OverijsselProvincie in Nederland. Ook Oversticht=in 1046 door een schenking van keizer Hendrik III met andere delen van Overijssel gebracht onder de bisschop van Utrecht [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 152; Busching, Nieuwe, VI, blz. 12]=in 1086 wordt het graafschap Islegouwe [Salland] door Keizer Hendrik IV aan bisschop Koenraad in teruggegeven na herovering [Busching, Nieuwe, VI, blz. 12, 22]. In Salland liggen drie steden: Deventer, Kampen en Zwolle [Busching, Nieuwe, VI, blz. 22]=Leenroerig aan Overijssel zijn het graafschap Bentheim, Lingen en Wedde en Westwollingerland=Daarna volgen het graafschap Goor en de steden Enschede Diepenheim, enz [Busching, Nieuwe, VI, blz. 12]=in 1527 ziet bisschop Hendrik van Beijeren geen kans meer om Overijssel te beschermen en geeft de Staten daarop het advies om Karel V tot landsheer te huldigen; dat geschiedde in maart 1528 [Verwoert2, blz. 123]=in 1580 traden ze toe tot de Unie van Utrecht [Verwoert2, blz. 123]=in 1795 vormde het met Drenthe en een deel van Gelderland en Friesland het Departement van de Oude IJssel [Verwoert2, blz. 123]=in 1801 is weer sprake van het departement Overijssel [Verwoert2, blz. 123]=bij de inlijving in Frankrijk werd het Departement van de Monden van de IJssel [Verwoert2, blz. 123=In 1826 is Zwolle de hoofdplaats van de provincie Overijssel. De provincie is verdeeld in drie steden en drie kwartieren. De drie steden zijn Zwolle, Deventer en Kampen. Er wonen 30.257 inwoners. De drie kwartieren zijn Salland (21), Twenthe (21) en Vollenhove (12). Achter de kwartieren staan de aantallen schoutambten in dat kwartier genoemd. In de 54 schoutambten wonen 123.201 mensen. Onder de schoutambten zijn opgenomen de niet genoemde steden Enschede, Oldenzaal, Steenwijk, Almelo, Rijssen, Gramsbergen, Genemuiden, Diepenheim, Ootmarsum, Hasselt, Delden, Vollenhove, Goor, Ommen, Hardenberg, Wilsum en Grafhorst [Gosselin, blz. XLVII]=op 31 december 1909 groot 334.728 hectare met 382;132 inwoners; tot de provincie behoort het onbewoonde eiland Schokland [Wink, blz. 916]belastingenalgemeen=bij de overdracht aan Karel V wordt als voorwaarde gesteld dat de oude vrijheden blijven bestaan en dat de schulden door de oorlog met de Geldersen tot dan toe ontstaan door belastingen zouden worden gedelgd, dat de keizer de kosten van voortzetting van de oorlog tegen hertog Kartel zelf zou betalen, totdat alle verloren gegaan gebied weer zou zijn heroverd, dat Overijssel voortaan de jaarlijkse belasting die ze gewoon waren de bisschop te betalen, aan de keizer zouden afdragen [Busching, Nieuwe, VI, blz. 13-14] =het bestuur over de inkomsten en de verpachting van de gemene middelen berust bij G.S. De president van de Staten bereidt met G.S. de Statenvergaderingen voor [Busching, Nieuwe, VI, blz. 17]=In 1790 wordt opgemerkt dat de blekerij met des te meer voordeel uitgeoefend kan worden, "dewijl de in-en opgezetenen aan geene zware belastingen onderhevig zijn" [Busching, Nieuwe, VI, blz. 11]naturaheffingen=Van 1774-1784 voerde Johan Dirk, baron van der Capellen van der Pol met de ridderschap strijd over de drostendiensten, hand-en spandiensten, die als overblijfsel van de vroegere horigheid door de drost nog van de ingezetenen gevergd werden [Wink, blz. 383] verpondingIn 1600 besluiten Ridderschap en Steden dat men het bedrag dat men na heffing van