Belgian Christadelphians
Belgische Broeders in Christus

Bijbelse Chronologie

 

Op verzoek brengen wij hier een anders verloren artikel van de Vrije Christenen. (Voor de voetnota's gelieve handmatig naar de bodem van de pagina te gaan) (De inhoud er van hoeft niet volledig in overeenstemming te zijn met het Christadelphian denken)

De zogenaamde “Bijbelse chronologie” van het Wachttorengenootschap

Carl Olof Jonsson 1993

Vertaald door Frank Versteele

De rol van chronologie in de leringen van het Wachttorengenootschap

Weinig mensen beseffen ten volle welke centrale rol chronologie speelt in de beweringen en leringen van het Wachttorengenootschap. Zelfs veel Jehovah’s Getuigen zijn zich niet volledig bewust van de onverbrekelijke verbinding tussen de chronologie van het Genootschap en de boodschap die zij van deur tot deur verkondigen. Wanneer zij geconfronteerd worden met de vele bewijzen tegen hun chronologie, hebben veel Jehovah’s Getuigen de neiging dit te minimaliseren alsof men het kan doen zonder al die chronologie. “Chronologie is toch eigenlijk niet zo belangrijk”, zeggen ze dan meestal.Veel Getuigen verkiezen zelfs helemaal niet over het onderwerp te discussiëren. Hoe belangrijk is de chronologie nu eigenlijk voor het Wachttorengenootschap?

Eigenlijk vormt de chronologie de hele basis voor de beweringen en de boodschap van de beweging.

Het Wachttorengenootschap beweert namelijk Gods “enige kanaal” en “woordvoerder” te zijn op aarde. In het kort komt haar boodschap erop neer dat:

1.Gods Koninkrijk in het jaar 1914 werd opgericht in de hemel,

2.De “tijd van het einde” in datzelfde jaar begon,

3.Christus in dat jaar onzichtbaar terugkwam om de christelijke denominaties te inspecteren,

4.Christus hen uiteindelijk alle verwierp, behalve het Wachttorengenootschap en zijn aanhangers,

5.Christus in het jaar 1919 het Wachttorengenootschap aanstelde als zijn enige “instrument” op aarde.

Het Wachttorengenootschap leert verder dat het geslacht van 1914 niet zal voorbijgaan[1], voordat het einde komt door de “oorlog van Armageddon”, wanneer al degenen die de Wachttorenorganisatie nog niet vervoegd hebben, op dat ogenblik voor altijd zullen vernietigd worden. Jehovah’s Getuigen hopen deze oordeelsdag te overleven om voor eeuwig in een paradijs op aarde te leven.

Het jaar 1914 speelt dus duidelijk een cruciale rol in de leringen van het Wachttorengenootschap. Deze datum is een product van een chronologische berekening, volgens dewelke de zogenaamde “tijden der heidenen”, waarvan sprake in Lukas 21:24, een periode is van 2520 jaar, die begon in 607 v.Chr. en eindigde in 1914. Deze berekening is de basis zelf van de boodschap van de beweging. Zelfs van het christelijke evangelie, het “goede nieuws” van het Koninkrijk, wordt beweerd dat het nauw verbonden is met deze chronologie. Het “goede nieuws”, zoals het door andere christenen wordt verkondigd, is daarom nooit het “echte goede nieuws” geweest, volgens de Wachttoren van 1augustus 1981 op blz. 17, waar staat:


“Laten rechtgeaarde mensen de prediking van het evangelie van het Koninkrijk zoals de religieuze stelsels van de christenheid dit gedurende alle eeuwen hebben gedaan, vergelijken met de prediking die Jehovah’s Getuigen sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 hebben verricht. De prediking is in beide gevallen verschillend van aard. Wat Jehovah’s Getuigen prediken is werkelijk „evangelie” of „goed nieuws” over Gods hemelse koninkrijk dat werd opgericht doordat zijn Zoon Jezus Christus aan het einde van de tijden der heidenen in 1914 op de troon werd geplaatst (Luk. 21:24).”

