Hoorn Stad in Noord-Holland. Ook Hoern, Horn, Horne, Hoirnealgemeen=de oudste archeologische vondsten dateren van rond 1200 [Wikipedia]=de oudste gevonden vermeldingen dateren uit 1309 en 1311 [Gonnet, Archief, blz. III]=in 1323 werd de eerste kerk gebouwd [Gonnet, Archief, blz. III]. In 1309 gaat Juvenum de Meo de Horne naar de Gwijde van Avesnes, bisschop van Utrecht, om clemente vredesvoorwaarden voor de verslagen West-Friezen te vragen. In 1311 betaalt Drebaan Haghen uit Horne een boete aan de grafelijke rentmeester en in een rekening uit hetzelfde jaar wordt Lubbrecht de schoenmaker genoemd [Wikipedia]=in 1356 verleent Willem V voorrechten over rechtspraak en verloren geraakte privilegien [Gonnet, Archief, blz. 4] Van hem is een kwitantie uit dat jaar voor de betaling van het geschonken poortrecht [Gonnet, Archief, blz. 36]=stadsrechten werden verleend op 26 maart 1357 door Willem V [Gonnet, Archief, blz. III; 4]=Willem hertog in Beyeren bevestigt op 24 februari 1406 de voorrechten door zijn voorouders aan Hoirne geschonken [Gonnet, Archief, blz. 174]=voor 1408 werd Zwaag met Hoorn verenigd [Gonnet, Archief, blz. III; 32]=Willem VI bevestigt in 1406 alle voorrechten [Gonnet, Archief, blz. 6]=Margariete van Bourgondië hertogin in Beyeren bekent op 4 december 1407 van Hoern ten geschenke te hebben ontvangen 100 Franse kronen [Gonnet, Archief, blz. 179]=in april 1408 zijn Gherbrant Jacob Stammenz, Syvairt Tetenz.‚ Pieterz Martiniz, Jacob Jansz. en Steven Dircz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 179]=Willem VI verenigt op 16 juni 1408 de Veenhoop met Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 6, 180] De Veenhoop is een verzamelnaam voor: Avenhorn, Beets, Berkhout, Goorn, Grosthuysen, Mijsen, Oudendijk, Schardam, Scharwoude bij Hoorn gevoegd [Gonnet, Archief, blz. 32]=in 1426 wordt de stad versterkt met een aarden wal [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]. Philips van Bourgondië bevestigt in dat jaar de stedelijke voorrechten [Gonnet, Archief, blz. 8]=in 1436 verenigt Philips Wadway, Wognum, Nibbixwoud en Hauwert, met Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 8, 32, 227]=Die van Hoirne verzoeken na 2 februari 1465 aan stadhouder en raden hun verzoekschrift bij de Grote Raad te ondersteunen uit aanmerking van hun zware verliezen door stormen, zoo, dat tal van poorters hun toevlucht in Oostvriesland, Utrecht of elders hebben gezocht [Gonnet, Archief, blz. 317]=in 1477 van de Hoekse partij [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=Maximiliaan, hertog van Oostenrijk, bevestigt op 2 april 1478 de voorrechten van Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 9, 364]=op 20 juli 1482 maakt de Hollandse stadhouder Lalaing zich meester van de stad en richt een slachting aan [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=in 1491 valt het Kaas- en Broodvolk binnen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=“Tractaet van Harderwijk": Overeenkomst van 11 augustus 1497 tussen Gelre enerzijds en Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen en bondgenoten Naarden, Weesp, Monnikendam, Edam, Muiden en de dorpen van Waterland [Gonnet, Inventaris, blz. 13]=Maximiliaen, gekoren keizer, en Karele, aartshertogen van Oistenrijck, staan op 16 maart 1516 Hoirn toe, te keuren, dat bij bouwen of verbouwen van huizen, de muren van steen en de daken hard moeten zijn [Gonnet, Archief, blz. 478]=op 24 september 1569 bezetten de Spanjaarden de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=de stad kiest op 19 juni 1572 de Staatse zijde [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=in 1795 worden de magazijnen overgebracht naar Medemblik [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=in 1799 beurtelings Franse en Engelse troepen in de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]=in 1514, 1532, 1717, 1775 en 1825 [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 325]belastingenaccijnsrecht=Op 13 april 1473 gelastte de Raad van Holland etc de eerste deurwaarder, burgemeesters, schepenen en rijkdom van Hoorn aan te zeggen de accijnzen voortaan te heffen zoals de hertog heeft gelast en de privileges inhouden [Gonnet, Archief, blz. 39, 346-347]=Maximiliaan, hertog van Oostenrijk, vergeeft Hoorn het oproer van 1477 en staat de ballingen uit het accijnsoproer van 1470 toe, in de stad terug te keren [Gonnet, Archief, blz. 364]=Philips de Schone staat in 1496 toe accijns van verschillende waren te heffen tot betaling van de bede [Gonnet, Archief, blz. 9, 431].=Lastgeving van het Hof van Holland van 7 juni 1496 om in Hoorn een accijns van wijn, bier en andere zaken te heffen, ter betaling van de achterstallige bede [Gonnet, Archief, blz. 487]=Register van de verpachting der stadsaccijnsen van 1 juni 1501-1 februari 1623 en van 1 februari 1624-6 april 1726 [Gonnet, Archief, blz. 39]=Ontvang van de stadsaccijnsen, 1582-1663. Met enige accijnsboekjes 16e eeuw advertentiebelasting=staat van den belasting op de advertentiën in de nieuwspapieren over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 62]algemeen=Jan van Beieren verleent op 31 augustus 1424 voorrechten over de tollen, ongeld, de sluizen bij Schellinkhout, schotverpachting en de Huigendijk [Gonnet, Archief, blz. 7, 204] =Philips gelast in 1436 het dorp Wognum aan Hoorn het door haar verschuldigde te betalen terzake van hun vereniging [Gonnet, Archief, blz. 33]=Uitspraak uit 1517 van het Hof tussen Hoorn en de dorpen‘ van de jurisdictie, waarbij ieders aandeel in de stadslasten ter zake van uitgegeven rentebrieven en het onderhoud der zeedijken wordt vastgesteld [Gonnet, Archief, blz. 32]. =Stukken uit 1516-1518 van het geding tussen Hoorn en Beets over de bijdrage in de stadslasten [Gonnet, Archief, blz. 32]=Naamlijst uit 1811 van honderd van de voornaamste ingezetenen van de stad Hoorn, die het meest in de belastingen betalen [Gonnet, Archief, blz. 35]De heer van Egmondt, tot Bair enz., stadhouder, en de Raad van Hollant enz., gelasten den eerstgezworen deur-waarder, uitgeweken poorters van Hoorn tot betaling vanhun aandeel in de gemeene lasten aan te manen.aliënatiënheffing=rekening over 1807-1809 van den ontvang der zeven additionele stuivers op het recht van het klein zegel en op de alienatiën van vaste goederen [Gonnet, Archief, blz. 61]ambtgeld=schatting voor het ambtgeld waarop de „Officien binnen de Stadt Hoorn” gezet zijn [Gonnet, Archief, blz. 53]=rekening van den ontvang van de ambtgelden over de Stat Hoorn. Extra ordinaris halve verponding, ordinaris havengeld en extra ordinaris belasting wegens meten van ballast, tachtígsten penning der vaste goederen, uitgaven der lijfrenten, ordonnantíën en assignatiën over de jaren 1681-1806 [Gonnet, Archief, blz. 55-58]=rekening van de eenvijfde verhoging der ambtgelden over de jaren 1797-1810 [Gonnet, Archief, blz. 58-59]ankergeld=geding van Hoorn in 1548 tegen de landsheer over het eisen van ankergeld [ [Gonnet, Archief, blz. 68]armengeld=octrooi uit 1805 van het Departementaal Bestuur van Holland voor de stad Hoorn, om gedurende twee jaren bij verkoop van roerend goed een halve stuiver te heffen, ten behoeve van het Noorder-Kerkfonds. En het armengeld, ten behoeve van dit fonds en van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis bij verkoop van onroerend goed, van een duit op twee duiten te brengen [Gonnet, Archief, blz. 95]=rekening van de ontvang van het armengeld wegens verkochte vaste goederen binnen de stad Hoorn‚ ban van dien en Dampten, over de jaren 1699-1749 [Gonnet, Archief, blz. 106-107]=verantwoording wegens het armengeld van den 40e penning der schepen over de jaren 1730-1747 [Gonnet, Archief, blz. 107]=rekening van de ontvang van het armengeld wegens verkochte vaste goederen binnen de stad Hoorn, ban van dien en Dampten, gelijk mede van de schepen bij ordonnantie van Haar Edel Groot Mogenden in dato 7 augustus 1748 gedemandeerd aan de secretarissen van de steden en dorpen, over de jaren 1750-1810 [ [Gonnet, Archief, blz. 108-109]=rekening van het verdubbelde armengeld. 1806-1811 [Gonnet, Archief, blz. 109]bede=Aelbrecht hertog in Beyeren doet op 2 februari 1369 uitspraak in een geschil over bede tussen Drechterlant en Hoorne, Enckhuysen en Groote-Broeck [Gonnet, Archief, blz. 149]=kwitanties uit 1407-1416 van Willem VI voor betaald morgengeld, bede en sleischat [Gonnet, Archief, blz. 36]=Willem hertog in Beyeren bekent op 6 augustus 1412 door zijn thesaurier Willem Eggairts, van Hoerne te hebben ontvangen 400 kronen, in mindering van 800 kronen voor de termijn van de bede verschenen op Allerheiligenmis l.l. [Gonnet, Archief, blz. 187]=Willem hertog in Beveren bekent op 25 mei 1413 door zijn thesaurie Willem Eggerts, van Hoirne te hebben ontvangen 400 kronen voor bede [Gonnet, Archief, blz. 188]=Johan hertog van Brabant en Jacoba hertogin in Beyeren verzoeken op 14 augustus 1418 aan Hoirne, Heynrijc Stevenszoon en drie anderen te betalen 196 gouden Franse kronen wegens een maand soldij binnen Schiedam met 96 knechten, zijnde de eerste termijn van het derde jaar van de bede, en 50 kronen voor sleyscat, beiden verschenen op St. Jansmis l.l. . [Gonnet, Archief, blz. 197]=Johan hertog van Brabant bekent op 14 augustus 1418 door Hubrecht, heer tot Culenborch, van Hoirne te hebben ontvangen 350 gouden kronen, voor de laatste termijn van het derde jaar der bede, en 50 kronen voor sleyscat, beiden verschijnende Bamis a.s. [Gonnet, Archief, blz. 197]=kwitanties uit 1418-1420 van Jan Van Brabant voor betaalde bede [Gonnet, Archief, blz. 48]1420-1430=Johan hertog van Brabant bekent op 22 februari 1420 door zijn thesaurier Florens van Borsselen, enz., ontvangen te hebben van Hoirne 700 Franse kronen voor bede, verschenen St. Jansmis en Kerstavond [Gonnet, Archief, blz. 199]=Johan hertog in Beyeren bekent op 12 december 1420 door zijn thesaurier Gerit van Heemskerc, heer tot Oisthusen, van Hoirne te hebben ontvangen 350 gouden Franse kronen voor bede, te verschijnen Kerstavond e.k. [Gonnet, Archief, blz. 200]=kwitanties uit 1420-1424 van Jan van Beieren voor bede en breukgeld [Gonnet, Archief, blz. 48]=Johan hertog in Beyeren scheldt op 3 juli 1420 kwijt aan Hoirne 350 Franse kronen, die de stad aan Jan van Brabant voor zijn bede nog schuldig was, verschenen St. Jansmis l.l., maar gelast de stad, daarmee te betalen verschillende Hoornse poorters voor geleverde ossen [Gonnet, Archief, blz. 199]=Johan hertog in Beyeren bekent 20 augustus 1424 van Hoirne te hebben ontvangen 875 Franse kronen voor bede, verschenen 1423 l.l. [Gonnet, Archief, blz. 204]=Johan van Vyanen, ridder heer ten Noirdeloze, rentmeester-generaal van vrouw Jacoba, bekent op 18 augustus 1428 van Hoorn te hebben ontvangen 150 Bourgondische schilden, als aandeel in de bede, aan Philips en haar toegestaan [Gonnet, Archief, blz. 212]=Philips belooft in 1429 zijn schuld wegens het blokhuis van der Eme in mindering van de tienjarige bede te zullen brengen [Gonnet, Archief, blz. 8]. =Roelandt van Vuutkerke (Van Uytkercken), ridder, heer tot Hestert en tot Hemsrode, stadhouder van Hollant, Zeelant en Vrieslant, bekent op 14 april 1430 door zijn baljuw Pieter Jansz., van Hoirn te hebben ontvangen 200 nieuwe schilden in mindering van de bede, aan Philips en Jacoba toegestaan [Gonnet, Archief, blz. 215]1430-14401440-1450=de bede van vijf jaren, 1441-1442 [Gonnet, Archief, blz. 48]=Willem heer tot Naildwijck en ter Capelle, erfmaarschalk en rentmeester-generaal van Hollant, Zelant en Vrieslant bekent op 19 februari 1441 809 schilden 6 groot van Hoorn te hebben ontvangen, voor de termijnen van de nieuwe bede van vijf jaar van Kerstavond 1439 en St. Jan 1440 [Gonnet, Archief, blz. 236]=Willem heer tot Naildwijck en ter Capelle, erfmaarschalk en rentmeester-generaal van Hollant enz.bekent op 30 maart 1441 een bedrag van 224 schilden 24,5, groot van Hoorn te hebben ontvangen voor de termijnen van de nieuwe bede van vijf jaren, den hertog in 1439 toegestaan, van Kerstavond 1439 en St. Jan 1440 [Gonnet, Archief, blz. 237]=Willem heer tot Naildwijck en van der Capelle, aartsmaarschalk en rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 2 mei 1441 voor een waarde van 500 schilden van Hoirne te hebben ontvangen, die de stad hem in ossen heeft geleverd, in mindering van de vijfjarige bede, voor de termijn Van St. Jan te Midzomer e.k. [Gonnet, Archief, blz. 237]=Willem heer tot Naíldwijck en ter Capelle‚erfmaarschalk en rentmeester-generaal van Hollant enz.bekent op 6 december 1441 van Hoorne te hebben ontvangen 500 Schilden, voor de termijn van de nieuwe bede van vijf jaar, van Kerstavond 1440 [Gonnet, Archief, blz. 239]=Anthonis Michiels, secretaris van de hertog van Borgoengen, bekent op 18 december 1441 van Hoorne te hebben ontvangen 200 schilden voor de termijn van de vijfjarige bede, verschenen St. Jan te midzomer l.l. [Gonnet, Archief, blz. 239]=Willem heer tot Naildwijck en ter Capelle, erfmaarschalk van Hollant‚ bekent op 6 oktober 1442 van Hoirn ontvangen te hebben 110 schilden, in mindering van den termijn van de nieuwe vijf jarige bede verschenen na Kerstavond 1440 [Gonnet, Archief, blz. 241]=Willem Engebrechtsz. rentmeester-generaal van Hollant en Zelant, enz.‚ bekent 10 oktober 1442 van Hoirne te hebben ontvangen 400 schilden voor de termijnen van de vijfjarige bede van Kerstavond 1441 en St. Jan 1442 [Gonnet, Archief, blz. 241]=de bede van zes jaren, 1446-1452 [Gonnet, Archief, blz. 48]=Willem Engebrechtsz, rentmeester, bekent op 22 maart 1446 van Hoorn te hebben ontvangen 200 schilden, voor het eerste jaar van de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 247]=Anthonis Michiels rentmeester-generaal van Hollant Zelant en Vrieslant, bekent op 19 mei 1447 van Hoorne te hebben ontvangen 200 schilden voor de zesjarige bede en Aelbrecht van Raphorst, schout van Haerlem, bekent op die dag van Hoerne te hebben ontvangen 600 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 250]=Aelbrecht van Raephorst, schout van Harlem, afgevaardigd tot de ontvangst van de zesjarige bede, bekent op 27 februari 1447 een bedrag van1600 schilden van Hoorne te hebben ontvangen. [Gonnet, Archief, blz. 250]=Aelbrecht van Raphorst, schout van Haerlem, bekent 17 juli 1447 van Hoern te hebben ontvangen 110 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 251]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 10 september 1447 van Hoorne te hebben ontvangen 100 schilden, voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 252]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 19 oktober 1447 van Hoorne te hebben ontvangen 250 schilden, voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 252]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz bekent op 5 november 1447 van Hoorne te hebben ontvangen 150 schilden voor de vierden termijn van de zesjarige bede, van St. Jan en Kerstavond 1446 [Gonnet, Archief, blz. 252]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz ‚ bekent op 15 december 1447 van Hoorne te hebben ontvangen 200 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 253]=Dirck Boudijnsz. van Zwieten, afgevaardigd. vanwege Hollant en Vrieslant tot de ontvangst van de halve bede, bekent op 1 juni 1448 van Hoirne als vol aandeel te hebben ontvangen 42,5 schild, en verklaart, dat aan de stad zekere som in mindering is gebracht wegens geleend geld voor ’s lands zaken [Gonnet, Archief, blz. 255]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 18 juli 1448 van Hoorne te hebben ontvangen 190 schilden, voor de termijnen St. Jan en Kerstmis 1447 van de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 255]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 3 augustus 1448 van Hoorne te hebben ontvangen, 250 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 255]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 23 augustus 1448 van Hoorne te hebben ontvangen 800 schilden, in mindering van de termijnen van de zesjarige bede van St. Jan en Kerstmis 1447 [Gonnet, Archief, blz. 256]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 30 augustus 1448 van Hoirne te hebben ontvangen 250 schilden, in mindering van de termijnen der zesjarige bede van St. Jan en Kerstmis 1447 [Gonnet, Archief, blz. 256]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 3 september 1448 van Hoirne te hebben ontvangen 144 schilden, in mindering van de termijnen der zesjarige bede van St. Jan en Kerstmis 1447 [Gonnet, Archief, blz. 256]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 17 september 1448 van Hoirne te hebben ontvangen 300 schilden, voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 256]=Johannes Wandele, klerk van mr. Anthonis Michiels, bekent op 17 oktober 1448 van Hoirne te hebben ontvangen 100 schilden, in mindering van de termijnen van de zesjarige bede van St. Jan en Kerstmis 1447 [Gonnet, Archief, blz. 257]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant, enz.‚ bekent op 13 december 1448 van Hoorne te hebben ontvangen, 450 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 257]=burgemeester en waarschappen beloven in 1449 de rentmeester de achterstallige bede te voldoen [Gonnet, Archief, blz. 48]. =Burgemeister en Waarschappen van Hoirne beloven den rentmeester-generaal, op St. Jan e.k. of eene maand daarna, 900 schilden te betalen, die de stad nog schuldig is van 1447; op St. Michiel 1150 schilden voor den termijn van Kerstmis 1448, en op «Kerstmis e.k. eveneens 1150 schilden voor den termijn van St. Jan 1449, en dat zij, in gebreke blijvende, zich naar Den Haag in gijzeling zullen begeven [Gonnet, Archief, blz. 258]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant, enz., bekent op 16 juli 1449 door Jan Mathijsz, van Hoorne te hebben ontvangen, 250 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 260]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant, enz., bekent op 4 oktober 1449 van Hoorne te hebben ontvangen, 1000 schilden voor de zesjarige bede en op 7 oktober 1449 een bedrag van 93 schilden voor de (zesjarige) bede [Gonnet, Archief, blz. 261] =Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant, enz.