de generale middelen van consumptie, hoornbeesten en bezaaide landen tekort komt om de landelijke quote te betalen niet meer via een hoofdgeld [capitatie] te heffen, maar door een verponding of andere dergelijke middelen, die gelijkelijk en volgens een behoorlijke evenredigheid op 't land en in de steden gedragen zou worden.algemeen=Staten bestaan uit de ridderschap en afgevaardigden uit de steden. De bisschop of zijn plaatsvervanger is voorzitter. Situatie tot 1527 en 1528 [Busching, Nieuwe, VI, blz. 12-13]. Leden van de ridderschap moeten de Hervormde godsdienst toegedaan zijn, 24 jaar zijn, over bewijzen van adeldom beschikken en een riddermatige hofstede bezitten die recht op beschrijving meebrengt en vastgoed ter waarde van minimaal f 25.000. Op grond van reciprociteit kunnen edelen lid zijn, die in een andere provincie geboren zijn, als aldaar de ridderschap deel is van de Staten [Busching, Nieuwe, VI, blz. 15]. Alleen Deventer, Kampen en Zwolle leveren een afgevaardigde die door de gezworenen moet zijn verkozen en door de stadhouder goedgekeurd. Er kunnen meerdere afgevaardigden per stad verschijnen maar per stad kan slechts één stem worden uitgebracht. [Busching, Nieuwe, VI, blz. 16]. =De vergaderingen worden elk jaar in een andere van de drie steden. gehouden. De voorzitter is een lid van de ridderschap, nl. één van de drie landdrosten, die van Salland, bij diens absentie die van Twenthe en bij beider afwezigheid die van Vollenhove. Vervolgens komen aan de beurt de drosten van IJsselmuiden en Haaksbergen en tenslotte de hoogschout van Hasselt en Hasselterambt [Busching, Nieuwe, VI, blz. 14-17]=het dagelijks bestuur berust bij Gedeputeerde Staten, bestaande uit zes leden, uit elk kwartier één en uit elke stad één [Busching, Nieuwe, VI, blz. 17]gecommitteerden in de Staten-Generaal=Boldewijn Jacob Mulert toe Leemkuil was in 1649 gecommitteerde in de Staten-Generaal 1649 [Leeuw1886, blz. 58]=Arend Lemker was afgevaardigde in de Staten-Generaal [Verwoert2, blz. 13] gedeputeerden landdag=Boldewijn Jacob Mulert toe Leemkuil [1613-1667] werd wegens de ridderschap gedeputeerd ten landdage van Overijssel op 16 maart 1641 [van Doorninck, blz. 120; Leeuw1886, blz. 58] en gecommitteerde in de Staten-Generaal 1649 [Leeuw1886, blz. 58]=Hendrik Mulert tot Camferbeek was in 1639 wegens de ridderschap gecommitteerd ten landdage van Overijssel [Leeuw1886, blz. 58]=Peter Mulert tot Camferbeek was gedeputeerde ten landdage van Overijssel wegens de ridderschap [Leeuw1885, blz. 96]=Adolf Mulert was gecommitteerde ten landdage van Overijssel [Leeuw1885, blz. 97]=Rodolf Sloet was wegens de ridderschap gedeputeerde ten landdage van Overijssel 4 september 1612 [Leeuw1885, blz. 97]=Johan van Keppel tot Oeynck (Odinck), Mallum en door zijn huwelijk tot Camferbeek was in 1643 gedeputeerde ten landdage van Overijssel wegens de ridderschap [Leeuw1886, blz. 58]=Johan Ludolf Mulert tot Bakenhagen [.....-1705] was beschreven in de ridderschap van Overijssel 1671 en wegens die ridderschap gecommitteerd ten landdage van 12 mei 1671 [Leeuw1886, blz. 58]=Joachim Mulert tot Leemcule [1641-1686] als lid van de ridderschap van Overijssel gecommitteerd ten landdage 18 maart 1675, rentmeester van Lingen en dijkgraaf van Salland [Leeuw1886, blz. 59]=Derk Boldewijn Mulert tot den Oldenhof [1658-1716] [van Doorninck, blz. 261], beschreven in de ridderschap van Overijssel en als zodanig op 12 maart 1712 gecommitteerd ten landdage [Leeuw1886, blz. 59]=Hendrik Christoffel Mulert tot den Oldenhof [1685-1752] was beschreven i n de ridderschap van Overijssel en als zodanig gecommitteerd ten landdage van 9 maart 1715 [Leeuw1886, blz. 67]=Joachim Ernst Mulert tot Leemcule [......