Belgische Christadelphians

Dopen en herdopen

 

 Op verzoek brengen wij hier een anders verloren artikel van de Vrije Christenen. (Voor de voetnota's gelieve handmatig naar de bodem van de pagina te gaan) (De inhoud er van hoeft niet volledig in overeenstemming te zijn met het Christadelphian denken)

 

 

Dopen en herdopen

 

Na een grondige studie over het onderwerp ‘doop’ te hebben gemaakt, kwam Toby  tot de conclusie dat de bijbelse doop iets anders is dan de doop die hij als baby had ondergaan. Hij begon te twijfelen aan de geldigheid van zijn doop en vroeg zich af of hij opnieuw gedoopt diende te worden.

 Honderden miljoenen, zowel katholieken als protestanten, werden als baby bij een doopplechtigheid met water besprenkeld of begoten. Anderen zijn als jongere of volwassen persoon door onderdompeling gedoopt geweest. De vraag is: Welke doop is de christelijke, bijbelse doop? 

 

“Gaat en maakt discipelen van alle natiën hen dopende”         

Voordat Jezus naar zijn Vader terugging gaf Hij zijn discipelen de volgende opdracht: “Ga dan, maak alle volkeren tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat ik jullie geboden heb” – Matthéüs 28:19, 20 (Willibrordvertaling). Uit de verslagen in Handelingen is het duidelijk dat Jezus’ opdracht  werd uitgevoerd. Wij lezen van duizenden mensen die werden gedoopt. Deze mensen lieten zich dopen ten gevolge van wat  ze hadden gehoord. Hun doop volgde als reactie op het geloof dat ze gingen stellen in Jezus als de Christus.    

Besprenkeling of onderdompeling?

Hoe werd de christelijke doop uitgevoerd? Dat Jezus werd ondergedompeld en niet overgoten met water zoals op sommige fresco’s en mozaïeken in Oosterse Kerken, blijkt uit het verslag van zijn doop. We lezen: “Nadat Jezus was gedoopt, kwam hij onmiddellijk omhoog uit het water; en zie! de hemelen werden geopend, en hij zag Gods geest gelijk een duif neerdalen en op hem komen.” – Matthéüs 3:16

Uit Johannes 3:23 kunnen we ook opmaken dat Johannes de Doper zorgvuldig de plaatsen uitkoos om mensen te dopen, daar waar veel water aanwezig was. In het verslag in Handelingen over de Ethiopische kamerling staat er dat Filippus en hij samen “uit het water kwamen”, wat weer duidt op onderdompeling en niet op besprenkeling of overgieten van de dopeling (Handelingen 8:38-39). Het Griekse woord dat we in het Nieuwe Testament voor doop vinden is baptizo, van bapto wat “onderdompelen of indompelen” betekent. Het woord werd ook gebruikt bij het in een bassin dompelen van vaten en bekers om ze ritueel te reinigen. Daar de doop eigenlijk een begrafenis van zijn oude ik symboliseert, is het onderdompelen een passend ritueel om dit te illustreren aan de gemeenschap van gelovigen.    

Hebben wij een bijbels verslag voorhanden van een herdoop? 

Vermoedelijk in de winter van 52/53 n.Chr. bezocht de apostel Paulus de stad Efeze en trof daar enkele discipelen aan die gedoopt waren in de doop van Johannes de Doper, maar onbekend waren met de doop in Jezus Christus (Handelingen 19: 1-7). Deze twaalf mannen beseften dat hun doop niet voldoende was indien ze echte discipelen van Jezus wilden zijn en daarom lieten ze zich herdopen. Natuurlijk gaat het hier niet over mensen die waren gedoopt in de naam van Jezus en herdoopt werden. We nemen aan dat zoiets niet voorkwam bij de eerste christenen omdat, zoals uit de bijbel en ander bewijsmateriaal blijkt, enkel mensen die oud genoeg waren om een keuze tot discipelschap te nemen zich lieten dopen en er dus geen noodzaak bestond de geldigheid van iemands doop in twijfel te trekken.

Deze verzen kunnen derhalve niet gebruikt worden om het herdopen van degenen die de kinderdoop hebben ondergaan af te dwingen. Trouwens, ieder vrij christen moet hierin zijn door de bijbel geoefende geweten volgen. Het leert ons wel dat herdoop overwogen kan worden.   