‚ bekent op 9 januari 1450 van Hoirne te hebben ontvangen 1000 schilden, voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 263]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 12 april 1450 van Hoorne te hebben ontvangen, 50 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 265]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 9 mei 1450 van Hoorne te hebben ontvangen, 112 schilden 20 groeten voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 265]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollantenz., bekent op 16 oktober 1450 van Hoorne te hebben ontvangen, 945 schil-den voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 267]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 12 november 1450 van Hoirne te hebben ontvangen, 306 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 267]=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 20 december 1450 van Hoirne te hebben ontvangen, 500 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 267]1450-1460=Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 19 januari 1451 van Hoorne te hebben ontvangen, 399 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 269]=Jan Wandele, klerk van meester Anthonis Michiels, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 16 februari 1451 van Hoirnete hebben ontvangen, 150 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 269]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant Zeelant en Vrieslant, bekent op 20 augustus 1451 van Hoirn te hebben ontvangen, 700 schilden voor het laatste jaar van de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 270]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 8 september 1451 een bedrag van 250 schilden van Hoorne te hebben ontvangen voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 270]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 15 september 1451 van Hoirn te hebben ontvangen, 50 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 270]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 15 oktober 1451 van Hoorne te hebben ontvangen, 150 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 271]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 16 januari 1452 van Hoirn te hebben ontvangen, 94 schilden voor de zesjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 271]=Philips belooft op 11 juni 1452 Hollant en Vrieslant, dat hij de vorderingen nog zal betalen, voor de voldoening waarvan, ingevolge de zoen met vrouwe Jacoba, de tienjarige bede was toegestaan. Hij gelast stadhouder en raden, de aanspraken op vrijheid van beden door de bezitters van hoge heerlijkheden in Hollant en Vrieslant en de aanspraken op vrijheid van beden van de welgeboren lieden in Hollant en Vrieslant, te onderzoeken [Gonnet, Archief, blz. 273]=Clais de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz bekent op 9 april 1453 van Hoorne te hebben ontvangen 900 schilden verschenen op St. Jansdag midzomer 1452, voor de eerste termijn van de tienjarige bede. Clais de Vriese beveelt daarop de dienaren van de hertog, de poorters van Hoorn niet lastig te vallen, aangezien de stad haar aandeel in de bede van tien jaren voor de termijnen van St. Jan en Kerstmis heeft betaald [Gonnet, Archief, blz. 48,280]=Jan van Zwìeten bekent op 6 juni 1454 van Hoorne te hebben ontvangen 900 schilden, voor de derde termijn van de tienjarige bede, verschenen St. Jansmis in den zomer l.l. [Gonnet, Archief, blz. 283]=Jan van Zwieten bekent op 20 september 1455 van Hoorne te hebben ontvangen 900 Schilden, voor den zesden termijn van de tienjarige bede, verschenen Koersavont 1.1 [Gonnet, Archief, blz. 286]=kwitanties voor de beide beden van tien jaren, 1453-1473 [Gonnet, Archief, blz. 48]=Processtukken uit 1454-1455 over achterstallige bede van vijf jaren, waarover de stad ongeveer tien jaren geleden ook reeds door de toenmalige rentmeester-generaal Willem Engbrechtsz. was aangesproken [Gonnet, Archief, blz. 49].=Jan van Zwieten bekent op 15 januari 1456 van Hoerne te hebben ontvangen 900 schilden voor de zevende termijn van de tienjarige bede, verschenen St. Jan midzomer 1455 1.1 [Gonnet, Archief, blz. 287].=Philips hertog Van Bourgoenguen belooft op 19 februari 1456 de 60 pond, hem door Hoern geleend, in mindering van de tienjarige bede te brengen, de ene helft op St. Jan en Kerstmis e.k., de andere helft St. Jan en Kerstmis daaropvolgende [Gonnet, Archief, blz. 49, 287].=Jan van Zwieten bekent op 2 juli 1456 van Hoorne te hebben ontvangen 900 schilden, voor de achtste termijn van de tienjarige bede verschenen Kerstavond l.l. [Gonnet, Archief, blz. 287].=Jan van Zwieten bekent op 18 februari 1457 ee bedrag van 30 pond gr. Vl. van Hoorne ontvangen te hebben, in mindering van de elfde en twaalfde termijn van de tienjarige bede, die verschijnen zullen St Jansmis en Kerstavond 1457 [Gonnet, Archief, blz. 290].=Jan van Zwieten bekent op 12 juni 1457 van Hoorne te hebben ontvangen 780 schilden, Voor de termijnen van de bede van St. Jansmis en Kerstavond 1456 1.1 [Gonnet, Archief, blz. 291].=Jan van Zwieten bekent op 28 juni 1457 van Hoorne te hebben ontvangen 97 pond 10 schellingen gr. Vl.‚ voor de termijnen der bede van St. Jansmis en Kerstavond 1456 [Gonnet, Archief, blz. 292].=Jan van Zwieten bekent op 31 juli 1458 van Hoern te hebben ontvangen 780 schilden, voor de bede verschenen Kerstavond 1457 [Gonnet, Archief, blz. 294].=Jan Duuc, klerk van de rentmeester-generaal van Hollant Clais de Vriese, bekent op 2 november 1458 als afgevaardigde voor de ontvangst van de penningen door stede en gemeene land van Hollant bestemt voor Jan van Aemstel, van. Hoirne te hebben ontvangen 100 guldens [Gonnet, Archief, blz. 295].1460-1470=Kwitantie van 12 juli 1460 voor een som van vijfhonderd schilden, ontvangen van de stad Hoorn in mindering van de taxe waarop zij gesteld is in de tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 485]=Kwitantie van 31 augustus 1460 voor een som van vierhonderd schilden, ontvangen van de stad Hoorn in mindering van de tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 485]=De proost van West-Friesland Philips van Wassenaer staat in 1462 de Derde Orde vrijdom van beden toe en verleent gunsten in haar rechtspraak [Gonnet, blz. 98]=Claes de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 8 november 1463 van Hoirne te hebben ontvangen 2200 schilden, voor de eerste en tweede termijn van de tienjarige bede, verschenen St. Jansdag midzomer en Kerstavond 1462 [Gonnet, Archief, blz. 313]=Aelbrecht van Raphorst bekent op 11 december 1463, ter zake van de bede van Hoern te hebben ontvangen 111 pond 5 schellingen, voor de termijn van de laatsten december [Gonnet, Archief, blz. 313]=Claes de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 29 juni 1464 van Hoorn te hebben ontvangen 2200 schilden, voor de derde en vierde termijn van de tienjarige bede, verschenen St. Jansmis en Kerstavond 1463 [Gonnet, Archief, blz. 315]=De Grote Raad, gehoord de inlichtingen van Hoern over de schade door de zee aangericht, het verzoek tot vrijstelling van de toegestane bede en een gift tot herstel van dijken en hoofden, gelast op 10 februari 1465 de baljuw van den Haige met de timmermeesters van Brabant en Hollant naar Hoern te gaan om een onderzoek in te stellen [Gonnet, Archief, blz. 317]=Philips scheldt in 1465 de stad om de zeeschade, die haar heeft getroffen, het verschuldigde over drie jaren in de bede kwijt [Gonnet, Archief, blz. 49]. 1465 April 18. ' Phillips, hertog van Bourgongen, gehoord het verslag van het onderzoek naar de schade welke Hoern aan dijken en bolwerken door de stormen van oktober 1464 heeft geleden, scheldt de stad haar aandeel in de lopende bede gedurende drie jaren kwijt, benevens de rest van de vijfjarige bede ten bedrage van 2288 clinckaerts, uitgezonderd hetgeen de zeven parochies onder het schoutambacht van Hoern opbrengen, en onder voorwaarde, dat het kwijtgescholden geld voor herstel van de dijken zal dienen [Gonnet, Archief, blz. 318]=Claes de Vriese, rentmeester-generaal van Hollant enz. bekent op 8 augustus 1466 van Hoorn te hebben ontvangen 314 schilden van 8,5 groot, welke de stad den hertog heeft geleend als voorschot voor de tienjarige bede van de termijnen van St. Jan en Kerstavond 1467 en 1468 [Gonnet, Archief, blz. 322]=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 16 januari 1470 van Hoorn te hebben ontvangen 1100 schilden voor den termijn van St. Jan midzomer 1469 der tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 335]=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 8 april 1470 van Hoerne te hebben ontvangen 1000 schilden, in mindering der termijnen van St. Jan midzomei en Kerstavond 1.1. der nieuwe bede [Gonnet, Archief, blz. 335-336]=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 15 juli 1470 van Horen te hebben ontvangen 1100 schilden, voor den termijn van Kerstavond 1.1. der tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 337]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 2 augustus 1470 van Hoorn te hebben ontvangen 1000 schilden, voor den termijn van St. Jan midzomer 1.1. der nieuwe bede [Gonnet, Archief, blz. 337]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vryeslant, bekent 7 december 1470 van Hoern te hebben ontvangen 1000 schilden, verschijnende op Kerstavond e.k. voor de nieuwe bede, waarna de stad voor de oude bede nog 1100 schilden schuldig blijft [Gonnet, Archief, blz. 338]1470-1480=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent 14 februari 1471 van Horen te hebben ontvangen 200 schilden, voor den termijn van St. Jan midzomer 1.1. van de tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 338]. =Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 20 april 1471 van Horen te hebben ontvangen 900 schilden, voor den termijn van St. Jan midzomer 1.1. der oude tienjarige bede [Gonnet, Archief, blz. 339]=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 29 januari 1472 van Hoorn te hebben ontvangen 60 schilden, in mindering van de termijn der tienjarige bede, verschenen St. Jan midzomer 1.1. [Gonnet, Archief, blz. 343]=Aelbrecht van Raephorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 7 augustus 1472 van Hoorn te hebben ontvangen 1100 schilden, voor de termijn van Kerstavond der oude bede en ...... schilden, voor de termijn van St. Jan midzomer laatstleden der nieuwe bede [Gonnet, Archief, blz. 344]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 7 juni 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 401 pond, voorde termijn der bede van St. Jan midzomer e.k. [Gonnet, Archief, blz. 347]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 15 juli 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 591 Rijnscheguldens 31/2 stuiver, voor den eerste termijn van de zesjarige bede, verschenen St. Jan 1473 [Gonnet, Archief, blz. 348]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 28 juli 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 451 pond, voor den eerste termijn van de zesjarige bede, verschenen St. Jan 1473 [Gonnet, Archief, blz. 348]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 4 augustus 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 53 pond, voor den termijn van de zesjarige bede, verschenen St. Jan 1473 [Gonnet, Archief, blz. 349]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 26 augustus 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 493 pond 16 stuivers , voor de tweede termijn van de zesjarige bede, verschenen op 31 augustus 1473 [Gonnet, Archief, blz. 349]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 13 september 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 627 Rijnseguldens en 12,5 stuiver, voor de tweede termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 augustus 1473 [Gonnet, Archief, blz. 349]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 3 oktober 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 378 pond 18 schellingen, voor de tweede termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 augustus 1473 [Gonnet, Archief, blz. 350]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 20 november 1473 van Hoorn ontvangen te hebben 232 pond 4 schellingen 6 penningen, voor de derde termijn van de zesjarige bede, verschijnend 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 349]=Kwitanties voor de bede van zes jaren, 1473-1476 [Gonnet, Archief, blz. 351].=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 8 januari 1474 van Hoorn ontvangen te hebben 300 pond voor de derde termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 353]=Robert Annoque, rentmeester van Vrieslant, bekent op 10 januari 1474 van Hoorn ontvangen te hebben 4140 pond voor het tweede jaar van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 353-354]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 15 februari 1474 van Hoorn ontvangen te hebben 456 pond voor de derde termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 355]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 11 maart 1474 van Hoorn ontvangen te hebben 330 pond voor de derde termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 355]=Aelbrecht van Raphorst, rentmeester van Vrieslant, bekent op 15 maart 1474 van Hoorn ontvangen te hebben 61 pond 18 schellingen voor de derde termijn van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1473 [Gonnet, Archief, blz. 355]=Jan van Assendelf, rentmeester van Vrieslant, bekent op 1 januari 1475 van Hoorn ontvangen te hebben 4140 pond voor de derde jaar van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1474 [Gonnet, Archief, blz. 358]=Jan van Assendelf, rentmeester van Vrieslant, bekent op 1 mei 1476 van Hoorn ontvangen te hebben 1150 kronen voor de eerste termijn van het vierde jaar van de zesjarige bede, verschenen 31 december 1475 [Gonnet, Archief, blz. 359]=Jan van Assendelf, rentmeester van Vrieslant, bekent op 1 september 1476 van Hoorn ontvangen te hebben 1150 kronen voor de tweede termijn van het vierde jaar van de zesjarige bede, =verschenen 31 augustus 1475 [Gonnet, Archief, blz. 360-361]=Schodt-boeck uit 1478 van de burgeren ende innegesetenen der stadt Hoorn ende dorpen voor de tweede thienjarige beede, 1479 tot anno 1489 beyde incluz. Rutergelt ende 's Gravenbeede respective [Gonnet, Archief, blz. 50].1480-1490=Maximiliaan gelast Hoorn op zaterdag e.k. (15 april 1480) afgevaardigden naar Gouda te zenden en voor den rentmeester Jan van Essche mee te nemen twee maanden ruitersoldij waarop de stad is gesteld, 6 groten per ruiter per dag, om Leiden te bedwingen. Hoorn heeft zelfs de eerste maand, verschenen op 10 maart 1480, niet betaald en is evenmin op de Rotterdamse dagvaart gekomen [Gonnet, Archief, blz. 370].=Kwitanties van Jan van Essche voor de bede, 1480-1482 [Gonnet, Archief, blz. 49].=Jan van Essche, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 27 april 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 180 pond voorde soldij van 40 man geduende 30 dagen, die ten dienste van den hertog naar zijn landen van Gelre moeten gezonden worden [Gonnet, Archief, blz. 370].=Jan van Essche, rentmeester van Hollant enz., bekent op 4 september 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 550 schilden, voor de termijn van St. Jan der bede [Gonnet, Archief, blz. 371].=Jan van Essche, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 10 september 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 423 pond, voor de termijn van St. Jan der bede [Gonnet, Archief, blz. 371].=Jan van Essche bekent op 25 september 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 356 schilden, voor den termijn van St. Jan [Gonnet, Archief, blz. 371].=Jan van Essche bekent op 8 oktober 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 380 schilden en 1 stuiver, voor de termijn van Remigii(1 oktober 1480) van de bede [Gonnet, Archief, blz. 371].=Jan van Essche bekent op 31 oktober 1480 van Hoirne te hebben ontvangen 66 schilden, voor den termijn van Bamisse l.l. (1 oktober) der bede [Gonnet, Archief, blz. 372].=Jan van Essche bekent op 8 november 1480 van Hoirn te hebben ontvangen 436.5 schilden, voor de termijnen van Sint Jan en Bamisse de bede [Gonnet, Archief, blz. 372-373].