In overeenstemming hiermee schreef de Engelstalige Watchtower van 1 mei 1982 op blz. 10 dat “van alle religies op aarde, het alleen Jehovah’s Getuigen zijn die dit ‘goede nieuws’ vertellen aan de mensen op aarde”. Een Jehovah’s Getuige die het belang van de chronologie in de leringen van het Genootschap probeert te minimaliseren, beseft niet dat hij of zij hierdoor de boodschap van de beweging ondermijnt. Hieraan minder belang hechten wordt niet door het Wachttorengenootschap goedgekeurd. Integendeel, de Wachttoren van 1april 1983 op blz. 11 beklemtoonde het als volgt: “Zeer terecht kan er dus worden gezegd dat er nog steeds een hechte historische basis bestaat voor de fundamentele Koninkrijkswaarheid dat de tijden der heidenen in de laatste helft van 1914 eindigden. Dit is een van de waarheden waaraan wij in deze tijd moeten vasthouden”.[2]

De waarheid is dat het Wachttorengenootschap het als een doodzonde beschouwt als men de chronologie in verband met 1914 verwerpt. Dat “Gods Koninkrijk werd opgericht aan het einde der ‘tijden der heidenen’” wordt beschouwd als “het belangrijkste voorval van onze tijd, waarnaast al het andere verbleekt tot iets onbeduidends”.[3]Van degenen die de berekening verwerpen, wordt gezegd dat ze zich de toorn van God op de halshalen. Onder hen is de “geestelijkheid van de Christenheid” en haar leden, van wie wordt beweerd dat “zij in gebreke blijven dit (Gods) Koninkrijk te ondersteunen” en daardoor zullen zij “in de zeer nabije “grote verdrukking” worden vernietigd”. [4]Jehovah’s Getuigen die openlijk twijfelen aan de berekening, riskeren zwaar gestraft te worden. Als ze geen berouw hebben en van mening veranderen, worden ze uitgesloten en beschouwd als afvalligen, die “bij hun dood in Gehenna zullen belanden, zonder hoop op een opstanding”.[5]Het maakt geen verschil of ze nog in God, de bijbel en Jezus Christus geloven. Wanneer een lezer van de Wachttoren een brief naar het Genootschap schreef met de vraag: “Waarom hebben Jehovah’s Getuigen sommigen die nog altijd in God, de bijbel en Jezus Christus geloofden, uitgesloten voor afval?” antwoordde het Genootschap onder andere het volgende:


“Voordat iemand door Jehovah’s Getuigen als een goedgekeurde verbondene wordt beschouwd, moet hij het geheel van ware bijbelse leerstellingen aanvaarden, met inbegrip van de schriftuurlijke geloofsovertuigingen die uniek zijn voor Jehovah’s Getuigen. Wat houden die geloofsovertuigingen zoal in? …Dat 1914 niet alleen het einde van de tijden der heidenen en de oprichting van het koninkrijk Gods in de hemelen kenmerkte, maar ook de tijd waarop Christus’ voorzegde tegenwoordigheid is begonnen.” (Wachttoren van 1 juli 1986 uit “Vragen van lezers” op blz. 30 en 31)

Daarom wordt iemand, die de berekening dat de “tijden der heidenen” eindigden in 1914 verwerpt, door het Wachttorengenootschap niet goedgekeurd als een Getuige van Jehovah. Eigenlijk heeft iemand die in het geheim de chronologie van het Genootschap verworpen heeft, maar formeel nog altijd als een Getuige kan beschouwd worden, in werkelijkheid de boodschap van het Genootschap verworpen en maakt hij, volgens de eigen criteria van de organisatie, niet langer deel uit van de beweging.

De aard van de bijbelse chronologie

Toch beseffen de meeste Getuigen dat de berekening door het Genootschap van de “tijden der heidenen” een onmisbaar element is in de huidige doctrine van de organisatie. Wanneer zij geconfronteerd worden met de enorme bewijslast tegen 607 v.Chr. als de datum van de vernietiging van Jeruzalem, wuiven veel Getuigen daarom deze bewijzen weg met de bewering dat zij voor deze datum op de bijbel vertrouwen, terwijl zij beweren dat degenen die de vernietiging van Jeruzalem op 587 of 586 v.Chr. dateren, zich hiervoor baseren op wereldse, historische bronnen in plaats van op de bijbel.

Deze voorstelling van de feiten is niet alleen onfair, maar zelfs volledig verkeerd. Het toont aan dat zulke Getuigen de echte aard van bijbelse chronologie niet begrepen hebben.

Er zijn immers geen absolute data in de bijbel. Nergens wordt bijvoorbeeld vermeld dat Jezus in het jaar 29 G.T. werd gedoopt, of dat Cyrus Babylon veroverde in het jaar 539 v.Chr., of dat Jeruzalem werd vernietigd in het jaar 607 v.Chr. zoals de Getuigen beweren. De bijbel geeft alleen relatieve dateringen.

