HaarlemStad in Noord-Holland. Ook Haerlem, Heer Lem's slot, Harel Heimalgemeen=vermeld in 969 en 1110 [Wink, blz. 546]=In de aanvang een sterk kasteel (WP). =van "overoude tijden" dateert Hartjesdag. Op die dag staat het de burgers van de stad vrij om de hele dag in de nabije duinen vrij te jagen. De dag valt op de eerste maandag na Maria Hemelvaart [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 281]=Rond 1150 een welvarende stad (WP; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270). =In 1206 blijkt voor de eerste maal van inmenging van Hollandse steden in de staatkunde, toen de hulde van Dordrecht, Vlaardingen, Leiden en Haarlem, blijkbaar als centra van de hoofddelen van het grafelijk territorium, vereist werd voor de erkenning van Lodewijk van Loon [Enklaar, Opkomst] =in de eerste helft van de 13e eeuw bouwt graaf Willem II zijn paleis in Haarlem, het huidige stadhuis.(W.P). =Van St. Clemensdag 1245 dateert het handvest van graaf Willem II bevattende voorrechten en vrijheden [Navorscher 1851, blz. 97 met Latijnse tekst; [Navorscher 1851, blz. 97, 172]=Bij privilege van 20 februari 1389 geeft hertog Albrecht van Beieren een veld bij de stad, de Baan, aan de jongens van de stad "om hun ten eeuwigen dage tot eene speelplaats te dienen" [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 28] =in 1562 wordt de Stadsdoelen gebouwd. (WP) =in de 17e eeuw waren er 50.000 inwoners [Plantenga, Nederland, blz. 44]=In 1750 heeft Haarlem 40.000 inwoners (WP). belastingenalgemeenWillem VI maant in 1416 Schagen, Winkel en Niedorp aan, Hoornse poorters niet zwaarder te belasten dan die van Haarlem of Alkmaar [Gonnet, Inventaris, blz. 7]bieraccijns=Gijsberecht Fredericksz 33 jr, opperbrouwer in de Lelie van Libbrich in het Cuelslant verklaart op verzoek van Hendrick Fredericksz van Libberch, dat hij Gisberecht vier jaar geleden in Haerlem gevangen heeft gezeten omdat hij een half vat bier zonder accijns uit de brouwerij gedragen zou hebben. Hij verklaart tevens dat Hendrick Frederixsz in die tijd in Dordrecht in 't Rietlant woonde, en hem dus niet verraden kan hebben, zoals het gerucht wil [GA Rotterdam 31-08-1618]. =missive van 10 maart 1702 aan de Heren Burgemeesters en Regeerders van de stad Haarlem, waarbij aangetoond wordt, dat het bezwaren van de Haarlemmer bieren niet strijdig is met de Unie [Leeuwen, Alphabetisch, blz. 40]. boetenDe Regering van Haarlem had in 1690 ter voorkoming van brand, het roken van tabak op straten, wagens en schuiten en op gevaarlijke plaatzen binnenshuis; verboden op ene boete van zes guldens voor elk die er op betrapt werd. Het gemeen spotte met dit bevel en overtrad hetzelve bijna ieder ogenblik De Schout die zig ambtshalve verpligt rekende, de gemaakte keur te doen gehoorzamen; tastte op den 23 oktober enen jongeling op de straat aan, en vorderde van hem de boete; de knaap weigeragtig of onmagtig zijnde om te betalen, trok schout Bakker hem den rok uit; het gernene Volk dit ziende, hield zulks voor een zware belediging; loopt den schout na en dwingt hem den rok te rug te geven; dan hiermede niet te vrede, begeerde men ook de boeten die enigen reeds betaald hadden, terug. Ook bleef het hier nog niet bij; want als het woeste grauw eens aan 't hollen is, heeft men veel werk om het te doen bedaren. Men sprak van des schouts huis te willen plunderen; ook werden er de glazen ingesmeten en ander geweld gepleegd; en terwij1 men met dit voorspel van plundering doende was, waren er die zig bezig hielden een lijst van regenten op te stellen, die men verzekerde dat ze hetzelfde lot zouden ondergaan. Thans dagt men ook het gunstige ogenblik aanwezig te zijn, om de zoutpagt en andere lasten af te krijgen; doch de schutterij bijtijds in de wapenen gebragt, plaatste zig voor de huizen, die het grootste gevaar liepen, en stuitte den opstand. Den 25e october's morgens bijtijds, kwam er een regiment voetvolk, benevens enige ruiterij in de stad, 't welk zo veel schrik onder 't grauw tewege bragt, dat niemand meer durfde kikken. Twee der oproerigen middelerwiji gegrepen zijnde, werden met geesseling gestraft; twaalf anderen die gevlugt waren, openlijk ingedaagd, en hiermede was de zaak afgelopen