=Jan van Essche bekent op 23 november 1480 van Hoirn te hebben ontvangen 362 schilden, voor de termijnen van Sint Jan en Bamisse de bede [Gonnet, Archief, blz. 373]=Jan van Essche, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent op 16 december 1480 van Hoorn te hebben ontvangen 316 schilden 10 stuivers, voor de termijnen van Bamisse en Kerstavond der bede [Gonnet, Archief, blz. 375]=Jan van Essche bekent op 10 januari 1481 van Hoern te hebben ontvangen 288 schilden, voor den termijn van Kerstavond der bede [Gonnet, Archief, blz. 375]=Jan van Essche bekent op 17 januari 1481 van Hoern te hebben ontvangen 293 schilden, voor de termijn van Kerstavond der bede [Gonnet, Archief, blz. 375]=Jan van Essche bekent op 8 februari 1481 van Hoern te hebben ontvangen 221 schilden 1 stuiver, voor den termijn van Kerstavondder bede [Gonnet, Archief, blz. 375]=Het Hof van Hollandt oorkondt op 26 augustus 1481, dat burgemeesters van Hoorn en enige burgers namens de stad aan meester Thibault Barradet, meester van de penningen van de landsvrouw, verklaard hebben 400 pond gr. vl. schuldig te zijn, waarvoor zij kwitantie hebben ontvangen van Loys Quaire, ontvanger-generaal van de financiën en domeinen, in mindering van de 4000 pond waartoe de stad door het Hof was veroordeeld en welke zij beloofd heeft op Bamis e.k. (1 oktober) te zullen betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Het Hof van Hollandt oorkondt op 27 augustus 1481, dat burgemeesters van Hoorn en enige burgers namens de stad verklaard hebben de heer van Roemont 1600 pond schuldig te zijn, in mindering van de 4000 pond waartoe de stad door het Hof was veroordeeld, die zij beloofd hebben op Bamis e.k. te betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Het Hof van Hollandt oorkondt op 27 augustus 1481, dat burgemeesters van Hoirn en enige burgers namens de stad verklaard hebben, meester Thibault Barradet, meester van de penningen van de landsvrouw, 2000 pond gr. vl. schuldig te zijn, waarvoor zij kwitantie hebben ontvangen van Loys Quaire, in mindering van 4000 pond, en dat zij beloofd hebben deze som Kerstmis e.k. te betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Jan van Essche bekent op 27 augustus 1481 van Hoern te hebben ontvangen 1320 pond, voor de termijn van St. Jan van de bede envoor wapening van drie maanden [Gonnet, Archief, blz. 378]=Stadhouder en Raad van Hollandt enz., machtigen op 20 september 1481 hun secretaris Adam van Cleve naar Hoirne te gaan en ieder van de in bijgaand kohier genoemde poorters te gelasten, hun aandeel te betalen in de boete, waartoe de stad volgens vonnis van 9 augustus 1481 wegens overtredingen was veroordeeld [Gonnet, Archief, blz. 378]=Thomas Quaillot, secretaris van den graaf van Romont, bekent op 19 november 1481 1600 pond gr. vl. van Hornes te hebben ontvangen, in mindering van de 4000 pond waartoe de stad door het Hof was veroordeeld [Gonnet, Archief, blz. 379]=De Rekenkamer in den Hage, gehoord de overeenkomst van de burgemeesters van Hoirne met Jan Boutans, tresorier, namens meester Tiebaut Baradet, dat de stad binnen 14 dagen al het ontbrekende aan de 2000 guldens, die het Maria schuldig is, in handen van den tresorier zal stellen, benevens 6 pond voor zijn onkosten, gelast op 4 februari 1482 die overeenkomst uit te voeren [Gonnet, Archief, blz. 381]=Claes Pietersz. en Bartout Fredericxz. schrijven op 28 februari 1482 aan Hoorn, dat de rentmeester en de tresorier niet tevreden zijn, dat zij in hun herberg in gijzeling blijven, maar hen op de poort willen zetten totdat de stad de 2000 schilden heeft betaald en dat de tresorier al de burgemeesters en nog meer personen in gijzeling wil brengen [Gonnet, Archief, blz. 382]=Jan van Essche, rentmeester-generaal van Hollant enz., bekent 5 maart 1482 van Hoerne te hebben ontvangen 1276 schilden13 schellingen, voor de termijn van Kerstavond van der lopende bede [Gonnet, Archief, blz. 382]=Kwitantie van 15 februari 1485 voor een som van elfhonderd drie en zestig schilden, vier en twintig groten en zes mijten door Hoorn betaald in mindering der lopende bede [Gonnet, Archief, blz. 486].1490-1500=De graaf van Egmond, heer tot Bair, stadhouder, en de raad van Hollant enz., gelasten op 1 maart 1491 den eerstgezworen bode-exploitier, een onderzoek in te stellen naar den geldelijken toestand van St. Ceciliaconvent, naar aanleiding van een smeekschrift der mater, betreffende de bijdrage in den zevenjarigen omslag aan Hoirn [Gonnet, Archief,, blz. 410]=De graaf van Egmont, heer tot Bair, stadhouder-generaal, en de andere raden van Hollant enz., gelasten Hoirne op 26 maart 1493 terstond de achterstallige bede en omslag in handen van den rentmeester-generaal te stellen, aangezien de hertog van Saxenmet zijn gehele leger van Rijsel in den Hage komt, om de hem verschuldigde bede in te vorderen [Gonnet, Archief, blz. 421-422]=Philips de Schone staat in 1496 toe accijns van verschillende waren te heffen tot betaling van de bede [Gonnet, Archief, blz. 9, 431].=Aantekeningen over de sommen, die Hoorn en de dorpen van de ban schuldig zijn in de bede voor de termijn van St. Jan 1499 [Gonnet, Archief, blz. 49].1500-1510=Uitspraak uit 1503 van het Hof tussen Hoorn met Alkmaar, en Edam over hun aandeel in de beden [Gonnet, Archief, blz. 49].=Phillips, aartshertog van Oostenrijck, bepaalt op 25 februari 1503 in het proces voor den Grooten Raad van Hoirne en Alcmaer tegen Edam, dat deze stad ontlast zal worden van 1/3 van haar aandeel in de beden; en dat Hoirne en Alemaer het op moeten brengen, tot dat Hof en Rekenkamer in den Hage eene andere beslissing hebben gegeven [Gonnet, Archief, blz. 450]=De griffier van Hollant bekent op 16 mei 1503 van Hoirne te hebben ontvangen 59 pond 1 schelling 3 penningen, als 1/3 gedeelte van 1/3 aandeel van Edamme, in de lopende bede van 60000 voor de termijn van Kerstmis 1.1. waartoe de stad bij vonnis van den Grooten Raad was veroordeeld [Gonnet, Archief, blz. 452]=In het proces van Hoorn en Alcmaer tegen Edam bepaalt het Hof van Hollandt op 6 november 1503, dat de beide steden 1/3 van Edams aandeel in de beden zullen blijven opbrengen [Gonnet, Archief, blz. 453]=Het Hof van Hollandt geeft op 20 november 1504 in een proces tusschen Hoorn en Medemblick, over de verdeeling van 3000 pondder bede, door Philips 23 Augustus 1504 aan de Vier Noorder Koggen kwijtgescholden ter gelegenheid van de doorbraak van den Vriesendijk op St. Galendach 1502 (16 October), als uitspraak, dat de Koggen van af 16 October 1502 gedurende een jaar voor 1200 pond vrij van bede zullen zijn, en de 1800 pond, gedurende de drie volgende jaren op te brengen, voor dijkonderhoud zullen worden besteed [Gonnet, Archief, blz. 455]=Overeenkomst uit 1505 tussen Spanbroek, Opmeer, Hoogwoud en Hoorn over de korting in de bede van de dorpen in de ban van Hoorn wegens zeeschade in de Vier Noorderkoggen [Gonnet, Archief, blz. 50].=Burgemeesters van Spanbroick en van Opmeer, en schout, burgemeesters en schepenen van Hogentwoud, komen op 28 mei 1505 overeen met burgemeesters van Hoirn, dat de stad met toestemming van den landsheer, wegens zeeschade van de Vier Noorderkoggen, 200 schilden zal korten op het aandeel, door Hauwert, Nubixwoud, Wognum en Wadwey in de bede op te brengen [Gonnet, Archief, blz. 456]=Karel V staat in 1522 toe de hoofdsom en uitkering van 100 gulden lijfrenten, te zijnen behoeve verkocht, op de beden te korten [Gonnet, Archief, blz. 10]. =Karel V stelt Hoorn in 1542 vrij van het halve aandeel in de bede van 100.000 gulden en van het gehele aandeel in de buitengewone bede [Gonnet, Archief, blz. 10]=Volmacht van Alkmaar in 1553 aan Jacob Jacobsz. gegeven voor het indienen van een klacht bij de Keizer over de slechte verdeling van de bede van 200.000 Carolus guldens [Gonnet, Archief, blz. 49].bieraccijns=Phelips, aartshertog van Oistrijck, staat op 3 april 1498 op verzoek aan Hoirne toedat niemand binnen 500 roeden van de stad wijn of bier mag slijten of tappen [Gonnet, Archief, blz. 436]=Het Hof vergunt in 1563 aan Hoorn de bieraccijns te verhogen voor een termijn van tien jaren [Gonnet, Archef, blz. 39]=Karel, hertog van Bourgongen, staat aan Hoirne toe een breeder omschreven accijns op wijn, bier, koren en zout te heffen, en vergeeft de stad het oproer van 21 Mei 1470 [Gonnet, Archief, blz. 340]bode-ambt=Register van ontvangsten uit 1506-1546 wegens het bode-ambt, de tol en het marktgeld [Gonnet, Archief, blz. 36]=Het bode-ambt wordt voor zes jaren aan de stad verpacht. 1597-1609 [Gonnet, Archief, blz. 36]breukgeld=kwitanties uit 1367-1404 van Albrecht van Beieren voor breukgeld [Gonnet, Archief, bz. 36]=kwitanties uit 1420-1424 van Jan van Beieren voor bede en breukgeld [Gonnet, Archief, blz. 48]convoyen en licenten=Johan Berk [1643-....] is contrarolleur van de convoyen en licenten in Hoorn [Engels, Geschiedenis, blz. 339; NNBW 1911, blz. 308]=convooien en licenten 1573-1726 [Gonnet, Archief, blz. 83]denengeld=Albrecht verleent in 1389 voorrechten over het Denengeld en het erven van bastaarden [Gonnet, Archief, blz. 5]. derde penning=zie Hoofdgelddirecteur der rijksbelastingenJan van Stralen [1778-......] was directeur van 's rijks belastingen in het arrondissement Hoorn [Leeuw1885, blz. 49]duizendste penning=ontvang van de 1000e, 200e, 100e, 50e penningen over de periode 1576 tot 1778 [Gonnet, Archief, blz. 53]exuerecht=Ende geven van exue de poorters ende de dorpen onder Hoorne gelegen, die in andere heerlicheden reysen, van elck schotpont 7 gouden Davits gulden ende zoo wie uyten dorpen onder Hoorne gelegen in de stede compt wonen geeft van elck pondt, texue, 5 Davidts gulden (R, Fruin, Informacie 1514, blz. 84) =Geding tussen de stad Hoorn en Ghijsbrecht van Duvenvoirde en Ysselsteyn, over het recht van exue [Gonnet, Archief, blz. 35]. Phelips, koning van Kastillen, vernietigt op 27 februari 1506 het vonnis van het Hof van Hollant in het proces tusschen Hoirn en Ghijsbrecht van Duvoorde en IJselsteyn, voor vrouw en schoonmoeder Alyt, weduwe van Jacob van Noortych, over 25 pond exuegeld der goederen van Jacob van Noortych, en gelast Ghijsbrecht, binnen drie weken het geld te betalen, hem veroordeelende in de kosten [Gonnet, Archief, blz. 459]=Overeenkomsten van Hoorn met de Steden Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Delft, Enkhuizen, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Middelburg, Monnikendam en Zierikzee over het recht van exue. 1525, 1533,1554,1562, 1563,1567, 1728, 1743-1744, 1783, 1788, 1790. gelijkheid=Willem VI maant Schagen, Winkel en Niedorp in 1416 om Hoornse poorters niet zwaarder te belasten dan die van Haarlem of Alkmaar [Gonnet, Archief, blz. 7]gemenelandsmiddelen=daaronder waren begrepen: de verponding=de Stadhouder laat in 1484 uitgeweken poorters aanmanen tot betaling der gemene lasten [Gonnet, Archief, blz. 47, 395]=octrooi uit 1806 van het Departementaal Bestuur van Holland om wegens geldelijke lasten, gedurende twee jaren zeven stuivers van verschillende gemenelandsmiddelen te heffen [Gonnet, Archief, blz. 40]=Voorlopige uitspraak uit 1495 van het Hof in geschillen tussen Hoorn en de rentmeester-generaal, over de gemenelandsomslagen [Gonnet, Archief, blz. 47]Staat van de omslag der schulden en lasten van het gemene land, om te slaan op St. Jan. 1505 [Gonnet, Archief, blz. 48]haardstedengeld=Reeckeninge van Symon Jansz. Pil, collecteur van de verponding voor den jare 1607. Mitsgaders van seeckere restanten van ’t heertstedegelt over de jaeren 1600, 1604 en 1606 [Gonnet, Archief, blz. 51]havengeld=ordinaris havengeld en extra ordinaris belasting wegens meten van ballast, tachtígsten penning der vaste goederen, uitgaven der lijfrenten, ordonnantíën en assignatiën over de jaren 1681-1806 [Gonnet, Archief, blz. 55-58]=rekeningen van het havengeld en van het Rouaans kaaigeld. 1636, 1640, 1651—1781, 1783—1801‚ 1805 en 1806 [Gonnet, Archief, blz. 76]honderdste penning=ontvang van de 1000e, 200e, 100e, 50e penningen over de periode 1576 tot 1778 [Gonnet, Archief, blz. 51]=rekening van de extra-ordinaris verponding en van de 100e penning over de jaren 1689 t/m 1698 [Gonnet, Archief, blz. 51]=register van den ontvang van den reëelen 100e penning wegens de ambten en van den 100e penning der getauxeerdepersonen, over de jaren 1689-1693 [Gonnet, Archief, blz. 51]=rekening van de extra-ordinaris consenten van hele verpondingen en 100e penningen, van 1699, 9 januari 1700 en 25 februari 1701 [Gonnet, Archief, blz. 51]=Reeckeningh so van den ontfangh der extra-ordinaire verpondingen als 100e penningen, geconsenteert den 13 December 1701 en den 3 Januari 1703 en geconsenteert den 18 Januari 1704 en 8 Januari 1705 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van de extra-ordinaris consenten zoo van de heele verponding als de 100e penning, ten behoeve van de los- en lijfrenten op de Stad Hoorn, den trekweg, St. Pietershof enz.‚ over 1709-1712. 1713—1714 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van den ontvang der restanten van extra-ordinaire verpondingen en 100e penning van 1712 incluis, en over 1713-1716. 1720-1722 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van den ontvang van den 100e en 200e penning wegens de ambten en van den 100e penning wegens de getauxeerde personen over de jaren 1714-1722 en van den 100e en 200e penning der ambten over 1723-1727 [Gonnet, Archief, blz. 54]=rekening van de extra-ordinaris verponding en van den 100e en 200e penning op los- en líjfrenten, over 1715, 1717-1733 [Gonnet, Archief, blz. 52]hoofdgeld=Schepenen in Hoirn schatten op 13 januari 1440 de Huiszitten Armenvoogden voor hoofdgeld en den derden penning toe twee vakken naast het derde vak van het voorhuis, staande op een hofstede in de Noerderstraet, waaruit Jacop Claes Melijszoonsz. hun enige jaarpacht schuldig is [Gonnet, Archief, blz. 234] Zie verder voor hoofdgeld c.a. blz. 236, 238, 239, 240, 272, 307, 308, 310, 311, 315, 316, 318, 323, 326, 328, 331, 387, 391, 394-396]=Schepenen in Hoorn schatten op 14 april 1473 aan kerkmeesters van de Parochiekerk voor hoofd-, schat-, schrijfgeld en den derden penning toe, 1/29 deel van een huis en erf in de Goeu, waaruit Pauwels Dircxz. Troest hun een gouden Brabantsche pieterman schuldig is [Gonnet, Archief, blz. 347]paaigeld=rekeningen van het havengeld en van het Rouaans kaaigeld. 1636, 1640, 1651—1781, 1783—1801‚ 1805 en 1806 [Gonnet, Archief, blz. 76]klein zegel=korte staat van den ontvang van den 20e en 40e penning, klein zegel en kerkelijke goederen over de steden en dorpen van West Friesland en het Noorderkwartier. Van 1629-1669 met hiaten [Gonnet, Archief, blz. 61]=rekening over 1807-1809 van den ontvang der zeven additionele stuivers op het recht van het klein zegel en op de alienatiën van vaste goederen [Gonnet, Archief, blz. 61]korenaccijnsKarel, hertog van Bourgongen, staat aan Hoirne toe een breeder omschreven accijns op wijn, bier, koren en zout te heffen, en vergeeft de stad het oproer van 21 Mei 1470 [Gonnet, Archief, blz. 340]kraangeld=collecteboek van het kraangeld, geheven ten behoeve van het Burgerweeshuis‚ van: 1779-1811 [Gonnet, blz. 117]=Aantekenboek der kraangelden, van tijd tot tijd aan het Huiszitten Armenhuis afgegeven. 1793-1796 [Gonnet, blz. 129]lakenaccijns=Philips II staat in 1559 toe gedurende drie jaren accijns van alle lakens te heffen [Gonnet, blz. 10]=Philips II verlengt het accijnsvoorrecht van 1559 weder met drie jaren [Gonnet, blz. 10]landschot=rekening van ontvang en uitgaaf van het landschot van de ban van Hoorn. 1795-1821 [Gonnet, Archief, blz. 53]lantaarngeld=rekening van het lantarengeld. 1705-1711 [Gonnet, Archief, blz. 76]lastgeld en veilgeld=last- en veilgeld, 1631-1731 [Gonnet, Archief, blz. 83]=register van ontvang over 1722 van het last- en veilgeld ten comptoire der convooien te Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 83]marktgeld=register van ontvangsten uit 1506-1546 wegens het bode-ambt, de tol en het marktgeld [Gonnet, Archief, blz. 36]morgengeld=Willem hertog in Beyeren verzoekt op 14 augustus 1405 aan Hoirn om te betalen aan Martijn Jansz. 43,5 Jan Pietersz. 30,5 Jan Tymansz. 64,5 en Simon Pietersz. 57 Vlaamse nobels, voor geleverde ossen, in mindering komend van het op Kerstavond e. k. te verschijnen morgengeld [Gonnet, Archief, blz. 173]=Willem hertog in Beyeren verzoekt op 22 november 1405 aan Hoerne om aan Clais die Wail te betalen 85,5 Gentse nobel, voor 18 geleverde ossen, in mindering van op Kerstavond e.k. te verschijnen morgengeld [Gonnet, Archief, blz. 174]. =zo beloofde Hertog Willem VI in 1406 geen morgengeld van die van Hoorn meer te zullen eisschen "ten ware dat ons noot sake dede van onze lijve" en verleent vermindering op de lopende heffing [Engels, Geschiedenis, blz. 31; Gonnet, Archief, blz. 6, 175]=Willem hertog in Beyeren staat op 26 februari 1406 Hoirne toe, 2500 Hollandse schilden, als laatst geslagen zijn, voor morgengeld te betalen, aangezien onder de 4400 aangegeven morgens veel slechte zijn [ [Gonnet, Archief, blz. 175]=Willem hertog in Beyeren verzoekt op 1 maart 1406 aan Hoirne om aan Gherijt Scape te betalen 21 guldens, 10 witten, voor geleverde ossen, in mindering te brengen op Kerstavond l.l. verschenen morgengeld. [Gonnet, Archief, blz. 176]=Willem hertog in Beyeren verzoekt op 12 juni 1406 aan Hoirn om aan Garbrant Stam, Jan Tijmansz. en Claes Doedenz. te betalen 264, 25 Vlaamse nobels voor te Gorinchem geleverde ossen, in mindering te brengen op Kerstavond 1406 en 1407 te verschijnen morgengeld [Gonnet, Archief, blz. 176]=Willem hertog in Beyeren bekent op 25 april 1407 door zijn thesaurier Philips van den Dorp, van Hoirn te hebben ontvangen voor morgengeld, 236 schilden 17,5, groot, verschenen Kerstavont 1.1. [Gonnet, Archief, blz. 178]=Willem hertog in Beyeren verzoekt op 22 augustus 1407 aan Hoirn om aan Willem Grebber te betalen voor geleverde ossen en spek, 383 kronen 5 groot botkins, in mindering van het op Kerstavond e.k. te verschijnen morgengeld [Gonnet, Archief, blz. 178] =kwitanties uit 1407-1416 van Willem VI voor betaald morgengeld, bede en sleischat [Gonnet, Archief, blz. 36]=Willem hertog in Beyeren bekent 9 augustus 1409 door zijn tresorier Foeykiin, van Hoirne te hebben ontvangen 750 nieuwe Gelderse guldens morgengeld verschenen Kerstavond l.l [Gonnet, Archief, blz. 182]=Hertog Willem van Beyeren maant op 7 maart 1410 Hoirne aan, met zijn dienaar Wouter bij Dage, overleg te plegen over het Kerstavond l.l. verschenen morgengeld [Gonnet, Archief, blz. 182-183]=er wordt een morgengeld geheven in 1558 [Wendte, Zestiende, blz. 311]omslag=De graaf van Egmond, heer tot Bair, stadhouder, en de raad van Hollant enz., gelasten op 1 maart 1491 den eerstgezworen bode-exploitier, een onderzoek in te stellen naar den geldelijken toestand van St. Ceciliaconvent, naar aanleiding van een smeekschrift der mater, betreffende de bijdrage in den zevenjarigen omslag aan Hoirn [Gonnet, Archief,, blz. 410]=De graaf van Egmont, heer tot Bair, stadhouder-generaal, en de andere raden van Hollant enz., gelasten Hoirne op 26 maart 1493 terstond de achterstallige