Belgische Christadelphians

Andere schapen

 

Belgische Christadelphians 

 

 

 

 

Broers en Broeders 

Christenmensen met ons geloof 

Eén met Christus 

Kleine kudde en beleidvolle slaaf 

Mijn geloof

Verzamelen met Jezus

Gods Hoop en onze hoop

Vervoering in de wolken

Plan van God en wereldvrede

GevallenEngelen

Bang voor Gevallen Engelen

Lam van God

Toegang met Christus

Hoop eerste christenen

Nieuw Verbond

Rapture Betekenis

Beloften van God

Video Light of the world





 

French pages / Pages en Français

English pages

German pages / Deutsche Seite

Index

Inhoudstafel Nederlandstalige Hoofdstukken

 

 


Blog & Forum

Christadlephian News

Prayers

Prayers for the day


Thought for the day

Reflection

Being and feeling

Lifestyle

Religious affairs

Spiritual affairs



Dagtekst en Bedenking

Dagelijkse Bezinning

Reflectie voor de dag

Gebed van de dag

Gebeden

Gebedsverzoek

Christadelphian Nieuws

 

 

 

 

 

Please do find further articles and links at:

 

Articles in English

Artikels in het Nederlands

Articles en Français

Lectuur

Vlaams/Belgisch Studiemateriaal

Adressen

+



Wij zijn een trots lid van de wereldwijde genootschap van Broeders in Christus 

We are a proud member of the worldwide community of Brothers and Sisters in Christ

Christadelphia



Op verzoek brengen wij hier een anders verloren artikel van de Vrije Christenen. (Voor de voetnota's gelieve handmatig naar de bodem van de pagina te gaan) (De inhoud er van hoeft niet volledig in overeenstemming te zijn met het Christadelphian denken)

Wie zijn de "andere schapen" uit Johannes 10:16?

In Johannes hoofdstuk 10:1-18 vinden wij een gelijkenis van Jezus over schaapskooien en twee groepen van schapen.Jezus vergelijkt zijn volgelingen met “schapen”. In de bijbel wordt in het algemeen over Gods volk als over “schapen” gesproken.[1] Schapen hebben de reputatie gemakkelijke en volgzame dieren te zijn, een eigenschap die Jezus ook verwacht van zijn discipelen.

De gelijkenis van schaapskooien en de twee groepen schapen wordt reeds eeuwen begrepen als zijnde de joodse christenen en de christenen van heidense afkomst die door Jezus samen onder één verbond worden gebracht.[2] Jezus heeft geen andere gelijkenis gegeven waarin hij de toetreding van de heidenen tot zijn Gemeente heeft gegeven dan die welke we terugvinden in Johannes 10.[3] Een groepering die als Jehovah's Getuigen bekendstaat, geeft aan deze gelijkenis een geheel andere interpretatie. De ene groep schapen zou bestaan uit “144.000 geestelijke Israëlieten” en de andere groep uit “christenen” die niet verwachten ooitmet Jezus in zijn hemelse koninkrijk verenigd te zijn en bijgevolg niet deelnemen aan het Avondmaal des Heren. Eigenlijk is het zo dat sinds 1935 de deur voor deze “andere schapen” gesloten is.[4] Het volgens hen letterlijk genomen getal 144.000 uit Openbaring 7 zou sinds dat jaar voltallig zijn. Hoe het Wachttorengenootschap dit te weten is gekomen, is mij een raadsel en menig Jehovah's Getuige zal u [een logisch] antwoord schuldig blijven.

Het erg spijtige aan deze verkeerde leerstelling is dat, door de uitleg die het “Besturend Lichaam”[5] van Jehovah's Getuigen aan dit bijbelgedeelte geeft, de hemel voor haar 6 miljoen leden gesloten wordt. Slechts een handvol Getuigen belijden de “hemelse” hoop te bezitten.[6]

Een degelijke beschouwing van Jezus’ illustratie zal ons duidelijkheid brengen in verband met de betekenis ervan. Hieronder vindt u hetbijbelgedeelte zoals weergegeven in de Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift:[7]

1 „Voorwaar, voorwaar, ik zeg U: Wie niet door de deur de schaapskooi binnengaat, maar op een andere plaats omhoogklimt, die is een dief en een plunderaar.