exuerecht=in 1530 overleed de begijn Im Ysbrantsdochter ; er wordt 7 pond exuerecht betaald [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 555]=in 1532 overleed de priester mr.. Cornelis Ysbrantsz Olyslager; er is 20 pond exuerecht betaald [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 555]=overeenkomsten van Hoorn met de steden Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Delft, Enkhuizen, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Middelburg, Monnickendam en Zierikzee over het recht van exue. 1525, 1533, 1554, 1562 , 1563, 1567, 1728, 1743-1744, 1783, 1788, 1790 [Gonnet, Inventaris, blz. 35]
honderdste penning=werd geheven in 1483-1484, 1493-1494, 1495-1496, 1499-1500 [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 560-561]
huisgeld=werd geheven in 1493 [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 560]
impost op het begraven =informatie daarover is te vinden in de Puiboekjes [Boers, Puiboekjes, blz. 272-274]
ontvanger=Gerard Pieter van Vladeracken [1830-1887] was ontvanger der accijnsen te Haarlem [Leeuw1887, blz. 8]=in 1858 was jhr Gaspard Philippe Charles van Breugel ontvanger der belastingen in Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 39]oproerDe Hertog, met ere binnen Haaarlem ontvangen, nadat het oproerige Kaas-en Broodvolk gevlucht was, deed de misdaad van enigen door velen betalen: een som van 34000 of, zo anderen zeggen, 27000 Gouden Andries-Guldens, was de onverzettelijke eis, die in die geldeloze tijd moest worden opgebracht; ieder werd hoofd voor hoofd geschat, en ter voldoening, moesten vele onschuldigen hun zilverwerk op het stadhuis brengen: want deze waren het, die betalen moesten, terwijl, volgens een streng bevel van de magistraat, geen der schuldigen in de stad mochten worden geherbergd: hun misdaad bestond hierin, dat sommige onruststokers de poorten opengebroken en de oproerige hoop binnengelaten hadden. Hierdoor zakte de moed van de overigen in zoverre, dat zij om genade baden [Kok2, blz. 471-472]In 1690 was er oproer, zie onder boetenin 1749 oproer vanwege de pachters van belastingen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270]in 1787 weet de plaatselijke schutterij een oproer de kop in te drukkentollenZoo ook verleende Graaf Willem in 1245 vrijheid van alle tollen in zijn gebied aan die van Haarlem [blz. 24]vademingheVan Mieris Deel I, blz. 357 Anno 1261. Aleidis Tutrix Hollandiae concessit Abbatissae et Conventui de Losdunen jus annuatim mittendi quindecim porcos in nemore de Haerlem.... absquo exatione qeae dicitur Vademinghe [blz. 14]vrijdom Zoo ook verleende Graaf Willem in 1245 vrijheid van alle tollen in zijn gebied aan die van Haarlem [blz. 24]zoutpachtIn 1690 werd om afschaffing van de zoutpacht en andere heffingen geroepen tijdens een oproer. Zie onder boeten
