Diepenbeek

Historiek: Diepenbeek was een allodium in het bezit van het gelijknamig geslacht. Na de dood van de laatste vrijheer Hendrik van Diepenbeek (1395), worden de goederen geërfd door Willem van Sombreffe (1397), vervolgens door Boudewijn van Montjardin en tenslotte door Jan van Schoonvorst in 1412. Deze laatste stierf kinderloos in 1433. In 1444 werd Diepenbeek verdeeld tussen de families Schoonvorst en van Gaver enerzijds en de families van Horne en de Merode anderzijds. Men is geneigd de oprichting van onze toren te zien als een gevolg van deze verdeling. De eerste toren van het oude allodium, het Oude Hof, lag aan de Oudenhofstraat en is helemaal verdwenen. In 1663 verkocht barones de Merode het kasteel van Diepenbeek aan de Landcommanderij van Alden Biesen.

Beschrijving: het gelijkvloers (0) heeft een sterk opgehoogde vloer en is afgedekt met een koepelgewelf. Eén van de kanongaten is omgebouwd tot deur. De dichtgemetselde opening is vermoedelijk de toegang tot een ruimte (

onder de ophaalbrug van niveau 1 en tot het onderste ontoegankelijke deel van de traptoren. Op het buitenparement aan de zuidzijde tussen de twee kanongaten bevindt zich een zigzagversiering in zwarte baksteen. De ontvangstkamer-keuken combineerde de residentiële functie. De korfboogdeur is gevat in een sponning voor de ophaalbrug. In de nissen van de huidige grote steekboogvensters (l8de eeuw) is telkens één wand met afschuining van de primitieve vensternis bewaard, waar ook de sporen van een weggehakte zitbank zichtbaar zijn. De latrine is toegankelijk via een garderobe. Achter de latrine is de schacht van de verdwenen latrine op de weergang

zichtbaar. Vanuit de garderobe kon men oorspronkelijk een vierkant bijgebouwtje bereiken (mogelijk te interpreteren als sanitaire ruimte boven de gracht), waarvan de twee muur aanzetten zichtbaar zijn boven de nog steeds enigmatische blinde spitsboog op het gelijkvloers. Men was begonnen (18de eeuw?) om deze garderobe breder uit te hakken. De posterieure schuin oplopende uitsparing diende als steun voor een trap naar een afgebroken

houten tribune. Het nachtelijk vertrek was omringd door een weergang, toegankelijk vanuit de zaal en vanuit de traptoren. Opdat die deuren bruikbaar zouden kunnen zijn moeten we aannemen dat zowel de vloer van het

nachtelijk vertrek als van de weergang hoger lagen. Ook de traptoren zal wel het nachtelijk vertrek op een hoger niveau bereikt hebben. Deur n vormde tevens de toegang tot de latrine op de weergang met bijbehorende schacht Na het weghakken van de vloer van de weergang over een hoogte van 105 cm werden twee nieuwe toegangen naar de verlaagde weergang uitgehakt evenals de huidige steekboogvensters (18de eeuw). Het verlagen van het niveau van de weergang heeft alle sporen doen verdwijnen van de waarschijnlijk aanwezige mezekouwen.

  • Fr. Doperé en W.Ubreghts, De Donjon in Vlaanderen, architectuur en wooncultuur, Gemeentekrediet, 1991 (de tekst bovenaan is hieruit over genomen).
  • A.Claassen, Van Mottoren tot kasteel, Provinciaal Gallo Romeins museum, Publicatie 14, 1970.
  • Middeleeuwse Burchten, Colloquium te Tongeren, 12.09.1970, Tongeren, Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Publicatie 17, 1972.
  • Diepenbeek, Stationsstraat 25, kasteel van Diepenbeek, IBE-21591