Tongerlo (Bree)

Ouderdom: 15de eeuw

Materialen en verwerking: kalksteen.

Patroonheilige: Sint Pieter

Sporen van weer-functie: Het enige raam in de onderste geleding is later aangebracht. Toegang kon enkel via de kerk. Dikke muren. Lichtopeningen/schietgaten.

Speciale opmerkingen: De Sint-Pieterskerk was een dochterkerk van de Sint-Pieterskerk van Elen, zelf een stichting van de abdij van Corbie. De abdij was in het bezit van twee derden van de tienden, de pastoor van de rest van de tienden, die hij vanaf XV deelde met het kapittel van Maaseik. In 1599 kocht de familie van Bocholt, heren van Grevenbroek, de abdijgoederen van Corbie in deze streken, en werd zo de grootste tiendheffer in Tongerlo, waarmee zij ook verantwoordelijk werden voor het onderhoud van de kerk; het onderhoud van het koor kwam ten laste van de pastoor, later gedeeld met het kapittel van Maaseik. De eerste vermelding van een kerk in Tongerlo dateert van 1295.

Zonnewijzer op de zijdzijde van de kerk. Eigenaardige stenen ingewerkt in westzijde kerkbeuk.

Bree, Tongerlo, Dorpstraat, Sint Pieterskerk, IBE-71049 (Voorstaande westelijke toren van vier geledingen onder ingesnoerde naaldspits (leien). Hij wordt 1408 of 1508 gedateerd naar een gevelsteen in de noordzijde: "Duizend [.] en acht ben ik hier aangebracht". De onderste geleding is van kalksteenblokken, op een plint van kalksteenblokken. De geldingen zijn gemarkeerd door geprofileerde waterlijsten. Tegen de zuidelijke gevel een driezijdige traptoren van drie geledingen. De onderste geleding is blind, op de smalle muurspleten na; in de westelijke gevel een later aangebracht spitsboogvenster in een kalkstenen omlijsting met imposten en afgeschuinde boog. De tweede geleding is voorzien van rondbooglisenen. De derde geleding is op elke zijde voorzien van een spitsboogfries met driepasmotief op consooltjes in de vorm van hoofdjes, en, behalve in de zuidelijke zijde, van een blind spitsboogvenster met maaswerk; in het benedengedeelte hiervan bevindt zich een klein, rechthoekig venster in kalkstenen omlijsting met mijtervormige latei. De bovenste geleding is voorzien van lisenen, een spitsboogfries met driepasmotief en op elke zijde twee geprofileerde spitsboogvormige galmgaten met maaswerk, waartussen een blind spitsboogvenster met maaswerk. De traptoren is op de twee bovenste geledingen eveneens voorzien van een spitsboogfries met driepasmotieven.)