Stad in België aan de Schelde in de provincie Antwerpen. Ook Andouerpenses (8e eeuw). Andouerpis (8e eeuw), in Antwerpo (692; 726), Antwerpis (726), in Anduerpo castello (726), in Andwerpo (726), Anderpus (7e-8e eeuw), Andouerpis castro (980), in uico Anuuerpis (10e eeuw), Antwerf (1008), Anduuerpis (ca 1010), Anduuerpensi (1019-1030), Ansguers (1079), Antvverf (1104), Andeguerp (1114; 1136), Anduerp (1119), Antwerpia (1124; 1148; 1157; 1180; 1198; 1202; 1205; 1214-1225), Antuuerpia (1124; 1135; 1161), Antwerpensis (1124-1219), Antuuerpensis (1135), Antuerpensis (ca 1130; 1178; 1203), Antverpensis (ca 1130; ca 1210), Antwerp (1133-1134); Andeguerpensis (1136), Andwerp (1154), Antwerpiensis (1166), Anduuerpia (1169), Andeuuerpia (1174), Anduuerpie (1179), Antuerpia (1185), Antuarpensin (1188), Antwerpin (1170-1190), Antuarpie (ca 1191), Anuuerpensis (1192), de Antwerpo (1192), Anwers (1194), Antwarpiam (1199; 1223), Anduerpensis (12e eeuw), Andwerpia (1203), Andwerpiensis (1203), Anwerpiensis (1205), Anwerpia (1221), Anthwerpensis (1222), Antwarpie (1223)algemeenIn de 12e eeuw al een welvarende stad.De stad wordt uitgelegd in 1201, in 1249 en 1314.In 1357 erft de Margaretha van Brabant, echtgenote van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen, Antwerpen en omstreken.Ehrenberg noemt Antwerpen de grootste handelsstad ter wereld in de 16e eeuw. De godsdiensttwisten en de daarmee samenhangende afsluiting van de Schelde doen de handel ernstig stokken=in 1550 zijn er 200.000 inwoners [Wink, blz. 67]=in 1562 zijn er 200.000 inwoners=Op 20 augustus 1566 waren de beeldenstormers in Antwerpen[Wedgwood, blz. 89]De stad wordt in 1574 twee keer belegerd door de Prins van Oranje.De stad wordt in 1576 belegerd door de Spanjaarden.Op 18 maart 1582 pleegt Jean Jauregui een aanslag op de Prins van OranjeEr is een tekening van de stad uit 1582 [zie DDB]Na een belegering van 15 maanden wordt in 1585 A. ingenomen door de Hertog van Parma, stadhouder van de Nederlanden. [Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 115]=Hoe diep was Antwerpen gezonken! Het wezenlijke Antwerpen had zich met de kern zijner burgers naar Amsterdam verplaatst; wat Parma gewonnen had, was een dood lichaam in staat van ontbinding. Zo sterk was de ontvolking, dat de huizen leeg stonden, en dat er geld werd toegegeven aan die ze bewonen, en bewaren wilden [Fruin, Tien, blz. 236]In 1746 bestookt en veroverd door de Fransen onder de maarschalk van Saksen.In 1792 ingenomen door de republikeinse Franse legers. In 1793 ingenomen door de Oostenrijkers.In 1794 ingenomen door Pichegru.belastingenaccijnzen Het staatje der verpachting van de stadsassisen van Antwerpen omstreeks 11 November 1340. De post nopens het ongeld op het vlees, verpacht tegen 130 lb., vertoont ook een bedrag, 1 lb. paim., dat drie bieders 's ambachts behoef ingelegd hadden, dank zij welk bod dit ambacht, uiteraard dus het vleeshouwersambacht, de inning van dit ongeld verworven had. In hetzelfde geval verkeren ook de assise op de vis, evenals die op het linnen laken [Blockmans, Vroegste blz. 162] algemeen Het is de ambachtslieden verboden zichzelf zonder instemming van schout en schepenen van keuren te voorzien of over de aangeslotenen geld om te slaan [Blockmans Vroegste blz. 165]