Wie komen voor de (her)doop in aanmerking?

Toen Petrus na de uitstorting van de heilige geest een grondig getuigenis omtrent Jezus had afgelegd, boden drieduizend zich aan voor de doop. Het verslag gaat als volgt: “Toen zij nu dit hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de overige apostelen: „Mannen, broeders, wat moeten wij doen?” Petrus [zei] tot hen: „Hebt berouw, en laat een ieder van U worden gedoopt in de naam van Jezus Christus tot vergeving van UW zonden, en GIJ zult als vrije gave de heilige geest ontvangen.” – Handelingen 2:37, 38 Sommigen argumenteren dat aangezien deze mannen joden of joodse proselieten waren ze een grondige kennis hadden van bijbelse waarheden en aldus snel konen worden gedoopt, hiermee bedoelend dat anderen eerst een langere periode van bijbelonderricht dienden te ontvangen om in aanmerking te komen voor de doop. Onze vraag is of hedendaagse joden die zich bekeren tot Jezus van Nazareth ook in aanmerking komen voor een “snelle” doop? Er is in wezen geen verschil tussen hedendaagse joden en de toehoorders van Petrus. Zijn toehoorders hadden het voordeel dat ze Jezus min of meer kenden of op zijn minst van zijn wonderen hadden gehoord. Maar velen die uit andere landen waren gekomen waren onbekend met de persoon van Jezus. Wat belangrijk was, was dat ze begrepen wat het inhield een discipel van Jezus te zijn en “berouw” hadden van hun levenswijze zonder Christus.  We kunnen ervan uitgaan dat wanneer iemand thans zich geroerd voelt door de boodschap omtrent Jezus en het “goede nieuws” en berouw heeft of tot inkeer is gekomen hij of zij in aanmerking komt voor de christelijke waterdoop. Jezus zei “hen dopende … en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb”. – Matthéüs 28: 19, 20 Na bekering en doop zal de nieuwe discipel in de gemeente worden geholpen “alles” wat Jezus geleerd heeft te onderhouden.

Om in aanmerking te komen voor de (her)doop dienen de volgende drie stappen te worden gedaan:

1.      Jezus leren kennen (Johannes 17: 3),  Zijn boodschap aanvaarden als waarheid en aanvaarden dat Hij ons loskoopoffer is (Romeinen 5:12-19; 7:14-25)

2.      Oprecht berouw tonen van zijn vroegere levenswijze (Handelingen 2:38)

3.      Zich bekeren; het besluit nemen een discipel van Jezus te zijn (Handelingen 2: 40, 41)  

Hoe dient de doop te geschieden?

Zoals we reeds hebben opgemerkt gebeurde de doop door onderdompeling. Aangezien wij geen speciale of gewijde gebouwen nodig hebben, noch speciaal hiervoor aangestelde dienaren kan er overal waar voldoende water aanwezig is gedoopt worden. Of het water nu warm, koud, stilstaand of stromend is, maakt niets uit.

In de Didaché, een christelijke brief die historici dateren rond 100 n.Chr., wordt  de voorkeur gegeven aan stromend water wellicht omdat Jezus in de Jordaan (een rivier en dus stromend water) werd gedoopt. Aangezien er in West-Europa voldoende water te vinden is in de vorm van zwembaden, rivieren, meren, zeeën en grote badkuipen is hier niet de vraag aan de orde: Wat te doen als er niet voldoende water aanwezig is? In de Didaché wordt de suggestie gedaan de dopeling driemaal met water te overgieten als zich zo’n extreme situatie voordoet. In landen waar de doopkandidaat onmogelijk kan reizen naar een gebied waar voldoende water is om ondergedompeld te worden heeft men als alternatief de dopeling in een doek gewikkeld (om de betekenis van begraven worden na te bootsen) en hem volledig besprenkeld met water. Natuurlijk zijn dit eerder uitzonderingen die de regel dat men ondergedompeld dient te worden bevestigen.

