Herk-de-Stad (Donk)

Donk wordt een eerste maal vermeld in 741 graaf Robrecht van Haspengouw de kerk en een aantal gronden aan de abdij van Sint-Truiden schonk. In de vroege Middeleeuwen was Donk in bezit van de abdij van Sint-Truìden, die in de regio een grootschalige ontginningspolitiek toepaste. Het bleef een Truiense heerlijkheid tot aan het einde van het Ancien Régime, maar op bestuurlijk vlak was het één van de buitenkwartieren van Herk. De hogere rechtspraak was in handen van de Herkse schepenbank. Voor de lagere rechtspraak was er de Erfbank van Donk, die afhing van de abt van Sint-Truiden.
De abdij van Sint-Truiden had in Donk, Herk-de-Stad heel wat bezittingen en de Donkerwinning was daarvan een interessant deel. In een huurcontract van de Donkerwinning van 1665 wordt verwezen naar een motte.  
uittreksel met verwijzing naar de motte.
1748: Villaret, motte 'ruiné' in het door de Demer overstroomde moeras  1748: Villaret, motte 'ruinée' in het overstromingsgebied van de Demer
1748: Villaret-kaart. Ten noorden van 'de Donck' (de Donkerwinning) is vermeld: "ruiné": de oude kerk van Donk of de motte (of beiden)een motte voorgesteld met de vermelding: ruiné.
De Ferraris
1777: Ligging van de 'Dencker Winning' op de Ferraris-kaart, dicht bij de grens van het Hertogdom Brabant / Halen. Er is geen verwijzing meer naar een motte. Mogelijks liep echter de nog wel getekende weg langs de de Donkerwinning tot aan de motte.