honderdste penningTijdens het Calvinistisch Bewind te Antwerpen (1576-1585) was Matheus de Hoest, een broer van Bartholomeus “gecommitteerde totten ontfange vanden sesten hondertsten penninck” [Neuteboom-Dieleman, blz. 61]
naturaheffingIn de Vroege Middeleeuwen werden de landsheerlijke burchten vaak onderhouden door middel van de karweien (naderhand meestal omgezet in een financiële bijdrage) van de omliggende bewoners, de zogenaamde "balfard". Iets dergelijks schijnt ook voor de burcht te Antwerpen het geval te zijn geweest, waarbij evenwel, als tegenprestatie, de bewoners van de dorpen die tot de "balfard" waren verplicht, aldaar tolvrijheid genoten [L. Voet, Boekbespreking, BNG 1955, blz. 125].poortergeld Te Antwerpen echter had hertog Jan 11 op 24 April 1298 een poorterrecht van I lb. Leuv. zwakke munt ingesteld ten profijte van de schepenen, waarschijnlijk om van hen de heffing op de inwoners ten bate der nieuwe vestingen los te krijgen [Blockmans Vroegste blz. 192]. precariorecht Wie dat van nuwes staen sal ter Vischmarct" zal 121b. zwarte moeten betalen, in gelijke paarten voor hertog; stad en den ambachte te verdelen. De gelijkenis met het erkenningsrecht van 1354 en vóórdien van de beenhouwers voor hun banken of plaatsen in het Vleeshuis is treffend: ook de vishandelaars dienen bij het voor de eerste maal bezetten van hun visbank een recht van "anecomste" te geven waarvan een derde naar hun ambacht, aldus het visverkopersambacht, gaat [Blockmans Vroegste blz. 179]. In de rekening 1324/1325 worden niet slechts de nu al goed bekende beenhouwers aangetroffen, betalend voor hun stallen in en onder het Vleeshuis, ongetwijfeld half aan de stad en half aan de hertog ingevolge het akkoord van 4 Juni 1260, doch ook voor het Lakenhuis wordt stallengeld betaald, zoals er eveneens voor de nieuwe Lakenhalle aan de stad wordt afgedragen. Dit stallengeld van het Lakenhuis, op 1 Januari 1250 voor de helft aan de stad gekomen op last van vergroting, welk werk op 4 Juni 1260 haar echter o.a. kwijtgescholden werd op voorwaarde van een hertogelijk aandeel van de helft in opbrengst en uitgave van de sedert 1250 door Antwerpen opgerichte Vlees- en Broodhuizen, werd opgebracht door wie tot het Antwerpse gild behoorde en in dit Lakenhuis staan wilde pannos talliando [Blockmans Vroegste blz. 180]
tiende penningBegin maart 1572 vaardigde Alva een bevel uit tot het heffen van de tiende penning op elke verkoop van roerend goed. De beurs in Antwerpen werd gesloten. In Antwerpen sloot elke winkel. [Wedgwood, blz. 122-123]
tol=Rauching (Rohing) en zijn vrouw Bebelina schenken op 20 oktober 726 aan bisschop Willibrord de kerk van St. Petrus en St. Paulus te Antwerpen met haar bezittingen, die zij verkregen hebben van Firminus, abt van het klooster „Quortolodora", door ruiling voor het „locellum Tumme", en verder het hun toebehorende derde deel van de tol te Antwerpen. [Muller Oorkonden1, blz. 27]=Ook de Antwerpse tolrekeningen getuigen, vanaf de tweede helft der 14e eeuw van de omvang van deze import van bier vanuit Haarlem, die via Antwerpen en het dichte riviernet, vanuit de Rupel vertrekkend, een afzet vond tot diep in het Brabantse hinterland toe [Wee, blz. 268] ="Dat alle deghene die met hueren scepen en goeden te Bruessel waert willen comen, of van Bruessel voirbij Antwerpen varen selen, dat moegen doen, betalende t' Antwerpen hueren gerechten tol, soe verre sij dien