2 Maar wie door de deur binnengaat, is [de] herder van de schapen. 3 Hem doet de deurwachter open, en de schapen luisteren naar zijn stem, en hij roept zijn eigen schapen bij de naam en leidt ze naar buiten. 4 Wanneer hij alle die van hem zijn, naar buiten heeft gebracht, gaat hij voor ze uit, en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen. 5 Een vreemde zullen ze geenszins volgen, maar ze zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” 6 Deze vergelijking sprak Jezus tot hen; zij wisten echter niet wat de dingen te betekenen hadden die hij tot hen sprak.

7 Daarom zei Jezus wederom: „Voorwaar, voorwaar, ik zeg U: Ik ben de deur van de schapen.

8 Allen die in plaats van mij zijn gekomen, zijn dieven en plunderaars; maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. 9 Ik ben de deur; al wie door mij binnengaat, zal gered worden, en hij zal in- en uitgaan en weide vinden. 10 De dief komt alleen om te stelen en te slachten en te vernietigen. Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben en het in overvloed zouden hebben. 11 Ik ben de voortreffelijke herder; de voortreffelijke herder doet afstand van zijn ziel ten behoeve van de schapen. 12 De loonarbeider, die geen herder is en aan wie de schapen niet als zijn eigendom toebehoren, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht — en de wolf rukt ze weg en verstrooit ze — 13 omdat hij een loonarbeider is en zich niet om de schapen bekommert. 14 Ik ben de voortreffelijke herder, en ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, 15 evenals de Vader mij kent en ik de Vader ken; en ik doe afstand van mijn ziel ten behoeve van de schapen.

16 En ik heb nog andere schapen, die niet van deze kooi zijn; ook die moet ik brengen, en zij zullen naar mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde, één herder worden.

17 Daarom heeft de Vader mij lief, omdat ik afstand doe van mijn ziel, opdat ik ze wederom moge ontvangen. 18 Niemand heeft ze mij afgenomen, maar ik doe er uit eigen beweging afstand van. Ik heb macht er afstand van te doen, en ik heb macht ze wederom te ontvangen. Het gebod hiervoor heb ik van mijn Vader ontvangen.”

Van hoeveel schaapskooien is hier sprake?

Jezus spreekt eerst over schapen die hij ergens uit moet leiden nadat de deurwachter hem heeft opengedaan (vs. 1-4). Toen Jezus door Johannes de Doper [de deurwachter] werd gedoopt, werd hij met heilige geest gezalfd en werd aldus de Gezalfde of Messias. Toen begon hij discipelen “naar buiten te leiden”.Buiten uit wat? Uit een schaapskooi. We kunnen terecht vragen wat deze schaapskooi is en naar waar Jezus de schapen, die zich in deze kooi bevonden, heen leidde nadat ‘de deurwachter’ hem had ingeleid?

Daar Jezus zijn bediening uitsluitend richtte tot mede-joden, kunnen we de conclusie trekken dat deze kooi symbool staat voor het Mozaïsche Wetsverbond.[8] Verder wordt er niet rechtstreeks van een andere schaapskooi gesproken, maar het feit dat Jezus verder zegt dat hij “de deur” is, betekent dat hij ze naar een nieuwe schaapskooi brengt.Wat anders dan het Nieuwe Verbond kan deze schaapskooi afbeelden? Jezus brengt alle christenen die geloof in zijn loskoopoffer stellen in het Nieuwe Verbond. Er is dus sprake van twee schaapskooien: de oude en de nieuwe. Jehovah's Getuigen onderwijzen dat er in wezen drie schaapskooien zijn en dat de “andere schapen” zich in de derde bevinden. Dit blijkt reeds uit de titel van een artikel, verschenen in De Wachttoren: “De recente schaapskooi voor de “andere schapen””.[9]

Indien de eerste schaapskooi het Mozaïsche Wetsverbond was en de tweede het Nieuwe Verbond is, wat is dan de naam van de derde schaapskooi? We weten dat Jehovah de profeet Mozes gebruikte om het Wetsverbond tussen Hem en Israël te sluiten en we weten dat Jezus met het “geestelijke Israël” een Nieuw Verbond sloot. Maar aangezien Jezus geen Middelaar is voor de “andere schapen”[10], wie sloot dan een verbond met hen? Jezus heeft zijn ‘ene kudde’ niet in twee kooien gebracht en we kunnen dit begrijpen als we de achtergrond van Jezus’ gelijkenis begrijpen.

