeldspraak sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen de betekenis niet van wat hij tot hen sprak.” (Joh 10:6 VoorhNT4)

Beërver

Berver van eeuwig leven

Befaamde

“Rond die tijd hoorde Herodes, de regionale goeverneur (de viervorst), van de faam van Yeshua” (Mt 14:1 CJBV)

“Hoe langer hoe meer begon zich zijn faam te verbreiden. Talrijke scharen  kwamen bijeen, om Hem te horen en van hun ziekten te worden genezen.” (Lu 5:15 CANIS)

Begeerloos

“Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd.” (Jes 53:2 NBG51)

Begenadiging

“Maar het is niet: zoals de overtreding, zo de begenadiging; want hoewel door de overtreding van die ene die velen zijn gestorven, zoveel te meer is de genade van God en de gave in de genade van die ene mens Jezus Christus voor de velen overvloedig geworden.” (Ro 5:15 NB)

Begin

“en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.” (Col 1:18 NBG51)

“Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen  heeft beide te doen en te leren;” (Hnd 1:1 STV)

“ En hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente, hij die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste plaats zou innemen.” (Col 1:18 VoorhNT4)

Begraven

“De vrouwen, die met hem uit Galilea waren gekomen, gingen mee, en zagen  het graf, en hoe zijn lichaam er in werd gelegd.” (Lu 23:55 CANIS)

“”Laat haar toch begaan,” zei Jezus. “Zij heeft dit gedaan als voorbereiding  op mijn begrafenis.” (Joh 12:7 BOEK)

“Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis.” (Joh 19:40 NBV)

“Omdat de zon bijna onderging en het spoedig sabbat zou zijn, legden zij  Jezus in dat graf.” (Joh 19:42 BOEK)

Jezus’ begrafenis (Mt 27: 57-61; Mr 15: 42-47; Lu 23: 50-56; Jo 19: 38-42)

Begrijpende

  Jezus wist, dat zij zo redeneerden en sprak tot hen: ‘Wat redeneert gij toch bij uzelf?” (Lu 5:22 WV78)

Behager

Behager van God

Behoeder

“En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.” (Flp 4:7 NBG51)

Behoeften voorziening

“Mijn God zal dan ook in Christus Jesus in al uw behoeften voorzien naar  zijn rijkdom en door zijn heerlijkheid.” (Flp 4:19 CANIS)

Behoren

“Daarna zei Jezus tegen Zijn discipelen: “Wie bij Mij wil horen, moet  zichzelf niet belangrijk vinden. Hij moet zijn kruis opnemen en dicht  achter Mij aan gaan.” (Mt 16:24 BOEK)

Behouden

“ Daarom kan hij ook volkomen  behouden wie door hem tot God naderen, daar hij altijd leeft om voor hen tussenbeide te treden. 8” (Heb 7:25 VoorhNT4)

Behouder
Behoudenis

“Zij nu zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk behouden van hun zonden.” (Mt 1:21 TELOSNT)

“want mijn ogen hebben uw behoudenis gezien,” (Lu 2:30 TELOSNT)

“Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.” (Joh 3:17 NBG51)

“Maar Jezus keerde Zich om, zag haar en zeide: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u behouden. En de vrouw was behouden van dat ogenblik af.” (Mt 9:22 NBG51)

“ En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.” (Hnd 16:31 VoorhNT4)

“want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus,” (1Th 5:9 TELOSNT)

“ want de man is het hoofd van de vrouw, evenals ook Christus het hoofd van de gemeente is: hij is de behouder van het lichaam.” (Efe 5:23 VoorhNT4)

“U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de behoudenis is uit de Joden.” (Joh 4:22 TELOSNT)

Bekend gemaakt

“God kende Hem al vóór het ontstaan van de wereld, maar heeft Hem pas in  deze laatste tijd terwille van ons bekendgemaakt.” (1Pe 1:20 BOEK)

“Maar wat geeft het? Want of het nu uit eerlijke of oneerlijke motieven gebeurt, in elk geval wordt Christus bekendgemaakt, en daar ben ik blij om. En dat zal ik ook blijven,” (Flp 1:18 GNB)

Bekendmaker

“‘Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd om jullie deze dingen bekend te maken voor de gemeenten. Ik ben de telg van David, zijn nakomeling, de stralende morgenster.’” (Opb 22:16 NBV)

“ want ik weet dat het afleggen van mijn tent aanstaande is, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft bekend gemaakt.” (2Pe 1:14 VoorhNT4)

“na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen.” (Mt 27:53 NBV)

“Want ik weet, dat weldra mijn tent zal worden neergehaald, zoals ook  Jesus Christus onze Heer het mij bekend heeft gemaakt.” (2Pe 1:14 CANIS)

Bekenner

“Maar Jezus, bekennende hun boosheid, zeide:” (Mt 22:18 STV)

Beker

Beker Wijn; Bron van inspiratie

Bekleding

“maar bekleedt u met den Heer Jezus Christus en verzorgt het vlees niet  tot opwekking der lusten.” (Ro 13:14 LEI)

Bekoorde

Bekoring in de woestijn (Mt 4:1-11; Mr 1:12-; Lu 4:1-13; Jo 1:51)

“Toen werd Jesus door den Geest naar de woestijn geleid, om door den duivel  te worden bekoord.” (Mt 4:1 CANIS)

“Want juist omdat Hijzelf werd bekoord en zelf heeft geleden, kan Hij ook  hen helpen, die worden bekoord.” (Heb 2:18 CANIS)

Bekrachtiger

“En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus,  onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening  gesteld hebbende;” (1Ti 1:12 STV)

Belangen

“Want allen zoeken hun eigen belangen niet die van Christus Jezus.” (Flp 2:21 NB)

Beleidswonder

“ (9:5) Want een kind wordt ons geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem: Wonder van beleid, Sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst.” (Jes 9:6 WV78)

Beleidvolle slaaf

“Wie is de getrouwe en beleidvolle slaaf”” (Mt 24:45NWV)

Belijder
Belijdenis aflegger

  Ik beveel u voor het aanschijn van God die alles ten leven wekt, en van Christus Jezus die door Pontius Pilatus de goede belijdenis heeft afgelegd:” (1Ti 6:13 WV78)

Belofte
Beloofde Messias

“Geliefden, zulke beloften zijn ons gedaan; laten wij ons dan zuiveren van elke smet van vlees en geest, en vol ontzag voor God het werk van onze heiliging voltooien.” (2Co 7:1 WV78)

“En wij. wij verkondigen u de Belofte. aan onze vaderen gedaan. Want God heeft ze voor ons, hun kinderen vervuld door Jesus te verwekken.  zoals dat ook in de tweede Psalm staat geschreven “Gij zijt mijn Zoon;  Ik heb U heden verwekt.”” (Hnd 13:32-33 CANIS)

“Neen, de Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen, die geloven.” (Ga 3:22 NBG51)

Bemerker

“Toen Jezus dat bemerkte, zeide Hij: Waarom spreekt gij met elkander erover, kleingelovigen, dat gij geen broden hebt? {}” (Mt 16:8 NBG51)

Bemiddelaar
Middelaar, Tussenbeidenkomer

“en naar Jezus, door wiens bemiddeling een nieuw verbond is gesloten en wiens vergoten bloed van iets beters spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 GNB)

“ Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.” (Joh 14:6 VoorhNT4)

“Jezus antwoordt en zegt tot hem: als iemand mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en een blijvende woning bij hem maken;” (Joh 14:23 NB)

“Allereerst dank ik mijn God door Jezus Christus voor u allen, omdat uw geloof verkondigd wordt in heel de wereld.” (Ro 1:8 NB)

“Zo is hij dan bemiddelaar van een nieuw verbond; hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen.” (Heb 9:15 NBV)

“voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.” (Heb 12:24 NBV)

“17 Ook is hij vóór alle [andere] dingen en door bemiddeling van hem zijn alle [andere] dingen gemaakt om te bestaan, 18 en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.” (Kol 1:16-18 NWV)

“Want er is één God, en tussen hem en de mensen is er één bemiddelaar, de mens Christus Jezus.” (1Ti 2:5 GNB)

“…Degene die met betrekking tot hem zei: „Jehovah heeft gezworen (en hij zal geen spijt gevoelen): ’Gij zijt priester in eeuwigheid’”), 22 in zoverre is Jezus ook degene geworden die als borg van een beter verbond is gegeven. 23 Bovendien moesten velen [achtereenvolgens] priester worden omdat zij door de dood verhinderd werden het te blijven, 24 maar hij, omdat hij tot in eeuwigheid blijft leven, bezit zijn priesterschap zonder enige opvolgers. 25 Dientengevolge is hij ook in staat om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen, volledig te redden, daar hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Heb 7:21-25 NWV)

“19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.” (1Pe 1:19-21 NWV)

“Waarvoor dient dan de wet? De wet is later ingevoerd om de overtredingen aan het licht te brengen, en bedoeld als een tijdelijke maatregel tot de komst van de nakomeling aan wie de belofte gedaan was. De wet werd gegeven door engelen door tussenkomst van een bemiddelaar.” (Ga 3:19 GNB)

Bemiddeling

“Maar het priesterlijke werk dat Jezus is toegewezen, is veel verhevener, zoals ook het verbond dat door zijn bemiddeling gesloten werd, beter is, omdat het op betere beloften berust.” (Heb 8:6 GNB)

Want indien door de overtreding van de ene [mens] de dood als koning heeft geregeerd door bemiddeling van die ene, zullen veelmeer zij die de overvloed van de onverdiende goedheid en van de vrije gave van rechtvaardigheid ontvangen, in het leven als koningen regeren door bemiddeling van de ene [persoon], Jezus Christus.” (Ro 5:17 NWV)

“Want evenals het lijden voor de Christus overvloedig is in ons, zo is ook de vertroosting die wij ontvangen overvloedig door bemiddeling van de Christus.” (2Co 1:5 NWV)

“Wie door zijn bemiddeling tot God naderen, kunnen door hem dan ook volledig worden gered: hij leeft altijd om voor hen te pleiten.” (Heb 7:25 GNB)

“19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.” (1Pe 1:19-21 NWV)

“want door bemiddeling van hem hebben wij, beide volken, door één geest de toegang tot de Vader.” (Ef 2:17-18 NWV)

Beminde

“En zie, een stem uit de hemel sprak: Deze is mijn beminde Zoon, in wien  Ik mijn welbehagen heb.” (Mt 3:17 CANIS)

Beminnend

“En Jezus, hem aanziende, beminde hem, en zeide tot hem: één ding ontbreekt  u; ga heen, verkoop al wat gij hebt, en geef het den armen! zo zult gij  een schat hebben in den hemel, en kom, volg mij, het kruis op u nemende!” (Mr 10:21 PALM)

  Een van de leerlingen, degene die door Jezus bemind werd, lag dicht tegen Jezus aan.” (Joh 13:23 WV78)

Bemoediger

Bemoediging

“Want zoals het lijden van de Christus overvloedig over ons komt, zo komt door de Christus ook onze bemoediging in overvloed.” (2Co 1:5 NB)

Beoefenaar

Beoefenaar van het goede, de liefde en de vrede

Beproefd

O.a. In de woestijn en in de tuin van Getsemane, aan de overkant van het Kidrondal, op de proef gesteld.

“Dit hebben ze gezegd om hem te beproeven, zodat ze iets zouden hebben om hem aan te klagen. Maar Jezus bukte zich en is gaan ‘schrijven in de aarde’.” (Joh 8:6 NB)

  Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.” (Heb 2:18 WV78)

Bergrede

(Mt 5-7; Lu 6:20-49))

Beroemd
En te beroemen

De naam Jezus werd overal genoemd “Ook koning Herodes hoorde van Hem: want zijn naam werd beroemd. Men zeide:  Johannes de Doper is van de doden opgestaan; daarom werken die krachten  in Hem.” (Mr 6:14 CANIS)

“Want wíj zijn de besnijdenis, wij die eer bewijzen aan Gods Géést en ons beroemen op Christus Jezus en niet vertrouwen op vlees…,” (Flp 3:3 NB)

“Want wij zijn de ware besnedenen, onze eredienst is geestelijk, wij beroemen ons op Christus Jezus en vertrouwen niet op uiterlijke ceremonies. Ik” (Flp 3:3 GNB)

Beroofde

Beroofd van waardigheid, kleren en leven

Berucht

Gekend en gevreesd voor zijn daden en woorden

Bescheiden

Bescheider

“En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had.” (Mt 28:16 SVV)

Beschikker

“ En ik beschik u een koninkrijk, zoals mijn Vader het mij beschikt heeft;” (Lu 22:29 VoorhNT4)

Beschimpte

“Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven. Ook die met Hem gekruisigd waren beschimpten Hem.” (Mr 15:32 NBG51)

Beschreven

“Filippus trof Nathanael aan en zeide tot hem: Wij hebben hem gevonden  waarvan Mozes in de Wet en de Profeten geschreven heeft, namelijk Jezus,  den zoon van Jozef uit Nazaret.” (Joh 1:45 LEI)

Beschuldigde

Besnedene

“Acht dagen later werd de voorhuid van het kind weggesneden. Het kreeg de  naam Jezus, zoals de engel had gezegd toen hij Maria kwam vertellen dat  zij zwanger zou worden.” (Lu 2:21 BOEK)

Besnijdenis

(Lu 2:21-40)

Bespiedde

“De schriftgeleerden en farizeën bespiedden Hem, of Hij ook op de sabbat  zou genezen, om Hem dan te kunnen beschuldigingen.” (Lu 6:7 CANIS)

Bespotte

“ En de mannen, die Jezus 1 vasthielden, bespotten en sloegen hem;” (Lu 22:63 VoorhNT4)

“Herodus dan, met zijn lofgezin, hem smadelijk behandeld, en bespot en  Hem met een blinkend gewaad omhangen hebbende, zond Hem naar Pilatus  terug.” (Lu 23:11 PALM)

“De voorbijgangers keken hoofdschuddend toe en dreven de spot met hem: ‘Ach, kijk nu toch eens! Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,” (Mr 15:29 NBV)

  In diezelfde geest zeiden de hogepriesters en schriftgeleerden spottend onder elkaar: ‘Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden.” (Mr 15:31 WV78)

Bespotting van Jezus ( Mt 27: 27-31; Mr 15:16-20; Jo 19: 1-3)

Besprokene

“In die tijd hoorde Herodes, de viervorst, wat van Jezus verteld werd,” (Mt 14:1 NBG51)

Bespuuwd

  Ze bespuwden Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.” (Mt 27:30 WV78)

Bestaat voor alles en alles bestaat in Hem

“Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem.” (Col 1:17 NBV)

Bestemde

“Dan zal de Heer zorgen dat de tijd aanbreekt dat alle druk zal zijn weggenomen en zal hij de Christus zenden die hij voor u bestemd heeft: Jezus.” (Hnd 3:20 GNB)

“En hij heeft ons geboden, aan het volk te prediken, en te betuigen, dat  Hij het is, Die van God is bestemd tot een Rechter van levenden en doden.” (Hnd 10:42 PALM)

Bestookte

Met vragen bestookt

Bestraffer

“En Jezus bestrafte hem, en de demon ging van hem uit, en het kind was genezen van dat uur af.” (Mt 17:18 TELOSNT)

“En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg en ga uit van hem.” (Mr 1:25 TELOSNT)

“En Jezus bestrafte hem en zeide: Zwijg stil en vaar uit van hem. En de boze geest wierp hem in het midden neer en voer van hem uit zonder hem enig kwaad te doen.” (Lu 4:35 NBG51)

Bestuurder

“(9-5) Er is een kind geboren, we hebben weer een koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 GNB)

Te Betuigen

“En Hij heeft ons bevolen aan het volk te prediken en te betuigen dat Deze het is die door God is aangesteld als Rechter van levenden en doden.” (Hnd 10:42 TELOSNT)

Betuiger

“Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.” (Opb 22:16 NBG51)

“Ik beveel u voor God, Die aan alles het leven geeft, en voor Christus  Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft,” (1Ti 6:13 PALM)

Bethlehem

“Toen dan Jezus te Betlehem in Juda geboren was ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten” (Mt 2:1 WV78)

Beveler

“ Deze twaalf zond Jezus uit en hij beval hun en zei: Gaat niet heen op de weg der volken en treedt geen stad van de Samaritanen binnen;” (Mt 10:5 VoorhNT4)

“ En nadat de discipelen heengegaan waren en gedaan hadden zoals Jezus hun bevolen had,” (Mt 21:6 VoorhNT4)

“Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.” (Mr 7:36 NBV)

Bevestigd door God

“Mannen van Israel, hoort deze woorden: Jezus de Nazoreeer, een man, door God aan u bevestigd door krachten, wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden heeft gedaan, zoals u zelf weet,” (Hnd 2:22 TELOSNT)

Bevoegde

“Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe.” (Mt 21:24 NBG51)

“Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe.” (Mt 21:27 NBV)

Bevraagde

“In diezelfde tijd kwamen de discipelen bij Jezus met de vraag wie van  hen de grootste in het Koninkrijk van de hemelen zou zijn.” (Mt 18:1 BOEK)

Bevrijde

Bevrijder
Redder, Heiland

“voor u is heden geboren een bevrijder–en–redder; hij is de Christus, de Heer,– in de stad van David;” (Lu 2:11 NB)

“Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’” (Mt 1:21 NBV)

“uit diens zaad heeft God, zoals aangekondigd, voor Israël een bevrijder gebracht: Jezus,” (Hnd 13:23 NB)

“De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood.” (Ro 8:2 NBV)

  Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, -” (Ga 3:13 WV78)

  opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen.” (Ga 4:5 WV78)

Bewaring

“En de vrede van God, die alle denken te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.” (Flp 4:7 NB)

Beweerder

“Als hij zegt: van die van elders!, beweert Jezus tegen hem: dan zijn dus de zonen er vrij van!” (Mt 17:26 NB)

Bewerker van het leven

Handelingen 3:15 De voornaamste Bewerker van het leven daarentegen hebt gij gedood. Maar God heeft hem uit de doden opgewekt, van welk feit wij getuigen zijn.

Bewogen

“En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word  innerlijk bewogen met de schare, dat zij reeds drie dagen bij Mij vertoefd  hebben, en zij hebben niet meer te eten; Ik wil hen echter niet nuchteren  van Mij laten, opdat zij niet bezwijken op de weg.” (Mt 15:32 PALM)

“En met barmhartigheid bewogen, strekte Hij zijn hand uit, raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil het, word rein!” (Mr 1:41 NBG51)

“Toen Jesus haar zag wenen, en de Joden zag wenen, die haar vergezelden,  werd Hij hevig bewogen en ontroerd.” (Joh 11:33 CANIS)

“Jezus dan wederom in Zichzelven zeer bewogen zijnde, kwam tot het graf;  en het was een spelonk, en een steen was daarop gelegd.” (Joh 11:38 STV)

Bewuste

“Jesus was Zich bewust van de kracht, die er van Hem was uitgegaan;  aanstonds keerde Hij Zich onder de menigte om, en sprak: Wie heeft mijn  kleren aangeraakt?” (Mr 5:30 CANIS)

Bezinner

Bezoeker

Bezorger

“beladen met de vrucht der gerechtigheid, die door Jesus Christus is  verworven, tot eer en glorie van God.” (Flp 1:11 CANIS)

Bidder

“Dan komt Jezus met hen op een stuk grond dat Getsemanee heet, en hij zegt tot de leerlingen: zit hier neer terwijl ik wegga om daar te bidden!” (Mt 26:36 NB)

“Heel vroeg, als het nog nacht is, staat hij op, gaat de stad uit en gaat naar een plek in de woestijn; daar bad hij altijd.” (Mr 1:35 NB)

“Toen kwamen zij aan een landgoed, Getsémani genaamd. Nu zei Hij tot zijn  leerlingen: Zet u hier neer, terwijl Ik ga bidden.” (Mr 14:32 CANIS)

“In de tijd dat Johannes nog vrij was, mengde Jezus Zich tussen de mensen  om gedoopt te worden. Na Zijn doop, terwijl Hij in gebed was, ging de hemel open en streek de Heilige Geest als een duif op Hem neer.  Een stem uit de hemel zei: “U bent Mijn Zoon, die Ik liefheb. Mijn hart  verheugt zich in U.”” (Lu 3:21-22 BOEK)

“In die dagen ging Hij het gebergte in, om te bidden, en bracht er de  nacht door in het gebed tot God.” (Lu 6:12 CANIS)

“Eens was hij ergens in het gebed, en toen hij ophield, zeide een zijner  leerlingen tot hem: Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn  leerlingen geleerd heeft.” (Lu 11:1 LEI)

“wie is het die veroordeelt? Christus Jezus is het die gestorven is, ja nog meer, die opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt.” (Ro 8:34 TELOSNT)

“ Tijdens zijn dagen in het vlees heeft hij met sterk geroep en tranen, zowel gebeden als smekingen geofferd aan Hem die hem uit de dood kon verlossen, en hij is verhoord om zijn godsvrucht.” (Heb 5:7 VoorhNT4)

Bijeenbrenger

“Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.” (Mt 12:30 WV78)

Bijgezet, Bijgelegd

“En de vrouwen die met Jezus uit Galilea gekomen waren volgden en zagen  het graf en hoe zijn lijk werd bijgezet;” (Lu 23:55 LEI)

Bijzondere

Blijde Boodschap

  Wij dan verkondigen u de blijde boodschap, dat God de belofte aan de vaderen gedaan,   voor ons, hun kinderen, vervuld heeft door Jezus te doen verrijzen, zoals ook geschreven staat in de tweede psalm: Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.” (Hnd 13:32-33 WV78)

“en vergelding brengt aan hen die God niet gekend hebben en gehoorzaamheid  weigeren aan de blijde boodschap van onzen Heer Jezus.” (2Th 1:8 LEI)

  De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 WV78)

  Er volgde nu een tijd, waarin Hij predikend rondtrok door stad en dorp en de Blijde Boodschap van het Rijk Gods verkondigde. De twaalf vergezelden Hem,” (Lu 8:1 WV78)

Blijmare
Blijde Boodschap, Goede Nieuws, Evangelie

“Eerst zal deze Blijmare, de Blijmare van het Koninkrijk, in geheel de  wereld verkondigd worden, tot een getuigenis voor alle volken, en dan  zal het einde komen.” (Mt 24:14 LEI)

“Toen hij daarna rondreisde door stad en dorp, predikend en de Blijmare  van Gods Koninkrijk verkondigend, vergezelden hem de Twaalve” (Lu 8:1 LEI)

Bloed

Bloed der mensen; Bloed van het verbond; Rechtvaardige bloed; Vergoten bloed; besprenging; besprenkeling

“opdat op u zal neerkomen al het onschuldige bloed dat op aarde vergoten is, vanaf het bloed van de onschuldige Abel tot aan het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen de tempel en het altaar.” (Mt 23:35 WV78)

“Want dit is mijn Bloed van het Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mt 26:28 WV78)

“Heel het volk riep terug: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!’” (Mt 27:25 WV78)

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.” (Joh 6:54 WV78)

“Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank.” (Joh 6:55 NBG51)

“Maar als wij wandelen in het licht zoals Hij zelf is in het licht dan hebben wij gemeenschap met elkaar en het bloed van zijn Zoon Jezus reinigt ons van elke zonde.” (1Jo 1:7 WV78)

“Door het bloed van Jezus, broeders en zusters, kunnen we dus vol vertrouwen het heiligdom binnengaan.” (Heb 10:19 GNB)

“U bent naar Jezus gekomen, Die ervoor gezorgd heeft dat er een nieuw  verbond tussen God en de mensen kwam. Hij heeft daarvoor Zijn bloed  gegeven; en Zijn bloed roept om vergeving in plaats van om wraak, zoals  dat van Abel.” (Heb 12:24 BOEK)

“Daarom heeft ook Jezus, om door zijn eigen bloed de gemeente te heiligen, buiten de poort geleden.” (Heb 13:12 NB)

“de uitverkorenen naar de voorkennis van God, de Vader, in heiliging door de Geest, tot gehoorzaamheid en besprenging met het bloed van Jezus Christus: genade en vrede worde u vermenigvuldigd.” (1Pe 1:2 NBG51)

“maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1Jo 1:7 NBG51)

  Gij zijt verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek,” (1Pe 1:19 WV78)

“Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.” (1Co 11:25 NBG51)

“ook wordt volgens de Wet nagenoeg alles door bloed gereinigd, en zonder  bloedstorting is er geen vergiffenis.” (Heb 9:22 CANIS)

“en door Hem alles met Zich willen verzoenen: alles wat op aarde is en in  de hemel: nadat Hij vrede had gebracht door het Bloed van zijn Kruis.” (Col 1:20 CANIS)

Bloedoffer

Loskoopoffer, Genadeoffer, Verzoenmiddel, Offerlam

Bloedstorting
Bloedvergieten, Bloeduitstorting

“En bijna alle dingen worden naar de Wet met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving.” (Heb 9:22 NB)

Boodschapper

“Jezus antwoordde: ‘En ik verzeker jullie: iedereen die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers opgeeft omwille van mij en mijn boodschap,” (Mr 10:29 GNB)

“maar dat heeft u er niet van weerhouden mij welkom te heten als een  boodschapper van God, ja, als Christus Jezus Zelf. Hoewel dat vast niet  meeviel, hebt u niets laten merken van enige afkeer of iets dergelijks.” (Ga 4:14 BOEK)

Bloed-uitstorting
Bloedvergieten

“Ja bijkans alles werd, volgens de wet, door bloed gereinigd; en zonder  bloed-uitstorting had er geen vergiffenis plaats.” (Heb 9:22 PALM)

Boete doen

“Daarom moest hij zijn broers in alles gelijk worden. Zo zou hij in zijn dienst aan God als een medelijdend en getrouw hogepriester boete doen voor de zonden van het volk.” (Heb 2:17 GNB)

Boos

“Toen Jezus haar zag huilen, en ook de Joden die met haar waren meegekomen, vroeg hij boos en geërgerd:” (Joh 11:33 GNB)

Booswichten

  Zo ging in vervulling dit Schriftwoord: Hij is onder de booswichten gerekend.” (Mr 15:28 WV78)

Borg

“ in zover is Jezus borg geworden van een beter verbond.” (Heb 7:22 VoorhNT4)

Bouwer

“Op mijn beurt zeg ik u: Gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.” (Mt 16:18 WV78)

“Jezus echter werd groter eer waardig geacht dan Mozes, zoals de bouwer van een huis meer eer krijgt dan het huis zelf.” (Heb 3:3 NBV)

Boze geest uitdrijver

“En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.” (Mt 17:18 NBG51)

Broeder

“ Want èn hij die heiligt èn zij die geheiligd worden, zijn allen uit één: daarom schaamt hij zich niet hen broeders te noemen,” (Heb 2:11 VoorhNT4) / Voor beiden Yeshua, welke mensen apart zet voor God, en diegenen die apart gezet zijn, hebben een gemeenzame oorsprong – dat is waarom hij niet beschaamd is hen broeders te noemen (CJBV)

Bron

Bron van levend water; Bron van heil; Bron van leven

“10 Jezus gaf haar ten antwoord: ‘Als ge enig begrip had van de gave Gods en wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven.’ 11 Daarop zei de vrouw tot Hem: ‘Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep; waar haalt Ge dan dat levende water vandaan? 12 Zijt ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk?’ 13 Jezus antwoordde haar: ‘Iedereen die van dit water drinkt krijgt weer dorst, 14 maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een water bron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’” (Joh 4:10-14 WV78)

“37 ¶ Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij; 38 wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.’” (Joh 7:37-38 WV78)

  maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een water bron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’” (Joh 4:14 WV78)

Brood

“Terwijl zij nu aten nam Jesus het brood, zegende het, brak het, gaf het  zijn leerlingen en sprak: Neemt en eet, dit is mijn lichaam.” (Mt 26:26 CANIS)

  Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.’” (Joh 6:51 WV78)

Brood des Levens; Brood van het leven; Brood van Liefde; Brood van Gerechtigheid; Brood van Genade;

“Jezus sprak tot hen: ‘Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.” (Joh 6:35 WV78)

Broodvermenigvuldiger
Voedselvermenigvuldiger

(Mt 9:36; 14:13-21; 15: 32-39; ; Mr 6: 32-44; 8: 1-10; Lu 9: 10-17; Jo 6:1-15)

“Jesus zei hun: Hoeveel broden hebt gij? Ze antwoordden: Zeven, en enkele  visjes.”e.v. (Mt 15:34- CANIS)

“Nu nam Jezus de brooden, sprak er de dankzegging over uit en deelde ze  uit aan hen die aanlagen; ook van de vissen zoveel zij wilden.” (Joh 6:11 LEI)

Bruidegom

“Jezus zegt tot hen: de bruiloftskinderen kunnen toch niet, terwijl de bruidegom bij hen is, vasten?– al de tijd dat zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten!–” (Mr 2:19 NB)

“Jezus zeide tot hen: Gij kunt toch niet de bruiloftsgasten doen vasten  terwijl de bruidegom bij hen is?” (Lu 5:34 LEI)

Buitengewone

Christus

“Jakob laat Jozef geboren worden, de man van Maria, uit wie Jezus wordt geboren die Christus wordt genoemd.” (Mt 1:16 NB)

“Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’” (Mt 16:16 WV78)

“Dus nu zij verzameld zijn zegt Pilatus tot hen: wie wilt ge dat ik u loslaat, Barabbas of Jezus die ‘Christus’ heet?” (Mt 27:17 NB)

“Pilatus zeide tot hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die genoemd wordt  Christus? Zij zeiden allen tot hem: Dat Hij gekruisigd worde!” (Mt 27:22 PALM)

“En Jezus, lerende in de tempel, antwoordde, en zeide: Hoe zeggen de  Schriftgeleerden, dat de Christus de Zoon van David is?” (Mr 12:35 PALM)

“Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde: De  Christus van God.” (Lu 9:20 CANIS)

“41 Deze vond eerst zijn eigen broer, Simon, en zei tot hem: „Wij hebben de Messías gevonden” (hetgeen vertaald betekent: Christus). 42 Hij bracht hem bij Jezus.” (Jo 1:41-42 NWV)

“De vrouw zeide Hem: Ik weet, dat de Messias komt, (die Christus genoemd  wordt); wanneer Die komt, dan zal Hij ons alles verkondigen. Jesus zeide haar: Dat ben Ik, die met u spreek.” (Joh 4:25-26 CANIS)

“Het eeuwige leven is dat zij U kennen als de enig ware God, en Jezus als  de Christus Die U naar de aarde hebt gestuurd.” (Joh 17:3 BOEK)

“Het hele volk van Israël moet weten dat God deze Jezus, Die u gekruisigd  hebt, tot Here en Christus heeft gemaakt.”” (Hnd 2:36 BOEK)

“En alle dag hebben zij in het heiligdom en aan huis zonder ophouden onderricht gegeven en Jezus als de Christus verkondigd!” (Hnd 5:42 NB)

“En Saulus werd krachtiger en bracht de Joden die in Damaskus woonden in  opschudding door te bewijzen dat Jezus de Christus is.” (Hnd 9:22 LEI)

“terwijl hij uitlegde en aantoonde dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat Deze de Christus is, ‘deze Jezus, die ik u verkondig’.” (Hnd 17:3 TELOSNT)

“Zodra en Silas en Timoteüs uit Macedonië aankomen, heeft Paulus zich bij de woordverkondiging gehouden, bij de Judeeërs ervan getuigend dat Jezus de Christus is.” (Hnd 18:5 NB)

“Want met grote kracht bestreed hij de Joden en bewees in het openbaar  uit de Schriften dat de Christus Jezus was.” (Hnd 18:28 LEI)

“Zij maakten een afspraak met Paulus om daar eens uitgebreid over te  praten. Op de afgesproken dag kwamen zij bij hem thuis en luisterden  naar wat hij te vertellen had. Van ‘s morgens tot ‘s avonds sprak hij  vol vuur over het Koninkrijk van God. Hij probeerde hen aan de hand van  de boeken van Mozes en de profeten, ervan te overtuigen dat Jezus de  Christus is.” (Hnd 28:23 BOEK)

“en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.” (Flp 2:11 WV78)

“De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het  zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.” (Mr 15:32 STV)

“ja, al wat openbaar gemaakt wordt is licht. Daarom wordt er gezegd: ontwaak, jij die slaapt, en sta op uit de doden, en over jou zal schijnen de Christus!” (Efe 5:14 NB)

“Maar Christus, optredend als Hogepriester der toekomende goederen, is  het Heiligdom binnengegaan door de grotere en volmaaktere Tabernakel,  welke niet met handen gemaakt is, —dat wil zeggen, welke niet tot deze  schepping behoort;” (Heb 9:11 CANIS)

“Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen.” (Efe 2:10 NB)

“En Christus kreeg een menselijk lichaam en leefde bij ons hier op  aarde. Hij was vol vergevende liefde en waarheid. Wij hebben gezien hoe groot en machtig Hij is, de enige Zoon van de hemelse Vader.” (Joh 1:14 BOEK)

Dader

Dader van het Woord; Dader van het werk

Derde dag opgewekt

“’De Mensenzoon’, zo sprak Hij, ‘moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.’” (Lu 9:22 WV78)

“God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen,” (Hnd 10:40 WV78)

Dag van Christus
Oordeelsdag, Laatste Oordeel; Armageddon, Har-Magedon

“in het vertrouwen dat Hij die in u een goed werk is begonnen het zal  voltooien tot op den dag van Christus Jezus.” (Flp 1:6 LEI)

“Dan moge de God van de vrede zelf u heiligen heel en al; uw geest, uw  ziel en uw lichaam blijve ongerept bewaard en onberispelijk tot de komst  van Jesus Christus onzen Heer.” (1Th 5:23 CANIS)

  Wij moeten u echter verzoeken, broeders, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met Hem,   niet zo gauw uw bezinning te verliezen en u niet te laten opschrikken door profetieen, uitspraken of brieven die van ons afkomstig zouden zijn, en die beweren dat de dag van de Heer is aangebroken.” (2Th 2:1-2 WV78)

(Mt 10:15; 1Jo 4:17;Opb 16:16) (Mt 24:26-28, 37-41; 10:39; 24:23; 16: 21; 24: 17-; 16: 25; Mr 13: 21; 8: 31; 13: 15-; 8: 35; Lu 17: 22-37; Jo 12: 25)

Davids nazaat

  Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nazaat, die uit de dood is opgestaan. Zo luidt de boodschap die ik verkondig” (2Ti 2:8 WV78)

De Heer Redt

“zij zal een zoon baren en jij zult als zijn naam uitroepen: Jezus!– de Heer redt; want hij zal zijn gemeente redden van hun zonden!” (Mt 1:21 NB)

Deur

“Jezus dan ging voort tot hen te zeggen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik  ben de Deur van de schapen.” (Joh 10:7 PALM)

De Vader erend

“Jezus antwoordt: ík heb geen demon in mij maar ik eer mijn Vader en ú ontrooft mij mijn eer;” (Joh 8:49 NB)

Dezelfde

“Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.” (Heb 13:8 NBG51)

Die Ene

“Want terwijl door den val van dien enen de dood tot heerschappij gekomen  is door dien enen, hoeveel te meer zullen zij die den overvloed der  genade en de gunst dat zij voor rechtschapenen worden aangezien ontvangen  hebben heerschappij voeren in het leven door dien enen, Jezus Christus.” (Ro 5:17 LEI)

Dienaar

“Ik bedoel dit: ter wille van Gods trouw is Christus dienaar geweest van het Joodse volk, om de beloften aan de aartsvaders waar te maken;” (Ro 15:8 WV78)

“zoals ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.’” (Mt 20:28 WV78)

“De God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van onze voorouders, heeft aan zijn dienaar Jezus de hoogste eer bewezen. U hebt hem uitgeleverd en tegenover Pilatus verloochend, terwijl deze van oordeel was dat hij vrijgelaten moest worden.” (Hnd 3:13 GNB)

“Waarachtig, ze hebben in deze stad samengespannen tegen Jesus, uw heiligen  Dienaar, dien Gij gezalfd hebt: Herodes en Póntius Pilatus met de heidenen  en de stammen van Israël:” (Hnd 4:27 CANIS)

“Wie is dus de betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huishouden om hun op tijd het voedsel te geven?” (Mt 24:45 NB)

“Hoor toch, hogepriester Jozua, jij en je metgezellen die voor je aanschijn zitten, want mannen van een wonderteken zijn zij, dat ik, zie, mijn dienaar doe komen, een telg;” (Zac 3:8 NB)

Diensthoofd

“om onder de heidenen een dienaar van Christus Jesus te zijn in de heilige  dienst van het Evangelie Gods; opdat de heidenen een welgevallige  offerande zouden worden, geheiligd door den heiligen Geest.” (Ro 15:16 CANIS)

“Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus,” (Ro 16:3 NBV)

Dienstknecht

“Wie onder u vreest Jahwe, luistert naar de stem van zijn dienstknecht? Wie rondwaart in de duisternis, zonder een straal van licht, laat hij vertrouwen op de naam van Jahwe, en steunen op zijn God.” (Jes 50:10 WV78)

Dienstbewijzer

“Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die u dit verzoekt, verdient het dat u hem deze gunst bewijst.” (Lu 7:4 NBV)

Diepte van de aarde
Hart van de aarde, Binnenste van de aarde

“Zoals Jona drie dagen en nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Mensenzoon drie dagen en nachten doorbrengen in de diepte van de aarde.” (Mt 12:40 GNB)

Doden in Christus

“omdat de Heer zelf op een bevel, bij de stem van een aartsengel en een bazuin van God, zal neerdalen van de hemel; en de doden in Christus zullen éérst opstaan;” (1Th 4:16 NB)

Doder

“En dan zal de Goddeloze verschijnen en zal de Heer Jezus hem met den adem  van zijn mond doden en door den glans van zijn komst vernietigen,” (2Th 2:8 LEI)

Doener

“En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’” (Mt 9:28 NBV)

Dokter

“Hij zegt tot hen: vast en zeker zult ge tegen mij dit gelijkeniswoord zeggen ‘dokter, maak jezelf maar beter!’– al wat we hebben gehoord dat geschied is aan Kafarnaoem, doe dat ook hier, in je vaderstad!” (Lu 4:23 NB)

“Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’” (Mr 2:17 NBV)

Dood

“daar wij weten dat Christus, opgewekt uit de doden, niet meer sterft: de  dood heerst niet meer over hem.” (Ro 6:9 LEI)

Doodgewilde

“En hierna wandelde Jezus om in Galiléa; want Hij wilde in Judéa niet  omwandelen, omdat de Joden Hem zochten te doden.” (Joh 7:1 PALM)

Doop

(Mr 1:9-11; Mt 3:13-17; Lu 3:21-; Jo1:29-34)

  Ik moet een doopsel ondergaan, en hoe beklemd voel Ik Mij totdat het volbracht is.” (Lu 12:50 WV78)

Doorboorde

“Maar hij werd doorboord om onze overschrijdingen, verbrijzeld om onze ongerechtigheden; de straf die ons de vrede aanbrengt was op hem, door zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jes 53:5 NB)

Door Hem

“Daarom kan hij ook voor altijd hen redden die door hem tot God komen;  daar hij altijd leeft om voor hen op te treden.” (Heb 7:25 LEI)

Doorkliefde

Doornenkroon
Doorntakkenkroon

“vlochten van doornen een kroon en zetten die op zijn hoofd, gaven hem  een rietstok in de rechterhand, vielen voor hem op de knieen, zeiden  spottend tot hem: Gegroet, koning der Joden!” (Mt 27:29 LEI)

Doorstoken

  Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken; hij werd gestraft; ons bracht het vrede, en dank zij zijn striemen is er voor ons genezing.” (Jes 53:5 WV78)

Doorwond

“terwijl hij doorwond was om onze misdrijven, verbrijzeld om onze  ongerechtigheden; de kastijding die wij verdiend hadden was op hem, en  door zijn striemen is ons genezing geworden.” (Jes 53:5 LEI)

Doorziende

“Doch Jezus doorzag hun overleggingen en antwoordde en zeide tot hen: Wat overlegt gij in uw harten?” (Lu 5:22 NBG51)

Doper

Figuurlijke doper.

“Na dit alles komt Jezus, met zijn leerlingen, aan in het Judeese land; toen hij zich daar een tijd met hen had opgehouden is hij gaan dopen.” (Joh 3:22 NB)

“Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes” (Joh 4:1 NBV)

“(hoewel Jesus zelf niet doopte, maar zijn leerlingen),” (Joh 4:2 CANIS)

Dorstige

“Daar kwam een Samaritaansche vrouw water putten. Jezus zeide tot haar:  Geef mij te drinken.” (Joh 4:7 LEI)

“Hierna zegt Jezus wetend dat weldra alles is voleindigd: ik heb dorst!– en zo wordt het Schriftwoord voleindigd: ‘ik heb dorst!’.” (Joh 19:28 NB)

Dorstlesser

“Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: ‘Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij;” (Joh 7:37 WV78)

  Jezus sprak tot hen: ‘Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst krijgen.” (Joh 6:35 WV78)

“Maar op de laatste en grote dag van het feest stond Jezus er nog steeds en wat hij te zeggen had schreeuwde hij uit: als iemand dorst heeft,– hij kome tot mij en drinke!–” (Joh 7:37 NB)

Drager

Drager van zwakheden; Drager van vrachten; Vruchtdrager

Drinker

“Maar Ik zeg u: van nu af zal Ik niet meer drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op de dag waarop Ik met u, nieuw, zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.’” (Mt 26:29 WV78)

Duidelijk maker

“wetend dat de aflegging van mijn tent weldra is, zoals ook onze Heer, Jezus Christus, mij duidelijk heeft gemaakt.” (2Pe 1:14 NB)

“wetend dat de aflegging van mijn tent weldra is, zoals ook onze Heer, Jezus Christus, mij duidelijk heeft gemaakt.” (2Pe 1:14 NB)

Duiveluitdrijver

“En Jezus bestrafte hem, en de duivel ging van hem uit, en het kind werd  genezen van die ure af.” (Mt 17:18 STV)

Dwinger

“Meteen ‘dwingt’ hij zijn leerlingen om in de boot te stappen en voor hem uit naar de overkant te gaan, op Betsaïda aan, totdat hij de schare kan loslaten.” (Mr 6:45 NB)

Eenheid

“Het doet er niet meer toe of u Jood bent of Griek, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Want samen vormt u een eenheid in Christus Jezus.” (Ga 3:28 GNB)

“Maar ik hoop in eenheid met de Heer Jezus weldra Timoteüs naar u toe te sturen, opdat ook ík welgemoed word als ik kennis neem van uw zaken.” (Flp 2:19 NB)

“Zoals ge dan de Christus hebt aangenomen: Jezus, de Heer, moet ge in de eenheid met hem wandelen,” (Col 2:6 NB)

“Maar voor zulke mensen kondigen wij af en roepen wij uit, in eenheid met de Heer, Jezus Christus, dat zij rustig moeten werken en hun eigen brood eten.” (2Th 3:12 NB)

“Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, gezonden om de belofte te verkondigen van het leven in eenheid met Christus Jezus.” (2Ti 1:1 NBV)

“Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen,” (Heb 2:11 NBG51)

Een met de Vader

Eensgezind, gelijkdenkend met God de Vader.

“Ik en de Vader, wij zijn perfect in eenheid” (Jo 10:30 MHMV)

“Ik en de Vader, wij zijn één!” (Joh 10:30 PALM)

“Jezus zeide tot hem: Ben ik zolang bij u en kent gij mij nog niet,  Filippus? Wie mij gezien heeft heeft den Vader gezien; hoe zegt gij dan:  Toon ons den Vader?” (Joh 14:9 LEI)

Eer

“u alles zal geven wat nodig is om Zijn wil te doen. Dat Hij ons zó zal  maken dat Hij, door Jezus Christus, tevreden over ons kan zijn. Aan  Jezus Christus komt voor altijd en eeuwig alle eer toe. Amen.” (Heb 13:21 BOEK)

Eerbare

Eerbezitter

“spreekt iemand, hij spreke als waren het woorden Gods; bedient iemand,  hij doe het als door de kracht die God verleent; opdat God in alles  verheerlijkt worde door Jezus Christus, die tot in alle eeuwigheid de  eer en de macht bezit. Amen.” (1Pe 4:11 LEI)

Eerbiedige

Eerlijke

Eerste

En hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, opdat hij in alle dingen de eerste zou worden; (Col 1:18 NWV)

  Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eerste en voornaamste Christus, vervolgens bij zijn komst, zij die Christus toebehoren;” (1Co 15:23 WV78)

“Hij is het hoofd van de Gemeente, Zijn lichaam. Hij is het begin van  alles en ging ons als eerste voor in de opstanding uit de dood. In alles  is Hij de eerste.” (Col 1:18 BOEK)

“…En hij legde zijn rechterhand op mij en zei: „Vrees niet. Ik ben de Eerste en de Laatste, 18 en de levende; en ik werd een dode, maar zie! ik leef tot in alle eeuwigheid, en ik heb de sleutels van de dood en van Hades.” (Opb 1:17-18 NWV)

Eerstgeborene uit de doden

“en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden; opdat hij in allen dele de eerste plaats zou innemen.” (Col 1:18 LEI)

“en van Jezus Christus, den getrouwen getuige, den eerstgeborene uit de doden en den vorst over de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft  en heeft gered uit onze zonden door zijn bloed,” (Opb 1:5 LEI)

“en hij is het hoofd van het lichaam dat de vergadering is. Hij is het begin, als eerstgeborene uit de doden, zodat hij onder allen de eerste wordt,” (Col 1:18 NB)

Eersteling

“22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Christus allen levend gemaakt worden. 23 Maar een ieder in zijn eigen rangorde: Christus, de eersteling, daarna zij die de Christus toebehoren, gedurende zijn tegenwoordigheid.” (1Co 15:22-23 NWV)

Eeuwig leven gevend

  Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven.” (Joh 10:28 WV78)

“opdat, zoals de zonde geheerst en den dood aangebracht heeft zo de genade  zou heersen door de gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus  Christus, onzen Heer.” (Ro 5:21 LEI)

“Zo ook moet gij u beschouwen als dood voor de zonde, maar als levend voor  God in Christus Jesus.” (Ro 6:11 CANIS)

Eigenaar

“Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’” (Mt 21:40 NBV)

“… Ze weigeren onze Eigenaar en Meester Jezus Christus” (Judas 1:4 MHMV)

“Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.” (Ga 5:24 NBG51)

Einde

“ En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 VoorhNT4)

Eloi, Eloi, lama sabaktani?
Eli, Eli, lema sabachtani?