-1748] was beschreven in de ridderschap van Overijssel en als zodanig gecommitteerd ten landdage van 19 maart 1714 [Leeuw1886, blz. 67]=Boldewijn Jan Mulert tot den Oldenhof [1690-1741] was beschreven i n de ridderschap van Overijssel en als zodanig gecommitteerd ten landdage in plaats van zijn broeder 3 april 1727 [Leeuw1886, blz. 67]=Jan Arnold Ludolf Mulert tot Bakenhage, half Hengelo en Keppel was beschreven in de ridderschap van Overijssel en was als zodanig gecommitteerd ten landdage van 14 april 1753 [Leeuw1886, blz.77]=Boldewijn Jacob Mulert tot de Leemkule was beschreven in de ridderschap van Overijssel en als zodanig gecommitteerd ten landdage van 19 maart 1740 [Leeuw1886, blz. 77]=Coenraad Jan Mulert tot Bakenhage, Odinck en Hengelo [1759-1801] was beschreven in de ridderschap van Overijssel en als zodanig gecommitteerd ten landdage van 24 maart 1789 [Leeuw1886, blz. 77]=Maarten Schenk is in 1528 gouverneur van Overijssel [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 284]=Berend Hendrik baron Bentinck [1753-1830], heer van Buckhorst, Zalk en Veecaten, is gouverneur van Overijssel van april 1814 tot in 1830 [NNBW 1911, blz. 296]=Jacob Hendrik graaf van Rechteren [1787-1845] was gouverneur van de provincie [Aa, Aard1, blz. XVIII, deel 13, nr. 3, 1850, blz. 575; Wal, Bijdragen 1842, blz. IX]provisionele representanten van het Volk van Overijssel=in 1795 is Gerhardus Aarssen representant namens Giethoorn [Repertorium]=in 1795 is Roelof Abercrombe representant namens Blokzijl [Repertorium]=Gerrit Aeyelts [1769-1812] is representant vanaf 10 juli 1795 tot ...1795 namens Ootmarsum [Repertorium]ridderschapalgemeenEr waren in Overijssel 40 havezathen waaraan een plaats in de ridderschap verbonden was, te weten: Marsch , Velde, Suideras, Dam, Voorst, Boedelhof, Ehze, Rijssel, Oolde, Old-Oolde, Woelbeek, Diepenbroek, Ouden-Ampsen, Nieuwen-Ampsen, Nettelhorst, Cloese,Langen, Overlaer, Haegen, Marhulsen, Mervelt, Kerssenberg, Walyen, Beurse, Walvoort, Harrevelt , Zwanenburg, Wesenhorst, Enghuysen, Ulenpas, Kell, Barlham, Brandsenburg, Spaensweert, Holthuysen, Hackfort, Vorden, Ruurlo, Leemcule, Wildenborch [Navorscher1853, blz. 259]. personen=Carel Bentinck is lid van de ridderschap van Overijssel [NNBW 1911, blz. 297]=Herman Mulert werd beschreven in de ridderschap van Overijssel in 1554 [Leeuw1885, blz. 41]=Bernhard Bentinck [1604-1668] is in 1655 lid van de ridderschap van Overijssel [NNBW 1911, blz. 297]=Willem van Broeckhuisen tot Eeschate is lid van de ridderschap [....-1642]=Steven Gerhard van Rhemen [1615-....] was lid van de ridderschap [Werner, blz. 65]=Wilt van Broeckhuisen tot den Doorn, de Lathmer, de Geldersche Toren, Wilperhorst en de Groot Weede is lid van de ridderschap [ANF1888, blz. 69]=Berend Hendrik baron Bentinck [1753-1830], heer van Buckhorst, Zalk en Veecaten, is vanaf 1779 lid van de ridderschap [NNBW 1911, blz. 296]=Hendrik van Isselmuiden [....