Herders in het Midden-Oosten hadden één kudde die bestond uit schapen en geiten. Het was bij speciale gelegenheden dat zij hun kudde splitsten, zoals bij het scheren van de schapen.[11]

Herders waren in hun aandacht voor hun kudde onverdeeld. Het zou ondenkbaar zijn dat een herder twee kudden zou hebben die hij in aparte kooien zou bijeenbrengen. Trouwens, hoe zou hij deze kunnen weiden? Schapen worden in het Westen gedreven, maar in het Midden-Oosten geleid. De herder trekt voor hen uit en zij volgen hem bij het horen van zijn stem. Wanneer hij “zijn” schapen roept, komen ze allen op hem af. Hoe zou hij er dan twee kudden op na kunnen houden? Jezus heeft het natuurlijk over één kudde in een en dezelfde kooi. Jehovah's Getuigen echter geloven in twee aparte kooien, maar één kudde.

Maar laten we verder gaan in het onderzoeken van hoe Jezus een goed gekende situatie van eenschaapskooi voor zijn toehoorders gebruikt en hoe ze uitsluit dat er sprake is van “twee nieuwe kooien”.Wat was het doel van een schaapskooi? Jezus wist duidelijk dat ze diende als bescherming voor de kudde om de nacht of de winter in door te brengen. In de kooi zouden de dieren bescherming vinden tegen roofzuchtige wolven en andere roofdieren. Het enige gevaar dat hen nog zou kunnen overkomen is deze van dieven die de herder zouden overvallen en de kudde zouden plunderen.[12] De herder sliep in de deur en fungeerde als deur zodat geen enkel dier naar buiten zou kunnen gaan en niemand naar binnen. Nu moet men mij eens uitleggen hoe een herder zich over twee kooien zou kunnen ontfermen? Alleszins was dit in Jezus’ dagen niet gebruikelijk. Indien hij de “andere schapen” in een andere kooi zou brengen dan zou hij één kudde alleen moeten laten om voor de andere te zorgen. Jezus is de deur (enkelvoud) van één kooi en niet van twee! Het is duidelijk dat de leerstelling van Jehovah's Getuigen met betrekking tot de schaapskooien niet strookt met de realiteit die Jezus gebruikte in zijn gelijkenis.

Jezus maakt de twee kudden één

Jezus zegt in vers 16 dat hij één kudde onder zijn hoede zal brengen. Zoals ik reeds geschreven heb, komen de eerste schapen uit de joodse stal en de “andere schapen” uit de heidenen. Jezus zou beiden in één kudde samenbrengen. Volgens Jehovah's Getuigen zijn deze “andere schapen” niet van de kooi of regeling van het Nieuwe Verbond. Hoe is vers 16 dan te begrijpen? De sleutel ligt in de woorden: “.. ook die moet ik brengen”. Dit zijn dezelfde gedachten als in de verzen 3 en 4. Jezus brengt nu “andere schapen” via Hem, de “deur” van het Nieuwe Verbond, naar binnen, maar deze “andere schapen” zijn niet van de joodse kooi [Mozaïsche Wetsverbond] en ook deze moet hij brengen en ze zullen “één kudde onder éénherder” worden. In Efeziërs 2:11-16 staat: “Blijft er daarom aan denken dat GIJ vroeger met betrekking tot het vlees mensen uit de natiën geweest zijt; GIJ werdt „onbesneden” genoemd door dat wat „besnijdenis” wordt genoemd, welke met de hand in het vlees wordt aangebracht — dat GIJ in die tijd zonder Christus waart, vervreemd van de staat Israël en vreemden met betrekking tot de verbonden der belofte, en GIJ hadt geen hoop en waart zonder God in de wereld. Maar nu zijt GIJ die eens veraf waart, in eendracht met Christus Jezus dichtbij gekomen, door het bloed van de Christus.Want hij is onze vrede, hij die de twee groepen één heeft gemaakt en de tussenmuur, die hen scheidde, heeft vernietigd.Door middel van zijn vlees heeft hij de vijandschap, de uit verordeningen bestaande Wet der geboden, tenietgedaan, opdat hij de twee volken in eendracht met zichzelf tot één nieuwe mens zou kunnen scheppen en vrede zou kunnen maken, en opdat hij door middel van de martelpaal beide volken in één lichaam volledig met God zou kunnen verzoenen, omdat hij door bemiddeling van zichzelf de vijandschap had gedood.”