Wanneer we dus in 2 Koningen 25: 1 tot 12 lezen over de vernietiging van Jeruzalem, vinden we alleen informatie terug dat dit gebeurde in het “elfde jaar van koning Zedekia” (vers 2), wat overeenkomt met het “negentiende jaar van koning Nebukadnezar, koning van Babylon” (vers 8). Maar wanneer was dit? Hoe ver was het van onze tijd? Hoeveel jaar was het voor Christus’ tijd? Het is een feit dat de bijbel zelf geen enkele informatie geeft die deze datum verbindt met onze christelijke tijd.

De bijbelboeken Koningen en Kronieken vertellen ons over de koningen die over Israël en Juda regeerden, vanaf Saul, de eerste koning, tot en met Zedekia, de laatste. Ze vertellen ons wie wie opvolgde en hoeveel jaar ze regeerden. Door het aantal jaren van heerschappij van de koningen van Saul tot Zedekia op te tellen, kunnen we ongeveer (er zijn verschillende onzekerheden) het tijdsbestek berekenen tussen deze twee koningen. Zo komen we te weten dat deze periode van Hebreeuwse monarchieën ongeveer 500 jaar besloeg. Maar we hebben nog altijd geen antwoord op de vraag: Waar in de stroom des tijds begon en eindigde deze periode?

Indien de bijbel was verder gegaan met een aaneengesloten reeks van regeringsjaren te geven, vanaf Zedekia tot het begin van de christelijke tijd, dan was deze vraag beantwoord. Zedekia was echter de laatste koning. De bijbel geeft evenmin enige informatie die ons kan helpen de lengte van de periode te berekenen vanaf het ‘elfde jaar’ van Zedekia tot de christelijke tijd. We hebben dus een periode van ongeveer 500 jaar, nl. de periode van de Hebreeuwse monarchieën, maar nergens in de bijbel wordt vermeld hoe ver deze periode van onze tijd verwijderd is en hoe ze kan vastgesteld worden ten opzichte van ons christelijk tijdperk.

Indien de bijbel gedateerde en gedetailleerde beschrijvingen van astronomische gebeurtenissen had bevat, zoals zonne- of maansverduisteringen, of de posities van de planeten ten opzichte van verschillende sterren en sterrenstelsels, dan had deze informatie ons kunnen helpen. Moderne astronomen zijn met hun kennis over de regelmatige bewegingen van de maan en de planeten, in staat de posities te berekenen die deze hemellichamen duizenden jaren geleden innamen in de sterrenhemel. Maar zoals reeds gezegd bevat de bijbel helaas dergelijke informatie niet.

De bijbel zelf geeft dus niet aan hoe haar chronologische dateringen met onze tijd kunnen verbonden worden. Zo ‘n chronologie, die als het ware in de lucht hangt, is een relatieve chronologie. Enkel indien de bijbel ons de precieze afstand tussen Zedekia en onze tijd had gegeven, ofwel door een volledige en coherente lijn van regeerperiodes, ofwel door gedetailleerde en gedateerde astronomische waarnemingen, zouden we een absolute chronologie hebben gehad, d.w.z. een chronologie die ons het precieze tijdsverschil geeft tussen het laatste jaar van Zedekia en onze tijd.

Is er een bijbelse chronologie zonder wereldse bronnen?

De relatieve aard van de data in de bijbel maakt het ons niet onmogelijk gebeurtenissen vermeld in de bijbel te dateren. Indien het mogelijk zou zijn de chronologie van de bijbel te synchroniseren met de chronologie van een ander land, die op haar beurt kan verbonden worden met onze christelijke tijd, dan pas zou het mogelijk zijn de relatieve chronologie van de bijbel te veranderen in een absolute chronologie. Dit betekent echter dat we, om bijbelse gebeurtenissen te kunnen dateren, moeten beroep doen op niet-bijbelse, d.w.z. wereldse bronnen.