  En op het negende uur riep Jezus met luider stem: ‘Eloi, Eloi, lama sabaktani?’ Dit is vertaald: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’” (Mr 15:34 WV78)

Engel
Boodschapper van God

“en gij hebt mij niet, om mijn lichamelijken toestand, die u op de proef  stelde, geminacht en uitgespuwd, maar gij hebt mij als een engel Gods,  ja, als Christus Jezus, ontvangen.” (Ga 4:14 LEI)

Eniggeborene
Eengeboren

“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben  Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen  van den Vader), vol van genade en waarheid.” (Joh 1:14 STV)

  Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.” (Joh 1:18 WV78)

“Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld; maar wie niet gelooft, is  reeds geoordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van Gods  eengeboren Zoon. —” (Joh 3:18 CANIS)

“Hierin heeft de liefde van God zich onder ons geopenbaard dat God zijn eniggeboren Zoon naar de wereld heeft gezonden; opdat wij door hem zouden  leven.” (1Jo 4:9 LEI)

Lager dan Engelen

“maar wij zien Jezus, die een weinig lager dan engelen gemaakt was, met heerlijkheid en eer gekroond omdat hij de dood heeft ondergaan, opdat hij door Gods onverdiende goedheid voor iedereen de dood zou smaken.” (Heb 2:9 NWV)

Eniggeboren Zoon

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” (Joh 3:16 NBG51)

“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.” (Joh 1:18 NBG51)

Erbarmer

“En toen Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, die de woorden riepen: Erbarm U over ons, Zoon van David!” (Mt 9:27 TELOSNT)

Erfenis
Ergever

  Maar als wij kinderen zijn, dan ook erfgenamen, en wel erfgenamen van God tezamen met Christus, daar wij delen in zijn lijden, om ook te delen in zijn verheerlijking.” (Ro 8:17 WV78)

  Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abraham, ‘nageslacht’, erfgenamen krachtens de belofte.” (Ga 3:29 WV78)

Erfgenaam

“die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.” (Heb 1:2 NBG51)

“wie overwint {Christus Jezus het Lam van God}zal deze dingen beërven, en ik zal hem een God zijn en hij zal mij een zoon zijn;” (Opb 21:7 NB)

Erkende

“Want indien dit alles bij u aanwezig is en steeds meer wordt, zal het u  niet ledig en onvruchtbaar laten blijven voor de erkenning van onzen  Heer Jezus Christus.” (2Pe 1:8 LEI)

Erkenner Gods

Ernstige

“Jezus keek hen ernstig aan en zei: “Menselijk gesproken, niemand. Maar  bij God is alles mogelijk.”” (Mt 19:26 BOEK)

Eter

“De Zoon des mensen is gekomen, wel etende en drinkende, en zij zeggen: Zie, een vraatzuchtig mens en een wijndrinker, een vriend van tollenaars en zondaars. En de wijsheid is gerechtvaardigd op grond van haar werken.” (Mt 11:19 NBG51)

Evangelie uitdrager

“En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea om het evangelie Gods te prediken,” (Mr 1:14 NBG51)

Evangelie
Goede Nieuws, Blijmare, Blijde Boodschap

“Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen.” (Hnd 8:12 NBG51)

“En Filippus, zijn mond openende, nam aanleiding uit deze zelfde Schrift,  om hem het Evangelie van Jezus te verkondigen.” (Hnd 8:35 PALM)

“Enkele Cyprioten en Cyreneeërs onder hen, die naar Antiochië waren gereisd, maakten daar echter ook de Griekse bevolking bekend met het evangelie van de Heer Jezus.” (Hnd 11:20 NBV)

“in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen.” (2Th 1:8 NBG51)

“En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn.” (Mt 24:14 NBG51)

Exclusieve toegewijde

Gaf exclusieve toewijding aan Zijn Vader, God de Allerhoogste

Ezelrijder

“Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong.” (Zac 9:9 NBG51)

“En Jezus vond een jongen ezel, en zat daarop, gelijk geschreven is:” (Joh 12:14 STV)

Geen Fantasie
Geen Verzinsel, geen Vertelseltjes, sprookjes of vernuftige verzinsels of verdichtsels

“Toen we u de machtige komst van onze Heer Jezus Christus bekendmaakten, waren we niet afhankelijk van gefantaseerde verhalen. Nee, met eigen ogen hebben we zijn luister gezien.” (2Pe 1:16 GNB)

Fundament

“Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is,  hetwelk is Jezus Christus.” (1Co 3:11 PALM)

Gaaf

“maar door het kostelijk bloed van Christus, als van een gaaf en vlekkeloos  lam;” (1Pe 1:19 LEI)

Galileër

“Petrus zat buiten in het binnenhof toen een der slavinnen naar hem toe  kwam en zeide: Gij waart ook bij Jezus den Galileer!” (Mt 26:69 LEI)

Gast

“En hij dan kwam vlug naar beneden en ontving Hem vol vreugde als gast.” (Lu 19:6 NWV)

Gave

  Maar de genade van God laat zich niet afmeten naar de misstap van Adam. De fout van een mens bracht allen de dood, maar allen schonk Gods genade rijke vergoeding door de grote gave van zijn genade, de ene mens Jezus Christus.” (Ro 5:15 WV78)

Gearresteerde

“Zij smeden plannen om Yeshua op slinkse wijze te arresteren en hem ter dood te brengen (Mt 26:4 CJBV)

Gebalsemde

“Nu kocht deze een lijnwaad, nam Hem af van het kruis, en wikkelde  Hem in het lijnwaad. En hij legde Hem in een graf, dat in een rots was  uitgehouwen, en rolde een steen voor de ingang van het graf.” (Mr 15:46 CANIS)

“Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdalena, Maria van Jakobus,  en Salome specerijen, om Jesus te gaan balsemen.” (Mr 16:1 CANIS)

“Ze namen het lichaam van Jezus en wikkelden het met de balsems in linnen doeken, want dat is bij de Joden de gewoonte als ze iemand gaan begraven.” (Joh 19:40 GNB)

Gebrekloos

“maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus.” (1Pe 1:19 NBV)

Gebieder

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; {}” (Mt 10:5 NBG51)

“Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit.” (Mr 1:25 CANIS)

“En Hij gebood hun het niemand te zeggen. Maar hoe meer Hij het hun gebood, des te meer maakten zij het ruchtbaar.” (Mr 7:36 NBG51)

“Toen is hij hun geboden gaan geven en heeft gezegd: ziet toe, kijkt uit voor het zuurdeeg van de farizeeërs en het zuurdeeg van Herodes!” (Mr 8:15 NB)

“ En hij gebood hun streng dat zij het niemand zouden zeggen van hem.” (Mr 8:30 VoorhNT4)

“En Jezus, stil staande, beval, dat men denzelven tot Hem brengen zou;  en als hij nabij Hem gekomen was, vraagde Hij hem,” (Lu 18:40 STV)

Geboeide
Gebonden

“De afdeling soldaten dan en de overste en de dienaars der Joden namen Jezus gevangen, boeiden Hem,” (Joh 18:12 NBG51)

Geborene

“(9–5) Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de  heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk,  Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;” (Jes 9:6 STV)

“En Jakob gewon Jozef, den man van Maria, uit welke geboren is JEZUS,  gezegd Christus.” (Mt 1:16 STV)

Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de  Heere, in de stad Davids.” (Lu 2:11 STV)

Geboren verteller

Parabel verteller; spreker in gelijkenissen; illustreerder

Gebroken

Geestelijk gebroken.

“Om ònze zonden wordt Hij doorboord, Om ònze misdaden wordt Hij gebroken;  Op Hem rust de straf, ons ten heil, Door zijn striemen komt òns genezing.” (Jes 53:5 CANIS)

“Wat er met Jezus gebeurde, klopt met wat er geschreven staat: “Geen van  Zijn botten zal gebroken worden.”” (Joh 19:36 BOEK)

“(34-21) Jahweh is voor al zijn beenderen bezorgd, Niet één daarvan wordt  gebroken.” (Ps 34:20 CANIS)

Gedaanteveranderaar
Transfigurant

  Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht.” (Mt 17:2 WV78)

“Zes dagen hierna neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes bij zich en voert hen omhoog, een steil bergland in waar ze op zichzelf en alleen zijn. Dan verandert hij voor hun aanschijn van gedaante,” (Mr 9:2 NB)

Gedachtenkenner

“Maar Jesus, die hun gedachten kende, sprak tot hen: Ieder rijk, dat  inwendig verdeeld is, zal verwoest worden: en iedere stad of woning,  die inwendig verdeeld is, zal geen stand houden.” (Mt 12:25 CANIS)

Gedode

“Van toen af begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel moest lijden door toedoen van de oudsten, de opperpriesters en de schriftgeleerden, dat hij moest worden gedood en op de derde dag door God worden opgewekt.” (Mt 16:21 GNB)

“ maar toen zij bij Jezus kwamen en zagen dat hij al dood was, braken zij zijn benen niet.” (Joh 19:33 VoorhNT4)

“Altijd het ter dood brengen van de Heere Jezus alzo in ons lichaam  omdragende, dat ook de herleving van Jezus in ons lichaam zich vertoont.” (2Co 4:10 PALM)

“die zelfs den Heer Jezus en de profeten gedood en ook ons vervolgd hebben.  Zij behagen niet aan God en staan aller mensen geluk in den weg;” (1Th 2:15 LEI)

  Maar wel zien wij hoe Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen was gesteld, nu met luister en eer gekroond is, omdat Hij de dood heeft verduurd. Door Gods genade kwam zijn sterven aan allen ten goede.” (Heb 2:9 WV78)

“want –zegt hij– de mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden verstoten worden; hij zal ter dood gebracht worden en ten derden dage worden opgewekt!” (Lu 9:22 NB)

Gedoopte

“In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.” (Mr 1:9 NBV)

“vanaf zijn begin, de doop door Johannes, tot aan de dag dat hij van ons werd opgenomen, een van dezen samen met ons getuige van zijn opstanding worden!” (Hnd 1:22 NB)

Gedrongen

“Ook moet Ik met een doop gedoopt worden, en hoe worde Ik gedrongen, tot  dat het volbracht zij!” (Lu 12:50 PALM)

Geduldige

“Maar juist daarom heeft Christus Jezus zich over mij ontfermd om tegenover mij als eerste zijn grote geduld te tonen. Zo kon ik een voorbeeld zijn voor allen die later in hem zouden geloven en eeuwig leven zouden ontvangen.” (1Ti 1:16 GNB)

Geëerde

“Toen dit aan alle Joden en heidenen die te Efeze woonden bekend werd,  viel vrees op hen allen en kreeg de naam van den Heer Jezus grote eer.” (Hnd 19:17 LEI)

“Dan zal de naam van onze Heer Jezus in u worden geëerd en zult u in zijn heerlijkheid delen, dankzij de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus.” (2Th 1:12 GNB)

Door de Geest gedreven

Vol van Heilige Geest

“Vol van heilige Geest keert Jezus terug van de Jordaan; door de Geest is hij geleid in de woestijn,” (Lu 4:1 NB)

Geërgerd

“Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en dat ergerde hem. Diep bewogen” (Joh 11:33 NBV)

De Geest gevende
Adem uit blazende = Stervende

“Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.” (Mt 27:50 NBG51)

“Doch Jezus, een grote stem van Zich gevende, hebbende, gaf de geest.” (Mr 15:37 PALM)

“Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het  hoofd buigende, gaf de geest.” (Joh 19:30 PALM)

Legt Geest in Gods handen

“En Jezus riep met luide stem: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, blies hij de laatste adem uit.” (Lu 23:46 NBV)

Geest uitdrijvende

“Maar Jezus ziet dat er al een schare te hoop loopt en bestraft de onreine geest door tot hem te zeggen: jij geest van niet–kunnen–praten en doofheid, ík beveel jóu: ga uit hem weg en kom niet meer bij hem binnen!” (Mr 9:25 NB)

Geest van Jezus

“In Myzie gekomen, trachtten zij naar Bithynie te gaan, maar de Geest van  Jezus liet het hun niet toe.” (Hnd 16:7 LEI)

“Want ik weet, dat dit mij tot heil strekken zal, dank zij uw gebed en de  bijstand van den Geest van Jesus Christus.” (Flp 1:19 CANIS)

Gegenereerd

“dat God die aan de kinderen, aan ons, vervuld heeft door Jezus te doen opstaan zoals ook in de psalm geschreven is, in de tweede: ‘mijn zoon ben jij, ikzelf heb heden jou gegenereerd’;” (Hnd 13:33 NB)

Gegeven

“Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus,” (2Ti 1:9 NBV)

Gehangene
Aan een paal,aan een stuk hout, houten staak, gehangene

“de God van onze vaderen heeft Jezus opgewekt,– hem die gij eigenhandig omgebracht hebt door hem ‘te hangen aan een hout’” (Hnd 5:30 NB)

“Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.” (Ga 3:13 NBG51)

Gehoorzame

Steeds aan God gehoorzaam; gehoorzaam tot de dood aan een houten paal

“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd,  gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.” (Flp 2:8 STV)

“Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot  zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid  van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.” (Ro 5:19 STV)

“Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit  hetgeen Hij heeft geleden.” (Heb 5:8 STV)

Gegeselde

“Toen liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jesus liet hij geselen, en gaf Hem  over, om te worden gekruisigd.” (Mt 27:26 CANIS)

“(1-2) Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een krans van doorntakken, zetten die op zijn hoofd, en deden hem een purperrode mantel om.” (Joh 19:1 GNB)

Gegrepene

“Jezus zeide tot hem: Vriend, waarvoor gij hier zijt. Toen traden zij toe,  sloegen de handen aan Jezus en grepen hem.” (Mt 26:50 LEI)

“Zij, die Jesus hadden gegrepen, voerden Hem weg naar Káifas den hogepriester,  waar de schriftgeleerden en oudsten waren vergaderd.” (Mt 26:57 CANIS)

Gegunde

“Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.” (Lu 2:52 NBV)

Gehoonde

“Nu ging Herodes met zijn gevolg Hem honen en bespotten; hij stak Hem in  een schitterend gewaad, en zond Hem toen naar Pilatus terug.” (Lu 23:11 CANIS)

“Die aan hem voorbijtrekken hebben hem gehoond; ‘ze schudden hun hoofden’ en zeggen: ach toch, jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,” (Mr 15:29 NB)

“De Christus, de koning Israels, kome nu van zijn kruis af; opdat wij het  zien en gelovig worden! Ook zijn medekruiselingen hoonden hem.” (Mr 15:32 LEI)

Te Gehoorzamen

“uitverkoren naar de voorwetenschap van God, den Vader, door de heiliging  des Geestes, tot gehoorzaamheid aan Jezus Christus en besprenging met  zijn bloed: genade en vrede mogen u rijkelijk geschonken worden.” (1Pe 1:2 LEI)

Gekende

“Ja, sterker nog: alles beschouw ik als verlies, omdat het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, alles te boven gaat. Om hem heb ik alles prijsgegeven; voor mij is alles vuilnis, omdat het mij erom gaat Christus te winnen” (Flp 3:8 GNB)

“God kende Hem al vóór het ontstaan van de wereld, maar heeft Hem pas in  deze laatste tijd terwille van ons bekendgemaakt.” (1Pe 1:20 BOEK)

Gekroond

“maar wij richten onze blik op Jezus die maar weinig bij engelen is achtergesteld, maar dóór het ondergaan van de dood héén –opdat hij voor állen de dood zou proeven– met heerlijkheid en eer gekroond is.” (Heb 2:9 NB)

Gekruisigde
Gekruisigd of opgehangen aan een houten staak of paal

  In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen.” (1Pe 2:24 WV78)

“Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij hem eerst nog had laten geselen.” (Mt 27:26 NBV)

“Maar ten antwoord zegt de engel tot de vrouwen: weest gíj niet bevreesd; ik weet immers dat ge Jezus zoekt, de gekruisigde;” (Mt 28:5 NB)

“maar hij zei tegen hen: ‘Schrik niet! U zoekt Jezus, uit Nazaret, die gekruisigd is. Hij is door God opgewekt, hij is hier niet. Kijk, dit is de plaats waar ze hem hadden neergelegd.” (Mr 16:6 GNB)

“Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen. Zij voerden Jezus weg;” (Joh 19:16 NBV)

“Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en  Jezus in het midden.” (Joh 19:18 STV)

“Velen der Judeeërs lezen dan dat opschrift,– omdat hij dicht bij de stad was, de plaats waar Jezus werd gekruisigd. Het is geschreven geweest in het Hebreeuws, Romeins en Helleens.” (Joh 19:20 NB)

“Het hele volk van Israël moet dus weten: deze Jezus die u gekruisigd hebt, is door God tot Heer en Christus gemaakt!’” (Hnd 2:36 GNB)

“dan moet aan u allen en het ganse volk van Israel bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer, die gij gekruisigd hebt, maar die God heeft opgewekt uit de doden, dat door die naam deze hier gezond voor u staat.” (Hnd 4:10 NBG51)

“De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u hem had vermoord door hem aan een kruishout te hangen.” (Hnd 5:30 NBV)

“Want ik heb het niet juist geoordeeld iets anders te weten in uw midden dan Jezus Christus en zijn sterven aan het kruis.” (1Co 2:2 NB)

“Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt?” (Ga 3:1 NBV)

“Maar ik voor mij, laat ik me nooit op iets anders beroemen dan op het kruis van onze Heer, Jezus Christus, door wie voor mij de wereld is gekruisigd en ik voor de wereld.” (Ga 6:14 NB)

Gekuste

“Terwijl hij nog spreekt, ziedaar, een schare; hij die Judas heet, één van de twaalf, is voor hen uit gegaan; hij nadert Jezus om hem te kussen.” (Lu 22:47 NB)

Gelaat

“Want dezelfde God die gezegd heeft: Uit de duisternis zal licht schijnen! heeft geschenen in ons hart, om ons te verlichten met de kennis van zijn heerlijkheid die afstraalt van het gelaat van Christus.” (2Co 4:6 GNB)

Gelaster
Gebieder; opdrachtgever

“Meteen daarna gelastte hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou hijzelf de menigte wegsturen.” (Mr 6:45 NBV)

“En Hij gelaste hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van den zuurdesem der  Farizeen, en van den zuurdesem van Herodes.” (Mr 8:15 PALM)

Gelasterde
Gehoonde

“En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende:  Ha! Gij die de tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt!” (Mr 15:29 PALM)

Geliefde

“en zie, een stem uit de hemel die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde, in wie ik een welbehagen heb!” (Mt 3:17 NB)

“de heilige Geest daalde in zichtbare gedaante, als een duif, op hem neer en uit de hemel klonk een stem: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart.’” (Lu 3:22 GNB)

“En er geschiedde een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde  Zoon; hoort Hem!” (Lu 9:35 PALM)

“Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon,” (Col 1:13 WV78)

Gelijk

“Het was nodig dat Jezus Christus, aan ons (Zijn broeders) gelijk werd.  Anders had Hij niet onze genadige en trouwe hogepriester voor God kunnen  worden; een priester die, als Hij met onze zonden afrekent, zowel genadig  voor ons als trouw aan God is.” (Heb 2:17 BOEK)

Gelijkenis verteller
Gelijkenis spreker

(Mt 13:1-52; Mr 4: 1-34; Lu 8: 4-18) over Zaaier, Mosterdzaad, zuurdeeg, onkruid, schat en parel, visnet, zout, verdwaalde schaap, onbarmhartige knecht, barmhartige Samaritaan, onvruchtbare vijgeboom, gastmaal, verloren dragme, verloren zoon, onrechtvaardige rentmeester, Lazarus en de onbarmhartige rijke, rechter en weduwe, de tollenaar, arbeiders in wijngaard, ponden, twee zonen, bruiloftsmaal, tien maagden, talenten.

“Zijn discipelen kwamen naar Hem toe en vroegen: “Waarom vertelt U altijd  van dit soort gelijkenissen?”” (Mt 13:10 BOEK)

“En zijn discipelen, tot Hem gekomen zijnde, zeiden tot Hem: Waarom spreekt  Gij tot hen door gelijkenissen?” (Mt 13:10 PALM)

“Dat alles spreekt Jezus tot de scharen uit in gelijkenissen, en zonder een gelijkenis heeft hij niets tot hen uitgesproken;” (Mt 13:34 NB)

“ En Jezus antwoordde en sprak opnieuw tot hen in gelijkenissen en zei:” (Mt 22:1 VoorhNT4)

“Dan vangt hij aan tot hen te spreken in gelijkenissen: een mens plant een wijngaard; hij zet er een haag omheen, graaft een persbak uit en bouwt er een wachttoren bij; hij geeft hem uit aan landbouwers en gaat op reis;” (Mr 12:1 NB)

“Hij heeft tot de genodigden een gelijkeniswoord gezegd, opmerkend hoe zij de voorste aanligplaats verkozen, zeggend tot hen:” (Lu 14:7 NB)

Geloofd

“En buiten twijfel, groot is het geheimenis der godsvrucht: Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is verschenen aan de engelen, is verkondigd onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid.” (1Ti 3:16 NBG51)

Gelovige

Gelovige in God en Gebod

Gemanifesteerde

“Anders zou hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld. Maar nu heeft hij zich in het besluit van de samenstelsels van dingen eens voor altijd gemanifesteerd om zonde weg te doen door middel van het slachtoffer van zichzelf.” (Heb 9:26 NWV)

Gemeenschap

“als we in het licht wandelen zoals hij in het licht verkeert, dan is er gemeenschap tussen ons beiden en reinigt het bloed van zijn zoon Jezus ons van alle zonde;” (1Jo 1:7 NB)

Genade
Onverdiende Goedheid

“ aan alle geliefden van God die te Rome zijn, geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.” (Ro 1:7 VoorhNT4)

“ De genade van de Heer Jezus Christus zij met u.” (1Co 16:23 VoorhNT4)

“ Want gij kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat hij, terwijl hij rijk was, ter wille van u arm is geworden, opdat gij door zijn armoede 2 rijk zoudt worden.” (2Co 8:9 VoorhNT4)

  En ik werd in rijke overvloed de genade van onze Heer deelachtig en daarmee het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn.” (1Ti 1:14 WV78)

“Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus,” (2Ti 2:1 NBG51)

Genadebrenger

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus  Christus geworden.” (Joh 1:17 STV)

Genadegift
Genadegave, genadebedeling

“Maar met de genadegave is het niet gesteld als met de val. Want al zijn  door de val van één al die velen gestorven, veel overvloediger is de  genade van God en de genadegift van den énen mens, Jesus Christus, over  al die velen uitgestort.” (Ro 5:15 CANIS) / genade-bedeling (Palm) / genadegift (SVV)

“Want de bezoldiging van de zonde is de dood, maar de genade-gift van God  is het eeuwige leven, in Jezus Christus onze Heer!” (Ro 6:23 PALM)

Genadetroon
Genademiddel, Zoenmiddel, Zoenoffer, Verzoening

“Hem heeft God gesteld tot een genadetroon door het geloof, in zijn bloed, tot betoning van zijn gerechtigheid wegens het voorbij laten gaan van de zonden die tevoren hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God;” (Ro 3:25 TELOSNT)

Genadewerk

“Want ge kent het genadewerk van onze Heer Jezus Christus, dat hij om u arm is geworden terwijl hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.” (2Co 8:9 NB)

Geneesheer
Genezer

“Hij sprak tot hen: Gij zult Mij zeker dit spreekwoord doen horen:  Geneesheer, genees uzelf. Doe ook hier in uw vaderstad, wat, naar we  vernamen, in Kafárnaum is geschied.” (Lu 4:23 CANIS)

“Maar de overste der synagoge was verontwaardigd, omdat Jesus op de sabbat  genas; hij nam het woord, en zei tot het volk: Er zijn zes dagen, waarop  men moet werken; komt dus op die dagen, om u te laten genezen, en niet op de sabbat.” (Lu 13:14 CANIS)

“Jesus zeide hem: Ik zal komen, en hem genezen.” (Mt 8:7 CANIS)

“Maar Jezus keerde zich om en zeide toen hij haar zag: Houd moed, mijn  dochter; uw geloof heeft u genezen. En van stonde af aan was de vrouw  genezen.” (Mt 9:22 LEI)

“Toen Jezus het huis inging, liepen de blinden gewoon met Hem mee naar  binnen. “Gelooft u dat Ik uw ogen kan genezen?” vroeg Hij. “Ja, Here,”  antwoordden zij.” (Mt 9:28 BOEK)

“En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. ” (Mt 9:35 NBG51)

  Eens bracht men Hem een bezetene die blind en stom was. Hij genas hem, zodat de stomme weer sprak en zag.” (Mt 12:22 WV78)

“Toen antwoordde Jezus: Vrouw, uw geloof is groot. U geschiede naar uw  wens. En haar dochter werd van dat uur af gezond.” (Mt 15:28 LEI)

“Maar de man kon het toch niet voor zich houden. Opgewonden vertelde hij  overal dat Jezus hem had genezen. Jezus kwam zo in de belangstelling te  staan dat Hij niet meer onopgemerkt een stad kon binnengaan. Daarom  bleef Hij maar buiten op het platteland. Maar ook daar wisten de mensen  Hem te vinden.” (Mr 1:45 BOEK)

“En Petrus zeide tot hem: Eneas, Jezus Christus geneest u; sta op en maak zelf uw bed op. En hij stond onmiddellijk op.” (Hnd 9:34 NBG51)

Genegen

“Het was duidelijk zichtbaar dat Jezus genegenheid had voor deze man. Hij  keek hem aan en zei: “Er is één ding dat u niet hebt gedaan. Ga naar  huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen. Kom dan  terug en volg Mij. Dan zult u rijk zijn in de hemel.”” (Mr 10:21 BOEK)

“Doch het hoofd der synagoge, die het kwalijk nam dat Jezus op sabbat  iemand genas, zeide tot de schare: Er zijn zes dagen om op te werken;  komt dan daarop om u te laten genezen; maar niet op den sabbatdag.” (Lu 13:14 LEI)

Genodigde

“Enige tijd later organiseerde Levi een grote feestmaaltijd ter ere van  Jezus. Onder de genodigden waren ook veel tolontvangers.” (Lu 5:29 BOEK)

Geopenbaarde

  zo zal het ook zijn op de dag waarop de Mensenzoon zich openbaart.” (Lu 17:30 WV78)

“Dit was al de derde keer dat Jezus aan de discipelen werd geopenbaard, nadat Hij uit de doden was opgewekt.” (Joh 21:14 TELOSNT)

“die wel voor de grondlegging der wereld gekend is, maar nu eerst, op het  eind der tijden, geopenbaard is ter wille van u,” (1Pe 1:20 LEI)

Geperst

“Maar Ik moet met een doop gedoopt worden; en hoe worde Ik geperst, totdat  het volbracht zij!” (Lu 12:50 STV)

Gepredikte

“opdat de tijden van de verademing komen mogen vanwege de Heer, en Hij de  u te voren gepredikten Jezus Christus zenden moge.” (Hnd 3:20 PALM)

“En ontegenzeggelijk groot is het geheimenis van de godsvrucht: ‘die is verschenen in vlees–en–bloed, is gerechtvaardigd in geestesadem, is gezien door engelen, is gepredikt onder heidenen; is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.’” (1Ti 3:16 NB)

“Maar wat dan nog? Jezus Christus wordt hoe dan ook gepredikt, hetzij  vanuit een onoprechte, hetzij vanuit een oprechte houding, en daar ben  ik op zichzelf heel blij mee.” (Flp 1:18 BOEK)

Geprezen

“Heel Efeze kwam dit ter ore, zowel Joden als Grieken. Iedereen werd met ontzag vervuld en de naam van de Heer Jezus werd hoog geprezen.” (Hnd 19:17 GNB)

“Daardoor zal in u onze Here Jezus geëerd en geprezen worden; en u zelf  ook, omdat u één met Hem bent. Dit alles is mogelijk door de genade van  God en van onze Here Jezus Christus.” (2Th 1:12 BOEK)

Gerechte

“Mijn kinderkens, ik schrijf u dit, opdat gij niet zondigt. En mocht iemand  zondigen, dan hebben we bij den Vader een Helper: Jesus Christus, den  Gerechte;” (1Jo 2:1 CANIS)

Gerechtigde

“Daarom gaven ze hem als antwoord: ‘We weten het niet.’ Jezus zei: ‘Dan zeg ik u ook niet met welk recht ik deze dingen doe.’” (Mt 21:27 GNB)

Gerechtigheid

“vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God.” (Flp 1:11 NBG51)

Gerechtvaardigd
Rechtvaardig verklaard

  En groot is ongetwijfeld het geheim van onze godsdienst: Hij is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken, geloofd in heel de werelden opgenomen in heerlijkheid.” (1Ti 3:16 WV78)

Gereedmaker

Weg voorbereider voor de mensen

Geschenk

Godsgeschenk voor de mensheid; Genadegift van God

“Maar de overtreding van Adam staat niet op één lijn met wat God ons heeft gegeven. Want door de overtreding van één mens moest de mensheid sterven. Maar veel en veel overvloediger is de genade van God en het geschenk dat hij de mensheid uit pure goedheid gaf, namelijk die ene mens Jezus Christus.” (Ro 5:15 GNB)

“Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Ro 6:23 NBV)

Geschrevene

Opgetekend en aangekondigd in de Oude Geschriften

  Want als ge Mozes zoudt geloven, zoudt ge ook Mij geloven, want juist over Mij heeft hij geschreven.” (Joh 5:46 WV78)

Geslachthouder
Hoofd van de Gemeente; Fundament van de Christenen

  Maar gij zijt een uitverkoren geslacht (volgelingen van Christus), een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht:” (1Pe 2:9 WV78)

Geslachtsregisterloze

20   waar Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is geworden op de wijze van Melchisedek. 7:1 ¶   Deze Melchisedek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, kwam Abraham tegemoet, toen hij de koningen verslagen had, en hij zegende hem;” (Heb 6:20WV78) “1    Deze Melchisedek, koning van Salem, priester van God de Allerhoogste, kwam Abraham tegemoet, toen hij de koningen verslagen had, en hij zegende hem; 2   en Abraham gaf hem van alles een tiende deel. De naam; van Melchisedek betekent vooreerst ‘koning van gerechtigheid’; vervolgens is hij koning van Salem, dat is, ‘vredevorst’. 3   Hij heeft geen vader, geen moeder, geen stamboom; zijn leven heeft begin noch einde. Hij lijkt op de Zoon van God: hij blijft voor altijd priester.” (Heb 7:1-3 WV78)

Geslagene

“En de mannen, die Jezus bewaarden, bespotten en sloegen Hem.” (Lu 22:63 PALM)

“Eén van de bewakers gaf Jezus een klap in het gezicht. “Zo wordt niet  tegen de hogepriester gesproken!” zei hij.” (Joh 18:22 BOEK)

“Jezus antwoordde hem: Indien Ik verkeerd gesproken heb, geef aan wat verkeerd was, maar indien het goed was, waarom slaat gij Mij?” (Joh 18:23 NBG51)

“Ze spuwen naar hem, nemen de rietstaf en hebben hem op zijn hoofd geslagen.” (Mt 27:30 NB)

Gesmaalde
Gesmaadde, Gehoonde, Gelasterde

“En de voorbijgangers smaalden hem en zeiden hoofdschuddend: Ha, gij die  den tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,” (Mr 15:29 LEI)

“Laat de Christus, de koning van Israel, nu van het kruis afkomen, opdat wij zien en geloven! Ook zij die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.” (Mr 15:32 TELOSNT)

Gestalteloos

“Als een loot schoot hij op voor ons aanschijn, als een wortel uit dorre aarde had hij geen gestalte en geen luister; wij zagen hem aan, maar hij had geen aanblik dat wij hem begeerd zouden hebben.” (Jes 53:2 NB)

Gestorvene

“Daarom is ook Jezus buiten de stad een vreselijke dood gestorven; om ons  door Zijn bloed voor God af te zonderen en onze zonden weg te doen.” (Heb 13:12 BOEK)

“Die zei dat Jezus inderdaad al was gestorven. Toen kreeg Jozef toestemming  het lichaam mee te nemen.” (Mr 15:45 BOEK)

“Toen ze bij Jesus waren gekomen en zagen, dat Hij reeds was gestorven,  braken ze Hem de benen niet.” (Joh 19:33 CANIS)

“ maar zij hadden tegen hem enige twistvragen over hun godsdienst en over zekere Jezus, die gestorven is, van wie Paulus zei dat hij leeft.” (Hnd 25:19 VoorhNT4)

“Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons.” (Ro 8:34 NBV)

“te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare. ” (2Co 4:10 NBG51)

“Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem.” (1Th 4:14 NBG51)

Gestuurd door God

“”Wie op Mij vertrouwt,” riep Jezus uit, “vertrouwt eigenlijk op God Die  Mij gestuurd heeft.” (Joh 12:44 BOEK)

Gethsemani

(Mt 26:47-56; Mr 14: 32-42; Lu 22: 40-46; Jo 18:1, 11, 27°

Getrouwe

“Toen zag ik de hemel geopend, en zie: Een wit paard. En Die er op was  gezeten, wordt “Getrouwe en Waarachtige” genoemd; met rechtvaardigheid  leidt Hij het oordeel, en voert Hij de strijd.” (Opb 19:11 CANIS)

“Wie is dan de getrouwe en verstandige dienstknecht, die zijn heer over  zijn andere dienstboden gesteld heeft, om hun op zijn tijd spijze te  geven?” (Mt 24:45 PALM)

Steeds getrouw aan God;
 Betrouwbare

“Wie is de getrouwe en beleidvolle slaaf”” (Mt 24:45NWV)

Getuige

Getuigenis

“die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.” (1Ti 2:6 NBV)

  Toen, om zijn woede op de vrouw te koelen, ging de draak heen, om de overige van haar? kinderen te beoorlogen, hen namelijk die de geboden van God en het getuigenis van Jezus trouw bewaren.” (Opb 12:17 WV78)

Getuigenisaflegger

“In het bijzijn van God, die aan alles leven geeft, en van Christus Jezus, die tegenover Pontius Pilatus krachtig van zijn geloof getuigde, beveel ik je:” (1Ti 6:13 GNB)

Jezus Christus de Getrouwe Getuige (Opb 11:3)

“en van Jesus Christus, den waarachtigen Getuige, den Eerstgeborene der  doden en den Opperste van de koningen der aarde. Aan Hem, die ons bemint,  die ons door zijn Bloed van de zonde verlost heeft,” (Opb 1:5 CANIS)

“want Jezus zelf had getuigd, dat een profeet in zijn vaderland niet in ere is.” (Joh 4:44 NBG51)

“Jezus antwoordde hun: Al getuig ik over mijzelf, mijn getuigenis is toch  betrouwbaar; want ik weet van waar ik gekomen ben en waar ik heen ga;  maar gij weet niet van waar ik gekomen ben en waar ik heenga.” (Joh 8:14 LEI)

“Toen Jezus dit had gezegd, werd Hij ontroerd in de geest en Hij betuigde aldus: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal overleveren.” (Joh 13:21 TELOSNT)

“Ten overstaan van God, die alles in leven houdt, en Christus Jezus, die voor Pontius Pilatus een krachtig getuigenis heeft afgelegd, draag ik je op” (1Ti 6:13 NBV)

“Hij heeft zichzelf gegeven als losprijs voor alle mensen; op de vastgestelde tijd heeft hij getuigenis afgelegd van Gods wil om de mensen te redden.” (1Ti 2:6 GNB)

Getuigeniswerkgever

Uitzender van discipelen om getuigenis te geven; aanmoediger tot prediking

Gevangene

“Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list gevangen te nemen en hem te doden.” (Mt 26:4 NBV)

“Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden hem voor aan Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren.” (Mt 26:57 NBV)

“De andere mannen wisten wie ze moesten hebben en namen Jezus gevangen.” (Mr 14:46 BOEK)

“Broeders, vervuld moest worden het Schriftwoord waarin de Heilige Geest  bij monde van David voorspeld heeft over Judas, die de gids geweest is  der mannen die Jezus gevangen genomen hebben:” (Hnd 1:16 LEI)

Gevangenhouder

“Daarom bid ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, niet-Joden.” (Efe 3:1 GNB)

Gever

Gever van brood, vissen, wijn, genegenheid, liefde, wijsheid, verkondiging,nederigheid, vergeving, genade, leven

Gevolgde

“Als Jezus het hoort neemt hij de wijk daarvandaan, in een boot naar een plek in de woestijn om op zichzelf te zijn. De scharen die daarvan horen volgen hem vanuit de steden te voet.” (Mt 14:13 NB)

“En toen zij uit Jericho gingen, volgde Hem een grote schare.” (Mt 20:29 NBG51)

“Verscheiden vrouwen zagen dit van verre aan. Het waren zij die Jezus van  Galilea waren gevolgd om hem te dienen.” (Mt 27:55 LEI)

“Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus.” (Joh 1:40 NBV)

Gevolmachtigde

“Hem heeft God als Voornaamste Gevolmachtigde en Redder tot zijn rechterhand verhoogd, om Israël [de gelegenheid tot] berouw en vergeving van zonden te geven (Hand 5:31 NWV)

Geweldloze

Gewichtige

Belangrijke

Gezag

“Want ge weet welke afkondigingen wij u op gezag van de Heer Jezus hebben gegeven.” (1Th 4:2 NB)

Gezaggever

“Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen.” (Lu 9:1 NBV)

Gezagverkrijger in hemel en op aarde

“Jezus komt naderbij en spreekt tot hen; hij zegt: mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde;” (Mt 28:18 NB)

“… Eindelijk is het zover.  God heeft de bevrijding gebracht. Hij heeft Zijn macht gebruikt om Zijn  Koninkrijk te vestigen. Zijn Christus heeft hier nu het gezag. …” (Opb 12:10 BOEK)

Gezalfde
Messias

“De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn  bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.” (Hnd 4:26 STV)

“Onderricht gevend in het heiligdom heeft Jezus ten antwoord gezegd: hoe kunnen de schriftgeleerden zeggen dat de Gezalfde een zoon van David is?–” (Mr 12:35 NB)

61  Maar hij is blijven zwijgen en heeft helemaal niets geantwoord. Weer heeft de hogepriester hem een vraag gesteld; hij zegt tot hem: bent u de Gezalfde, de zoon van de Gezegende? 62  Jezus zegt: dat bén ik, en wat ge zult zien is ‘de mensenzoon gezeten ter rechterhand van de kracht Gods’ en ‘komende met de wolken des hemels’ !” (Mr 14:61-62 NB)

  Toen Hij eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?’   Zij antwoordden: ‘Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia, en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan.’   Hierop zeide Hij tot hen: ‘Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?’ Nu antwoordde Petrus: ‘De Gezalfde van God.’” (Lu 9:18-20 WV78)

  De eerste die hij ontmoette was zijn broer Simon tot wie hij zei: ‘Wij hebben de Messias: - vertaald betekent dat: de Gezalfde - ‘gevonden,’” (Joh 1:41 WV78)

“De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, die met u spreekt.’” (Joh 4:25-26 NBV)

“Daar maken ze dan voor hem een maaltijd klaar; Marta bediende, Lazarus was één van hen die met hem aanlagen. Dan neemt Maria een litra onvervalste nardusmirre, heel kostbaar, zalft daarmee de voeten van Jezus en droogt zijn voeten met haar haren af; het huis wordt vervuld van de geur van de mirre.” (Joh 12:2-3 NB)

“opdat van het aanschijn des Heren momenten van verademing mogen komen, en hij zal zenden de voor u bestemde gezalfde: Jezus” (Hnd 3:20 NB)

“Want inderdaad hebben in deze stad saamgespannen tegen uw heiligen dienaar  Jezus, dien Gij gezalfd hebt, Herodes en Pontius Pilatus, met heidenen  en volken van Israel,” (Hnd 4:27 LEI)

“Hoe God Jezus, de Nazarener, gezalfd heeft met de Heilige Geest en met  kracht; welke alom doortrok, goed doende, en genezende allen, die van  de duivel overweldigd waren, want God was met Hem.” (Hnd 10:38 PALM)

“Ik hoorde een stem in de hemel luid zeggen: ‘Nu is gekomen het heil, de macht en het koninkrijk van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde. De aanklager van onze broeders, hij die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is uit de hemel geworpen.” (Opb 12:10 GNB)

“hé, Gezalfde, koning van Israël, daal nu af van het kruis, dan kunnen wij zien en geloven! Ook die samen met hem gekruisigd werden hebben hem beschimpt.” (Mr 15:32 NB)

Gezant
Gezant van God; Door God Gezondene; Afgevaardigde van God

“Daarom, heilige Broeders, deelgenoten der hemelse roeping! let aandachtig  op de Gezant en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus;” (Heb 3:1 PALM)

“Daarom, heilige Broeders, deelgenoten der hemelse roeping! let aandachtig  op de Gezant en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus;” (Heb 3:1 PALM)

Gezeten aan de rechterhand van God

63  Maar Jezus bleef zwijgen. “Uit naam van de levende God,” riep de  hogepriester. “Zeg ons of U de Christus bent, de Zoon van God.” 64  “U zegt het,” antwoordde Jezus. “Straks zult u de Mensenzoon zien zitten  aan de rechterhand van God. U zult Hem ook zien terugkomen op de wolken  aan de hemel.”” (Mt 26:63-64 BOEK) / Aan de rechterhand van de Machtige (NBV) aan de rechterhand van de Almachtige (Palm) aan de rechterhand van de Kracht (Canis) rechterzijde van de almachtige God (GNB)

61  Doch Hij zweeg stil en antwoordde niets! Wederom vroeg Hem de Hogepriester,  en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des Hooggeloofden! 62  En Jezus zeide: Ik ben het! En gij zult de Zoon des mensen zien, zittende  aan de rechterhand der Majesteit, en komen met de wolken des hemels!” (Mr 14:61-62 PALM)

Gezinde
Gezindheid

“U moet die gezindheid hebben die ook Christus Jezus had.” (Flp 2:5 GNB)

Gezochte

Als kind door zijn ouders en later als volwassene door mensen die hem wilden zien.