bestuuralgemeen=Laurens Jansz. Coster [1370-1439] bekleedde hoge stedelijke ambten [Wink, blz. 321]buitencollegesgecommitteerde Raden van Holland in het Zuiderkwartier [1590-1795]=Auwel Arisz Akersloot [1583-1649] is lid van 1 mei 1628 t/m 4 november 1630 namens Haarlem [Repertorium]gecommitteerden Admiraliteit van Amsterdam [1586-1795]=Auwel Arisz Akersloot [1583-1649] is gecommitteerde van 17 januari 1625 t/m 3 mei 1628 namens Haarlem [Repertorium]=dr Johan Akersloot [....-1671] is gecommitteerde van 5 mei 1667 t/m 12 mei 1670 namens Haarlem [Repertorium]=Paulus Akersloot [1695-1773] is gecommitteerde van 1 mei 1737 t/m 2 mei 1740 namens Haarlem [Repertorium]rekenkamer ter Auditie van Holland in het Zuiderkwartier [1590-1795]=Auwel Arisz Akersloot [1583-1649] is gecommitteerde van 1 mei 1620 t/m 1623 namens Haarlem [Repertorium]=Andries Akersloot [...-1670] is gecommitteerde van 1 mei 1670 t/m 1670 namens Haarlem [Repertorium]
burgemeester=in 1444 is Klaas van Adrichem burgemeester van Haarlem [Kok1, blz. 345; Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 156]=in 1470-1471 en 1471-1472 was Joost Daneelsz [....-1472] burgemeester [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 560]-mr. Quirijn Dirkszoon, ook Quirinus Talesius, is burgemeester [Kobus/de Rivecourt3.2]-Willem Pietersz Speyart [....-1541] is burgemeester [Adel1925, blz. 206]=Christoffel van Schagen is burgemeester [NNBW 1911, blz. 190]=Op 12 december 1572 werden in Haarlem tot nieuwe heren van de Wet aangesteld, als burgemeesters, Nicolaas of Klaas van der Laan [1521-1584], Jonker Jan van Vliet, Gerard Stuiver en Pieter Kies [Kok2, blz. 527, 670; Verwoert2, blz. 1]-Dirk de Vries is burgemeester [Verwoert1, blz. 213]-Pieter Jansz Kies is meermalen burgemeester [Verwoert1, blz. 88, 368]-Adriaan van Berkenrode [.....-1618] is burgemeester [Verwoert1, blz. 48]-Aart Janszn Druivestein is burgemeester [1577-1627 [Kok, blz. 17]-Ruikhaver is in 1619 burgemeester [Kok1, blz 73]-in 1595 is Arent Meyndertse Fabricus burgemeester [Adel1925, blz. 63]-Michiel de Waal was burgemeester [Navorscher 1852, blz. 278] -Johan van der Camer was burgemeester van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Pieter van der Camer was burgemeester van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Daniel Jan Camerling was burgemeester [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Jeronimus Pietersz Heringa [1610-1661] verkoopt in 1654 de hofstede Rooswijck in Velsen voor f 6000 aan burgemeester Guldewagen van Haarlem [Harren, Argwaan, blz. 210]=mr. Christoffel Jan van Dam [1723-....], raad en burgemeester te Haarlem, baljuw van den lande van Blois, hoofdofficier der stede Beverwijk [Leeuw1886, blz. 56]=Elbert Testart was raad en burgemeester van Haarlem [Navorscher 1852, blz. 352]=in 1740 zijn burgemeester: Pieter van der Camer, mr. Jan van Dijck, mr. Anthonie van Styrum en mr. Cornelis Ascanius van Sypesteyn [Navorscher 1853, blz. 56]=Mattheus Willem van Valkenburg was raad in de vroedschap en burgemeester [Kok2, blz.708]-in 1753 is mr. C.A. van Sypesteyn burgemeester van Haarlem [Groot Charterboek deel 1 blz. 28]-in 1753 is mr. Pieter van Schuylenburg heer van Mourmont, raad en oud-schepen van Haarlem [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]-In 1786 is J.T. Koek raad en burgemeester [Chalmot1, blz. VI]-In 1786 is Antonie Kuits raad in de vroedschap en burgemeester [Chalmot1, blz. VI]municipaliteit=mr. Daniel Jacobus Canter Camerling [1754-.....] werd in 1795 lid van de municipaliteit [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 39]pensionaris=in 1564 wordt Dirk Volkertszoon Coornhert pensionaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 133; Wink, blz. 317]=Kornelis van Alkemade werd in 1564 pensionaris [Kok2, blz. 606]-mr. Quirijn Dirkszoon, ook Quirinus Talesius, is pensionaris [Kobus/de Rivecourt3.2]-In 1603 wordt Johan de Haan (1560-1624], pensionaris van Haarlem.