We hebben echter geen andere keuze. Indien we te weten willen komen wanneer een gebeurtenis die in de bijbel wordt vermeld, plaatsvond, zij het de datum van de val van Babylon, de datum van de vernietiging van Jeruzalem door Nebukadnezar, de datum van het herbouwen van de tempel tijdens de heerschappij van Darius I, of voor gelijk welk andere datum, dan moeten we ons wenden tot de wereldse, historische bronnen. Dit is de harde realiteit die iemand die in de bijbel gelooft, moet aanvaarden, of hij of zij het nu wil of niet. De eenvoudige waarheid is dat, zonder wereldse bronnen er geen bijbelse chronologie bestaat, geen datering van bijbelse gebeurtenissen.

Dat betekent natuurlijk eveneens dat het onmogelijk is de “chronologie van de bijbel” te gebruiken als een onpartijdige, onafhankelijke tijdmeter, door middel waarvan de juistheid van bepaalde data kan worden gecontroleerd. Wanneer bijvoorbeeld sommige Getuigen wijzen op het feit dat moderne historici de val van Babylon dateren op 539 v.Chr. en dan beweren dat “de chronologie van de bijbel” in overeenstemming is met deze datum, dan beseffen zij zelf niet wat de relatieve aard van de bijbelse chronologie werkelijk inhoudt. Aangezien de bijbel het kalenderjaar van de val van Babylon (of van gelijk welke andere gebeurtenis) niet geeft, is de bewering dat de bijbel akkoord gaat met de wereldse datering van deze gebeurtenis op 539 v.Chr. volkomen waardeloos. Het is even waardeloos en zelfs misleidend te beweren dat de wereldse datering van de verwoesting van Jeruzalem, 587 v.Chr., niet overeenstemt met de chronologie van de bijbel, aangezien het kalenderjaar voor die gebeurtenis evenmin in de bijbel vermeld wordt.

Nu houden deze Getuigen natuurlijk vast aan de bewering van het Wachttorengenootschap dat de 70 jaar uit Jeremia 25:11,12 en29:10 slaan op de periode van het woest liggen van Jeruzalem tussen het 18dejaar van Nebukadnezar en de terugkeer van de joodse ballingen in het 1ste jaar van Cyrus. Het gevolg van deze zienswijze is, dat de tijdsperiode tussen de data die historici hebben vastgelegd voor deze gebeurtenissen (587/86 en 538/37), te kort lijkt. Daarom verwerpen de Getuigen één van deze data, nl. 587/86 v.Chr. Waarom verwerpen zij precies deze datum en niet de andere (538/37)?

Er bestaat geen bijbelse reden voor deze keuze. Zoals hierboven werd gezegd, gaat de bijbel noch akkoord met één van deze data, noch verwerpt hij één ervan. De bijbel kan daarom niet bepalen welke de beste van de twee data is. Op welke gronden kan dan de keuze gemaakt worden, in de veronderstelling dat de interpretatie door het Genootschap in verband met de 70 jaar correct is?

De meest logische, wetenschappelijk verantwoorde en gezondste manier zou erin bestaan de datum te aanvaarden die het best kan bepaald worden door de niet-bijbelse, historische bronnen. Deze bronnen tonen heel duidelijk aan dat de chronologie van het rijk van Nebukadnezar veel beter is bepaald door astronomische en andere documenten dan Cyrus’ rijk. De natuurlijke keuze voor een christen die geloof stelt in de bijbel, is dus 587/86 v.Chr. te behouden en 538/37 v.Chr. te verwerpen, indien er werkelijk een keuze tussen beide data zou moeten gemaakt te worden.

Toch hebben de Getuigen de tegenovergestelde keuze gemaakt. Aangezien de reden hiervoor niet gebaseerd is op de bijbel, noch op historische bewijzen, wat is dan de werkelijke reden voor deze keuze?

Loyaliteit aan de bijbel of aan een profetische speculatie?

Indien de Getuigen erop staan dat de 70-jarige periode begon in het 18de jaar van Nebukadnezar en eindigde in het 1ste jaar van Cyrus, dan hadden ze de datum van 587/86 v.Chr., zijnde de meest betrouwbare, moeten aanvaarden. Als men 70 jaar telt vanaf die datum, dan bekomen de Getuigen 518/17 v.Chr. als het eerste jaar van Cyrus in plaats van 538/37. Dat zou even bijbels zijn en meer wetenschappelijk verantwoord dan 538/37 v.Chr. te behouden en 587/86 te verwerpen.