bede en omslag in handen van den rentmeester-generaal te stellen, aangezien de hertog van Saxenmet zijn gehele leger van Rijsel in den Hage komt, om de hem verschuldigde bede in te vorderen [Gonnet, Archief, blz. 421-422]=Het Hof van Hollant bevestigt op 27 juni 1493 de overeenkomst van Jan van Leeck, burgemeester, en Gheryt Albout, poortervan Hoirne, met Alexius Haller, om hen, met voorkennis van Jan Stalpairt a.s. zaterdag over acht dagen 500 goudguldens in den Hage te leveren, in mindering van de penningen die Hollant en Vrieslant den heer van Saxssen schuldig zijn, en voor het stedelijk aandeel in den omslag van een stuiver per schild, ten behoeve van hetgeen Haller nog van het gemeene land heeft te vorderen. Volgt geenebetaling en vereffening, dan moeten de twee Hoornsche Heeren zelven in gijzeling komen of anderen zenden Gonnet, Archief, blz. 422]=Het Hof van Hollant beslist op17 september 1495 in de geschillen tussen Hoeren en Thomas Bueckelair, rentmeester, dat de stadhem 300 pond voor St. Lucasmarkt e.k. moet betalen, waarmee dan, totdat het Hof eene eindbeslissing zal hebben gegeven, zullen zijn afgedaan alle restanten van den omslag groot 40000 in 1492 en ook de restanten die de stad schuldig is van de 2 grooten, de 7 groten, de blanken en de 19000, allen omgeslagen ten bate van het gemeeneland [Gonnet, Archief, blz. 429]=Augustijn van Teylingen, klerk van den rentmeester Claes Corff, bekent op 24 augustus 1502 van Hoirne, met de onder die stad gelegen dorpen te hebben ontvangen 468 pond 15 schellingen 3 penningen, voor de termijn van St. Jan l.1. in de omslag van het gemene land [Gonnet, Archief, blz. 449]=Burgemeesters van Hoirn tekenen op 17 april 1508 appel aan bij de Grote Raad tegen de aanmaning van Augustijn van Teylingen, rentmeester van West-Friesland, om hem binnen vier dagen 2625 pond voor den omslag over Hollant en Vrieslant te voldoen, of anders burgemeester Jacop Walravensz. en schepen Claes Pietersz. Rughe naar den Hage in gijzeling te zenden [Gonnet, Archief, blz. 467]ongefundeerde processen=rekening of Staat van ontvang en uitgave der 40e en 80e penningen en de 10e verhoging, alsmede van de middelen op de ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven over de jaren 1753 en 1754 [Gonnet, Archief, blz. 60-61]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]ontvanger der directe belastingenJan Ulysses Modderman [1802-1885] ontvanger der directe belastingen te Slochteren, te Beerta, te Hoorn , te Groningen [Leeuw1885, blz. 84]oproer=Dirk Jansz Banjaart (...Hoorn - 1478) betoonde veel moed bij gelegenheid dat (in Hoorn) een oproer was uitgebroken in 1477 vanwege de nieuwe accijnsen die het volk wilde afgeschaft hebben. Hij kreeg vele burgers aan zijn kant en verzette zich met kracht tegen de schout Maarten Velaer. Hij kreeg de overhand en zette de regering af. Enkele huizen werden vernield en geplunderd. Enkele regenten werden vastgezet en met hoon overladen. Men probeerde hen er toe te brengen dat ze Velaer zouden dwingen tot vrijwillige afstand van zijn ambt. Zo geschiedt.. De graaf blijkt bereid tegen een forse vergoeding de benoeming van een schout voortaan aan de stad te willen laten. Dirk wordt tot schout gekozen. De tweespalt duurde voort. De verdreven regering zocht heul bij de Kabeljaauwsche partij en Banjaart en de zijnen bij de Hoeksche; deze laatsten delfden het onderspit, terwijl de schout reeds overleden was [Chalmot, Biographische deel 2 blz. 71; Kobus,/Rivecourt3, blz. 91]=Hoorn moest onder hertog Albert 1000 gouden andriesguldens opbrengen [Kok2, blz. 472]paalgeld=geding in 1551-1553 over het paalgeld tussen Amsterdam, en Enkhuizen met Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 68]=geding in 1563-1565 voor de Grote Raad tussen Amsterdam en Hoorn over het paalgeld [Gonnet, Archief, blz. 68]=betonning en paalgeld. 1560 tot 1687 [Gonnet, Archief, blz. 68]patentrecht=patentregister van de stad Hoorn over de jaren 1806-1812 [Gonnet, Archief, blz. 64]=rekening van den ontvang der zeven additionele stuivers van de belasting op het recht van patent op handel, neringen, beroepen en bedrijven en enige objecten van weelde of vermaak binnen de Stad Hoorn, Ban van dien en Dampte, over de jaren 1807-1809 [Gonnet, Archief, blz. 64]poortrechtHertog Willem van Beyeren bekent 1550 schilden van Hoorne te hebben ontvangen, voor het poortrecht door hen gekocht [Gonnet, Archief, blz. 146]registratie en domeinen=in 1869 was A.Koltrop ontvanger [Bruin, Historisch1, blz. XVIII] =in 1869 was G.E. Termaat inspecteur [Bruin, Historisch1, blz. XVIII] ruitergeld=De graaf van Egmond, heer tot Bair etc., stadhouder-generaal van Hollant, enz., gelast op 27 april 1490 aan Hoorne, Claes Korve, rentmeester, voor de termijnen wegens ruitergeld, van maart en april, 300 pond of voorlopig ten minste 150 pond te betalen [Gonnet, Archief, blz. 407]=De graaf van Egmonde, heer tot Bair etc., stadhouder-generaal en de andere raden van Hollant enz., verzoeken op 18 augustus 1492 aan Hoirne het aandeel in de 50.000 guldens ruitergeld wegens het beleg van Sluys, dinsdag e.k. (21) of ten laatste zaterdag (25 augustus), te stellen in handen van den rentmeester-generaal Thomas Bouckelair, aangezien de hertog van Saxssen, bij in gebreke blijven, het beleg van Sluyszal opbreken en het land afstraffen [Gonnet, Archief, blz. 418]schatgeld=zie hoofdgeldschot=Willem hertog in Beyeren gelast op 22 september 1415 zijn dienaren, de poorters van Hoirne die zich elders bevinden, aan te manen hun aandeel in het schot te voldoen, aangezien de stad in gebreke blijft te betalen voor sleischat en soldij [Gonnet, Archief,, blz. 7, 194]=Philips van Bourgondie maant in 1434 en 1437 aan tot betaling van achterstallig schot [Gonnet, Archief, blz. 50]=Philips hertog van Bourgongen maant op 25 februari 1434 de poorters van Hoirne, die de stad nog schot schuldig zijn, tot betaling aan en gelast den schout de onwilligen te vervolgen [Gonnet, Archief, blz. 222]=Schotboek van Hoorn en de rechtsban van dien, omstreeks 1436 [Gonnet, Archief, blz. 50]=Philips Hertog Van Bourgoengen maant op 29 augustus 1437 de poorters van Hoirne, die de stad nog schot schuldig zijn, tot betaling aan, en gelast den schout de onwilligen te vervolgen [Gonnet, Archief, blz. 230]=Poortersopgaven wegens het vermogen, tot de aanslag in het schot voor Hoorn en de rechtsban van dien. Tweede helft 15e eeuw. Ruim 1850 stuks [Gonnet, Archief,, blz. 50]=Geschil in 1454 over schot en landerijen, tussen Hoorn en Schellinkhout [Gonnet, Archief,, blz. 34]. Gemachtigden van Hoirn en Scellinchout, beloven op 21 maart 1454 voor Raden van Hollant, zich te zullen onderwerpen aan de uitspraak van secretarissen van Aemsterdam‚ in een geschil over schot en landerijen [Gonnet, Archief,, blz. 281]=Schodt-boeck uit 1478 van de burgeren ende innegesetenen der stadt Hoorn ende dorpen voor de tweede thienjarige beede, 1479 tot anno 1489 beyde incluz. Rutergelt ende 's Gravenbeede respective [Gonnet, Archief, blz. 50].=Edam verzoekt op 21 november 1480 aan Hoorn om Remmet Melysz., poorter van Hoorn, aan te zeggen, dat hij schot moet betalen,wat hij geweigerd heeft te doen daar dit z.i. in strijd zou zijn met de ordonnantie van 28 maart 1478; welke opvatting Edam niet deelt, aangezien hij lange tijd na de ordonnantie en na de komst van de landsheer, 14 dagen voor mei 1478 zijn poortrecht heeft opgezegd [Gonnet, Archief,, blz. 3]=brief uit 1484 van die Stede van Hoirn aan Karstijn Symen Claessoons weduwe, over achterstallig schot van twee jaren [Gonnet, Archief, blz. 50]. De stad Hoirn maant Karstyn Symon Claesz. weduwe aan, twee jaar achterstallig schot te betalen, ten eindeverkoop van haar goederen te voorkomen [Gonnet, Archief, blz. 392]=enige poorters van Medemblik kopen in 1484 voor Katrijn Albert Pieterssoons weduwe haar ‚‚pontael” van schot [Gonnet, Archief, blz. 50]=Phelips, aartshertog van Oistenrijck, gelast op 21 augustus 1499 op verzoek van burgemeesters van Hoorn, den eersten deurwaarder schout en schepenen aan te zeggen dat zij de pachters van erven, toebehoorend aan de Derde Orde van St. Franciscus, dwingen zullen, verschuldigd schotrecht aan de stad te betalen, wanneer namelijk de toedracht door burgemeesters gegeven en hier in het breede vermeld, juist blijkt te zijn [Gonnet, Archief, blz. 442].=lastgeving uit 1499 van Philips den Schone aan de pachters van erven, eigendom van de Derde Orde van Sint Franciscus, dat zij schotrecht aan de stad zullen betalen [Gonnet, blz. 98]=In het Schotboek uit 1518 komt, op schipper Jan Holler na, de hele familie bij elkaar, waarbij Pieter Holler Pottebacker en diens broer Jonge Claes Holler de meest kapitaalkrachtigen zijn [Gonnet, Archief, blz. 50; Wendte, Zestiende, blz. 304]sleiscat=Willem VI sluit in 1406 een verdrag met de steden van Holland en Zeeland over de munt en de sleischat [Gonnet, Archief, blz. 65]=kwitanties uit 1407-1416 van Willem VI voor betaald morgengeld, bede en sleischat [Gonnet, Archief, blz. 36]=Willem hertog in Beyeren sluit op 23 juli 1406 een overeenkomst met de steden van Hollant en Zeelant, dat hij gedurende vijf jaar geen eigen munt zal slaan, maar de koers van de munt van andere heeren vaststellen, waarvoor zij hem anderhalf maal zoveel sleiscat als het laatst onder hertog Albrecht, zullen opbrengen, tot een jaarlijks bedrag van 12000 oude Wilhelmus Hollandsche guldens [Gonnet, Archief, blz. 177]=Willem hertog in Beyeren gelast op 22 september 1415 zijn dienaren, de poorters van Hoirne die zich elders bevinden, aan te manen hun aandeel in het schot te voldoen, aangezien de stad in gebreke blijft te betalen voor sleischat en soldij [Gonnet, Archief,, blz. 7, 194]=Willem hertog in Beyeren bekent op 1 december 1415 door zijn klerk Philps Engebrechtsz. te hebben ontvangen van de stede Zybekerspel 12 Franse kronen sleiscat, die deze met Hoirne voor het eerste jaar moest betalen, verschenen op Kerstavond en St. Jansmis l.l [Gonnet, Archief,, blz. 195]=Johan hertog van Brabant en Jacoba hertogin in Beyeren verzoeken op 14 augustus 1418 aan Hoirne, Heynrijc Stevenszoon en drie anderen te betalen 196 gouden Franse kronen wegens een maand soldij binnen Schiedam met 96 knechten, zijnde de eerste termijn van het derde jaar van de bede, en 50 kronen voor sleyscat, beiden verschenen op St. Jansmis l.l. . [Gonnet, Archief, blz. 197]=Johan hertog van Brabant bekent op 14 augustus 1418 door Hubrecht, heer tot Culenborch, van Hoirne te hebben ontvangen 350 gouden kronen, voor de laatste termijn van het derde jaar der bede, en 50 kronen voor sleyscat, beiden verschijnende Bamis a.s. [Gonnet, Archief, blz. 197]schrijfgeld=zie Hoofdgeldsuccessierecht=staat en verantwoording wegens den ontvang van het recht van successie over de Stad Hoorn en haar rechtsgebied van 1806 tot 1811 [Gonnet, Archief, blz. 64]tachtigste penningOctrooi uit 1677 van de Staten van Holland en West-Friesland om ten behoeve van de gods- en armhuizen een 80e penning te heffen bij verkoop van onroerend goed in de stad en in de banne. 1677 [Gonnet, blz. 106]=rekening van de 80e penning wegens de verkochte vaste goederen binnen de stad Hoorn, ban van dien en Dampten, over de jaren 1676-1806 [Gonnet, blz. 59-60]=octrooi van 1677 van de Staten van Holland en West-Friesland om ten behoeve van de gods- en armhuizen een 80e penning te heffen bij verkoop van onroerend goed in de stad en in de ban Gonnet, blz. 106]=tachtígste penning der vaste goederen, uitgaven der lijfrenten, ordonnantíën en assignatiën over de jaren 1681-1809 [Gonnet, blz. 55-58]=rekening of Staat van ontvang en uitgave der 40e en 80e penningen en de 10e verhoging, alsmede van de middelen op de ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven over de jaren 1753 en 1754 [Gonnet, blz. 60-61]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, blz. 61-62]tappersgeld=lijsten van het tappersgeld ten behoeve van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis. 1750-1810 [Gonnet, blz. 123]tiende penning =er wordt een tiende penning geheven in 1553, 1561 en 1562 [Wendte, Zestiende, blz. 311; Wendte, Bourgonje, blz. 392, 406]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]tiende verhoging=rekening of Staat van ontvang en uitgave der 40e en 80e penningen en de 10e verhoging, alsmede van de middelen op de ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven over de jaren 1753 en 1754 [Gonnet, Archief, blz. 60-61]=staat van ontvang en uitgave van de 10e verhoging der collaterale successie over de jaren 1753-1805 [Gonnet, Archief, blz. 62-63]tol=Albrecht verleent op 15 mei 1401 tolvrijheid te Spaarndam, Heusden en in Friesland [Gonnet, Archief, blz. 5, 167]=Willem VI verleent op 20 februari 1411 tolvrijheid te Woudrichem en Heusden [Gonnet, Archief, blz. 7] =Willem hertog in Beyeren gelast op 9 april 1412 zijn tollenaars van Woudrichem, van Heusden en alle anderen, de poorters van Hoirn niet meer lastig te vallen Gonnet, Archief, blz. 185].=Willem hertog in Beyeren gelast op 21 september 1415 al zijn tollenaars de poorters van Hoorne niet meer lastig te vallen, daar de stad haar verplichtingen is nagekomen [Gonnet, Archief, blz. 194]=Gherijt van Heemskerck, ridder, heer van Oisthuysen, belooft op 18 maart 1421 tolvrijdom aan Hoern, ingeval hijzelf of zijn erfgenamen een sluis te Scairdam zullen maken [Gonnet, Archief, blz. 200]=Register van ontvangsten uit 1506-1546 wegens het bode-ambt, de tol en het marktgeld [Gonnet, Archief, blz. 36]trouwen en begraven=ontvangsten van de impost op het trouwen en begraven in de jaren 1695-1805 [Gonnet, Archief, blz. 60]=rekening of Staat van ontvang en uitgave der 40e en 80e penningen en de 10e verhoging, alsmede van de middelen op de ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven over de jaren 1753 en 1754 [Gonnet, Archief, blz. 60-61]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1795 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]tweehonderdste penning=ontvang van de 1000e, 200e, 100e, 50e penningen over de periode 1576 tot 1778 [Gonnet, Archief, blz. 53]=rekening van de extra-ordinaris halve verponding en de 200e penning over 1689 [Gonnet, Archief, blz. 51]=rekening van de ontvang van de personele 200e penning wegens de ambten en van den reële 200e penning der getauxeerde personen, over 1688-1691 en 1694-1713 [Gonnet, Archief, blz. 53]=rekening van den ontvang van den 100e en 200e penning wegens de ambten en van den 100e penning wegens de getauxeerde personen over de jaren 1714-1722 en van den 100e en 200e penning der ambten over 1723-1727 [Gonnet, Archief, blz. 54]=rekening van de extra-ordinaris verponding en van den 100e en 200e penning op los- en líjfrenten, over 1715, 1717-1733 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van den ontvang en de uitgaaf wegens de reële en personele 100e en 200e penningen over de Stad Hoorn over de jaren 1740-1795 [Gonnet, Archief, blz. 54]twintigste penning=rekening wegens ontvang der restanten van den 20e penning in 1685-1689 [Gonnet, Archief, blz. 54]=korte staat van den ontvang van den 20e en 40e penning, klein zegel en kerkelijke goederen over de steden en dorpen van West Friesland en het Noorderkwartier. Van 1629-1669 met hiaten [Gonnet, Archief, blz. 61]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]veertigste penning=stukken betreffende den ontvang van den 40e penning over de jaren 1636-1695 [Gonnet, Archief, blz. 61]=rekening of Staat van ontvang en uitgave der 40e en 80e penningen en de 10e verhoging, alsmede van de middelen op de ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven over de jaren 1753 en 1754 [Gonnet, Archief, blz. 60-61]=korte staat van den ontvang van den 20e en 40e penning, klein zegel en kerkelijke goederen over de steden en dorpen van West Friesland en het Noorderkwartier. Van 1629-1669 met hiaten [Gonnet, Archief, blz. 61]=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]verpachting=register van de verpachting der stadsaccijnsen van 1 juni 1501-1 februari 1623 en van 1 februari 1624-6 april 1726 [Gonnet, Archief, blz. 39]=verpachting van de gemenelandsmiddelen van 1619 tot 1746 [Gonnet, Archief, blz. 51]verponding=Uitvoerige verklaring uit 1518 van de magistraat aan de commissarissen der verponding, aangaande de toestand van de stad [Gonnet, Archief, blz. 50]=Dirk Cornelisz. Waerden is in 1594 collecteur der verpondingen van de landen in de ban van Hoorn [Wendte, Zestiende, blz. 316]=Reeckeninge van Symon Jansz. Pil, collecteur van de verponding voor den jare 1607. Mitsgaders van seeckere restanten van ’t heertstedegelt over de jaeren 1600, 1604 en 1606 [Gonnet, Archief, blz. 51]=op 19 januari 1615 wordt door de burgemeesters behandeld het door Egbert Claesz. Pottebacker verzoek om verlaging van de verponding omdat zijn woning op de Nieuwendam en de woning erachter "te hoock en krawondingen soude staan". Het verzoek wordt afgewezen [Wendte, Zestiende, blz. 315]=extra ordinaris halve verponding, ordinaris havengeld en extra ordinaris belasting wegens meten van ballast, tachtígsten penning der vaste goederen, uitgaven der lijfrenten, ordonnantíën en assignatiën over de jaren 1681-1806 [Gonnet, Archief, blz. 55-58]= quitantien van den Ontfanger van de gemeene middelen op dese Stadts Verpondingh van 11 april 1686 tot 26 januari 1708 [Gonnet, Archief, blz. 39]=rekening van de extra-ordinaris halve verponding en de 200e penning over 1689 [Gonnet, Archief, blz. 51]=rekening van de extra-ordinaris verponding en van de 100e penning over de jaren 1689 t/m 1698 [Gonnet, Archief, blz. 51]=rekening van de extra-ordinaris consenten van hele verpondingen en 100e penningen, van 1699, 9 januari 1700 en 25 februari 1701 [Gonnet, Archief, blz. 51]=Reeckeningh so van den ontfangh der extra-ordinaire verpondingen als 100e penningen, geconsenteert den 13 December 1701 en den 3 Januari 1703 en geconsenteert den 18 Januari 1704 en 8 Januari 1705 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van de extra-ordinaris consenten zoo van de heele verponding als de 100e penning, ten behoeve van de los- en lijfrenten op de Stad Hoorn, den trekweg, St. Pietershof enz.