Paulus heeft het over twee groepen die één worden gemaakt door de afschaffing van het Wetsverbond van Israël.Dit is een heel bevredigende verklaring voor Jezus’ gelijkenis van de kooien en de verschillende schapen. Ja, Jezus heeft geen andere, duidelijker gelijkenis gegeven die moest illustreren dat niet alleen de natuurlijke joden, maar ook de heidenen deel zouden uitmaken van zijn Gemeente.

Slechts een handjevol Jehovah's Getuigen beweert een hemelse hoop of roepingte hebben en zij worden het “overblijfsel” van de “kleine kudde” ofde 144.000 genoemd. Volgens Jehovah's Getuigen zijn er slechts zó weinig “ware” christenen[13] in de loop der eeuwen geweest, dat toen hun stichter Charles Taze Russell nog leefde[14] een groot aantal van zijn leden of volgelingenbeleden tot deze 144.000 te behoren.[15]Het bestuur van Jehovah's Getuigen ligt theoretisch bij een handvol vertegenwoordigers van de al weinig “gezalfden” of leden van de 144.000 die nog op aarde zijn.Praktisch zijn het vooral de “andere schapen” die het werk doen en steeds meer mannen uit deze groep op het hoofdbureau van Jehovah's Getuigen in Brooklyn, New York (VS.) hebben posities van leiding.

Wanneer één van Jehovah's Getuigen bij u aan de deur komt, zal hij meestal één van de “andere schapen” zijn. Wanneer u beweert dat u samen met Jezus, na Zijn Wederkomst in de hemel zult verblijven, zal de getuige u vertellen dat het Gods bedoeling was dat de mens eeuwig op aarde zou leven en dat slechts een heel beperkt aantal, letterlijk 144.000, naar de hemel zullen gaan. Wat het eerste betreft hebben ze gelijk, want had Adam niet gezondigd dan was hij nog steeds hier op aarde.[16] Maar het eerste sluit niet uit dat het in Gods plan lag opgesloten dat allen die Jezus als hun Redder aanvaarden met Hem in de hemel zouden zijn om tijdens het Millennium over de aarde te regeren.[17]Hier komt de tekst in Johannes 10:16 in beeld: “En ik heb nog andere schapen, die niet van deze kooi zijn; ook die moet ik brengen, en zij zullen naar mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde, één herder worden.”Jehovah's Getuigen beweren dat deze “andere ‘christelijke’ schapen” ook een “andere hoop” hebben. Hun hoop wordt de “aardse” hoop genoemd in tegenstelling tot de “hemelse” hoop.[18]

Laten we nu eens Efeziërs 4:4-6lezen:“Eén lichaam is er en één geest, zoals GIJ ook werd geroepen in de ene hoop waartoe GIJwerd geroepen;één Heer, één geloof, één doop; één God en Vader van allen, die boven allen en door allen en in allen is.” Paulus schrijft aan de christenen in Efeze dat zij allen tot de “ene hoop” waren geroepen. Jehovah's Getuigen zullen hierop reageren door te zeggen dat dit juist is daar er toen voor alle christenen maar “één hoop” was en dat is de hemelse. Pas in 1935 werd het aan hun ‘Besturend Lichaam’ in Brooklyn geopenbaard dat er ook een andere hoop is. Toch is de redenatie van de getuigen niet correct en dit omdat er sprake is van “het unieke”. Paulus stelt “het unieke” van het christelijke geloof op de voorgrond. Er is één God, één Heer, één geest, één doop en één lichaam.Jehovah's Getuigen geloven dat het “overblijfsel” van de 144.000 en de “andere schapen” door Jezus in “één kudde” zijn samengebracht. Maar is “één kudde” niet hetzelfde als één lichaam? Ja toch? En Jezus heeft het toch maar over “één lichaam” of Gemeente en geen twee? En … dit ene lichaam deelt volgens Paulus de “ene hoop” en dit is de hemelse!