“Toen dan de schare zag dat noch Jezus noch zijn leerlingen daar waren,  gingen zij in die vaartuigen en voeren naar Kapernaum om Jezus te zoeken.” (Joh 6:24 LEI)

“Jezus antwoordt hun en zegt: vast en zeker is het, zeg ik u: ge zoekt mij, niet omdat ge tekenen hebt gezien maar omdat ge hebt gegeten van de broden en op die weide zijt verzadigd;” (Joh 6:26 NB)

“ Hij vroeg hun dan opnieuw: Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus de Nazaréner.” (Joh 18:7 VoorhNT4)

Gezonden door God

“Jesus sprak tot hen: Mijn spijs is, de wil te volbrengen van Hem, die  Mij heeft gezonden, en zijn werk te voltooien.” (Joh 4:34 CANIS)

“Jesus antwoordde hun: Dit is het werk van God: dat gij gelooft in Hem,  dien Hij gezonden heeft.” (Joh 6:29 CANIS)

“Jezus dan antwoordde hun en zei: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem die Mij heeft gezonden.” (Joh 7:16 TELOSNT)

“Toen leerde Jesus met luider stem in de tempel, en sprak: Gij kent Mij,  en gij weet ook, waar Ik vandaan ben? En toch ben Ik niet uit Mijzelf  gekomen, maar Hij, die Mij gezonden heeft, is de Waarachtige; Dien kent  gij niet.” (Joh 7:28 CANIS)

  Veel zou Ik over u kunnen zeggen tot uw veroordeling. Maar Hij die Mij gezonden heeft, is waarachtig, en wat ik van Hem heb gehoord, dat zeg Ik tot de wereld.’” (Joh 8:26 WV78)

“Jezus zegt tot hen: als God uw Vader was zoudt ge mij liefhebben, want ik ben van God uitgegaan en naar hier gekomen; want ik ben niet vanuit mijzelf gaan spreken nee, hij heeft mij uitgezonden;” (Joh 8:42 NB)

“Jesus nu heeft het luide verklaard: Wie in Mij gelooft, gelooft niet in  Mij, maar in Hem, die Mij heeft gezonden.” (Joh 12:44 CANIS)

“ Jezus dan zei nogmaals tot hen: Vrede zij u! Zoals de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook u.” (Joh 20:21 VoorhNT4)

“Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht.” (Hnd 2:22 NBV)

“Wij moeten de werken doen van mijn Zender zolang het dag is; de nacht  komt, wanneer niemand werken kan.” (Joh 9:4 LEI)

Gezondmaker

  In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen.” (1Pe 2:24 WV78)

“De man ging heen en zeide tot de Joden, dat het Jezus was, die hem gezond gemaakt had.” (Joh 5:15 NBG51)

“Petrus zeide tot hem: Eneas, Jezus Christus maakt u gezond; sta op en  spreid zelf uw leger. Dadelijk stond hij: op,” (Hnd 9:34 LEI)

Gids

Leider; Richtingaangever

Glorie

“waartoe hij u ook geroepen heeft door onze verkondiging, om de glorie van onze Heer, Jezus Christus, te mogen verwerven.” (2Th 2:14 NB)

“ Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.” (2Pe 1:16 WV95)

God
(god), Goddelijke, Krachtige, Sterke, (Niet God de Almachtige Vader, God der goden)

“Geen mens heeft ooit God gezien; de eniggeboren god, die in de boezem[positie] bij de Vader is, die heeft hem verklaard.” (Jo 1:18 NWV)

(9:5) Want een kind is ons geboren, een zoon aan ons gegeven, nu komt de heerschappij op zijn schouder; men zal als naam voor hem roepen: wonderbare raadsman, heldhaftige God, vader voor immer, vredevorst!,” (Jes 9:6 NB)

Goddelijke

“(9-5) Er is een kind geboren, we hebben weer een koningszoon. Op zijn schouders rust de heerschappij. Men zal hem noemen: Wijs Bestuurder, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 GNB)

Godenzoon

“En als de honderdman die tegenover hem bij hem staat ziet dat hij zó de adem uitblaast, zegt hij: waarlijk, deze mens is een godenzoon geweest!” (Mr 15:39 NB)

God met hem

betreffende Jezus van Nazareth, hoe God hem gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht. Hij is het land doorgegaan, goeddoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren; want God was met hem.” (Hnd 10:38 VoorhNT4)

God Redt

“Zij is in verwachting door de Heilige Geest. Zij zal een zoon krijgen,  die u Jezus moet noemen. Dat betekent ‘God redt’.” (Mt 1:21 BOEK)

Gods liefde
Liefde Gods, Liefde van God

“Hoe hoog we zijn gestegen of in welke diepte wij ons ook bevinden, niets  in de hele schepping kan ons scheiden van Gods liefde, die ons gegeven  is in Christus Jezus, onze Heer.” (Ro 8:39 BOEK)

Godsvruchtig

“Hij die tijdens zijn dagen in het vlees met sterk geroep en tranen zowel gebeden als smekingen geofferd heeft aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen (en Hij is verhoord om zijn godsvrucht),” (Heb 5:7 TELOSNT)

Gods Woonplaats
Woonstede, Tabernakel, Tent

“En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Ziet, Gods woonplaats  is bij de mensen, en Hij zal onder hen Zijn hut stichten, en zij zullen  Zijn volk zijn, en God Zelf zal met hen zijn, als hun God!” (Opb 21:3 PALM)

Godszoon
Zoon van God

“Toen de centurio, die recht tegenover hem stond, hem zo zijn laatste adem zag uitblazen, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’” (Mr 15:39 NBV)

Goed

Goede Herder

“Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor de schapen.” (Joh 10:11 CANIS)

27   Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. 28   Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. 29   Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.” (Joh 10:27-29 WV78)

Goede Nieuws
Grote Nieuws, Blijmare, Evangelie

“God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat hij door Jezus Christus het goede nieuws van de vrede is komen brengen. Deze Jezus is de Heer van alle mensen.” (Hnd 10:36 NBV)

“in een laaiend vuur laat zien wie Hij is. Dan zal Hij allen straffen die  niets van God willen weten en hun oren dichthouden voor het goede nieuws  van onze Here Jezus.” (2Th 1:8 BOEK)

“Van: Paulus, die in de gevangenis zit omdat hij het goede nieuws van  Jezus Christus heeft bekendgemaakt, en van onze broeder Timotheüs. Aan:  Filémon, onze medewerker. Wij schrijven niet alleen aan u persoonlijk,” (Flm 1:1 BOEK)

“Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem,” (Lu 8:1 NBV)

“En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 NWV)

“17 En hij is gekomen en heeft het goede nieuws van vrede bekendgemaakt aan U die veraf waart, en vrede aan hen die dichtbij waren, 18 want door bemiddeling van hem hebben wij, beide volken, door één geest de toegang tot de Vader.” (Efeziërs 2:17-18 NWV)

Goedgekeurde

  en een stem uit de hemel sprak: ‘Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie Ik welbehagen heb.’” (Mt 3:17 WV78)

Goedgunstigheid

“U weet hoe goedgunstig onze Heer Jezus Christus is geweest: hij was rijk, maar hij is om u arm geworden, om door zijn armoede u rijk te maken.” (2Co 8:9 GNB)

Goed Nieuws brenger

“Later, toen Johannes de Doper door koning Herodes gevangen was genomen,  ging Jezus terug naar Galilea om de mensen het goede nieuws van God te  vertellen.” (Mr 1:14 BOEK)

Golgotha
Schedelplaats

“En toen zij gekomen waren op de plaats, genaamd Golgotha, hetwelk gezegd  is, plaats des Hoofdschedels,” (Mt 27:33 PALM)

(Mt 27: 32; Mr 15: 21; Lu 23: 26-32; Jo 19:16-17)

Grijper

“Niet dat ik alreeds de prijs verkregen heb, of reeds aan de eindpaal  gekomen ben; maar ik streef er naar, dat ik hem grijpen mocht, waartoe  ook ik van Christus Jezus gegrepen ben.” (Flp 3:12 PALM)

Grondleergever

“Laten wij nu daarom, wu wij de grondleer over Christus, achter ons hebben gelaten, tot rijpheid voortgaan, zonder opnieuw een fundament te leggen, namelijk berouw over dode werken, en geloof jegens God (Heb 6:1 NWV)

Grondlegger

“Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.” (Heb 12:2 NBV)

Grondlegging
 Grondvesting

  dat uitverkoren was vóór de grondlegging van de wereld, maar pas op het einde van de tijden is verschenen, omwille van u.” (1Pe 1:20 WV95)

Grootgemaakte

“overeenkomstig de verwachting en mijn hoop dat ik in niets beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd zo ook nu, Christus grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, hetzij door leven hetzij door dood.” (Flp 1:20 NB)

“En dit werd allen bekend, beiden Joden en Grieken, die te Efeze woonden;  en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd  groot gemaakt.” (Hnd 19:17 STV)

Grootheid

“Want niet door vernuftig verzonnen fabels te volgen hebben wij u de kracht en de komst van onze Heer, Jezus Christus, bekendgemaakt, maar doordat wij ooggetuigen van diens grootheid zijn geweest.” (2Pe 1:16 NB)

Grote Nieuws
Goed Nieuws, Goede Nieuws, Evangelie, Blijmare

“Eerst zal dit grote nieuws over het koninkrijk van God bekendgemaakt worden over de hele wereld, zodat onder alle volken van mij is getuigd, en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 GNB)

Gunstige

“En Jezus nam toe in wijsheid, jaren en gunst bij God en mensen.” (Lu 2:52 LEI)

Handoplegger

“Daar werd iemand bij hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte hem om deze man de hand op te leggen.” (Mr 7:32 NBV)

“Bij het ondergaan van de zon leiden allen hun zieken met velerlei kwalen tot hem; hij legt aan elk van hen de handen op en geneest hen.” (Lu 4:40 NB)

Hart van de aarde
Diepte van de aarde, Binnenste van de aarde

“want zoals ‘Jona drie dagen en drie nachten in de schoot van het zeemonster is geweest’, zó zal de mensenzoon drie dagen en drie nachten zijn in het hart van de aarde;” (Mt 12:40 NB)

Heengegaan

“Jezus nu zeide tot hen: Nog een kleine tijd ben Ik met u, en ga dan heen  tot Hem, Die Mij gezonden heeft.” (Joh 7:33 PALM)

Heer
De Heer boven gewone heren, maar onder de Heer der Heren

“ want u is heden een Heiland geboren, die Christus, de Heer, is, in de stad van David.” (Lu 2:11 VoorhNT4)

  en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: Jezus Christus is de Heer.” (Flp 2:11 WV78)

”21 Niet een ieder die tot mij zegt: ’Heer, Heer’, zal het koninkrijk der hemelen binnengaan, maar hij die de wil doet van mijn Vader, die in de hemelen is. 22 Velen zullen op die dag tot mij zeggen: ’Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, en in uw naam demonen uitgeworpen, en in uw naam vele krachtige werken verricht?’ “(Mt 7:21-22 NWV)

“De God van vrede, die Jesus onzen Heer van de doden heeft opgewekt, den  groten Herder der schapen door het Bloed van een eeuwig Verbond:” (Heb 13:20 CANIS)

  Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.” (Joh 13:13 WV78)

“Jezus zegt tot hen: houdt hier het morgenmaal! Niemand van de leerlingen heeft het gewaagd om hem de vraag te stellen: wie bent u?– ze weten: het is de Heer!” (Joh 21:12 NB)

“Wete dan voorzeker het ganse huis Israel dat God hem tot Heer en Christus  gemaakt heeft, dienzelfden Jezus dien gij hebt gekruisigd.” (Hnd 2:36 LEI)

“Maar sommigen daarvan zijn mannen van Cyprus en Cyrene, en zij komen in Antiochië en zij zijn ook tot de Hellenen gaan spreken, Jezus verkondigend als de Heer.” (Hnd 11:20 NB)

“Hij preekte het koninkrijk Gods, en leerde over den Heer Jesus Christus  in alle vrijmoedigheid en ongehinderd.” (Hnd 28:31 CANIS)

“maar voor ons is er één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en voor wie wij zijn bestemd, en één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn en door wie wij zijn.” (1Co 8:6 NB)

“Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand kan ooit door toedoen van de Geest van God zeggen: ‘Vervloekt is Jezus, ‘en niemand kan ooit zeggen: ‘Jezus is de Heer, ‘behalve door toedoen van de heilige Geest.” (1Co 12:3 NBV)

“opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader.” (Flp 2:10-11 TELOSNT)

“Want als zij de bezoedelingen van de wereld zijn ontvlucht in het kennen van de Heer en redder, Jezus Christus, maar door hen er weer worden ingevlochten, en overmeesterd, dan zijn voor hen de laatste dingen erger geworden dan de eerste;” (2Pe 2:20 NB)

“ Want wij zijn geen vernuftig verzonnen fabels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heer Jezus Christus bekend maakten, maar wij zijn ooggetuigen van zijn majesteit geweest.” (2Pe 1:16 VoorhNT4)

“Ze zullen strijd voeren tegen het Lam; maar het Lam zal hen overwinnen,  —want Het is de Heer der heren en de Koning der koningen; —ook de  geroepenen zullen dit doen, de uitverkorenen en de getrouwen, tezamen  met Hem.” (Opb 17:14 CANIS)

“erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.” (1Pe 3:15 NBV)

“9 Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is, 10 zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, 11 en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader.” (Flp 2:9-11 NWV)

“Want de Heer zelf zal op een bevelwoord, terwijl de stem van een aartsengel  en een bazuin Gods uit den hemel weerklinken, neerdalen; dan zullen  eerst zij die in Christus’ gemeenschap gestorven zijn opstaan;” (1Th 4:16 LEI)

Heere
Here

“Want er zijn sommige mensen ingeslopen, wier vonnis reeds voor lang  beschreven staat; goddelozen, die de genade onze God veranderen in  ongebondenheid, en God, de enige Heerser, en onze Heere Jezus Christus  verloochenen.” (Jds 1:4 PALM)

“Want zo deze dingen bij u zijn, en in u overvloedig zijn, zij zullen  u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onzen Heere  Jezus Christus.” (2Pe 1:8 STV)

“Genade en vrede worde u vermenigvuldigd, door de kennis van God, en van  Jezus, onze Heere!” (2Pe 1:2 PALM)

“Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.” (2Pe 1:11 NBG51)

“Maar heiligt de Christus in uw harten als Here, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze,” (1Pe 3:15 NBG51)

Heerlijkheid

“Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid, en alle engelen met hem, dan zal hij op zijn glorierijke troon plaats nemen. (Mt 25:31 NWV)

“ Dit zei Jesaja, toen hij zijn heerlijkheid zag en van hem sprak.” (Joh 12:41 VoorhNT4)

“Want meer dan aan Mozes is hém heerlijkheid waardig gekeurd, zoals ook meer dan het huis de bouwer ervan eer heeft;” (Heb 3:3 NB) / “Want hij is zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig gekeurd als een  die een huis bouwt groter eer verkrijgt dan het huis.” (Heb 3:3 LEI)

De Heer Redt

“zij zal een zoon baren en jij zult als zijn naam uitroepen: Jezus!– de Heer redt; want hij zal zijn gemeente redden van hun zonden!” (Mt 1:21 NB)

Heerschappij

  …: Nu is gekomen het heil en de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Gezalfde, ….” (Opb 12:10 WV78)

Heerser

“Want er zijn zekere mensen binnengeslopen (reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven) goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen. {}” (Jds 1:4 NBG51)

Heerser over de vorsten van de aarde

“en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten van de aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed,” (Opb 1:5 NBV)

Heil
Redding

  Door de Geest gedreven was hij naar de tempel gekomen. Toen de ouders het kind Jezus daar binnenbrachten, om aan Hem het voorschrift der Wet te vervullen,   nam ook hij het kind in zijn armen en verkondigde Gods lof met de woorden:   ‘Uw dienaar laat gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan:   mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd,” (Lu 2:27-30 WV78)

“Daarom juist verdraag ik alles terwille der uitverkorenen, opdat ook zij  het heil verwerven in Christus Jesus, en de eeuwige glorie bovendien.” (2Ti 2:10 CANIS)

“En alle vlees zal Gods heil aanschouwen.” (Lu 3:6 PALM)

  Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden komt.” (Joh 4:22 WV78)

Heiland
Redder, Zaligmaker, Bevrijder

“U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.” (Lu 2:11 NBG51)

“Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israel bekering en vergeving van zonden te schenken.” (Hnd 5:31 NBG51)

“maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.” (2Pe 3:18 NBG51)

“ want ik weet dat het afleggen van mijn tent aanstaande is, zoals ook onze Heer Jezus Christus mij heeft bekend gemaakt.” (2Pe 1:14 VoorhNT4)

“Want zo zal u rijkelijk de ingang in het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus worden verleend.” (2Pe 1:11 TELOSNT)

“ Van zijn nageslacht heeft God naar de belofte aan Israël de Heiland Jezus gebracht,” (Hnd 13:23 VoorhNT4)

“Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten,” (Flp 3:20 TELOSNT)

  is zijn genade nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.” (2Ti 1:10 WV78)

“genade zij u en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heiland.” (Tit 1:4 NBG51)

“ die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland;” (Tit 3:6 VoorhNT4)

“Simon Petrus, slaaf en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben door de gerechtigheid van onze God en Heiland Jezus Christus:” (2Pe 1:1 TELOSNT)

  en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Het getuigenis van apostelen en profeten” (2Pe 1:11 WV78)

“Want indien zij, aan de bezoedelingen der wereld ontvloden door de erkentenis van de Here en Heiland Jezus Christus, toch weer erin verstrikt raken en erdoor overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste.” (2Pe 2:20 NBG51)

“ maar groeit op in de genade en kennis van onze Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag van de eeuwigheid. Amen.” (2Pe 3:18 VoorhNT4)

“En wij hebben aanschouwd en getuigen, dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Heiland der wereld.” (1Jo 4:14 NBG51)

Heilig

“ja, zulk een hogepriester moesten wij hebben, heilig, zonder kwaad,  onbezoedeld, verwijderd van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden;” (Heb 7:26 LEI)

Heilige van God

“hé, is er iets tussen ons en jou, Jezus van Nazaret?– kom je ons vernietigen?– ik wéét van je wie je bent: de Heilige van God!” (Lu 4:34 NB)

Heiliger
Heiligingsmiddel

“aan de Kerk Gods te Korinte, aan hen die geheiligd zijn door Christus  Jesus, aan de uitverkoren heiligen, en aan allen die de naam van Jesus  Christus aanroepen in iedere plaats, zowel bij hen als bij ons:” (1Co 1:2 CANIS)

Heiliging

“Door het doen van die wil zijn wij geheiligd; te weten door de  offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied!” (Heb 10:10 PALM)

Heiligt

“Want hij die heiligt en zij die geheiligd worden zijn allen uit één: om deze reden schaamt hij zich niet hen ‘broeders’ te noemen,” (Heb 2:11 NB)

Helper

“Mijn kinderkens, ik schrijf u dit, opdat gij niet zondigt. En mocht iemand  zondigen, dan hebben we bij den Vader een Helper: Jesus Christus, den  Gerechte;” (1Jo 2:1 CANIS)

Hemelvaart

Laatste verschijning en ten hemel opname. (Lu 24:44-53; Hnd 1: 4,14)

Herder

“Dan zal mijn dienaar David over hen als koning heersen: één herder voor  hen allen. Ze zullen leven naar mijn geboden, en mijn wetten nauwkeurig  onderhouden.” (Eze 37:24 CANIS)

“Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.” (Joh 10:11 PALM)

“De God nu van de vrede, Die de grote Herder van de schapen, door het  bloed van het eeuwige Verbond, uit de doden heeft wedergebracht, onze  Heere Jezus Christus,” (Heb 13:20 PALM)

“Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen in dezen nacht mij ontrouw  worden; want er staat geschreven: Ik zal den herder slaan, en de schapen  der kudde zullen verstrooid worden” (Mt 26:31 LEI)

“De God nu des vredes, die onze Here Jezus, de grote herder der schapen door het bloed van een eeuwig verbond heeft teruggebracht uit de doden,” (Heb 13:20 NBG51)

“Eens dwaalde u als schapen, maar nu bent u teruggekeerd naar de herder en behoeder van uw leven.” (1Pe 2:25 GNB)

“Het Lam, dat voor de troon staat, zal hun herder zijn en hen naar de  bronnen van het leven brengen; en God zal alle tranen van hun ogen  afwissen.”” (Opb 7:17 BOEK)

Here, Heere
Zoon van de Here Here

“en openlijk zal erkennen tot eer van God de Vader, dat Jezus Christus de Here is.” (Flp 2:11 BOEK)

“”Nee,” zeiden de discipelen, “maar de Here heeft het nodig. Wij brengen  het gauw weer terug.” Toen mochten zij het meenemen.” (Mr 11:6 BOEK)

“En zij stenigden Stéfanus, biddende en zeggende: Heere Jezus! ontvang  mijn geest!” (Hnd 7:59 PALM)

Te Herenigen

“Broeders en zusters, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met hem, vragen we u: verlies niet zo snel uw bezinning en raak niet meteen in opwinding als men op grond van een profetie, een bepaalde uitspraak of een brief die van ons afkomstig zou zijn, beweert dat de dag van de Heer is gekomen.” (2Th 2:1-2 GNB)

Herhaler

“Jezus zeide tot hem: Ik zeg u niet, tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal  zevenmaal toe!” (Mt 18:22 PALM)

Hiel

  Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop bedreigen, en jij zijn hiel!’” (Ge 3:15 WV95)

Hoeden

“En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen, dat alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en zijn troon.” (Opb 12:5 NBG51)

Hoeksteen

  Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden,” (1Pe 2:7 WV78)

“Nu blijkt hoe de steen die door de bouwvakkers werd weggegooid, een echte  hoeksteen is geworden. (A)” (Hnd 4:11 BOEK)

“Jezus zegt tot hen: hebt ge nooit gelezen in de Schriften ‘de steen die de bouwvakkers afkeurden, die is geworden tot de hoeksteen, het hóófd; van de Heer uit is dit geschied, voor onze ogen!– wonderbaar is het!’?” (Mt 21:42 NB)

  Maar Hij keek hen aan en zei: ‘Wat betekent dan dit Schriftwoord: De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, is juist de hoeksteen geworden?” (Lu 20:17 WV78)

“Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is.” (Hnd 4:11 NBV)

“Opgebouwd zijn op het fondament der Apostelen en Profeten, waarvan Jezus  Christus de Hoeksteen is;” (Efe 2:20 PALM)

Hogepriester

“U allen, heilige broeders en zusters, die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus, de apostel en hogepriester van het geloof dat wij belijden,” (Heb 3:1 NBV)

“waar terwille van ons onze Voorloper is binnengegaan: Jesus, “Hogepriester  voor eeuwig naar de Orde van Melkisedek.”” (Heb 6:20 CANIS)

“Hierom, heilige broeders, een hemelse roeping deelachtig, houdt steeds voor ogen de apostel en hogepriester van onze belijdenis: Jezus,” (Heb 3:1 NB)

“ Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij de belijdenis vasthouden.” (Heb 4:14 VoorhNT4)

“Zo heeft ook de Christus zichzelf niet verheerlijkt door hogepriester te worden, maar [hij werd verheerlijkt door hem] die met betrekking tot hem sprak: „Gij zijt mijn zoon; heden ben ík uw vader geworden.”” (Heb 5:5 NWV)

“waar Jezus als voorloper voor ons is ingegaan, naar de orde van Melchizedek hogepriester geworden tot in eeuwigheid.” (Heb 6:20 TELOSNT)

“maar Hij (Jesus) werd het door een eed van Hem, die tot Hem sprak: “De Heer heeft  gezworen, En het zal Hem nimmer berouwen: Gij zijt Priester voor eeuwig!”” (Heb 7:21 CANIS)

“Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven;” (Heb 7:26 NBG51)

“Christus kwam als hogepriester van het nieuwe verbond dat wij nu hebben.  Hij is de grotere en meer volmaakte tent in de hemel binnengegaan, die  niet door mensen is gemaakt en niet tot deze wereld behoort.” (Heb 9:11 BOEK)

“Waarom Hij in alles den broederen moest gelijk worden, opdat Hij een  barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn, in de dingen, die bij  God te doen waren, om de zonden des volks te verzoenen.” (Heb 2:17 STV)

Hongerlesser

“Jesus sprak tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal  geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nimmer meer dorst  lijden.” (Joh 6:35 CANIS)

Hoofd van de hoek

…” maar voor wie niet geloven “is dezelfde steen die de bouwlieden verworpen hebben, [het] hoofd van [de] hoek geworden” (1Pe 2:7 NWV

Hoofd Gemeente

“want de man is het hoofd der vrouw, zoals Christus het hoofd der gemeente.  Hij als redder van het lichaam;” (Efe 5:23 LEI)

“en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de  eerstgeborene uit de doden; opdat hij in allen dele de eerste plaats  zou innemen.” (Col 1:18 LEI)

Hoofd van de Kerk

  Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk. Hij is ook de verlosser van zijn lichaam,” (Efe 5:23 WV78)

  Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.” (Col 1:18 WV78)

Hoofd van het Lichaam

“Want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het Hoofd is der  Kerk, Hij die de Verlosser is van het Lichaam.” (Efe 5:23 CANIS)

“Hij is ook het Hoofd van het Lichaam, de Kerk; Hij is het begin, de  Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.” (Col 1:18 CANIS)

Hoogste Koning der aarde

“en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerste van de doden die tot nieuw leven is gekomen, de hoogste koning der aarde. Aan hem die ons liefheeft, ons bevrijd heeft van onze zonden door zijn bloed, ons” (Opb 1:5 GNB)

Hoop

“indachtig uw arbeidzaam geloof, uw onvermoeibare liefde, en uw volhardende hoop op onze Heer, Jezus Christus, voor het aanschijn van onze God en Vader,” (1Th 1:3 NB)

“Paulus, een apostel van Christus Jezus, in opdracht van God, onzen redder,  en Christus Jezus, op wien wij hopen,” (1Ti 1:1 LEI)

Hoorn des Heils
Hoorn der Verlossing, Hoorn van behoudenis, Hoorn van heil

“En heeft een Hoorn des heils ons opgericht, in het huis van David, Zijn  dienstknecht;” (Lu 1:69 PALM)

Hoorn van behoudenis

“en heeft een hoorn van behoudenis voor ons opgericht in het huis van zijn knecht David” (Lu 1:69 TELOSNT)

Houder van de Dag des Heren

“Hij zal u ook vast doen staan ten einde toe,– onstraffelijk op de dag van onze Heer Jezus Christus.” (1Co 1:8 NB)

Hout
 Paal

Aan hout opgehangen..

“De God onze vaderen heeft Jezus opgewekt, Die gij hebt omgebracht, hangende  Hem aan een hout!” (Hnd 5:30 PALM)

“‘Onze zonden heeft hij gedragen’, in zijn lichaam, op het hout, opdat wij, ontrukt aan de zonden, zullen leven voor de gerechtigheid; ‘door zijn striemen zijt gij genezen’.” (1Pe 2:24 NB)

Huilde

“Jezus begon te huilen.” (Joh 11:35 GNB)

Huis van David

“Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar,” (Lu 1:69 NBV)

Illustraties

Christus sprak doormiddel van illustraties of gelijkenissen.

“De discipelen dan kwamen naar hem toe en zeiden tot hem: “Waarom spreekt gij tot hen door middel van illustraties?” (Mt 13:10 NWV)

“Daarom spreek ik tot hen door middel van illustraties, omdat zij, ofschoonzij kijken, tevergeefs kijken, en ofschoon zij horen, tevergeefs horen, noch de betekenis ervan begrijpen,” (Mt 13:13 NWV)

Illustreerder
Parbelverteller, Gelijkenisverteller

Verteller van parabels, gelijkenissen of illustraties.

Indachtig

“In ieder opzicht heb ik u getoond, dat men zó arbeiden moet, om de zwakken  te steunen, en de woorden van den Heer Jesus indachtig te zijn, die zelf  heeft gezegd “Het is zaliger te geven dan te ontvangen”.” (Hnd 20:35 CANIS)

In de Gunst bij God

“Hoe ouder Jezus werd, hoe meer wijsheid Hij kreeg. Hij stond in de gunst  bij God en de mensen.” (Lu 2:52 BOEK)

In de steek gelatene

“Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zullen mij allemaal in de steek laten. Want er staat geschreven: Ik zal de herder doden en de schapen zullen worden uiteengejaagd.” (Mr 14:27 GNB)

Ingang Heiligdom

“Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus,” (Heb 10:19 NBG51)

In Heerlijkheid van God gekomen

“Zijn discipelen begrepen toen nog niet wat dit allemaal betekende. Maar  later, toen Jezus in de schitterende heerlijkheid van God was gekomen,  werd hun duidelijk dat deze woorden met betrekking tot Hem waren  geschreven. Zij hadden ze voor hun ogen werkelijkheid zien worden.” (Joh 12:16 BOEK)

In het oog gehouden

“De schriftgeleerden en de Farizeeën hielden Jezus scherp in het oog of hij de man op sabbat zou genezen; dan konden ze een aanklacht tegen hem indienen.” (Lu 6:7 GNB)

In het Paradijs zijnde

“En Hij zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.” (Lu 23:43 NBG51)

In Naam van de Vader werkende

“Jezus antwoordt hun: dat héb ik u gezegd en u gelooft het niet!– de werken die ik doe in de naam van mijn Vader, die getuigen over mij;” (Joh 10:25 NB)

“Jesus antwoordde hun: Veel heerlijke werken heb Ik u namens den Vader  getoond; om welk van die werken stenigt gij Mij?” (Joh 10:32 CANIS)

  Als Ik de werken van mijn Vader niet doe, behoeft gij Mij niet te geloven  maar zo Ik ze wel doe, gelooft dan die werken, als ge Mij niet wilt geloven. Dan zult gij inzien en erkennen, dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader ben.’” (Joh 10:37-38 WV78)

INRI

Jesus van Nazareth Koning der Joden

  Pilatus had ook een opschrift laten maken en op het kruis doen aanbrengen. Het luidde: ‘Jezus, de Nazoreeer, de koning van de Joden.’” (Joh 19:19 WV78)

Inspiratie

“Door inspiratie in de Dag des heren” (Opb 1:10 NWV)

Instandhouder Lichaam

“want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt.” (Efe 5:23 NBG51)

Ja

“Want Gods zoon Christus Jezus, die bij u door ons gepredikt is, door mij en Silvanus en Timoteüs, is niet tegelijk ja en nee geweest, in hem is het alleen ‘ja’ geworden.” (2Co 1:19 NB)

Jesus

“Aanvang der blijde boodschap van Jesus Christus, den Zoon van God:” (Mr 1:1 CANIS)

“En ze ergerden zich aan Hem. Maar Jesus zeide hun: Een profeet wordt  enkel in zijn geboortestad en in zijn eigen familie miskend.” (Mt 13:57 CANIS)

“Toen de acht dagen voorbij waren, die zijn besnijdenis vooraf moesten  gaan, ontving Hij de naam Jesus, die de engel Hem reeds had gegeven,  eer Hij in de moederschoot was ontvangen.” (Lu 2:21 CANIS)

Jeugd

(Mt 1&2; Lu 1,5-2,52)

Jezus
Jesus, Yeshua

Jezus!– de Heer redt

“en Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus is geboren, die Christus wordt genoemd.” (Mt 1:16 TELOSNT)

“Met de geboorte van Jezus Christus is het zo gegaan: terwijl zijn moeder  Maria verloofd was met Jozef, werd voordat zij waren samengekomen bevonden  dat zij zwanger was uit den Heiligen Geest.” (Mt 1:18 LEI)

“Zij zal een zoon baren, dien gij Jezus moet noemen; hij toch zal zijn  volk verlossen van hun zonden.” (Mt 1:21 LEI)

“ En toen acht dagen vervuld waren dat men hem besnijden zou, ontving hij de naam Jezus, die door de engel genoemd was, voordat hij in de moederschoot ontvangen was.” (Lu 2:21 VoorhNT4)

“Dit is Jezus, de koning der Joden” (Mt 27:37 NWV)

“Ik ben Jezus die gij vervolgt” Hnd 9:5 NWV)

“zodat in naam van Jezus elke knie zich zou buigen …” (Fil 2:10 NWV)

“… getuigenis afgelegd omtrent Jezus …” (Opb 20:4 NWV)

Jonge Plant

  Als een jonge plant schoot hij recht omhoog, en als een wortel die in dorre grond ontkiemt; zijn uiterlijk noch schoonheid waren het bekijken waard, hij was geen verschijning, die bewondering wekt.” (Jes 53:2 WV78)

Jood

Geboren uit de Stam van David van het Volk Israel.

“Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten, want het heil is uit de Joden;” (Joh 4:22 NBG51)

Judeër

“Toen Jesus nu geboren was te Bétlehem van Juda in de dagen van koning  Herodes, zie, toen kwamen er Wijzen uit het oosten te Jerusalem.” (Mt 2:1 CANIS)

“jullie aanbidden zonder te weten wat, wij weten wat wij aanbidden; het heil is immers uit de Judeeërs;” (Joh 4:22 NB)

Juk

  Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen,   want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’” (Mt 11:29-30 WV78)

Juk aandrager

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht.” (Mt 11:28-30 NBG51)

Kalmtemaker
Verstiller

“Maar hij zei tot hen: “Waarom zijt gij wankelmoedig, kleingelovigen?” Vervolgens stond hij op en bestrafte de winden en de zee, en er ontstond een grote kalmte. (Mt 8: 26 NWV)

Te Kennen geven

“Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken–dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven–,” (2Pe 1:14 NBV)

Kenner

“Maar Jezus kende hun slechtheid en zei: ‘Waarom wilt u mij in de val laten lopen, huichelaars?” (Mt 22:18 GNB)

Kind

“De God Abrahams, en Izaks, en Jakobs, de God onzer vaderen, heeft Zijn  Kind Jezus verheerlijkt, Welken gij overgeleverd hebt, en hebt Hem  verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, als hij oordeelde, dat  men Hem zoude loslaten.” (Hnd 3:13 STV)

“Wel, God deed Abraham en zijn Kind een belofte. Er staat niet in de Boeken  dat die belofte aan Abrahams ‘kinderen’ werd gedaan, want dan zou die  voor alle Joden gelden. Nee, er staat ‘Kind’ en daarmee wordt Christus  bedoeld.” (Ga 3:16 BOEK)

Kinderontvanger
Kindervriend

Zegent de kinderen (Mt 19: 13-15; Mr 10: 13-16; Lu 18: 15-17)

“Maar Jezus riep hen tot zich en zeide: Laat de kinderen vrij tot mij  komen en verhindert hen niet; want aan dezulken behoort het Koninkrijk  Gods.” (Lu 18:16 LEI)

Kleiner dan Vader

  Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.” (Joh 10:29 WV78)

Knecht
Knecht des Heren, Getrouwe en Beleidvolle Slaaf, Getrouwe, voorzichtige en verstandige Knecht

“’Hoor alstublieft, o Jozua de hogepriester, gij en uw metgezellen die vóór u zitten, want zij zijn mannen [die] als voortekenen [dienen]; want zie, ik doe mijn knecht Spruit komen! “(Zac 3:8 NWV)

“de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob,– de God van onze vaderen heeft zijn knecht verheerlijkt: Jezus, die gij hebt prijsgegeven en voor het aanschijn van Pilatus hebt verloochend, hoewel diens oordeel was: loslaten!–” (Hnd 3:13 NB)

“doordat Gij uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door de naam van uw heilige knecht Jezus.” (Hnd 4:30 NBG51)

  Wie is dus de trouwe en verstandige knecht, die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld om hun op tijd het eten te geven?” (Mt 24:45 WV78)

Komende

“Immers: ‘Nog een heel korte tijd, dan komt hij die komen zal, hij blijft niet lang meer weg,” (Heb 10:37 NBV)

Komst

“We hebben u immers de kracht en de komst van onzen Heer Jesus Christus  verkondigd, niet als napraters van listig verzonnen sprookjes, maar als  ooggetuigen van zijn Majesteit.” (2Pe 1:16 CANIS)

Komst Godsrijk (Lu 17: 20-)

Komst Mensenzoon (Mt 24: 23-31; Mr 13: 21-27; Lu 21: 25-28; 17: 23, 37)

Komt allen tot mij

(Mt 11:28-30)

Koning
Majesteit; Koning der koningen (maar niet de Allerhoogste Koning der Koningen); Koning niet van hier,; Regeerder; Heer van heerders

“Jesus antwoordde: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Indien mijn  koninkrijk van deze wereld was, dan zouden mijn dienaars zich te weer  hebben gesteld, opdat Ik niet aan de Joden werd overgeleverd; maar mijn  koninkrijk is niet van hier.” (Joh 18:36 CANIS)

“Dan zegt Pilatus tot hem: u bent dus toch een koning? Jezus antwoordt: ú zegt het, dat ik een koning ben; ik ben hiertoe voortgebracht en hiertoe gekomen tot de wereld: dat ik zal getuigen voor wat waarachtig is; al wie minnaar van de waarachtigheid is hoort naar mijn stem!” (Joh 18:37 NB)

“Jason heeft hen in huis gehaald; en zij handelen allen tegen de bevelen  van den keizer door te zeggen dat er een andere koning is, Jezus.” (Hnd 17:7 LEI)

“Ik betuig dan voor God en den Heere Jezus Christus, Die de levenden en  doden oordelen zal in Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk:” (2Ti 4:1 STV)

“14 dat gij het gebod op een onbevlekte en onberispelijke wijze onderhoudt tot de manifestatie van onze Heer Jezus Christus. 15 Deze [manifestatie] zal de gelukkige en enige Machthebber op de daarvoor bestemde tijden tonen, [hij,] de Koning van hen die als koningen regeren en Heer van hen die als heren regeren, 16 die alleen onsterfelijkheid heeft, die in een ontoegankelijk licht woont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige macht. Amen.” (1Ti 6:14-16 NWV)

“Ze binden de strijd aan met het lam, maar het lam zal hen overwinnen. Want het lam is de hoogste heer en koning, en wie hem toebehoren, wie geroepen zijn en uitgekozen, zijn trouw.” (Opb 17:14 NBV)

  Dan zal de Koning tot die aan zijn rechterhand zeggen: Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld.” (Mt 25:34 WV78)

Koning der Joden

“Jezus dan werd voor de stadhouder gesteld. En de stadhouder ondervroeg Hem en zeide: Zijt Gij de Koning der Joden? Jezus zeide: Gij zegt het. ” (Mt 27:11 NBG51)

“En zij plaatsten boven zijn hoofd op schrift zijn beschuldiging: Deze is Jezus, de koning der Joden.” (Mt 27:37 TELOSNT)

“ En Pilatus schreef ook een opschrift en zette dat op het kruis. En er was geschreven: Jezus de Nazaréner, de koning der Joden.” (Joh 19:19 VoorhNT4)

“ze vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd, en gaven  Hem een rietstok in de rechterhand; ze knielden voor Hem neer, bespotten  Hem, en zeiden: Wees gegroet, Koning der Joden.” (Mt 27:29 CANIS)

Koningschaphouder
Heerschappijhouder

“Ik betuig u nadrukkelijk voor God en Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, met beroep zowel op zijn verschijning als op zijn koningschap:” (2Ti 4:1 NBG51)

Koning van Israël

“ De Messias, de koning van Israël; laat Hij nu van het kruis afkomen, zodat we zien en geloven.’ Ook degenen die samen met Hem gekruisigd waren, maakten beledigende opmerkingen tegen Hem.” (Mr 15:32 WV95)

Koninkrijk

“Want God heeft ons bevrijd uit de macht van de duisternis en ons een  plaats gegeven in het koninkrijk van Zijn Zoon, Die Hij liefheeft.” (Col 1:13 BOEK)

“En dit evangelie van het koninkrijk zal over het hele aardrijk worden gepredikt tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 TELOSNT)

“En Ik beschik u het Koninkrijk, gelijk mijn Vader het Mij beschikt heeft, opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk. En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israels te richten.” (Lu 22:29-30 NBG51)

Koningsmacht

“en nu verleen ik u, zoals mijn Vader mij verleend heeft, koningsmacht, zodat ge in mijn koninkrijk zult eten en drinken aan mijn tafel, en gezeten op tronen de twaalf stammen van Israël zult oordelen;” (Lu 22:29-30 NB)

Koper

“(7-22b) Gij zijt gekocht en betaald. (7-23a) Weest geen slaven van mensen.” (1Co 7:23 NBG51)

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend.” (2Pe 2:1 NBG51)

“Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft.” (Hnd 20:28 NBG51)

Kostbaar

“maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja van Christus, (1Pe 1:19 NWV)

“Komend tot hem als tot een levende steen, door de mensen weliswaar verworpen, maar uitverkoren, kostbaar, bij God” (1Pe 2:4 NWV)

Kracht

“.. opdat de kracht van Christus gelijk een tent over mij moge blijven”” (2Co 12:9 NWV)

Krachten aan hem onderworpen

“Hij is aan Gods rechterhand, want hij is heengegaan naar de hemel, en engelen en autoriteiten en krachten werden aan hem onderworpen.” (1PE 3/22 NWV)

Krachtgever
Krachtverlener

“Eens riep Jezus de Twaalve samen, gaf hun kracht en volmacht over alle  duivelen en om ziekten te genezen,” (Lu 9:1 LEI)

“Ik ben hem dankbaar die mij kracht geeft: Christus Jezus, onze Heer, omdat hij mij betrouwbaar heeft geacht toen hij mij in zijn dienst stelde,” (1Ti 1:12 NB)

“Ik dank Christus Jezus, onze Heer, die mij kracht gegeven heeft, dat Hij mij trouw heeft geacht, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft,” (1Ti 1:12 TELOSNT)

Krachtig in werken
Krachtig in daden

“En Hij zeide tot hen: Wat dan? En zij zeiden nu tot Hem: hetgeen Jezus  de Nazarener betreft, Welke een Profeet was, krachtig in werken en  woorden, voor God en al het volk.” (Lu 24:19 PALM)

Krachtig in woorden

“ En hij zei tot hen: Wat dan? En zij zeiden tot hem: De dingen betreffende Jezus de Nazaréner, die een profeet was, krachtig in werk en woord voor God en het hele volk.” (Lu 24:19 VoorhNT4)

Kribbe

Geboren in een kribbe of stal.

  zij bracht haar zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.” (Lu 2:7 WV78)

“Dit zal u het teken zijn: ge zult een Kindje vinden, dat in doeken is  gewikkeld, en in een kribbe ligt.” (Lu 2:12 CANIS) “En zij kwamen haastig en vonden Maria en Jozef, en het kindje, liggend in de kribbe.” (Lu 2:16 TELOSNT)

Krijgsheer

“Gij intussen, verdraag moeite en leed, als een moedig krijgsknecht van  Jezus Christus.” (2Ti 2:3 PALM)

Kroost
Nakroost

“ En vijandschap zal Ik stichten tusschen u en de vrouw, en tusschen uw kroost en haar kroost; hij zal u den kop verpletteren en gij zult hem de verzenen vernielen.” (Ge 3:15 Onderwijzer_Pentateuch)

Kruisdrager

“het oog gevestigd op den leidsman en voleinder des geloofs, Jezus, die  in plaats van de vreugde die tot zijn beschikking was geduldig een kruis  heeft gedragen, met geringachting der schande, en ter rechterhand van  Gods troon plaats genomen heeft.” (Heb 12:2 LEI)

Kruisiging

Ophanging aan een stuk hout met de dood tot gevolg. (Mt 27: 33-44; Mr 15: 22-32; Lu 23: 33-43; Jo 19:17-24)

Kruisopnemer

“het oog gevestigd op Jesus, aanvang en einde van het geloof. Hij heeft  in plaats van de vreugde, die Hem toekwam, een kruis op Zich genomen,  en de schande niet geacht; maar is dan ook gezeten ter rechterzijde van  Gods troon.” (Heb 12:2 CANIS)

Laat kinderen tot hem komen

“Maar Jezus zegt: laat die kinderen toch, en verhindert ze niet om tot mij te komen, want voor zulke mensen is het koninkrijk der hemelen!” (Mt 19:14 NB)

Laatste

“…En hij legde zijn rechterhand op mij en zei: „Vrees niet. Ik ben de Eerste en de Laatste, 18 en de levende; en ik werd een dode, maar zie! ik leef tot in alle eeuwigheid, en ik heb de sleutels van de dood en van Hades.” (Opb 1:17-18 NWV)

Lam

“Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar die oorlog verliezen. Het  Lam en Zijn trouwe volgelingen, die door Hem zijn geroepen en uitgekozen,  zullen hen overwinnen. Hij is immers de Heer van alle heren en de Koning  van alle koningen.” (Opb 17:14 BOEK)

“Daarna zag ik, en zie een grote schare, die niemand tellen kon, uit elke natie en alle geslachten en volken en talen, stond voor de troon en voor het Lam, bekleed met lange, witte kleren, en met palmtakken in hun handen.” (Opb 7:9 VoorhNT4)

Lam van God

“Daags daarop wordt hij Jezus gewaar, als die tot hem komt; hij zegt: zie, het lam van God dat wegdraagt de zonde der wereld!–” (Joh 1:29 NB)

“En toen hij op Jezus zag, die daar wandelde, zei hij: Zie, het Lam van God.” (Joh 1:36 TELOSNT)

Lam zonder smet

“maar met het kostbare bloed van Christus, het Lam zonder smet of gebrek.” (1Pe 1:19 GNB)

Lankmoedig

“maar daarom is mij ontferming bewezen, opdat Jezus Christus allereerst  in mij zijn volkomen lankmoedigheid zou openbaren, ten voorbeelde voor  hen die later in hem zouden geloven en het eeuwige leven erlangen.” (1Ti 1:16 LEI)

Leiden

“want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen leiden naar de bronnen van de wateren des levens en God zal elke traan van hun ogen afwissen.” (Opb 7:17 VoorhNT4)

Leider
Messias

“Ik zeg dit omdat er onbetrouwbare mensen zijn binnengedrongen, die beweren  dat wij er maar op los kunnen leven. Volgens hen is Gods genade zo groot  dat Hij alles door de vingers ziet. Het staat allang vast dat mensen  die dit zeggen en toepassen, daarvoor veroordeeld zullen worden. Zij  weigeren Jezus Christus als Leider en Heer van hun leven te erkennen.” (Jds 1:4 BOEK)

Leidsman

  Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israel bekering en kwijtschelding van zonden te schenken.” (Hnd 5:31 WV78)

“Want al hadt gij duizenden leidslieden in Christus, dan hadt gij nog niet  veel vaders; want in Christus Jezus heb ik u door de heilsprediking  verwekt.” (1Co 4:15 LEI)

Leidsman

“het oog gevestigd op den leidsman en voleinder des geloofs, Jezus, die  in plaats van de vreugde die tot zijn beschikking was geduldig een kruis  heeft gedragen, met geringachting der schande, en ter rechterhand van  Gods troon plaats genomen heeft.” (Heb 12:2 LEI)

“Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken.” (Heb 2:10 NBG51) “maar den Leidsman ten leven hebt gij gedood. Maar God heeft Hem opgewekt  uit de doden; daarvan zijn wij de getuigen.” (Hnd 3:15 CANIS)

“Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal  hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle  tranen van hun ogen afwissen.” (Opb 7:17 STV)

Leraar

“Maar gij moet u geen Rabbi laten noemen, want één is uw leraar, terwijl gij allen broeders zijt. (Mt 23:8 NWV)

“Terwijl hij nog sprak, kwam een uit het huis van het hoofd der synagoge  zeggen: Uw dochter is gestorven val den leraar niet meer lastig.” (Lu 8:49 LEI)

“In de nacht kwam hij bij Hem, en sprak tot Hem: Rabbi, we weten, dat Gij  van Godswege als leraar zijt gekomen; want niemand kan de tekenen doen,  die Gij verricht, zo God niet met hem is.” (Joh 3:2 CANIS)

“Gij spreekt mij met “Leraar” en ‘Heer’ aan, en gij zegt dat terecht, want dat ben ik.” (Jo 13:13 NWV)

“Want al had gij tienduizend Leraren in Christus, gij hebt toch niet vele  Vaders; want in Christus Jezus, uw Vader geworden.” (1Co 4:15 PALM)

Leermeester

Wiens 12 talmidim of leerlingen/ discipelen/apostelen en volgelingen het meest gekend zijn

“Maar moet u geen ‘rabbi’ laten noemen, want er is er maar één die uw leermeester is en u bent allemaal broeders van elkaar.” (Mt 23:8 GNB) /  “Doch gij zult u niet laten noemen, Rabbi; want Eén is uw Meester, namelijk  Christus, en gij zijt allen broeders.” (Mt 23:8 PALM)

“Tegen de avond kwam een rijk man, uit Arimatea afkomstig en Josef genaamd,  die eveneens leerling van Jesus was;” (Mt 27:57 CANIS)

  De elf leerlingen nu begaven zich naar Galilea, naar de berg die Jezus hun aangewezen had.” (Mt 28:16 WV78)

“Ten antwoord zegt Jezus tot hem: Simon, ik heb je iets te zeggen! ‘Leermeester, zeg het!’ zegt hij.” (Lu 7:40 NB)

“deze komt tot hem, in de nacht, en zegt tot hem: rabbi, we weten dat u als leermeester van Godswege bent gekomen; want niemand kan deze tekenen doen die ú doet als God niet mét hem is!” (Joh 3:2 NB)

“Want ook al hebt gij tienduizend leermeesters in Christus, stellig ¨hebt gij] niet vele vaders; want in Christus Jezus ben ik vader geworden door middel van het goede nieuws. (1Co 4:115 NWV)

Legeraanvoerder

“ Lijd mee verdrukking als een goed soldaat van Jezus Christus.” (2Ti 2:3 VoorhNT4)

Lerende
Leerde

“Nu sprak Jesus tot de bende: Gij zijt uitgetrokken als tegen een rover,  met zwaarden en stokken, om Mij gevangen te nemen; dag aan dag zat Ik  in de tempel te leren, en gij hebt Mij niet gegrepen.” (Mt 26:55 CANIS)

  hoewel Hij Gods Zoon was, heeft Hij in de school van het lijden gehoorzaamheid geleerd;” (Heb 5:8 WV78)

Leerspreuken gevende

“Deze leerspreuk zeide Jezus tot hen, maar zij verstonden niet, wat het  was, dat Hij tot hen sprak.” (Joh 10:6 PALM)

Lesgever

“Nadat Jesus de lessen voor zijn twaalf leerlingen had geëindigd, ging  Hij heen, om te leren en te preken in hun steden.” (Mt 11:1 CANIS)

Leven

Jezus zei tot haar: „Ik ben de opstanding en het leven. Wie geloof oefent in mij, zal, ook al sterft hij, tot leven komen;”(Jo 11:25 NWV)

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand  komt tot den Vader, dan door Mij.” (Joh 14:6 STV)

“Want de wet van den Geest, -een wet van leven in Christus Jesus,  -heeft u bevrijd van de wet van zonde en dood.” (Ro 8:2 CANIS)

“4 door bemiddeling van hem, was leven, en het leven was het licht der mensen. (Jo 1:4 NWV)

“4 Wanneer de Christus, ons leven, openbaar gemaakt wordt, dan zult ook GIJ met hem openbaar gemaakt worden in heerlijkheid.” (Kol 3:4 NWV)

“ (ja, het leven werd openbaar gemaakt, en wij hebben gezien en leggen getuigenis af en berichten U over het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons openbaar gemaakt werd,) (1Jo 1:2 NWV)

Levend maker

“ 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Christus allen levend gemaakt worden.” (1Ko 15:21-22 NWV)

“Wij weten dat dezelfde God, Die de Here Jezus weer levend heeft gemaakt,  ons ook samen met Hem weer levend zal maken en met u voor Zich zal  zetten.” (2Co 4:14 BOEK)

Levend water

“Jezus antwoordde haar: Indien gij Gods gave kendet en wist wie u vraagt:  Geef mij te drinken—gij zoudt hem om levend water gevraagd en hij zou  het u gegeven hebben.” (Joh 4:10 LEI)

Levensbrood

“Jezus zeide tot hen: Ik ben het levensbrood; wie tot mij komt zal nooit  meer hongeren, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorsten.” (Joh 6:35 LEI)

Levensvorst

“Tegenover deze heilige en rechtvaardige Man bleef u vijandig, maar u  eiste de vrijlating van een moordenaar! Daarmee bent u de moordenaars  van de Levensvorst geworden. Maar God heeft Hem uit de dood teruggebracht  in het leven. Wij zijn daar getuigen van.” (Hnd 3:15 BOEK)

Levenswater

“De Geest en de Bruid zeggen: Kom! Hij die het hoort zegge: Kom! en wie  dorst heeft kome, en alwie wil neme omniet van het levenswater.” (Opb 22:17 LEI)