‚ over 1709-1712. 1713—1714 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van den ontvang der restanten van extra-ordinaire verpondingen en 100e penning van 1712 incluis, en over 1713-1716. 1720-1722 [Gonnet, Archief, blz. 52]=rekening van de extra-ordinaris verponding en van den 100e en 200e penning op los- en líjfrenten, over 1715, 1717-1733 [Gonnet, Archief, blz. 52]=Octrooi der Staten van Holland en West-Friesland, waarbij de stad 16.855 guldens worden kwijtgescholden voor verponding van enige percelen, over de jaren 1734 tot 1759 [ Gonnet, Archief, blz. 52]=lijst der restanten van ordinaire en extra-ordinaire verponding, fortificatie- en zeeweringgelden (hier genoemd: een vierde-verhoging), mitsgaders van straat- en brandgelden, die over de jaren 1777-1779 op 15 mei 1779 nog moesten inkomen [Gonnet, Archief, blz. 52]=ligger der ordinaire en extra-ordinaire Verponding van de Landerijen en Thuinen, gelegen in de Banne der Stad Hoorn, beginnende met den jare 1784 [Gonnet, Archief, blz. 53]=kohier der verponding over de stad Hoorn en ban van dien. Tussen 1806 en 1810 [Gonnet, Archief, blz. 53]vijftiende penning=staat van den 10e,15e en 20e penning over de zes laatste maanden, alsmede van de 40e en 80e penningen, boeten van ongefundeerde processen, mitsgaders van trouwen en begraven, over de jaren 1755-1805 [Gonnet, Archief, blz. 61-62]vijftigste penning=ontvang van de 1000e, 200e, 100e, 50e penningen over de periode 1576 tot 1778 [Gonnet, Archief, blz. 53]vrijdom geestelijkheid=Rechtsgeleerd advies van Mr. Nicolaus de Capella aan de prior van St. Pietersdal over het aanslaan van geestelijke personen in stedelijke lasten. 16e eeuw [Gonnet, blz. 99]=Indaging in 1499 voor de Grote Raad, wegens het geding tussen de stad en het klooster, over het belasten der goederen [Gonnet, blz. 101]studentenRector et Universitas Studii Lovaniensis, verzoeken op 28 augustus 1490 aan Hoern ten tweeden male niet voort te gaan met het eischen van heffingen van goederen en inkomsten van Mr. Petrus, Mr. Johannes en Simon, zoons van Petrus Wilhelmusz. te Hoern, studenten in de letteren te Leuven, aangezien dit in striid is met hunne landsheerlijke en pauselijke privilegien [Gonnet, Archief, blz. 409]muntersPhilips, aartshertog van Oostenrijck. staat op 8 augustus 1504 den munters in Hollandt accijnsvrijheid toe, zooals tot nu toe genoten, en bevestigt de ingevoegde privilegien [Gonnet, Archief, blz. 455]waaggeldDe 108 voetboogschutters van Hoirn verzoeken in 1478 (?) den hertog van Oestenrijck enz., hun gedurende 15 of 16 jaren de waag, welke de stad van de grafelijkheid in pand heeft, af te staan, mits zij 67 pond per jaar aan de stad betalen; zij zijn wel aangesteld tot bescherming van de stad, maar genieten weinig voordeel [Gonnet, Archief, blz. 388]waakgeld=op 3 augustus 1547 richt de schout bij nacht c.s. zich bij de schepenen tegen Neel Pieters van Medenblixsdr om waakgeld te eisen van Claes Holler [Wendte, Zestiende, blz. 319]wijnaccijnsKarel, hertog van Bourgongen, staat aan Hoirne toe een breeder omschreven accijns op wijn, bier, koren en zout te heffen, en vergeeft de stad het oproer van 21 Mei 1470 [Gonnet, Archief, blz. 340]=Phelips, aartshertog van Oistrijck, staat op 3 april 1498 op verzoek aan Hoirne toedat niemand binnen 500 roeden van de stad wijn of bier mag slijten of tappen [Gonnet, Archief, blz. 436]zoutaccijnsKarel, hertog van Bourgongen, staat aan Hoirne toe een breeder omschreven accijns op wijn, bier, koren en zout te heffen, en vergeeft de stad het oproer van 21 Mei 1470 [Gonnet, Archief, blz. 340]bestuuralgemeen=Namen van de Leden der Stedelijke Regeering en verdere hooge Collegiën, van 1453 tot 1783. Een deel [Gonnet, Archief, blz. 13]=Namen van de Heeren Schout Burgemeesteren en Schepenen. Beginnende met het jaar 1648 tot 1779. Door Juriaan Spruyt. Hierin ook de namen van verschillende Stedelijke offìcianten. Een deel [Gonnet, Archief, blz. 13]=Het rechtsgebied van Hoorn, de vrijheid der stad, die stadrecht verkreeg op 26 maart 1357, was aanvankelijk nog al nauw begrensd, maar herhaalde malen zijn de limieten uitgelegd, en in het begin der 15e eeuw werden geleidelijk de nabij gelegen dorpen Zwaag, Avenhorn, Beets, Berkhout, Goorn, Grosthuysen, Mijsen, Oudendijk, Schardam, Scharwoude, Nibbixwoud, Hauwert, Wognum en Wadway bij Hoorn gevoegd [Gonnet, Inventaris, blz. III]Op 26 augustus 1480 legden schout, burgemeesters, schepenen, raden en gemeente van Hoorn de eed af in tegenwoordigheidvan de stadhouder Montigny, de abt van Egmondt en eenige raden van Hollant [Gonnet, Archief, blz. 370-371]Het Hof van Hollant oorkondt op 13 augustus 1499, dat Mairtijn Wesekaert zijne aanspraken op het klerkambt en de scholasterij aanHoirne heeft verkocht [Gonnet, Archief, blz. 441]baljuw=Albrecht vergeeft in 1404 de stad de gepleegde weerspannigheid tegen de baljuw. [Gonnet, Archief, blz. 6]bevelhebber=op 25 september 1483 is Philips van Wassenaer bevelhebber van Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 390buitencollegesGecommitteerde Raden van Holland in het Noorderkwartier [1573-1795]=dr Joan Abbekerk [1653-26 juli 1702] is van 28 april 1699 t/m 26 juli 1702 is lid namens Holland, stad Hoorn [Repertorium]=dr Floris Abbekerk [1674-25 januari 1748] is lid van 1 mei 1722 t/m 30 april 1724, van 1 mei 1726 t/m 30 april 1728, van 5 mei 1730 t/m 30 april 1732, van 1 april 1734 t/m 16 mei 1736 en van 1 mei 1738 t/m 30 april 1740 [Repertorium]=dr Cornelis Christoffel van Akerlaken [1694-1769] is lid van 1 mei 1732 t/m 31 maart 1734, van 17 mei 1736 t/m 30 april 1738, van 1 mei 1740 t/m 30 april 1742, van 1 mei 1744 t/m 30 april 1746, van 1 mei 1748 t/m 30 april 1750, van 1 mei 1756 t/m 30 april 1758, van 1 mei 1760 t/m 30 april 1762 en van 1 mei 1766 t/m 30 april 1768 namens Hoorn [Repertorium]Raad van State=Olfert Barentsz was gecommitteerde namens Hoorn [Leeuw1886, blz. 4]Rekenkamer ter Auditie van Holland in het Noorderkwartier [1590-1752]=dr Floris Abbekerk [1674-25 januari 1748] is van 14 april 1716 t/m 18 april 1718 gecommitteerde in de Rekenkamer ter Auditie van Holland in het Noorderkwartier namens Hoorn [Repertorium]=dr Cornelis Christoffel van Akerlaken [1694-1769] is lid van 1 mei 1720 t/m 30 april 1721 [Repertorium]Staten-Generaal=Olfert Barentsz was gecommitteerde namens Hoorn [Leeuw1886, blz. 4]=Memoriaal van 2 september 1737 tot 26 maart 1795 van de vijf steden Hoorn, Edam, Monnikendam, Medemblik en Purmerend, wegens haar gemeenschappelijk logement te 's-Gravenhage. Op 1 maart 1740 werd door de steden voor logement gekocht een huis op de Hofsingel uitkomende op het Buitenhof voor f 35000 .-. In 1747 werd door de Afgevaardigden dier vijf Steden, dit huis aangeboden aan Z. H. de Prins van Oranje, wiens gemalin gaarne gebruik zou maken van dit logement, dat eertijds een deel van de appartementen van het Hof uitmaakte. Dit werd welgevallig aangenomen en bij Resolutie van de Staten van Holland en West-Friesland van 27 juni 1747 werd bepaald, dat ten koste van het gemene land de vijf steden van een ander bekwaam logement zouden worden voorzien. Op 13 mei 1748 werd verkocht een huis en erf, stalling en koetshuis aan de noordzijde van de Kneuterdijk voor f 26400 .- en op 16 mei 1748 werd door vrouwe Henrietta Johanna Munter, weduwe van Christoffel Willem van Sande, aan de vijf steden verkocht een huis en erf met stalling en koetshuis aan de noordzijde van de Kneuterdijk voor f 32500 .-. Deze twee percelen werden tot één logement ingericht, waarvan Hoorn eigenaar was voor 2/6e deel, de overige vier steden hadden ieder 1/6e deel [Gonnet, Inventaris blz. 30]Tweede Kamer [1815-1861]=jhr mr. Dirk van Akerlaken is lid van 9 oktober 1850 t/m 5 mei 1860 namens Hoorn [Repertorium]burgemeester=in 1391 was Gherijt van Heemskerke burgemeester [Gonnet, Archief , blz. 51400-1500=Philips hertog van Bourgongen staat op 25 mei 1452 Hoirn toe, jaarlijks naast de drie nieuwe burgemeesters, uit de aftredenden nog een vierde te kiezen [Gonnet, Archief, blz. 273]=de oudste burgemeestersrekening is van 1464, daarna zijn er tot 1541 spaarzaam rekeningen [Gonnet, Archief, blz. VIII]=Olphert Barendsz is burgemeester [Kobus/Rivecourt1.96]=mr. Claas Raadt was burgemeester [Leeuw1886, blz. 11]=Pieter van Berkhout [1472-....] is burgemeester van Hoorn [Adel1925, blz. 16]=op 12 december 1472 was Jan Pietersz burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 345]=In 1480 werd de stad aangevallen en ingenomen door een groep Friese soldaten onder leiding van een verbannen schepen. Hij werd er burgemeester totdat de orde door de stadhouder was hersteld. Hij werd voor straf onthoofd [Gonnet, Archief, blz. IV]=op 28 februari 1482 waren Claes Pietersz en Bartout Fredericxz burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 382]=in 1483 was Volkert Jacobsz Cleyman burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 390]=in 1490, 1491 en 1494 was Cornelis Claesz burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 83]= in juni 1493 was Jan van Leeck burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 422]1500-1600=in april 1508 was Jacop Walravensz burgemeester [Gonnet, Archief, blz. 467]=in 1534 was Albert Albout burgemeester [Kok2, blz. 520]=mr. Dierick Hoogerbeets was burgemeester [Nat. Archief 3.20.59, sub I. A onder a, nr. 1]=Willem Pieterszoon Enkhuizen is in 1566 burgemeester van Hoorn [Kok13, blz. 323]=Cornelis Dirksz is burgemeester in 1580 [Wendte, Zestiende, blz. 315]=in 1584 was Jan Pietersz Berchout [.....-1587] burgemeester [Nat. Archief 3.20.59, sub I. A onder a, nr. 1]=in 1599 is Cornelis Cornelisz Veen burgemeester [Wendte, Zestiende, blz. 314]1600-1700=in 1610 werd Olfert Barentsz burgemeester te Hoorn [Leeuw1886, blz. 4]=in 1614 was Sebastiaen Reijnersz burgemeester [Wendte, Bourgonje, blz. 399]=In 1618 is Jan Janszoon Engelsman burgemeester in Hoorn [Kok13, blz. 299]=Henrik Carbasius was burgemeester [AaBio3, blz. 182]=mr. Floris van Abbekerk [1676-1748] is burgemeester en raad in Hoorn [Kok1, blz. 126]=mr. Cornelis Avenhorn [1695-1727] was burgemeester en raad in de vroedschap [Leeuw1885, blz. 70]. =Simon Jongemaats was schepen van Hoorn in 1681 , raad in 1684 en burgemeester in 1693 , 1699 en 1705 [Leeuw1885, blz. 49] =mr. Reynout van Nieuwstadt was raad en burgemeester der stad Hoorn, gecommitteerde ter admiraliteit, dijkgraaf van Drechterland en bewindhebber der O. I . Compagnie [Leeuw1885, blz. 49] 1700-1800=mr. Cornelis Christoffel van Akerlaken [....-1769] was raad in de vroedschap en burgemeester te Hoorn [Leeuw1885, blz. 70]=mr. Pieter Cornelisz. Avenhorn [1670-1712] was burgemeester en raad in de vroedschap te Hoorn, gecommitteerde raad ter admiraliteit in West-Friesland en 't Noorderkwartier [Leeuw1885, blz. 70]=mr. Reep VerLoren [1746-1813] was burgemeester en raad in de vroedschap te Hoorn en bewindhebber van de Oost-Indische. Compagnie [Leeuw1885, blz. 70]ontvanger=Jhr mr. Pieter van Akerlaken [1792-1862] is ontvanger van de gemeente [Leeuw1885, blz. 49; NNBW 1911, blz. 52]raad=Aelbrecht hertog in Beieren staat op 19 april 1396 Hoirne toe, dat niemand schout, schepen of raad zal zijn dan die drie jaar poorter is geweest [Gonnet, Archief, blz. 160]. =Willem VI staat op 10 april 1412 toe dat men om verkiesbaar te wezen voor schout, schepen of raad, minstens drie jaar poorter moet zijn [Gonnet, Archief, blz. 7, 186]. =Olphert Barendsz is raad [Kobus/Rivecourt1.96]=mr. Claas Raadt was raad [Leeuw1886, blz. 11]=Henrik Carbasius was raad in de vroedschap [AaBio3, blz. 182]=Simon Jongemaats was schepen van Hoorn in 1681 , raad in 1684 en burgemeester in 1693 , 1699 en 1705 [Leeuw1885, blz. 49] =mr. Reynout van Nieuwstadt was raad en burgemeester der stad Hoorn, gecommitteerde ter admiraliteit, dijkgraaf van Drechterland en bewindhebber der O. I . Compagnie [Leeuw1885, blz. 49] =mr . Simon van Nieuwstadt was schepen en raad van de stad Hoorn en rekenmeester van West Friesland [Leeuw1885, blz. 49]=mr. Cornelis Avenhorn [1695-1727] was burgemeester en raad in de vroedschap [Leeuw1885, blz. 70]. =mr. Pieter Cornelisz. Avenhorn [1670-1712] was burgemeester en raad in de vroedschap te Hoorn, gecommitteerde raad ter admiraliteit in West-Friesland en 't Noorderkwartier [Leeuw1885, blz. 70]=mr. Cornelis Christoffel van Akerlaken [....-1769] was raad in de vroedschap en burgemeester te Hoorn [Leeuw1885, blz. 70]=mr. Pieter Avenhorn [1720-1772] was schepen en raad in de vroedschap te Hoorn en bewindhebber van de West-Indische Cornpagnie vanaf 25 januari 1762 en van de Oost-Indische Compagnie vanaf 6 augustus 1771 [Leeuw1885, blz. 70]=mr. Reep VerLoren [1746-1813] was burgemeester en raad in de vroedschap te Hoorn en bewindhebber van de Oost-Indische. Compagnie [Leeuw1885, blz. 70]schepenen1300-1400 =in september 1360 zijn Gharbrant Aerntsz. en Ghennekijn Huusmansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 147]=in december 1373 zijn Dirc Claesz.‚ Jan Pietersz. en Gheret Foey schepen [Gonnet, Archief, blz. 149] =in mei 1382 zijn Willem van Rolland, Heyn Jansz. en Jan Roede Claesz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 151]=in juli 1385 zijn Jan Claesz. en Willaem Evertsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 152]=in september 1386 zijn Jonghe Rolof en Gherbrant Stam schepen [Gonnet, Archief, blz. 152]=in december 1387 zijn Jonghe Roelof en Symon Harmansz. [Gonnet, Archief, blz. 153]=in november 1388 zijn Nelys Aelbrechtsz. en Symon Harmansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 153-154]=in november 1388 zijn Aernt Remboutsz. en Symon Harmansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 154]=in januari 1389 zijn Aernt Remboutsz. en Ysebrant Melisz schepen [Gonnet, Archief, blz. 154]=in januari 1391 zijn Heyn Jansz., Claes Jansz., Claes Albertsz. en Maertyn Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 156]=in februari 1391 Jacop Pieterszoonsz. en Maerten Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 156]=in mei 1392 zijn Heyne Mertijnsz en Baernt Claesz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 156]=in juni 1392 zijn Baernt Claesz. en Jacob Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 157]-in januari 1393 zijn Jacob Grebber Dircsz. en Claes Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 158]=in oktober 1393 zijn Jan Pietersz. en Jacop Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 158]=in februari 1396 zijn Allyn Coppenz, HeddeYghenz. en Claes Gheritsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 160]=Aelbrecht hertog in Beieren staat op 19 april 1396 Hoirne toe, dat niemand schout, schepen of raad zal zijn dan die drie jaar poorter is geweest [Gonnet, Archief, blz. 160]. =in mei 1396 zijn Claes Gherijtsz. en Dirc Dircsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 161]. =in november 1397 zijn Baertout Wijbrantsz. en Rembout Michelsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 161]. -in augustus 1398 zijn Jan Remboutsz. en Pieter Storm Ziboutsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 163]. =in september 1398 zijn Jan Rembouts en Rembout Michelsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 163]1400-1449=in mei 1401 zijn Allaert Tetenz., Ludetgen Pietersz. en Dirc Valkenburch zijn schepen [Gonnet, Archief, blz. 167]=in februari 1403 zijn Gharbrant Jacop Stammenz., Dirc Jacopsz. Andries Hughenz. en Jacop Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 170] =in maart 1407 zijn Jan Mairtijnz. en Syvaert Gherbrantz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 178]=op 12 maart 1407 zijn Allert Tetenz., Heyn Jansz., Jan Pietersz., Jan Martijnsz, Syvaert Gherbrantsz., Jan Albertsz. en Pieter Claes Doedenz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 178]=in januari 1409 zijn Melijs Albertz. en Lutgen Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 181].=in mei 1409 zijn Syvert Tetenz., Jacop Jansz., Pieter Maertsz, Pieter Heertsz., Jacop Groet Jansz. en Pouwels Tymansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 182].=in maart 1411 zijn Nelijs Albertsz., Luytgen Pietersz., Syvert Garbrantsz., Vrerijc Symoentz., Jan de Wael Claesz.‚ Dirc Jan Evertsz. en Matijs Heertsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 185].=in juni 1411 zijn Syvert Tetenz.‚ Jacop Jansz.‚ Steven Dirxz., Olfert Lambrechtsz. en Jan Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 185].=in januari 1412 zijn Jan Pietersz. en Steven Dircsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 185].