-1751] was lid van de ridderschap [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 342]=Jan Hendrik baron Bentinck [1787-...] is heer van Buckhorst, Zalk en Veecaten, zoon van Berend en lid van de ridderschap envan Provinciale Staten van Overijssel [NNBW 1911, blz. 296-297] =Wilt Gerrit Jan van Rhemen van Rhemenshuizen [1757-1827] was lid van de ridderschap van Overijssel [Werner, blz. 48]=In 1814 worden Volkier Rudolph Bentinck en Berend Hendrik Bentick benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 12; NNBW 1911, blz. 296]. Voorts Arend Daniël van Coeverden tot Wgdam, Wolter Cidonius van Coeverden tot Gramsbergen en Johannes Josephus van Coeverden [Adel1925, blz. 44] Frederik Gijsbert van Dedem tot de Hachmeule, Coenraad Willem van Dedem tot de Rollecate en mr. Willem Jan van Dedem tot den Berg [Adel1925, blz. 49], Arend van Echten tot Arendshorst en de Garner [Adel1925, blz. 59], Jacob Jan Gansneb genaamd Tengnagel tot den Luttenberg en Anthony Zwier Gansneb genaamd Tengnagel tot Bonkenhave [Adel1925, blz. 69], Henricus Arnoldus Josephus van Goltstein van Hoekenburg [Adel1925, blz. 77], Anthony Coenraad Willem van Haersolte [Adel1925, blz. 84], Willem Hendrik van Hambroick [Adel1925, blz. 85], Timon Cornelis van Heerdt tot Eversberg [Adel1925, blz. 90], Wolf Floris van Hemert tot Dingshof [Adel1925, blz. 94], Rudolph van Hoevell tot Nijenhuis [Adel1925, blz. 98], Roelof Hendrik van Isselmuden tot Zwollingerkamp [Adel1925, blz. 108-109], Jasoer Gerrit van Ittersum tot Relaer en Willem van Ittersum tot Oosterhof [Adel1925, blzz. 109], Reinerus Willem Josephus Antonius Franciscus van Middachten tot Vrieswijk en Oldhagensdorp [Adel1925, blz 139], Joachim Ernst Mulert tot de Leemcule en Frederik Christiaan Mulert tot de Leemcule [Adel1925, blz. 141; Leeuw1886, blz. 93], Adolf Werner van Pallandt tot Eerde, mr. Adolf Werner van Pallandt [Adel1925, blz. 151; Verwoeret2, blz. 125; Dirk Joachim Willem Jan van Raesfelt [Adel1925, bz. 165], Christiaan Lodewijk van Rechteren tot Collendoorn. Frederik Hendrik van Rechteren tot Mennigeshave, Frederik Lodewijk Christiaan van Rechteren Limpurg tot Rechteren, Frederik Rudolf Carel van Rechteren. Frederik Reinhard Burchard Rudolph van Rechteren Limburg tot Noortdeuringen, Jacob Godefroy van Rechteren [Adel1925, blz. 170], Floris Willem Sloet tot Warmelo, Robert Adolf Borchard Jan Sloet tot Westerholt, Ludolph Everhardus Willem Sophonius Sloet tot Oldhuis, coenraad Willem Sloet tot Tweenyenhuizen, mr. Reint Wolter Sloet tot Marxveld, Andries Sloet tot Everlo, Anthony Sloet van Oldruitenborg. Roelof Sloet, Berend Sloet, Boldewijn Reint Wolter Sloet tot Hagensdorp [Adel1925, blz. 201], Threodorus Anthony van Voërst tot Hagevoorde, Hidde van Voërst tot Bergentheim, Adolf van Voërst van Hagevoorde en Dirk Ernst van Voërst van Averbergen [Adel1925, blz. 231], Reint Hendrik de Vos van Steenwijk tot den Hogenhof, Carel de Vos van Steenwijk, Hendrik Anthony Zwier de Vos van Steenwijk genaamd van Essen, Harmen Jan van der Wijck [Adel1925, blz. 245]-In 1816 wordt Franciscus Egon Philippus Joannes von Bönninghausen tot Herinkhave [1789-1849] benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 24; Leeuw1884, blz. 8], Adolph Frederik Lodewijk van Rechteren Limpurg [Adel1925, blz. 171], Lodewijk Arent Sloet tot Westerholt, Arend Sloet tot Tweenyenhuizen en mr. Jan Willem Sloet tot Oldruitenborgh [Adel1925, blz. 201; Leeuw1884, blz. 100], Gerrit