Lichaam

“Terwijl zij eten neemt hij een brood, spreekt de zegenbede, breekt het, geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam!” (Mr 14:22 NB)

“Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’” (Joh 6:51 NBV)

“Weet ge niet dat uw lichamen ledematen van Christus zijn? Zou ik dan de ledematen van Christus wegnemen en ze maken tot ledematen van een hoer? Moge dat nooit geschieden!” (1Co 6:15 NB)

“11 En hij heeft sommigen gegeven als apostelen, sommigen als profeten, sommigen als evangeliepredikers, sommigen als herders en leraren, 12 met het oog op het terechtbrengen van de heiligen, voor het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van de Christus, 13 totdat wij allen geraken tot de eenheid in het geloof en in de nauwkeurige kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de mate van wasdom die tot de volheid van de Christus behoort;” (Efeziërs 4:11-13 NWV)

“17 Ook is hij vóór alle [andere] dingen en door bemiddeling van hem zijn alle [andere] dingen gemaakt om te bestaan, 18 en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente.” (Kol 1:16-18 NWV)

“dingen die een schaduw zijn van de dingen die komen; maar het lichaam is dat van de Christus.” (Col 2:17 NB)

Licht

“Dan zegt Jezus tot hen: nog een kleine tijdsspanne is het licht bij u; loopt zolang ge het licht hebt, opdat duisternis u niet overvalle; wie wandelt in het duister weet niet waar hij heengaat;” (Joh 12:35 NB)

“Terwijl u het licht hebt, gelooft in het licht, opdat u zonen van het licht wordt. Dit sprak Jezus, en Hij ging weg en verborg Zich voor hen.” (Joh 12:36 TELOSNT)

“Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. {}” (2Co 4:6 NBG51)

“Wat is ontstaan 4 door bemiddeling van hem, was leven, en het leven was het licht der mensen. 5 En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet overweldigd.” (Jo 1:3-5 NWV)

  En alles wat verhelderd wordt is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.’” (Efe 5:14 WV78)

Licht der wereld

“Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld.” (Joh 9:5 NBG51)

“Als Jezus dan weer tot hen spreekt zegt hij: ik ben het licht der wereld, wie mij volgt zal niet wandelen in het duister, nee, die zal het licht des levens hebben.” (Joh 8:12 NB)

  Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.   Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt!   Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn.   Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.” (Mt 5:13-16 WV78)

Licht dat leven geeft

“Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’” (Joh 8:12 NBV)

Liefhebber

“En was nu een van de discipelen, die Jezus liefhad, welke aanlag aan de  boezem van Jezus.” (Joh 13:23 PALM)

Liefde

“Ja God is mijn getuige, hoe mijn begeerte tot u allen uitgaat, met de  tedere liefde van Jezus Christus.” (Flp 1:8 PALM)

  Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Joh 15:13 WV78)

Liefdedaad

“Gij kent toch de liefdedaad van onzen Heer Jesus Christus:hoe Hij om  uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij rijk zoudt  worden door zijn armoede.” (2Co 8:9 CANIS)

Liefhebbend

“En Jezus zag hem aan, kreeg hem lief en zeide tot hem: In een opzicht  schiet gij tekort. Ga alwat gij hebt verkopen en geef het aan de armen;  dan zult gij een schat in den hemel bezitten; en kom dan, volg mij.” (Mr 10:21 LEI)

“Jezus hield veel van Marta en haar zuster, en van Lazarus.” (Joh 11:5 NBV)

“Het was de dag voor het Paaschfeest. Jezus wist dat de ure gekomen was  waarop hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, en daar hij de  zijnen die in de wereld waren liefhad, betoonde hij hun zijn liefde tot  het einde toe.” (Joh 13:1 LEI)

“Dan zegt de leerling welke Jezus het meest heeft liefgehad tot Petrus: het is de Heer! Dan schort Simon Petrus, als hij hoort ‘het is de Heer’ zijn overkleed op –verder is hij naakt– en werpt zich in de zee.” (Joh 21:7 NB)

Lijder

“Daarom heeft ook Jezus, opdat Hij door zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden.” (Heb 13:12 TELOSNT)

“Van toen af begon Jesus zijn leerlingen er op te wijzen, dat Hij naar  Jerusalem moest gaan, dat Hij veel moest lijden van oudsten, opperpriesters  en schriftgeleerden, en dat Hij gedood zou worden, en op de derde dag  verrijzen.” (Mt 16:21 CANIS)

“toonde hij aan dat de messias moest lijden en sterven en daarna uit de dood moest opstaan. ‘Deze messias, ‘zo zei hij, ‘is Jezus, die ik u nu verkondig.’” (Hnd 17:3 NBV)

“overal dragen wij, aan ons lichaam, Jezus’ doodslijden; opdat ook Jezus’  leven in ons lichaam kenbaar worde.” (2Co 4:10 LEI)

“maar wij zien Jezus, die een korten tijd minder dan de engelen gemaakt  is, wegens zijn doodslijden met heerlijkheid en eer gekroond; opdat hij  door Gods genade voor iedereen sterven zou.” (Heb 2:9 LEI)

“Daarom heeft ook Jezus buiten de stadspoort geleden, om het volk aan God te wijden met zijn eigen bloed.” (Heb 13:12 GNB)

  Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.” (Heb 2:18 WV78)

“ Zo heeft hij, hoewel hij Zoon was, gehoorzaamheid geleerd uit wat hij geleden heeft;” (Heb 5:8 VoorhNT4)

  En het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in zijn voetstappen treden.” (1Pe 2:21 WV78)

“Ook zei hij: ‘De Mensenzoon moet veel lijden: hij zal verworpen worden door de oudsten, de opperpriesters en de schriftgeleerden. Hij zal gedood worden en op de derde dag door God worden opgewekt.’” (Lu 9:22 GNB)

Lijk

“en toen zij er in gegaan waren, vonden zij het lijk van den Heer Jezus  niet.” (Lu 24:3 LEI)

Littekens
Stigmata, ingedrukte tekenen

“Laat voortaan niemand mij moeiten aandoen, want ik draag reeds de littekens van Jezus in mijn lichaam mee.” (Ga 6:17 NB)

Loot

“Hij zal opshieten als een loot” (Jes 53:2 NWV)

Losgeld
Losprijs, Leergeld, Verzoeningsgeld

“zoals de mensenzoon niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel prijs te geven als losgeld voor velen!” (Mt 20:28 NB)

“die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd.” (1Ti 2:6 NBV)

Loskoper

“Christus heeft ons losgekocht van de vloek der Wet door voor ons in de plaats een vloek te worden, want er staat geschreven: „Vervloekt is een ieder die aan een paal is gehangen.” (Ga 3:13 NWV)

“GIJ werdt met een prijs gekocht; wordt niet langer slaven van mensen.” (1Ko 7:22-23 NWV)

“4 Maar toen de volledige tijdgrens was gekomen, zond God zijn Zoon uit, die uit een vrouw werd [geboren] en die onder de wet kwam te staan 5 om hen die onder de wet stonden, los te kopen, opdat wij op onze beurt de aanneming als zonen zouden ontvangen.” (Ga 4:3-5 NWV)

Losprijs
Losgeld, Leergeld, Verzoeningsgeld

  zoals ook de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.’” (Mt 20:28 WV78)

“ die zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, waarvan te rechter tijd getuigenis is gegeven;” (1Ti 2:6 VoorhNT4)

Lover

“In die tijd zei Jezus ook: ‘Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.” (Mt 11:25 NBV)

Loyaal

Loyaal aan God en aan Zijn roeping.

Luister

“Neen, niet door kunstig verzonnen onware verhalen te volgen, hebben wij U bekend gemaakt met de kracht en tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus, maar doordat wij ooggetuigen van zijn luister waren geworden.” (2Pe 1:16 NWV)

  Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn luister.” (2Pe 1:16 WV78)

Naar te Luisteren

  Nog had hij niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.’” (Mt 17:5 WV78)

“… En de grote schare luisterde met genoegen naar hem.” (Mr 12:37 NWV)

  Pilatus hernam: ‘Gij zijt dus toch koning?’ Jezus antwoordde: ‘Ja, koning ben Ik. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.’” (Joh 18:37 WV78)

Macht

  en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene van de doden en de vorst van de koningen der aarde. Aan Hem die ons liefheeft en van de zonden heeft verlost door zijn bloed,   die ons gemaakt heeft tot een koninklijk geslacht van priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen.” (Opb 1:5-6 WV78)

Machtbezitter

“Spreekt iemand, laten het woorden zijn als van God; dient iemand, laat het zijn als uit kracht, door God verleend, opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid! Amen.” (1Pe 4:11 NBG51)

“Niemand neemt het Mij af, maar Ik geef het uit Mijzelf; Ik heb macht om  het te geven, en macht om het weer terug te nemen. Dit is de opdracht,  die Ik van mijn Vader ontving.” (Joh 10:18 CANIS)

Machteloosmaker

“Dan zal de ‘mens van zeer grote zonde’ in de openbaarheid treden. Maar  de Here Jezus zal hem door Zijn adem vernietigen en hem, als Hij terugkomt,  alleen al door Zijn stralende verschijning machteloos maken.” (2Th 2:8 BOEK)

Machtgever

“Hij (Jezus) riep dan zijn twaalf leerlingen tot zich en gaf hun de macht over onreine geesten, zodat zij ze konden uitwerpen en om allerlei ziekten  en kwalen te genezen.” (Mt 10:1 LEI)

“Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen.” (Lu 9:1 TELOSNT)

“Niemand neemt het mij af. Ik geef mijn leven uit eigen vrije wil. Ik heb de macht om het te geven en ik heb de macht om het terug te nemen. Dat is de opdracht die ik van mijn Vader ontvangen heb.’” (Joh 10:18 GNB)

Machtige

“Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid,” (Heb 13:20 NBV)

Machtsverkrijger in hemel en op aarde

“Jesus trad op hen toe, en sprak: Mij is alle macht gegeven in de hemel  en op de aarde.” (Mt 28:18 CANIS)

Majesteit

“Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.” (Joh 12:23 NBV)

“Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag.” (Joh 12:41 NBV)

{“In het sterfjaar van koning Oezia zie ik mijn Heer zitten op een troon hoog en verheven, zijn zomen vullen de hal.” (Jes 6:1 NB)}

“We hebben u immers de kracht en de komst van onzen Heer Jesus Christus  verkondigd, niet als napraters van listig verzonnen sprookjes, maar als  ooggetuigen van zijn Majesteit.” (2Pe 1:16 CANIS)

Manifestatie

“14 dat gij het gebod op een onbevlekte en onberispelijke wijze onderhoudt tot de manifestatie van onze Heer Jezus Christus. 15 Deze [manifestatie] zal de gelukkige en enige Machthebber op de daarvoor bestemde tijden tonen, [hij,] de Koning van hen die als koningen regeren en Heer van hen die als heren regeren, 16 die alleen onsterfelijkheid heeft, die in een ontoegankelijk licht woont, die geen der mensen gezien heeft of zien kan. Hem zij eer en eeuwige macht. Amen.” (1Ti 6:14-16 NWV)

“Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk:” (2Ti 4:1 NWV)

“En wanneer de opperherder openbaar gemaakt is, zult GIJ de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid ontvangen.” (1Pe 5:4 NWV)

Mannelijk kind

“En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle naties zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en naar zijn troon.” (Opb 12:5 TELOSNT)

Martelpaal

Jezus stierf aan een martelpaal.

“en zeiden: „Gij daar, die de tempel zou afbreken en in drie dagen zou opbouwen, red uzelf! Indien gij een zoon van God zijt, kom dan van de martelpaal af!” (Mt 27:40 NWV)

“red uzelf door van de martelpaal af te komen.” (Mr 15:30 NWV)

“Toen zij hem nu wegvoerden, grepen zij een zekere Simon, die geboortig was uit Cyrene, die van het land kwam, en zij legden hem de martelpaal op om die achter Jezus aan te dragen.” (Lu 23:26 NWV)

“en opdat hij door middel van de martelpaal beide volken in één lichaam volledig met God zou kunnen verzoenen, omdat hij door bemiddeling van zichzelf de vijandschap had gedood.” (Ef 2:16 NWV)

“en het met de hand geschreven document dat tegen ons [getuigde], hetwelk uit verordeningen bestond en tegen ons was, uitgewist; en Hij heeft het uit de weg geruimd door het aan de martelpaal te nagelen.” (Kol 2:14 NWV)

“terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus. Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten.” (Heb 12:2 NWV)

“Want er zijn er velen, ik heb al dikwijls over hen gesproken, maar nu spreek ik ook wenend over hen, die als vijanden van de martelpaal van de Christus wandelen,” (Fil 3:18 NWV)

“maar die zijn afgevallen, wederom tot berouw te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw aan een paal hangen en hem aan openbare schande blootstellen.” (Heb 6:6 NWV

Medelijder
Meelij hebber

“Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei: ‘Ik heb medelijden met die mensen; ze zijn al drie dagen bij me en ze hebben niets te eten. En ik wil ze niet met een lege maag naar huis sturen, want dan raken ze onderweg uitgeput.’” (Mt 15:32 GNB)

“En Jesus, door medelijden bewogen, raakte hun ogen aan. Aanstonds zagen  ze, en volgden Hem.” (Mt 20:34 CANIS)

“Toen Jesus uitsteeg, zag Hij dus een talrijke schare. Hij had medelijden  met hen, daar ze als schapen zonder herder waren; en Hij begon ze velerlei  dingen te leren.” (Mr 6:34 CANIS)

Medicijnmeester

“En Hij zeide tot hen: Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord  zeggen: Medicijnmeester! genees Uzelven; al wat wij gehoord hebben, dat  in Kapernaum geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.” (Lu 4:23 STV)

“Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den  medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.” (Mt 9:12 STV)

Meegaan

“En tegen zijn leerlingen zei Jezus toen: ‘Wie met mij mee wil gaan, moet zichzelf vergeten, zijn kruis dragen en mij volgen. Want wie” (Mt 16:24 GNB)

Meester

“Want er zijn enige lieden binnengeslopen, die reeds lang te voren  opgeschreven staan voor dit doemvonnis: goddelozen, die de genade van  onzen God in liederlijkheid verkeren, en Jesus Christus verloochenen,  onzen enigen Meester en Heer.” (Jds 1:4 CANIS)

“Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’” (Mt 19:16 NBV)

“ Maar gij, laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester, de Christus; en gij allen zijt broeders.” (Mt 23:8 VoorhNT4)

“Judas liep recht op Jezus toe en zei: “Dag, Meester.” En hij kuste Hem.” (Mt 26:49 BOEK)

“Petrus dacht aan wat Jezus de vorige dag tegen de boom had gezegd. “Kijk  eens, Meester,” riep hij uit, “dit is de boom die U gisteren hebt  vervloekt. Hij is helemaal dor!”” (Mr 11:21 BOEK)

“Toen hij den tempel verliet, zeide een zijner leerlingen: Meester, zie  wat een stenen en gebouwen!” (Mr 13:1 LEI)

“Hij liep direct op Jezus toe. “Dag, Meester,” zei hij en hij kuste Hem.” (Mr 14:45 BOEK)

“Maar Jezus keerde Zich om en zag, dat zij Hem volgden, en Hij zeide tot hen1-39 Wat zoekt gij? Zij zeiden tot Hem: Rabbi (wat, vertaald, wil zeggen: Meester), waar houdt Gij verblijf? {}” (Joh 1:38 NBG51)

“Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben het.” (Joh 13:13 STV)

“Dat jullie goddelijke liefdadigheid en vrede van God onze vader mogen ontvangen en van onze meester Jesus Christus (Flm 1:3 MHMV)

Melk

  Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kondt gij nog niet verdragen.” (1Co 3:2 WV78)

Mens

“Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon en het purperenkleed. En Pilatus zeide tot hen: Zie, de mens! {}” (Joh 19:5 NBG51)

“Vergeet nooit dat Jezus Christus een Mens was, een nakomeling van koning  David. En dat Hij God was, blijkt wel uit het feit dat Hij uit de dood  is opgestaan. Omdat ik dit goede nieuws bekend heb gemaakt,” (2Ti 2:8 BOEK)

Mensenzoon
Zoon van de mensen

  Wanneer de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid en vergezeld van alle engelen, dan zal Hij plaats nemen op zijn troon van glorie.” (Mt 25:31 WV78)

“Toen Jesus in de streek van Cesarea Filippi was gekomen, ondervroeg Hij  zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen, dat de Mensenzoon is?” (Mt 16:13 CANIS)

“Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’” (Mt 17:9 NBV)

63   Maar Jezus bleef zwijgen. Toen sprak de hogepriester tot Hem: ‘Ik bezweer U bij de levende God ons te zeggen of Gij de Christus zijt, de Zoon van God.’ 64   Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Gij zegt het. Maar Ik zeg U: vanaf nu zult ge de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Macht en komen op de wolken des hemels.’” (Mt 26:63-64 WV78)

“Hij neemt de twaalf terzijde en zegt tot hen: zie, wij klimmen op naar Jeruzalem; voleindigd zal worden alles wat is geschreven door de profeten aangaande de mensenzoon;” (Lu 18:31 NB)

  Jezus vernam dat men hem buiten geworpen had en toen Hij hem aantrof, zei Hij: ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’   Hij antwoordde: ‘Wie is dat, Heer? Dan zal ik in Hem geloven.’   Jezus zei hem: ‘Gij ziet Hem, het is Degene, die met u spreekt.’” (Joh 9:35-37 WV78)

“Toen hij nu uitgegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen  verheerlijkt, en God is verheerlijkt in Hem!” (Joh 13:31 PALM)

“Ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen,  en zijn leven te geven tot losprijs voor velen.” (Mt 20:28 CANIS)

  Ik keek toe, en ik zag een witte wolk; en op de wolk zat iemand, een mensenzoon gelijk, met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand.” (Opb 14:14 WV78)

“Want de Mensenzoon is gekomen, om te zoeken en te redden wat verloren  was.” (Lu 19:10 CANIS)

  ‘De Mensenzoon’, zo sprak Hij, ‘moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.’” (Lu 9:22 WV78)

“Want de Mensenzoon is heer van den sabbat.” (Mt 12:8 LEI)

“Jezus zegt tot hen: zeker is het, zeg ik u, dat u die mij volgt, in de wedergeboorte –wanneer de mensenzoon zal zetelen op de troon van zijn glorie– ook zelf gezeten zult zijn op twaalf tronen,– om te oordelen over de twaalf stammen van Israël;” (Mt 19:28 NB)

Mens van vlees en bloed

“Hieraan kunnen wij weten of Gods Geest spreekt: Ieder die erkent dat  Jezus Christus een mens van vlees en bloed geworden is, zegt dat door de Geest van God.” (1Jo 4:2 BOEK)

“Want er is één God, en tussen hem en de mensen is er één bemiddelaar, de mens Christus Jezus.” (1Ti 2:5 GNB)

Messias
Mashiach, Leider, Gezalfde

Aankondigingvan de Messias. (Mr 1:7-;Mt 3:11-; Lu 3:15-18; Jo 1:24-28) (Mr 1,1-13; Mt 3,1-4,11; Lu 3,1-4,13)

Voor de Messias is een heiligste plaats binnen gegaan … (Heb 9:24 CJBV)

“25 En gij dient te weten en het inzicht te hebben [dat] er vanaf het uitgaan van [het] woord om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op Messías [de] Leider, zeven weken, alsook tweeënzestig weken, zullen zijn. Ze zal terugkeren en werkelijk herbouwd worden, met een openbaar plein en een gracht, maar in de druk der tijden.26 En na de tweeënzestig weken zal [de] Messías worden afgesneden, met niets voor zichzelf.
En de stad en de heilige plaats zullen door het volk van een leider die komt, ten verderve worden gebracht. En het einde ervan zal door de vloed zijn. En tot [het] einde zal er oorlog zijn; datgene waartoe besloten is, is verwoestingen.” (Da 9:25-26 NWV)

Barabas en Jezus samen voor de menigte brengend vroeg Pilatus “Wie willen jullie dat ik vrij laat? Barabas of diegene die men noemd ‘Messias’ – Jesus? (Mt 27:17 MHMV) Yeshua de Messias (CJBV)

“Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:22 NBV)

“Pilatus vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met hem!’” (Mt 27:22 NBV)

“Jezus vroeg de mensen bij zijn onderricht in de tempel: ‘Hoe kunnen de schriftgeleerden beweren dat de messias een zoon van David is?” (Mr 12:35 NBV)

61  Maar hij bleef zwijgen en antwoordde niet. Toen vroeg de hogepriester hem: ‘Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?’ 62  Jezus zei: ‘Dat ben ik, en u zult de Mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten en hem zien komen op de wolken van de hemel.’” (Mr 14:61-62 NBV)

“Maar gij”, zeide hij tot hen,”wie denken jullie dat ik ben?” Kefa antwoorde, “De Mashiach van God!” (Lu 9:20 CJBV) /  “Hij zei tegen hen: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’” (Lu 9:20 NBV)

“41 Deze vond eerst zijn eigen broer, Simon, en zei tot hem: „Wij hebben de Messías gevonden” (hetgeen vertaald betekent: Christus). 42 Hij bracht hem bij Jezus.” (Jo 1:41-42 NWV)

  De vrouw zei Hem: ‘Ik weet dat de Messias (dat wil zeggen: de Gezalfde) komt, en wanneer Die komt zal Hij ons alles verkondigen.’   Jezus zei haar: ‘Dat ben Ik, die met u spreek.’” (Joh 4:25-26 WV78)

“En eeuwig leven is dit: te weten, de enige ware God, en hem die u zendt, Yeshua de Messias” (Jo 17:3 CJBV)

“Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” (Joh 20:30-31 NBV)

“Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’” (Hnd 2:36 NBV)

“Hij zal dan Jezus weer naar u toe sturen, van Wie al tevoren vaststond  dat Hij uw Messias zou zijn.” (Hnd 3:20 BOEK)

  Maar Saulus werd met steeds groter kracht bezield en bracht de Joden die in Damascus woonden in verwarring door te bewijzen: Deze is de Messias.” (Hnd 9:22 WV78)

  waarin hij uitlegde en bewees, dat de Messias moest sterven en uit de doden opstaan.’ Jezus, die ik u verkondig’, zo zei hij, ‘Hij is de Messias.’” (Hnd 17:3 WV78)

  Toen Silas en Timoteus uit Macedonie waren aangekomen, wijdde Paulus zich voortaan geheel aan de prediking en legde voor de Joden getuigenis af, dat Jezus de Messias was.” (Hnd 18:5 WV78)

“want hij slaagde erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat Jezus de messias is.” (Hnd 18:28 NBV)

“Gedenk Yeshua de Messias, gerezen uit de doden, uit het zaad van David, volgens het Goede Nieuws (2Ti 2:8 HNV)

“… Redding is gekomen! De kracht, het Koninkrijk van God, de autoriteit van de Messias! …” (Opb 12:10 MHMV)

  Die Messias, die koning van Israel, laat Hem nu van het kruis afkomen; dan zullen we zien en geloven!’Zelfs die samen met Hem gekruisigd waren, voegden Hem beschimpingen toe.” (Mr 15:32 WV78)

“welke een schaduw zijn van deze dingen die gaan komen; maar het lichaam is van de Messias.” “Col 2:17 HNV)

Middelaar

Daarom is hij dus middelaar van een nieuw verbond, opdat zij die geroepen zijn, de belofte van de eeuwige erfenis zouden ontvangen, aangezien er een sterven heeft plaatsgevonden om [hen] door losprijs te verlossen van de overtredingen onder het vroegere verbond.” (Heb 9:15 NWV)

“tot Jesus den Middelaar van het nieuwe Verbond, tot het Bloed der  besprenkeling, dat iets beters afroept dan Abels bloed.” (Heb 12:24 CANIS)

“Want God is één, één is ook de middelaar tussen God en mensen: een mens, Christus Jezus,” (1Ti 2:5 NB)

“en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.” (Heb 12:24 NBG51)

“Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens  Christus Jezus,” (1Ti 2:5 PALM)

“En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook eens  beteren verbonds Middelaar is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd  is.” (Heb 8:6 STV)

“ en tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond; en tot het bloed van de besprenkeling, dat beter spreekt dan Abel.” (Heb 12:24 VoorhNT4)

“Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van God door engelen in de hand van een middelaar gegeven.” (Ga 3:19 NBG51)

Misdadigers

“Tegelijk met Hem werden twee misdadigers gekruisigd, de een links en de  ander rechts van Hem.” (Mr 15:27 BOEK)

“En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de  misdadigers gerekend.” (Mr 15:28 STV)

Mishandeld

“De mannen, die Jesus bewaakten, bespotten en mishandelden Hem:” (Lu 22:63 CANIS)

Miskende

“Zeker, de bewoners van Jerusalem en hun hoofden hebben Hem (Jesus) miskend; en  door hun vonnis hebben ze in vervulling doen gaan, wat de profeten hebben  voorspeld, en wat iedere sabbat wordt voorgelezen.” (Hnd 13:27 CANIS)

Om Mijnentwil

  Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.” (Mt 10:39 WV78)

“Want wie zijn ziel wil redden, zal ze verliezen; maar wie zijn ziel verliest ter wille van mij, zal ze vinden. “(Mt 16:25 NWV)

“Want wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, en wie het terwille  van mij en de Blijde boodschap verliest zal het redden.” (Mr 8:35 LEI)

Moeder

  Maar Hij gaf hun ten antwoord: ‘Mijn moeder en mijn broeders zijn zij, die het woord van God horen en er naar handelen.’” (Lu 8:21 WV78)

Moordenaars

“En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter, en  een aan Zijn linker zijde.” (Mr 15:27 STV)

Morgenster

“Ik, Jezus, heb u mijn engel gestuurd om hiervan in de gemeenten te getuigen. Ik ben de telg uit het geslacht van David; ik ben de stralende morgenster.’” (Opb 22:16 GNB)

Naam van Christus Jezus

“ Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen van zijn discipelen gedaan, die niet geschreven zijn in dit boek;  maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God; en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.” (Joh 20:30-31 VoorhNT4)

“‘Begin een nieuw leven,’ antwoordde Petrus, ‘en laat u dopen, ieder van u, in de naam van Jezus Christus, om vergeving te krijgen van uw zonden; en u zult de heilige Geest als geschenk ontvangen.” (Hnd 2:38 GNB)

“Maar Petrus zegt: zilver en goud behoort mij niet toe, maar wat ik heb, dát geef ik je: in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: loop!” (Hnd 3:6 NB)

“En om het geloof in zijn Naam heeft Hij dezen man, dien gij ziet en  herkent, weer krachtig gemaakt. Zijn Naam en het geloof dat Hij heeft  verleend, heeft hem voor uw aller oog de volkomen genezing geschonken.” (Hnd 3:16 CANIS)

“dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt.” (Hnd 4:10 NBV)

“door uw hand uit te strekken tot genezing, tot tekenen en wonderen, door  de naam van Jesus, uw heiligen Dienaar.” (Hnd 4:30 CANIS)

“Maar Barnabas neemt hem bij zich op en leidt hem naar de apostelen, en hij verhaalt hun hoe hij op de weg de Heer gezien heeft, dat die tot hem gesproken heeft, en hoe hij in Damascus vrijmoedig opgetreden is in de naam van Jezus.” (Hnd 9:27 NB)

  En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus. Daarop verzochten zij hem nog enige dagen te blijven.” (Hnd 10:48 WV78)

“Dat heeft ze vele dagen achtereen gedaan. Geërgerd keert Paulus zich om en zegt tot de geest: voor jou kondig ik in de naam van Jezus Christus af dat je van haar weg moet gaan! En hij gáát uit haar weg in dat uur.” (Hnd 16:18 NB)

“En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.” (Hnd 19:5 STV)

  Ook een paar rondtrekkende joodse duivelbezweerders probeerden over hen die door boze geesten bezeten waren, de naam van de Heer Jezus uit te spreken door te zeggen: ‘Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt.’” (Hnd 19:13 WV78)

“Maar Paulus antwoordde: Wat behoeft gij te wenen en mij het hart week te  maken? Ik ben bereid te Jeruzalem niet alleen gebonden te worden, maar  ook te sterven ten bate van den naam van den Heer Jezus.” (Hnd 21:13 LEI)

“Ikzelf heb in oprechtheid gemeend, dat ik tegen de naam van Jezus de  Nazarener vele vijandelijke daden bedrijven moest.” (Hnd 26:9 PALM)

“Maar, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus smeek ik u eensgezind  te zijn. Maak het met elkaar in orde, zodat u weer een van hart en ziel  bent.” (1Co 1:10 BOEK)

“En dat waren sommigen van u; maar gij zijt afgewassen, gij zijt geheiligd,  gij zijt als rechtschapenen aangemerkt door den naam van den Heer Jezus  Christus en door den geest van onzen God.” (1Co 6:11 LEI)

“altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus dank brengend aan onze God en Vader,” (Efe 5:20 NB)

“opdat in de Naam van Jesus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde en iedere tong zou belijden tot glorie van God den Vader, dat Jesus  Christus de Heer is.” (Flp 2:10-11 CANIS)

“en al wat ge doen zult in woord of in werk, laat alles zijn in de naam van de Heer Jezus en dankt God de Vader door hem.” (Col 3:17 NB)

“Broeders, in de naam van den Heer Jesus Christus drukken we u op het  hart, u terug te trekken van elken broeder, die ongeregeld leeft, niet  naar de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen.” (2Th 3:6 CANIS)

“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is,” (Flp 2:9 TELOSNT)

Nabij God

“Zo’n hogepriester hadden we ook nodig: een die heilig, onschuldig en smetteloos is, iemand die ver weg van de zondaars leeft in de nabijheid van God.” (Heb 7:26 GNB)

Nageslacht

  Nu zijn de beloften aan Abraham aangezegd en aan zijn nageslacht. (Het woord staat niet in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw nageslacht en dat nageslacht is Christus).” (Ga 3:16 WV78)

Nakomeling

“Nu heeft God zijn belofte gedaan aan Abraham en aan zijn nakomeling. Het staat er niet in het meervoud: ‘aan nakomelingen’, maar in het enkelvoud: ‘en aan uw nakomeling’, en die nakomeling is Christus.” (Ga 3:16 GNB)

Nakomeling van David
Nazaat van David, Uit het Geslacht van David, Nakroost van David

“”Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd opdat u dit allemaal aan de gemeenten  zult vertellen. Ik ben zowel de wortel als de nakomeling van David. Ik  ben de schitterende morgenster.”” (Opb 22:16 BOEK)

Navolgen

“En wie zijn martelpaal niet aanvaardt en mij niet navolgt, is mij niet waardig.” (Mt 10:38 NWV)

Nazaat

“en vijandschap zal ik zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar nazaat; hij zal jou voor het hoofd stoten, jíj zult hem bijten in de hiel. ••” (Ge 3:15 NB)

Nazareen/Nazarener/Nazoreeër

“De mensen die met Jezus waren meegekomen, antwoordden: “Dit is Jezus, de  profeet uit Nazareth in Galilea.”” (Mt 21:11 BOEK)

“En toen hij de poort wilde uitgaan, zag hem een andere en zeide tot hen  die daar stonden: Deze was bij Jezus den Nazarener.” (Mt 26:71 LEI)

“Toen hij naar het portaal ging, zag een andere hem en zij zeide tot hen, die daar waren: Die man was bij Jezus, de Nazoreeer.” (Mt 26:71 NBG51)

“En het geschiedt in die dagen dat hij komt: Jezus, uit Nazaret in Galilea, en dat hij zich laat dopen, in de Jordaan, door Johannes.” (Mr 1:9 NB)

“en zegt: wat is er tussen ons en jou, Jezus Nazarener!– ben je gekomen om ons te vernietigen?– ik wéét wie je bent: de heilige van God!” (Mr 1:24 NB)

“Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad (Nazareth), gevolgd door zijn leerlingen.” (Mr 6:1 NBV)

“En horende, dat Jezus, de Nazarener, daar was, begon hij te roepen, en  te zeggen: Zoon van David! Jezus! ontferm U over mij!” (Mr 10:47 PALM)

“ En zij vertelden hem dat Jezus de Nazaréner voorbijging.” (Lu 18:37 VoorhNT4)

“Hij zegt tot hen: wat voor dingen? Zij zeggen tot hem: die met Jezus de Nazarener, een man die een profeet was, machtig in werk en woord tegenover God en heel de gemeenschap,–” (Lu 24:19 NB)

“Pilatus schrijft ook een bord met opschrift erop en zet dat op het kruis; er heeft geschreven gestaan: Jezus de Nazoreeër, de koning der Judeeërs!” (Joh 19:19 NB)

“Mannen van Israël, luister naar mij. Jezus van Nazareth is door God Zelf  gestuurd. De wonderen en bijzondere dingen die Hij deed, zijn daar een  duidelijk bewijs van. U hebt die met eigen ogen gezien.” (Hnd 2:22 BOEK)

“Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer: Wandel!” (Hnd 3:6 NBG51)

“want wij hebben hem horen zeggen dat deze Jezus de Nazoreeer deze plaats zal afbreken en de zeden veranderen die Mozes ons heeft overgeleverd.” (Hnd 6:14 TELOSNT)

Nederig van hart

“Neemt mijn juk op u en leert van mij; want ik ben zachtmoedig en nederig  van hart, en gij zult rust vinden voor uw ziel.” (Mt 11:29 LEI)

Neef van Maria van Klopas

“maar bij het kruis van Jezus hebben gestaan: zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria,–  die van Klopas, en Maria Magdalena.” (Joh 19:25 NB)

Neerdalen

  Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden die in Christus zijn verrijzen;” (1Th 4:16 WV78)

Niet bezeten

“Jezus antwoordde: Ik ben niet van een duivel bezeten, maar eer mijn Vader,  en gij ontrooft mij mijn eer.” (Joh 8:49 LEI)

Niet van deze wereld

“En Hij zeide tot hen: Gij zijt van beneden, Ik ben van boven; gij zijt van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld.” (Joh 8:23 NBG51)

Nieuw Gebod

  Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” (Joh 13:34 WV78)

Nieuwsbrenger

Brengeer van het Goede Nieuws of het Evangelie.

Nieuw Verbond
 Nieuw Testament

“en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.” (Heb 12:24 NBG51)

“Daarom is hij de middelaar van een nieuw verbond; opdat, nu iemand  gestorven is tot verzoening van de overtredingen onder het eerste verbond  begaan, zij die geroepen zijn de vervulling van de belofte der eeuwige  erfenis zouden verkrijgen.” (Heb 9:15 LEI)

“”Drink er allemaal uit,” zei Hij. “Dit is mijn bloed, waarmee het nieuwe  verbond wordt bezegeld. Het zal vloeien om vergeving van de zonden te  bewerken.” (Mt 26:28 BOEK)

“Evenzo deed hij ook met betrekking tot de beker, nadat hij het avondmaal had gebruikt, en hij zei: „Deze beker betekent het nieuwe verbond krachtens mijn bloed. Blijft dit, zo dikwijls als GIJ hem drinkt, tot mijn gedachtenis doen.” “(1Co 11:25 NWV)

Nieuw Testament
Nieuw Verbond

“En daarom is Hij de Middelaar van een nieuw Testament, en is Hij gestorven  tot verzoening van de overtredingen van het eerste, opdat de uitverkorenen  de beloofde eeuwige erfenis zouden ontvangen.” (Heb 9:15 CANIS)

“Want dit is Mijn bloed, het bloed van het Nieuwe Testament, dat voor  velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden!” (Mt 26:28 PALM)

“Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en  zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat,  zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.” (1Co 11:25 STV)

Offer

“Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus.” (Heb 10:10 NBG51)

Offeraar

“Dankzij Gods wil zijn we hem eens en voor altijd toegewijd doordat Jezus Christus zijn lichaam offerde.” (Heb 10:10 GNB)

Offerande

“ Door die wil zijn wij geheiligd door middel van de offerande van het lichaam van Jezus Christus, eens voor altijd.” (Heb 10:10 VoorhNT4)

Offerlam

“De volgende morgen zag hij Jezus aankomen. “Kijk,” riep hij. “Het offerlam  van God! Hij neemt de schuld van de wereld op Zich.” (Joh 1:29 BOEK)

“Hij zag Jezus voorbijgaan en zei: “Kijk, Hij is het offerlam van God!”” (Joh 1:36 BOEK)

Ogenschouwer

“Hij trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat hij alles in ogenschouw had genomen, ging hij–want het was al laat geworden–met de twaalf terug naar Betanië.” (Mr 11:11 NBV)

Omkleding

“Maar omkleedt u met den Heer Jesus Christus, en vertroetelt het vlees  niet tot begeerlijkheid.” (Ro 13:14 CANIS)

Omringde

“Jezus zegt: wíe is dat die mij heeft vastgegrepen? Als allen zeggen ‘ik niet’ zegt Petrus: meester, de scharen omringen en verdringen u!” (Lu 8:45 NB)

“Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen:” (Lu 14:25 NBG51)

Omstraalde

“Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.” (Mt 25:31 NBV)

Omstuwde

“Wanneer dan de Mensenzoon in zijn heerlijkheid komt, van al de engelen  omstuwd, dan zal hij plaatsnemen op zijn heerlijken troon” (Mt 25:31 LEI)

Om te brengen
Omgebrachte

“En de Farizeeen gingen heen en spanden tegen Hem samen ten einde Hem om te brengen.” (Mt 12:14 NBG51)

“De God onzer vaderen heeft Jezus, dien gij omgebracht hebt door hem aan  een kruishout te hangen, opgewekt;” (Hnd 5:30 LEI)

Om te oordelen

“Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’” (Joh 9:39 NBV)

Onberispelijk

“ maar door het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en onbevlekt lam.” (1Pe 1:19 VoorhNT4)

“Daarom is Hij precies de hogepriester die wij nodig hebben: Hij is heilig,  onberispelijk en onbesmet; Hij is van de zondaars afgezonderd en heeft  de hoogste plaats in de hemelen gekregen.” (Heb 7:26 BOEK)

Onbesmet Lam

“Maar door het dierbaar bloed van een onbesmet en vlekkeloos Lam, het  bloed van Christus.” (1Pe 1:19 PALM)

Onbesproken

Er viel niets op Jezus aan te merken. Hij was zuiver tot op de graad.

Onbevlekt Lam
Vlekkeloos Lam

“ maar door het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en onbevlekt lam.” (1Pe 1:19 VoorhNT4)

Onbezoedeld

“Ons voegt ook een Hogepriester, die heilig is, onschuldig, onbezoedeld, verwijderd van de zondaars en verheven boven de hemelen;” (Heb 7:26 CANIS)

Onderdanig

Onderdanig aan God.

Aan hem onderdanig gemaakt

“Welke is aan de rechterhand van God, heengegaan zijnde naar de hemel,  waar Engelen, en Heerschappijen, en Machten Hem onderdanig zijn.” (1Pe 3:22 PALM)

Ondergaan

“maar wij zien Jezus, die een weinig lager dan engelen gemaakt was, met heerlijkheid en eer gekroond omdat hij de dood heeft ondergaan, opdat hij door Gods onverdiende goedheid voor iedereen de dood zou smaken.” (Heb 2:9 NWV)

Onderrichter

“Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.” (Mt 9:35 NBV)

“Toen Jezus uitgesproken was en de twaalf leerlingen zijn opdrachten had gegeven, trok hij weer verder om in hun steden onderricht te geven en er het goede nieuws te verkondigen.” (Mt 11:1 NBV)

“In datzelfde uur zegt Jezus tot de scharen: als tegen een rover trekt ge met zwaarden en stokken uit om mij vast te nemen?– dagelijks heb ik neergezeten in het heiligdom en onderricht gegeven, en ge hebt me niet overmeesterd;” (Mt 26:55 NB)

“Zij trekken Kafarnaoem binnen; en meteen is hij op de sabbatdagen de synagoge binnengekomen en onderricht gaan geven.” (Mr 1:21 NB)

“Weer vangt hij aan onderricht te geven langs de zee; er verzamelt zich bij hem zo’n enorm grote schare, dat hij in een boot stapt en daar gaat zitten, op de zee; en heel de schare, zij zijn bij de zee op het land.” (Mr 4:1 NB)

“Hij staat op, gaat daar weg en komt aan in het gebied van Judea en het Overjordaanse, en weer stromen er scharen bij hem samen, en weer is hij, zoals hij gewoon was, hen gaan onderrichten.” (Mr 10:1 NB)

“Het eerste verhaal heb ik gedaan over alles, o Teofilus, wat Jezus begonnen is te doen en te onderrichten” (Hnd 1:1 NB)

Ondervraagde

“Jesus begreep, dat ze Hem wilden ondervragen; en Hij sprak tot hen: Vraagt  gij u onder elkander af, wat Ik zeide: Een weinig tijds en gij ziet Mij  niet meer, en weer een weinig tijds, dan zult gij Mij terugzien?” (Joh 16:19 CANIS)

“De Hogepriester dan ondervraagde Jezus, aangaande Zijn discipelen, en  aangaande Zijn leer.” (Joh 18:19 PALM)

Onderwerp

Onderwerp van prediking, Onderwerp van gesprek.

