Dilsen-Stokkem (Ommerstein)

Dilsen-Stokkem, Rotem, kasteel Ommerstein

Historiek: in 1662 zal "den hof van Kessel, Ommerstein of Kriekenbeek" verhuurd worden en in 1793 is het de heer Smeets die "de verheffing doet van het hof van Kessel, naast de heerlijkheid van het adellijk huis van Ommerstein". Het heeft er dus alle schijn van dat de bergkelder oorspronkelijk de kern vormde van het leen van Kessel.

Op het einde van de 14de eeuw duikt het goed als volgt op: ,,1380, 5 Juli, Godfridus zoon van wijlen Jan van Kessel verheft de landhoeve tot Rotem gezegd van Kessel...". In 1409 is een Jan van Kessel drossaard van Stokkem, waaronder ook Rotem ressorteerde. In 1428 verhief Renier de Borman "als momber van Catharina, weduwe van Arnold, gezegd van Kriekenbeek. .. het leen gezegd van Kessel gelegen in en omtrent Rothem". Het goed heette sindsdien ook Kriekenbeek. In 1467 voegt men voor het eerst de term "huis" toe aan het leenverhef: 1467, 19 Mei. Johannes van Kriekenbeek verheft het hof van Kessel met het huis, 60 bunder grond en wei; 6 gulden, 42 kapuinen, keurmeden, laten ... ". J. Coenen identificeert het "huis" met Ommerstein; ons lijkt het meer waarschijnlijk dat het de Bergkelder is en dat Ommerstein pas tot stand is gekomen als gevolg van een verhuis van het kasteelsite binnen hetzelfde leen. In 1456 was Johannes van Kriekenbeek bij testament rijkelijk bedeeld met een hof en een vijver, 5 bunders groot, door Johannes Coperdraet, algemeen ontvanger voor de prinsbisschop voor het Maasland. Een zuster van Johannes Coperdraet was gehuwd met een zoon of kleinzoon van hogervernoemde Godfried van Kessel; een andere zuster huwde Renier de Borman. Het klimaat lijkt ons dan ook gunstig 'om omstreeks het midden van de 15de eeuw de stenen Bergkelder te zien verrijzen.

(uit: de Donjon in Vlaanderen)

Beschrijving: dit langwerpig gebouw staat op een verhoogd terrein en was omgeven door grachten waarvan het tracé nog zichtbaar is in de weide ten zuiden van de Kogbeek. De ruïne omvat nog slechts de twee kelders waarvan alleen het vierkant gedeelte (a) nog een intact tongewelf heeft. De deur (b) in de muur tussen de twee kelders werd verbouwd maar bevindt zich op de primitieve plaats. De dagkant (c) is het enige wat overblijft van een posterieur uitgehakte deur. Van de trap (d), die ongetwijfeld van aan de ingang op niveau 1 in de kelder afdaalde, is nog de helft van elke trede bewaard. Aangezien de laagste trap nog te hoog is, moeten we aannemen dat een houten trap verder daalde in oostelijke richting.

  • Fr. Doperé en W.Ubreghts, De Donjon in Vlaanderen, architectuur en wooncultuur, Gemeentekrediet, 1991 (de tekst bovenaan + plan + foto zijn hieruit over genomen).
  • A.Claassen, Van Mottoren tot kasteel, Provinciaal Gallo Romeins museum, Publicatie 14, 1970.
  • Middeleeuwse Burchten, Colloquium te Tongeren, 12.09.1970, Tongeren, Provinciaal Gallo-Romeins Museum, Publicatie 17, 1972.
  • Rotem (Maasmechelen), de Schiervellaan 1, Kasteel Ommerstein, IBE-7152
  • Kasteel Ommerstein, Wikipedia