Helmich van Voërst tot Bergentheim [Adel1925, blz. 231], Jan Arend Godert de Vos van Steenwijk [Adel1925, blz. 232]-Zweder van Haersolte is lid van de ridderschap [Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 22]=mr. Dirk baron Bentinck tot Schoonheten [1812-....] was rechter in de arrondissementsrechtbank te Zwolle, lid van de ridderschap en lid van provinciale staten van Overijssel [Leeuw1884, blz. 68]=Lodewijk baron van Pallandt van Eerde [1809-1885] was lid van de ridderschap van Overijssel [Leeuw1885, blz. 59]=Alexander van Rhemen van Rhemenshuizen was lid van de ridderschap van Overijssel [1839-1877]=Jan Arnold Ludolf Mulert tot Bakenhage, half Hengelo en Keppel was beschreven in de ridderschap van Overijssel en was als zodanig gecommitteerd ten landdage van 14 april 1753 [Leeuw1886, blz. 77]=jhr. mr. Willem Gerrit Hovy [1805-1885] werd verheven in de Ned. adelstand bij KB van 11 maart 1842, lid van de ridderschap en van Provinciale Staten van Overijssel [Leeuw1886, blz. 80]stadhouder=In 1549 benoemt Karel V Jan van Ligne, graaf van Aremberg, tot stadhouder van Friesland, Groningen, Overijssel en Lingen. In 1555 wordt hij door Filips II in zijn ambt bevestigd (Aa, Bio I, blz. 344)=In januari 1567 is hertog van Aremberg stadhouder over Friesland, Overijssel en Groningen (Aa, Bio I, blz. 98)=bij het overlijden van prins Willem III in 1702 is de stadhouderspost open tot 1747. Op 10 mei 1747 wordt prins Willem Karel Hendrik Friso stadhouder [Busching, Nieuwe, VI, blz. 18]=In 1839 was mr. W.G. Hory agent van 's Rijks domeinen in Overijssel [Aa, Aard1, blz. XXIV]=in 1790 is er sprake van veeteelt, akkerbouw, linnenweverij en blekerij [Busching, Nieuwe, VI, blz. 11]Tussen 1100-1200 waren er in Overijssel de volgende abdijen: ter Hunnepe, Marienberg, Marienkamp, Weerselo [Kok1, blz. 145]
=Ordonnancie omme te demolieren eenige huizen, starcten en de steden in Vrieslandt en de lande van Ouerissel, geven in Septembre 1530 , door Keizer Karel V=in 1578 wordt Deventer door de graaf van Rennenberg veroverd [Buesching, Nieuwe, deel VI, blz. 43]rechtspraakKamerklaringegehouden door de bisschoppen in Vollenhove [Busching, Nieuwe, VI, blz. 18]Opperste VierschaarOok Klaringe, Grote Klaringe. Voorzitter is de landdrost van Salland of bij absentie de rentmeester van Salland. Leden uit de ridderschap, vier schepenen uit Deventer, twee schepenen uit Kampen en twee uit Zwolle. Ze vergaderen in Deventer indien een zaak dit vordert. Het gaat om beroepen tegen vonnissen van de meeste mindere steden, vlekken en dorpen. Niet alle, want inwoners van Hasselt, Ommen, Oldenzaal en Ootmarsum en Enschede mogen appelleren in Deventer. Die van Steenwijk, Genemuiden, Hardenberg, Gramsbergen, Wilsum en Grafthorst in Zwolle. Tegen vonnissen van de drie steden staat geen beroep open [Busching, Nieuwe, VI, blz. 19-20]Hof van Overijsselgriffier=mr Onno Zwier van Sandick [1805-1883] was griffier bij het voormalig provinciaal gerechtshof in Overijssel [Leeuw1884, blz. 8]kanselier=Johan de Mepsche werd in 1554 benoemd tot kanselier bij het Hof te Vollenhoven [Verwoert2, blz. 67]raadsheer=mr. H. Kronenberg is raadsheer in het Hof [Leeuw1883, blz. 40]=Jan Nicolaas Josef Heerkens wordt in 1859 raadsheer in het Provinciaal Gerechtshof [WP8.204]president=mr. Jan Hendrik de Bruyn [1806-1884] was president van het voormalig provinciaal gerechtshof i n Overijssel [Leeuw1884, blz. 92]statenGedeputeerde Statenalgemeen=in 1911 zijn er 6 gedeputeerden [Wink, blz. 916]personen=Robert baron van Ittersum tot Nijenhuis of Nienhuis [1645-1705] is president van de Staten [Buesching, Nieuwe, deel VI, blz. 81]=Jhr. mr. Johannes Albertus Sandberg [...