Belgische Christadelphians

Jezus Christus is in het vlees gekomen

 

Belgische Christadelphians


De Christadelphians verschillen met bepaalde andere kerken in het Christendom op het vlak van het geloof rond de figuur Jezus.
Zij geloven namelijk dat Jezus werkelijk een mens was die geboren is, heeft moeten eten, drinken leren, welke gevoelens had  en werkelijk geleden heeft en gestorven is.
Een opvallen verschil is dat de Christadelphians zoals de andere niet-Trinitarische en Unitarische kerken in het Christendom niet aannemen dat Jezus God is, maar zich wel houden aan wat er degelijk in de Bijbel staat, namelijk dat Jezus de zoon van God is en de beloofde Messias.

Jezus rol in de kerk en de structuur in die gemeenschap vormen enkele verschillen tussen Christadelphians en andere kerken in het Christendom.
Vindt nog enkele andere verschillen in de artikelen:
Belangrijke verschillen
en vergelijk met uw Bijbelvertaling in de hand de verdere
Verschillen

 

 

Rond Jezus 

 

Lam van God 

 

Zoenoffer 


 

Voorbestaan Jezus

De Gezondene

Zoon van God

De Onschuldige 

Eigenheden aan Jezus toegeschreven 

Het Beschreven Lam 

Het Zoenoffer 

Hij die Komt 

Hij die zit aan de rechterhand van Zijn Vader 

Jezus moest sterven 

Onschuldig Lam 

Priesterschap van Christus 



 ***

 


Blog & Forum

Nieuws rond religieuze onderwerpen

Christadelphian Nieuws

Dagtekst en Bedenking

Dagelijkse Bezinning

Reflectie voor de dag

Gebed van de dag

Gebeden

Gebedsverzoek

*

Christadelphia News

Daily Bible Reading

Prayer for the day

Thoughts

Reflections

Reflection of the day & meditation

Prayer Request

Index

Links

Webstore

Library


***

 

Jezus Christus is in het vlees gekomen

 

‘Heb je dat artikel gelezen?’. ‘Welk artikel?’, antwoordde ik. ‘Het artikel over het Judas-evangelie’. ‘Ja, dat heb ik gelezen’, antwoordde ik weer.

Op deze manier begon op zaterdag 26 maart een gesprek tussen iemand en mij over een zeer oud in het Koptisch geschreven manuscript dat onlangs  was opgedoken.

 

Het Judas-evangelie

 

Het  manuscript was in de tachtiger jaren door criminele handelaren vanuit Egypte Zwitserland binnengesmokkeld, verdween weer en kwam tenslotte, zwaar beschadigd, in het bezit van de Maecenas Stichting in Genève. De vertaling hoopt men volgend jaar gereed te hebben. Het is het zogenoemde ‘Judas-evangelie’, een gnostisch geschrift dat oorspronkelijk in het Grieks in de eerste of tweede eeuw is geschreven.Volgens Dr. Quispel zou dit oude document best wel eens dezelfde herkomst kunnen hebben als de 52 manuscripten uit de Nag Hammadi collectie die in de vijftiger jaren in Egypte is gevonden. Een van die 52 handschriften was het evangelie naar Thomas. Dr. Quispel heeft in de jaren vijftig het ‘evangelie naar Thomas’ met geld van sponsoren van een Belgische handelaar gekocht en vervolgens zelf vertaald.

 

Toen er nog in de grote zaal van Zuylenstede in Utrecht door ons Bijbelstudies werden gegeven, was een van onze bezoekers een meneer die belangstelling toonde voor de Nag Hammadi handschriften en hoopte van ons hierover meer te horen. Op de Bijbel was hij uitgekeken, zo vertelde hij mij. Hij bleef nog een paar avonden komen, maar was vermoedelijk teleurgesteld dat wij in de formele lezingen niet ingingen op de vondst in Egypte.

