Gelijkvormig

Twee meetkundige figuren worden gelijkvormig genoemd als de een door een vergroting (of verkleining) vanuit een punt dezelfde vorm behoudt als het beeld van de ander.

Alle cirkels zijn gelijkvormig aan elkaar. Alle vierkanten zijn gelijkvormig aan elkaar.

Twee gelijkbenige driehoeken zijn niet altijd gelijkvormig aan elkaar. Dat is alleen het geval, wanneer deze driehoeken ook nog een gelijkzijdig zouden zijn.