Onderwijzer

“Ze gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen.” (Mr 1:21 NBV)

“Weer begon Jezus bij het meer de mensen te onderwijzen. En ze stroomden in zulke grote aantallen naar hem toe dat hij in een boot stapte. Zo zat hij op het meer, en de hele menigte stond op de oever.” (Mr 4:1 GNB)

“Op zekeren dag was hij bezig met onderwijs geven, terwijl Farizeen en  wetgeleerden, die uit allerlei dorpen van Galilea en Judea en uit  Jeruzalem gekomen waren, er bij zaten, en God gaf hem macht om te genezen.” (Lu 5:17 LEI)

“(37-38) Elke dag ging Jezus naar de tempel om onderwijs te geven. De  mensen kwamen al vroeg in de morgen naar Hem luisteren. En elke avond  ging Hij de stad uit om ergens op de Olijfberg de nacht door te brengen.” (Lu 21:37 BOEK)

“Jezus zei: ‘Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 7:16 NBV)

Aan hem onderworpen

“ die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl engelen en machten en krachten hem onderworpen zijn.” (1Pe 3:22 VoorhNT4)

Onaantrekkelijk

“Zijn dienaar schoot op als een jonge stek, als een wortelstok uit dorre grond: vormeloos en zonder schoonheid, onooglijk en onaantrekkelijk,” (Jes 53:2 GNB)

Onberispelijk

“maar door het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en onbevlekt lam.” (1Pe 1:19 VoorhNT4)

Onbesmet
Onbevlekt
 “Maar door het dierbaar bloed van een onbesmet en vlekkeloos Lam, het  bloed van Christus.” (1Pe 1:19 PALM)

Ondoorgondelijk
onnaspeurlijk

  Aan mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade gegeven de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van de Christus te verkondigen,” (Efe 3:8 WV78)

Onooglijk

“Zijn dienaar schoot op als een jonge stek, als een wortelstok uit dorre grond: vormeloos en zonder schoonheid, onooglijk en onaantrekkelijk,” (Jes 53:2 GNB)

Onopvallend

“Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.” (Jes 53:2 NBV)

Onpeilbaar

“Aan mij, de allerminste van alle heiligen, werd deze onverdiende goedheid gegeven, opdat ik het goede nieuws over de onpeilbare rijkdom van de Christus aan de natiën zou bekendmaken” (Efeziërs 3:8 NWV)

Onschuldig

“Zo’n hogepriester hadden we ook nodig: een die heilig, onschuldig en smetteloos is, iemand die ver weg van de zondaars leeft in de nabijheid van God.” (Heb 7:26 GNB)

Ontbieder

“Maar de elf leerlingen maken voort naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen heeft ontboden,” (Mt 28:16 NB)

Ontfermende

“En met ontferming bewogen strekte Hij zijn hand uit, raakte hem aan en zei tot hem: Ik wil, word gereinigd!” (Mr 1:41 TELOSNT)

“En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare en werd met ontferming over hen bewogen, omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben, en Hij begon hun vele dingen te leren.” (Mr 6:34 NBG51)

Ontfermer

“Als Jezus daarvandaan verdergaat volgen hem twee schreeuwende blinden die zeggen: ontferm je over ons, zoon van David!” (Mt 9:27 NB)

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heer, Jezus Christus, die naar de overvloed van zijn ontferming ons opnieuw geboren heeft laten worden tot levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden,” (1Pe 1:3 NB)

Onthulling van het geheim

“Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is,” (Ro 16:25 NBV)

Ontkleed

“Dan nemen de soldaten, wanneer ze Jezus kruisigen, zijn kleren, en maken er vier delen van, voor elke soldaat een deel,– ook het onderkleed nemen ze. Maar het is een naadloos onderkleed geweest, van bovenaf als één geheel geweven.” (Joh 19:23 NB)

Ontroerd

“Jezus dan, als Hij haar aldus zag wenen, en de Joden wenen, die met  haar gekomen waren, was zeer bewogen in de geest, en ontroerd in Zichzelf.” (Joh 11:33 PALM)

“Toen Jezus dit gezegd had, werd hij innerlijk ontroerd en getuigde:  Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, een van u zal mij overleveren.” (Joh 13:21 LEI)

Ontvanger

“Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meer dan allen; en niemand kan  ze rukken uit de hand van Mijn Vader.” (Joh 10:29 PALM)

Ontwijker

“Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat  zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.” (Joh 6:15 STV)

Ontzaghebbende

“Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot hem die hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God.” (Heb 5:7 NBV)

Ontzette

“En allen die hem hoorden, ontzetten zich over zijn inzicht en zijn antwoorden.” (Lu 2:47 VoorhNT4)

Onverdiende Goedheid

Want indien door de overtreding van de ene [mens] de dood als koning heeft geregeerd door bemiddeling van die ene, zullen veelmeer zij die de overvloed van de onverdiende goedheid en van de vrije gave van rechtvaardigheid ontvangen, in het leven als koningen regeren door bemiddeling van de ene [persoon], Jezus Christus.” (Ro 5:17 NWV)

Oog

“terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus. Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten.” (Heb 12:2 NWV)

“Ziet! Hij komt met de wolken, en elk oog zal hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben; en alle stammen van de aarde zullen zich wegens hem in droefheid slaan. Ja, amen.” (Opb 1:7 NWV)

Oordeler

“Dit alles zal blijken op de dag waarop, volgens het evangelie dat ik verkondig, God door Christus Jezus oordeelt over wat er in de mens verborgen is.” (Ro 2:16 NBV)

“Ik bezweer u bij God, en bij Christus Jesus, die levenden en doden zal  oordelen, en bij zijn Verschijning en zijn Rijk:” (2Ti 4:1 CANIS)

“Ik zag de hemel open en er verscheen een wit paard, bereden door hem die de Betrouwbare en de Waarachtige heet. Het was hij die oordeelt en strijdt in gerechtigheid.” (Opb 19:11 GNB)

Oorsprong

  Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.” (Col 1:18 WV78)

Op de proef gestelde

“Daarna werd Jezus door de Heilige Geest naar de woestijn geleid om door  de duivel op de proef te worden gesteld.” (Mt 4:1 BOEK)

Op de proef stelleer “Dit zeide Hij (Jeseus) echter, om hem (Filippus)op de proef te stellen; want zelf wist Hij  goed, wat Hij doen zou.” (Joh 6:6 CANIS)

Opdrachtgever

“Jezus stuurde hen erop uit met de opdracht: “Ga niet naar de ongelovigen  of de Samaritanen,” (Mt 10:5 BOEK)

“En het geschiedt:  wanneer Jezus ten einde is met opdrachten geven aan zijn twaalf leerlingen, gaat hij daar weg om te onderrichten en te prediken in hun steden.” (Mt 11:1 NB)

“De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen.” (Mt 21:6 NBV)

“Ze zeiden wat Jezus hun had opgedragen te zeggen en de mensen lieten hen begaan.” (Mr 11:6 NBV)

“Maar ik geef niets om mijn eigen leven. Ik hoop alleen dat ik mijn doel  mag bereiken en de opdracht die de Here Jezus mij heeft gegeven tot een  goed einde mag brengen. Ik moet andere mensen het goede nieuws vertellen  van de genade van God.” (Hnd 20:24 BOEK)

Openbaarder
Bekendmaker

“Wetende, dat ik welhaast deze hut zal achterlaten; gelijk ook onze Heer  Jezus Christus mij geopenbaard heeft.” (2Pe 1:14 PALM)

“Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart.” (1Pe 1:13 NBV)

“Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het  goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde  te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus  Christus;” (1Pe 1:7 STV)

“En daarna openbaarde Hij zich, in een andere gedaante aan twee van hen,  terwijl zij in het veld gingen en wandelden.” (Mr 16:12 PALM)

“Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet  hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd  hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.” (Mr 16:14 STV)

“ Hierna openbaarde Jezus zich opnieuw aan de discipelen bij de zee van Tibérias; en hij openbaarde zich zo:” (Joh 21:1 VoorhNT4)

“Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, nee, het is me geopenbaard door Jezus Christus.” (Ga 1:12 GNB)

“Maar zo moet blijken dat uw geloof echt is. Het is zoveel kostbaarder dan het vergankelijke goud, dat toch ook op zijn echtheid wordt getest in het vuur. En het zal u tot lof, roem en eer strekken, wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.” (1Pe 1:7 GNB)

“ En ongetwijfeld, de verborgenheid van de godsvrucht is groot: God is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, gezien door de engelen, gepredikt onder de volken, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid.” (1Ti 3:16 VoorhNT4)

Openbaar geworden

“Toen Judas weg was, zei Jezus: ‘De glorie van de Mensenzoon is nu openbaar geworden, en door hem de glorie van God.” (Joh 13:31 GNB)

“Wanneer de Christus, ons leven, openbaar gemaakt wordt, dan zult ook GIJ met hem openbaar gemaakt worden in heerlijkheid.” (Kolossenzen 3:4 NWV)

“Deze heeft God op de derde dag opgewekt, en gegeven dat Hij openbaar werd,” (Hnd 10:40 TELOSNT)

Openbaring
 van het Geheimenis; - van Christus Jezus

“Hem nu, die bij machte is u te versterken (naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen,” (Ro 16:25 NBG51)

“dat gij dientengevolge bij niemand achterstaat in enige genadegift,  afwachtend de openbaring van onzen Heer Jezus Christus,” (1Co 1:7 LEI)

“opdat de loutering van uw geloof –die het veel eervoller maakt dan goud dat vergaat wanneer het door vuur gelouterd wordt– blijkt te zijn tot lof en heerlijkheid en eer, in de openbaring van Jezus Christus.” (1Pe 1:7 NB)

“ Daarom, omgordt de lendenen van uw verstand, weest nuchter en hoopt volkomen op de genade die u gebracht wordt bij de openbaring van Jezus Christus.” (1Pe 1:13 VoorhNT4)

“Integendeel, blijft U verheugen, aangezien GIJ deel hebt aan het lijden van de Christus, opdat GIJ U ook gedurende de openbaring van zijn heerlijkheid moogt verheugen en verrukt moogt zijn. “(1Pe 4:13 NWV)

Openlijk

“Jezus antwoordde hem: Ik heb ronduit tot de wereld gesproken; ik heb  altijd in de synagogen en in den tempel, waar alle Joden samenkomen,  geleerd; in het verborgen heb ik niets gezegd.” (Joh 18:20 LEI)

Opgeklommen naar de Vader

“Jezus zegt tot haar: houd mij niet vast!, want ik ben nog niet opgeklommen naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg tot hen: ik klim op naar mijn Vader en uw Vader, mijn God en uw God!” (Joh 20:17 NB)

Opgenomen in heerlijkheid

“en groot is, buiten alle tegenspraak, verborgenheid der Godzaligheid:  God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest, is  van de Engelen gezien, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de  wereld, is opgenomen in heerlijkheid!” (1Ti 3:16 PALM)

Opgenomen ten hemel

“Toen de Heer Jesus met hen gesproken had, is Hij opgenomen ten hemel, en  is neergezeten aan de rechterhand Gods.” (Mr 16:19 CANIS)

“die ook zéggen: Galilese mannen, wat staat ge te kijken naar de hemel?– hij, Jezus, die van u weg is opgenomen ten hemel, zal op dezelfde wijze als ge hebt aanschouwd dat hij naar de hemel wegging, kómen!” (Hnd 1:11 NB)

“welke ook zeiden: Gij Galilésche mannen! wat staat gij en ziet op naar  de hemel? Deze Jezus, Die van u is opgenomen in de hemel, zal alzo komen,  gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren.” (Hnd 1:11 PALM)

“Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen.” (Hnd 1:9 NBV)

Opgestane
Opgestaan uit de dood; Opstanding

“maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen,” (Hnd 10:40 NBV)

“ Als tegenbeeld daarvan behoudt de doop nu ook u - die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar de vraag voor God van een goed geweten - door de opstanding van Jezus Christus,” (1Pe 3:21 VoorhNT4)

“Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jesus Christus, die in zijn  grote barmhartigheid door de opstanding van Jesus Christus uit de doden  ons deed wedergeboren worden tot een levende hoop,” (1Pe 1:3 CANIS)

“en na zijn opstanding verlieten zij de grafsteden, gingen de heilige stad  binnen en zijn aan velen verschenen.” (Mt 27:53 LEI)

“Toen Jezus in de vroege ochtend van de eerste dag van de week was opgestaan uit de dood, verscheen hij het eerst aan Maria van Magdala, de vrouw uit wie hij zeven demonen had gedreven.” (Mr 16:9 GNB)

“Toen hij dan uit de doden was opgestaan, herinnerden zich zijn leerlingen  dat hij dit gezegd had, en zij geloofden in de Schrift en het woord dat  Jezus had gesproken.” (Joh 2:22 LEI)

“Dit was reeds de derde keer dat Jezus, na uit de doden te zijn opgestaan,  aan de leerlingen verscheen.” (Joh 21:14 LEI)

“vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’” (Hnd 1:22 NBV)

“De apostelen verkondigden met grote overtuigingskracht dat de Here Jezus  uit de dood was opgestaan. De liefde en eenheid waren zichtbaar onder  hen. ©” (Hnd 4:33 BOEK)

“ Hij legde uit en toonde aan, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden,  - en dat deze Jezus, die ik u verkondig, de Christus is.” (Hnd 17:3 VoorhNT4)

“Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en opgestaan, zal zó God ook wie ontslapen zijn in Jezus meevoeren met hem.” (1Th 4:14 NB)

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.” (1Pe 1:3 NBV)

“Want we weten dat Christus uit de dood is opgestaan en niet meer kan sterven; de dood heeft geen macht meer over hem.” (Ro 6:9 GNB)

Opgestegen
Opklimmen, Opvaren, Opstijgen

  Als gij dan de Mensenzoon ziet opstijgen naar waar Hij vroeger was…?” (Joh 6:62 WV78)

“… ’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet naar de Vader opgestegen. Ga naar mijn broeders, en vertel hun: Ik stijg op naar mijn Vader die ook jullie Vader is, naar mijn God die ook jullie God is.’” (Joh 20:17 GNB)

Opgevaren

“Jezus zeide tot haar: Raak mij niet aan; want ik ben nog niet opgevaren  tot den Vader; maar ga aan mijn broeders zeggen: Ik vaar op naar mijn  en uw Vader, mijn en uw God.” (Joh 20:17 LEI)

Opgewachte

“Bij Jesus’ terugkeer kwam Hem de schare begroeten; ze stonden allen op  Hem te wachten.” (Lu 8:40 CANIS)

Opgewekte

“Van toen af begon Jezus zijn leerlingen er op te wijzen dat hij naar  Jeruzalem moest gaan en van de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden  veel lijden, gedood en ten derden dage opgewekt worden.” (Mt 16:21 LEI)

“Maar hij zegt tot hen: niet zo verbaasd!– ge zoekt Jezus, de Nazarener, die gekruisigd is?– hij is opgewekt, hij is niet hier; zie, dit is de plek waar ze hem hebben gelegd;” (Mr 16:6 NB)

“Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had.” (Joh 2:22 NBG51)

“ Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.” (Hnd 2:32 VoorhNT4)

“laat dan aan u allen en aan het hele volk van Israel bekend zijn, dat door de naam van Jezus Christus de Nazoreeer, die u hebt gekruisigd, die God uit de doden heeft opgewekt, door die naam deze gezond voor u staat.” (Hnd 4:10 TELOSNT)

“Deze heeft God op de derde dag opgewekt en gegeven, dat hij openlijk gezien zou worden,” (Hnd 10:40 VoorhNT4)

“maar ook met het oog op ons, wien het zal aangerekend worden dat wij  geloven in Hem, die Jezus, onzen Heer, uit de doden heeft opgewekt,” (Ro 4:24 LEI)

“En God heeft Jezus uit de dood opgewekt. Welnu, als de Geest van God in u woont, zal God, die Christus Jezus uit de dood heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichaam levend maken door de kracht van zijn Geest, die in u woont.” (Ro 8:11 GNB)

“ wie is het, die veroordeelt? Christus is het, die gestorven is, ja nog meer, die ook opgewekt is, die ook aan Gods rechterhand is, die ook voor ons bidt. 1” (Ro 8:34 VoorhNT4)

  Want als uw mond belijdt, dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft, dat God Hem van de doden heeft opgewekt, zult gij gered worden.” (Ro 10:9 WV78)

“Van Paulus, een apostel die niet is aangesteld of gezonden door mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader, die Christus uit de dood heeft opgewekt.” (Ga 1:1 NBV)

“Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie,” (2Ti 2:8 NBG51)

“De God van vrede, die Jesus onzen Heer van de doden heeft opgewekt, den  groten Herder der schapen door het Bloed van een eeuwig Verbond:” (Heb 13:20 CANIS)

“maar God heeft de smarten des doods gebroken en hem opgewekt, omdat het  niet mogelijk was dat hij door den dood vastgehouden werd.” (Hnd 2:24 LEI)

“ daar wij weten, dat Christus, uit de doden opgewekt, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over hem.” (Ro 6:9 VoorhNT4)

“En Hij zeide: De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage worden opgewekt.” (Lu 9:22 NBG51)

Op Gezag van de Vader werkende

“‘Ik heb het u al gezegd, maar u gelooft het niet,’ antwoordde Jezus. ‘Alles wat ik op gezag van mijn Vader doe, getuigt over mij; maar” (Joh 10:25 GNB)

Opklimmen
Opstijgen, Opvaren

“wat dan als ge zult aanschouwen hoe de mensenzoon opklimt naar waar hij eerder was?–” (Joh 6:62 NB)

Opname ten hemel

“En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.” (Hnd 1:9 NBG51)

Opper Herder

“En wanneer de opperherder openbaar gemaakt is, zult GIJ de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid ontvangen.” (1Pe 5:4 NWV)

Opperste Herder
Overste Herder

“Zo zult gij, wanneer de Opperste Herder verschenen zal zijn, de onverwelkbare  kroon van de heerlijkheid verwerven.” (1Pe 5:4 PALM)

Opperste van de koningen

“En van Jezus Christus, de getrouwe Getuige, de Eerstgeborene uit de doden,  en de Opperste van de Koningen der aarde; Die ons heeft liefgehad, en  ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed.” (Opb 1:5 PALM)

Oprechtheid

“Ik zag de hemel opengaan en plotseling zag ik een wit paard. Hij die erop  zat, heet Trouw en Oprechtheid. In Zijn oordeel en in de strijd is Hij  rechtvaardig.” (Opb 19:11 BOEK)

Oprichter

“(9-26) Maar Jesus vatte hem bij de hand, en richtte hem op; en hij stond  overeind.” (Mr 9:27 CANIS)

Opstanding

“Hiervan is het tegenbeeld, dat u redt, de doop, die niet bestaat in de  verwijdering van onreinheid van het vlees, maar in de bede tot God om  een goed geweten, door de opstanding van Jezus Christus,” (1Pe 3:21 LEI)

“Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven,” (Joh 11:25 NBG51)

Opstanding der doden

“verstoord omdat zij het volk leerden en in den persoon van Jezus de  opstanding uit de doden verkondigden;” (Hnd 4:2 LEI)

Opstanding en het leven

“Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in mij  gelooft zal leven, ook al is hij gestorven,” (Joh 11:25 LEI)

Opstandelingen

“Samen met hem kruisigden ze twee opstandelingen, de ene rechts, de andere links van hem.” (Mr 15:27 GNB)

Op te ruimen

  De Farizeeen gingen naar buiten en smeedden plannen om Hem uit de weg te ruimen.” (Mt 12:14 WV78)

Opvoeder

  Want al hadt gij in Christus duizend opvoeders, gij hebt maar een vader. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt.” (1Co 4:15 WV78)

Opwekken

  Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u.” (2Co 4:14 WV78)

Opwekker uit de doden

“Dan komt Jezus zes dagen voor Pasen naar Betanië, waar Lazarus is, die Jezus uit de doden heeft opgewekt.” (Joh 12:1 NB)

“Toen men vernam, dat Hij Zich dáár bevond, kwam een talrijke menigte  Joden daarheen, niet enkel om Jesus, maar ook om Lázarus te zien, dien  Hij uit de doden had opgewekt.” (Joh 12:9 CANIS)

“wetende dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook óns samen met Jezus zal opwekken en samen met u voor zich stellen.” (2Co 4:14 NB)

Opziener

“Want GIJ waart verdwaald als schapen, maar nu zijt GIJ tot de herder en opziener van UW zielen teruggekeerd.” (1Pe 2:25 NWV)

Overedingskracht

Christus bezat voldoende overedingskracht om mensen te doen geloven dat hij de beloofde Messias of Gezalfde was en hem hoorden te volgen om de waarheid te vinden en om tot God te komen.

Overeenkomst

“Niettemin heeft de dood als koning geregeerd van Adam tot Mozes, zelfs over hen die niet hadden gezondigd naar de gelijkheid van de overtreding [begaan] door Adam, die overeenkomst vertoont met hem die zou komen.” (Ro 5:14 NWV)

“En welke overeenkomst heeft Gods tempel met afgoden? Want wij zijn een tempel van een levende God, zoals God heeft gezegd: „Ik zal onder hen verblijven en onder [hen] wandelen, en ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.” (2Ko 6:16 NWV)

Overeenkomstige Losprijs

“… een mens, Christus Jezus, 6 die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen — [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd. “(1Ti 2:5-6 NWV)

Overeenstemming

  Is er overeenstemming mogelijk tussen Christus en Belial? Wat heeft de gelovige gemeen met de ongelovige?” (2Co 6:15 WV78)

Overgeleverde
Prijsgelever

“Terwijl zij nu in Galilea vertoefden, sprak Jesus tot hen: De Mensenzoon  moet overgeleverd worden in de handen der mensen,” (Mt 17:22 CANIS)

“en hij zeide: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. (26-16a) En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand.” (Mt 26:15 NBG51)

“Toen kreeg Judas, die Hem had overgeleverd, berouw, toen hij zag dat Hij was veroordeeld, en bracht de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug” (Mt 27:3 TELOSNT)

“Toen ging Judas Iskáriot, een van de twaalf, naar de opperpriesters, om  Hem aan hen over te leveren.” (Mr 14:10 CANIS)

“En zij, dat horende, verheugden zich, en beloofden hem geld te geven. En  hij zocht naar een gelegen tijd, om Hem over te leveren.” (Mr 14:11 PALM)

“En als zij aanliggen en eten zegt Jezus: voorwaar, voorwaar, ik zeg u dat één van u mij zal overleveren, ‘die met mij eet’!” (Mr 14:18 NB)

“En hij ging heen en besprak met de overpriesters en hoofdlieden, hoe hij Hem aan hen zou overleveren.” (Lu 22:4 NBG51)

“Wel gaat de Mensenzoon heen volgens Gods besluit, maar wee den mens door  wien hij overgeleverd wordt!” (Lu 22:22 LEI)

“Hij laat los degene die wegens opstand en moord in de gevangenis was geworpen, die zij opeisten, en Jezus geeft hij over aan hun wil.” (Lu 23:25 NB)

“Ook Judas, die hem zou overleveren, kende die plaats, omdat Jezus daar  dikwijls met zijn leerlingen was samengeweest.” (Joh 18:2 LEI)

“ De God van Abraham en Izaäk en Jakob, de God van onze vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en gij hebt hem voor het aangezicht van Pilatus verloochend, toen deze oordeelde dat hij losgelaten moest worden.” (Hnd 3:13 VoorhNT4)

“Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” (Ro 4:25 STV)

Over God verteller

“Op een andere sabbat, toen Hij in de synagoge was en de mensen over God  vertelde, zat daar ook een man met een lamme, verschrompelde rechterhand.” (Lu 6:6 BOEK)

Over het Water wandelend

“Als ze dan zo’n vijfentwintig of dertig  stadiën ver zijn gekomen, zien zij hoe Jezus wandelend over de zee de boot nadert; en ze worden bevreesd.” (Joh 6:19 NB)

Overmeesterde

“en beraadslagen samen hoe zij Jezus met een list kunnen overmeesteren en doden;” (Mt 26:4 NB)

“Maar Jezus zegt tot hem: makker, waarvoor jij hier bent… Dan komen ze op hem toe, slaan de handen aan Jezus en overmeesteren hem.” (Mt 26:50 NB)

Overste Herder

“En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke  kroon der heerlijkheid behalen.” (1Pe 5:4 STV)

Overste van de koningen der aarde

“en van Jezus Christus, de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed” (Opb 1:5 NBG51)

Overtredingen bedekkend

Bedekte overtredingen en zocht liefde en vond het belangrijk dat wij mensen dat ook zouden doen om zo vergeving van God te verkrijgen(Sp 17:9; Mt 6:14)

“Hij werd overgeleverd ter wille van onze overtredingen en opgewekt ter wille van onze rechtvaardigverklaring.” (Ro 4:25 NWV)

Overvloedig

“Want evenals het lijden voor de Christus overvloedig is in ons, zo is ook de vertroosting die wij ontvangen overvloedig door bemiddeling van de Christus.” (2Co 1:5 NWV)

Overwinnaar
o.a. van de wereld

  Dit heb Ik u gezegd, opdat gij vrede zoudt bezitten in Mij. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.’” (Joh 16:33 WV78)

  Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen, want Hij is de Heer der heren en de Koning der koningen, en zij die met Hem zijn, de geroepenen, uitverkorenen, getrouwen, zullen delen in zijn overwinning.” (Opb 17:14 WV78)

Overwinning

“Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus!” (1Co 15:57 TELOSNT)

Overziener

“En Hij kwam te Jeruzalem in de tempel. En nadat Hij rondom alles overzien had, vertrok Hij, toen het reeds laat op de dag was, naar Betanie, met de twaalven.” (Mr 11:11 NBG51)

Paal
Hout

“en aan [mensen uit] de natiën overleveren ten einde de spot met hem te drijven en hem te geselen en aan een paal te hangen, en op de derde dag zal hij worden opgewekt.” (Mt 20:19 NWV)

“Het was nu het derde uur, en zij hingen hem aan een paal.” (Mr 15:25 NWV)

“Toen gingen zij luid roepen en zeiden: „Aan de paal! Aan de paal met hem!” (Lu 23:21 NWV)

“Maar toen de overpriesters en de beambten hem zagen, schreeuwden zij en zeiden: „Aan de paal [met hem]! Aan de paal [met hem]!” Pilatus zei tot hen: „Neemt GIJZELF hem dan en hangt hem aan een paal, want ik vind volstrekt geen schuld in hem.” (Jo 19:6 NWV)

“De God van onze voorvaders heeft Jezus opgewekt, die GIJ om het leven hebt gebracht door hem aan een paal te hangen.” (Hand 5:30 NWV)

“deze [man], die volgens het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God is overgeleverd, hebt GIJ door de hand van wetteloze mensen aan een paal geslagen en om het leven gebracht.” (Hand 2:23 NWV)

“En wij zijn getuigen van al de dingen die hij zowel in het land der joden als in Jeruzalem heeft gedaan; maar zij hebben hem ook om het leven gebracht door hem aan een paal te hangen.” (Hand 10:39 NWV)

“Christus heeft ons losgekocht van den vloek der wet, door voor ons een  vervloekte te worden—want er staat geschreven: Vervloekt ieder aan een paal gehangene—” (Ga 3:13 LEI)

“maar die zijn afgevallen, wederom tot berouw te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw aan een paal hangen en hem aan openbare schande blootstellen.” (Heb 6:6 NWV)

“Hijzelf heeft in zijn eigen lichaam onze zonden gedragen aan de paal, opdat het voor ons met de zonden afgedaan zou zijn en wij voor rechtvaardigheid zouden leven. En „door zijn striemen zijt GIJ gezond gemaakt”. (1Pe 2:24 NWV)

“En hun lijken zullen liggen op de brede straat van de grote stad die in geestelijke zin Sodom en Egypte wordt genoemd, waar ook hun Heer aan een paal werd gehangen.” (Opb 11:8 NWV)

Paard

“En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en die daarop zit wordt genoemd getrouw en waarachtig, en in gerechtigheid richt hij en strijdt hij.” (Opb 19:11 NB)

Paaslam
Pascha; Pesachlam

  Doet het oude zuurdeeg weg, om vers deeg te worden, ge moet immers zijn als ongezuurde paasbroden, want ook ons paaslam is geslacht: Christus zelf.” (1Co 5:7 WV78)

Paasmaalhouder

“En op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, waarop men gewoon was het Pascha te slachten, zeiden zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan en toebereidselen maken, opdat Gij het Pascha kunt eten?” (Mr 14:12 NBG51)

“Jezus stuurde Petrus en Johannes op pad met de woorden: ‘Ga voor ons het pesachmaal bereiden, zodat we het kunnen eten.’” (Lu 22:8 NBV)

Palmtakken

Als koning vereerd onder het wuiven van palmtakken.(Bossen groen/takken van de bomen) (Mt 21:8; Mr 11:8; Lu 19)

Parabelspreker
Parabelverteller, Gelijkenisspreker, Illustreerder

“Dan kwam de talmidim en vroeg Yeshua, “Waarom spreekt gij in parabels?” (Mt 13:10 CJBV)

Al deze dingen sprak Yeshua tot de massa in parabels; inderdaad, hij zei niets tot hen zonder parabels te gebruiken (Mt 13:34 CJBV)

“Toen begon Hij tot hen in parabels te spreken: Een man plantte een  wijngaard, omringde hem met een muur, groef er een wijnpers in, en bouwde  er een toren op. Daarna verpachtte hij hem aan landbouwers, en vertrok  naar het buitenland.” (Mr 12:1 CANIS)

Paradijs

“En hij zei tot hem: „Voorwaar, ik zeg u heden: Gij zult met mij in het Paradijs zijn.” (Lu 23:43 NWV)

“dat hij werd weggerukt tot in het paradijs en onuitsprekelijke woorden hoorde, die het een mens niet geoorloofd is te spreken” (2Co 12:4 NWV)

Pascha
Pesachlam, Paaslam

“Doet het oude zuurdeeg weg, opdat GIJ een nieuw deeg moogt zijn, zoals GIJ immers ongezuurd zijt. Want Christus, ons Pascha, is werkelijk geslacht.” (1Co 5:7 NWV)

Pesachlam
Paaslam, Pascha

“Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht.” (1Co 5:7 NBV)

Plaatsnemer

“Wanneer dan de Mensenzoon in zijn heerlijkheid komt, en alle engelen met  Hem, zal Hij plaats nemen op de troon zijner majesteit.” (Mt 25:31 CANIS)

Perfect maker
Voltooier, volmaker, voleinder

Plan

“Dat stemt overeen met het eeuwenoude plan dat hij heeft uitgevoerd in Christus Jezus onze Heer.” (Efe 3:11 GNB)

Pleitbezorger

“Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.” (1Jo 2:1 NBV)

Pleiter
Tussenbeidenkomer, Opkomer, Verdediger, Bemiddelaar

“wie zal ons dan veroordelen? Christus is gestorven, meer nog, hij is opgewekt uit de dood en zit nu aan de rechterhand van God. Hij pleit voor ons.” (Ro 8:34 GNB)

“Jezus is daar vóór ons binnengegaan om voor ons te pleiten. Hij is voor  altijd hogepriester geworden, op dezelfde wijze als Melchizédek.” (Heb 6:20 BOEK)

“Dientengevolge is hij ook in staat om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen, volledig te redden, daar hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Heb 7:25 NWV)

“Want Christus is niet binnengegaan in een met handen gemaakte heilige plaats, een kopie van de werkelijkheid, maar in de hemel zelf, om nu ten behoeve van ons voor de persoon van God te verschijnen.” (Heb 9:24 NWV)

Plengoffer

Praktische wijsheid

Prater

Prediker

“Van toen af begon Jesus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het  rijk der hemelen is nabij.” (Mt 4:17 CANIS)

“Nu trok Jesus alle steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen, preekte  het Evangelie van het rijk, en genas alle ziekten en kwalen.” (Mt 9:35 CANIS)

“Nadat Johannes is overgeleverd en Jezus is aangekomen in Galilea, predikt hij de aankondiging van God” (Mr 1:14 NB)

“En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 NWV)

  Er volgde nu een tijd, waarin Hij predikend rondtrok door stad en dorp en de Blijde Boodschap van het Rijk Gods verkondigde. De twaalf vergezelden Hem,” (Lu 8:1 WV78)

Predikingsonderwerp

“Aan hem die bij machte is u te versterken, overeenkomstig mijn verkondiging en de prediking van Jezus Christus, overeenkomstig de openbaring van een geheimenis dat eeuwige tijden verzwegen bleef,” (Ro 16:25 NB)

“Want wij prediken niet onszelf maar Christus Jezus als Heer, en onszelf als uw dienaars om Jezus’ wil.” (2Co 4:5 NB)

Te Prediken

“En hij heeft ons bevolen aan het volk te prediken en te betuigen dat hij het is, die door God aangesteld is tot een Rechter van levenden en doden.” (Hnd 10:42 VoorhNT4)

Priester

“Jezus daarentegen ontving het mét een dergelijke bekrachtiging, toen tegen hem werd gezegd: ‘De Heer heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug: “Jij bent priester voor eeuwig.”’” (Heb 7:21 NBV)

“Maar Christus, de hemelse priester, heeft een veel belangrijker taak  gekregen dan de priesters van Israël. Hij heeft ervoor gezorgd dat God  een nieuw verbond met de mensen sloot; een verbond dat op betere beloften  steunt.” (Heb 8:6 BOEK)

Priesterschap

“…Degene die met betrekking tot hem zei: „Jehovah heeft gezworen (en hij zal geen spijt gevoelen): ’Gij zijt priester in eeuwigheid’”), 22 in zoverre is Jezus ook degene geworden die als borg van een beter verbond is gegeven. 23 Bovendien moesten velen [achtereenvolgens] priester worden omdat zij door de dood verhinderd werden het te blijven, 24 maar hij, omdat hij tot in eeuwigheid blijft leven, bezit zijn priesterschap zonder enige opvolgers. 25 Dientengevolge is hij ook in staat om degenen die door bemiddeling van hem tot God naderen, volledig te redden, daar hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Heb 7:21-25 NWV) {priesterschap niet overdraagbaar}

Prijs

“want GIJ werdt met een prijs gekocht. Verheerlijkt dan toch vooral God in ulieder lichaam.” (1Co 6:20 NWV)

“GIJ werdt met een prijs gekocht; wordt niet langer slaven van mensen. “(1Co 7:23 NWV)

“Toen Christus echter kwam als hogepriester van de goede dingen die geschied zijn, en wel door de grotere en volmaaktere tent, die niet met handen is gemaakt, dat wil zeggen niet van deze schepping, 12 is hij, neen, niet met het bloed van bokken en van jonge stieren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd de heilige plaats binnengegaan en heeft een eeuwige bevrijding [voor ons] verworven.” (Heb 9:11-12 NWV)

“18 Want GIJ weet dat GIJ niet met vergankelijke dingen, met zilver of goud, werdt bevrijd van UW vruchteloze vorm van gedrag, die GIJ door overlevering van UW voorvaders hebt ontvangen. 19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus.” (1Pe 1:18-19 NWV)

Prijsgegeven
Overgeleverd

“die is prijsgegeven om onze overtredingen en is opgewekt om onze rechtvaardiging.” (Ro 4:25 NB)

“Dan, als Judas die hem heeft prijsgegeven ziet dat hij veroordeeld is, krijgt hij berouw en brengt hij de dertig zilverlingen terug naar de overpriesters en oudsten;” (Mt 27:3 NB)

“want de mensenzoon gaat voort gelijk bepaald is, maar wee die mens door wie hij wordt prijsgegeven!” (Lu 22:22 NB)

“Maar ook Judas, die hem heeft prijsgegeven, wist van die plek, omdat Jezus dikwijls daar met zijn leerlingen samenkwam.” (Joh 18:2 NB)

Prins

Hem heeft God met zijn rechterhand verhoogd om een Prins te zijn en een Redder, … (Hand 5:31 AV)

Profeet

“En zij namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is alleen in zijn vaderstad en in zijn huis ongeeerd.” (Mt 13:57 NBG51)

“en de scharen zeiden: Dat is de profeet Jezus van Nazaret in Galilea.” (Mt 21:11 LEI)

“”Wat voor dingen dan?” vroeg Jezus. “Wel,” zeiden ze, “wat ze hebben  gedaan met Jezus van Nazareth. Die Man was een profeet. Hij deed  ongelooflijke wonderen en was een geweldige leraar. Hij stond hoog in  aanzien bij God en de mensen.” (Lu 24:19 BOEK)

Raadgever

“Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; en de vorstelijke heerschappij zal op zijn schouder komen. En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 NWV)

Raadsman

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 NBG51)

Rabbi

“ En terstond trad hij op Jezus toe en zei: Wees gegroet, Rabbi, en hij kuste hem innig.” (Mt 26:49 VoorhNT4)

“En Petrus antwoordde en zeide tot Jezus: Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, laten wij drie tenten opslaan, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een.” (Mr 9:5 NBG51)

“En Petrus herinnerde zich het gebeurde en zeide tot hem: Zie, Rabbi, de  vijgeboom dien gij vervloekt hebt is verdord.” (Mr 11:21 LEI)

“ En hij kwam en trad terstond op hem toe en zei: Rabbi, Rabbi! En hij kuste hem innig.” (Mr 14:45 VoorhNT4)

“Jesus keerde Zich om, zag dat ze Hem volgden, en sprak tot hen: Wat zoekt  gij? Ze zeiden Hem: Rabbi (dat betekent: Meester), waar houdt Gij  verblijf?” (Joh 1:38 CANIS)

“ deze kwam ‘s nachts tot hem en zei tot hem: Rabbi, wij weten dat gij een leraar zijt van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen die gij doet, als God niet met hem is.” (Joh 3:2 VoorhNT4)

Rabboeni

“Ten antwoord zegt Jezus tot hem: wat wil je dat ik voor jou zal doen? De blinde zegt tot hem:  rabboeni, dat ik kan kijken!” (Mr 10:51 NB)

“Jezus zeide tot haar: Maria! Zij, zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni!  (Hetwelk gezegd is, Meester.)” (Joh 20:16 PALM)

Rabboni

“Zo Jesus antwoorde en zei tot hem: “Wat wil je dat ik doe voor jou?” De blinde man antwoorde: “Rabboni, ik wens terug te zien!” (Mr 10:51 MHMV)

Rangorde

“22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in de Christus allen levend gemaakt worden. 23 Maar een ieder in zijn eigen rangorde: Christus, de eersteling, daarna zij die de Christus toebehoren, gedurende zijn tegenwoordigheid.” (1Co 15:22-23 NWV)

Rantsoen
Uitbetaling, Vergoeding, Losprijs, Losgeld, Verzoeningsgeld

“Gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om  te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.” (Mt 20:28 PALM)

“Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen, zijnde de  getuigenis te zijner tijd;” (1Ti 2:6 STV)

Recht

Rechter

“En ons heeft hij opgedragen aan het volk te prediken en te getuigen dat  hij de door God aangewezen rechter van levenden en doden is.” (Hnd 10:42 LEI)

Rechterhand van Christus

  De schapen zal Hij plaatsen aan zijn rechterhand, maar de bokken aan zijn linker.” (Mt 25:33 WV78)

Rechterhand
Aan rechterhand van God gezeten

“het oog gevestigd op den leidsman en voleinder des geloofs, Jezus, die  in plaats van de vreugde die tot zijn beschikking was geduldig een kruis  heeft gedragen, met geringachting der schande, en ter rechterhand van  Gods troon plaats genomen heeft.” (Heb 12:2 LEI) /  “Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God.” (Heb 12:2 NBV)

“36 David zelf heeft door de heilige geest gezegd: ’Jehovah heeft tot mijn Heer gezegd: „Zit aan mijn rechterhand totdat ik uw vijanden onder uw voeten stel.”’ 37 David zelf noemt hem ’Heer’, maar hoe komt het dan dat hij zijn zoon is? …” (Markus 12:36-37 NWV)

61  Maar hij is blijven zwijgen en heeft helemaal niets geantwoord. Weer heeft de hogepriester hem een vraag gesteld; hij zegt tot hem: bent u de Gezalfde, de zoon van de Gezegende? 62  Jezus zegt: dat bén ik, en wat ge zult zien is ‘de mensenzoon gezeten ter rechterhand van de kracht Gods’ en ‘komende met de wolken des hemels’ !” (Mr 14:61-62 NB)

“De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods.” (Mr 16:19 NBG51)

“Maar hij staart, vol van heilige Geest, naar de hemel en ziet de glorie van God, en staande ter rechterhand van God Jezus.” (Hnd 7:55 NB)

  Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechterhand, onze zaak bepleit?” (Ro 8:34 WV78)

“ terwijl wij zien 1 op Jezus, de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, die om de vreugde die vóór hem lag, het kruis heeft verdragen en de schande heeft veracht, en is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van God.” (Heb 12:2 VoorhNT4)

“Hij is aan Gods rechterhand, want hij is heengegaan naar de hemel, en engelen en autoriteiten en krachten werden aan hem onderworpen.” (1PE 3/22 NWV)

“Hij zei tot hen: „Mijn beker zult GIJ inderdaad drinken, maar dit zitten aan mijn rechter- en aan mijn linkerhand staat niet aan mij te geven, doch behoort aan hen toe voor wie mijn Vader het heeft bereid.”” (Mt 20:23 NWV)

“31 Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid, en alle engelen met hem, dan zal hij op zijn glorierijke troon plaats nemen. 32 En alle natiën zullen vóór hem vergaderd worden, en hij zal de mensen van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En de schapen zal hij aan zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan zijn linkerhand.” (Mt 25:31-33 NWV)

Rechtschapene

“Kinderen, dit schrijf ik u opdat gij niet moogt zondigen, en indien iemand  zondigt, wij hebben een Helper bij den Vader, Jezus Christus, den  rechtschapene.” (1Jo 2:1 LEI)

Rechtvaardige

“Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.” (1Jo 2:1 NBV)

Rechtvaardiging

“rechtvaardiging van Godswege door geloof in Christus, voor allen die geloven. Want er is geen onderscheid:” (Ro 3:22 NB)

“hebben desondanks, omdat wij weten dat een mens niet gerechtvaardigd  wordt uit wetswerken maar door het geloof in Christus Jezus, het geloof  in Christus aangenomen om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in  Christus en niet uit wetswerken; want uit wetswerken kan niemand worden  gerechtvaardigd.” (Ga 2:16 LEI)

“vervuld van de vrucht van de rechtvaardiging door Jezus Christus, tot glorie en lof van God.” (Flp 1:11 NB)

Rechtvaardige Verdediger

“Kinderen, ik zeg dit om u van de zonde af te houden. Maar als iemand  zondigt, hebben wij een rechtvaardige verdediger bij de Vader: Jezus  Christus.” (1Jo 2:1 BOEK)

Rechtvaardig verklaard

“Ja, het heilige geheim van deze godvruchtige toewijding is, zoals algemeen wordt erkend, groot: ’Hij werd openbaar gemaakt in het vlees, werd rechtvaardig verklaard in geest, is verschenen aan engelen, werd gepredikt onder natiën, werd geloofd in [de] wereld, werd opgenomen in heerlijkheid.’” (1Ti 3:16 NWV)

Reden

Jezsu kam met een welbepaalde reden op de aard, n.l. om de mensheid te redden door zijn loskoopoffer.

“Nu is mijn ziel verontrust, en wat zal ik zeggen? Vader, red mij uit dit uur. Niettemin ben ik juist hierom tot dit uur gekomen.” (Jo 12:27 NWV)

Redenaar

Reddende Kracht

  Een reddende kracht heeft Hij ons verwekt, in het huis van David zijn dienaar,” (Lu 1:69 WV78)

Redder
Heiland

  Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David.” (Lu 2:11 WV78)

“maar groeit in genade en kennis van onze Heer en redder, Jezus Christus. Hem zij de glorie, én nu én tot de dag van de eeuwigheid!” (2Pe 3:18 NB)

“en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.” (2Pe 1:11 NBV)

“Immers, op deze wijze zal u rijkelijk verleend worden de ingang in het  eeuwige rijk van onzen Heer en redder Jezus Christus.” (2Pe 1:11 LEI)

“En uit Davids nageslacht heeft God, overeenkomstig zijn belofte, een redder voor Israël voortgebracht, Jezus.” (Hnd 13:23 NBV)

“Maar ons vaderland is in de hemel, vanwaar wij ook de Heer Jezus Christus als onze redder verwachten.” (Flp 3:20 GNB)

“en uit den hemel zijn Zoon te wachten, dien Hij uit de doden heeft  opgewekt, Jezus, die ons redt van den toekomstigen Toorn.” (1Th 1:10 LEI)

“En nu heeft Hij ons dit allemaal duidelijk gemaakt door de komst van onze  redder, Jezus Christus, Die de macht van de dood gebroken heeft en ons  heeft laten zien hoe wij, door op Hem te vertrouwen, eeuwig leven kunnen  krijgen.” (2Ti 1:10 BOEK)

“aan Titus, in het geloof dat wij gemeenschappelijk hebben mijn zelfverwekte kind: genade en vrede van onze God de Vader en Christus Jezus, onze redder!” (Tit 1:4 NB)

“in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en van onze redder Jezus Christus.” (Tit 2:13 NBV)

“Simeon Petrus dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen die een even kostbaar geloof als wij verkregen hebben in de rechtvaardiging van onze God en redder Jezus Christus:” (2Pe 1:1 NB)

“Want zó zal u rijkelijk toegevoegd worden de toegang tot het eeuwig koninkrijk van onze Heer en redder, Jezus Christus.” (2Pe 1:11 NB)

“maar groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus. Hem komt de eer toe, nu en in eeuwigheid. Amen.” (2Pe 3:18 NBV)

“Want de man is het hoofd van zijn vrouw zoals Christus het hoofd is van de kerk. Christus is de redder van zijn lichaam, de kerk.” (Efe 5:23 GNB)

  De mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.’” (Lu 19:10 WV78)

  God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.” (Joh 3:17 WV78)

“En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld.” (1Jo 4:14 NBV)

“en zo zal heel Israel behouden worden, zoals geschreven staat ‘Uit Sion zal de Redder komen; Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden.” (Ro 11:26 TELOSNT)

Redding

“Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn volk zal redden van hun zonden.” (Mt 1:21 NBG51)

“En hij heeft een hoorn van redding voor ons verwekt in het huis van zijn knecht David,” (Lu 1:69 NWV)

“Want God heeft ons niet bestemd om door Hem bestraft te worden, maar om  gered te worden door de Here Jezus Christus.” (1Th 5:9 BOEK)

“daarom verdraag ik alles omwille van de uitverkorenen, opdat ook zij in Christus Jezus gered worden en eeuwige luister ontvangen.” (2Ti 2:10 NBV)

“en omdat je van kindsbeen af weet hebt van heilige geschriften die de kracht in zich hebben om jou wijsheid te schenken tot redding door het geloof in Christus Jezus.” (2Ti 3:15 NB)

“Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.” (Opb 12:10 NBV)

“Daarom kan hij ook voor altijd hen redden die door hem tot God komen;  daar hij altijd leeft om voor hen op te treden.” (Heb 7:25 LEI)

  En heel de mensheid zal Gods redding zien.” (Lu 3:6 WV78)

Redelijk

Reden

Rededen tot hoop en verlangen.

Redevoerder

“Toen Jezus deze rede ten einde gebracht had, verliet hij Galilea en ging  naar het Joodse land aan de overzijde van den Jordaan;” (Mt 19:1 LEI)

Regeerder

Regeerder of Hoofd van de Gemeente of Kerkgemeenschap en van het Koninkrijk van God.

Regeling

Gods voorziening of Plan voor de mensheid.

Rein

Zuiver.

Reiniger

“Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.” (1Jo 1:7 NBV)

“Er komt tot hem een melaatse, die hem te hulp roept en terwijl hij een knieval maakt tot hem zegt: als u het wílt kúnt u het: mij rein maken!” (Mr 1:40 NB)

“En Jezus strekte de hand uit, raakte hem aan en zeide: Ik wil het; wees  gereinigd. Dadelijk week de melaatsheid van hem.” (Lu 5:13 LEI)

Reiniging

“Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, dan  hebben wij onderlinge gemeenschap, en het bloed van Jezus Christus, zijn  Zoon, reinigt ons van alle zonde.” (1Jo 1:7 PALM)

Reisde

Reisde door gans het gebied. > Rondtrekker.

Galilea (Mt 4:12-18,35; Mr 1:14-9:50: Lu 4:14-9:50; 9: 51- 18:14;  Jo 4,5)

Judea (Mt 19; 20; Mr 10; Lu 18: 15- 19: 27)

Rekenen

Men kan op Christus Jezus rekenen.

Revelatie van Christus
Openbaring van Christus

“In order dat het bewijs van uw geloof – veel meer waard dan door vuur gerafineerd goud! – moge het een oorzaak zijn tot prijs, glorie en eer bij de revelatie van Jesus Christus (1Pe 1:17 MHMV)

Richter

“Doch onze God en Vader Zelf, en onze Heere Jezus Christus richte onzen  weg tot u.” (1Th 3:11 STV)

“Ik bezweer u bij God en bij Christus Jezus, die levenden en doden zal  richten; ik bezweer u bij zijn verschijning en bij zijn koninkrijk:” (2Ti 4:1 LEI)

Riet

  Het gekwetste riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit. Waarlijk, het recht maakt hij openbaar.” (Jes 42:3 WV78)

Rietstok
Rietstaf

  Ook vlochten ze een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in de rechterhand. Dan vielen ze voor Hem op de knieen en bespotten Hem met de woorden: ‘Gegroet, koning der Joden!’” (Mt 27:29 WV78)

“spuwden op hem, namen den rietstok en sloegen hem er mee op zijn hoofd.” (Mt 27:30 LEI)

 Rijk van de Zoon
Koninkrijk

“Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon,” (Col 1:13 NBV)

Rijkdom

“Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder  de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom  van Christus,” (Efe 3:8 STV)

Rijsje

“Want als een rijsje schoot hij voor ons aangezicht op, als een wortel uit dorre aarde; hij had geen gestalte, dat. wij hem zouden aanzien, geen gedaante, dat wij hem zouden begeeren;” (Jes 53:2 OBBINK)

Roemgever

“Ik heb daarom de roem in Christus Jezus in de dingen die God betreffen.” (Ro 15:17 TELOSNT)

Roepende

“En ofschoon Hij in de dagen van zijn Vlees, onder luid geroep en tranen,  gebeden en smekingen heeft opgestierd tot Hem, die Hem van de dood kon  redden; ofschoon Hij verhoord werd terwille van zijn godvrezendheid;” (Heb 5:7 CANIS)

Roeping van God

“maar een ding doe ik: ik vergeet wat achter mij ligt, strek mij uit naar  wat voor mij ligt en jaag zo naar het doel om den kampprijs te verkrijgen  door de hemelse roeping Gods, ons in Christus Jezus voor ogen gesteld.” (Flp 3:14 LEI)

Rondganger

“Nu trok Jesus alle steden en dorpen rond, leerde in hun synagogen, preekte  het Evangelie van het rijk, en genas alle ziekten en kwalen.” (Mt 9:35 CANIS)

Rondtrekker

Jezus reisde door een zeer groot gebied om het Woord van God te verkondigen en door de wonderen de kracht van God te laten kennen.

“Jezus trekt alle steden en dorpen rond; hij geeft onderricht in hun synagogen, predikt het evangelie van het koninkrijk en geneest elke ziekte en elke kwaal.” (Mt 9:35 NB)

“(1-2) Enige tijd later maakte Hij een reis langs alle steden en dorpen  in dat gebied. Overal bracht Hij het goede nieuws dat het Koninkrijk  van God was gekomen. Zijn twaalf discipelen en verscheidene vrouwen  gingen met Hem mee. De vrouwen zorgden voor hun eten en drinken en  betaalden dat allemaal uit eigen zak. Jezus had deze vrouwen uit de  macht van boze geesten bevrijd en van allerlei ziekten genezen.” (Lu 8:1 BOEK)

“Hij trok dan voort, predikend van stad tot stad, van dorp tot dorp, steeds  in de richting van Jeruzalem.” (Lu 13:22 LEI)

“Daarna trok Jesus in Galilea rond; want Hij wilde niet in Judea vertoeven,  omdat de Joden Hem zochten te doden.” (Joh 7:1 CANIS)

Rondziende

“Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’” (Mr 10:23 NBV)

Rots
Geestelijke Rots, Geestelijke Steenrots

  en allen dronken dezelfde geestelijke drank want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meeging, en die rots was de Christus” (1Co 10:4 WV78)

  Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft. Maar voor de ongelovigen geldt: De steen die de bouwers hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden,   maar ook een steen waaraan zij zich stoten, een rots waarover zij struikelen. Zij sloten zich, omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen; en daartoe waren zij ook bestemd.” (1Pe 2:7-8 WV78)

Rots
Steenrots

Jezus zei “en ik op mijn beurt zeg jou dat jij een Petrus,–  rotsman, bent: op deze petra,–  rots, zal ik mijn vergadering bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen;” (Mt 16:18 NB)

Rotsblok

7  Voor u dus de eer, omdat gij gelooft. Maar voor wie niet geloven, blijft  het gelden: “De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen  geworden; 8  Maar ook een steen des aanstoots, En een rotsblok, waarover men struikelt.”  Omdat ze het woord niet geloven, stoten ze zich; en hiertoe zijn ze  voorbestemd.” (1Pe 2:7-8 CANIS)

“zoals er geschreven staat: “Zie Ik stel in Sion een steen des aanstoots,  En een rotsblok van ergernis; En wie in Hem gelooft, Zal niet worden  beschaamd.”” (Ro 9:33 CANIS)

Rovers

“Met hem twee rovers aan palen, rechts en links van hem” (Mr 15:27)

Sabbat

  Want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.’” (Mt 12:8 WV78)

Samen

  daarna zullen wij die nog in leven zijn tegelijk met hen in een oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet. En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer.” (1Th 4:17 WV78)

Samenkomend

Samenstemming
Overeenstemming

“En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de  gelovige met den ongelovige?” (2Co 6:15 STV)

Samenstromen

Mensen kwamen van heinde en verre om Jezus te horen prediken en zich te laten genezen. Zij dromden om hem heen.