=Willem VI staat op 10 april 1412 toe dat men om verkiesbaar te wezen voor schout, schepen of raad, minstens drie jaar poorter moet zijn [Gonnet, Archief, blz. 7, 186]. =in december 1413 zijn Clais Claisz en Jan Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 189]. =in januari 1415 zijn Jan die Wael Claisz. en Rembout Claisz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 193]. =in april 1417 zijn Jan Allairtsz. en Jan Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 196]. =in augustus 1417 zijn Jan Pietersz. en Ment Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 197]. =in oktober 1422 en februari 1423 zijn Dirc Jansz. en Jan Harmansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 202]=in juni 1423 zijn Jan Willamsz en Maerten Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 203]=in december 1423 zijn Mathijs Syvaertz. en Baerde Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 203]=in februari 1424 zijn Heyn Willamsz. en Maertijn Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 203]=in april 1424 zijn Jan Willemsz. en Baerde Jans schepen [Gonnet, Archief, blz. 204]=in september 1425 zijn Dirc Pietersz. en Jacob Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 207]=in oktober 1425 zijn Jacop Symonsz. en Jacop Dircsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 208]=in november 1425 zijn Albert Claesz, Jacop Symonsz. en Jacop Pieters schepen [Gonnet, Archief, blz. 208]=in januari 1426 zijn Symon Willamsz. en Goedevaert Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 209]=in januari 1426 zijn Jacop Symonsz. en Jacop Dircsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 209]=in oktober 1426 Lambert Reynersz en Jacop Symonsz. zijn schepen [Gonnet, Archief, blz. 210]=in november 1427 zijn Claes Allaertsz, Outgher Claesz, Claes Pietersz, Jan Gherijtsz zijn .schepen [Gonnet, Archief, blz. 211]=in april 1428 zijn Heerman Jacopsz, Meynaert Claesz., Claes Jan Dirc Hugenzoonsz. en Vop Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 212]=in februari 1429 zijn Heerman Jacopsz. en Gherbrant Maertensz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 213]=in september 1429 zijn Symon Willemsz. en Heyn Gherbrant Scalenz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 215]=in februari 1430 zijn Claes Allertsz. en Albert Claes Eybincsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 215]=in mei 1430 zijn Claes Jan Dirc Hagenzoonsz. en Jan Hermansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 215]=in oktober 1432 zijn Pieter Olbrantsz. en Maerten Jan Remmytz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 220]=in maart 1433 zijn Claes Jan Louwenz. en Jan Jan Myeusz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 220]=in september 1433 zijn Claes Jan Dirc Hagenzoonsz. en Vop Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 221]=in december 1433 zijn Meynert Dircz. en Dirc Gherytz., Dirc Vrederycz. en Yeme Meynertz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 221] =in januari 1434 zijn Vop Jansz. en Jan Meynaertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 222]=in maart 1434 zijn Claes Jan Dirc Hagenzoonsz. en Sem Meynertsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 223]=in juni 1434 zijn Maerten Pietersz. en Egbaert Dircsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 223]=in september 1434 zijn Outgher Claesz. en Jong Claes Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 223]=in december 1436 zijn Willem Heynenz, Vop Jansz., Melys Dircsz.‚ Herch Lourensz, Dirc Vrericxz, Pieter Willemsz. en Heyn Dircsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 228]=in december 1436 zijn Jan Gael Pietersz, Claes Jansz, Outgher Claesz en Claes Jan Dirc Hagenzoons schepen [Gonnet, Archief, blz. 229]=in november 1437 zijn Outgher Claesz en Claes Jan Dirc Hagenzoons schepen [Gonnet, Archief, blz. 230]=in maart 1439 zijn Pieter Symon Remkenz en Pieter Jan Grebbers schepen [Gonnet, Archief, blz. 232]=in mei 1439 zijn Herman Heynenz en Meynert Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 233]=in juni 1439 zijn Herman Heynenz en Claes Jan Seefkesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 233]=in januari 1440 zijn Allijn Jansz, Egbert Dircsz, Jacop Gherytsz, Pieter Jan Grebbersz, en Jan Woutersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 234]=in april 1440 zijn Jan Pietersz., Dirc Vrericxz.‚ Jacop Gherijtsz. en Myens Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 234-235]=in augustus 1440 zijn Jan Pietersz. en Jacop Gherijtsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 235]=in december 1440 zijn Taems Maertensz en Egbert Dircsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 236]=in februari 1441 zijn Dirc Vrericxz en Myeus Symonsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 236]=in juli 1441 zijn Jacop ClaesTrudingsz, Pieter Remboutsz, Mathijs Heertsz., Jan Gherijtsz, Jan Pietersz., Segher Meynertz. en Hed Hedsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 236]=in december 1441 zijn Jan Gherijtsz enn Jacop Claes Trudingsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 239]=in januari 1442 zijn Jacop Claes Trudingsz., Pieter Rembrantsz, Mathijs Heertsz., Jan Gherijtsz, Jan Pietersz., Segher Meynertsz. en Hed Hedsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 239]=in april 1442 zijn Pieter Olbrantsz en Taems Maertensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 240]=in december 1442 zijn Jan Claesz en Dirc Gherijtsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 241]=in februari 1443 zijn Jan Claesz, Jan Pietersz Taems Maertensz en Dirc Gherijtss schepen [Gonnet, Archief, blz. 242]=in mei 1944 zijn Jan Pietersz en Jan Jan Beertsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 243]=in augustus 1444 zijn Symon Pietersz en Heynric Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 243]=in december 1444 zijn Dirc Claesz en Dirc Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 244]=in februari 1446 zijn Allijn Jansz, Egbert Dircz schepen [Gonnet, Archief, blz. 246-247]=in juli 1446 zijn Taems Maertensz en Pieter Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 247]=in augustus 1446 zijn Taems Maertensz en Mathijs Heertsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 248]=in december 1446 zijn Pieter Remmetz en Jacop Symenz schepen [Gonnet, Archief, blz. 249]=in juni 1447 zijn. Claes Jan Dirc Haghenszoonsz en Dirc Fredericsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 249]=in december1447 zijn Jan Claes Louwenz, Claes Jan Dirc Haghenszoonsz, Hedde Jan Hedsz en Jacop Jan Foyenz schepen [Gonnet, Archief, blz. 253]=in maart 1448 zijn Claes Jan Dirc Haghenszoonsz en Hedde Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 254]=in mei 1448 zijn Jan Woutersz en Gherijt Gherijtz schepen [Gonnet, Archief, blz. 255]=in juli 1448 zijn Jacob Gherijtsz en Maerten Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 255]=in december1448 zijn Jan Woutersz en Maerten Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 257]=in maart 1449 zijn Jan Jonge Dircz en Jacop Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 258]=Claes Hollander is schepen in 1449 [Wendte, Zestiende, blz. 320]1450-1499=in januari 1450 zijn Dirc Remmetsz, Jan Harmansz en Sybrant Gherytsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 263-264]=in april 1450 zijn Sygher Meynertz en Jacop Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 265]=in mei 1450 zijn Jan Leefkenz en Gheryt Jan Nagelsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 265]=in augustus 1450 zijn Henryc Hermansz en Dirc Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 266]=in december 1450 zijn Henryc Hermansz en Hed Jan Hedsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 267]=in januari 1451 zijn Dirc Gherytz en Henryc Hermansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 269]=in maart 1451 zijn Jacop Gherytz en Jan Claes Louwenz schepen [Gonnet, Archief, blz. 269]=in mei 1453 zijn Dirc Frederycxz en Bouden Jacopz schepen [Gonnet, Archief, blz. 280]=in oktober 1453 zijn Claes Claesz en Eddic Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 280]=in april 1454 zijn Claes Claesz, Bouden Jacopz, Dirc Frederycxz, Eddic Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 282]=in oktober1455 zijn Jan Jong Dircxz en Symon Symons schepen [Gonnet, Archief, blz. 287]=in april 1456 zijn Reyner Rippertz en Gael Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 288]=in december1456 zijn Henryc Jansz, Reyner Rippertz en Gael Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 288-289]=in januari 1457 zijn Symon Jansz en Jan Jan Beertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 289]=in april 1457 zijn Symon Jansz en Reyner Rippertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 290]=in mei 1457 zijn Jacob Gherytz Dirc Jacobz, Jan Florysz en Symon Jacobz schepen [Gonnet, Archief, blz. 291]=in juli 1457 zijn Jan Jong Dircxz en Jacob Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 292]=in oktober 1457 zijn Dirc Jacobz, Jan Florysz, Symon Jacobz en Jacob Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 292]=in februari 1458 zijn Symon Jacobz en Dirc Egbertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 293]=in augustus 1458 zijn Reyner Rippertz, Claes Claesz en Seeger Meynertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 294]. =Claes Claesz is schepen in 1458 [Wendte, Zestiende, blz. 320]=in december1458 zijn Marten Martensz en Seeger Meynartz schepen [Gonnet, Archief, blz. 296]. =in januari 1459 zijn Marten Martensz en Claes Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 297]. =in maart1459 zijn Jan Dircxz en Pieter Lambertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 298]. =in mei1459 zijn Gherbrant Martensz en Volkert Jacobz schepen [Gonnet, Archief, blz. 298]. =in juli1459 zijn Jacob Martensz en Volkert Jacobz schepen [Gonnet, Archief, blz. 298]. =in december1459 zijn Gherbrant Martensz en Volkert Jacobz schepen [Gonnet, Archief, blz. 298]. =in maart 1460 zijn Gherbrant Martensz en Jacob Martensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 299]. =in augustus 1460 zijn Seeger Meynertz en Jan Jong Dircxz schepen [Gonnet, Archief, blz. 300]. =in oktober 1460 zijn Seeger Meynertz en Dirc Remmetz schepen [Gonnet, Archief, blz. 301]. =in januari 1461 zijn Luutgen Jan Heertsz en Pieter Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 301-302]. =in februari 1461 zijn Seeger Meynertz, Jacop Elertz, Dirc Remmetz schepen [Gonnet, Archief, blz. 301-302]. =in maart 1461 zijn Dirc Remmetz, Jan Jong Dircxz, Pieter Symonsz en Remmet Martensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 302]. =in februari 1462 zijn Jan Jan Heynenz en Sybrant Gherytz schepen [Gonnet, Archief, blz. 305].=in april 1462 zijn Jan Jan Heynenz, Jacob Martensz, Gherbrant Martensz, Sybrant Gherytz, Claes Jansz, Volkert Jacobz, Jan Claesz„ Pieter Symonz. en Dirc Pietersz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 307-308].=in september1462 zijn Seger Meynertz, Claes Heynenz, Gheryt Gherytsz, VechterJansz, Gherbrant Martensz, Volkert Jacobz en Pieter Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 308-309].=in oktober1462 zijn Seger Meynertz, Claes Heynenz, Gheryt Gherytsz, VechterJansz, Gherbrant Martensz, Volkert Jacobz en Pieter Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 309].=in januari 1463 zijn Seger Meynertz, Claes Heynenz, Gheryt Gherytsz, VechterJansz, Gherbrant Martensz, Volkert Jacobz en Pieter Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 310].=in februari 1463 zijn Seger Meynertz, Claes Heynenz, Gheryt Gherytsz, VechterJansz, Gherbrant Martensz, Volkert Jacobz en Pieter Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 311]=in maart 1463 zijn Seger Meynertz, Claes Heynenz, Gheryt Gherytsz, VechterJansz, Gherbrant Martensz, Volkert Jacobz en Pieter Symonsz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 311-312]=in januari en maart 1464 zijn Dirc Remmetz, Pieter Lambertz, Jan Florysz, Symon Jacobz.‚ Jan Pieterz., Dirc Pieterz. en Claes Jacobz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 315]=in januari 1465 zijn Jan Claes Louwenz, Seger Meynertz, Jacob Ellertz., Jacob Symonsz, Vechter Jansz., Gheryt Jansz. en Marten Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 316]=in april 1465 zijn Jan Claes Louwenz, Seger Meynertz, Jacob Ellertz., Jacob Symonsz, Vechter Jansz., Gheryt Jansz. en Marten Jansz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 318]=in mei en juli 1465 zijn Jan Gerbrantz en Bouden Jacobz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 319-320]=in februari-maart 1466 zijn Eest Allertz, Jan Jansz, Jan Gerbrantz, Claes Pietersz, Albert Dircxz, Bouden Jacobz. en Claes Martensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 322]=in november-december 1466 zijn Jacob Martensz, Pieter Lambertz. Marten Martensz., Jan Pieter Jacobz.‚ Pieter Jansz., Jan Pieter Claesz en Claes Jacobz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 323]=in maart 1467 zijn Jacob Martensz, Pieter Lambertz. Marten Martensz., Jan Pieter Jacobz.‚ Pieter Jansz., Jan Pieter Claesz en Claes Jacobz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 326]=in december1467 zijn Eest Allertz en Jan Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 327]=in februari 1468 zijn Eest Allertz., Jacob Mentz.‚ Dirc Pieterz., Jan Jansz, Marten Jansz.‚ en Jan Gherytz. schepen [Gonnet, Archief, blz. 328]=in december1468 zijn Claes Pietersz en Dirc Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 330]=in januari 1469 zijn Claes Pietersz en Jacob Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 331]=in mei 1472 waren Jan Jan Heynenz en Claes Martensz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 343]=in oktober 1472 waren Jan Jan Heynenz en Volkert Claesz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 345]=in november 1472 waren Jacob Mentz en Albert Dircxz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 345]=in april 1473 waren Jan Jan Heynenz, Claes Martensz, Jacob Mentz, Volkert Claesz, Albert Dircxz, Dirc Jacobz en Jan Isbrantz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 347]=in januari 1474 waren Eest Allertz en Jan Egbertz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 351]=in maart 1474 waren Pieter Pieterz en Pieter Dircz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 352]=in oktober 1475 waren Jacob Symonsz en Jan Florysz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 357]=in maart 1478 waren Jacob Mentz en Jan Herxz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 364]=in januari 1479 waren Nannyng Pietersz en Jan IJsbrantsz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 367]=in februari 1479 waren Volkert Melysz en Wouter Hercxz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 368]=in januari 1480 waren Claes die Wael Jacopz en Gerbrant Dircksz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 369]=in maart 1481 waren Andries Dircsz, Meynert Claesz en Jan Dircsz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 376]=in januari 1482 waren Gheryt Jansz en Heynric Pietersz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 381]=in maart 1483 waren Jan Florysz, Jan Jansz. van Neck, Jan Jan Foeyenz., Lambert Claesz., Cornelys Claesz. en Willem Mathijsz. schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 388]=in mei 1483 waren Wouter Harcxz en Pieter Symonsz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 389]=in mei 1483 waren Garbrant Dircxz en Pieter Symonsz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 389]=in mei 1483 waren Heynric Pietersz en Dirc Jacobsz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 390]=in april 1484 waren Wouter Herrxz, Garbrant Dircxz, Femme Ennsz, Dirc Pietersz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 393]=in augustus 1484 waren Gherbrant Maertensz en Meynert Pietersz schepen [Gonnet, Inventaris, blz. 395]=in januari en maart 1485 waren Gheryt Jansz, Cornelys Claesz, Willem Mathijsz, Pieter Jansz Vrijes, Jan Jacobsz Merwen, Maerten Jansz [Gonnet, Archief,, blz. 395]=in februari 1486 was Taems Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 398]=in oktober 1486 waren Hermen Gherytz en Jan Heynenz schepen [Gonnet, Archief, blz. 400]=in december 1486 waren Jan Jan Maertenz en Jan Ellertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 402]=in februari 1487 waren Willem Claesz en Gheryt Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 402]=in maart 1487 waren Baertout Vredericxz en IJsbrant Jacobsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 402]=in juli 1487 waren Dirck Jan Foeyenz en Dirck Claes Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 402]=in januari 1488 waren Jan Garbrantsz, Martijn Jansz, Gheryt Jansz, Wouter Wigghersz en Claes Jan Harmensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 403]=in februari 1488 waren Jan Garbrantsz en Gheryt Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 403]=in april 1488 waren Jan Maertijnsz en Jan Jansz Verweer schepen [Gonnet, Archief, blz. 404]=in november1488 waren Dirck Heynenz en Jan Jansz Verweer schepen [Gonnet, Archief, blz. 405]=in juni 1489 waren Coppert Jacobsz en Jan Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 405]=in februari 1490 waren Jacob Jansz, Gherbrant Dircsz, Coppert Jacobsz en Jan Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 405]=in mei 1490 waren Symon Claesz en Claes Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 408]=in augustus 1490 waren Jan Jacobsz en Pouwels Symonsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 408]=in december1490 was Taems Pietersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 408]=in april 1491 waren Jan Dircxz en Arys Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 410]=in april en juni 1491 was Rembrant Olbrantz schepen [Gonnet, Archief, blz. 411]=in augustus 1492 waren Jan Pietersz Ruych en Simon Claesz Buyser schepen [Gonnet, Archief, blz. 410]=in oktober 1492 waren Jan Jan Mairtsz en Lambert Willemsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 420]=in december 1492 waren Jan Pieter Ruyghenz schepen [Gonnet, Archief, blz. 421]=in februari 1493 waren Jan Jan Mairtsz en Simon Claesz Kuiser schepen [Gonnet, Archief, blz. 421]=in april 1493 waren Arys Dircxz en Claes Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 421]=in oktober1493 waren Dirck Vrerericz en Claes Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 423]=in november1493 waren Claes Jansz en Claes Jan Hermz schepen [Gonnet, Archief, blz. 423]=in december1493 waren Heynric Pietersz en Claes Jan Hermz schepen [Gonnet, Archief, blz. 423-424]=in januari 1494 waren Heynric Pietersz, Jan Ellertz, Andrys Dircz, Dirck Vrericz en Claes Jan Hermz schepen [Gonnet, Archief, blz. 424]=in maart 1494 waren Heynric Pietersz, Andrys Dircz, Jan Ellertz en Claes Jan Hermz schepen [Gonnet, Archief, blz. 425]=in april 1494 waren Jan Janz Leeck en Elbert Janz schepen [Gonnet, Archief, blz. 425]=in juni 1494 waren Jan Janz Leeck en Jan Janz van Neck schepen [Gonnet, Archief, blz. 426]=in februari 1495 waren Albert Jansz en Symonn Claesz Kuyser schepen [Gonnet, Archief, blz. 427]=in april 1495 waren Jan Janz Leeck en Gerbrant Dircxz schepen [Gonnet, Archief, blz. 427]=in mei 1495 waren Jan Jansz Verweer en Gijsbert Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 428]=in juni 1496 waren Arys Dircz en Jacop Symonz schepen [Gonnet, Archief, blz. 431]=in februari-april 1497 waren Pieter Jacobsz,, Ysbrant Jacobsz, Gijsbert Claesz en Jacop Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 433]=in juli 1497 waren Jan Ellertsz en Claes Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 434]=in december 1497 waren Gijsbert Claesz en Claes Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 435]=in mei 1498 waren Pieter Wiggersz en Mathijs Gerbrantsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 437]1500-1549=in februari 1501 waren Rembout Nelisz en Geryt Martensz schepen [Gonnet, Archief, blz. 446]=in februari-april 1502 waren Cornelis Claesz, Jan Claesz, Jan Jansz van Leeck en Dirck Frericxz schepen [Gonnet, Archief, blz. 447]=in december 1502 waren Jan Jansz van Leeck en Symon Tymansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 450]=in januari 1503 waren Jan Jansz van Leeck en Dirck Arysz schepen [Gonnet, Archief, blz. 450]=in maart 1503 waren Heynric Pietersz en Dirck Jacobsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 451]=in april 1503 waren Symon Tymensz en Dirck Arysz schepen [Gonnet, Archief, blz. 452]=in december 1504 waren Symon Pietersz en Willem Jacobsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 456]=in augustus 1505 waren Jacob Symonsz en Jacob Taemsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 458]=in september1505 waren Claes Pietersz Ruyg en Myeus Symonsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 458]=in december1505 waren Claes Pietersz Ruygen en Jacob Jansz Kuyper schepen [Gonnet, Archief, blz. 459]=in april 1506 waren Jacob Symonsz en Jacob Jansz schepen [Gonnet, Archief, blz. 460]=in mei1506 waren Jan Ellertsz, Dirck Fredricxz en Jan Jansz Verweer schepen [Gonnet, Archief, blz. 461]=in maart 1507 waren Gerbrant Heynsz en Jan Taemsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 465]=in april -mei 1507 waren Jan Jansz van Leeck en Dirck Arysz schepen [Gonnet, Archief, blz. 465]=in april 1508 was Claes Pietersz Rughe schepen [Gonnet, Archief, blz. 467]=in juni 1508 waren Symen Pieterz en Gerbrant Heynz schepen [Gonnet, Archief, blz. 468]=in januari 1510 waren Claes Jansz Moller en Claes Willemsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 470]=in juli 1510 waren Heyndirck Pietersz en Jonge Jacob Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 470]=in maart 1513 was Jan Reynersz schepen [Gonnet, Archief, blz. 476]=in mei 1513 waren Pieter Jan Fermersz en Coman Claes Ysbrantz schepen [Gonnet, Archief, blz. 476]=in februari 1514 waren Heyndric Pietersz en Claes Ysbrantz schepen [Gonnet, Archief, blz. 478]=in april 1514 waren Jan Claesz Soep en Jan Thaemsz schepen [Gonnet, Archief, blz. 478]=in juni 1514 waren Jacop Jansz Cuyper, meester Hilbrant Albertsz, Ghijsbert Claesz en Jan Jan Maertz schepen [Gonnet, Archief, blz. 479]=in december 1514 waren Ghijsbert Claesz en mester Simon Claesz schepen [Gonnet, Archief, blz. 480]=Wigger Jansz is schepen in 1537 [Wendte, Zestiende, blz. 318]=Cornelis Jacobsz. Waerden is in 1572, 1595, 1597 en 1600 schepen [Wendte, Zestiende, blz. 316]=Cornelis Dirksz is schepen in 1574, 1576 en 1578 [Wendte, Zestiende, blz. 315]=Jan Claesz Zeijlemaecker is schepen in 1584, 1586, 1588-1590 [Wendte, Zestiende, blz. 301, 315]=Olphert Barendsz was schepen [Kobus/Rivecourt1.96]=Pieter Meinertsz Laeckenkoper was schepen [Wendte, Bourgonje, bz. 399]=mr. Simon van Nieuwstadt was schepen en raad van de stad Hoorn en rekenmeester van West Friesland [Leeuw1885, blz. 49]=Simon Jongemaats was schepen van Hoorn in 1681 , raad in 1684 en burgemeester in 1693 , 1699 en 1705 [Leeuw1885, blz. 49] =mr. Pieter Avenhorn [1720-1772] was schepen en raad in de vroedschap te Hoorn en bewindhebber van de West-Indische Compagnie vanaf 25 januari 1762 en van de Oost-Indische Compagnie vanaf 6 augustus 1771 [Leeuw1885, blz. 70]De hoogschout en schepenen van Hoorn hebben jurisdictie in vele naburige dorpen en de Hoornse regering stelt daar magistraten aan [Ripperda, Politie28]schout1300--1400=in september 1386 was Jan van Haarlem schout [Gonnet, Archief, blz. 152]=Albrecht staat in 1389 toe dat de schout niet mag tappen [Gonnet, Archief, blz. 5]=Aelbrecht hertog in Beieren staat op 19 april 1396 Hoirne toe, dat niemand schout, schepen of raad zal zijn dan die drie jaar poorter is geweest [Gonnet, Archief, blz. 160]. 1400-1500=in april 1408 was Clais die Wael schout [Gonnet, Archief, blz. 180].=Willem VI staat op 10 april 1412 toe dat men om verkiesbaar te wezen voor schout, schepen of raad, minstens drie jaar poorter moet zijn [Gonnet, Archief, blz. 7, 186]. =in 1473-1474 was Willebrort Pouwelsz schout [Gonnet, Archief, blz. 353]=in januari 1474 was Jan Tating schout [Gonnet, Archief, blz. 351]=in 1477 is Maarten Velaar schout [Kobus/Rivecourt1.91]=in juni 1478 was Albert Dircsz schout [Gonnet, Archief, blz. 364]=het schoutambacht werd waargenomen door Dirck Jansz. Bangairt van mei tot Lichtmis 1477, door burgemeesters van Lichtmis 1477 tot half mei 1478 en door Garbrant Jansz vanaf die tijd tot 2 januari 1481 [Gonnet, Archief, blz. 383]=in februari 1486 en in december 1490 was Jan Claesz schout [Gonnet, Archief, blz. 398, 410]1500-1600=in juli 1513 was Jan van Leeck schout van Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 476]1600-1700=in 1601 was Egge schout [Wendte, Bourgonje, blz. 398]=De hoogschout en schepenen van Hoorn hebben jurisdictie in vele naburige dorpen en de Hoornse regering stelt daar magistraten aan [Ripperda, Politie28]secretaris=Aelbrecht hertog in Beyeren schenkt op 21 december 1368 het schrijfambacht binnen Hoerne aan Gherrijt, bastaardzoon van heer Gherrijt van Egmonde, met dezelfde inkomsten als wijlen Wijneken heeft genoten [Gonnet, Archief, blz. 149]=Jan Bruyn was in 1482 klerk en secretaris [Gonnet, Archief, blz. 384]=Philips de Schone draagt in 1499 aan Mertijn Wesekaert het klerkambt en de scholasterij op. Wesekaert verkoopt in dat jaar zijn aanspraken op klerkambt en scholasterij aan de stad [Gonnet, Archief, blz. 36]=De stad verhoogt in 1578 het tractement van haar secretaris mr. Ghiìsbrecht van Naerden met 100 gulden, omdat hij bedankt heeft voor het secretariaat van Amsterdam [Gonnet, Archief, blz. 36]=Nicolaes Carbasius was secretaris van Hoorn [AaBio3, blz. 182]thesaurierRegister van de geslagen ordonnantiën op de stedelijke thesauriers, van: 6 April 1613-16 April 1615. 1 April 1617- 5 Oktober 1618. 6 Oktober 1618-16 April 1620. 13 April 1627-28 Maart 1630. 5 April 1630- 9 Juli 1633. 31 December 1779-27 April 1793 [Gonnet, Archief, blz. 41]vroedschap=de vroedschapsresoluties zijn beschikbaar vanaf 1529 [Gonnet, Archief, blz. VIII]=Cornelis Dirksz is vroedschap in 1580 [Wendte, Zestiende, blz. 315]=dr. Joan van Akerlaken [1672-1712] is lid van 1692-1712 [Repertorium]=van 1690-1702 is dr Joan Abbekerk [1653-26 juli 1702] lid van de vroedschap [Repertorium]=van 1712-1748 is dr Floris Abbekerk [1653-25 januari 1748] lid van de vroedschap [Repertorium]=dr Cornelis Christoffel van Akerlaken [1694-1769] is lid van 1715-1769 [Repertorium]boete
=er is een register van opgelegde boeten Hoorn 1464-1470 [Wendte, Zestiende, blz. 320]=een bron van inkomen voor het stadsbestuur. Een boete was verschuldigd indien een schipper tegen de voorschriften in ‘s nachts licht laat branden [1519], als afspraken bij een boedelverdeling niet worden nagekomen, als men bij iemand de glazen ingooit [1523], als men een wacht verzuimt [Wendte, Zestiende, blz. 303, 314]domeinPhillips, koning van Castillien, stelt op 1 juni 1505 voor de afbetaling van 175 pond jaarlijksche lijfrenten, welke Hoirne om zijnentwil aan poorters en aan Gheryt Albout den kastelein heeft verkocht, enige domeinen in handen van de stad, te weten de Waag jaarlijks 225 pond, den Tol 28 pond en het Bodeambacht 58 pond 's jaars geldend waarvan zij, na uitkeering van de 175 pond, de rest aanden rentmeester ter hand moeten stellen. En bepaalt, dat de domeinen ten allen tijde, tegen den penning 16, voor 2800 pond moet kunnen worden ingelost [Gonnet, Archief, blz 457]Simon Longin, ontvanger-generaal des konings, bekent op 6 juli 1505 dat hij 2800 pond van Hoirn heeft ontvangen, waarvoor de stad verschillende domeinen in pand krijgt [Gonnet, Archief, blz 457]economie=Willem VI gelast in 1412 de tollenaars van Woudrichem en Heusden de Hoornse poorters ongemoeid te laten [Gonnet, Archief, blz. 66] =Christoffer, koning van Denemarken‚ Zweden en Noorwegen staat op 1 december 1444 Hoorn toe, handel te drijven op alle havens van Noorwegen [Gonnet, Archief, blz. 8, 244] =Philips hertog van Bourgongen, staat op 6 maart 1447 Hoirne toe, de jaarmarkt op St. Lauerensdach te houden [Gonnet, Archief, blz. 249]=Philips hertog van Bourgoengen gelast op 8 oktober 1449 zijn baljuwen en dienaren in Hollant, en Frieslant de poorters van Medenblyck aan te houden, totdat de stad aan Hoirne haar aandeel heeft betaald in den zoen met Bremen en Denemarken [Gonnet, Archief, blz. 262] =De afgevaardigden van Hoirne, te Brussel vertoevend, verzoeken de hertog de brieven van merk en arrest te willen intrekken. Er gaan steeds meer inwoners weg uit hun stad; de handel is onmogelijk, door het gevaar van aanhouden; verschillende schepen zijn weggenomen; de Soutendíjck vereist grote onkosten; de stad heeft wel 12000 Philippusschilden aan goederen en paarden verloren bij de tocht van Willem de bastaard van Beieren, en daarom kan de stad onmogelijk hulp verlenen [Gonnet, Archief, blz. 314] =De Hollanders en Zeeuwen gingen in de havens van Brouage en Rochelle, van Santa Maria en San Lucar zout halen. Hoorn en Enkhuizen, de voornaamste zetels van de haringnering, waren ook hierin de eerste; in 1475 hadden zij een vloot van zeventig met zout bevrachte schepen op zee. Dat ruwe zout moest weer gezoden worden; talrijke zoutziederijen verrezen in de buurt van de vissersplaatsen; rondom Enkhuizen alleen telde men er veertien; en de Zeeuwen overtroffen de Hollanders in de zoutnering nog verre; bij een brand in 1526 werden te Zieriksee zevenenzeventig zoutketen in de as gelegd [Fruin, Tien, blz. 194]=Philips de Schone bepaalt in 1498 dat niemand binnen een mijl afstand van de stad land aan kloosters of binnen 500 roeden wijn of bier mag verkopen [Gonnet, Archief, blz. 9]=De koning van Denemarken en Zweden veroorlooft in 1511 aan Hoorn handel te drijven op Noorwegen [Gonnet, Archief, blz. 9]Cristiernn, gekoren koning van Dennemarghen en Swedenn enz., staat op 16 maart 1511 aan Horn toe, op alle havens en steden van Norwegen en vooral op Bergen handel te drijven, mits ze de tollen betalen [Gonnet, Archief, blz. 472]=In de 15e eeuw was er tot het einde daarvan sprake van grote bloei . Er vond handel plaats met de Oostzeelanden en met de Wendische steden. De binnenlandse onrust en de oorlogen verlamden de Hoornse economie. Ook de herhaalde afsluitingen van de Sont tussen 1531 en 1544 misten hun uitwerking niet. De haringvisserij leed schade van berovingen door Schotten en door de oorlog tussen Karel V en Hendrik II van Frankrijk [1536-1559]. Rond 1557 was er een ernstig gebrek aan koren; de prijzen van boter en kaas bleven laag vanwege ontbrekende afzetmogelijkheden. Na de in 1559 tussen Philips II en de Franse koning gesloten vrede van Cateau-Cambrésis kwam er stilaan weer leven in de bedrijvigheid [Gonnet, Archief, blz. IV-V].=Het Hof staat de stad in 1565 toe de conventen en de dorpen van de jurisdictie te gelasten, wegens de dure tijden, voorraad van koren op te doen [Gonnet, Archief, blz. ]=Tijdens de Opstand waren Noorder-en Zuiderkwartier van elkaar afgesneden. Het was toen niet langer mogelijk om munten te slaan in “‘s Lands Munt” te Dordrecht. Hoorn is toen munten gaan slaan. In 1600 werd besloten dat Hoorn, Enkhuizen en Medemblik om beurten drie jaar zouden munten, later verlengd tot 7, in 1666 tot 10 jaar. Het munthuis heeft bestaan tot 1 januari 1807, de dag van opheffing [Gonnet, Archief, blz. VI]=In 1602 werd de geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie opgericht. Dit bood aan Hoorn nieuwe wegen voor de handel, er kwam meer vertier en bedrijvigheid in allerlei ambachten, arbeid in de scheepsbouw, gang in de grote vaart en als blijvende uitkomst van een en ander, nering en rijkdom onder de burgerij, laag en hoog. De stichting van dit machtig lichaam had voor Hoorn vérstrekkende en blijvend gunstige gevolgen. Hoorn legde een bedrag van f 266.000.— in op het maatschappelijk kapitaal van f 6.600.000.—, het nam plaats onder de bewindhebbers en werd als haven en markt van zoveel betekenis geacht, dat er als factorie van de algemene handelsonderneming de „Kamer Hoorn van de Verenigde Oost-Indische Compagnie” werd gevestigd [Gonnet, Archief, blz. VI-VII]financiënaankopenDe Ontvanger-generaal geeft in 1505 een kwitantie voor 2800 pond ontvangen in ruil voor verpande domeinen [Gonnet, Archief, blz. 38]algemeen=Blaffert van alle de goederen, landen, huyzen, erffpztchten, renten. exchijnsen ende andere innecomen der Stede Hoorn. Opgemaakt A" 1628 [Gonnet, Archief, blz. 76]=Philips Hertog van Bourgongen gelast op 13 april 1436 Wognem aan Hoirne te betalen de helft van de 3100 klinkaarts die de stad hem schuldig is voor de vereniging met Wognem [Gonnet, Archief, blz. 227]boete=Het Hof van Hollandt oorkondt op 26 augustus 1481 dat burgemeesters van Hoorn en enige burgers namens de stad aan meester Thibault Barradet, meester van de penningen van de landsvrouw, verklaard hebben 400 pond gr. vl. schuldig te zijn, waarvoor zij kwitantie hebben ontvangen van Loys Quaire, ontvanger-generaal van de financiën en domeinen, in mindering van de 4000 pond waartoe de stad door het Hof was veroordeeld en welke zij beloofd heeft op Bamis e.k. (1 oktober) te zullen betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Het Hof van Hollandt oorkondt op 27 augustus 1481 dat burgemeesters van Hoorn en enige burgers namens de stad verklaard hebben aan de heer van Roemont 1600 pond schuldig te zijn, in mindering van de 4000 pond waartoe de stad door het Hof was veroordeeld, die zij beloofd hebben op Bamis e.k. te betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Het Hof van Hollandt oorkondt op 27 augustus 1481, dat burgemeesters van Hoirn en enige burgers namens de stad verklaard hebben, meester Thibault Barradet, meester van de penningen van de landsvrouw, 2000 pond gr. vl. schuldig te zijn, waarvoor zij kwitantie hebben ontvangen van Loys Quaire, in mindering van 4000 pond, en dat zij beloofd hebben deze som Kerstmis e.k. te betalen [Gonnet, Archief, blz. 377]=Thomaes Buecklaer, rentmeester-generaal van Hollant en Vrieslant, bekent op 1 maart 1493 van Hoirn te hebben ontvangen1000 Andriesguldens, waartoe de stad door den hertog van Sassen wegens ongehoorzaamheid was veroordeeld [Gonnet, Archief, blz. 421]breuken= Aelbrecht hertog in Beyeren bekent op 15 augustus 1367 van Hoerne wegens breuken ontvangen te hebben 500 mottoenen [Gonnet, Archief, blz. 148].=Aelbrecht, hertog in Beyeren, bekent op 27 november 1397 900 Hollandsche Schilden van Hoirne wegens breuken te hebben ontvangen [Gonnet, Archief, blz. 162]=Aelbrecht hertog in Beyeren bekent op 21 augustus 1404 van Hoirne wegens breuken te hebben ontvangen 1000 nieuwe Hollandsche Schilden [Gonnet, Archief, blz. 172]=Johan hertog in Beyeren bekent op 12 september 1424 door zijn thesaurier Boudewijn van Zweten, van Hoerne te hebben ontvangen voor breuken 1900 Wilhelmus Hollandsche schilden [Gonnet, Archief, blz. 205]buitengebied=Philips de Schone bepaalt in 1498 dat niemand binnen een mijl afstand van de stad land aan kloosters of binnen 500 roeden wijn of bier mag verkopen [Gonnet, Archief, blz. 9, 436]jaarrente=Schout, burgemeesters, schepenen, raad, vroedschap en rijkdom van Hoorn verkopen op 28 juni 1478 aan Jonge Jacob Jacobsz. eenjaarrente van 10 pond gr. Vlaams voor 150 pond gr. Vl. [Gonnet, Archief, blz. 364]=Burgemeesters, schepenen en raad van Hoorn verkopen op 1 juni 1481 aan Hermen Dircz. van Campen, een jaarrente van 8 pond 10 schellingen [Gonnet, Archief, blz. 376].leningen o/g=een kwitantie uit 1478 voor Claes van Assendelft voor een aan de stad geleende som geld en in 1480 voor Jan van Essche voor een geleende som geld [Gonnet, Archief, blz. 38]leningen u/g=Bewijs van ontvangst van 29 augustus 1468 van een som van drie honderd en veertien schilden, door de stad Hoorn in denjare 1466 aan hertog Philips van Bourgondië geleend [Gonnet, Archief, blz. 486]=Claes van Assendelf, ontvanger-generaal van de beden in Hollant en Vrieslant, bekent op 2 september 1478 van Hoorn te leen tehebben ontvangen 1125 pond [Gonnet, Archief, blz. 366].=Jan van Essche, rentmeester-generaal van Hollant, Zeelant en Vrieslant, bekent op 30 maart 1480 van Hoorn te leen te hebben ontvangen 600 pond [Gonnet, Archief, blz. 370].