Sommige Getuigen voeren misschien aan dat het naar voorschuiven van Cyrus’ 1ste jaar naar 518/17 v.Chr. onmogelijk is door de “70 jaarweken” in Daniël 9:24-27, die het grootste gedeelte van de tijdsperiode tot aan de Messias overbruggen. Volgens het Wachttorengenootschap begonnen deze 70 jaarweken, geïnterpreteerd als 490 jaar, in het 20ste jaar van de Perzische koning Artaxerxes, wat gedateerd is op 455 v.Chr. De Getuigen redeneren daarbij dat het interval tussen het einde van de regeerperiode van Cyrus en het begin van die van Artaxerxes zo kort is (beslaat enkel de regeringen van Cambyses, Darius I en Xerxes I), dat ze de wereldse dateringen kunnen vertrouwen.

Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat de datering door het Genootschap van het 20ste jaar van Artaxerxes in strijd is met alle historische bronnen. De volledige regeerperiode van Artaxerxes I (464/63 – 424/23 v.Chr.) is immers op een absolute manier vastgelegd door middel van talrijke astronomische waarnemingen, bewaard op spijkertabletten, zoals astronomische dagboeken, teksten over maansverduisteringen en teksten met planetarische waarnemingen! Al deze bronnen wijzen unaniem naar het jaar 445/44 v.Chr. als zijnde het 20ste jaar van Artaxerxes en niet het jaar 455/54 v.Chr. De door het Genootschap naar voor gebrachte datum vereist daarom dat de regeerperiode van Artaxerxes I dient verlengd te worden van 41 tot 51 jaar, en dat deze van zijn opvolger Xerxes I moet ingekort worden van 21 tot 11 jaar, eveneens in rechtstreeks conflict met alle historische bronnen! Langs de andere kant zouden al de regeerperioden van alle vorige koningen met 10 jaar naar achter moeten geschoven worden. Cyrus 1ste jaar bijvoorbeeld zou moeten opgeschoven worden van 538/37 v.Chr. naar 548/47. Zo ’n verandering zou natuurlijk volledig brandhout maken van de “bijbelse chronologie” van het Genootschap.

Daarom zijn de “70 jaarweken” uit Daniël geen hulp voor de Getuigen. Maar degenen die in staat zijn 10 jaar toe te voegen aan het rijk van Artaxerxes I, 10 jaar af te trekken van het rijk van Xerxes I en 20 jaar toe te voegen aan de Neo-Babylonische periode, dit alles met het hoogste misprijzen voor alle historische bronnen, hebben natuurlijk geen enkele moeilijkheid om het 1ste jaar van Cyrus van 538/37 v.Chr. naar 518/17 te verschuiven, of de val van Babylon van 539 v.Chr. naar519! [6]

Waarom verwerpen het Wachttorengenootschap en zijn verdedigers dan 587/86 v.Chr. in plaats van 538/37? Zoals reeds aangetoond, is hiervoor geen bijbelse noch historische reden.

Het antwoord is overduidelijk. De datum van 587/86 v.Chr. is in directe tegenspraak met de chronologie van het Genootschap in verband met de “tijden der heidenen”. In deze chronologie is de datum van 607 v.Chr. voor de vernietiging van Jeruzalem het onmisbare startpunt. Zonder de datum van 607 v.Chr. zou het Genootschap niet komen aan de datum van 1914 n.Chr. En aangezien deze datum de hoeksteen zelf is van de profetische beweringen en de boodschap van de Wachttorenorganisatie, is niets toegestaan dat dit kan tegenspreken, noch de bijbel, noch historische feiten.Eigenlijk is het daarom noch een kwestie van loyaliteit aan de bijbel noch van loyaliteit aan historische feiten. De keuze van de datum heeft een heel ander motief: Loyaliteit aan een chronologische speculatie die een onontbeerlijke voorwaarde is geworden voor de goddelijke aanspraken van de Wachttorenorganisatie.

NOTA: Voor een volledige discussie in verband met de chronologie van het Wachttorengenootschap over de “tijden der heidenen”, zie C.O. Jonsson ’s boek, “The Gentile Times Reconsidered”, uitgegeven in het Engels in 1983. Een nieuwe, volledig herziene en uitgebreide uitgave werd gepubliceerd, eveneens in het Engels in 1997 door Commentary Press.



[1]Dit punt werd ondertussen herzien in de Wachttoren van 1 november 1995, blz. 10 tot 21.