-1883] is lid van GS [Leeuw1883, blz. 40]=mr. S.H. de Sablonière is lid van GS [ANF1888, blz. 7] =Johan Derk van Hasselt [1820-1885] was vanaf 1861 lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel [Leeuw1885, blz. 51]Provinciale Statenalgemeen=in 1911 zijn er totaal 47 leden; 3 naar de eerste, 7 naar de Tweede Kamer [Wink, blz. 916]personen=Carel Bentinck is lid van Provinciale Staten van Overijssel [NNBW 1911, blz. 297]=mr Rhijnvis Feith lid van Provinciale Staten en woont op landgoed Boschwijk [Leeuw1886, blz. 9]=mr. Jan Willem baron Sloet van Oldrutenborgh [1792-1863] was lid van de ridderschap en van Provinciale Staten van Overijssel [Leeuw1884, blz. 100]=Jan Hendrik baron Bentinck [1787-...] is heer van Buckhorst, Zalk en Veecaten, zoon van Berend en lid van de ridderschap en Provinciale Staten van Overijssel [NNBW 1911, blz. 296] =Gulian Cornelis Arntzenius [1810-1861] was lid van de Staten van Overijssel [Leeuw1886, blz. 75]=Jan Nicolaas Josef Heerkens wordt lid van PS [WP8.204]=Alexander baron van Dedem [1838] is lid van PS [Wie118]=Mr. Godert Willem baron van Dedem is van 1876-1884 lid van PS [Wie118]=In 1879 wordt mr. Pieter Johannes Gesienus van Diggelen lid van PS [Wie121]=W.J. Blijdensteijn is vanaf 1886 Statenlid [Wie52]=Jan van Alphen is vanaf 1889 Statenlid [Wie19]=Johan Derk van Hasselt [1820-1885] was lid van Provinciale Staten [Leeuw1885, blz. 51] =Johan Derk van Hasselt [1820-1885] was vanaf 1861 lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel [Leeuw1885, blz. 51]=Gerhard Johan Leonard Ankersmit [1844] is Statenlid [Wie21]=mr. Dirk baron Bentinck tot Schoonheten [1812-....] was rechter in de arrondissementsrechtbank te Zwolle, lid van de ridderschap en lid van provinciale staten van Overijssel [Leeuw1884, blz. 68]=Gerhard Carel baron Sloet van Warmelo [1800-1872] was ontvanger der directe belastingen te Eist en lid van de ridderschap van Overijssel [Leeuw1885, blz. 34]=jhr. mr. Willem Gerrit Hovy [1805-1885] werd verheven in de Ned. adelstand bij KB van 11 maart 1842, lid van de ridderschap en van Provinciale Staten van Overijssel [Leeuw1886, blz. 80] =A.J. ten Cate was burgemeester van Stad en Ambt Delden en lid van P.S. van Overijssel [Leeuw1887, blz. 21]BRONNENliteratuurAa, A.J. van der, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorcum 1839, deel I, blz. XXIV In 1839 is mr. W.G. Hory agent van 's Rijks Domeinen in Overijssel [blz, XXIV]Aa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel I, Haarlem 1852, blz. 98, 344Acquoy, J., De admissie in de ridderschap van Overijssel gedurende de Republiek, in: BVGO 1907, blz. 258-276ANF 1883, 1 september, p. 3 (1708); 1884, 31 mei, p. 5 (19e e) Andreae, Recht, p. 259 (1601) Andreae/Downer, Plakkatenlijst (1528-1810) Avis, Directe, pp. 4 (1260), 12 (1331) Baelde, Domeingoederen, pp. 51 (1558), 322-328 (1551) Baelde, Financiële, p. 21 (1539-51) Bannier, Landgrenzen I, pp. 126-12 7 (14e e) Becht, Statistische, p. 115 (1580)Bergh, Handboek, blz. 115 (m.e.), 119 (id)Berg, L.Ph.C. van den, Berigt over eenige onbekende