Het Beschreven Lam

De aan Abraham beloofde Verlosser.

Het Beschreven Lam.

In 2 Korinthiërs 6:18 doet Paulus een aanhaling uit de Hebreeuwse Geschriften om christenen op het hart te drukken valse aanbidding en het gebruik van levenloze, machteloze afgodsbeelden te mijden, opdat zij ervoor in aanmerking kunnen komen kinderen van „de Almachtige [Pan·to’kra·tor]” te zijn. Uit de door de apostel aangehaalde passages blijkt duidelijk dat de titel hier betrekking heeft op Jehovah God.

Op soortgelijke wijze wordt de titel Pan·to’kra·tor in de hele Openbaring op de Schepper en Koning der Eeuwigheid, Jehovah, toegepast. Een voorbeeld hiervan is „het lied van Mozes, de slaaf van God, en het lied van het Lam [Jezus Christus]”, waarin Jehovah God geprezen wordt als degene die het waard is door alle natiën aanbeden en gevreesd te worden (Openbaring 15:3; vgl. Openbaring 21:22). Dat deze titel in Openbaring 19:6 in verband met de uitdrukking Hallelujah (Looft Jah!) wordt gebruikt, laat duidelijk zien dat hij op Jehovah God van toepassing is. Ook de uitdrukking „Hij die is en die was en die komt” (Openbaring 1:8; 4:8) wijst onmiskenbaar op de God der eeuwigheid (Psalmen 90:2), die niet alleen in oude tijden de Almachtige „was”, maar het nog steeds „is” en als zodanig ook „komt” met een manifestatie van zijn almacht. Wederom blijkt hij, nadat hij ’zijn grote kracht heeft opgenomen’ om als koning te regeren, gewelddadig op te treden doordat hij in „de oorlog van de grote dag van God de Almachtige” zijn gramschap jegens de vijandige natiën tot uitdrukking zal brengen (Openbaring 11:17, 18; 16:14). Zijn Zoon, Christus Jezus, „Het Woord van God”, zal in zijn positie van door God gezalfde koning deze „gramschap van God de Almachtige” jegens de natiën tot uitdrukking brengen (Openbaring 19:13-16). Deze van grote macht getuigende uitdrukkingen van Gods rechterlijke beslissingen zullen echter nog steeds volledig in harmonie zijn met zijn maatstaven van waarheid en rechtvaardigheid. — Openbaring 16:5-7

Het in de Openbaring opgetekende visioen dat de apostel Johannes kreeg spreekt over „een grote schare, die niemand tellen kon”. Van hen wordt gezegd dat zij ’hun lange gewaden hebben gewassen en ze wit hebben gemaakt in het bloed van het Lam”, waarmee wordt geduid op hun geloof in het loskoopoffer van Jezus Christus, het Lam Gods (Openbaring 7:9, 14).

Bij zijn doop werd Jezus Christus door de geest verwekt, en op 16 Nisan 33 G.T., de dag van het jaar waarop de eerstelingen van de eerste graanoogst in het heiligdom voor het aangezicht van Jehovah werden aangeboden, werd hij uit de doden tot leven in de geest opgewekt. Hij wordt derhalve de eersteling genoemd en is in feite de eerste eersteling voor God (1 Korinthiërs 15:20, 23; 1 Petrus 3:18). De getrouwe volgelingen van Jezus Christus, zijn geestelijke broeders, zijn eveneens eerstelingen voor God, maar zij zijn niet de eerste, oorspronkelijke eerstelingen. Zij komen veeleer overeen met de eerstelingen van de tweede graanoogst, de tarweoogst, die op de pinksterdag aan Jehovah werden aangeboden. Hun aantal bedraagt 144.000, en van hen wordt gezegd dat zij ’als eerstelingen voor God en voor het Lam uit het midden van de mensen werden gekocht’ en „zekere eerstelingen van zijn schepselen” zijn. — Openbaring 14:1-4; Jak 1:18.