[2]De vroegere president van het Genootschap, Frederick W. Franz beklemtoonde in een octendbijbelbespreking voor de Bethelfamilie op het hoofdkwartier te New-York op 17 november 1979, zelfs nog sterker het belang van de 1914-datum door te zeggen: “The sole purpose of our existence as a Society is to announce the Kingdom established in 1914 and to sound the warning of the fall of Babylon the Great. We have a special message to deliver.” (Raymond Franz, In Search Of Christian Freedom, Atlanta: Commantary Press, 1991, blz. 32, 33)

Vertaling: “Het enige doel van ons bestaan als Genootschap is het aankondigen van het Koninkrijk opgericht in 1914 en de waarschuwing te laten weerklinken van de val van Babylon de Grote. We hebben een speciale boodschap te brengen.”

[3]De Wachttoren van 1 januari 1988, blz. 10,11

[4]De Wachttoren van 1 september 1985, blz. 25

[5]De Wachttoren van 1 juli 1982, blz. 27. In de Wachttoren van 15 juli 1992 worden de Getuigen zelfs aangemaand zulke “afvalligen” te “haten…. met een volkomen haat” (blz.12). Dit is niet zomaar een toevallige ”slip of the pen” (een verschrijving). Deze uitspraak werd herhaald in de Wachttoren van 1 oktober 1993. Vroegere leden, die de banden met de Wachttorenorganisatie verbroken hebben, omdat ze niet langer al hun beweringen en leringen kunnen aanvaarden, worden niet alleen bestempeld als heel slechte afvalligen, maar zelfs als “vijanden van God”, die “Jehovah intens haten”. Over hen wordt gezegd dat “het slechte bij hen zo ingeworteld raakt , dat het een onlosmakelijk deel van hun persoonlijkheidis”.Christenen moeten hen daarom “haten en God vragen over hen wraak te oefenen” (blz.19). Aangezien zulke haatdragende aanvallen op vroegere leden een houding weerspiegelen die volledig tegengesteld is aan de houding die Jezus aanbeveelt in Zijn Bergrede (Matth. 5:43-48), kan de vraag gesteld worden waarom het Wachttorengenootschap het nodig vindt over te gaan tot zo’n bijtende taal. Het antwoord is duidelijk voor elke geïnformeerde en oplettende toeschouwer. De leiders van de beweging weten heel goed dat, wanneer de feiten i.v.m. hun “bijbelchronologie” bijvoorbeeld, die ervoor gezorgd hebben dat duizenden van hun leden in de voorbije jaren de Wachttorenorganisatie de rug toe gekeerd hebben, hun weg vinden naar de Getuigen in het algemeen, grote aantallen van hen hun vertrouwen in de organisatie en haar leiding zouden kunnen verliezen. Om de verheven positie die zij voor zichzelf opeisen te beschermen, zijn de leiders van de organisatie verplicht te voorkomen dat de Getuigen deze feiten vernemen. De hiervoor gebruikte methode is oud en beproefd in autoritaire organisaties door de eeuwen heen. Ongehoorzame leden worden “uitgesloten” als “ketters” (“afvalligen”), belasterd, gesmaad en geïsoleerd. De Getuigen wordt geleerd dat het een “doodzonde” is met hen te spreken en hun boeken te lezen, en dat haat de enige christelijke houding t.o.v. hen is. Op die manier hoopt men dat vervelende informatie van de Getuigen kan weggehouden worden. Aldus is waarheid in deze tijd een gevaarlijke bedreiging voor het Wachttorengenootschap geworden. Hoewel deze organisatie het woord “Waarheid” vaker gebruikt dan de meeste andere organisaties op aarde, is “waarheid” in feite de ergste vijand van de beweging geworden.

[6]De data 587/86 en 538/37 v.Chr. zijn beide correct. Geen van beide is in conflict met de bijbel. Jeremia zei niet dat de 70 jaar “voor Jeruzalem” waren, maar wel “voor Babylon” (Jer. 29:10; het woordje ,,te” is een verkeerde vertaling in de Nieuwe Wereld –vertaling en de King James-vertaling). Aangezien Assyrië definitief zijn rijk verloor aan Babylon in 609 v.Chr. , duurden de 70 jaar “voor Babylon” van 609 tot 539 v.Chr. Voor een gedetailleerde presentatie van de vele lijnen van bewijsvoering tegen de datum van 607 v.Chr. Zie het boek door dezelfde auteur C.O. Jonsson,The Gentile Times Reconsidered, uitgegeven in het Engels door Commentary Press, Atlanta in 1986. Ondertussen ook beschikbaar in het Italiaans, Duits en Zweeds.