sculdich sijn, sonder huere goede aldaer te moeten afslaen oft te verbodemene. Canal, 7 nov. 1531, a. 16. [Stallaert1, blz. 59]=Hendrik VIII stemde in 1539 er in toe om Engelsvaarders en andere vreemdelingen geen zwaarder tollen op te leggen dan aan zijn eigen onderdanen, en de volgende jaren, onder meer in 1542, werden hun belangen door de keizerlijke regering nog krachtig gesteund. In 1546 was dat voorbij.bestuuramptmanIn Antwerpen was de amman een onderhorige van den schout , en was dus niet meer de opperste ambtenaar des hertogs. "Den amptman der stadt van Antwerpen moet wesen van wettigen bedde, in Brabant geboren, en poorter derselver stadt , en wort gestelt bij ofte van wegen des hertochs van Braband, daervan hij moet brengen des hertochs opene brieven van commissie .. aan de wethouder alhier en den eedt doen voor deselve wethouder C. v. Antw. comp., I. iij, 1 Des amptmans officie is : te weten maender en volbrenger oft executeur van vonnissen tsijnder manissen gegeven; mitsgaeders oock om rechtelijck bewaerder en sequester te sijn van 'tgene onder recht moet commen; sonder nochtans eenige kennisse oft judicature van saecken te mogen hebben. Ib. a. 2. De amman had onder zyn gebied de officier der „Lange roede", een klerk, een gezworen oudkleerkooper, en een zeker getal „cnuijvers". [Stallaert1, blz. 88]burgemeester=Philips van Sint Aldegonde wordt in 1584 benoemd tot burgemeester [Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 372]=Anthony van Stralen, ridder, heer van Merxem en van Dambrugge, broer van de heer van Hillegondsberg, was burgemeester van Antwerpen [Leeuw1885, blz. 57]burggraafIn 1577 wordt Philips van Croy[.....-1595], hertog van Aarschot, burggraaf van Antwerpen [Kobus/Rivecourt1.4; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 140]
gouverneur=André Charles Membrede was gouverneur van de provincie Antwerpen (1823-1829) [DBNL]
griffierCornelis Grapheus ook Cornelis de Schrijver [1482-1558] is in 1520 griffier [Navorscher 1852, blz. 166]Joachim Polites is griffier van Antwerpen [Nav1870,blz. 416]Martini is in 1574 griffier in Antwerpen [Kobus/Rivecourt1.35]
markgraaf=Philips van Schoonhoven was in 1585 heer van Wanrooy en markgraaf en schout van Antwerpen [Neuteboom, Familie, blz. 331]
pensionaris=in 1568 was Jacob Wesembeke pensionaris [Wedgwood, blz 106]
rentmeester=in 1523 is Laureys Janszoon Sterck rentmeester van Brabant in het kwartier Antwerpen [Neuteboom-Dieleman, blz. 83]ridderschapjkhr van der Aa de Randerode is in 1816 lid van de ridderschap Adel1925, blz. 251]schepen=mr. Erasmus van der Dilft is schepen [NNBW 1911, blz. 6]=Jan Baxius is schepen van Antwerpen. Hij is gehuwd met Maria Matthijssen [ChalmotBio2, blz. 147]=Pieter van Panhuys [1529-1586] is schepen van Antwerpen en heer van IJpelaar en Solhoff [Gens Nostra 1948/5, blz. 74; Leeuw1883, blz. 35; Leeuw1886, blz. 91]=A. van der Meulen was schepen van Antwerpen [Navorscher1853, blz. 120]schout=Philips van Schoonhoven was in 1585 heer van Wanrooy en markgraaf en schout van Antwerpen [Neuteboom, Familie, blz. 331]secretaris=in 1594 was Dionijs vander Neesen secretaris [Neuteboom, Anna, blz. 495, 501]stadhouder=Antony van Lalaing was in 1567 stadhouder van de Prins in Antwerpen [Verwoert, 2, blz. 2]gemeente=Antonius Anselmo [1591-1668] is schepen [Kobus/Rivecourt1.46]=Michiel Boot is schepen