 

Op eerste paasdag waren wij op bezoek bij mijn moeder en ook zij liet mij een krantenartikel zien over het gevonden Judas-evangelie. Het besloeg de gehele voorpagina van Het Parool en op de binnenzijde waren nog vier volle pagina’s hieraan gewijd. Mijn moeder, die het artikel vanwege haar slechte gezichtsvermogen zelf niet kan lezen, gaf het me mee om thuis te lezen. Daags daarna verscheen in het Utrechts Nieuwsblad opnieuw een heel stuk hierover.

 

Waarom zoveel aandacht hieraan besteden?

 

Waarom spreek ik hierover? Niet omdat ík het zogenoemde evangelie naar Judas op zich zo belangrijk vind, maar omdat ánderen hieraan waarde hechten. Het document wordt

“explosief” genoemd. De reden hiervan is duidelijk: het is een gnostisch geschrift dat lijnrecht ingaat tegen de in het Nieuwe Testament overgeleverde tekst. In dit geschrift wordt Judas als een held in plaats van een verrader afgeschilderd. Gnostici zijn tegendraads en nemen het op voor de verworpenen. Dat kan nuttig zijn zolang een onderzoek maar fair en objectief geschied. Anders riekt het naar ordinaire opstandigheid.

 

Er is echter nog een belangrijker reden waarom wij hieraan zelf ook aandacht moeten besteden. Die reden is te vinden in het Nieuwe Testament zelf!

Niemand minder dan de apostel Johannes verwijst in zijn brieven naar een stroming van die gnostische leraars, die het geloof van zijn lezers zwaar op de proef stelden! Ongetwijfeld zullen ook nu weer wankelmoedigen door deze nieuwe wind van leer aan het struikelen worden gebracht.

 

 

Wat is het gnosticisme?

 

Wat is het gnosticisme? Het gnosticisme gaat uit van de persoonlijke religieuze beleving en hecht niet veel waarde aan wat zij noemen ‘verstandelijke’ kennis. Met dat verstandelijk leren zou dan de studie van de Bijbel zijn bedoeld. In het Grieks betekent ‘gnosis’ kennen.

Gnostici menen dat een mens ten diepste één is met het goddelijke; deze eenheid kan worden beleefd door rechtstreekse ‘kennis’, door direct contact met het goddelijke. Op z’n gunstigst is lezen van de Bijbel voor gewone mensen, die nog niet zover zijn in het ervaren van de werkelijke ‘gnosis’. De vergelijking gaat mank maar het doet mij een beetje denken aan sommige evangelische christenen die ook pretenderen een direct lijntje met Gods Geest te hebben, zodat zij het zelf onderzoeken van de Bijbel niet nodig hebben.

 

De kerkvader Irenaeus, die in 178 bisschop van Lyon werd, waarschuwde al voor het godslasterlijke werk in zijn geschrift Adversus Haereses (Tegen de Ketterijen), waarin hij de  valse leer van het gnosticisme weerlegt en ontmaskert. Aanhangers van het evangelie van Judas waren volgens Irenaeus de Kainieten, een vroeg-christelijke sekte. Hij schreef: ‘(Sommigen) beweren dat Kaïn zijn bestaan te danken heeft aan de Hoogste Macht, terwijl Esau, Korak, de Sodomieten en alle andere mensen afstammen van elkaar. (…) Zij geloven dat Judas de verrader volledig op de hoogte was van deze dingen en dat hij alleen, de waarheid kennend als geen ander die kende, het geheim van het verraad volbracht, waardoor alle dingen, zowel op de aarde als in de hemel, in verwarring werden gebracht. Zij bedachten een eigen geschiedschrijving, die ze het evangelie van Judas noemden” (deel I, paragraaf 31:1).