(WP; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 268) Als hij de zijde van Oldenbarnevelt kiest verliest hij zijn ambt en verlaat hij in 1619 het land.(WP)-mr. Adriaan van Strijen (1611-1664) wordt op 11 september 1654 pensionaris van Haarlem [Chalmot2.186; NNBW 1911, blz. 266]=in 1664 is Gaspar Fagel raadpensionaris [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 200]=in 1672 wordt Michiel ten Hove pensionaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 330]=dr. Jacob Aekersloot [1659-1727] was pensionaris van Haarlem [Repertorium]=Jacob de Bije was raadpensionaris [Leeuw1885, blz. 89]=mr. Albert Fabricius [1676-1736] was heer van Almkerk, Santwijk, Uppel en Doorn, secretaris, pensionaris van Haarlem, hoogheemraad van Rjinland, griffier der Staten van Holland en West-Friesland [AaBio6, blz. 8; Leeuw1885, blz. 79]=in 1742 werd Jacob Gilles pensionaris van Haarlem [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 235]=in 1753 is mr. Paulus Abraham Gillis pensionaris [Groot Charterboek deel 1 blz. 34]=Pieter Leonard van de Kasteele [1748-1810] is pensionaris van Haarlem [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 261]raad=in 1577 is Arent Meijnerts Fabricius [...-1624] raad [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 199]=Willem Fabricius is raad in de vroedschap [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 199]=H. Damius is raad en vroedschap van Haarlem [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 145]=Johan van der Camer werd in 1637 gecommitteerde raad van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Johan van der Camer werd in 1660 raad in de vroedschap van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Pieter van der Camer was raad in de vroedschap van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=mr. Christoffel Jan van Dam [1723-....], raad en burgemeester te Haarlem, baljuw van den lande van Blois, hoofdofficier der stede Beverwijk [Leeuw1886, blz. 56]=Daniel Jan Camerling was raad in de vroedschap [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=mr. Daniel Jacobus Canter Camerling [1754-.....] werd op 24 mei 1780 raad in de vroedschap [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=mr. Willem Fabricius, heer van Santhorst, Almkerk, Santwijk, Uppel en Doorn [1709-24 mei 1749] was raad en schepen te Haarlem en gecommitteerde raad in de Staten van Holland [Leeuw1885, blz. 78]=in 1753 is mr Gijsbert Jan de Bruyn raad [Leeuw1883, blz. 45]=in 1753 is mr. Matth. van Valkenburg raad en oud-schepen [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]=in 1767 was Elbert Testart burgemeester en raad van de stad Haarlem [Leeuw1884, blz. 81]=in 1777 was mr. Liebrecht Jacob Hooreman schepen [Leeuw1883, blz. 45]In 1786 is Jacob Helmolt raad en schepen van de stad [Chalmot1, blz. V]In 1786 is J.T. Koek raad en burgemeester [Chalmot1, blz. VI]In 1786 is Antonie Kuits raad in de vroedschap en burgemeester [Chalmot1, blz. VI]=in 1767 was Elbert Testart burgemeester en raad van de stad Haarlem [Leeuw1884, blz. 81]=Mattheus Willem van Valkenburg was raad in de vroedschap en burgemeester [Kok2, blz.708]=in 1774 was mr. Albert Fabricius heer van Almkerk en raad en schepen van Haarlem [Kok2, blz. 669]=mr. Jan Balthasar van der Upwich [1763-1829] was schepen en raad van de stad Haarlem [Leeuw1885, blz. 93]rijkdom=een college van 20 personen, dat in bijzondere gevallen werd geraadpleegdschepen=Klaas van Bakenesse komt in 1334 voor in de rekeningen van het Haarlemmerhout en is schepen in Haarlem in 1348 en 1358 [Aa, Aard2, blz. 45; Chalmot2.186]=in 1433 is Johan Diert schepen [Adel1925, blz. 52]=in 1452 en 1466 was Joost Daneelsz schepen [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 560]=mr.Quirijn Dirkszoon, ook Quirinus Talesius, is schepen [Kobus/de Rivecourt3.2]=Op 12 december 1572 werden in Haarlem tot nieuwe heren van de Wet aangesteld, tot schepenen, Willem Adriaansz, Jacob van Heusden, Cornelis Rijken, Pieter Baal, Klaas Mattheusz, Klaas IJsbrandsz en Mattheus Augustijnsz. [Kok2, blz. 527]=in ........ is mr Gijsbert Jan de Bruyn raad [Leeuw1883, blz. 45]=Johan van der Camer werd in 1618 schepen van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=Pieter van der Camer was schepen van Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 38]=mr. Willem Fabricius, heer van Santhorst, Almkerk, Santwijk, Uppel en Doorn [1709-24 mei 1749] was raad en schepen te Haarlem en gecommitteerde raad in de Staten van Holland [Leeuw1885, blz. 78]=in 1774 was mr. Albert Fabricius heer van Almkerk en raad en schepen van Haarlem [Kok2, blz. 669]=in 1777 was mr. Liebrecht Jacob Hooreman schepen [Leeuw1883, blz. 45]=In 1786 is Jacob Helmolt raad en schepen van de stad [Chalmot1, blz. V]=mr. Jan Balthasar van der Upwich [1763-1829] was schepen en raad van de stad Haarlem [Leeuw1885, blz. 93]=mr. Jacob Jan Cambier [1756-1831] was commissaris van de kleine bank van justitie te Haarlem en in 1783 schepen te Haarlem, [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 36]schout=rond 1550 is Jacob Foppens schout. Bekend vanwege afpersing, knevelarij, verbeurdverklaren goederen alles ten eigen bate met als hulpje Aagt Jafies [Kok1, blz. 10-15, Nieuwsgierig Aagje; Aa, Bio1, blz. 11-12]=in 1690 is Adriaan Bakker schout [Kobus/Rivecourt1.85]=mr. Daniel Jacobus Canter Camerling [1754-.....] werd in 1796 schout [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 39]secretaris=van 1562-1564 is Dirk Volkertszoon Coornhert secretaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 133; Wink, blz. 317; Navorscher 1852, blz. 268]=Willem Sluysken is secretaris van de stad [Roelants, Gulden, blz. 51]=dr Jakob Aekersloot [1659-1727] is secretaris van de stad [Repertorium]=Andries Akersloot [...-1670] is secretaris van de stad [Repertorium]=mr. Albert Fabricius [1676-1736] was heer van Almkerk, Santwijk, Uppel en Doorn, secretaris, pensionaris van Haarlem, hoogheemraad van Rijnland, griffier der Staten van Holland en West-Friesland [AaBio6, blz. 8; Leeuw1885, blz. 79]thesaurier=ook tresorier=Rijewert Ysbrantsz was thesaurier in 1500-1501 [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 554]=in 1460-1466 en 1468-1469 was Joost Daneelsz tresorier [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 560]=Jan Huijgen van Linschoten was van 1596 tot 1611 thesaurier [Verwoert2, blz. 24]vroedschap=Rijewert Ysbrantsz was linnenlakenkoper en lid van de vroedschap in 1501-1523 [Kerkvliet, Ysbrant, blz. 554]=mr. Willem Jansz Verwer is in 1560-1572 lid van de vroedschap [Verwer, Memoriael, blz. I-II=Auwel Arisz Akersloot [1583-1649] is lid van 1 mei 1618 t/m 1649 [Repertorium]=dr Johan Akersloot [....-1671] is lid van 1661-1671 [Repertorium]=Paulus Akersloot [1695-1773] is lid van 1727-1748 [Repertorium]
economie=in 1666 was er een glasblazerij van Van Cattenburg en Billingham [Arendonk, bl. 8]=na 1685 profiteert de stad van de ingekomen Franse refugiés [Wink, blz. 546=Haarlem had in de 17e eeuw al verschillende glashuizen voor het fijne glas binnen haar poorten gehad. Het glashuis "De Son", dat vanaf 1698 in vervallen staat verkeerde en vanwaar uit de laatste Italiaanse glasblazers, met de noorderzon waren vertrokken, werd tot nieuw leven gewekt door de bankier Leendert de Neufville. In ieder geval kreeg hij in 1763 toestemming om een nieuwe glasblazerij te stichten [Arendonk, blz. 20]. =Na 1830 bloeit de economie weer op [Wink, blz, 346]=Er waren zijdefabrieken, linnenfabrieken, servetfabrieken, katoenfabrieken, kantfabrieken, garenfabrieken en linnenblekerijen. (WP)