bronnen voor de geschiedenis van Overijssel en aangrenzende streken, in: BVGO 1868, blz. 59-63Blink, Geschiedenis I, p. 203 (1276) Blok, Geschiedenis I, pp. 203 (1331), 401 (1402) Boeles, Heerschappij, pp. 101-102 (16e e) Chijs, Munten, blz. 20 (m.e.)Donker, Iets, pp. 97-99 (19e e) Doorninck, J. van, Geslachtkundige aanteekeningen ten aanzien van de gecommitteerden ten Landdage van Overijssel sedert 1610-1794 met eenige berigten omtrent de voormalige Havezathen in dat gewestDoorninck, Bijdrage, pp. 234-261 (18e e) Doorninck, Regesten I-II-III Doorninck, J/L van/Uitterdijk, Bijdragen tot de Geschiedenis van OverijsseI, deel 1, pp. 188-189 (1738); deel 2, p. 111 (1547-59); deel 3; VI, pp. 60e.v. (1564); deel 4, Zwolle 1877-1878; deel 5 , Zwolle 1878-1879; deel 6, Zwolle 1879Elte, Monopolie (1726)Engels, Geschiedenis, pp. 62 (1551), 82-83 (1616; 1672-74), 85 (1748), 86 (1805), 119 (1623), 153 (17e e), 175 (1842), 239 (1832), 240(1835) Formsma, W.J., Archiefgids van Overijssel, Erven B. van der KampFruin, Zeventien, pp. 10(1574), 12(1571), 16 (16e e), 18(1571), 23(1577) Gelder, Nederlandse, p. 5 (1601-02) Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XLVIIGosses, Welgeborenen, pp. 17-47 (m.e.) Haak, Plooierijen, pp. 83 (18e e), 113 (17e e) Hartmans, K.D., De archieven van het Hof van Assises in het Departement der Monden van den IJssel (later: de provincie Overijssel) en van den procureur-crimineel bij dat Hof, in: Versl. Arch. deel L 1928 II blz. 786Henne, Histoire VII, p. 135 (1536); VIII, p. 23 (1542); IX, pp. 125-126 (1551-52); X, p. 18(1533) Heringa, Tijnsen, pp. 36 (m.e.), 47 (id) Kosters, Oude, pp. 60-61 (lle-13e e), 71-72 (12e-13ee) Kuile, Commanderij, p. 313 (19e e) Kuile, Landbrief, pp. 448 e.v. (1455-57) Kuile, Overijssel, p. 277 (17e-18e e) Leeuw 1883, deel 1, blz. 40Menalda, Behandeling, pp. 100-104 Merkus, Schets, p. 78 (1748) Molhuysen, Remonstrantie (16e e) Muller, Staat, pp. 294 (1583), 366 (1586), 428 (1587), 545 (1594) Nagge, W., Historie van Overijssel. Uitgave van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsen regt en geschiedenis. II. Zwolle, Erven J. J. Tijl Navorscher V, p. 331 (1581); IX, pp. 167 (1556), 194 (1546), 223 (1604) Neve, Rijkskamergerecht, p. 151 (1542) Overijsselsche Stad-, Dijk-en Markeregten, 2e deel, 1e stuk, Dijkregten van Vollenhoven, Zwolle 1872; 1874-1876, 1877-1879Pater, Leicester (1580-87) R.A. Zwolle, Reg. v. Beden en turftollen Racer, Gedenkstukken, deel 1, deel 2 Rengers, Schets, p. 76 (1852) Sickenga, Omwenteling, pp. 10-16 (1796), 47,55-56,77-78, 103 Sickenga, Omwenteling, blz. 10-11 [1795] Men verhoogt in Overijssel de verponding, contributie en vuurstedegeld alle tegelijk [blz. 10]. De provinciale domeinen worden van tijd tot tijd gedeeltelijk in verkoop gebragt, o.a. door Holland, Gelderland, Overijssel en Drenthe [blz. 11]. Slicher van Bath, Geschiedenis Sloet, Toestand, p. 400 (1543) Snuif, Hoveluden (17e e) Snuif, Uit (17e-18e e)Stratingh, Precarie, pp. 316-317 (15e-16e e) T., Geschillen (17e e) T.S. Overijssel I, p. 9 (1696); III, p. 48 (1349); IV, pp. 187-188(1710) Theissen, Regeering, pp. 143 (16e e), 155 (id) Werner, H.M., De Geldersche Toren, in: Geldersche Volksalmanak 1881, blz. 37-57Wie is dat, blz. 19, 21, 52, 118; 121-Wijnpersse, Statistiek(1848-52; 1853; 1854)Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 22, 204