Soms wordt er gevraagd welke formule bij het dopen gebruikt dient te worden. Sommigen zien in Matthéüs 28:19 een gebod om de dopeling driemaal onder te dompelen, éénmaal in de naam van de Vader, éénmaal in de naam van de Zoon en éénmaal in de naam van de heilige geest. Anderen verwijzen naar Handelingen 8:16 en 19:5 waar wordt gezegd dat de discipelen in de naam van Jezus werden gedoopt en vinden dit voldoende.  Sommigen beweren dat de formule in Matthéüs 28 een latere toevoeging is geweest, maar daar zijn geen concrete bewijzen voor. Deze conclusie komt tot stand door “in de naam van Jezus” in Handelingen als authentieker te beschouwen dan het Matthéüsverslag, omdat deze ‘eenvoudiger’ lijkt te zijn. Men kan dit ook anders begrijpen. Het verslag in Handelingen legt de nadruk op de essentie van de doop en dit is dat men een discipel wordt van Jezus, niet van de Vader of zijn heilige geest. Als Lukas schrijft dat ze in de naam van Jezus werden gedoopt, sluit dit niet uit dat ze ook in de naam van de Vader en de heilige geest werden gedoopt.    

Belijdenis en opdracht?

De geïnstitutionaliseerde kerken vragen meestal van hun volwassen doopkandidaten dat ze een belijdenis afleggen of zich aan God opdragen voor ze gedoopt kunnen worden. Net als bij vele bijbelse gebruiken hebben de geïnstitutionaliseerde kerken de doop tot een ritueel verheven dat omgeven wordt met veel onnodige ballast. Waar in de Schrift vinden we een aanwijzing dat een nieuwe discipel een belijdenis van zijn geloof aflegde? Het gaat er vaak om dat men de geloofsbelijdenis die kenmerkend is voor een bepaalde kerk moet aanvaarden. Veel kerken aanvaarden niet de doop van iemand, ook van een volwassene, ondergaan in een andere kerk. Dit maakt dat de doop eerder een toetredingsritueel tot een bepaalde kerk is geworden dan het lid worden van het Lichaam van Christus. In huisgemeenten zou men elke christen die de doop heeft ondergaan als een persoonlijke keuze met zijn volle verstand dienen te aanvaarden als volwaardig christen. Of men nu in een andere huisgemeente of in een geïnstitutionaliseerde kerk is gedoopt maakt niets uit. Sommige christenen zijn tot de conclusie gekomen dat hun doop als volwassene in een geïnstitutionaliseerde kerk te nauw verbonden was met het aanvaarden van een belijdenis waar zij nu als vrije christen niet meer achterstaan. Als zij er voor kiezen om wedergedoopt te worden is dit een persoonlijke keuze die gerespecteerd dient te worden. Nergens wordt er gesproken dat men zich, voordat men gedoopt kan worden, eerst aan God moet opdragen. In Handelingen 2:41 lezen we dat de nieuwe discipelen het gepredikte woord “van harte aanvaardden” en toen werden gedoopt. Ook toen Filippus tot de Samaritanen had gepredikt kwamen zij tot “geloof” en werden prompt gedoopt (Handelingen 8:12). Zo wordt ook gezegd dat velen in Korinthe geloofden en hierop werden gedoopt. Nergens is sprake van een belijdenis of opdracht (Handelingen 18:8). Wij denken dat we niet meer moeten verwachten van nieuwe discipelen dan dat ze berouw hebben van hun oude levenswandel, hun zonden belijden en zich prompt laten dopen.    

Hoelang voor men gedoopt kan worden?

Deze vraag sluit goed aan bij het vorig onderkopje. Men kan opmerken dat de eerste discipelen snel werden gedoopt. Zij hoorden het woord, hadden berouw en werden gedoopt. Wat dienen we hierbij in aanmerking te nemen? We vinden in het bijbelse verslag drie groepen terug: de joden, de Samaritanen en de heidenen. De joden hadden het grote voordeel dat ze JHWH, de Vader, reeds kenden en tevens ook alle Messiaanse profetieën. Eenmaal dat ze begrepen hadden dat Jezus uit Nazareth daadwerkelijk de Messias was konden zij zeer snel de beslissing tot discipelschap nemen en dit tonen door zich te laten dopen. Dan hebben we de tweede groep, de Samaritanen. Deze mensen waren een mix van joden en heidenen die ten tijde van de Babylonische ballingschap waren ‘geïmporteerd’ opdat het land niet woest en onbewoond zou zijn. Deze mensen aanvaardden enkel de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel, ook wel de Pentateuch genoemd. Uit het gesprek dat Jezus voerde met een zekere vrouw bij de stad Samária blijkt dat ook zij de Messias verwachtten (Johannes 4 en in het bijzonder vers 25). Hun semi-joodse achtergrond maakte het gemakkelijk om Jezus te aanvaarden als Messias en de doop kon ook snel volgen op het gehoorde woord.