financiën=Op 14 augustus 1423 belooft Haarlem 665 beijers gulden te zullen bijdragen aan de herdijking van de Grote Waard [Regt, blz. 35]=Albert legt in 1492 de burgers van Haarlem een boete op van 34.000 gouden Andriesgulden, dadelijk te betalen, waartoe elk, hoofd voor hoofd, naar zijn middelen geschat werd, en daar velen het geld niet hadden, waarop zij geschat waren, zag men de gegoede lieden, die voor het meeste deel onschuldig waren, hunne zilveren schalen, lepels, koppen en andere kleinodiën op het stadhuis brengen (Aa, Bio I, blz. 140).gemeentealgemeen=in 1874 waren er 32.200 inwoners [Plantenga, Nederland, blz. 42]=In 1876 waren er 32.000 zielen (WP)=In 1910 groot 609 hectare met 70.348 inwoners [Wink, blz. 546]=in 1968 waren er 173.000 inwoners waarvan 900 in Spaarndam [ter Laan, blz. 153]burgemeester=in 1767 was Elbert Testart burgemeester en raad van de stad Haarlem [Leeuw1884, blz. 81]=in 1893 is jhr. mr. Jacob Willem Gustaaf Boreel van Hogelanden [1852] burgemeester van Haarlemraadslid=Robert Hendrik Arntzenius [1777-1823] is raadslid sinds 1815 [NNBW 1911, blz. 182]=in 1820 is D. A. W. van Tets lid van de rechtbank van eerste aanleg en van de raad van de stad Haarlem [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XXVII]=Jhr. Moses Salvador [1813-1884] was lid van de gemeenteraad te Haarlem [Leeuw1884, blz. =Abraham van Stralen [1822-.....] werd in 1866 lid van de raad van de gemeente Haarlem [Leeuw1885, blz. 56],=Abraham Lodewijk Dyserinck [1812-....] was lid van de raad van Haarlem [Leeuw1887, blz. 22]wethouder=in 1858 was jhr Louis Jacques Quarles van Ufford wethouder in Haarlem [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 39]
godsdienst=In 1446 wordt een monnikenklooster in H. opgericht, de Anthonis-proostdij. =In 1470 komt de proostdij aan de abt van Marienweert bij Culemborg. =Op 9 maart 1541 houdt de proostdij met machtiging van paus Paulus III op te bestaan worden de goederen van de proostdij overgedragen aan het St. Elisabeth-gasthuis. (...). =In 1559 krijgt Haarlem een bisschop (WP). heerlijkheidCatharina van Wesele vrijvrouwe van Oud Haarlem [Nav1870,217]
onheil=De stad wordt in 1587 door brand geteisterd (WP). =Op 9 september 1850 vindt in de omtrek een aardbeving plaats
oorlog=in 924 geplunderd door de Westfriezen [Plantenga, Nederland, blz. 43]=in 1268 weerstaat de stad een aanval van de Kennemers [Plantenga, Nederland, blz. 43; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270]-in 1436 moet de stad zich verdedigen tegen troepen van Jacoba van Beieren [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270]In 1492 neemt het Kaas-en Broodvolk de stad in en vermoorden vele mensen (WP8.3; [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270). Later in 1492 verovert de stadhouder van de keizer, hertog Albrecht van Saksen de stad, berooft haar van alle voorrechten en belast de stad met een zware schatting (WP8.3).=In 1572 steunt Haarlem de Opstand tegen de Spanjaarden. Op 4 juli 1572 gaat de stad over in Staatse handen (Plantenga, Nederland, blz. 43; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270; WP8.3). In 1573 staat de zoon van Alva, Don Frederik, met 30.000 man voor de stadsmuren (WP8.3). De burgers verdedigen zich fel, waaronder Kenau Hasselaar (1526-1588) die daarbij een aanvoerdersrol vervult (WP8.3). Duiven brengen berichten in en uit de stad [Navorscher 1851, blz. 7-8]. Na zeven maanden belegering op 13 juli 1573 moest de stad zich gewonnen geven. Daarna worden ruim 1740 mensen ter dood gebracht (WP8.3; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 270; Wink, blz. 546]In 1577 valt de stad in handen van de prins van Oranje (Wink, blz. 546; WP8.3)
