Tongeren (Kolmont)

Tongeren, Overrepen, Kolmont, grafelijke burcht.

Historiek: de heren van Kolmont duiken in de documenten op vanaf het einde van de 11de eeuw tot in 1155. Volgens J. Baerten zou Gertruda, de vrouw van Hugo I van Dabo-Moha, stammen uit de familie van Kolmont. Aangezien de Kolmonts tussen 1155 en 1170 zijn uitgestorven kan men begrijpen dat de heren van Dabo-Moha, op grond van het huwelijk van Gertruda, waarschijnlijk te situeren in het begin van de 11de eeuw, aanspraak konden maken op Kolmont en het dus wellicht in het derde kwart van de 12de eeuw in bezit kregen. Na het huwelijk van Lodewijk I, graaf van Loon, met Agnes van Metz, de nicht van Hugo II van Dabo-Moha, viel Kolmont in de handen van de graaf van Loon: Hugo's zonen legden er zich niet bij neer dat ze door graaf Gerard I, zoon van de in 1171 overleden Lodewijk I, onterfd waren en eisten in 1172 de helft van Kolmont weer op. Een gewapend treffen in 1172 tussen Gerard I en de zonen van Hugo eindigde in het voordeel van de graaf van Loon. Zo bleef Kolmont definitief bij Loon. Lodewijk I had reeds in 1170 met alle middelen gepoogd de inwoners van Kolmont naar zijn hand te zetten door ze het eerste Loonse vrijheidscharter toe te kennen, iets wat zijn zoon, Gerard I, vijf jaar later ook voor Brustem zou doen. De oudst bekende kastelein van Kolmont, Elbertus, duikt op in 1175. Al deze gegevens bewijzen dat de graaf van Loon tussen 1170 en 1172 vaste voet aan de grond kreeg te Kolmont. Wanneer dan de eerste kastelein in 1175 verschijnt, dan kunnen we daaruit voorzichtig besluiten dat de Loonse graaf zijn tienhoekige donjon wellicht tussen 1170-72 en 1175 heeft opgericht. De 11de-eeuwse burcht van de heren van Kolmont identificeren we met de oudere toren of kleine "shell-keep", die nu verwerkt is in de basis van de Loonse donjon. Op dezelfde dag dat de Sint-Truidenaren, op verzoek van Radulfus van Zähringen, bisschop van Luik, Brustem aanvielen, belegerde hijzelf de burcht van Kolmont (2 augustus 1179). De graven van Namen en van Henegouwen slaagden erin Gerard met de bisschop te verzoenen. In 1206 sloot Gerard een verdrag met Hendrik I, hertog van Brabant, waarbij de burcht van Kolmont, een Loons allodium, een Brabants leen werd: Luduicus comes de Los castrum de Chalmunt, quod suum erat allodium, in manus Henrici ducis Lotharingiae resignavit, et illud infeodum ab eo recepit, ... . In de strijd tussen de La Marcks en Jean de Horne, bisschop van Luik, werd Kolmont in 1488 door de eersten versterkt en bemand; de bisschop belegerde de burcht in 1489 en vernietigde de torens door zijn artillerie: Jevesque ayant dressez sa batterie fit tonner son canon avec grande furie contre les tours, lune desquelles estant toute esboulee, ils se rendirent. Tien jaar later sloopte men de muren grotendeels om met de stenen de stadsmuren van Tongeren te herstellen.

Beschrijving: de tienhoekige donjon van de graaf van Loon rust op een ouder deel (a), dat, tenminste aan de binnenzijde, cirkelvormig is. In de doorsneden van de posterieure bres zijn duidelijk de sporen te zien van het loopvlak (b) en de borstwering (c) van een weergang (Fig. 237). Deze weergang kon de bekroning geweest zijn van een oudere toren of van een kleine "shell-keep" (?), die dan door het opwerpen van de huidige indrukwekkende motte, grotendeels onder de grond zou zijn verdwenen ("Einmottung"). Breuksporen (d) wijzen waarschijnlijk op een ingangsgebouwtje (e) met deur (f), die op deze voormalige weergang uitgaf. Op het ontvangstniveau (1) van de Loonse donjon zijn de overblijfselen bewaard van twee naar onder afgeschuinde schietgaten (g, h) in een rondbogige nis. Vóór één van de twee (h) is later een schouw geplaatst. Dit wijst erop dat er in deze toren oorspronkelijk geen schouw was zodat hij, zoals ook Brustem, waarschijnlijk louter met militaire doeleinden werd opgetrokken. De lichtspleten (i), die de met een tongewelf overkluisde trap (j) naar niveau 2 en de treden (k) naar de latrine (I) verlichten, zijn vlak afgedekt en aan de binnenzijde ontlast met een gestrekte boog. De latrine (I) zelf, en een grote nis (m) ertegenover zijn afgedekt met een halve koepel, zoals de lavabo te Brustem. Ter hoogte van de zitbank komt een vierkant gat (n) uit, dat in verbinding staat met een verticale schacht (0), die mogelijk water vanop een hoger niveau (cisterne?) naar de latrineafvoer (p) leidde.

  • Fr. Doperé en W.Ubreghts, De Donjon in Vlaanderen, architectuur en wooncultuur, Gemeentekrediet, 1991 (de tekst bovenaan + plannen zijn hieruit overgenomen).
  • schets kasteel uit: A.Claassen, Van Mottoren tot kasteel, Publicatie 14, Provinciaal Gallo-Romeins museum, 1970.
  • A.Claassen, Van Mottoren tot kasteel, Provinciaal Gallo Romeins museum, Publicatie 14, 1970.
  • Middeleeuwse Burchten, Colloquium te Tongeren, 12.09.1970, Tongeren, Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Publicatie 17, 1972.
  • Overrepen/ Kolmont (Tongeren), Oude Kolmontstraat, De Burcht van Kolmont, IBE-37528
  • Overrepen, Wikipedia