Samenzweren

Er werd tegen Jezus semengezweerd.

Scepter

“Zij maakten een kroon van takken, waar dorens aanzaten, en zetten die op  Zijn hoofd. Ze gaven Hem een stok in Zijn rechterhand, als een scepter.  Ze vielen voor Hem op de knieën en joelden: “Leve de koning van de  Joden!”” (Mt 27:29 BOEK)

Schaapherder

  Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.” (Joh 10:27 WV78)

  Alle volken zullen voor Hem bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen schapen en bokken.” (Mt 25:32 WV78)

Schande verachter

“terwijl wij zien op Jezus, de overste leidsman en de voleinder van het geloof, die om de vreugde die voor Hem lag, het kruis heeft verdragen, terwijl Hij de schande heeft veracht, en die is gaan zitten aan de rechterzijde van de troon van God.” (Heb 12:2 TELOSNT)

Schedelplaats
Golgotha, Plaats des hoofdschedels, Hoofdschedelplaats

“En toen zij kwamen op een plaats Golgotha genaamd, dat is Schedelplaats,” (Mt 27:33 LEI)

Scheider

“en zullen voor zijn aanschijn worden samengebracht alle volkeren; hij zal ze van elkander scheiden zoals de herder de schapen scheidt van de bokken” (Mt 25:32 NB)

Scherp

“En Hij gebood hem scherpelijk, dat hij zich terstond verwijderen zou;” (Mr 1:43 PALM)

Scheut

“In Gods ogen was Hij een groene scheut, die groeide aan een wortel in  droge en onvruchtbare grond. Maar in onze ogen had Hij niets aantrekkelijks.  Niets dat maakte dat wij Hem graag wilden aanvaarden.” (Jes 53:2 BOEK)

Schijnen

“want alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom heet het: Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en het licht van de Christus zal over u schijnen.” (Efe 5:14 GNB)

Schrijven

  Dit bedoelden ze als een strikvraag in de hoop Hem ergens van de te kunnen beschuldigen. Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond.” (Joh 8:6 WV78)

Schuldelooos

  Zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: een die heilig is, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars, hoog verheven boven de hemelen;” (Heb 7:26 WV78)

Schuldoffer

Sekte

Jezus met zijn volgelingen werden als een sekte ‘De Weg’ beschouwd.

Signaal

Het te verkondigen signaal voor de volken.

Sion

  En zo zal ten slotte heel Israel gered worden, volgens de woorden van de Schrift: Uit Sion zal de Redder komen en Hij zal de goddeloosheid uit Jakob verwijderen.” (Ro 11:26 WV78)

Slaaf
Getrouwe en beleidvolle slaaf

“45 Wie is werkelijk de getrouwe en beleidvolle slaaf, die door zijn meester over diens huisknechten is aangesteld om hun te rechter tijd hun voedsel te geven? 46 Gelukkig is die slaaf wanneer zijn meester hem bij zijn aankomst daarmee bezig vindt! 47 Voorwaar, ik zeg U: Hij zal hem aanstellen over al zijn bezittingen.” (Mt 24:45-47 NWV)

Sleepnet

Maakte zijn discipelen vissers van mensen.

  Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in de zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht.” (Mt 13:47 WV78)

Slijk maker

“Hij antwoordde: De mens die Jezus genoemd wordt maakte slijk, bestreek  er mijn ogen mee en zeide tot mij: Ga naar den Siloam en was u. Ik ging  mij wassen en kan zien.” (Joh 9:11 LEI)

“De dag dat Jezus modder gemaakt had en zijn ogen geopend had, was namelijk een sabbat.” (Joh 9:14 NBV)

Smaden

“Zalig zijt gij, zo gij om Christus’ naam smaad ondergaat; want dan rust  op u de Geest der glorie, de Geest van God.” (1Pe 4:14 CANIS)

  Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:” (Mt 5:11 WV78)

Smarten

  Waarlijk, het waren onze ziekten die hij op zich nam, en onze smarten, die hij heeft gedragen; wij echter beschouwden hem als een geslagene, door God gekastijd en vernederd.” (Jes 53:4 WV78)

  Maar God heeft Hem ten leven opgewekt na de smarten van de dood te hebben ontbonden; want het was onmogelijk dat Hij daardoor werd vastgehouden.” (Hnd 2:24 WV78)

Smekende

“In de dagen zijns vlezes heeft hij gebeden en smekingen tot Hem die  machtig was hem uit den dood te redden, met heftig gekrijt en tranen,  opgedragen, en is verhoord en van zijn angst bevrijd.” (Heb 5:7 LEI)

Snauwer

“En hun ogen worden geopend! En ook snauwt Jezus hun toe en zegt: ziet toe dat niemand er kennis van krijgt!” (Mt 9:30 NB)

Spanning

Jezus veroorzaakte veel spanning.

Spijs

“Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is den wil van mijn Zender te doen en  zijn werk te volbrengen.” (Joh 4:34 LEI)

Spons

  Onmiddelijk daarop ging een van hen een spons halen, stak ze op een rietstok en bood Hem te drinken.” (Mt 27:48 WV78) (Mr 15:36; Jo 19:29)

Spuwer

“Hij nam hem terzijde, buiten de schare, en stak zijn vingers in zijn oren, spuwde, raakte zijn tong aan,” (Mr 7:33 NBG51)

Spot drijven
Bespotte

“ ze vlochten een krans van doorns, zetten die op zijn hoofd, gaven Hem een rietstok in de rechterhand, vielen voor Hem op de knieën en dreven de spot met Hem door te zeggen: ‘Gegroet, koning van de Joden!’” (Mt 27:29 WV95)

Spruit

“’Hoor alstublieft, o Jozua de hogepriester, gij en uw metgezellen die vóór u zitten, want zij zijn mannen [die] als voortekenen [dienen]; want zie, ik doe mijn knecht Spruit komen! “(Zac 3:8 NWV)

Spruit van David

“Ik, Jesus, heb mijn engel gezonden, Om u dit alles te betuigen ten behoeve  der Kerken. Ik ben Davids Wortel en Spruit; De lichtende Morgenster!” (Opb 22:16 CANIS)

Steen

“Deze is de Steen, door ulieden, de bouwmeesters verworpen, die tot een  hoofd van de hoek is geworden.” (Hnd 4:11 PALM)

“Nadert tot Hem, de levende steen, —door de mensen verworpen, maar  uitverkoren en kostbaar bij God,” (1Pe 2:4 CANIS)

“Jezus zei tot hen: „Hebt GIJ nooit in de Schriften gelezen: ’De steen die de bouwlieden hebben verworpen, is juist de hoofdhoeksteen geworden. Vanwege Jehovah is dit geschied, en het is wonderbaarlijk in onze ogen’? (Mt 21:42 NWV)

“7 Voor U is hij daarom kostbaar, omdat GIJ gelovigen zijt; maar voor wie niet geloven, „is dezelfde steen die de bouwlieden verworpen hebben, [het] hoofd van [de] hoek geworden”, 8 en „een steen der struikeling en een rots des aanstoots”. Dezen struikelen omdat zij het woord ongehoorzaam zijn. Daartoe waren zij ook bestemd.” (1Pe 2:7-8 NWV)

Steen des aanstoots

“zoals er geschreven staat: “Zie Ik stel in Sion een steen des aanstoots,  En een rotsblok van ergernis; En wie in Hem gelooft, Zal niet worden  beschaamd.”” (Ro 9:33 CANIS)

Stem

“Mijn schapen luisteren naar mijn stem, en ik ken ze, en zij volgen mij.” (Jo 10:27 NWV)

  Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: er zal een uur komen, ja het is er al, waarop de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en die haar horen, zullen leven.” (Joh 5:25 WV78)

Stichting Geestelijke Tempel

“Zo wordt uit u, als uit levende stenen, een gebouw gesticht, een geestelijke  tempel, waarin een heilige priesterorde geestelijke offeranden offert,  Gode welgevallig door Jezus Christus.” (1Pe 2:5 PALM)

Stigmata
Tekenen

  De andere leerlingen vertelden hem: ‘Wij hebben de Heer gezien.’ Maar hij antwoordde: ‘Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.’” (Joh 20:25 WV78)

Stierf

“Jezus nu liet een luide schreeuw horen en stierf.” (Mr 15:37 TELOSNT)

“ En Jezus riep met luider stem en zei: Vader, in uw handen beveel ik mijn geest. En toen hij dit gezegd had, stierf hij.” (Lu 23:46 VoorhNT4)

“Dit zei hij niet uit zichzelf. Maar als hogepriester van dat jaar  profeteerde hij, dat Jesus sterven zou voor het heil van het volk;” (Joh 11:51 CANIS)

  God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren.” (Ro 5:8 WV78)

  -want wij weten dat Christus, eenmaal van de doden verrezen, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem.” (Ro 6:9 WV78)

Stilllen

Stilde de storm. (Mr 4:35-41; Lu 8:22-25; Mt 8: 18, 23-27)

Stootblok

7  Voor u, die gelooft, die eer; maar voor de ongelovigen geldt: De steen  dien de bouwlieden hebben afgekeurd, die is tot hoeksteen geworden en  een steen waaraan men zich stoot, een blok waarover men struikelt. 8  Zij stoten er zich aan, omdat zij het woord niet geloven. Daartoe zijn  zij ook bestemd.” (1Pe 2:7-8 LEI)

Stralen

“1 Zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en diens broer Johannes mee en bracht hen een hoge berg op, waar zij alleen waren. 2 En hij onderging voor hun ogen een transfiguratie en zijn aangezicht straalde als de zon en zijn bovenklederen werden glanzend als het licht.” (Mt 17:1-2 NWV)

Strenge

“En hun ogen werden geopend. En Jezus verbood hun streng en zei: Let erop, laat niemand het te weten komen.” (Mt 9:30 TELOSNT)

“En met een strenge vermaning zond Hij hem terstond weg,” (Mr 1:43 NBG51)

“Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken.” (Mr 8:30 NBV)

Strikken van de dood

“Maar God heeft Hem opgewekt, en verbroken de strikken van de dood; daar  het niet mogelijk was, dat deze Hem vasthield.” (Hnd 2:24 CANIS)

Struikelblok

7  Voor u, die gelooft, is hij waardevol. Maar voor wie niet geloven geldt: De steen door de bouwers afgekeurd, is de hoeksteen geworden, 8  een struikelblok, een steen waaraan men zich stoot. Ze struikelen door de boodschap niet te aanvaarden. Dat is hun lot.” (1Pe 2:7-8 GNB)

  volgens het woord van de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots, een struikelblok. Wie in Hem gelooft zal niet worden teleurgesteld.” (Ro 9:33 WV78)

Struikelsteen

“En: ‘Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.’ Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd.” (1Pe 2:8 NBV)

Stuk hout

“Christus heeft ons vrijgekocht uit de vloek der Wet door voor ons een vloek te worden,– omdat geschreven staat: ‘vervloekt is al wie hangt aan een stuk hout’, –” (Ga 3:13 NB)

Superieur

“9 Juist daarom heeft God hem ook tot een superieure positie verhoogd en hem goedgunstig de naam gegeven die boven elke [andere] naam is, 10 zodat in de naam van Jezus elke knie zich zou buigen van hen die in de hemel en die op aarde en die onder de grond zijn, 11 en iedere tong openlijk zou erkennen dat Jezus Christus Heer is tot heerlijkheid van God, de Vader.” (Flp 2:9-11 NWV)

Taakgever, taakopdrager,
Taakvoorziener

“Maar ik voor mij acht mijn leven niets waard, indien ik slechts mijn loop  ten einde breng en de taak die de Heer Jezus mij opgedragen heeft: van  de blijde boodschap van Gods genade getuigenis af te leggen.” (Hnd 20:24 LEI)

Tabernakel

“Christus daarentegen, optredend als hogepriester der toekomende goederen,  is slechts eenmaal in het heiligdom ingegaan, door den beteren en  volmaakter tabernakel, die niet met handen gemaakt was—dat wil zeggen  die niet tot deze schepping behoort—” (Heb 9:11 LEI)

“En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie de tabernakel van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volk 4 zijn en God zelf zal bij hen zijn, hun God.” (Opb 21:3 VoorhNT4)

Tafel

“Daarom verleen Ik u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft  verleend: dat gij in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op  tronen moogt zetelen, om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Lu 22:29-30 CANIS)

Teder

“Toen zag Jesus hem teder aan, en sprak tot hem: Eén ding ontbreekt u nog.  Ga heen, verkoop wat ge bezit, en geef het aan de armen; en ge zult een  schat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij.” (Mr 10:21 CANIS)

Te Gedenken

“in alles heb ik u getoond dat we ons door zó te zwoegen de zwakken moeten aantrekken en de woorden van de Heer Jezus gedenken, omdat hij gezegd heeft ‘het is zaliger te geven dan te nemen’!” (Hnd 20:35 NB)

Te gehoorzamen

“door God, de Vader, voorbestemd om, geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn aan Jezus Christus en met zijn bloed besprenkeld te worden. Genade zij u en vrede, in overvloed.” (1Pe 1:2 NBV)

Te Geloven

“En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis.” (Hnd 16:31 TELOSNT)

“Maar Paulus zegt: Johannes doopte een doop van bekering en zei tot de gemeenschap dat ze moesten geloven in hem die na hem kwam, dat is in Jezus!” (Hnd 19:4 NB)

“Zowel Joden als Grieken heb ik opgeroepen zich te bekeren tot God en te geloven in Jezus, onze Heer.” (Hnd 20:21 NBV)

Tegenwoordigheid

“Maar een ieder in zijn eigen rangorde: Christus, de eersteling, daarna zij die de Christus toebehoren, gedurende zijn tegenwoordigheid.” (1Co 15:23 NWV)

“Toen hij op de Olijfberg zat, kwamen de discipelen naar hem toe, terwijl er verder niemand bij was, en zeiden: „Zeg ons: Wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen?” (Mt 24:3 NWV)

“Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid, en alle engelen met hem, dan zal hij op zijn glorierijke troon plaats nemen.” (Mt 25:31 NWV)

“want de Heer zelf zal uit de hemel neerdalen met een bevelende roep, met de stem van een aartsengel en met Gods trompet, en zij die dood zijn in eendracht met Christus zullen eerst opstaan.” (1Th 4:16 NWV)

“Neen, niet door kunstig verzonnen onware verhalen te volgen, hebben wij U bekend gemaakt met de kracht en tegenwoordigheid van onze Heer Jezus Christus, maar doordat wij ooggetuigen van zijn luister waren geworden.” (2Pe 1:16 NWV)

“en zeggen: „Waar is nu de beloofde tegenwoordigheid van hem? Ach wat, van de dag af dat onze voorvaders zijn ontslapen, blijven alle dingen precies zo als sedert het begin der schepping.” (2Pe 3:4 NWV)

“Nu dan, kindertjes, blijft in eendracht met hem, opdat wij, wanneer hij openbaar gemaakt wordt, vrijmoedigheid van spreken mogen hebben en hem bij zijn tegenwoordigheid niet beschaamd uit de weg behoeven te gaan.” (1Jo 2:28 NWV)

Te Getuigen

“… een mens, Christus Jezus, 6 die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen — [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd. “(1Ti 2:5-6 NWV)

Te Heiligen

“maar heiligt de Heer, de Christus, in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u een woord vraagt over de hoop die in u is,” (1Pe 3:15 NB)

Teken

“Toen hij op de Olijfberg zat, kwamen de discipelen naar hem toe, terwijl er verder niemand bij was, en zeiden: „Zeg ons: Wanneer zullen deze dingen zijn, en wat zal het teken zijn van uw tegenwoordigheid en van het besluit van het samenstel van dingen?” (Mt 24:3 NWV)

“Toch stelden velen van de schare geloof in hem; en zij begonnen te zeggen: „Wanneer de Christus gekomen is, zal hij dan soms meer tekenen verrichten dan deze man heeft verricht?” (Jo 7:31 NWV)

“Dientengevolge zeiden de andere discipelen tot hem: „Wij hebben de Heer gezien!” Maar hij zei tot hen: „Als ik niet in zijn handen het teken van de spijkers zie en mijn vinger niet in het teken van de spijkers steek en mijn hand niet in zijn zijde steek, zal ik stellig niet geloven.” (Jo 20:25 NWV)

Tekenen des tijds: (Mt 12: 38-40; 16: 1-4; Mr 8:11-13; Lu 11: 16,29-; 12:54-56; Jo 6:30)

Teken gever

“Dit is het begin dat Jezus maakt met de tekenen te Kana in Galilea; zo laat hij zijn glorie verschijnen en komen zijn leerlingen tot geloof in hem.” (Joh 2:11 NB)

“Terwijl hij in Jeruzalem is met Pasen, bij het feest, krijgen velen vertrouwen in zijn naam bij de aanschouwing van de tekenen die hij heeft gedaan.” (Joh 2:23 NB)

“En dit deed Jezus weder als tweede teken, toen Hij uit Judea naar Galilea gekomen was.” (Joh 4:54 NBG51)

“Jezus nu heeft nog wel vele andere tekenen gedaan, in de tegenwoordigheid  van Zijn discipelen, die niet geschreven staan in dit boek;” (Joh 20:30 PALM)

Te kennen gever

“Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken–dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven–,” (2Pe 1:14 NBV)

Telg

  Luister, hogepriester Jozua, gij en uw ambtgenoten die voor u zitten - mannen van het teken zijn zij -: Ik zal mijn dienaar, de telg, laten komen.” (Zac 3:8 WV78)

Telg van David

“Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om aan ulieden deze dingen ten behoeve  der gemeenten te getuigen. Ik ben de wortel en de telg van David, de  lichtende morgenster.” (Opb 22:16 LEI)

Tempel

“Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen  zal Ik denzelven oprichten.” (Joh 2:19 STV)

  Voorbijgangers hoonden Hem, terwijl ze het hoofd schudden en zeiden: ‘Ha, Gij daar, die de tempel afbreekt en in drie dagen weer opbouwt,” (Mr 15:29 WV78)

Tempelhuis

“29 En de voorbijgangers lasterden Hem, terwijl zij hun hoofden schudden en zeiden: Ha, U die het tempelhuis afbreekt en in drie dagen opbouwt,” (Mr 15:28-29 TELOSNT)

Tempellichaam

“Jezus antwoordt en zegt tot hen: ontbindt dit tempellichaam en in drie dagen zal ik het oprichten!” (Joh 2:19 NB)

Tempeluitdrijver
Tempelreiniging

“Jesus trad de tempel binnen, dreef er allen uit, die in de tempel verkochten  en kochten, en smeet de tafels van de wisselaars en de stoelen der  duivenverkopers omver.” (Mt 21:12 CANIS) (Mt 21: 10-17; Mr 11: 11, 15-19; Lu 19: 45-48)

Ten Laste legger

“Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun last gegeven, zeggende: Gij  zult de weg der heidenen niet inslaan, noch enige stad der Samaritanen  binnen treden.” (Mt 10:5 PALM)

Tent

“.. opdat de kracht van Christus gelijk een tent over mij moge blijven”” (2Co 12:9 NWV)

  Maar nu is Christus gekomen, de hogepriestetr van het waarachtige heil. De tent van zijn priesterschap is groter en volmaakter dan de vorige; ze is niet gemaakt door mensenhand, dat wil zeggen, ze behoort niet tot onze geschapen wereld.” (Heb 9:11 WV78)

“En ik hoorde een grote stem vanuit de troon zeggen: zie, de tent van God is bij de mensen, en hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen zijn;” (Opb 21:3 NB)

Ten val te brengen

“Doch de Farizeën, uitgegaan zijnde, beraadslaagden met elkander, hoe zij  Hem ten val zouden kunnen brengen.” (Mt 12:14 PALM)

Ter dood gebrachte

“‘s Morgens vroeg besloten alle opperpriesters en oudsten van het volk dat Jezus ter dood gebracht moest worden.” (Mt 27:1 GNB)

Ter dood veroordeelde

“Toen Judas, de verrader, zag dat Jezus ter dood was veroordeeld, kreeg  hij berouw. Hij vond het verschrikkelijk wat hij had gedaan. Meteen ging  hij het geld naar de leidende priesters en de andere leden van de Hoge  Raad terugbrengen.” (Mt 27:3 BOEK)

Terechtgestelde

“Jezus moest terechtstaan voor Pilatus, de Romeinse gouverneur. “Bent U  de koning van de Joden?” vroeg Pilatus Hem.” (Mt 27:11 BOEK)

Terechtwijzer

Terugkomer

“Gebruik dus uw verstand en wees nuchter. Kijk vol verwachting uit naar  de dag waarop Jezus Christus terugkomt en God Zijn genade aan u zal  bewijzen.” (1Pe 1:13 BOEK)

“en om uit te zien naar de terugkomst uit de hemel van zijn Zoon, die hij uit de dood heeft opgewekt, naar Jezus, die ons redt van het komende oordeel.” (1Th 1:10 GNB)

“Want wat is onze hoop of blijdschap of kroon van de roem? Bent u niet juist tegenover onze Heer Jezus bij zijn komst?” (1Th 2:19 TELOSNT)

“Hij moge uw harten sterken zodat zij onberispelijk zijn in heiligheid  voor onzen God en Vader ten dage als onze Heer Jezus met al zijn heiligen  komt.” (1Th 3:13 LEI)

“En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven.” (1Th 5:23 NBG51)

“en u die benauwd wordt met ons verkwikking geeft. En dat zal geschieden  wanneer de Heer Jezus uit den hemel met zijn machtige engelen in een  vuurvlam verschijnt en vergelding brengt aan hen die God niet gekend hebben en gehoorzaamheid  weigeren aan de blijde boodschap van onzen Heer Jezus.” (2Th 1:7-8 LEI)

“Maar wij vragen u, broeders–en–zusters, over de komst van onze Heer, Jezus Christus, en over onze vereniging met hem, dat gij niet zo snel u van het verstand laat beroven of u laat verschrikken, niet door een geestesuiting, niet door een woord en niet door een brief als door ons verzonden, dat de dag van de Heer aanstaande is.” (2Th 2:1-2 NB)

  Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen, maar wij spraken als ooggetuigen van zijn luister.” (2Pe 1:16 WV78)

Terugkoopsom

Terugkopingsmiddel van Jehovah.

„Er is Iemand die ons terugkoopt. Jehovah der legerscharen is zijn naam, de Heilige Israëls.” (Jes 47:4 NWV)

Terugtrekker

“Toen Jezus zich nu met zijn leerlingen naar het meer terugtrok, volgde  hem een grote menigte uit Galilea; en ook uit Judea,” (Mr 3:7 LEI)

“Jezus begreep dat ze hem wilden dwingen mee te gaan om hun koning te worden. Daarom trok hij zich weer in de bergen terug; daar was hij alleen.” (Joh 6:15 GNB)

  Hij trok zich telkens terug in de eenzaamheid om te bidden.” (Lu 5:16 WV78)

Te voren

“Want wij zijn een produkt van zijn werk en werden in eendracht met Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God tevoren heeft bereid opdat wij erin zouden wandelen.” (Ef 2:10 NWV)

“19 Maar het was met kostbaar bloed, gelijk dat van een onbesmet en onbevlekt lam, ja, van Christus. 20 Zeker, hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, maar hij werd op het einde der tijden openbaar gemaakt ter wille van U, 21 die door bemiddeling van hem gelovigen in God zijt, die hem uit de doden heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven, zodat UW geloof en hoop op God [gericht] zouden zijn.” (1Pe 1:19-21 NWV)

Te vertrouwen

“Jezus hoorde het en zei tegen Jaïrus: “Wees niet ongerust, vertrouw maar  op Mij.”” (Mr 5:36 BOEK)

“Jezus antwoordt en zegt tot hen: dit is het werk naar Gods wil: dat ge vertrouwt op hem die hij heeft gezonden!” (Joh 6:29 NB)

“En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.” (Hnd 16:31 NBG51)

Volgen
De Gevolgde

  Op witte paarden volgen Hem de hemelse machten, gekleed in smetteloos, wit lijnwaad.” (Opb 19:14 WV78)

De Te Volgen

“Maar Jesus zei hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.” (Mt 8:22 CANIS)

“Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem.” (Mt 9:9 NBV)

“Toen zeide Jezus tot zijn leerlingen: Indien iemand mij wil volgen, die  verloochene zichzelf, neme zijn kruis op en volge mij dan.” (Mt 16:24 LEI)

“En Jesus sprak tot hen: Volgt Mij; Ik zal mensenvissers van u maken.” (Mr 1:17 CANIS) / Komt achter mij (Teleos/Voorhoeve)

“Toen Hij daarna verder ging, zag Hij een tollenaar, Levi genaamd, aan  het tolhuis zitten. Hij zeide hem: Volg Mij.” (Lu 5:27 CANIS)

“Toen Jezus dit hoorde, zeide hij tot hem: Nog een ding ontbreekt u.  Verkoop alwat gij hebt en deel het uit aan de armen; dan zult gij een  schat in den hemel bezitten, en kom dan, volg mij.” (Lu 18:22 LEI)

“(1-44) Op de andere dag wilde Jezus van daar gaan naar Galiléa, en vond  Filippus, en zeide tot hem: Volg Mij!” (Joh 1:43 PALM)

“Simon Petrus vroeg: ‘Waar gaat u naartoe, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Ik ga ergens naartoe waar jij nog niet kunt komen, later zul je mij volgen.’” (Joh 13:36 NBV)

“En dit zeide Hij om te kennen te geven, met welke dood hij God verheerlijken zou. En dit gezegd hebbende, sprak Hij tot hem: Volg Mij.” (Joh 21:19 NBG51)

“Jezus antwoordde: “Als Ik wil dat hij blijft leven tot Ik terugkom, is  dat niet jouw zaak. Het enige wat jij moet doen, is Mij volgen.”” (Joh 21:22 BOEK)

  Opnieuw richtte Jezus het woord tot hen en sprak: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.’” (Joh 8:12 WV78)

Volharding

Door doorzetting en vasthouding aan het goede kon Christus met zijn volharding tot de dood optreden als zoenoffer voor ons.

Volk

Behoorde tot het Volk van God, het Volk Israël.

Volmaakt

Trachte volmaakt te zijn evenals de Vader volmaakt is. (Mt 5:48)

  De wet stelt als hogepriester mensen aan, met zwakheid behept; maar de eed, die; uitgesproken is na de wetgeving, wijst de Zoon aan, die volmaakt is in eeuwigheid.” (Heb 7:28 WV78)

Volmaaktheid

“want de Wet stelt mensen die met zwakheid behept zijn tot hogepriester aan, maar het woord van de gezworen eed, die na de Wet kwam, [stelt] een Zoon [aan], die voor eeuwig tot volmaaktheid is gebracht.” (Heb 7:28 NWV) {die . . . gewijd (geïnstalleerd; gemachtigd; voor zijn ambt}

“Want het was passend dat degene ter wille van wie alle dingen zijn en door wie alle dingen zijn, bij het tot heerlijkheid brengen van vele zonen de Voornaamste Bewerker van hun redding door middel van lijden tot volmaaktheid zou brengen.” (Heb 2:10 NWV)

“en nadat hij tot volmaaktheid was gebracht, is hij voor allen die hem gehoorzamen, oorzaak van eeuwige redding geworden, 10 omdat hij door God uitdrukkelijk een hogepriester naar de wijze van Melchizédek is genoemd.” (Heb 5:9-10 NWV)

Toebehoorder

  Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus? Zou ik dan wat aan Christus toebehoort wegnemen en aan een deerne geven? Dat nooit!” (1Co 6:15 WV78)

Toebehorende aan God

Toebereid

Toebereid voor Jehovah en voor ieder goed werk.

Toegang

“want door bemiddeling van hem hebben wij, beide volken, door één geest de toegang tot de Vader.” (Ef 2:17-18 NWV)

Toekomer

“Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods; indien iemand  dient, die diene als uit kracht, die God verleent; opdat God in  allen geprezen worde door Jezus Christus, Welken toekomt de heerlijkheid  en de kracht, in alle eeuwigheid. Amen.” (1Pe 4:11 STV)

“Gebruik dus uw verstand en wees nuchter. Kijk vol verwachting uit naar  de dag waarop Jezus Christus terugkomt en God Zijn genade aan u zal  bewijzen.” (1Pe 1:13 BOEK)

“Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.” (1Pe 4:11 NBV)

Toespreker

“Van toen af begon Jezus de mensen in het openbaar toe te spreken. “U moet  zich bekeren,” zei Hij, “want het Koninkrijk van de hemelen is dichtbij.”” (Mt 4:17 BOEK)

“Het geschiedt:  wanneer Jezus deze toespraken voleindigd heeft, breekt hij op uit Galilea; hij komt aan bij het gebied van Judea, aan de overzij van de Jordaan.” (Mt 19:1 NB)

Toevertrouwen

“Vertrouw uzelf helemaal aan Christus toe. Hij is onze Here. Wees altijd  bereid verantwoording af te leggen van de verwachting waaruit u leeft,  als daarom gevraagd wordt. Maar doe het wel vriendelijk en met het nodige  respect.” (1Pe 3:15 BOEK)

Toezegger

“Daarom zeg ik u het Koninkrijk toe, gelijk Mijn Vader het Mij heeft  toegezegd.” (Lu 22:29 PALM)

Toewijding

Jezus bezat exclusieve of Godvruchtige toewijding aan God de Almachtige Vader.Tronen

Tot Christus te bekeren

  Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt ge bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.” (1Pe 2:25 WV78)

Tot God gegaan

  Toen zei Jezus: ‘Nog een korte tijd ben Ik bij u en dan ga Ik heen naar Hem die Mij gezonden heeft.” (Joh 7:33 WV78)

“Jezus, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven, en dat Hij  van God was uitgegaan, en tot God heenging,” (Joh 13:3 PALM)

Tot in eeuwigheid

“ Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde 10 en tot in eeuwigheid.” (Heb 13:8 VoorhNT4)

Tot leven gewekte

“De God van onze voorouders heeft Jezus weer tot leven gewekt, nadat u hem had vermoord door hem aan een kruishout te hangen.” (Hnd 5:30 NBV)

Tot Oordeel gekomen

“En Jezus zeide: Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden.” (Joh 9:39 NBG51)

Transfiguratie
Gedaanteverandering

“1 Zes dagen later nam Jezus Petrus en Jakobus en diens broer Johannes mee en bracht hen een hoge berg op, waar zij alleen waren. 2 En hij onderging voor hun ogen een transfiguratie en zijn aangezicht straalde als de zon en zijn bovenklederen werden glanzend als het licht.” (Mt 17:1-2 NWV)

Tronen

“29 en ik sluit een verbond met U, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, 30 opdat GIJ in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Lu 22:29-30 NWV)

Troon

  Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Zij stonden voor de troon en voor het Lam gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand.” (Opb 7:9 WV78)

Troost
Vertroosting

“Want het lijden van Christus komt wel in ruime mate over ons, maar even overvloedig valt ons door Christus ook Gods troost ten deel.” (2Co 1:5 GNB)

Trooster
Helper

Trouw

Trouw aan God en zijn roeping.

“Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?” (Mt 24:45 NBG51)

Tuchtmeester

“Want al hebt ge tienduizend tuchtmeesters in Christus, toch hebt ge niet vele vaders. Want in Christus Jezus heb ik, door het evangelie, u verwekt!” (1Co 4:15 NB)

Tussenbeidenkomer
Bemiddelaar, Middelaar

“Daarom kan hij ook geheel en al redden diegenen die door hem tot God komen, want daarvoor leeft hij altijd: om voor hen tussenbeide te komen.” (Heb 7:25 NB)

Tussenkomer
Pleiter, Tussenpersoon

  Daarom is Hij ook in staat hen die door zijn tussenkomst God naderen voor altijd te redden, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” (Heb 7:25 WV78)

Tussenpersoon
Tussenkomer, Pleiter

“Jezus zegt tot hem: ikzelf ben de weg, en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door mij;” (Joh 14:6 NB)

Tzaddik

De Rechtvaardige

“Mijn kinderen, Ik schrijf u deze dingen zo dat u niet zou zondigen. Maar indien iemand zondigt, hebben wij Yeshua de Messias, de Tzaddik, welke onze zaak bepleit met de Vader. (1Jo 2:1 CJBV)

Uitblazen, laatste adem
Sterven

Jezus blies zijn laatste adem uit aan een houten paal en stierf.

Niet Uitblijven

“Want nog „een zeer korte tijd” en „hij die komt, zal komen en zal niet uitblijven”.” (Heb 10:37 NWV)

Uit de hemel komend

“en om zijn Zoon te verwachten uit de hemel: Jezus, die hij uit de dood heeft doen opstaan en die ons zal redden van het komende oordeel.” (1Th 1:10 NBV)

En dit zal geschieden, wanneer de Heer Jesus uit de hemel zal komen  met de engelen zijner macht, in een helvlammend vuur. Dan neemt Hij wraak over hen, die God niet kennen  en niet luisteren naar het Evangelie van onzen Heer Jesus;” (2Th 1:7-8 CANIS)

Uit de hemel neergedaald

“en zij hebben gezegd: is hij niet Jezus–de–zoon–van–Jozef?– weten we niet van de vader en de moeder?– hoe kan hij ineens zeggen ‘ik ben neergedaald uit de hemel’?” (Joh 6:42 NB)

Uit de weg te ruimen

“Maar de Farizeeën verlieten de synagoge en maakten plannen om hem uit de weg te ruimen.” (Mt 12:14 GNB)

“en gezocht hebben de overpriesters en de schriftgeleerden hoe ze hem uit de weg kunnen ruimen; want zij zijn bevreesd geworden voor de gemeenschap.” (Lu 22:2 NB)

Uit de wereld gegaan

“Voor het feest van Pasen, als Jezus weet dat zijn uur gekomen is om uit deze wereld over te gaan naar de Vader, betoont hij, die de zijnen in deze wereld heeft liefgehad, hun ook zijn liefde tot aan de voleinding.” (Joh 13:1 NB)

Uitdrijver

“En Jezus ging den tempel binnen en dreef alle verkopers en kopers die in  den tempel waren er uit, de tafels der wisselaars en de banken der duiven  verkopers wierp hij omver,” (Mt 21:12 LEI)

“En gegaan zijnde in den tempel, begon Hij met de kopers en verkopers  daaruit te drijven;” (Lu 19:45 PALM)

Van Uiterlijk veranderende

“Zes dagen later nam Hij Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg  op. Er was niemand anders bij Hem. Daar bovenop die berg zagen de  discipelen hoe het uiterlijk van Jezus veranderde.” (Mr 9:2 BOEK)

Uitgaande

“Het is dan nodig, dat van de mannen, die met ons omgegaan hebben al den  tijd, in welken de Heere Jezus onder ons in gegaan en uitgegaan is,” (Hnd 1:21 STV)

Uitgekozen

“Er kwam een stem uit de wolk: “Dit is mijn Zoon! Hem heb Ik uitgekozen!  Luister naar Hem!”” (Lu 9:35 BOEK)

Uitgeleide

“Toen zij hem uitleidden, grepen zij zekeren Simon uit Cyrene, die van  buiten kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus te dragen.” (Lu 23:26 LEI)

Uitgeleverde

“Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen.” (Mt 17:22 NBV)

“‘Wat wilt u mij geven, als ik Jezus aan u uitlever?’ vroeg hij. Ze betaalden hem dertig zilverstukken.” (Mt 26:15 GNB)

“Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren.” (Mr 14:10 NBV)

“Hij ging naar de opperpriesters en de tempelwacht en besprak met hen hoe hij Jezus aan hen wilde uitleveren.” (Lu 22:4 GNB)

“Judas nam hun aanbod aan en zocht een gunstige gelegenheid om Jezus aan hen uit te leveren, zonder dat het volk het zou merken.” (Lu 22:6 NBV)

“Hij liet de man gaan die wegens oproer en moord gevangen was gezet en om wiens vrijlating ze hadden gevraagd, en leverde Jezus uit aan hun willekeur.” (Lu 23:25 NBV)

Uitgescholden
Gehoonde

“De mensen die voorbijkwamen, scholden Hem uit en schudden hun hoofd.  “Moet je Hem zien,” jouwden zij. “Hij zou toch de tempel afbreken en in  drie dagen weer opbouwen?” (Mr 15:29 BOEK)

Uitgesproken

“de Geest is het die levend maakt, vlees alleen is daarvoor niets waard; de dingen die ik tot u heb uitgesproken, die zijn Geest en zijn leven.” (Joh 6:63 NB)

“ook als iemand mijn uitspraken hoort en niet bewaart veroordeel ik hem niet; want ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen maar om de wereld te redden;” (Joh 12:47 NB)

Uitgezonden door de Vader
Uitzending

“Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’” (Joh 20:21 NBV)

Uit het graf verdwenen

“en toen zij er ingegaan waren, vonden zij het lichaam van de Here Jezus niet.” (Lu 24:3 NBG51)

Uitkiezer

“Jezus antwoordt hun: u, de twaalf, heb ik u niet zelf uitgekozen?– toch is uit u één een duivel!” (Joh 6:70 NB)

Uitlegger

Jezus legde de essentie van het Woord van God uit aan de hand van gelijkenissen of parabels.

Uitleveren

“Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’” (Lu 22:22 NBV)

“Toen Judas, die hem had uitgeleverd, zag dat Jezus ter dood veroordeeld was, kreeg hij berouw. Hij bracht de dertig zilverstukken naar de hogepriesters en oudsten terug” (Mt 27:3 NBV)

Uitnodiger

Jezus riep iedereen op om zich tot God te keren en zich te laten dopen, en nodigde iedereen aan zijn tafel uit.

Uitroepend

“Jezus riep uit: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Toen hij dat gezegd had, stierf hij.” (Lu 23:46 GNB)

Uiteenzetter

Jezus sprak in gelijkenissen en verklaarde deze parabels. Hij gaf verder meerdere uiteenzettingen over het Woord van God.

Uitte

Jezus uitte zijn geloof in één God, de Allerhoogste.

Uitstel, zonder

  Want, zegt de Schrift, nog een heel korte tijd, en Hij die komen moet zal komen, zonder uitstel.” (Heb 10:37 WV78)

Uitverkoren

Uitverkorene van God.

  Treedt toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God.” (1Pe 2:4 WV78)

“En er klonk een stem uit de wolk, die zeide: Deze is mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem.” (Lu 9:35 NBG51)

Uitvoering

“Dat is Gods eeuwige voorbeschikking, die Hij ten uitvoer heeft gelegd  door Christus Jezus, onzen Heer,” (Efe 3:11 LEI)

UItweg

“Ik dank God dat er een uitweg is door Jezus Christus, onze Here! (7-26)  Om kort te gaan: Ik sta met mijn verstand wel achter de wet van God,  maar ben in mijn dagelijks leven onderworpen aan de wet van de zonde.” (Ro 7:25 BOEK)

Uitwijker

“Hij week met zijn leerlingen uit naar het meer van Galilea. Een grote menigte uit Galilea volgde hem. Ook uit Judea en Jeruzalem,” (Mr 3:7 GNB)

Uitzender

“Deze twaalf zendt Jezus uit met een afkondiging aan hen waarin hij zegt: slaat geen weg naar de heidenen in en komt niet een stad van Samaritanen binnen;” (Mt 10:5 NB)

“Ziet! Ik zend U uit als schapen te midden van wolven; geeft er daarom blijk van zo omzichtig als slangen en toch zo onschuldig als duiven te zijn.” (Mt 10:16 NWV)

“Toen zij Jerusalem naderden, en te Bétfage bij de Olijfberg waren gekomen,  zond Jesus twee leerlingen vooruit,” (Mt 21:1 CANIS)

Uitzending

“Maar toen de volledige tijdgrens was gekomen, zond God zijn Zoon uit, die uit een vrouw werd [geboren] en die onder de wet kwam te staan “(Ga 4:4 NWV)

“Jezus zei tot hen: „Als God UW Vader was, zoudt GIJ mij liefhebben, want van God ben ik uitgegaan en ben ik hier. Ook ben ik volstrekt niet uit eigen beweging gekomen, maar Hij heeft mij uitgezonden.” (Jo 8:42 NWV)

Uniek

Enig in alle opzichten.

Uur is gekomen

  Zo sprak Jezus. Toen sloeg Hij zijn ogen ten hemel en zei: ‘Vader, het uur is gekomen. Verheerlijk uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke.” (Joh 17:1 WV78)

“Kinderkens, het laatste uur is daar! En zoals gij gehoord hebt, komt  dan de Antichrist. Ook nu is er menig Antichrist opgestaan; daaruit  weten we, dat het laatste uur daar is.” (1Jo 2:18 CANIS)

Vader

Vader der Christenen. Vader van de aanhangers van Dé Weg. Maar Jezus is kleiner dan God, Zijn Vader. (Jo 14:28)

“(9:5) Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij is op zijn schouder, en zijn naam wordt genoemd: Wonderraad, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9:6 OBBINK)

Vader, naar de _ gaand

“Zo niet; gelooft het dan op grond van de werken. Voorwaar, voorwaar, Ik  zeg u: Wie in Mij gelooft, ook hij zal de werken doen, die Ik zelf  verricht; en zelfs grotere zal hij doen. Want Ik ga naar den Vader;” (Joh 14:12 CANIS)

Vals aangeklaagde

“De opperpriesters en alle andere leden van de Raad probeerden een valse aanklacht tegen Jezus te vinden waarop ze hem ter dood zouden kunnen veroordelen.” (Mt 26:59 GNB)

Vals beschuldigde

“De overpriesters en de gehele Grote Raad zochten valse beschuldigingen  tegen Jezus om hem ter dood te veroordelen;” (Mt 26:59 LEI)

Van bovenaf voortgebracht

“Jezus antwoordt en zegt tot hem: vast en zeker is het, zeg ik je: als iemand niet van bovenaf wordt voortgebracht kan hij het koningschap van God niet zien!” (Joh 3:3 NB)

“Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, ik hoor niet bij deze wereld.” (Joh 8:23 NBV)

Van God gekomen

“en hij weet dat de Vader hem alles in handen heeft gegeven en dat hij van bij God gekomen is en tot God heengaat,” (Joh 13:3 NB)

Vastgegrepene

“Ze grepen hem vast en namen hem gevangen.” (Mr 14:46 NBV)

Veel doener

“Er zijn nog vele andere dingen die Jezus heeft gedaan; als die één voor één beschreven werden zou, naar ik meen, de wereld zelf geen ruimte meer hebben voor de volgeschreven boeken.” (Joh 21:25 NB)

Verbond

“Naar die mate is Jezus van een beter verbond Borg geworden.” (Heb 7:22 PALM)

Verdwenen uit het graf

“Ze snelde daarom vlug naar Simon Petrus heen, en naar den anderen leerling,  dien Jesus liefhad, en zei hun: Men heeft den Heer uit het graf genomen,  en wel weten niet, waar men Hem heeft neergelegd.” (Joh 20:2 CANIS)

Veranderaar

Door Christus Jezus veranderde de toekomst voor de mensen en in de toekomst zal hij nog veranderingen aan deze wereld toebrengen.

Jezus groeide op, veranderde in gedaante en in kennis, terwijl God niet veranderd. (Mal 3:6; Jak 1:17)

“Gebruik dus uw verstand en wees nuchter. Kijk vol verwachting uit naar  de dag waarop Jezus Christus terugkomt en God Zijn genade aan u zal  bewijzen.” (1Pe 1:13 BOEK)

“U moet zich door God laten gebruiken als levende stenen, waarmee Hij Zijn  geestelijk huis bouwt. En dat niet alleen, u bent ook de heilige priesters  die door Jezus Christus zo veranderd werden, dat zij God geestelijke  offers kunnen brengen, die voor Hem aanvaardbaar zijn.” (1Pe 2:5 BOEK)

Verbaasde

  Allen die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn begrip en zijn antwoorden.” (Lu 2:47 WV78)

Verborgen

  Gij zijt immers gestorven en uw leven is nu met Christus verborgen in God.” (Col 3:3 WV78)

Verbieder

“En hun ogen werden geopend. En Jezus verbood hun ernstig, zeggende: Zie  toe, dat niemand het te weten komt.” (Mt 9:30 PALM)

“Hij verbood hun dit iemand te zeggen; maar hoe strenger hij het verbood  des te meer maakten zij het ruchtbaar.” (Mr 7:36 LEI)

Verbintenis

“Daarvoor heb ik Timoteüs naar u toe gestuurd. Hij is een geliefd kind van me, een trouw christen, die u in herinnering zal roepen hoe ik leef in verbondenheid met Christus, zoals ik dat zelf overal elke gemeente voorhoud.” (1Co 4:17 GNB)

“Wij leveren den man die zo doet, onder aanroeping van den naam van den  Heer Jezus, nadat gij u met mijn geest, in verbond met de kracht van  onzen Heer Jezus, verzameld hebt,” (1Co 5:4 LEI)

Verbijstering

Verblijven

“20 en hij de voor U bestemde Christus moge uitzenden, Jezus, 21 die weliswaar in de hemel zelf moet verblijven tot de tijden van het herstel van alle dingen, waarover God bij monde van zijn heilige profeten van oudsher heeft gesproken.” (Hand 3:20-21 NWV)

Verbolgen

“Toen Jezus haar dan zag wenen en ook de Joden, die met haar medegekomen waren, zag wenen, werd Hij verbolgen in de geest en diep ontroerd, {}” (Joh 11:33 NBG51)

“Jezus dan, wederom bij Zichzelf verbolgen, ging naar het graf; dit nu was een spelonk en er lag een steen tegenaan. {}” (Joh 11:38 NBG51)

Verbond
Nieuwe Verbond

… „Drinkt allen hieruit; 28 want dit betekent mijn ’bloed van het verbond’, dat ten behoeve van velen vergoten zal worden tot vergeving van zonden.” (Mt 26:27-28 NWV)

“31 „Zie! Er komen dagen”, is de uitspraak van Jehovah, „en ik zal stellig met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond sluiten; 32 niet een gelijk het verbond dat ik met hun voorvaders heb gesloten op de dag dat ik hen bij de hand vatte om hen uit het land Egypte te leiden, ’welk verbond van mij zijzelf verbroken hebben, alhoewel ikzelf hen als echtgenoot in eigendom had’, is de uitspraak van Jehovah.” “(Jer 31:31-32 NWV)

“in zoverre is Jezus ook degene geworden die als borg van een beter verbond is gegeven.” (Heb 7:22 NWV)

“en ik sluit een verbond met U, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk,” (Lu 22:29 NWV)

Verbondenheid

“In de doop bent u immers met hem begraven, zoals u ook met hem ten leven bent opgewekt door uw geloof in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.” (Col 2:12 GNB)

Verbrijzeld

“Maar hij werd doorstoken om onze overtreding; hij werd verbrijzeld om onze dwalingen.” (Jes 53:5 NWV)

  Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden: Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,” (Joh 19:36 WV78) “  Het moet in een en hetzelfde huis gegeten worden, niets van het vlees moogt ge buitenshuis brengen en geen been van het lam moogt ge breken.” (Ex 12:46 WV78) “ (34:21) Hij houdt al zijn krachten bijeen; er wordt geen van zijn beenderen gebroken.” (Ps 34:20 WV78)

Verdediger

“Kinderen, ik zeg dit om u van de zonde af te houden. Maar als iemand  zondigt, hebben wij een rechtvaardige verdediger bij de Vader: Jezus  Christus.” (1Jo 2:1 BOEK)

Verdelger

“dan zal de booswicht openbaar worden, die de Heer verdelgen zal door de  adem van Zijn mond, en vernietigen door de luister Zijner toekomst;” (2Th 2:8 PALM)

Verdrager

“Ten antwoord zegt Jezus: o ongelovig en verworden geslacht, tot wanneer zal ik bij u zijn en u verdragen?– maar jij, breng je zoon hier!” (Lu 9:41 NB)

Verdreven

Verscheidene keren weggestuurd.