De eerste heiden, een Italiaans militair die tot geloof kwam in Jezus, werd ook prompt gedoopt nadat hij van Petrus over de Messias had gehoord. Maar we dienen niet te vergeten dat ook hij een aanbidder van de God der joden was en in de bijbel een rechtvaardig man wordt genoemd. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat alle voorbeelden die we noemen mensen waren die op zekere hoogte voldoende achtergrondkennis en praktijk hadden om Jezus snel te aanvaarden als hun Redder en aldus snel gedoopt werden.

Hoe stond het dan met heidenen die niets afwisten van de Rechtvaardige God van Israël?

We hebben een verslag van Paulus’ werk onder de heidenen in de stad Athene. Hij bevond zich op de Aerópagus en sprak daar tot de Grieken die afgodenaanbidders waren. Sommigen werden ‘gelovigen’ zegt het verslag, maar of zij diezelfde dag nog werden gedoopt zegt het verslag niet.

We kunnen aannemen dat iemand uit het heidendom meer dan één gesprek nodig had om tot de stap van doop te komen. Maar veel tijd tussen het eerste gesprek en de doop zal er niet gelegen hebben in de zin dat men degene die geloof had eerst een volledige opleiding moest geven voor hij “in aanmerking” kwam voor de doop. De meeste geïnstitutionaliseerde kerken hebben een programma voor nieuwe discipelen dat erin bestaat dat zij een bijbelcursus van enkele maanden dienen te volgen om daarna te worden “goedgekeurd” voor de doop. Sommigen kennen zelfs een soort van examen waarin de kandidaat een groot aantal vragen moet  kunnen beantwoorden voordat de oudsten hun goedkeuring voor de doop geven. Door het feit dat in de geïnstitutionaliseerde kerken de communicatie tussen de gemeenteleden en de geestelijke leiders traag verloopt, is het wel nodig om de doopkandidaat te toetsen op zijn kennis en motieven voor hij gedoopt wordt en lid wordt van een bepaalde kerk. In een huisgemeente met zijn familiale structuur zal de gehele gemeente de nieuweling kennen en weet men zonder expliciete “ondervraging” wat de nieuwe discipel gelooft. Wanneer hij of zij te kennen geeft gedoopt te willen worden, zal de gehele gemeente hem “evalueren” daar ze zijn of haar leven heeft leren kennen. Wanneer de kennis van de Christus nog onvoldoende schijnt te zijn, kan een van de oudsten op een vaderlijke manier de nieuweling suggesties aan de hand doen om te groeien in geloof.    

Hoeveel kennis moet men hebben voor men gedoopt kan worden?

Soms vraagt men wel eens hoeveel kennis iemand dient te hebben voordat hij een discipel kan worden. Het spreekt vanzelf dat iemand die uit de geïnstitutionaliseerde kerk komt een basiskennis van het christelijke geloof heeft en indien zijn geweten hem ingeeft dat hij herdoopt dient te worden zal dit snel kunnen gebeuren. Het is anders met ongelovigen die meer en meer voorkomen in onze westerse samenleving. Zij dienen een basiskennis op te doen voordat zij in aanmerking komen voor de doop. Paulus schrijft aan de Hebreeën over “de grondleer van de Christus” (6:1-2) “Daarom is het niet goed telkens terug te gaan naar wat wij in het begin over Christus hebben geleerd. Wij moeten verder gaan en volwassen christenen worden. Het heeft weinig zin er nog eens over te beginnen dat wij niet gered worden door goed te doen, maar door in God te geloven. Wij hoeven ook niets meer te leren over de verschillende dopen en het opleggen van handen, over het opstaan van doden en een eeuwig oordeel.” Hier heeft Paulus het over enkele dingen die hij als de grondleer van het christelijke geloof beschouwt: berouw van dode werken, geloof in God, de leer over dopen, oplegging van handen, de opstandig der doden en het eeuwige oordeel. Deze lijst is niet restrictief want de leer over het loskoopoffer is zeker ook een grondleer die iemand moet aanvaard hebben voor hij gedoopt kan worden.