rechtspraakkleine bank van justitie=mr. Jacob Jan Cambier [1756-1831] was commissaris van de kleine bank van justitie te Haarlem en in 1783 schepen te Haarlem, [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 36]kantonrechter=mr. Dirk Merens Allardz. [1801-1884] was kantonrechter [Leeuw1884, blz. 76]openbaar ministerie=Jhr. mr. Abraham Calkoen [1856-.....] was ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht te Haarlem [Leeuw1884, blz. 98]=mr. Anna Auguste Pélerin [1849-1918] was van 1900-1918 officier van justitie [Gens Nostra 2025/1, blz 29]rechtbank=mr W.H. van Voorst is rechter in de rechtbank te H. [Wal, Bijdragen 1842, blz. XI]=mr Jan Justus Enschedé [....-1888] is president van de rechtbank [ANF1888, blz. 137]=in 1820 is D. A. W. van Tets lid van de rechtbank van eerste aanleg en van de raad van de stad Haarlem [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. XXVII]=mr. Daniel Jacobus Canter Camerling [1754-.....] was van 1814-1816 president van de rechtbank [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 39]=mr. D.H. Westra [1807-1885] was officier in de orde van de Eiken Kroon, versierd met het Metalen Kruis, oud president van de arrondissementsrechtbank [Leeuw1886, blz. 18]BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1853literatuurAa, A.J. van der, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel I, Haarlem 1852, blz. 140Algemeen Nederladsch Familieblad 1883, 16 augustus, p. 4 (18e-19e e); 2 oktober, p. 3 (15e e); 1884, 12 februari, p. 2 (16e e) Allan, F., Geschiedenis en Beschrijving van Haarlem van de vroegste tijden tot op onze dagen, deel 1 Haarlem 1874; deel 2 Haarlem 1877; deel 3, Haarlem 1878Altmeyer, Relations, p. 65 (1519) Ampzing, S., Beschrijving ende lof der stad Haerlem, Anoniem, Hoe (1848) Arendonk, Bert, De Glasblazerijen, De geschiedenis van de Nederlandse glasblazerijen en de productie van gebruiksflessen in de 17e, 18e en 19e eeuw, in: Ons Voorgeslacht, DigitheekAssen, Collegie, p. 97 (17e e)
Becht, Statistische, p. 140 (1584) Blécourt, Heerlijkheden, p. 500 (1795) Blécourt/Meijers, Memorialen, p. 82 (1433) Blink, Geschiedenis I, pp. 156 (13e e), 167 (1398), 270(1426) Blok, Financiën, pp. 45 (1478), 62 (15e e), 64 (1389), 80 (14e e), 81 (1316-37) Blok, Geschiedenis I, p. 625 (15e e) Boers, Michaël, Puiboekjes van Haarlem, in: Gens Nostra, blz. 270-277Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 33, 39-40, 186 [1654]Chijs, Munten, blz. 17 (m.e.), 43 (m.e.), 44 (id)
Doorman, Brouwerij, pp. 18 (1527), 74 (1274), 77 (1327)
Economist II, p. 222 (1274) Ekama, C., Beleg en verdediging van Haarlem, historisch beschreven, Haarlem 1872Engels, Geschiedenis, pp. 14 (1261), 24 (1245), 42 (14e e), 43 (1405), 49 (1443-44), 66 (1557), 67 (1475), 85 (1690), 94 (Rep), 124 (1792), 143 (1791)Enklaar, D.Th., De opkomst van den grafelijken raad in Holland, in: BGN 1946, deel 1, blz. 25Enschede, A.J., Index op de Keur- en Gebodregisters van Haarlem, 's-Gravenhage 1875, besproken in BVGO 1877, blz. 17*
Fruin, Informacie, blz. XVII (1513), 6-17 (1514), 28 (id), 38 (id), 40 (id), 42 (id), 43 (id), 45 (id), 47-49 (id), 53 (id), 58 (id), 63 (id), 78 (id), 87 (id)Fruin, Informacie, pp. XXVII (1544), 6-17 (1472-1514), 58 (id), 320 (1514), 604 (1515), 606 (id) Fruin, Oudste I,p. 132(1475)Fruin, J.A., Instructie voor de stad Haarlem, ontworpen door Philips Wieland, Amsterdam 1874, besproken in: BVGO 1877, blz. 18-19