Verdrukt

Verduren

Christus Jezus kreeg veel te verduren en had het zelfs met momenten zwaar. (cfr in Tuin van Getshemane)

Verdwijnen

Verdween op misterieuze wijze uit het goed bewaakte en verzegelde graf.

Vergaderd

“En alle volkeren zullen vóór Hem worden vergaderd: maar Hij zal ze van  elkander scheiden, zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en  bokken.” (Mt 25:32 CANIS)

Vergaderen

Kwam regelmatig te samen met zijn leerlingen en anderen om samen te vergaderen en om het Woord van God te bespreken. (Het onderling vergaderen niet nalatend Heb 10:25)

Vergeving

  Petrus gaf hun ten antwoord: ‘Bekeert u en ieder van u late zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.” (Hnd 2:38 WV78)

  Volgens de wet wordt nagenoeg alles met bloed gereinigd en zonder het vergieten van bloed is er geen vergeving.” (Heb 9:22 WV78)

“Hij kocht onze vrijheid met Zijn bloed en daardoor ontvingen wij vergeving  voor al onze zonden.” (Col 1:14 BOEK)

Vergezeller

Vergiffenisvrager

“En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen.  Zij verdeelden zijn klederen bij het lot,” (Lu 23:34 LEI)

Verheeerlijker

“Dit heeft Jezus gesproken, en Hij hief Zijn ogen op naar den hemel, en  zeide: Vader, de ure is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon  U verheerlijke.” (Joh 17:1 STV)

“Ik heb U verheerlijkt op aarde; Ik heb het werk voleindigd, dat Gij Mij  te doen gegeven hebt;” (Joh 17:4 PALM)

Verheerlijkte

Verheerlijking van Jezus: (Mt 17: 1-9; Mr 9: 2-10: Lu 9: 28-36; Jo 1:14)

  Dit is mijn vurig verlangen en mijn vaste hoop: dat ik in niets beschaamd zal staan, en dat Christus in volle openbaarheid zoals steeds ook nu zal worden verheerlijkt in mijn persoon, of ik leven moet of sterven.” (Flp 1:20 WV78)

“Dat heeft hij gezegd over de Geest waarvan zij die in hem vertrouwen kregen zouden gaan ontvangen; want er was nog geen Geest gegeven, omdat Jezus nog niet was verheerlijkt.” (Joh 7:39 NB)

“Jesus antwoordde: Wanneer Ik Mijzelf verheerlijk, dan is mijn heerlijkheid  niets; mijn Vader is het, die Mij verheerlijkt.” (Joh 8:54 CANIS)

“Doch Zijn discipelen begrepen dit in het eerst niet; maar toen Jezus  verheerlijkt was, toen werden zij indachtig, dat dit van Hem geschreven  was, en dat men dit aan Hem gedaan had.” (Joh 12:16 PALM)

“Toen hij dan heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.” (Joh 13:31 NBG51)

“De God van Abraham, en Isaäk, en Jakob, de God van onze vaderen, heeft  Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Welke gij hebt overgeleverd, en hebt Hem  verloochend, voor het aangezicht van Pilatus, toen hij het vonnis van  zijn vrijlating wilde uitspreken.” (Hnd 3:13 PALM)

“opdat de naam van onzen Heer Jezus in u verheerlijkt worde, en gij in  hem, volgens de genade van onzen God en den Heer Jezus Christus.” (2Th 1:12 LEI)

“Mijn broeders, paart het aanzien van personen niet met het geloof in  onzen verheerlijkten Heer Jesus Christus.” (Jak 2:1 CANIS)

“Zo heeft ook de Christus zichzelf niet verheerlijkt door hogepriester te worden, maar [hij werd verheerlijkt door hem] die met betrekking tot hem sprak: „Gij zijt mijn zoon; heden ben ík uw vader geworden.”” (Heb 5:5 NWV)

Verheugd

Diende God met verheuging (PS 100:2) beseffende dat het loon in de hemel hoog was (Mt 5:12).

Te verheugen

  Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u!” (Flp 4:4 WV78)

Verhefte God

Spraak vol lof en eer over Zijn Vader, de Hoge en verheven wiens naam heilig is (Jes 2:11;  57:15)

Verheven

“Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.” (Joh 7:39 NBV)

“Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven.” (Joh 12:23 NBV)

“Ja! zodanig een Hogepriester behoefden wij, heilig, onschuldig, onbesmet,  afgescheiden van de zondaren, en boven de hemelen verhoogd;” (Heb 7:26 PALM)

  Daarom heeft God hem hoog verhevenen Hem de naam verleend die boven alle namen is,” (Flp 2:9 WV78)

Verhoogde

“daar ik reikhalzend uitzie naar de toekomst, in de hoop dat ik in genen  dele beschaamd zal worden, maar dat Christus, evenals altijd zo ook nu,  door mijn volle vrijmoedigheid, in mijn persoon zal verhoogd worden—hetzij ik in leven blijf, hetzij ik sterf.” (Flp 1:20 LEI)

“ Daarom heeft God hem ook uitermate verhoogd en hem de naam 3 verleend, die boven alle naam is,” (Flp 2:9 VoorhNT4)

  Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israel bekering en kwijtschelding van zonden te schenken.” (Hnd 5:31 WV78)

Verhoorde

“Zij namen dan den steen weg. En Jezus sloeg de ogen naar boven en zeide:  Vader, ik dank U dat Gij mij verhoord hebt.” (Joh 11:41 LEI)

“In de dagen zijns vlezes heeft hij gebeden en smekingen tot Hem die  machtig was hem uit den dood te redden, met heftig gekrijt en tranen,  opgedragen, en is verhoord en van zijn angst bevrijd.” (Heb 5:7 LEI)

Verklaarder

“Hij zegt tot hem: welke? Jezus verklaart: dit, ‘je zult niet moorden, geen trouw breken, niet stelen, geen vals getuigenis geven,” (Mt 19:18 NB)

“Jezus verklaart hem: als je dat wilt: volmaakt zijn,– ga heen, verkoop al je eigendom en geef het aan de armen, en je zult een schat in de hemelen hebben; kom dan hierheen en volg mij!” (Mt 19:21 NB)

  Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had.” (Lu 24:27 WV78)

Voor dertig schillingen/penningen/zilverlingen Verkochte

“En zeide: Wat wilt gij mij geven, als ik Hem u in handen levere? En zij  telden hem toe dertig zilverlingen.” (Mt 26:15 PALM)

Verkondigde

“die hij voor hen openlegt om uiteen te zetten dat de Christus móest lijden en uit de doden opstaan, en dat hij de Christus is, ‘Jezus die ik u verkondig!’” (Hnd 17:3 NB)

“„Ga naar huis terug en blijf vertellen wat God allemaal voor u heeft gedaan.” Hij dan ging heen en verkondigde in de gehele stad wat Jezus allemaal voor hem had gedaan.” (Lu 8:38-39 NWV)

“Doch wat doet het er toe? In allen gevalle, hetzij met bijgedachten,  hetzij in waarheid, Christus wordt verkondigd, en daarin verheug ik mij  en zal mij blijven verheugen.” (Flp 1:18 LEI)

  Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.” (1Co 11:26 WV78)

Verkondiger

“Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer, ‘zei hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’” (Mt 4:17 NBV)

“Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.” (Mt 9:35 NBV)

“Toen Jezus uitgesproken was en de twaalf leerlingen zijn opdrachten had gegeven, trok hij weer verder om in hun steden onderricht te geven en er het goede nieuws te verkondigen.” (Mt 11:1 NBV)

“Nadat Johannes was gevangen gezet, kwam Jesus in Galilea, en verkondigde  het Evangelie van het koninkrijk Gods.” (Mr 1:14 CANIS)

“Op een van die dagen dat Jezus in de tempel onderricht gaf en de mensen het evangelie verkondigde, kwamen de opperpriesters, de schriftgeleerden en ook de oudsten naar hem toe.” (Lu 20:1 GNB)

Verkondiging

  De Blijde Boodschap van het Koninkrijk zal over heel de wereld verkondigd worden tot getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen.” (Mt 24:14 WV78)

Verlammer

“dan zal de Goddeloze verschijnen, dien de Heer Jesus zal vernietigen door  de adem van zijn mond, en verlammen door de glans van zijn komst;” (2Th 2:8 CANIS)

Verlangde

De mens moet vurig verlangen naar God (Ps 84:2) maar mag ook uitkijken naar de Dag des Heren.

Verlatene

“Omstreeks het negende uur roept Jezus uit met grote stem en zegt hij: Eli, Eli, lema sabachtani?– dat is: mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?” (Mt 27:46 NB)

Verlener
Verleende

Verleende inzicht in het Woord van God.

“die ons gered heeft en tot een heilige roeping heeft uitverkoren, niet  op grond van onze werken, maar door zijn eigen voorbeschikking en genade.  Deze toch is ons van alle eeuwigheid in Christus Jesus verleend,” (2Ti 1:9 CANIS)

  En Ik verleen u het koninkrijk, zoals mijn Vader het Mij heeft verleend,” (Lu 22:29 WV78)

Verlichte

  Dezelfde God die gezegd heeft: ‘Licht moet schijnen uit het duister’, is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus.” (2Co 4:6 WV78)

Verlichting

‘maar aan U die verdrukking lijdt, verlichting te zamen met ons bij de openbaring van de Heer Jezus vanuit de hemel met zijn krachtige engelen,” (2Th 1:6-7 NWV)

Verloochende

“Maar Jezus verklaart hem: zeker is het, zeg ik jou, dat in deze nacht, voordat er een haan kraait, jij mij driemaal zult verloochenen!” (Mt 26:34 NB)

“En dadelijk kraaide een haan. Toen herinnerde zich Petrus wat Jezus gezegd  had: Voordat de haan kraait zult gij mij driemaal verloochenen. Hij ging  naar buiten en weende bitterlijk.” (Mt 26:75 LEI)

“Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.’” (Mr 14:30 NBV)

“Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij stellen? Voorwaar,  voorwaar, Ik zeg u: De haan zal niet kraaien, of gij zult Mij driemaal  verloochend hebben.” (Joh 13:38 PALM)

Verlosser
Redder, Heiland

“Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer!” (Lu 2:11 CANIS)

“ Zij zal een zoon baren, en gij zult hem de naam Jezus geven; want hij zal zijn volk verlossen van hun zonden.” (Mt 1:21 VoorhNT4)

“Wanneer men immers door de kennis van Jesus Christus, onzen Heer en  Verlosser, de besmetting der wereld is ontvlucht, maar er weer in  verstrikt raakt en het onderspit delft, dan is voor zo iemand het laatste  erger nog dan het eerste.” (2Pe 2:20 CANIS)

“Uit zijn zaad heeft God, naar zijn belofte, voor Israël Jesus als Verlosser  doen opstaan.” (Hnd 13:23 CANIS)

“en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.” (1Th 1:10 NBG51)

“Wanneer men immers door de kennis van Jesus Christus, onzen Heer en  Verlosser, de besmetting der wereld is ontvlucht, maar er weer in  verstrikt raakt en het onderspit delft, dan is voor zo iemand het laatste  erger nog dan het eerste.” (2Pe 2:20 CANIS)

“Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden  zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die  aan het hout hangt.” (Ga 3:13 STV)

“Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij  de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.” (Ga 4:5 STV)

“hem heeft God door zijn rechterhand tot leidsman en verlosser verhoogd  om bekering en zondenvergeving aan Israel te schenken.” (Hnd 5:31 LEI)

“Die ons uit zo grote dood verlost heeft, en nog verlost; op Wie wij hopen,  dat Hij ons ook verder verlossen zal.” (2Co 1:10 PALM)

Verlossing

“en iedereen wordt uit genade, die niets kost, door God als een rechtvaardige aangenomen omdat hij ons door Christus Jezus heeft verlost.” (Ro 3:24 NBV)

“want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot verwerving der  verlossing door onzen Heer Jezus Christus,” (1Th 5:9 LEI)

Verlossing door Losprijs

“en het is als een vrije gave dat zij door zijn onverdiende goedheid rechtvaardig verklaard worden op grond van de verlossing door de losprijs [die] door Christus Jezus [is betaald].” (Ro 3:24 NWV)

“Evenals de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen.”” (Mt 20:28 NWV)

“30 GIJ hebt het echter aan hem te danken dat GIJ in eendracht met Christus Jezus zijt, die van Godswege wijsheid is geworden voor ons, ook rechtvaardigheid en heiliging en verlossing door losprijs; 31 opdat het moge zijn zoals er staat geschreven: „Wie roemt, roeme in Jehovah.” (1Co 1:30-31 NWV)

“die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor allen — [hiervan] dient op de speciaal daarvoor bestemde tijden getuigenis te worden afgelegd.” (1Ti 2:6 NWV)

“Door bemiddeling van hem hebben wij de verlossing door losprijs door middel van diens bloed, ja, de vergeving van [onze] overtredingen, overeenkomstig de rijkdom van zijn onverdiende goedheid.” (Ef 1:7 NWV)

“En zij zingen een nieuw lied en zeggen: „Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen, want gij werdt geslacht en gij hebt met uw bloed uit elke stam en taal en elk volk en elke natie personen voor God gekocht,” (Opb 5:9 NWV)

Vermaner

Jezus bleef zoals elke christen zou moeten doen vermanen en terechtwijzen (Tit 2:15; 1Ti 6:2)

“Toen vermaande Hij hen, en zeide: Let op, en wacht u voor het zuurdeeg  der farizeën en voor het zuurdeeg van Herodes!” (Mr 8:15 CANIS)

Vermaning tot waakzaamheid (Mt 25: 13-15; 24:44; Mr 13:33-37; Lu 19:12-; 12:38,40; 21: 34-36)

Vermeerderen

Jezus bleef zijn onverdiende goedheid vermeerderen en op wonderbaarlijke wijze vermeerderde hij ook vissen en brood. (Mt 14: 13-21; 15:31-39; Mr 6:32-44; 8:1-10; Lu 9:10-17; Jo 6:1-15)

Vermenigvuldigen

Vermenigvuldiging van het brood en de vissen. (Mt 14: 13-21; 15:31-39; Mr 6:32-44; 8:1-10; Lu 9:10-17; Jo 6:1-15)

Vermoeid

“Daar is de bron van Jakob; welnu, vermoeid van het lopen, zo is Jezus bij die bron gaan zitten; het is ongeveer het zesde uur.” (Joh 4:6 NB)

Vermoord

Christus werd onterecht aan een houten paal opgehangen en gedood.

“GIJ hebt veroordeeld, GIJ hebt de rechtvaardige vermoord. Weerstaat hij U niet?” (Jak 5:6 NWV)

Vermorzelen

“En ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw en tussen uw zaad en haar zaad. Hij zal u in de kop vermorzelen en gij zult hem in de hiel vermorzelen.”” (Ge 3:15 NWV)

Vernederde

Vernederde zich in de ogen van de Allerhoogste (Jak 4:10; 1Pe 5:6) en onderging als mens vele vernederingen tijdens zijn reizen en voor zijn dood. (Mt 27: 27-31; Mr 15: 16-20; Jo 19:1-3)

“Toen begonnen Herodes en zijn soldaten hem te vernederen en te bespotten. Herodes liet hem een staatsiemantel omdoen en stuurde hem zo terug naar Pilatus.” (Lu 23:11 GNB)

“Meer nog, toen hij zich in de hoedanigheid van een mens bevond, heeft hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, de dood aan een martelpaal.” (Fil 2:8 NWV)

“5 De Soevereine Heer Jehovah zelf heeft mij het oor geopend, en ik, van mijn kant, was niet weerspannig. Ik keerde mij niet in de tegenovergestelde richting. 6 Mijn rug gaf ik aan hen die sloegen, en mijn wangen aan hen die [het haar] uittrokken. Mijn aangezicht verborg ik niet voor smadelijke bejegeningen en speeksel.” (Jes 50:5-6 NWV)

“17 Daarom heeft de Vader mij lief, omdat ik afstand doe van mijn ziel, opdat ik ze wederom moge ontvangen. 18 Niemand heeft ze mij afgenomen, maar ik doe er uit eigen beweging afstand van. Ik heb macht er afstand van te doen, en ik heb macht ze wederom te ontvangen. Het gebod hiervoor heb ik van mijn Vader ontvangen.”” (Jo 10:17-18 NWV)

“8 Hoewel hij een Zoon was, heeft hij gehoorzaamheid geleerd uit de dingen die hij heeft geleden; 9 en nadat hij tot volmaaktheid was gebracht, is hij voor allen die hem gehoorzamen, oorzaak van eeuwige redding geworden,” (Heb 5:8-9 NWV)

Verontwaardigde

“Toen Jezus dat zag, was hij diep verontwaardigd: ‘Laat die kinderen bij me komen, hou ze niet tegen! Want het koninkrijk van God is voor wie zijn als zij.” (Mr 10:14 GNB)

Veroordeelde

“De overpriesters en de voltallige Grote Raad zochten naar getuigenissen  tegen Jezus om hem ter dood te veroordelen, maar vonden niets;” (Mr 14:55 LEI)

Veroordeler

“Wie is het die veroordeelt? Christus Jezus, die gestorven is, wat meer is: opgewekt,– die is ter rechterhand van God, die ook voor ons pleit?” (Ro 8:34 NB)

Veroordeling

(Mt 26: 57-75; Mr 14: 53-72; Lu 22: 57-71; Jo 18: 12, 13, 15-18,24-27) ((Mt 26: 15-26; Mr 15: 6-15; Lu 23: 17-25; Jo 18: 38_40; 19: 3-16)

Verordende

“ en Hij Jezus Christus moge zenden die u te voren verordend is,” (Hnd 3:20 VoorhNT4)

“Ook heeft hij ons bevolen tot het volk te prediken en een grondig getuigenis te geven dat deze Degene is die door God is verordend tot rechter van de levenden en de doden.” (Hand 10:42 NWV)

Verraden

“Terwijl zij aten, zei hij: „Voorwaar, ik zeg U: Een van U zal mij verraden.”” (Mt 26:21 NWV)

“Toen zag Judas, die Hem verraden had, dat Hij veroordeeld was; hij kreeg  spijt, bracht de dertig zilverlingen aan de opperpriesters en oudsten  terug,” (Mt 27:3 CANIS)

“Want de Zoon des mensen gaat wel heen, naar hetgeen beschikt is, doch wee die mens, door wie Hij verraden wordt!” (Lu 22:22 NBG51)

Verraadde

“Ze verheugden zich, toen ze dit hoorden, en beloofden hem, geld te geven.  Hij zocht dus naar een gelegenheid, om Hem te verraden.” (Mr 14:11 CANIS)

“En terwijl zij aanlagen en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij verraden zal; een die met Mij eet.” (Mr 14:18 NBG51)

“En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij de Zoon des mensen met een kus?” (Lu 22:48 NBG51)

“En ook Judas, zijn verrader, wist die plaats, omdat Jezus daar dikwijls was samengekomen met zijn discipelen.” (Joh 18:2 NBG51)

Verrezen

“Toen Hij dan van de doden verrezen was, herinnerden zich zijn leerlingen,  dat Hij dit had gezegd; en ze geloofden in de Schrift, en in het woord,  dat Jesus gesproken had.” (Joh 2:22 CANIS)

“Welnu, dezen Jesus heeft God doen verrijzen; daarvan zijn wij allen  getuigen.” (Hnd 2:32 CANIS)

“ Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem.” (Ro 6:9 WV95)

Verrijzenis

  Jezus zei haar: ‘Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven,” (Joh 11:25 WV78)

De verrijzenis van Jezus (Mt 28: 1-10; Mr 16: 1_8; Lu 24:1_12; Jo 20: 1,11-18)

Verschijner

“Omgordt dus de lenden van uw verstand en weest bezonnen; richt heel uw  hoop op de genade, die u geschonken wordt, als Jesus Christus verschijnt.” (1Pe 1:13 CANIS)

“Wanneer uw geloof de proef doorstaat, wat meer waard is dan vergankelijk,  door het vuur beproefd goud, zal dit strekken tot lof, heerlijkheid en  eer bij de verschijning van Jezus Christus.” (1Pe 1:7 LEI)

“Zo zal het ook gaan op de dag, waarop de Mensenzoon verschijnt.” (Lu 17:30 CANIS)

Nadat Jezus aan een houten paal was gestorven en de deerde dag verrezen uit de dood :“En zie, daar kwam Jezus haar tegemoet en zeide: Weest gegroet! Zij traden  toe, grepen zijn voeten en vielen voor hem neer.” (Mt 28:9 LEI)

“Toen Hij des morgens vroeg op de eerste dag der week opgestaan was, verscheen Hij eerst aan Maria van Magdala, van wie Hij zeven boze geesten uitgedreven had.” (Mr 16:9 NBG51)

“Daarna verscheen hij in een andere gedaante aan twee van hen toen ze buiten de stad aan het wandelen waren.” (Mr 16:12 NBV)

“Daarna verscheen Hij aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun  ongelovigheid en de hardheid hunner harten, dat zij geen geloof gegeven  hadden aan degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgewekt was.” (Mr 16:14 PALM)

Na zijn dood: “En terwijl zij zo spraken en van gedachten wisselden, kwam Jezus zelf  bij hen en ging met hen mee.” (Lu 24:15 LEI)

  Zij spraken haar aan: ‘Vrouwe, waarom schreit ge?’ Zij antwoordde: ‘Zij hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.’   Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was.” (Joh 20:13-14 WV78)

“Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’” (Joh 20:19 NBV)

“En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Tomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: Vrede zij u!” (Joh 20:26 NBG51)

“Na dit alles toont Jezus zich weer aan de leerlingen, in een verschijning aan de zee van Tiberias; daar is zijn verschijnen zó:” (Joh 21:1 NB)

“Dit was reeds de derde maal, dat Jezus na zijn opwekking uit de doden Zich aan zijn discipelen geopenbaard heeft.” (Joh 21:14 NBG51)

“Nu ging Ananias heen, trad het huis binnen, legde hem de handen op, en  sprak: Broeder Saul, de Heer Jesus, die u onderweg is verschenen, heeft  mij gezonden, opdat ge weer zien moogt, en vervuld moogt worden van den  Heiligen Geest.” (Hnd 9:17 CANIS)

  God heeft Hem echter op de derde dag doen opstaan en laten verschijnen,” (Hnd 10:40 WV78)

“je taak vlekkeloos en onberispelijk uit te voeren, totdat onze Heer Jezus Christus verschijnt” (1Ti 6:14 NBV)

“ Ik betuig voor God en voor Christus Jezus, die levenden en doden zal oordelen, en bij zijn verschijning en zijn koninkrijk:” (2Ti 4:1 VoorhNT4)

  Anders had Christus meerdere malen moeten lijden, vanaf het begin van de wereld; maar in feite is Hij slechts eenmaal verschenen, op het hoogtepunt van de geschiedenis, om door zijn offer de zonden te delgen.” (Heb 9:26 WV78)

“En groot is ontegenzeglijk het heilsgeheim der vroomheid: hij die verschenen  is in het vlees, gerechtvaardigd door den Geest, gezien door de engelen,  gepredikt onder de heidenen, gelovig in de wereld aangenomen, opgenomen  in heerlijkheid.” (1Ti 3:16 LEI)

  En nu, kinderen, blijft in Hem. Dan zij wij vol vertrouwden als Hij zal verschijnen, en hoeven wij bij zijn komst niet beschaamd te zijn.” (1Jo 2:28 WV78)

“die voorheen al gekend werd, vóór de grondlegging der wereld, maar aan het einde der tijden is verschenen ter wille van u;” (1Pe 1:20 NB)

Verstandige

“Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven?” (Mt 24:45 NBV)

Verstelde

“En allen, die Hem hoorden, stonden versteld over Zijn verstand en Zijn  antwoorden.” (Lu 2:47 PALM)

Verstoorde

“Toen Jesus dit zag, werd Hij verstoord, en sprak Hij tot hen: Laat de  kinderen tot Mij komen, en houdt ze niet tegen; want het koninkrijk Gods  is voor hen, die zijn zoals zij.” (Mr 10:14 CANIS)

Verteerder

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden, die de Heer Jezus zal verteren door de adem van zijn mond en ten niet doen door de verschijning van zijn komst;” (2Th 2:8 TELOSNT)

Vertegenwoordiger

Kan als vertegenwoordiger van God aanschouwd worden.

Verteller

“Jezus vertelde ook deze gelijkenis: “Het Koninkrijk van de hemelen is  net een mosterdzaadje dat in de grond wordt gestopt.” (Mt 13:31 BOEK)

“Telkens als Jezus de mensen toesprak, vertelde Hij gelijkenissen, dat  zijn verhalen met een diepere betekenis. Hij gebruikte voortdurend  voorbeelden om duidelijk te maken wat Hij bedoelde.” (Mt 13:34 BOEK)

“Jezus vertelde verscheidene gelijkenissen. …:” (Mt 22:1 BOEK)

Vertoefde

Vertoefde onder allerlei soorten mensen om hen het Goede Nieuws te verkondigen.

Vertoornde

“Jezus nu, opnieuw vertoornd, ging naar de grafstede. Het was een spelonk,  en een steen lag er op.” (Joh 11:38 LEI)

Vertroosting

  Want wij delen volop in het lijden van Christus; maar door Christus gewordt ons ook overvloedige vertroosting.” (2Co 1:5 WV78)

Vertrouwen schenker

  Ik zeg dank aan Hem die mij sterkt, Christus onze Heer, dat Hij mij vertrouwen heeft geschonken door mij in zijn dienst te nemen,” (1Ti 1:12 WV78)

Vertrouwensteller in God

  Wie onder u vreest Jahwe, luistert naar de stem van zijn dienstknecht? Wie rondwaart in de duisternis, zonder een straal van licht, laat hij vertrouwen op de naam van Jahwe, en steunen op zijn God.” (Jes 50:10 WV78)

Vervloekte

“Maar Christus heeft ons van de vloek van de wet vrijgekocht door voor ons een vervloekte te worden. Want er staat geschreven: Een vloek rust op iedereen die aan een paal is gehangen.” (Ga 3:13 GNB)

Vervolgde

“Daarom vervolgden de Joden Jezus, omdat hij zulke dingen op sabbat deed.” (Joh 5:16 LEI)

“Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt.” (Hnd 9:5 NBV)

“maar ik antwoordde: wie bent u, heer?– en hij zei tot mij: ik ben Jezus, de Nazoreeër die jij vervolgt!–” (Hnd 22:8 NB)

“En ik zei: Wie bent U, Heer? En de Heer zei: Ik ben Jezus die jij vervolgt.” (Hnd 26:15 TELOSNT)

Vervuld van Heilige Geest

“Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn,” (Lu 4:1 NBV)

“Toen keerde Jesus in de kracht van den Geest naar Galilea terug. En zijn  faam drong heel de omtrek door.” (Lu 4:14 CANIS)

Vervulling

  Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.” (Mt 5:17 WV78)

“Zo zou het woord worden vervuld, dat Jesus gesproken had, toen Hij te  kennen gaf, wat voor dood Hij zou sterven.” (Joh 18:32 CANIS)

“En wij, wij brengen u de blijde belofte over die de vaderen ontvangen  hebben; want God heeft haar voor onze kinderen tot vervulling doen komen  door Jezus op te wekken;” (Hnd 13:32 LEI)

  Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: ‘Kijk, we gaan op naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven over de Mensenzoon zal in vervulling gaan.” (Lu 18:31 WV95)

Vervulling van de wet en profeten

“Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.” (Mt 5:17 NBV)

“Dan zegt hij tot hen: dit zijn mijn woorden die ik tot u sprak toen ik nog met u samen was: ‘alles wat over mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de profeten en de psalmen, moet worden vervuld!’” (Lu 24:44 NB)

“Zeker, de Wet is door Moses gegeven, Maar de genade en waarheid zijn door  Jesus Christus gekomen.” (Joh 1:17 CANIS)

  Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.’” (Lu 4:21 WV78)

Verwachtte

“Gebruik dus uw verstand en wees nuchter. Kijk vol verwachting uit naar  de dag waarop Jezus Christus terugkomt en God Zijn genade aan u zal  bewijzen.” (1Pe 1:13 BOEK)

Verwart

“Als Jezus dat zegt raakt zijn geest in verwarring en betuigt hij openlijk en zegt hij: vast en zeker is het, zeg ik u, dat één van u mij zal prijsgeven!” (Joh 13:21 NB)

Verwekt

“Want God heeft ze voor ons, hun kinderen vervuld door Jesus te verwekken.  zoals dat ook in de tweede Psalm staat geschreven “Gij zijt mijn Zoon;  Ik heb U heden verwekt.”” (Hnd 13:33 CANIS)

  Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt.” (Heb 5:5 WV78)

Verwijter

“Hij begon verwijten te maken aan de steden waar Hij de meeste wonderen  had gedaan. Hij verweet ze dat zij zich niet tot God hadden bekeerd.” (Mt 11:20 BOEK)

“Later nu openbaarde Hij Zich aan de elven terwijl zij aanlagen, en verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen die Hem hadden gezien nadat Hij was opgewekt, niet hadden geloofd.” (Mr 16:14 TELOSNT)

Verworpen

“Komt tot hem, den levenden steen, door de mensen wel verworpen, maar bij  God uitverkoren en kostelijk,” (1Pe 2:4 LEI)

“Hierop zeide Jezus tot hen: Hebt gij nooit in de Schriften gelezen: De  steen dien de bouwlieden hebben verworpen, die is hoeksteen geworden;  vanwege den Heer is dit geschied, en het is een wonder in ons oog?” (Mt 21:42 LEI)

“want, zeide hij, de Mensenzoon moet veel lijden en door de oudsten,  overpriesters en schriftgeleerden verworpen en gedood worden en ten  derden dage weer opstaan.” (Lu 9:22 LEI)

Verzameld

“En al de volken zullen voor Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken, {}” (Mt 25:32 NBG51)

Verzekeraar

“‘Ik verzeker jullie,’ zei Jezus tegen zijn leerlingen, ‘het zal een rijke veel moeite kosten het hemelse koninkrijk binnen te komen.” (Mt 19:23 GNB)

“Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker jullie: wanneer alles vernieuwd wordt en de Mensenzoon in al zijn majesteit op zijn troon zal zitten, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn, plaatsnemen op twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.” (Mt 19:28 GNB)

Verzochte

“Toen werd Jezus naar de woestijn omhooggeleid door de Geest om verzocht te worden door de duivel.” (Mt 4:1 TELOSNT)

Vlees van de Mensenzoon “Dan zegt Jezus tot hen: vast en zeker is het, zeg ik u: als ge niet eet van het vlees van de mensenzoon en van zijn bloed drinkt hebt ge geen leven in u;” (Joh 6:53 NB)

“Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.” (Heb 2:18 NBG51)

Verzoenen

“en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.” (Col 1:20 NBG51)

“Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen.” (Heb 2:17 NBG51)

Verzoener

“Maar er is nog meer: wij kunnen ons ook beroemen op God, dankzij onze Heer Jezus Christus door wie we nu met God verzoend zijn.” (Ro 5:11 GNB)

  om door Hem het heelal met zich te verzoenen. en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten, om alles in de hemelen en op de aarde te verzoenen, door Hem alleen.” (Col 1:20 WV78)

Verzoening
Zoenoffer

“(25–26) Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft.” (Ro 3:25 NBV)

  En dat niet alleen: nu reeds juichen wij in God door Jezus Christus onze Heer, door wie wij de verzoening hebben ontvangen.” (Ro 5:11 WV78)

“Daarom moest hij in alles aan zijn broeders gelijk worden; opdat hij een  barmhartig en getrouw hogepriester zou zijn bij God, tot verzoening van  de zonden des volks.” (Heb 2:17 LEI)

“Hem heeft God tevoren aangewezen als middel van verzoening door geloof, in zijn bloed, tot betoning van zijn rechtvaardiging door de vergeving van de zonden die tevoren zijn geschied” (Ro 3:25 NB)

“En Hij is een verzoening voor onze zonden; ja voor de onze niet alleen,  maar ook voor de gehele wereld.” (1Jo 2:2 PALM)

“Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.” (1Jo 4:10 NBV)

Verzoeningsmiddel

“Hem heeft God tevoren aangewezen als middel van verzoening door geloof, in zijn bloed, tot betoning van zijn rechtvaardiging door de vergeving van de zonden die tevoren zijn geschied” (Ro 3:25 NB)

Verzoeningsoffer

“God heeft Christus Jezus gegeven als verzoeningsoffer. Door Zijn bloed  zal de mens, wanneer hij gelooft, Gods rechtvaardigheid ontdekken. God  heeft namelijk de zonden die eerder gepleegd waren, verdragen” (Ro 3:25 BOEK)

Vestigingspunt

“het oog gevestigd op Jesus, aanvang en einde van het geloof. Hij heeft  in plaats van de vreugde, die Hem toekwam, een kruis op Zich genomen,  en de schande niet geacht; maar is dan ook gezeten ter rechterzijde van  Gods troon.” (Heb 12:2 CANIS)

Vijanden

Christus Jezus was geen vriend van de wereld, maar vriend van God (Jak 4:4) waardoor hij zich vele vijanden op de hals haalde.

Vissers

  En Hij sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij: Ik zal u vissers van mensen maken.’” (Mt 4:19 WV78)

Vlees

“Ik ben het levende brood dat uit den hemel is neergedaald; als iemand  van dit brood eet, zal hij in eeuwigheid leven. En het brood dat ik  geven zal is mijn vlees, dat dient voor het leven der wereld.” (Joh 6:51 LEI)

“Want mijn vlees is waarlijk spijs en mijn bloed is waarlijk drank.” (Joh 6:55 LEI)

Vleselijk

“Want er zijn vele dwaallichten uitgetrokken naar de wereld, die de komst van Jezus Christus in vlees–en–bloed niet belijden; zo een is het dwaallicht en de antichrist.” (2Jo 1:7 NB) /  “ Want er zijn vele verleiders uitgegaan in de wereld, die niet Jezus Christus als in het vlees gekomen belijden. Dit is de verleider en de antichrist.” (2Jo 1:7 VoorhNT4)

Vloek

  Christus heeft ons bevrijd van de vloek der wet door zelf voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt alwie hangt aan het hout, -” (Ga 3:13 WV78)

Voederbak
Voerbak

“en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.” (Lu 2:7 NBV) “Vandaag is in Bethlehem de Redder geboren: Christus, de Here.” (Lu 2:11 BOEK)

“Ze gingen er haastig heen en vonden Maria en Jozef en het kind, dat in de voederbak lag.” (Lu 2:16 GNB)

Voedsel

“Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.” (Joh 4:34 NBV)

  Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.” (Joh 6:55 WV78)

Voedselgever

“Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?” (Mt 24:45 NBG51)

Voeten

“Hoeveel zwaarder straf, dunkt U, zal dan niet hij waardig gerekend worden die de Zoon van God met voeten heeft getreden en die het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd werd, als van gewone waarde heeft geacht en die de geest der onverdiende goedheid met verachting heeft gekrenkt?” (Heb 10:29 NWV)

Voetenwasser

“Petrus zeide tot hem: In der eeuwigheid zult gij mij de voeten niet  wassen. Jezus antwoordde hem: Indien ik u de voeten niet was, hebt gij  geen deel aan mij.” (Joh 13:8 LEI)

  Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.” (Joh 13:14 WV78)

Voetspoor

“Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem” (1Pe 2:21 NBV)

Volbrenger

“Maar Jezus zegt tot hen: mijn spijze is dat ik de wil doe van hem die mij erop uitstuurt en het werk dat hij opdraagt volbreng!–” (Joh 4:34 NB)

“Ik moet inderdaad met een doop worden gedoopt, en hoe benauwt het mij totdat het is volbracht!” (Lu 12:50 NWV)

“Hij nu nam de twaalf tot Zich en zei tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en alles wat door de profeten is geschreven, zal aan de Zoon des mensen worden volbracht.” (Lu 18:31 TELOSNT)

  Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.” (Joh 17:4 WV78)

Voleinder
Voltooier van geloof

“Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods.” (Heb 12:2 NBG51)

“Ik heb u op de aarde verheerlijkt, daar ik het werk heb voleindigd dat gij mij te doen hebt gegeven.” (Jo 17:4 NWV)

“Jezus zei tot hen: „Mijn voedsel is, dat ik de wil doe van hem die mij heeft gezonden en zijn werk voleindig.” (Jo 4:34 NWV)

Voleindiging
Vervulling

“Hij neemt de twaalf terzijde en zegt tot hen: zie, wij klimmen op naar Jeruzalem; voleindigd zal worden alles wat is geschreven door de profeten aangaande de mensenzoon;” (Lu 18:31 NB)

“Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk, dat Gij  Mij gegeven hebt om te doen;” (Joh 17:4 STV)

Te Volgen

“Toen zei Jezus tot zijn discipelen: „Wil iemand achter mij komen, dan moet hij zichzelf verloochenen en zijn martelpaal opnemen en mij voortdurend volgen. “(Mt 16:24 NWV)

“38 En wie zijn martelpaal niet aanvaardt en mij niet navolgt, is mij niet waardig.” (Mt 10:38 NWV)

“Nu riep hij de schare samen met zijn discipelen bij zich en zei tot hen: „Wil iemand achter mij komen, dan moet hij zichzelf verloochenen en zijn martelpaal opnemen en mij voortdurend volgen.” (Mr 8:34 NWV)

“Toen zei hij verder tot allen: „Wil iemand achter mij komen, dan moet hij zichzelf verloochenen en zijn martelpaal dag aan dag opnemen en mij voortdurend volgen.” (Lu 9:23 NWV)

  Jezus sprak tot hen: ‘Voorwaar, Ik zeg u: bij de wedergeboorte, wanneer de Mensenzoon zal gezeten zijn op de troon van zijn heerlijkheid, zult ook gij die Mij gevolgd zijt, gezeten zijn op twaalf tronen en heersen over de twaalf stammen van Israel.” (Mt 19:28 WV78)

Volmachtgever

“Eens riep Jezus de Twaalve samen, gaf hun kracht en volmacht over alle  duivelen en om ziekten te genezen,” (Lu 9:1 LEI)

Volmachthouder
Volmachtkrijger

“niemand heeft haar van mij afgenomen, nee, ikzelf zet haar in, uit mijzelf; ik heb volmacht om haar in te zetten, ik heb ook volmacht om haar weer terug te krijgen; het gebod hiertoe heb ik gekregen van mijn Vader!” (Joh 10:18 NB)

“Als antwoord zeggen ze tot Jezus: we weten het niet! Dan zegt Jezus tot hen: dan zeg ik u ook niet in welke volmacht ik deze dingen doe!” (Mr 11:33 NB)

Volmachtnemer

“Niemand neemt het van Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af; Ik heb macht het af te leggen en heb macht het weer te nemen. Dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.” (Joh 10:18 TELOSNT)

Volmaker

“terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus. Wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde heeft hij een martelpaal verduurd, schande verachtend, en is hij aan de rechterhand van de troon van God gaan zitten.” (Heb 12:2 NWV)

“Hij zal U ook standvastig doen zijn tot het einde toe, opdat GIJ op de dag van onze Heer Jezus Christus aan geen enkele beschuldiging blootstaat.” (1Co 1: NWV)

“Want dit vaste vertrouwen heb ik, dat hij die een goed werk in U is begonnen, het tot voltooiing zal brengen tot op de dag van Jezus Christus. “(Fil 1:6 NWV)

“want God is het die, ter wille van [zijn] welbehagen, in U werkt, opdat GIJ zowel wilt als werkt.” (Fil 2:13 NWV)

Voltooier

  Zie naar Jezus, de aanvoerder en voltooier van ons geloof. In plaats van de vreugde die Hem toekwam, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterzijde van Gods troon.” (Heb 12:2 WV78)

Vonnis

“Daarom sprak Pilatus het vonnis uit, dat aan hun eis moest worden voldaan:” (Lu 23:24 NWV)

Vonnis veller

“En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid.” (Opb 19:11 NBG51)

Voor Abraham voortgebracht

Door God voorzien van bij de zondeval.

“Jezus zegt tot hen: vast en zeker is het, zeg ik u: van éér Abraham werd voortgebracht ben ik!” (Joh 8:58 NB)

Voorbeeld

De Nazarener Jezus, zoon van Jozef en Maria, uit de stam van David, was het beste voorbeeld dat wij kunnen hebben en horen na te volgen indien wij ons Christenen willen noemen.

“De God van geduld en vertroosting schenke u dan de geest van onderlinge  eensgezindheid naar het voorbeeld van Christus Jesus,” (Ro 15:5 CANIS)

“Want daartoe zijt ge geroepen, omdat ook Christus heeft geleden, voor u, en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt volgen.” (1Pe 2:21 NB)

  Wie aanspraak maakt op verbondenheid met God, moet leven juist zoals Christus geleefd heeft.” (1Jo 2:6 WV78)

Voorbereide

“We zijn het werk van God, hij heeft ons geschapen in Christus Jezus om het goede werk te doen dat hij heeft voorbereid.” (Efe 2:10 GNB) / “Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” (Efe 2:10 NBG51)

Voorbeschikking

En dit is geschied volgens de eeuwige voorbeschikking, die Hij ten  uitvoer heeft gebracht in Christus Jesus onzen Heer.” (Efe 3:11 CANIS)

Voorganger

“Waar onze Voorganger, Jezus, ons ten behoeve is ingegaan, die Hogepriester  is in eeuwigheid, naar Melchizedeks ordening.” (Heb 6:20 PALM)

Voorloper

  waar Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan, nu Hij voor eeuwig hogepriester is geworden op de wijze van Melchisedek.” (Heb 6:20 WV78)

“waar terwille van ons onze Voorloper is binnengegaan: Jesus, “Hogepriester  voor eeuwig naar de Orde van Melkisedek.”” (Heb 6:20 CANIS)

Voorganger

“Waar onze Voorganger, Jezus, ons ten behoeve is ingegaan, die Hogepriester  is in eeuwigheid, naar Melchizedeks ordening.” (Heb 6:20 PALM)

Voorgeleide

“Jezus werd meegevoerd naar het huis van de hogepriester om te worden voorgeleid, en alle hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden kwamen daar bijeen.” (Mr 14:53 NBV)

Voorhouder

“Een andere gelijkenis houdt hij hun voor; hij zegt: te vergelijken is het koninkrijk der hemelen met een mens die goed zaad zaait in zijn akker;” (Mt 13:24 NB)

Voorkomer

“Hij antwoordde: Wel zeker! Maar bij zijn thuiskomst voorkwam Jesus hem,  en sprak: Wat dunkt u, Simon? Van wie ontvangen de koningen der aarde  tol of schatting; van hun kinderen of van de vreemden?” (Mt 17:25 CANIS)

Voornaamste Leider
Voornaamste Bewerker, Voornaamste Gevolmachtigde

“Want het was passend dat degene ter wille van wie alle dingen zijn en door wie alle dingen zijn, bij het tot heerlijkheid brengen van vele zonen de Voornaamste Bewerker { „Voornaamste Leider.”} van hun redding door middel van lijden tot volmaaktheid zou brengen. “(Heb 2:10 NWV)

“terwijl wij oplettend het oog gericht houden op de Voornaamste Bewerker en Volmaker van ons geloof, Jezus. … (Heb 12:2 NWV)

“Hem heeft God als Voornaamste Gevolmachtigde en Redder tot zijn rechterhand verhoogd, om Israël [de gelegenheid tot] berouw en vergeving van zonden te geven.” (Hand 5:30-31 NWV)

“in werkelijkheid is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en wij voor hem; en er is één Heer, Jezus Christus, door bemiddeling van wie alle dingen zijn en wij door bemiddeling van hem.” (1Co 8:6 NWV)

Voornemen

“overeenkomstig het voornemen van eeuwigheden her dat hij heeft verwerkelijkt in Christus Jezus,” (Efe 3:11 NB)

Voorspeller einde

Voorspellingen over het einde (Mt 24+25; Mr 13; Lu 21:5-36)

Voorspreker

“Mijn kinderen, ik schrijf u dit, opdat gij niet zondigt. Maar indien  iemand zondigt, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus,  de Rechtvaardige;” (1Jo 2:1 PALM)

“Wie zal veroordelen? Zal het Christus Jesus zijn, die gestorven is, of  liever die is opgewekt, die zetelt aan Gods rechterhand, die ook onze  Voorspreker is?” (Ro 8:34 CANIS)

Voorstaander

“Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf,” (Flp 3:3 NBV)

Voorsteller

“Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk  der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker.” (Mt 13:24 STV)

“Een andere gelijkenis stelde Hij hun voor, en sprak: Het rijk der hemelen  is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide.” (Mt 13:31 CANIS)

Voortreffelijk

Voortspruitend uit de Vader

Vooruit bereid

“want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jesus geschapen tot goede werken,  die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven. De volkomen  gelijkheid der goddelijke genade van roeping voor Joden en heidenen.” (Efe 2:10 CANIS)

Vooruitzender
Vooruitstuurder

“Toen zij Jerusalem naderden, bij Bétfage en Betánië op de Olijfberg, zond  Hij twee van zijn leerlingen vooruit,” (Mr 11:1 CANIS)

Voorzichtig

“Wie is nu de trouwe en voorzichtige knecht, dien de meester over zijn  ondergeschikten heeft gesteld. om hun spijs te geven te rechter tijd?” (Mt 24:45 CANIS)

Voorzien

Van bij de aanvang van de wereld was er na de zondeval Redding voorzien door de aankondiging van de Messias en de vermorzeling van het Kwaad.