Conclusie

Wat Jezus duidelijk wilde maken kunnen we samenvatten met de kern van zijn gelijkenis:

2 Maar wie door de deur binnengaat, is [de] herder van de schapen. 3 Hem doet de deurwachter open, en de schapenluisteren naar zijn stem, en hij roept zijn eigen schapen bij de naam en leidt ze naar buiten. 4 Wanneer hij alle die van hem zijn, naar buiten heeft gebracht, gaat hij voor ze uit, en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen.

16 En ik heb nog andere schapen, die niet van deze kooi zijn; ook die moet ik brengen, en zij zullen naar mijn stem luisteren, en zij zullen één kudde, één herder worden.

Jezus heeft joodse en niet-joodse christenen samengebracht in één kudde en allen delen in de ene hoop, de hemelse.


[1] 2Sa 24:17; Ps 44:11, 22; 95:7; 119:176; Jo 21:16, 17; Ro 8:36

[2] Voetnoot bij vers 16 in de Life Application Bible: “De “andere schapen” verwijst naar niet-Joden. Jezus kwam om zowel heidenen als Joden te redden. Dit is een blik op Zijn wereldwijde opdracht: te sterven voor de zonden van de hele wereld.” Uit Het Leven – Het Boek – uitgegeven door Jongbloed.

Sommige vertalingen kunnen de indruk wekken dat er sprake is van een derde schaapskooi. Toch ondersteunen ze allen dat het hier over heidenen gaat als er over “andere schapen” wordt gesproken.

[3] De bijbel maakt duidelijk dat de joden als eersten deel konden uitmaken van Jezus’ Gemeente. Dit begon met Pinksteren 33 n.Chr. toen de apostelen en andere aanwezigen in een bovenzaal in Jeruzalem met heilige geest werden gezalfd. Hoe stond het met de niet-joden? We weten dat het voor de joden heel moeilijk was om omgang te hebben met niet-joden. Joden keken neer op niet-joden omdat deze afgodendienaars waren. Zou het niet passend zijn dat Jezus via een gelijkenis zijn joodse toehoorders ervan inlichtte dat heidenen onder zijn leiding ooit deel zouden uitmaken van Zijn Gemeente en één “kudde” zouden vormen met deze joodse discipelen? Beslist! Jezus heeft geen andere gelijkenis gegeven waarin het samenbrengen van deze twee “volkeren” wordt besproken dan deze opgetekend in Johannes hoofdstuk 10 . Als het van Jehovah's Getuigen afhangt [door hun uitleg van deze gelijkenis] heeft Jezus over dit heel belangrijke gebeuren helemaal geen gelijkenis gegeven.

Opmerkelijk is paragraaf 8 van De Wachttoren van 15/05/1984 die we hier weergeven. 8 “In de uitgave van 15 maart 1905 van Zion’sWatchTower werd een artikel gepubliceerd met als titel: „De ware herder, de ware schapen, de ware kooi”. Hierin werd een onderscheid gemaakt tussen de schapen van „deze kooi” en degenen die de andere schapen werden genoemd. Er werd in beklemtoond dat „deze kooi” te maken heeft met de gemeente van christenen die werd bijeengebracht gedurende „dit Evangelietijdperk”, zoals deze periode destijds werd genoemd. Na de onderkopjes getiteld: „Andere schapen van een andere kudde” en „Medeërfgenamen van dezelfde belofte” (blz. 89, 90) werd er gezegd: „De kudde die de Heer ten tijde van het uitspreken van deze gelijkenis tot zich vergaderde, was niet het natuurlijke Israël, maar het geestelijke Israël. . . . Daarom is de zienswijze die sommigen huldigen, dat wij, die tot de heidenen of de hier vermelde ’andere schapen’ behoren, thans in de ene kudde worden gebracht, onjuist. . . . De in deze gelijkenis genoemde ’andere schapen’ zijn klaarblijkelijk degenen die schapen van de Heer worden nadat de huidige ’kleine kudde’ voltallig is geworden.” // Merk op dat er wordt gesproken van een onderkopje: “Andere schapen van een andere kudde”. Toch had Jezus het over één kudde en geen twee! Dit is subtiel! Bijbelonderzoekers, [later J.G.] zijn er sinds 1905 aan gewend geraakt te denken in termen van twee kudden in plaats van één. Zij geloofden dat er twee soorten van christenen met een hemelse hoop waren; een superieure klasse die ijverig was in de bediening van het woord en anderen die de gemakkelijke weg volgden en in gebreke bleven ijver voor de zaak van de Heer aan de dag te leggen. Zij geloofden dat deze christenen deel uitmaakten van de “grote schare” uit Openbaring 7 – Verkondigers-boek hfdst. 12 -blz. 160 par 3 – 161 par. 1.