 

In een van de krantenartikelen stuiten we op theologische vooringenomenheden. In de eerste plaats zouden de evangeliën Matteüs, Marcus en Lucas in 150 na Christus zijn geschreven. Deze veronderstelling ontstaan in de negentiende eeuw gaat uit van de gedachte dat niet de apostelen maar de latere discipelen de persoon van Jezus in hun geschriften hebben verheerlijkt. Over de werkelijke Jezus zouden we niet zoveel weten. In die veronderstelling is totaal geen ruimte voor wat de evangeliën zelf zeggen, namelijk dat de echte apostelen geleid werden door Gods Geest. In die veronderstelling is geen ruimte voor de mogelijkheid dat Gods openbaring concreet is vastgelegd in een canon, de Bijbel. Gelovigen die daarin wel geloven lopen de kans door sommigen versleten te worden voor fundamentalisten. Het is echter zaak onderscheid te maken tussen fundamenteel bijbels denken en fundamentalistisch denken!


Volgens aanhangers van de gnostische gedachte zou het Judas-evangelie uit precies dezelfde tijd komen of iets later. Dr. Quispel zegt dat voor wetenschappers alle evangeliën gelijk zijn.


Quispel zegt:

“De grote vraag is natuurlijk of het verhaal over Judas in de Bijbel juist is. Het is zuiver hypothetisch, maar ik geloof van wel. Jezus trok met Palmpasen de stad Jeruzalem in, terwijl de mensen ‘hosanna’ riepen – wat ‘redt ons van de Romeinen’ betekent. Maar in plaats van naar het paleis van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus te trekken, zoals Judas verwachtte, ging Jezus naar de tempel om die van geldwisselaars te reinigen.

Judas ontdekte dat Jezus een religieuze reformator was en er niet op uit was om het bewind van de Romeinen te vervangen door een theocratie.”.

 

Jezus was er inderdaad niet op uit het bewind van de Romeinen te vervangen door een theocratie. Althans op dat moment niet. Hij moest eerst sterven om ons te kunnen verzoenen met God. Volgens de Bijbel komt Jezus terug (zijn in het Nieuwe Testament beschreven Wederkomst) om de regeringen van mensen te vervangen door Gods Rijk op aarde.

 

Selectie canon

 

Het krantenartikel zegt dat de katholieke kerk op politieke gronden de huidige selectie van de canon (de boeken die als geïnspireerd en gezaghebbend moeten worden beschouwd) had gemaakt. Ik laat de vraag nu maar even in het midden of de kerk toentertijd al de katholieke kerk was. Een veel belangrijker criterium voor de kerk was of de evangeliën in overeenstemming waren met het Oude Testament. Dat de joodse canon van het Oude Testament ver vóór de komst van Christus tot stand was gekomen, is boven alle twijfel verheven. Het Judas-evangelie wordt ‘uniek en onbetaalbaar’ genoemd. Maar als er één collectie documenten uniek en onbetaalbaar moet worden genoemd, dan betreft het wel de in het Hebreeuws geschreven Dode Zeerollen. Op één boek na zijn alle oudtestamentische boeken geheel of gedeeltelijk vertegenwoordigd. Een geweldig getuigenis van de betrouwbaarheid van de overgeleverde Hebreeuwse tekst is bijv. de Jesajarol. De rol is uit de tweede eeuw vóór Christus (beslist niet later dan 100 vóór Christus) en komt wezenlijk overeen met de tot dan toe bekende latere Hebreeuwse Massoretische handschriften en de talrijke verwijzingen uit Jesaja in het Nieuwe Testament!

 

Het Nieuwe Testament bouwt op het Oude Testament. Dat betekent dat er verificatie mogelijk is om te zien of beide overleveringen in overeenstemming met elkaar zijn.

Van de gnostische boeken kan dat absoluut niet worden gezegd. Dat kan wel worden gezegd van de Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes, evenals van de brieven van de apostel Paulus. Tegenwoordig nemen de meeste wetenschappelijke theologen aan dat de oorspronkelijke brieven van Paulus zeer vroeg moeten worden gedateerd (vanaf 56 AD). De evangelieboeken circa 70 AD. In een recente studie heb ik een reden gegeven waarom het originele Johannes-evangelie vóór 70 AD moet zijn geschreven, de datum van de verwoesting van Jeruzalem.