Vormeloos

“Zijn dienaar schoot op als een jonge stek, als een wortelstok uit dorre grond: vormeloos en zonder schoonheid, onooglijk en onaantrekkelijk,” (Jes 53:2 GNB)

Vorstelijke Heerschappij

“6 Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; en de vorstelijke heerschappij {Of: „de vorstelijke waardigheid; de heerschappij als vorst.” } zal op zijn schouder komen. En zijn naam zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. 7 Aan de overvloed van de vorstelijke heerschappij en aan vrede zal geen einde zijn, op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het stevig te bevestigen en om het te schragen door middel van gerechtigheid en door middel van rechtvaardigheid, van nu aan en tot onbepaalde tijd. Ja, de ijver van Jehovah der legerscharen zal dit doen.” (Jes 9:6-7 NWV)

“De scepter zal van Juda niet wijken, noch de gebiedersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt; en aan hem zal de gehoorzaamheid der volken behoren.” (Ge 49:10 NWV)

“en ik sluit een verbond met U, evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk, 30 opdat GIJ in mijn koninkrijk aan mijn tafel moogt eten en drinken, en op tronen moogt zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.” (Lu 22:29-30 NWV)

Vorst Michaël

  In die tijd zal de grote vorst Michael opstaan om de kinderen van je volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er eerder nog geen is geweest zolang er volken zijn. Maar al degenen van je volk, die in het boek staan opgetekend, zullen in die tijd worden gered.” (Da 12:1 WV78)

Vorst van het leven
Levensvorst

“de Vorst van het leven echter hebt u gedood, die God heeft opgewekt uit de doden, van Wie wij getuigen zijn.” (Hnd 3:15 TELOSNT)

Vorst over koningen der aarde

“en van Jezus Christus, den getrouwen getuige, den eerstgeborene uit de  doden en den vorst over de koningen der aarde. Hem, die ons liefheeft  en heeft gered uit onze zonden door zijn bloed,” (Opb 1:5 LEI)

Vraagsteller

“Jezus gaf hun ten antwoord: Ook ik wil u een ding vragen; indien gij mij  dat zegt, zal ik U ook zeggen, door welke macht ik dit doe.” (Mt 21:24 LEI)

Vracht

“Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht.”” (Mt 11:30 NWV)

Vrede

“Dit is de prediking die Hij heeft doen brengen aan de zonen Israels: de  verkondiging van vrede door Jezus Christus: want die is aller Heer.” (Hnd 10:36 LEI)

“aan alle geliefden van God die in Rome zijn, geroepen heiligen: genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus.” (Ro 1:7 TELOSNT)

“Wij smaken dus, daar wij uit geloof gerechtvaardigd zijn, vrede met God  door onzen Heer Jezus Christus,” (Ro 5:1 LEI)

“ Dit heb ik tot u gesproken, opdat gij in mij vrede hebt. In de wereld hebt gij verdrukking; maar hebt goede moed, ik heb de wereld overwonnen.” (Joh 16:33 VoorhNT4)

“17 En hij is gekomen en heeft het goede nieuws van vrede bekendgemaakt aan U die veraf waart, en vrede aan hen die dichtbij waren, 18 want door bemiddeling van hem hebben wij, beide volken, door één geest de toegang tot de Vader.” (Efe 2:17-18 NWV)

  Denkt niet, dat Ik vrede ben komen brengen op aarde; Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard.” (Mt 10:34 WV78)

“Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft,  geef Ik hem u. Uw hart zij ontsteld, noch bevreesd. —” (Joh 14:27 CANIS)

“de voeten geschoeid met de toerusting van het evangelie van de vrede,” (Efe 6:15 VoorhNT4)

“en door hem alles met zich te verzoenen, nadat hij vrede gesticht had  door het bloed van zijn kruis; ja, door hem verzoent Hij met Zich alles  wat op de aarde en wat in de hemelen is.” (Col 1:20 LEI)

“En de vrede van de Christus moet in uw harten heersen; daartoe zijt ge ook geroepen in één lichaam. En weest dankbaar.” (Col 3:15 NB)

Vredehersteller

“En door Hem alles te verzoenen tot hem, hetzij dat op aarde, hetzij dat  in de hemel is; door Hem, door het bloed zijns kruises de vrede hersteld  hebbende.” (Col 1:20 PALM)

Vredestichter

“Door Zijn Zoon heeft God een altijddurende vrede gesticht tussen Zichzelf  en alles wat in de hemelen en op aarde is. Doordat Christus Zich aan  het kruis heeft opgeofferd en Zijn bloed heeft gegeven, is er verzoening  met God.” (Col 1:20 BOEK)

Vredevorst

Of: „Vreedzame Vorst”, d.w.z. een vorst die vrede bewerkstelligt.

“ (9:5) Want een kind wordt ons geboren, een zoon wordt ons gegeven. De heerschappij rust op zijn schouders; men noemt hem: Wonder van beleid, Sterke God, Vader voor eeuwig, Vredevorst.” (Jes 9:6 WV78)

Vreugde

“Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’” (Mt 17:5 NBV)

Vrezende

“Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem  uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd  hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.” (Heb 5:7 STV)

Vriendelijk

“Een dienaar van de Heer moet geen gevecht aangaan maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam voor onderricht, kwaad verdragend,” (2Ti 2:24 NB) is ook een boodschap van Christus waar hij zich vermoedelijk ook aan hield.

Vrije Gave

“Want indien door de overtreding van de ene [mens] de dood als koning heeft geregeerd door bemiddeling van die ene, zullen veelmeer zij die de overvloed van de onverdiende goedheid en van de vrije gave van rechtvaardigheid ontvangen, in het leven als koningen regeren door bemiddeling van de ene [persoon], Jezus Christus.” (Ro 5:17 NWV)

“en het is als een vrije gave dat zij door zijn onverdiende goedheid rechtvaardig verklaard worden op grond van de verlossing door de losprijs [die] door Christus Jezus [is betaald].” (Ro 3:24 17 NWV)

“God zij gedankt voor zijn onbeschrijflijke vrije gave.” (2Co 9:15 17 NWV)

“Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven, want het daalt neer van de Vader der [hemelse] lichten, en bij hem is geen verandering van het keren van de schaduw.” (Jak 1:17 17 NWV)

Vrijheid

“ter wille van binnengesmokkelde leugenbroeders, die binnengekomen waren om onze vrijheid die wij in eenheid met Christus Jezus hebben te bespioneren en ons weer tot dienstknechten te maken,–” (Ga 2:4 NB)

Vrijkoper

“Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt.” (Ga 3:13 NBG51)

“opdat Hij hen die onder de wet waren, vrijkocht, opdat wij het zoonschap zouden ontvangen.” (Ga 4:5 TELOSNT)

Vrijmaker

“Daar de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus, mij heeft vrij  gemaakt van de wet van de zonde en van de dood.” (Ro 8:2 PALM)

“Wij smeken onze God en Vader en onze Heer Jezus, de weg naar u voor ons vrij te maken.” (1Th 3:11 GNB)

Vrijspraak

“God schenkt vrijspraak aan allen die in Jezus Christus geloven. En er is geen onderscheid.” (Ro 3:22 NBV)

Vrij van demonen of boze geesten

“Jezus antwoordde: Ik heb geen demon, maar Ik eer mijn Vader en u onteert Mij.” (Joh 8:49 TELOSNT)

Vrouw

“Ook zal ik vijandschap verwekken tussen u en de vrouw, tussen uw en haar  kroost: dit zal trachten u op den kop te treffen, terwijl gij zult  trachten het in den hiel te treffen.” (Ge 3:15 LEI)

Vuurbrenger
Vuur ontsteker, Vuurwerper

  Vuur ben Ik op aarde komen brengen, en hoe verlang Ik dat het reeds oplaait!” (Lu 12:49 WV78)

Waarachtige

“Nu zag ik den hemel geopend, en zie, een wit paard, en hij die er op zat  heette de getrouwe en waarachtige; in gerechtigheid zal hij oordelen en  strijden.” (Opb 19:11 LEI)

Waarbij de benen niet werden gebroken, noch verbrijzeld

  Aangezien het voorbereidingsdag was en de Joden niet wilden dat de lichamen op sabbat aan het kruis bleven - het was bovendien een grote sabbat - vroegen zij aan Pilatus verlof de benen van de gekruisigden te breken en hen weg te nemen.   Daarom kwamen de soldaten en sloegen zowel bij de ene als bij de andere die met Hem was gekruisigd, de benen stuk.   Toen zij echter bij Jezus kwamen en zagen dat Hij reeds dood was, sloegen zij Hem de benen niet stuk,   maar een van de soldaten doorstak zijn zijde met een lans; terstond kwam er bloed en water uit.   Die het gezien heeft getuigt hiervan; zijn getuigenis is waar en hij weet, dat hij de waarheid zegt, opdat ook gij zoudt geloven.   Dit is gebeurd opdat de Schrift zou vervuld worden: Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld,” (Joh 19:31-36 WV78)

Waarheid

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven: Niemand  komt tot de Vader, dan door Mij.” (Joh 14:6 PALM)

“Indien gij naar Hem gehoord hebt, en door Hem geleerd zijt, gelijk de  waarheid in Jezus is;” (Efe 4:21 STV)

Waarheidsbrenger

“Want de wet is door Mozes gegeven; de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden.” (Joh 1:17 TELOSNT)

Waarschuwer

“Onderweg waarschuwde Hij(Jezus) hen: “Pas op voor de gist van Herodes en de  Farizeeërs!”” (Mr 8:15 BOEK)

Wachten

“Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten,” (Heb 10:37 NBG51)

Wandelde bescheiden met God

Zijn roeping waardig tonend moet hij bescheiden met God hebben gewandeld. (Jer 10:23; Mi 6:8; Ef 5:15)

“Wie beweert, in Hem te blijven, die moet wandelen zoals Hij (Jesus) heeft gewandeld.” (1Jo 2:6 CANIS)

Wandeling over het meer

(Mt 14: 22-33; Mr 6: 45-52; JO 6: 16-21)

Wapen

“Nee, we moeten ons als het ware wapenen met de Heer Jezus Christus en niet ons zondige ik koesteren dat tot allerlei begeerten aanzet.” (Ro 13:14 GNB)

  want ieder die uit God geboren is overwint de wereld. En het wapen waarmee wij de wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof.” (1Jo 5:4 WV78) (Geloof in Christus = wapen)

Water

  maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een water bron worden, opborrelend tot eeuwig leven.’” (Joh 4:14 WV78)

“wie in mij vertrouwen heeft,– zoals de Schrift zegt: rivieren van levend water zullen stromen uit zijn schoot!” (Joh 7:38 NB)

“De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.” (Opb 22:17 NBV)

Wederkomst

  en die honend vragen: ‘Waar blijft nu de wederkomst die Hij heeft toegezegd? Onze vaderen zijn al gestorven, maar alles blijft zoals het van het begin der schepping geweest is.’” (2Pe 3:4 WV78)

“Nu dan, kinderen, blijft bij hem!, opdat we, als hij zal verschijnen, vrijheid van spreken zullen hebben en niet beschaamd voor hem hoeven uitwijken bij zijn nadering;” (1Jo 2:28 NB)

Weeen van de dood

“God evenwel heeft Hem opgewekt, want Hij verbrak de weeen van de dood, naardien het niet mogelijk was, dat Hij door hem werd vastgehouden.” (Hnd 2:24 NBG51)

Weer geboren geworden

“Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’” (Joh 3:3 NBV)

“Jezus antwoordt: vast en zeker is het, zeg ik je: als iemand niet wordt voortgebracht uit water en Geest, kan hij niet binnenkomen in het koninkrijk van God;” (Joh 3:5 NB)

Weer Levend geworden

“Jezus was op zondagmorgen vroeg weer levend geworden. De eerste die Hem  daarna zag, was Maria van Magdala, uit wie Hij zeven boze geesten had  weggejaagd.” (Mr 16:9 BOEK)

“Wij brengen u het goede nieuws dat de belofte, die God lang geleden aan  onze voorouders heeft gedaan, in onze tijd werkelijkheid is geworden.  God heeft die belofte vervuld door Jezus weer levend te maken.” (Hnd 13:32 BOEK)

“Wij weten dat dezelfde God, Die de Here Jezus weer levend heeft gemaakt,  ons ook samen met Hem weer levend zal maken en met u voor Zich zal  zetten.” (2Co 4:14 BOEK)

Weg

“Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand  komt tot den Vader dan door mij.” (Joh 14:6 LEI)

{ “Hij is onderricht in de weg van de Heer, en vurig van geest heeft hij nauwgezet over Jezus gesproken en onderricht, al kende hij alleen de doop van Johannes.” (Hnd 18:25 NB)}

“maar nauw is de poort en smal de weg die naar het leven voert, en weinigen zijn er die hem vinden.” (Mt 7:14 NWV)

“met het verzoek hem aanbevelingsbrieven mee te geven voor de synagogen in Damascus, opdat hij de aanhangers van de Weg die hij daar zou aantreffen, mannen zowel als vrouwen, gevangen kon nemen en kon meevoeren naar Jeruzalem.” (Hnd 9:2 NBV)

“Toen echter sommigen zich verhardden en ongehoorzaam waren, terwijl zij van de Weg kwaad spraken voor de menigte, scheidde hij zich van hen af en zonderde de discipelen af en sprak dagelijks in de school van Tyrannus.” (Hnd 19:9 TELOSNT)

Wegbaner

“Jezus heeft voor ons de weg gebaand en is daar al binnengegaan. Hij is hogepriester geworden voor altijd, een hogepriester als Melchisedek.” (Heb 6:20 GNB)

Weggenomen

“Dezen zeiden: ‘Mannen van Galilea, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus is van jullie weggenomen en naar de hemel gegaan, maar zoals jullie hem naar de hemel hebben zien opstijgen, zo zal hij terugkomen.’” (Hnd 1:11 GNB)

Weggerukt

“… Ik moet roemen. Nuttig is het niet, maar ik zal overgaan tot bovennatuurlijke visioenen en openbaringen van [de] Heer. 2 Ik ken een mens in eendracht met Christus, die veertien jaar geleden — hetzij in het lichaam, ik weet het niet, of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het — als zodanig werd weggerukt naar de derde hemel. 3 Ja, ik ken zulk een mens — hetzij in het lichaam of gescheiden van het lichaam, ik weet het niet, God weet het — 4 dat hij werd weggerukt tot in het paradijs en onuitsprekelijke woorden hoorde, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.” (2Co 12:1-4 NWV)

“En zij baarde een mannelijke zoon, die alle volken zal hoeden met een ijzeren staf; en haar kind werd weggerukt naar God en zijn troon.” (Opb 12:5 VoorhNT4)

Weggevoerde

“Als ze hem wegvoeren grijpen ze een zekere Simon van Cyrene die van het veld komt en leggen hem het kruis op om dat achter Jezus aan te dragen.” (Lu 23:26 NB)

“Zij baarde een kind, een zoon, hem die alle volken zou weiden met een  ijzeren staf; en haar kind werd ijlings weggevoerd tot God en zijn troon.” (Opb 12:5 LEI)

Wegjager

“Jezus ging de tempel binnen en joeg er alle kopers en verkopers weg; hij gooide de tafels om van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars.” (Mt 21:12 GNB)

Wegvoorbereider

Gereedmaker, Klaarmaker, Effenaar van de Weg

Wegwijze

“U bent naar Jezus gekomen, Die ervoor gezorgd heeft dat er een nieuw  verbond tussen God en de mensen kwam. Hij heeft daarvoor Zijn bloed  gegeven; en Zijn bloed roept om vergeving in plaats van om wraak, zoals  dat van Abel.” (Heb 12:24 BOEK)

“Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, weidt hen, en is hun  ten Wegwijzer naar levende waterbronnen; en God wist alle tranen van  hun ogen af.” (Opb 7:17 PALM)

Weiden

  want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden en voeren naar de waterbronnen van het leven, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’” (Opb 7:17 WV78)

“En zij baarde een zoon, een mannelijk kind, die alle volken met ijzeren scepter zou gaan weiden. En haar kind werd weggevoerd naar God en naar zijn troon.” (Opb 12:5 NB)

Weigeraar

“Jezus weigerde. ‘Ga naar huis, naar uw familie,’ zei hij, ‘en vertel alles wat de Heer voor u gedaan heeft, hoe goed hij voor u is geweest!’” (Mr 5:19 GNB)

Weinig

“maar wij zien Jezus, die een weinig {voor een korte tijd} lager dan engelen gemaakt was, met heerlijkheid en eer gekroond omdat hij de dood heeft ondergaan, opdat hij door Gods onverdiende goedheid voor iedereen de dood zou smaken.” (Heb 2:9 NWV)

Welbehaagde

“terwijl uit den hemel een stem klonk: Dit is mijn geliefde Zoon, in wien  Ik welbehagen heb.” (Mt 3:17 LEI)

“en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op hem  neer, terwijl uit den hemel een stem kwam: Gij zijt mijn geliefde zoon;  in u heb Ik welbehagen.” (Lu 3:22 LEI)

“Terwijl hij nog spreekt, zie, een lichtende wolk overwelft hen; en zie, vanuit de wolk een stem die zegt: dit is mijn zoon, de geliefde, in wie ik welbehagen heb: hoort naar hem!” (Mt 17:5 NB)

Welgevallige

  En met de jaren nam Jezus toe in wijsheid en welgevalligheid bij God en de mensen.” (Lu 2:52 WV78)

Welgevalligmaker

“Omgordt daarom uw lenden met verstand, weest nuchter en hoopt vast op de  genade die u door de openbaring van Jezus Christus gegeven wordt.” (1Pe 1:13 LEI)

Wenende

“En toen Hij de stad naderde en haar zag, weende Hij over haar, en sprak:” (Lu 19:41 CANIS)

“Jezus weende.” (Joh 11:35 TELOSNT)

“Terwijl Hij hier op aarde was, heeft Christus onder tranen geroepen tot  God, Die Hem van de dood kon redden. God verhoorde Zijn gebeden, omdat  Hij Zich aan Gods wil onderwierp.” (Heb 5:7 BOEK)

Wereld, Geen deel van de

  Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.” (Joh 3:16 WV78)

“Nog korte tijd en de wereld aanschouwt Mij niet meer; gij echter aanschouwt  Mij. Want Ik leef, en ook gij zult leven.” (Joh 14:19 CANIS)

“Waart gij uit de wereld afkomstig, de wereld zou liefhebben wat haar  toebehoort; maar omdat gij niet uit de wereld afkomstig zijt, maar ik  u uit de wereld verkoren heb, daarom haat u de wereld.” (Joh 15:19 LEI)

“zij zijn niet van de wereld zoals ik niet van deze wereld ben;” (Joh 17:16 NB)

“Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.” (Joh 18:36 NBG51)

Werk

“Ik heb U verheerlijkt op de aarde; ik heb het werk voleindigd dat Gij mij te doen hebt gegeven;” (Joh 17:4 VoorhNT4)

  Wij moeten de werken van Hem die Mij gezonden heeft, verrichten zolang het dag is. Er komt een nacht en dan kan niemand werken.” (Joh 9:4 WV78)

“vast en zeker is het, zeg ik u: wie mij vertrouwt,– de werken die ik doe zal ook hij doen, ja grotere dan deze zal hij doen,– omdat ik naar de Vader ga;” (Joh 14:12 NB)

“Ik heb U verheerlijkt op aarde; Ik heb het werk voleindigd, dat Gij Mij  te doen gegeven hebt;” (Joh 17:4 PALM)

Werkelijkheid

“want die dingen zijn een schaduw van de toekomende dingen, maar de werkelijkheid {Of: „het wezenlijke.” Lett.: „[het] lichaam.” Gr.: so’ma; Lat.: cor’pus.} behoort de Christus toe.” (Kol 2:17 NWV)

Wet

“Dientengevolge is de Wet onze leermeester geworden die tot Christus leidt, opdat wij ten gevolge van geloof rechtvaardig verklaard zouden worden. “(Gal 3:24 NWV)

  Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.” (Mt 5:17 WV78)

Wetende

“Maar omdat hij wel weet wat zij denken, zegt hij tot hen: elk koninkrijk dat verdeeld raakt tegen zichzelf, wordt een woestenij, en geen enkele stad of woning die verdeeld raakt tegen zichzelf zal standhouden;” (Mt 12:25 NB)

“En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven,  gij kleingelovigen! dat gij geen broden mede genomen hebt?” (Mt 16:8 STV)

“Omdat Jezus uit zichzelf al weet dat zijn leerlingen hierover morren, zegt hij tot hen: is dit een struikelblok voor jullie?–” (Joh 6:61 NB)

“Maar sommigen van jullie geloven niet.’ Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie hem zou uitleveren.” (Joh 6:64 NBV)

Wiens tijdstip bepaald is

“Jesus sprak dus tot hen: Mijn tijd is nog niet gekomen; maar uw tijd is  er steeds.” (Joh 7:6 CANIS)

Wijnstok

  Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.” (Joh 15:1 WV78)

Wijnvermenigvuldiger

(Johannes hfdst.2) “Dit, in Kana in Galilea, was het begin van de wondertekenen, waarmee Jezus zijn glorie openbaarde, en zijn leerlingen geloofden in hem.” (Joh 2:11 GNB)

Ter Wille

“Wie zijn ziel vindt, zal ze verliezen, en wie zijn ziel verliest ter wille van mij, zal ze vinden.” (Mt 10:39 NWV)

“Want wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, en wie het terwille  van mij en de Blijde boodschap verliest zal het redden.” (Mr 8:35 LEI)

“Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en  gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil.” (Mt 24:9 STV)

“Ik kan niets uit mijzelf doen; gelijk ik hoor, oordeel ik; en het oordeel dat ik vel, is rechtvaardig, want ik zoek niet mijn eigen wil, maar de wil van hem die mij heeft gezonden.” (Jo 5:30 NWV)

Wil van God doende

“Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe de wil van Degenen, Die  Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbreng.” (Joh 4:34 PALM)

Wil van Jezus

“Want wij worden, nog levend aan den dood overgegeven om Jezus’ wil; opdat  ook Jezus’ leven in ons sterfelijk vlees aan het licht kome.” (2Co 4:11 LEI)

Wijngaardier

  Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat zal hij dan wel met die wijnbouwers doen?’” (Mt 21:40 WV78)

Wijsheid

“Nee, uit hem zijt ge één met Christus Jezus, die ons van Godswege tot wijsheid is geworden, gerechtigheid ook, en heiliging, en verlossing,” (1Co 1:30 NB)

Wijze

“En Jezus nam toe in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen.” (Lu 2:52 NBG51)

“ En Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in gunst bij God en mensen.” (Lu 2:52 VoorhNT4)

Witwasser
Schoonwasser

“En dat alles zijn sommigen geweest; maar ge zijt schoongewassen, maar ge zijt geheiligd, maar ge zijt gerechtvaardigd door de naam van de Heer, Jezus Christus, en door de Geest van onze God.” (1Co 6:11 NB)

Woedend

“Dan komt Jezus, wéér woedend, tot in het diepste van hem, aan bij het graf; –het was een rotsholte en er lag een steenblok voor.” (Joh 11:38 NB)

Wolk

“En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid.” (Lu 21:27 VoorhNT4)

“Terwijl hij dat zegt wordt hij, terwijl zij toekijken, opgeheven, en een wolk neemt hem weg van hun ogen.” (Hnd 1:9 NB)

Wonden

“Maar hij werd doorstoken om onze overtreding; hij werd verbrijzeld om onze dwalingen. De tuchtiging bedoeld voor onze vrede was op hem, en wegens zijn wonden is er voor ons genezing gekomen.” (Jes 53:5 NWV)

Wonderen

  Mannen van Israel, luistert naar deze woorden: Jezus de Nazoreeer was een man wiens zending tot u van Godswege bekrachtigd is. Gij kent immers zelf de machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem onder u heeft verricht.” (Hnd 2:22 WV78)

Wonderverrichter

“Door de wonderen die Jezus tijdens het Paasfeest in Jeruzalem deed, gingen  veel mensen in Hem geloven.” (Joh 2:23 BOEK)

“Dit tweede wonder heeft Jezus wederom verricht, toen Hij uit Judéa in  Galiléa gekomen was.” (Joh 4:54 PALM)

“Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, {} maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.” (Joh 20:30-31 NBG51)

“Israelieten, luistert naar deze woorden: Jezus den Nazoreer, een man u  van God aangewezen door de krachtige werken, wonderen en tekenen die  God onder u door hem gedaan heeft, zoals gijzelf weet,” (Hnd 2:22 LEI)

Woonstede van God
Tabernakel, Tent, Woonplaats van God

“En ik hoorde van de Troon een machtige stem en ze sprak: Zie, de Woonstede  Gods bij de mensen: Hij zal zijn Tent bij hen spannen. Zij zullen zijn  volk zijn, Hij: God met hen!” (Opb 21:3 CANIS)

Woord
Woorden

  Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.” (Mt 24:35 WV78)

“In het begin bestond het Woord, en het Woord keek naar God, en het Woord was goddelijk.” (Jo 1:1  MHMV)

  Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol van genade en waarheid.” (Joh 1:14 WV78)

“(64) Het is de geest, die leven brengt; het vlees brengt niets daartoe  bij. De woorden, die Ik tot u sprak, zijn geest en leven.” (Joh 6:63 CANIS)

“En indien iemand mijn woorden hoort en ze niet bewaart, ik oordeel hem  niet; want ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, maar om de  wereld te redden.” (Joh 12:47 LEI)

Woord der eedzwering

“Dus stelde de wet tot Hogepriester mensen aan, die aan zwakheid onderworpen  waren; maar het woord der eedzwering, dat op de wet gevolgd is, de Zoon,  Die tot in eeuwigheid volmaakt is.” (Heb 7:28 PALM)

Woord van God
Woord van God verteller, - brenger

“En het geschiedde, terwijl de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods  te horen, en Hij aan het meer van Gennesareth stond.” (Lu 5:1 PALM)

Woordvoerder

Van de aanvang der tijden was de Messias als Redder in Gods Plan voorzien en had hij het recht gekregen om op te treden, als goddelijk of verheven persoon, als de verkondiger van het Woord van God.

“1 In [het] begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was een god. 2 Deze was in [het] begin bij God. 3 Alle dingen zijn door bemiddeling van hem ontstaan, en zonder hem is zelfs niet één ding ontstaan.” (Jo 1:1-3 NWV)

Wortel

“In Gods ogen was Hij een groene scheut, die groeide aan een wortel in  droge en onvruchtbare grond. Maar in onze ogen had Hij niets aantrekkelijks.  Niets dat maakte dat wij Hem graag wilden aanvaarden.” (Jes 53:2 BOEK)

Yeshua

“Dit is de genealogie van Yeshua de Messias, Zoon van David, zoon van Avraham: (Mt 1:1 CJBV)

“daar ik met eigen ogen gezien heb uw Yeshu’ah, (Lu 20:30 CJBV) {heil/redding/zaligheid}

“Ya’akov was de vader van Yosef de echtgenoot van Miryam, uit wie was geboren Yeshua welke genoemd wer de Messias (Mt 1;16 CJBV)

“Moge de gratie van de Heer Yeshua meet u zijn” (Opb 22:21 CJBV)

“Ik Yeshua, heb mijn engel gezonden om getuigenis af te leggen voor de Messiaanse gemeenten. Ik ben de Wortel en Afstammeling van David, de heldere morgenster (Opb 22:16 CJBV)

“En van Yeshua de Messias, de waarheidsgetrouwe getuig, de eerstgeborene van de doden en de heerser over de wereldse koningen. … (Opb 1:5 CJBV)

“Gratie, vergeving en shalom willen met ons zijn afkomstig van God de Vader en van Yeshua, de Messias, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde (2Jo 1:3 CJBV)

“Wie overkomt de wereld indien niet de persoon die gelooft dat Yeshua de zoon van God is?” (1Jo 5:5 CJBV)

“Iedereen die gelooft dat Yeshua de Messias is heeft God als zijn vader, en iedereen die een vader liefheeft houdt ook van zijn spruit.” (1Jo 5:1 CJBV)

“Indien iemand erkend dat Yeshua de Zoon van God is, blijft God met hem verenigd, en hij met God” “1Jo 4:15 CJBV)

“En elke geest die Yeshua niet erkent is niet van God – in feite, is dit de geest van de Anti-Messias. Je hebt gehoord dat hij komende is. Wel, hij is hier nu, in de wereld reeds!” (1Jo 4:3 CJBV)

“Dit is eeuwig leven, dat zij u zouden kennen, de enige ware God, en hem die u zend, Yeshua de Messias (Jo 17:3 HNVV)

“Deze Yeshua is de door bouwvakkers verworpen steen welke hoeksteen geworden is. (Hnd 4:11 CJBV)

Zaad

“En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.” (Ge 3:15 NBG51)

“Welnu, de Beloften zijn gedaan aan Abraham en aan zijn Zaad; er wordt  niet gezegd: “aan zijn zaden,” alsof er spraak was van meerderen, maar  “aan uw Zaad,” als van één, en dit is Christus.” (Ga 3:16 CANIS)

“Wat heeft de Wet dan voor zin? Omwille van de overtredingen is hij toegevoegd, totdat ‘het zaad’ zou komen waarvoor de belofte was gedaan; hij –de Wet– is door engelen verordend, in de hand van een middelaar.” (Ga 3:19 NB)

Zaak van Christus

“vind ik het, omdat wij elkander liefhebben, verkieslijk u een verzoek te  doen. Dus kom ik, Paulus, een grijsaard, nu zelfs een gevangene voor de  zaak van Christus Jezus,” (Flm 1:9 LEI)

Zachtaardig

Trachte de koppigen met zachtheid terecht te wijzen als dienstknecht van God. (2Ti 2:25)

Zachtmoedig

“neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;” (Mt 11:29 NBG51)

Zaligheid

“Want ons heeft God niet tot toorn bestemd, maar tot verkrijging der  zaligheid, door onze Heere Jezus Christus;” (1Th 5:9 PALM)

“Want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien,” (Lu 2:30 STV)

“En alle vlees zal de zaligheid Gods zien.” (Lu 3:6 STV) “Gijlieden aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat wij weten; want  de zaligheid is uit de Joden.” (Joh 4:22 STV)

Zaligmaker

“Dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heer, in de  stad Davids;” (Lu 2:11 PALM)

“En zij zal een zoon baren, en gij zult zijn naam heten JEZUS, want hij  zal zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mt 1:21 PALM)

“Maar wast op in de genade en kennis van onzen Heere en Zaligmaker Jezus  Christus. Hem zij de heerlijkheid, beide nu en in den dag der eeuwigheid.  Amen.” (2Pe 3:18 STV)

“Wetende, dat ik welhaast deze hut zal achterlaten; gelijk ook onze Heer  Jezus Christus mij geopenbaard heeft.” (2Pe 1:14 PALM)

“Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig  Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.” (2Pe 1:11 STV)

“Van het nakroost van deze heeft God, voor Israël, naar de belofte, de  Zaligmaker Jezus doen voortspruiten.” (Hnd 13:23 PALM)

“Maar ons burgerschap is in de hemel, waaruit wij ook onze Zaligmaker  verwachten, den Heere Jezus Christus;” (Flp 3:20 PALM)

“Doch nu geopenbaard is door de verschijning van onzen Zaligmaker Jezus  Christus, Die den dood heeft te niet gedaan, en het leven en de  onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie;” (2Ti 1:10 STV)

“Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere  Jezus Christus, onzen Zaligmaker.” (Tit 1:4 STV)

“verwachtende de vervulling der zalige hoop, en de verschijning der  heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker Jezus Christus!” (Tit 2:13 PALM)

“Die Hij over ons rijkelijk heeft uitgestort, door Jezus Christus, onze  Zaligmaker;” (Tit 3:6 PALM)

“Simeon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan degenen,  die even dierbaar geloof met ons verkregen hebben, door de rechtvaardigheid  van onzen God en Zaligmaker, Jezus Christus;” (2Pe 1:1 STV)

“Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig  Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus.” (2Pe 1:11 STV)

“Wanneer nu zij, die door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus  Christus de besmettingen van de wereld ontvloden zijn, zich wederom in  dezelve verwarren en er door overwonnen worden, dan is het laatste voor  hen erger dan het eerste.” (2Pe 2:20 PALM)

“Maar wast op in de genade, en in de kennis van onze Heer en Zaligmaker,  Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, en nu, en in de dag van de  eeuwigheid, Amen!” (2Pe 3:18 PALM)

“Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken degenen, die door Hem tot God  gaan, vermits Hij altijd leeft om voor hen te bidden.” (Heb 7:25 PALM)

Zegen

“opdat door Jesus Christus de zegen van Abraham over de heidenen zou komen,  en wij door het geloof de beloften van den Geest zouden ontvangen.” (Ga 3:14 CANIS)

Zenden

“Dan zegt Jezus weer tot hen: vrede voor u!– zoals de Vader mij heeft uitgezonden zo stuur ook ik u uit!” (Joh 20:21 NB)

Zending apostelen

(Mt 9:35-11:1)

Zetelend in Heerlijkheid

“Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israel te richten. {}” (Mt 19:28 NBG51)

Zetelend in Majesteit

“Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël.” (Mt 19:28 NBV)

Zien

  Abraham, uw vader, juichte van vreugde bij de gedachte dat hij mijn dag zou zien; hij heeft hem gezien en zich verheugd.’” (Joh 8:56 WV78)

“Jezus zeide tot hem: Ben ik zolang bij u en kent gij mij nog niet,  Filippus? Wie mij gezien heeft heeft den Vader gezien; hoe zegt gij dan:  Toon ons den Vader?” (Joh 14:9 LEI)

“Jezus zegt tot hem: omdat je mij gezien hebt ben je tot geloof gekomen; zalig die niet zien en toch geloven!” (Joh 20:29 NB)

Geloof Ziende

“En Hij, hun geloof ziende, zeide tot hem: Mens! Uw zonden zijn u vergeven!” (Lu 5:20 PALM)

Ziende makend

“Hij antwoordde: De man, die Jesus heet, maakte slijk, bestreek er mijn  ogen mee, en sprak tot Mij: Ga naar de vijver van Siloë, en was u. Ik  ging dus, waste mij, en kon zien.” (Joh 9:11 CANIS)

30 Zilverlingen
Zilver penningen, zilverstukken

‘Wat wilt ge mij geven als ik Hem u in handen speel?’ Zij betaalden hem dertig zilverlingen uit.” (Mt 26:15 WV78)

“Toen heeft Judas, dien Hem verraden had, ziende, dat Hij veroordeeld was,  berouw gehad, en heeft de dertig zilveren penningen den overpriesters  en den ouderlingen wedergebracht,” (Mt 27:3 STV) “  en zei:

Zitten

Zal op de troon zitten aan de rechterhand van God om te oordelen levenden en doden. (Heb 10.12)

Zoals de Vader doet

“Jezus nam het woord en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, de  Zoon kan niets uit zichzelf doen, tenzij hij het den Vader ziet doen;  want wat Hij doet, dat doet de Zoon desgelijks.” (Joh 5:19 LEI)

Zondaarsroeper

“Jezus hoort dat en zegt tot hen: die gezond zijn hebben geen dokter nodig, maar wie er slecht aan toe zijn wél!– ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen maar zondaars!” (Mr 2:17 NB)

Zondendrager

“Hijzelf heeft in zijn eigen lichaam onze zonden gedragen aan de paal, opdat het voor ons met de zonden afgedaan zou zijn en wij voor rechtvaardigheid zouden leven. En „door zijn striemen zijt GIJ gezond gemaakt”. (1Pe 2:24 NWV)

Zondenvergever

“ En toen Jezus hun geloof zag, zei hij tot de verlamde: Kind, uw zonden zijn vergeven.” (Mr 2:5 VoorhNT4)

Zondewegnemer

“De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.” (Joh 1:29 NBV)

Zoenmiddel
Zoenoffer, Verzoening, Genademiddel, Genadetroon

“dien God bestemd heeft ten zoenmiddel door het geloof in zijn bloed.  Hieruit blijkt Gods gerechtigheid; want Hij zag de door de vorige  geslachten begane zonden voorbij, in den tijd van Gods geduld,” (Ro 3:25 LEI)

“Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden;” (Ro 3:25 NBG51)

Zoenoffer
Verzoening, Zoenmiddel, Genademiddel, Genadetroon

“En God heeft Hem aangewezen als zoenoffer door het geloof in zijn Bloed,  om zijn rechtvaardigheid te tonen bij het dulden van vroegere zonden” (Ro 3:25 CANIS)

“Vandaar dat hij in alle opzichten aan zijn „broeders” gelijk moest worden, opdat hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden in de dingen die God betreffen, om een zoenoffer te brengen voor de zonden van het volk.” (Heb 2:17 NWV)

  Hem heeft God voor wie gelooft aangewezen als zoenoffer door zijn bloed. God wilde zo zijn gerechtigheid tonen, want Hij had in zijn verdraagzaamheid de zonden van het verleden laten passeren.” (Ro 3:25 WV78)

“En hij is een zoenoffer { „verzoening.” Lat.: pro·pi·ti·a’ti·o} voor onze zonden, echter niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.” (1Jo 2:2 NWV)

“Doet het oude zuurdeeg weg, opdat GIJ een nieuw deeg moogt zijn, zoals GIJ immers ongezuurd zijt. Want Christus, ons Pascha, is werkelijk geslacht.” (1Co 5:7 NWV)

“De liefde bestaat in dit opzicht niet hierin dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft uitgezonden als zoenoffer voor onze zonden.” (1Jo 4:10 NWV)

Zonden

  De volgende dag zag hij Jezus naar zich toekomen en zei: ‘Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.” (Joh 1:29 WV78)

“Ze zal een zoon baren, en ge zult Hem Jesus noemen; want Hij zal zijn  volk verlossen van hun zonden.” (Mt 1:21 CANIS)

Zoon

  Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.’” (Mt 1:21 WV78)

“en zie, een stem uit de hemelen zei: Deze is mijn geliefde Zoon, in wie Ik mijn welbehagen heb!” (Mt 3:17 VoorhNT4)

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.” (Joh 3:16 NBG51)

 Zoon des mensen
Mensenzoon, Zoon van de mensen

“Wanneer dan de Zoon des mensen komt in zijn heerlijkheid en al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon zijner heerlijkheid. {}” (Mt 25:31 NBG51)

“… Gij zult de kring der steden van Israël geenszins rond zijn geweest voordat de Zoon des mensen gekomen zal zijn.” (Mt 10:23 NWV)

  Zoals mogelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde.” (Mt 12:40 WV78)

“ Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te behouden.” (Lu 19:10 VoorhNT4)

“En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen:” (Lu 17:26 NBG51)

“En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met kracht en grote heerlijkheid.” (Lu 21:27 TELOSNT)

Zoon van Abraham

  Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.” (Mt 1:1 WV78)

Zoon van David

(Zie #/VoorhNT4 Mal 3:3)   Geslachtsregister van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.” (Mt 1:1 VoorhNT4)

“Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’” (Mr 10:47 NBV)

“En Jezus antwoordde en zei, terwijl Hij leerde in de tempel: Hoe zeggen de schriftgeleerden dat de Christus een Zoon van David is?” (Mr 12:35 TELOSNT)

“ En hij riep en zei: Jezus, Zoon van David, ontferm u over mij!” (Lu 18:38 VoorhNT4)

Zoon van de Vader

“Ook weten wij dat de Zoon Gods gekomen is en ons het doorzicht gegeven  heeft om den Waarachtige te kennen. En wij zijn in den Waarachtige, in  zijn Zoon, Jezus Christus. Dat is de waarachtige God en het eeuwige leven.” (1Jo 5:20 LEI)

“Genade, barmhartigheid en vrede zullen bij ons zijn, van God, de Vader, en van Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde.” (2Jo 1:3 NBV)

“Wie is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de zoon van God is? Deze is het die gekomen is door middel van wateer en bloed, Jezus Christus…” (1JO 5:5-6 NWV)

“Als er íemand de leugenaar is, dan wel wie loochent dat Jezus de Christus is; dát is de anti–christus, die de Vader loochent en de Zoon;” (1Jo 2:22 NB)

“Zij dan zeiden tot Hem: Waar is uw Vader? Jezus antwoordde: Noch Mij, noch mijn Vader kent gij: Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader kennen. {}” (Joh 8:19 NBG51)

“Nadat Jezus dit gezegd had, keek Hij omhoog naar de hemel en zei: “Vader,  het is zover. Laat zien hoe groot en machtig Uw Zoon is, dan kan Hij  laten zien hoe groot en machtig U bent.” (Joh 17:1 BOEK)

  Pilatus hernam: ‘Gij zijt dus toch koning?’ Jezus antwoordde: ‘Ja, koning ben Ik. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Alwie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.’” (Joh 18:37 WV78)

  En wij, wij hebben gezien en wij getuigen, dat de Vader zijn Zoon heeft gezonden om de Heiland van de wereld te zijn.” (1Jo 4:14 WV78)

  Jezus hernam: ‘Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.” (Mt 16:17 WV78)

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.” (Joh 1:14 NBV)

Zoon van God

Verklaarde Zoon van God;

“Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.” (Mr 1:1 NBV)

“En zie, zij schreeuwen en zeggen: hebben wij en jij iets samen, zoon van God?– ben je hier gekomen om ons voortijdig te pijnigen?” (Mt 8:29 NB)

  Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’” (Mt 16:16 WV78)

“Terwijl hij nog sprak, daar overschaduwde hen een lichtende wolk en kwam  uit de wolk een stem: Dit is mijn geliefde Zoon, in wien Ik welgevallen  heb. Hoort naar hem.” (Mt 17:5 LEI)

Van nu af aan zult  gij den Mensenzoon gezeten zien aan de rechterhand van de Kracht, en  Hem zien komen op de wolken des hemels.” (Mt 26:63-64 CANIS)

63  Maar Jesus zweeg. Nu sprak de hogepriester tot Hem: Ik bezweer U bij den  levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij de Christus zijt, de Zoon van  God. 64  Jesus zeide hem: Ge hebt het gezegd. Maar Ik zeg ú:

“De hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk dit was een Zoon Gods.” (Mt 27:54 NBG51) Gods Zoon (SVV/Palm/NBV/Leiden/Teleos/Voorhoeve)

“wat wij hebben gezien en gehoord kondigen wij ook u aan, opdat ook gij gemeenschap hebt met ons; onze gemeenschap is met de Vader en met zijn zoon Jezus Christus;” (1Jo 1:3 NB)

“Maar als wij in het licht van God leven, zijn wij één met elkaar en wast  het bloed van Zijn Zoon Jezus ons schoon van al onze zonden.” (1Jo 1:7 BOEK)

“God vraagt van ons dat wij in Zijn Zoon Jezus Christus geloven en dat  wij van elkaar houden, zoals Christus ons heeft opgedragen.” (1Jo 3:23 BOEK)

“Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.” (1Jo 4:10 NBG51)

“Wat we hebben gezien en gehoord, maken we ook u bekend, want we willen dat ook u met ons verbonden bent. En onze verbondenheid is een verbondenheid met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.” (1Jo 1:3 GNB)

  Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in hem en woont hij in God.” (1Jo 4:15 WV78)

“en schreeuwde het uit: Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus, Zoon van  den Allerhoogsten God? Ik bezweer U bij God, mij niet te gaan kwellen.” (Mr 5:7 CANIS)

“Toen nu al het volk zich liet dopen, en ook Jesus gedoopt was, ging  eensklaps, terwijl Hij aan het bidden was, de hemel open, en daalde de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem  neer. En er klonk een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon;  in U heb Ik welbehagen.” (Lu 3:21-22 CANIS)

“Als hij Jezus ziet valt hij met een schreeuw voor hem neer en met luider stem zegt hij: wat is er tussen mij en jou, Jezus, Zoon van God de Allerhoogste?– ik smeek je: pijnig me niet!” (Lu 8:28 NB)

“Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen van zijn discipelen gedaan, die niet geschreven zijn in dit boek; maar deze zijn geschreven opdat u gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat u gelovend het leven hebt in zijn naam.” (Joh 20:30-31 TELOSNT)

“ En terstond predikte hij Jezus in de synagogen, dat hij de Zoon van God is.” (Hnd 9:20 VoorhNT4)

“aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood.” (Ro 1:4 NBV)

“Opdat gij eendrachtig, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus  Christus moogt verheerlijken.” (Ro 15:6 PALM)

“God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.” (1Co 1:9 NBG51)

“Dank aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is, de God die in elke omstandigheid troost.” (2Co 1:3 GNB)

“Want Gods Zoon, Jezus Christus, die wij u verkondigd hebben dat wil zeggen ikzelf en ook Silvanus en Timoteüs was geen ja en nee tegelijk, maar bij hem is en blijft het ‘ja’.” (2Co 1:19 GNB)

“De God en Vader van de Heer Jezus, Hij die gezegend is tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg.” (2Co 11:31 TELOSNT)

“Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus.” (Efe 1:3 NBG51)

“In onze gebeden voor u danken wij voortdurend God, den Vader van onzen  Heer Jezus Christus,” (Col 1:3 LEI)

“Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij de belijdenis vasthouden.” (Heb 4:14 TELOSNT)

“Geloofd zij de God en Vader van onzen Heer Jezus Christus, die ons in  zijn grote barmhartigheid de wedergeboorte geschonken heeft tot een  levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden;” (1Pe 1:3 LEI)

“Ofschoon hij de Zoon van God was, heeft hij door alles wat hij geleden heeft, gehoorzaamheid geleerd.” (Heb 5:8 GNB)

“4 Maar toen de volledige tijdgrens was gekomen, zond God zijn Zoon uit, die uit een vrouw werd [geboren] en die onder de wet kwam te staan 5 om hen die onder de wet stonden, los te kopen, opdat wij op onze beurt de aanneming als zonen zouden ontvangen.” (Ga 4:3-5 NWV)

  Wie overwint {het Lam Christus Jezus} zal dit alles krijgen, en Ik zal zijn God zijn en hij mijn zoon.” (Opb 21:7 WV78)

“ die ons verlost heeft uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde,” (Col 1:13 VoorhNT4)

“Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.” (Joh 3:17 NBG51)

  De honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit: ‘Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.’” (Mr 15:39 WV78)

Zoon van Jozef

“Deze Jezus nu telde, toen hij optrad, ongeveer dertig jaren en was, naar  men meende, de zoon van Jozef, den zoon van Eli,” (Lu 3:23 LEI)

1-46 Filippus vond Natanael en zeide tot hem: Wij hebben Hem gevonden, van wie Mozes in de wet geschreven heeft en de profeten, Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.” (Joh 1:45 NBG51)

“‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan hij dan zeggen dat hij uit de hemel is neergedaald?’” (Joh 6:42 NBV)

Zoon van Maria

“Matthan was de vader van Jakob; Jakob de vader van Jozef, die getrouwd  was met Maria, de moeder van Jezus, die Christus genoemd wordt.” (Mt 1:16 BOEK)

“De geboorte van Jesus Christus geschiedde aldus. Toen Maria zijn moeder  verloofd was met Josef, werd zij, voordat ze gingen samenwonen, in  gezegende toestand bevonden van den Heiligen Geest.” (Mt 1:18 CANIS)

“De engel zeide haar: Vrees niet, Maria, want gij hebt genade gevonden  bij God. Zie, gij zult in uw schoot ontvangen, en een Zoon baren; en gij zult Hem  Jesus noemen.” (Lu 1:30-31 CANIS)

Zout der aarde

“Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” (Mt 5:13-16 NBG51)

Zuiver

Zuiver van hart.

Zwaard

“Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.” (Mt 10:34 NBV)