GA Rotterdam Notariële Akten 1599-1626 (1618) Goes, Register I, pp. 7 (1524), 17 (id), 36 (1525), 59 (1526), 62 (id), 94 (1527), 108 (id), 122 (1528), 180 (id), 186 (id), 268 (1530); II, pp. 561 (1549), 572 (id), 579 (id), 628 e.v. (id); IV, pp. 25 (1555), 74 (id), 104 (id), 152 (id), 156 e.v. (id), 164 (id), 193(id);V, pp. 56(1557), 93 (id), 118 (id), 131 (id)Gosses, Stadsbezit, pp. 12 (1345), 25 (1477)Gosses, Welgeborenen, pp. 50 (13e e), 51 (1304)Grimbergen, R., Over de strijdbare Gerard van der Laan, in: VOL Nieuwsblad, jrg 21, 2022/4Gülcher, J.M., Haarlem-Teilingen, in: BVGO 1909, blz. 184-194
Haar, Romeyn, p. 162 (17e e)Halma, Tooneel I, p. 423 (1427; 1468)Harren, Judith, Argwaan en onmin rond een testament, in: Gens Nostra jrg 79, 2023/4, blz. 208-213Henne, Histoire II, p. 249 (1519)Huizinga, J, De opkomst van Haarlem, in: BVGO 1905, blz. 412-446Huizinga, J, De opkomst van Haarlem [slot], in: BVGO 1906, blz. 16-175
Jansma, Raad, p. 162 (15e e)
Kerkvliet, Sebastiaan, Nageslacht van Ysbrant Gerritsz. Olieslager te Haarlem, in: Ons Voorgeslacht 2024, jrg. 80, nr. 778, blz. 551-565Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Beknopt Biographisch Handwoordenboek van Nederland, deel 3 [S t/mZ], blz. 2, 85Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 10-15, 73Koning, C. de, Tafereel der stad Haarlem, 1807-1808, deel I-IVKruisheer, Oorkonden, pp. 311 (1267), 326 (1274), 372 (1290)
Lintum, C. te, De groote markt van Haarlem in den loop der tijden. Populaire historische schets (Nieuwe uitgaaf). Haarlem, H . D. Tjeenk Willink en Zoon 1904
Meerkamp van Embden, Goudsche, pp. 102 (1525), 108 (id), 121 (1526), 124 (id), 143 (1528), 147 (id), 152 (1529), 154 (id), 155 (id), 166 e.v. (1530), 176 (id), 190 (1531), 192 (id), 194 (1532), 199 (id), 205 e.v. (1533), 218 (1536), 222 (1537), 227 (id), 228 e.v. (id), 233 (id), 238 (1538), 240 (1539), 242 (id), 253 (1543)Moll, Gemeentearchieven, p. 140 (17e e)Muller, Staat, p. 93 (1573)Navorscher 1852, blz. 126, 268; 1870, blz. 217; Navorscher 1853, blz 56,Navorscher VII, p. 19 (17e e); X, p. 125 (1266); XII, p. 109 (1480); XV, pp. 214 (1481), 215(1497)Nierop, Honderd, p. 14(1811)Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. XXVII
Oldewelt, Beroepsstructuur, pp. 92 (1715), 96 e.v. (1742), 144 e.v. (1715), 202 e.v. (1742)Oosten de Bruyn, van, Geschiedenis van HaerlemOvermeer, W.I.G., Geschiedenis van Haarlem en omstreken van de vroegste tijden tot op heden. Aflevering 1. Haarlem, 1903Overmeer, W.P.J., De geschiedenis van het garnizoen te Haarlem sedert 1813. Haarlem, Van Cittert, 1906
Plantenga,, B.P., Nederland. Handboek voor reizigers, met reiskaart , plattegronden, enz. Naar eigen aanschouwing en naar de beste bronnen bewerkt, 4e druk, P. Plantenga Zutphen 1874Pols, Westfriesche I, p. XLIX (1399)
Rees, Geschiedenis I, pp. 74 (1505), 85-86 (1274), 87 (1556), 107 (1526), 115 (1554), 169(1532)
Schaap, Philips, pp. 39 (1501), 42 (1503)Smidt, Miscellanea, p. 50 (1499)Smidt/Rompaey, Chronologische III, pp. 259 (1536), 404 (1539)Smidt/Strubbe, Chronologische I, pp. 219 (1486), 248 (1491), 280 (1494), 348 (1500), 353 (1501), 407 (1471-72), 443 (1494), 459 (1499).Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, pp. 16 (1505), 68 (1508), 143 (1514), 183 (1517), 385(1526)Sterck, Opkomst, p. 162 (1345)
T.S. Zeeland I,p. 217 (16e e)
Verhofstad, Regering, p. 62 (1543)Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 28, 48, 133, 145
Wal, Accijnsbrief (1274)Wekker, Gemeente, p. 140 (16e-19e e)Wie is dat, blz. 66 [1893]Woude, Noorderkwartier, p. 680 (1630)Wijnpersse, Statistiek, p. 382 (1854)Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 3-9 (WP)