 

Gnostische visie aangaande Jezus

 

Wat ik tot nu toe heb verteld maakt het wat makkelijker om de achtergrond van Johannes’ eerste brief te begrijpen. Johannes waarschuwt voor het gevaar van wat hij noemt de “antichristen” en “leugenaars” (1 Joh. 2:18-27). Dat is ferme taal, maar volkomen begrijpelijk en acceptabel wanneer men bedenkt dat deze misleidende leraars onverbloemd het evangelie verwierpen en daarvoor in de plaats een andere boodschap vertolkten.

 

Wat leerden deze leraars? Zij leerden dat Jezus Christus niet bestond! Want, zeiden zij, er zijn twee (!) personen: de historische Jezus én de (God) Christus. In hun ogen was Christus een kosmische figuur die niets te maken had met een mens van vlees en bloed. Wel was het zo dat deze ‘Christus’ zich ten tijde van Jezus’ doop verenigde met deze mens Jezus. Op dat moment waren er dus twee personen in één. Toen Jezus werd gekruisigd verliet deze zogenoemde kosmische Christus de mens Jezus. Volgens een gnostische uitleg moet die betekenis worden gezocht achter Jezus’ woorden: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?”.

 

De bijbelse zienswijze

 

Wanneer wij echter Psalm 22 (Oude Testament!) opslaan, dan zien wij dat deze zelfde woorden onmogelijk betrekking kunnen hebben op twee verenigde persoonlijkheden. In deze profetische Psalm gaat het over één en dezelfde persoon, een mens! Uit de context van deze Psalm en andere Psalmen blijkt dat déze mens de beloofde Messias (Hebreeuws voor Christus) is!

 

Nadat Johannes zijn lezers vermaant niet iedere geest (menselijke leraar) te vertrouwen, zegt hij: “iedere geest (gelovige), die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest (pseudo-gelovige), die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld” (1 Johannes. 4:1-3).

 

De gnostici zeiden dat alleen Jezus in het vlees gekomen is. Johannes zei dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat maakt het verschil!! En deze Jezus Christus is in het vlees gekomen. Het Grieks is: en sarki=in het vlees. Het voorzetsel is en niet eis. Het woordje eis drukt een beweging van de ene plaats naar de andere plaats uit. Als Johannes het voorzetsel eis had gebruikt, dan had hij voeding kunnen geven aan de gnostische leraars. Want die leraars verkondigden dat de persoon Christus vanuit de hemel zich had verenigd met de mens Jezus. Johannes zegt heel duidelijk dat er geen hemels wezen was verbonden met Jezus. Het enige wezen dat uit een vrouw werd geboren, is de mens Jezus Christus! Jezus Messias is één persoon en het Griekse en drukt uit dat deze persoon als een mens ter wereld kwam.

 

De implicatie van Johannes’ getuigenis is dat de gestorven Jezus Christus dezelfde is als de opgewekte Jezus Christus!

Ook deze waarheid van het evangelie werd door de gnostici verworpen. Gnostici verwerpen de boodschap van verzoening door de Gekruisigde en Opgestane Jezus Christus.Vandaar dat Johannes in niet mis te verstane termen deze afschuwelijke valse leer aan de kaak stelt. Irenaeus had dus gelijk in zijn weerlegging en ontmaskering. Maar ….

 

De invloed van de gnosis op het latere christendom


Irenaeus, Origenes en Tertullianus hebben ieder hun steentje bijgedragen aan de latere formulering van de leer der Drieëenheid. Irenaeus geloofde niet dat Jezus gelijk was aan God. Die leer werd pas vastgelegd op de concilies van Nicea (325) en Chalcedon (451). Zij gingen uit van de preëxistentie (voormenselijk bestaan) van Christus, maar begrepen dat Christus een begin moest hebben gehad.