[4]De Wachttoren 15/05/1984 blz. 18-20 - par. 11-13: Het artikel “De recente schaapskooi voor de "andere schapen"”zegt in paragraaf 11-13 het volgende: 11 “Het valt ons op dat het overblijfsel van de geestelijke Israëlieten die in „deze kooi” thuishoren, tot aan de lente van het jaar 1935 voornamelijk bezig was met het in die kooi bijeenbrengen van de laatsten die nodig waren om het ledental van 144.000 geestelijke Israëlieten vol te maken. Zij zouden de laatsten zijn die in het nieuwe verbond opgenomen zouden worden, met als Middelaar de Voortreffelijke Herder, die als het Lam Gods was gestorven om „het bloed van een eeuwig verbond” te verschaffen (Hebreeën 13:20; Psalm 50:5). Wat gebeurde er dan in 1935? 12 In de hoofdstad van de Verenigde Staten van Amerika, Washington (D.C.), werd een algemeen congres van Jehovah’s Getuigen belegd, waarvoor godvrezende Bijbelonderzoekers die als de niet-Israëlitische Jonadab waren, speciaal werden uitgenodigd. Op de tweede dag van het congres, 31 mei, vervulde de toenmalige president van de Watch Tower Bible and Tract Society de congresgangers met geestdrift door zijn toespraak over Openbaring 7:9-17 en de daar genoemde „grote schare”. Hij legde uit dat deze voorzegde „grote schare” zou bestaan uit de „andere schapen”, degenen die werden afgeschaduwd door Jonadab, de niet-Israëlitische man die Jehu, de koning van Israël, vergezelde toen hij zich vol ijver voor Jehovah betoonde en zich tegen de aanbidders van de valse god Baäl keerde (2 Koningen 10:15-28; Jeremia 35:6-19). Aldus gaf Jehu er blijk van dat hij „geen mededinging ten opzichte van Jehovah” duldde, of, volgens de NieuweVertalingvanhetNederlandsBijbelgenootschap, „ijver voor den HERE” bezat. — 2 Koningen 10:16. 13 Honderden personen die als Jonadab wilden zijn en tot de „andere schapen” van de Voortreffelijke Herder wilden behoren, gaven gehoor aan de gepubliceerde uitnodiging en woonden het congres in Washington bij. Om hedendaagse tegenbeeldige Jonadabs te worden, was het volgens de Schrift noodzakelijk dat zij zich door bemiddeling van Jehovah’s Voortreffelijke Herder volledig aan God opdroegen en deze opdracht symboliseerden door volledige onderdompeling in water, evenals de schapen die deel uitmaakten van „deze kooi” dit hadden gedaan. Zo gebeurde het op zaterdag 1 juni 1935 dat 840 congresgangers in water werden gedoopt, een gebeurtenis die veel weg had van de massale doop die op de dag van het pinksterfeest in het jaar 33 G.T. in Jeruzalem plaatsvond. Op wat een indrukwekkende wijze gaf de Voortreffelijke Herder hier te kennen dat hij nu gereedstond om de andere schapen — die naar zijn stem zouden luisteren en hem als hun lievelingsherder zouden volgen — onder zijn herderlijke zorg te brengen! Dit luidde een nieuw tijdperk in! Wat een vreugde moet dit voor hem hebben betekend! Na het congres van 1935 in Washington werd de themalezing waarin Openbaring 7:9-17 werd uitgelegd, in de kolommen van het tijdschrift DeWachttoren gepubliceerd. Dit gebeurde in de uitgaven van november en december 1935, onder de titel „De groote schaar” (Deel 1 en 2; Engelse uitgaven van 1 en 15 augustus).” // Alle Getuigen die na 1935 tot de Organisatie zijn toegetreden of nog toetreden, behoren tot de ‘grote schare’ ‘andere schapen’, met uitzondering van enkele leden van de ‘andere schapen’ die een ‘hemelse roeping’ ontvangen om ‘afvallige’ gezalfden te vervangen.

