Belgische Christadelphians

Belachelijk of eerder Sterke Persoonlijkheid

Levenslessen 


Durven uitkomen voor Geloof.

Indien wij voor ons geloof durven uit komen zullen wij zeker wel eens belachelijk gemaakt worden.

Meestal trekken mensen iets in het belachelijke of maken zij er grappen rond als het hun petje te boven gaat. Als ze iets niet begrijpen willen zij dit liefst niet laten merken aan anderen en verstoppen dit meestal achter een houding die eerder de ander belachelijk maakt dan dat zij zouden moeten onderdoen.

Steeds moeten wij trachten er ongeschonden uit te komen zonder in de val getrapt te hebben een verkeerde wandel aangenomen te hebben. Steeds moeten wij zuiver blijven handelen en de ons belachelijk makende niet in verlegenheid brengen door te opposteren, maar wij moeten hem winnen voor Christus door ons voorbeeld van vredelievendheid, goedgezindheid en vergevingsgezindheid.

Betaal slechtheid niet met slechtheid. Als iemand u beledigt, zeg dan niets lelijks terug, maar wens hem het beste toe. Wij moeten vriendelijk voor andere mensen zijn; dan zal God ons zegenen. (1Pe 3:9)

Vreest echter niet zoals zij vrezen. Laat u zich niet door dreigementen afschrikken of in verwarring laten brengen. Durf toegeven als u iets niet weet. Durf uitkomen voor uw tekortkomingen.
Vertrouw uzelf helemaal aan Christus toe. Weest altijd tot verantwoording bereid aan iedereen, die u rekenschap vraagt van de hoop, die in u leeft. Verdedigt u met zachtmoedigheid en gepaste eerbied, en zorgt dat uw geweten zuiver is. Dan zullen die beschimpers van uw goede christelijke levenswandel beschaamd staan met hun laster. (1Pe 3:15-16)

Ook al geef je te kennen dat ook jijzelf niet al de antwoorden kan weten, en ook al verminderd dat de spanning niet, werk er aan om een goede verstandhouding te blijven behouden en kalm te blijven.

Blijf met een goed geweten, opdat in wat van u kwaad gesproken wordt als van boosdoeners, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd worden. Want het is beter te lijden, zo God het wil, wanneer men goed doet, dan wanneer men kwaad bedrijft. (1Pe 3:16-17)