 

We kennen allemaal de gouden tekst: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe” (Johannes 3:16). De uitdrukking ‘eniggeboren zoon’ (monogenes huios) is interessant. Het woord monogenes is een samenvoeging van twee woorden. Genes komt van het werkwoord ginomai dat betekent: tot ontstaan komen, geboren worden, geschapen worden, geproduceerd worden. De zoon moet dus een begin hebben gehad. Dat klinkt niet aangenaam in de oren van trinitariërs. Immers, Gods zoon heeft in hun voorstelling geen begin gehad. Origenes die in zijn denkontwikkeling al richting ‘Tweeëenheid’ ging, worstelde met dit probleem en kwam op het idee van ‘eeuwigdurende geboorte’. Zoals iemand eens heeft geschreven: briljant maar onschriftuurlijk.

 

Uiteindelijk hebben de machthebbers van het kerkelijk instituut bedacht dat de voormenselijke, goddelijke Christus zich heeft verenigd met de foetus in de buik van Maria, waardoor de ‘Godmens’ tot stand kwam. Ingenieus maar onschriftuurlijk. De oplettende lezer zal een parallel ontdekken tussen het gnostische denken (de God Christus verenigde zich met de mens Jezus) en het trinitarische denken (de tweede persoon van de Godheid verenigde zich met de mens Jezus). Zo gezien, en wíj kunnen het niet anders zien, is de trinitarische formulering een variant van de gnostische formulering. Met dit verschil dat de trinitarische formulering geraffineerder, dus moeilijker te herkennen, is. Als onze zienswijze juist is, en wíj kunnen het niet anders zien, dan is de Drieëenheid een subtiele voortzetting van de leer die Johannes in zijn brieven reeds ontmaskerde!!

 

De meeste christenen beseffen het niet, maar ook zij zijn beïnvloed door het gnostische denken. Natuurlijk is het niet zo dat zij het gehele gnostische leerpakket hebben overgenomen, maar een essentieel deel ervan wel. Want zij gaan ervan uit dat Christus zijn positie in de hemel heeft verlaten en Godmens is geworden.

 

Op de keper beschouwd geloven velen dat Jezus Christus ‘Godmens’ was. Een zogenoemd mysterie dat absoluut niet te begrijpen is. Maar het klopt ook niet. Want wie stierf aan het kruishout? Jawel Jezus. Maar niet God die mens was geworden. Dus een mens die als embryo begon stierf en God bleef leven. Uiteraard, zullen zij zeggen, want God kan niet sterven. Dat is op zich juist, maar het punt dat Johannes maakt is nu juist dat de mens Jezus Christus in het vlees is gekomen en dat de mens Jezus Christus aan het kruishout is gekruisigd en dat de mens Jezus Christus is opgewekt. Jezus Christus is mens en niet Godmens (waar staat dat in de Bijbel?), hij is helemaal gestorven en helemaal opgewekt uit de doden – niet een beetje!!

 

Terug naar de echte apostolische boodschap

 

Volgens het getuigenis van Lucas is de geboorte van Gods zoon het gevolg van een verwekking. Niet een verwekking door een man, maar een verwekking door de heilige geest van God. Er is een causaal verband tussen deze verwekking en het ontstaan van de zoon van God. “De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden” (Lucas 1:35; verg. Matteüs 1:20). De implicatie is dat de zoon van God pas ontstond toen Gods kracht Maria overschaduwde, niet eerder! Er is in de Schrift geen plaats voor de incarnatieleer. Die leer kon alleen ontstaan toen kerkvaders meer gingen luisteren naar Griekse filosofie en beïnvloed werden door het gnosticisme.

 

Het bijbelse getuigenis is helder. De mystieke leer van de Godmens is onhelder en een mystificatie. Laten wij in ons denken volledig terugkeren naar wat Johannes bedoelde met:

 

Jezus Christus is in het vlees gekomen.

 

Martin Rozenstraten



Aanverwant:

Judas evangelie