Johannes zag een beest uit de aarde met twee horens als die van een onschuldig lam, maar dat sprak als een draak en dat de volledige autoriteit uitoefende van het zojuist beschreven eerste wilde beest. Het gebiedt de aardbewoners een beeld te maken van het zevenkoppige wilde beest dat de wereld beheerst en oefent op alle mensen dwang uit om zijn „merkteken” te aanvaarden. — Openbaring 13:11-17.

Verder zag de apostel Johannes zag in een visioen een boekrol met zeven zegels, die door degene die op de troon zat, aan het Lam werd overhandigd. — Openbaring 5:1-7.

„En ik zag het wilde beest en de koningen der aarde en hun legers vergaderd om de oorlog te voeren tegen degene die op het paard zat en tegen zijn leger” (Openbaring 19:19). Dit hoofdstuk identificeert de op een wit paard gezeten aanvoerder van de hemelse legers als iemand die „Getrouw en Waarachtig” en „Het Woord van God” wordt genoemd (Openbaring 19:11-13). Derhalve is Jezus Christus, Het Woord, degene die als de bevelhebber van Gods hemelse legers optreedt (Johannes 1:1; Openbaring 3:14). Een verder bewijs dat Christus de hemelse strijdkrachten aanvoert, zijn de woorden: „Dezen [de aardse strijdkrachten] zullen strijden tegen het Lam [Jezus Christus (Johannes 1:29)], maar het Lam zal hen overwinnen, omdat hij Heer der heren en Koning der koningen is. Ook de geroepenen en uitverkorenen en getrouwen met hem zullen dit doen.” — Openbaring 17:13, 14.

God heeft geen afgodische aanbidders van het symbolische „wilde beest” als metgezellen van het Lam uitgekozen. Daarom staat „de naam van niet één van hen . . . geschreven in de boekrol des levens van het Lam, dat geslacht werd”, en „sedert de grondlegging der [mensen]wereld” was besloten dat dit zo zou zijn. — Openbaring 13:1-8; 21:27.

God wil van zijn kinderen dat zij slecht één God aanbidden en verfoeit meergodendom. De wereld is afgedwaald van Zijn Leer. Babylon is net zo omvangrijk als het koninkrijk van het beest, dat de mensheid gecorrumpeerd en in slavernij gebracht heeft en dat door het Lam overwonnen moet worden (Openbaring 17:14) wil de mensheid bevrijd worden.

Enkel het Lam Gods is diegene die voor al die zondaars kan spreken. Hij alleen is de juiste volmaaktste hogepriester.

(Hebreeën 7:26-28): 26 Want zo’n hogepriester als deze was precies geschikt voor ons: loyaal, schuldeloos, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en hoger geworden dan de hemelen. 27 Hij behoeft niet dagelijks, zoals die hogepriesters, slachtoffers te brengen, eerst voor zijn eigen zonden en daarna voor die van het volk (want dit heeft hij eens voor altijd gedaan toen hij zichzelf ten offer bracht); 28 want de Wet stelt mensen die met zwakheid behept zijn tot hogepriester aan, maar het woord van de gezworen eed, die na de Wet kwam, [stelt] een Zoon [aan], die voor eeuwig tot volmaaktheid is gebracht.

Jezus Christus heeft met Zijn Zoenoffer de taak volbracht en de waardigheid op zich genomen om de Voorspreker te zijn voor ons. Van God, Zijn Vader heeft Hij het Koningschap gekregen en het recht om ons te oordelen.

(Zacharia 9:9-10) 9 Verblijd u zeer, o dochter van Sion. Juich in triomf, o dochter van Jeruzalem. Zie! Uw koning zelf komt tot u. Hij is rechtvaardig, ja, gered; nederig en rijdend op een ezel, ja, op een volwassen dier, het jong van een ezelin. 10 En ik zal stellig [de] strijdwagen afsnijden uit Efraïm en [het] paard uit Jeruzalem. En de strijdboog moet afgesneden worden. En hij zal werkelijk vrede spreken tot de natiën; en zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee en van de Rivier tot de einden der aarde.

(Jesaja 53:8-9): 9 En hij zal zijn grafstede zelfs bij de goddelozen stellen, en bij de rijke klasse in zijn dood, ondanks het feit dat hij geen geweld had gepleegd en er geen bedrog in zijn mond was.

 

> De Onschuldige