We kunnen opmerken dat men, net als in Matthéüs 28:19, 20 staat, iemand eerst kan dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige geest en daarna de discipel alles leert wat Jezus de Apostelen geboden heeft.  Het leerproces komt tot volle ontplooiing na de doop en niet ervoor!  

Wat zou een belemmering voor de doop kunnen zijn?

Aangezien we gezien hebben dat een basiskennis voldoende is om een discipel van Christus te worden kan men de som der kennis van een nieuwe gelovige niet gebruiken als een belemmering om gedoopt te worden. Wat zou dan toch een belemmering kunnen vormen? Aangezien er wordt verwacht dat de nieuweling “berouw” heeft van zijn “dode werken” is het alleen maar logisch dat we als gemeente kijken of de doopkandidaat zijn oude levensweg de rug heeft toegekeerd. De ecclesia zal zich er meer om bekommeren dat de doopkandidaat een rein leven leidt dan dat hij de diepe dingen Gods begrijpt. Leeft hij volgens de wet van het land in een erkend huwelijk? Heeft hij in de mate van het mogelijke degenen die hij vroeger heeft benadeeld genoegdoening geschonken. Heeft hij in zijn hart besloten schadelijke gewoonten te laten, zoals dronkenschap en verslavingen en is hij er al mee begonnen deze achterwege te laten?

Wanneer blijkt dat iemand hierin nog grote veranderingen dient aan te brengen kan de gemeente de betrokken persoon ervan in kennis stellen dat hij nog dient te wachten.

Waarom deze ‘strenge’ maatregelen? Omdat ieder christen of wie zich daarvoor uitgeeft een grote verantwoordelijkheid draagt. Hij of zij is een vertegenwoordiger (ambassadeur) van Christus en treed in Zijn plaats op. Iemand die zijn leven niet in het reine heeft getrokken kan niet als een plaatsvervanger van Christus optreden en zijn Kerk of Ecclesia vertegenwoordigen. “Ongelovigen” kunnen de heiligheid van de christelijke gemeente in twijfel trekken en de goede reputatie die een huisgemeente in de gemeenschap heeft opgebouwd omlaag halen. We dienen natuurlijk geen perfectie te verwachten en aannemen dat eenmaal iemand de grote veranderingen heeft aangebracht hij het werk waaraan hij begonnen is zal voltooien. Dit vertrouwen dienen we te hebben.    

Wie mag er dopen?

Aangezien wij als huisgemeenten teruggekeerd zijn naar het model, gegeven in de apostolische brieven, is het duidelijk dat wij allen priester-koningen zijn voor onze Heer. Er is geen onderscheid tussen de verschillende leden van de gemeente. Er is geen klasse van geestelijken die beter geschikt zou zijn om iemand te dopen dan andere leden van de gemeente.

Mogen vrouwen dan de doop toedienen? Alles in de geschiedenis duidt erop dat de doop werd verricht door broeders.

In de Didaché wordt ook gezegd dat doopkandidaten en degenen die de doop toedienen, dienen te vasten. Wij denken dat dit een persoonlijke keuze is daar in de apostolische brieven dit niet wordt onderwezen.    

Besluit

Net als Toby aan het begin van dit verhaal door een grondige studie van het onderwerp “de christelijke waterdoop” tot de conclusie kwam dat zijn doop als baby elke bijbelse ondersteuning mistte, bent u misschien ook tot deze conclusie gekomen. Wat nu?  U kunt nu op zoek gaan naar een huisgemeente die de schriftuurlijke kijk op de waterdoop heeft en vragen of u gedoopt kunt worden.





Aanverwante lectuur:

Niets beter dan kopje onder