en thesaurier [ANF1888, blz. 32]=Jan van Mechelen is schepen van Antwerpen [Enckels, Landwijk, blz. 84]secretarisPetrus Aegiduus [1486-1533] is secretaris van Antwerpen [Kobus/Rivecourt1.17]Joris Ouwes of Uwens is secretaris [ANF1888, blz. 32]thesaurier=Pieter van Panhuys [1529-1586] is eerste thesaurier van Antwerpen [Gens Nostra 1948/5, blz. 74; Leeuw1883, blz. 35]=Michiel Boot is schepen en thesaurier [ANF1888, blz. 32]tresorierskamer=Antonie de Rouck is griffier van de kamer [Leeuw1883, blz. 13]
economie=Ons is het genoeg uit den mond van Badoero, den Venetiaan, die in zijn moederstad toch ook handelsbeweging gezien had, te hooren, dat nergens ter wereld een zoo uitgebreide handel gedreven werd als te Antwerpen. Wat Brugge niet geweest was, een eerste geldmarkt, was Antwerpen. Daar hadden de Duitsche Fuggers en Welsers, de Italiaansche Gualterotti en Buonvisi hun kantoren. De Indische specerijen, die sedert Grama en Columbuste Lissabon en Seville werden aangevoerd, werden eerst van Antwerpen uit over midden-Europa verzonden [Fruin, Tien, blz. 190]=Bijna een eeuw lang , van 1500-1580, beheerste Antwerpende geldmarkt van Europa en heel het ruilverkeer van goederen en rijkdommen. Ieder land had er zijn concessie, elke belangrijke lening werd hier aangegaan. Een land met 3 miljoen zielen en 300 ommuurde steden [Wedgwood,C.V, Willem de Zwijger, 4e druk, Elsevier, Amsterdam/Brussel 1984, blz. 33 -34]=Vóór 1576 voeren dagelijks tenminste 500 schepen af en aan; de stad zette jaarlijks 500 miljoen om; de belastingen op de koophandel was jaarlijks 2 miljoen. Door de Spaanse onlusten, de plundering in 1576 en het sluiten van de Schelde, bedongen door de Zeven Verenigde Provincies bok de Vrede van Munster in 1648, geraakte de handel in verval . Eerst onder de Fransen ging de Schelde in 1792 weer open [Nieuwenhuis, blz. 146]=In 1816 kwamen er 4402 schepen binnen en liepen er 938 van daar in zee, meest naar Spanje, die naalden, spijkers, kasimieren, lakens, fluwelen, linten, kanten enz., benevens 32,000 pond boter; 38.000 pond kaas, en 22,000 stukken lijnwaad mee namen. Er zijn hier voorts aanzienlijke fabrieken van kant, laken, hoeden, wollen en zijden stoffen; alsmede vele goud- en zilversmederijen [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. 146]De Spaanse onlusten, de verschrikkelijke plundering in 1576, en bovenal het sluiten van de Sche!de, bij de Munsterse vrede van 1648, door de zeven voor onafhankelijk verklaarde Verenigde Nederlanden bedongen, en volgens welk beding alle zeeschepen eerst in Holland moesten lastbreken en van daar de lading op kleine schepen naar Antwerpen overbrengen. Dit een en ander bracht de handel en de bevolking van deze stad in een aanmerkelijk verval [Nieuwenhuis, Algemeen, A-B, blz. 146]. glasblazerij=In 1549 bestond er een glasblazerij [Arendonk, blz. 5]. ) In dat jaar begonnen enige Venetianen glas te blazen in een door hen gestichte glasblazerij [Arendonk, blz. 9]
financiënonroerend goedOp 6 april 1317 verkoopt hertog Jan III aan de stad Antwerpen het Lakenhuis aan de Markt met de grond