[5] Besturend Lichaam: naam gegeven aan de leiding van Jehovah's Getuigen gebaseerd op Handelingen 15. “Gezalfde” Getuigen treden net als de ‘apostelen’ op om beslissingen te nemen die gelden voor alle gemeenten van J.G.

[6] Ongeveer 8000 personen nemen op de jaarlijkse viering van het Avondmaal van het brood en de wijn en belijden alzo tot de “gezalfden” te behoren. De overgrote meerderheid van Jehovah’s Getuigen is slechts toeschouwer bij dit gebeuren. Natuurlijk zijn in veruit de meeste van hun gemeenten geen “gezalfden” en gebeurt er helemaal niets op deze “viering”. De meerderheid is dus ‘toeschouwer’ zonder dat er iets gebeurt. Er wordt een toespraak over de betekenis van de gebeurtenis gehouden en het brood en de wijn worden aan elkaar doorgegeven zonder dat iemand [in de meeste gemeenten] ervan neemt. Interessant is dat oorspronkelijk Jehovah's Getuigen [Bijbelonderzoekers] geloofden dat er slechts één “roeping” voor alle christenen gold. – Verkondigers-boek hfdst. 12; blz. 160 - par. 2.

[7]De Nieuwe Wereldvertaling van de Heilige Schrift is uitgegeven door het Wachttorengenooschap, uitgeversgenootschap van Jehovah’s Getuigen.

[8] Vergelijk met Matth. 15:24; 10:6.

[9]De Wachttoren van 15/02/1984 blz. 16-21

[10] In De Wachttoren van 15/02/1980 blz. 28-9 staat een artikel met als titel: “Voordeel trekken van "één middelaar tussen God en de mensen" – EEN „GROTE SCHARE” AARDSE BEGUNSTIGDEN”. Daarin wordt uiteengezet dat Jezus geen Middelaar voor de “andere schapen” is (Zie ons artikel: “Jezus geen Middelaar voor miljoenen Jehovah’s Getuigen”).

[11] Jezus gebruikt dit als een gelijkenis in Matthéüs 25:31-46 om zijn scheidingswerk bij zijn Wederkomst te illustreren.

[12] Vergelijk Jezus woorden in Johannes 10:8-13

[13] Aanvankelijk geloofden Jehovah's Getuigen [Bijbelonderzoekers] dat allen die geloof stelden in de losprijs van Jezus tot “het huisgezin des geloofs” behoorden. – Verkondigers-boek hfdst. 12 - blz. 160 - par. 2. Maar thans zijn enkel degenen die als Jehovah's Getuigen gedoopt zijn “ware” christenen. (Jehovah's Getuigen gaan ervan uit dat, sinds God hen als volk in 1918-19 uitkoos, enkel degenen die met hen verbonden zijn, “ware” christenen zijn. Zij geloven wel dat enkelingen binnen de kerken in de voorafgaande eeuwen “ware” christenen zijn geweest.)

[14] Laatste helft van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw

[15] Zie artikel: Wie zijn de "kleine kudde" en de "getrouwe beheerder"? Ramsay MacMullen, docent vroege kerkgeschiedenis aan de universiteit van Yale, schat dat er in elke generatie ongeveer 500.000 mensen christen zijn geworden … totdat keizer Constantijn zich in het jaar 312 na Christus bekeerde. Op dat moment bestond ongeveer vijf tot acht procent van de totale bevolking van het Romeinse Rijk uit Christenen – Huizen die de wereld veranderen door Wolfgang Simon – blz 69 par. 1. Dit lijkt aannemelijk alleen al als men de groei van het christendom in het boek Handelingen beschouwt.

[16] Genesis 2:16, 17

[17] Openbaring 5:9, 10