gemeente=Op 18 april 1814 wordt de stad door Carnot overgegeven aan de Engelse generaal Graham.=In 1815 wordt België met Holland verenigd.=In 1820 is de provincie groot 4788 vierkante mijlen met 292.784 inwoners. In de stad zelf zijner 60.000. In de 16e eeuw was zij door haar uitmuntende haven aan de rivier liggende, die bij het laagste water 20 en bij het hoogste 40 voet diep is en de grootste schepen kan bergen, de eerste koopstad van Europa, en telde 200.000 inwoners, waaronder 300 schilders en 124 goudsmeden. Dagelijks voeren er ten minste 500 schepen af en aan; en de stad zette jaarlijks niet minder dan 500 millioen om en betaalde 2 miljoen aan belastingen op de koophandel. [Nieuwenhuis A-B, blz. 145-146]=in 1826 is Antwerpen de hoofdplaats van de provincie Antwerpen. De provincie is verdeeld in vier steden en drie plattelandsarrondissementen. De vier steden zijn Antwerpen, Mechelen, Lier en Turnhout. Er wonen 104.024 mensen. De drie arrondissementen zijn Antwerpen (53), Mechelen (35), Turnhout (49). Er wonen in totaal 204.511 inwoners [Gosselin, blz. XLIV]=in 1826 bestaat het plattelandsarrondissement Antwerpen uit 53 plattelandsgemeenten. Er wonen 73.442 inwoners [Gosselin, blz. XLIV]=in 1826 is het aantal inwoners in de stad c,a, 59.941 personen [Gosselin, blz. 13[=op 1 januari 1830 is het aantal inwoners in de provincie 338.000.=in 1830 gaat het schip van Van Speyk de lucht in. Generaal Chassé laat de stad 7 uur bombarderen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 19].=in 1831 zijn er 66.144 inwoners [de Bouge]In december 1832 wordt de citadel door Chassé overgegeven aan de Fransen, die intervenieerden voor de Belgen.In 1862 is er onrust in de stad over de aanleg van nieuwe vestingwerken.In 1863 wordt tot grote vreugde van de stad de Scheldetol opgeheven.In 1869 wonen er 103.000 inwoners=in 1881 zijn er ruim 590.000 inwoners op 51,5 mijl [Winkler Prins, Geïllustreerde 1884, blz. 676]=de stad omvat in ...... de dorpen Austruweel, Berchem, Berendrecht, Borgerhout, Deurne, Ekeren, Hoboken, Lillo, Merksem, Oorderen, Wilmarsdonk. Wilrijk, Zandvliet [GenVer]=in 1906 zijn er in de provincie Antwerpen 926.694 inwoners op 2832 km2. In de stad zijn 304.032 inwoners [Wink, blz. 202]oorlog"Na den moord aan Willem van Oranje gepleegd, en eer nog Leicester was overgekomen, had hij [Don Juan] het machtige Antwerpen veroverd, een wapenfeit door gansch Europa vermaard, en daarmee had hij de geldmarkt van het land, de rijkste stad van het geheele Noorden, in handen gekregen; een dubbele winst, omdat zij de opstandelingen in, gelijke mate verarmde" [Fruin, Tien, blz. 5]regelgevingRechten ende Costumen van Antwerpen, Ghedruckt tot Ceulen 1584 [DDB]BRONNEN geraadpleegde bronnenAa, Aard1; DDB; GenVer; Gosselin; ter Laan; Navorscher 1851-1852; Nieuwenhuis; NNBW 1; Witkamp1literatuurAbicht, Ludo, Die Juden in Antwerpen. Mit einem Rundgang durch das jüdische Viertel, übersetzt von Gabriele R. Helmer, München 2010Alberts, Bijdrage, p. 339 (1400) Altmeyer, Relations, p. 65 (1519) Andreae/Downer, Plakkatenlijst, p. 51 (1575)Arendonk, Bert, De Glasblazerijen, De geschiedenis van de Nederlandse glasblazerijen en de productie van gebruiksflessen in de 17e, 18e en 19e eeuw, in: Ons Voorgeslacht, Digitheek
Baelde, Domeingoederen, pp. 44 (1532), 49 (1556), 53 (1552-53), 83-85 (16e e), 88-89 (1551), 164 (id)Baelde, Financiële, p. 28 (1534)Becht, Statistische, pp. 54 (1586), 115 (1580)Bergh, Handboek, blz. 85 (1161)Bertrijn, Geeraard, Chronijck der Stadt Antwerpen, uitgegeven door ridder Gust. van Havre bij Kockx, Antwerpen 1879 [DDB]Blockmans, Fr., Het vroegste officiële ambachtswezen te Antwerpen, p. in: BGN 1954, blz. 161-201
Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 147
Dieren, J.P. van,
Ehenberg, R, Hamburg und Antwerpen seit 300 Jahren, in: Zeitschrift für die gesamte Staatswissenschaft 1889, blz. 588-590Enckels, Raymond, Bijdrage tot de geschiedenis van Landwijk van de 14de tot de 18de eeuw, in: Het Oude Land van Loon, Jaarboek van de Federatie der Geschied- en Oudheidkundige Kringen van Limburg, jaargang XI-1956, blz. 79-90
Fruin, R., De tachtigjarige oorlog. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog 1588-1598, 7e druk, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage 1899, blz. 190, 236
Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. XLIV; blz. 13
Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Biographisch Handwoordenboek van Nederland, Zutphen 1870, deel 1 [A t/m H], blz. 4, 35, 46
Mertens Frans H., Geschiedenis van Antwerpen sedert de stichting der stad tot onze tijden, Antwerpen 1845-1851Muller. S./Bouman, A.C., Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301, deel I, Utrecht 1920, nr. 37, blz. 27
Navorscher 1852, blz. 166; 1870, blz. 416Neuteboom-Dieleman, Mirjam, Antwerpse voorouders. Nakomelingen en nalatenschap van Jeronimus Mannaert en Anna de Jonghe, in: Ons Voorgeslacht 2024, nr. 769, blz. 49-89Neuteboom-Dieleman, Mirjam, Anna de Bruijne en de herkomst van de familie Storm die eind zestiende eeuw in Kruiningen woonde in: Ons Voorgeslacht 2025, nr. 788, blz. 494-503Neuteboom-Dieleman, Mirjam, De familie Coenen, bijna tweehonderdzeventig jaar heren van Zegenwerp te Sint-Michielsgestel, in: Gens Nostra 2023/6, blz. 326-337Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. 145-146
Peeters, Hendrik, Oorsprong der Namen van de Gemeenten en Gehuchten der Provincie Antwerpen, Antwerpen 1892Pohl, Hans, Die Portugiesen in Antwerpen (1567-1648); zur Geschichte einer Minderheit, in: Vierteljahrschrift für Sozial- und Wirtschaftsgeschichte nr. 63, 1977
Rechten ende Costumen van Antwerpen, Keulen 1584 [zie DDB]Robyns, Chronycke ofte Beschryvinge van Antwerpen, 1730
Snieders, August, Antwerpen in brand. Taferelen uit den Jare 1576, Drukkerij J.P. van Dieren & Comp., Antwerpen 1876 [DDB]Spilbeeck, A. van, Onze parochieregisters, in: De Schakel 1947, blz. 74; 1948, blz. 80-88Stallaert, Karel, Glossarium van verouderde rechtstermen, kunstwoorden en andere uitdrukkingen uit Vlaamsche, Brabantsche en Limburgsche oorkonden, 1e deel [A-Huwen], Leiden 1890, blz. 59
Thys, A., Historiek der Straten en openbare Plaatsen van Antwerpen, Antwerpen 1893Torfs, Lodewijk, Nieuwe geschiedenis van Antwerpen of Schets van de Beginsels en Gebeurtenissen deze Stad.. Antwerpen 1862. deel 1; 1866 [DDB]
Vanerus, J., Tableau synoptique des registres paroissiaux de la province d'Anvers, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Hertogdom Brabant deel IX 1910, blz. 385-394Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 19, 140
Warsch, Wilhelm, Die wirtschaftliche Bedeutung von Antwerpen und Rotterdam, in: Antwerpen, Rotterdam und ein Rhein-Maas-Schelde, diss. Duisburg 1920, blz. 11-65 [zie DDB]Wee, H. van der, De handelsbetrekkingen tussen Antwerpen en de Noordelijke Nederlanden tijdens de 14e, 15e en 16e eeuw, in: BGN 1966, blz. 267-285. Wiskerke, Geschiedenis
Zuylen, Inventaris I, pp. 335, 354, 411