=Maximiliaan geeft in 1486 een kwitantie af voor een van de stad geleende som geld [Gonnet, Archief, blz. 38]lijfrenten=Philips vergunt de stad in 1505 om voor 300 pond lijfrenten te zijnen behoeve te verkopen [Gonnet, Archief, blz. 9, 457] =Philips de Schone geeft in 1505 voor afbetaling van om zijnentwil verkochte lijfrenten, enige domeinen in onderpand aan Hoorn [Gonnet, Archief, blz. 48] =Burgemeesters, schepenen en raad van Hoirne oorkonden op 7 juli 1505, dat zij ten behoeve van den koning op het lichaam van de stad 300 pond hebben willen verkopen; er zijn reeds aan de poorters de eene helft en den kastelein Geryt Albout 25 pond verkocht, te zamen 175 pond, aflosbaar tegen den penning 16, met 2800 pond, welke som zij in handen van Jeromme Hauwerin, thesaurier-generaal, hebben gesteld, waarvoor de koning verschillende domeinen als Waag, Tol, Schoutambacht en Bodeambacht in onderpand heeft gegeven, geldende 250, 28, 200 en 56 pond [Gonnet, Archief blz. 457-458]=Karel V staat de stad in 1517 toe voor 500 guldens lijfrenten te verkopen. 1517 [Gonnet, Archief, blz. 10]=Karel V staat in 1540 toe voor 300 Carolusgulden lijfrenten te verkopen [Gonnet, Archief, blz. 10]loterij=Octrooi der Staten van Holland en West-Friesland uit 1614 tot het houden van een loterij ten behoeve van een op te richten werkhuis voor bedelaars. Dat werkhuis is er niet gekomen [Gonnet, blz. 106]=octrooi uit 1695 van de Staten van Holland en West-Friesland om ten behoeve van de gezamenlijke godshuizen een loterij te houden [Gonnet, Archief, blz. 106].=Trekking lijst naar de nommers en klassen van de Loterij ten behoeve der Stad Hoorn, ter herstel van derzelver Zeewerken. Volgens Octroy van 14 Maart 1777. Rekening van die Loterij, afgehoord 14 September 1778 [Gonnet, Archief, blz. 39].=octrooi uit 1777 van de Staten van Holland en West-Friesland tot het houden van een loterij van een millioen gulden voor het onderhoud der zeeweringen; waarbij tevens vrijdom wordt verleend van impost op de materialen voor het bouwen van een sas [Gonnet, Archief, blz. 132].schadevergoeding=Philips hertog van Bourgongen bekent op 22 april 1441 door de stadhouder van Hollant, den heer van Bingincourt 558 schilden van Horn te hebben ontvangen, in mindering van 800 Schilden, op Beloken Pasen te betalen als aandeel in de schadevergoeding aan de Spanjaarden [Gonnet, Archief, blz. 237]=Philips hertog van Bourgongen bekent op 25 mei 1441 door de stadhouder Bingincourt 242 schilden Van Hoorne te hebben ontvangen, in mindering van het aandeel in de Spaanse schadevergoeding, voor de termijn van Pasen l.l. [Gonnet, Archief, blz. 237]=Philíps hertog van Bourgongen bekent op 3 oktober 1441, door de stad houder Bingincourt 402,5 schilden Van Hoirne te hebben ontvangen, als aandeel in de Spaanse schadevergoeding voor de termijn Van St. Jan te midzomer l.l. [Gonnet, Archief, blz. 238]=Philips hertog van Bourgongen bekent op 15 maart 1442 door de stadhouder van Hollant, de heer van Lalaing en Bingincourt, van Hoirn te hebben ontvangen 300 schilden, als aandeel in de Spaanse schadevergoeding, in mindering van de termijn van Kerstavond l.l [Gonnet, Archief, blz. 240]=Philips hertog van Bourgoengen bekent op 16 september 1442 door de stadhouder van Hollant‚ enz.‚ Lalaing, van Hoirne te hebben ontvangen 345 schilden, als aandeel in de Spaanse schadevergoeding, voor de termijn van St. Jan midsomer 1.1. [Gonnet, Archief, blz. 241]Philips, hertog Van Bourgoengen, bekent op 14 april 1443 door den stadhouder Lalaing, Van Hoirne te hebben ontvangen 338,5 schilden, als aandeel in de Spaanse schadevergoeding, voor de termijn van Kerstavond l.l. [Gonnet, Archief, blz. 242]schuldoverneming=Albrecht verzoekt in 1404 en 1405 de stad enige schulden voor hem te voldoen [Gonnet, Archief, blz. 6]= Willem VI verzoekt in de periode 1406-1411 aan de stad enige schulden voor hem te voldoen [Gonnet, Archief, blz. 6]=Aelbrecht hertog in Beyeren verzoekt op 10 september 1404 aan Hoirne om aan Jan Zalen wegens levering aan de grafelijke keuken, op St. Maarten e. k. 300 nieuwe Hollandse schilden te betalen, in mindering van de schatting die de stad schuldig is [Gonnet, Archief, blz. 172]verbeurdverklaringHertog Willem van Beyeren bepaalt op 7 juli 1356 dat in Medemblik een ter dood verwezen poorter de helft van zijn goed aan den graaf zal verbeuren [Gonnet, Archief, blz. 145]wisselbank=Octrooi uit 1635 van de Staten van Holland en West-Friesland, voor het oprichten van een wisselbank [Gonnet, Archief, blz. 39, 77]geestelijkheid=Philips hertog Van Bourgongen keurt op 27 oktober 1455 goed de stichting van een vicarie en het brengen van de toegewezen goederen in de dode hand, maar bepaalt dat de goederen niet vrij van belasting zullen zijn [Gonnet, Archief, blz. 287]=De proost van West-Friesland Philips van Wassenaar staat in 1462 de Derde Orde van Sint Franciscus vrijdom van beden toe en verleent gunsten in hare rechtspraak [Gonnet, Archief, blz. 98]=de proost van West-Friesland Philips van Wassenaar staat in 1462 de Derde Orde van Sint Franciscus vrijdom van beden toe en verleent gunsten in hare rechtspraak [Gonnet, Archief, blz. 98]=Maximiliaan en Marie, hertogen van Oisterijcke, brengen het gehele kloosterterrein van St. Pietersdal in de dode hand, tenzij dit een grafelijk leen of met tijns belast is, voor welke gunst het convent zal gehouden zijn een zingende mis van de Heilige Geest voor hen te doen, wekelijks zolang de oorlog duurt; daarna jaarlijks, en na hun dood ieder jaar een mis van Requiem [Gonnet, Archief, blz. 374]=rechtsgeleerd advies van Mr. Nicolaus de Capella aan de prior van St. Pietersdal over het aanslaan van geestelijke personen in stedelijke lasten. 16e eeuw [Gonnet, Archief, blz. 99]=Phelips, aartshertog van Oistrijck, staat op 3 april 1498 op verzoek aan Hoirne toe, dat niemand land binnen eene mijl afstands van de stad aan kloosters of geestelijke personen mag verkoopen [Gonnet, Archief, blz. 436]=indaging in 1499 voor de Grote Raad, wegens het geding tussen de stad en het Sint Caecilia klooster, over het belasten der goederen [Gonnet, Archief, blz. 101]=Phelips, aartshertog van Oistenrijck, gelast op 21 augustus 1499 op verzoek van burgemeesters van Hoorn, den eersten deurwaarder schout en schepenen aan te zeggen dat zij de pachters van erven, toebehoorend aan de Derde Orde van St. Franciscus, dwingen zullen, verschuldigd schotrecht aan de stad te betalen, wanneer namelijk de toedracht door burgemeesters gegeven en hier in het breede vermeld, juist blijkt te zijn [Gonnet, Archief, blz. 442].=Over het belasten der kloosters van Catharina, Agnes en Geertruida. 1502 en 1518 [Gonnet, Archief, blz. 101]=Overeenkomst in 1543 tussen de stad Hoorn en de vijf vrouwenkloosters, namelijk S.S. Maria, Agnes, Catharina, Caecilia en Geertruida, over hun bijdrage 1 . voor het gieten van twee stukken geschut, 2°. in de gewone stadslasten gedurende twintig jaren.[Gonnet, Archief, blz. 104] gemeentealgemeen=in 1910 groot 677 hectare met 1029 inwoners [Wink, blz. 593]=in 1968 een gemeente met 17.500 inwoners [ter Laan, blz. 188]buitencollegesProvinciale StatenJhr. mr. Dirk van Akerlaken is van 1841-1850 en van 1862-1874 afgevaardigde van Hoorn [NNBW 1911, blz. 52]burgemeester=mr. Floris van Abbekerk is raad in de vroedschap en burgemeester [ANF deel 1, 1883-1884, Proefblad, blz. 5; Kok1, blz. 126]=mr. Abraham van Stralen [1747-1793] was in 1777 burgemeester van Hoorn; in 1787 door de Patriotse partij uit het ambt gezet, maar in hetzelfde jaar door de erfstadhouder in het ambt hersteld [Leeuw1885, blz. 48]=Jhr. mr. Pieter van Akerlaken [1792-1862] was burgemeester [Leeuw1885, blz. 49]ontvanger=Jhr. mr. Pieter van Akerlaken [1792-1862] was gemeenteontvanger [Leeuw1885, blz. 49]raadslid=Jhr. mr. Dirk van Akerlaken is vanaf 1862 raadslid in Hoorn [NNBW 1911, blz. 52]=mr. Floris van Abbekerk is raad in de vroedschap en burgemeester [ANF deel 1, 1883-1884, Proefblad, blz. 5; Kok1, blz. 126]=mr. Abraham van Stralen [1747-1793] was in 1768 schepen en raad in de vroedschap te Hoorn [Leeuw1885, blz. 48]schepen=mr. Willem Crap is schepen van de stad Hoorn [ANF deel 1, 1883-1884, Proefblad, blz. 5]=mr. Abraham van Stralen [1747-1793] was in 1768 schepen en raad in de vroedschap te Hoorn [Leeuw1885, blz. 48]secretaris=in 1826 is P. Groenwoudt secretaris van Hoorn [Gosselin, Vervolg, blz. VIII]thesaurier=mr. Abraham van Stralen [1747-1793] was thesaurier van de stad [Leeuw1885, blz. 48]wethouder=Jhr. mr. Dirk van Akerlaken is vanaf 1881 wethouder in Hoorn [NNBW 1911, blz. 52]maatschappelijke hulpverlening=Schepenen in Hoorn oorkonden op 18 mei 1472, dat Jan Jan Vriesesz. aan kerkmeesters heeft geschonken eene jaarrente van een pond gr. Vl., om den armen brood, laken en schoeisel uit te delen [Gonnet, Archief, blz. 343]=Schepenen in Hoorn oorkonden op 15 oktober 1472, dat Jan Pietersz. c.s. aan kerkmeesters hebben geschonken 4,5 deimpt land in Oisthuserkoech, om de armen jaarlijks weit, laken en schoenen uit te delen [Gonnet, Archief, blz. 345]=Schepenen in Hoirn oorkonden, dat Lollinich Claes Simonsd. aan kerkmeesters of getijdemeesters van de Parochiekerk heeft geschonken, een huis en erf in de Patercelystrate, om uit de rente jaarlijks op Witten Donderdag aan 12 arme scholieren de voetwassing te doen, waarvoor de priester een stuiver, de kosters elk een halve stuiver zullen ontvangen, en aan elken scholier een tarwebrood en een pekelharing zal worden gegeven [Gonnet, Archief, blz. 376]oorlog= Willem Eggertsz. heer tot Purmereynde, thesaurier van Hollant. bekent op 25 februari 1413 van Hoern te hebben ontvangen 345 kronen wegens negen weken en zes dagen soldij voor veertig soldaten. [Gonnet, Archief, blz. 188]=Jan van Brabant en Jacoba van Beieren verzoeken in 1418 de stad de soldij te voldoen van enige hoofdlieden [Gonnet, Archief, blz. 7]=Henrie Utenhove, raad van den hertog, maant op 3 november 1445 Hoirne aan 350 saluyte te betalen als aandeel in de leening van 9000 saluyte, Waarmee de Hollandsche en Zeeuwsche steden de Engelschen, volgens verdrag, moeten voldoen, en waarvan de eerste termijn reeds op St. Michíel 1.1.(29 September) is verschenen. Deze lening zal, volgens oordeel van de president en de raden van Holland, geheel of gedeeltelijk door Amsterdam moeten worden afgelost [Gonnet, Archief, blz. 246]=de bisschop van Borglum en andere Denen, verklaren in 1446 voldaan te zijn door Hoorn en Enkhuizen voor geleden schade in de Oosterse oorlog [Gonnet, Archief, blz. 37]=Het geschil tussen Karel de Stoute en Lodewijk XI‚ koning van Frankrijk eccaleerde in 1470 toen de Fransen met een ontzaggelijke vloot schrik en ontsteltenis brachten op de kusten van Nederland. Hollandse schepen durfden toen niet meer uit te varen. Bij een verdrag van 1473 werden de vijandelijkheden gestaakt, doch niet voor lang, want in 1474 ontbrandde de oorlog opnieuw en kwam het Hoorn, dat 30 schepen had geleverd in een vloot van 80, uit Amsterdam en Enkhuizen samengebracht, te staan op het verlies zijn schepen, een schade van 48000 Rijnse guldens, wat de ondergang van menig poorter tengevolge had en zoveel armoede kweekte‚ dat zeeschuimers het niet de moeite waard achtten, hun fortuin in Hoorn te beproeven [Gonnet, Archief, blz. IV]=Niet minder ingrijpend voor Hoorn waren de Hoekse en Kabeljauwse twisten. In 1480 werd de stad aangevallen en ingenomen door een groep Friese soldaten onder leiding van een verbannen schepen [Gonnet, Archief, blz. 37]=Maximiliaan, hertog van Oostenrijk, beveelt op 29 juli 1482 den eerst-gezworen deurwaarder der kamer van den Raad van Hollant, zich naar Hoorn te begeven en paal en perk te stellen aan de knevelarijen van de bezetting jegens de poorters [Gonnet, Archief, blz. 385]=de stad wordt in 1489 ontheven van een gedeelte van haar aandeel voor de bewapening van West-Friesland vanwege haar voorschot gedaan in de Rotterdamse oorlog [Gonnet, Archief, blz. 47]=In 1492 waren er strooptochten en plunderingen door het Kaas-en Broodvolk. [Gonnet, Archief, blz. IV-V]. Willem van Schaumburg kreeg in 1492 geld, zodat hij buiten de stad zou blijven =De graaf van Egmonde, heer tot Bair etc., stadhouder-generaal, en de andere raden van Hollant enz, gelasten op 31 oktober 1492 aan Hoorn afgevaardigden in den Hage te zenden voor de dagvaart op 7 november, aangezien de stad is weggebleven van de dagvaart van 27 oktober, waar commissarissen van den landsheer hun rapport hebben ingediend over de 28000 kronen, door Holland en Friesland op te brengen voor de wapening tegen de Fransen [Gonnet, Archief, blz. 420]=Het Hof bevestigt in 1493 de overeenkomst tussen Hoorn en Alexius Haller (geldschieter in 's-Gravenhage), regelende de betaling van een gedeelte van de boete verschuldigd aan de hertog van Saksen [Gonnet, Archief, blz. 47]=verzoekschrift van Hoorn aan de stadhouder heer Jan, graaf van Egmond, om betaling voor de uitrusting van schepen op de Zuiderzee. Einde 15e eeuw [ [Gonnet, Archief, blz. 47]=In 1504 werd de stad door Philips de Schone gedwongen deel te nemen aan de Gelderse oorlog. [Gonnet, Archief, blz. IV-V]. =Aanteekening van de som, die Hoorn in 1505 schuldig is in de omslag voor de soldij van 300 knechten [Gonnet, Archief, blz. 47]=In 1517 trok de Zwarte Bende plunderend en moordend door het kwartier van Hoorn, Grote Pier maakte, ondanks dat Hoorn vijf oorlogsschepen in de vaart had, de Zuiderzee onveilig [Gonnet, Archief, blz. IV-V].=in 1572 in Staatse handen [Wink, blz. 593]=Hoorn had een belangrijk aandeel in de slag op de Zuiderzee op 12 oktober 1573. De Spanjaarden verloren die slag, stadhouder Maximiliaan de Bossu werd gevangen genomen en met veel Spaanse edelen en schepen naar Hoorn opgebracht [Gonnet, Archief, blz. V]=op 17 september 1799 door Abercromby overrompeld [Wink, blz. 593]rechtspraakrechtbankgriffierJhr. Abraham van Akerlaken [1822-1874] was substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank te Hoorn [Leeuw1885, blz. 49]. kantonrechterJhr. Abraham van Akerlaken [1822-1874] was kantonrechter in Hoorn [Leeuw1885, blz. 49]. sociale omstandigheden=Schepenen in Hoern oorkonden op 10 juli 1471, dat Fie Jacob Pouwelzd. aan Huiszitten Armenvoogden heeft geschonken twee morgen land onder Zwaech, de Botterwoudt genaamd, voor een jaarlijksche uitdeeling van weitenbrood [Gonnet,, Archief, blz. 340]=Schepenen in Hoern oorkonden op 4 september 1471, dat Clais Pieterz. aan kerkmeesters van de Parochiekerk heeft geschonken acht deimpten land, de Osseweide genaamd, in de Koog bij Scairwoude, ten westen grenzend aan de kerk aldaar, om den armen tarwe, laken en schoeisel uit te deelen [Gonnet, Archief, blz. 341-342]=Schepenen in Hoern oorkonden op 18 mei 1472, dat Jan Jan Vriesesz. aan kerkmeesters heeft geschonken eene jaarrente van een pond gr. VI., om den armen brood, laken en schoeisel uit te delen [Gonnet, Archief, blz. 343]waterstaat=Jan graaf Van Holland, van Zeeland‚ heer Van Vriesland geeft op 7 november 1299 enige bepalingen voor de bedijking van West-Friesland [Gonnet, Archief, blz. 142].=Hoewel het gewoonlijk zo is dat de bewoners aan de dijk achter de Nieuwendam verantwoordelijk zijn voor het onderhoud daarvan, wordt daarvan in de koopakte uit 1497 van Pieter Claesz, ook Pieter Holler Pottebacker geen melding van gemaakt. In 1520-1526 zorgde dit voor wrijving en in 1555 leidde dit opnieuw tot een conflict tussen burgemeesters en bewoners. Pottebacker verklaart dat zijn ouders en grootouders, bij memorie van mensen de dijk in kwestie “costelic, vredelic en continuelick”hebben onderhouden bekostigd, zonder dat bekend te maken. Schepenen bepalen dat de dijk moet worden onderhouden ten laste van de stad Hoorn. In een tussen de stad en Thyman van Wieringen c.s. van 1555 tot 1564 lopende procedure voor het Hof en de Hoge Raad wordt uiteindelijk vastgesteld dat de bewoners verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de dijk [Wendte, Zestiende, blz. 302]BRONNENliteratuurANF 1883, 19 juli, p. 3 (17e e); 1889, p. 102 (1806-11) Abbing, C.A., Beknopte geschiedenis der stad Hoorn, 1839Becht, Statistische, pp. 58 (1652-57), 59 (1652-56), 62 (1643-47), 141 (1586) Blécourt/Meijers, Memorialen, p. 210 (1436) Blok, Financiën, p. 81 (1403) Blok, Geschiedenis I, pp. 624 e.v. (15e e) Bonke, Hans/Bossaers, Katja, Heren investeren. De bewindhebbers van de West-Friese kamers van de VOC, Haarlem/Hoorn/Enkhuizen 2002Brünner, Hoornsch, p. 9 (1478) Bulk-Bunschoten, A.W.M., De Hoornse wetsverzetting in 1618, in: Jaarboek CBG 1997, deel 51, blz. 50-82Dillen, Stukken, pp. 71 (1681), 76 (id) Doesburg, J.J., West-Friesland's Hoofdstad in vroeger eeuwen, 1898Doorman, Brouwerij, p. 26 (1470) Engels, Geschiedenis, blz. 37 (1482), 51 (1553), 64 (1470), 66 (1557) Fruin, Informacie, pp. 79-85 (1514), 88 (id), 91 (id), 93-94 (id), 96-97 (id), 99 (id) Fruin, R., De tachtigjarige oorlog. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog 1588-1598, 7e druk, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage 1899, blz. 194 Genealogie van de Familie Boelisz en aanverwante geslachten. Handschrift in het Familiedossier Boelisz (CBG, collectie Verloren) blz. 175Goede, Swannotsrecht I, pp. 28 (1369), 102-103 (1356), 109 e.v. (1406), 301 (15e e), 305 e.v. (1406), 307 (m.e.) Goes, Register I, pp. 32 (1525), 37 (id); IV, pp. 39-40 (1555), 74 (id); V, p. 93 (1557) Gonnet, C.J., Inventaris van het archief der stad Hoorn, met medewerking van R.D. Baart de la Faille, Haarlem, de Erven Loosjes, 1918Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, Vervolg, blz. VIIIGosses, Welgeborenen, pp. 44 (m.e.), 59 (1369) Hall, Stedelijke, p. 585 (1401)Halma, TooneelI, p. 423 (1427- 1468) Hermesdorf, Ontmoeting, pp. 204-205 (15e e) Kemper, Nederlandsch, p. 26 (1497) Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Beknopt Biographisch Handwoordenboek van Nederland, deel 3 [S t/mZ], blz. 91, 96Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 126Kooijmans, L., Onder regenten. De elite in een Hollandse stad. Hoorn, 1700-1780, Amsterdam 1985, blz. 289.Kops, W.P., De Oranje-oproeren te Hoorn 1786 en 1787, in: BVGO 222-288Kops, W.P., Hoorn tusschen twee vuren. September en October 1799, in: BVGO 1903, blz. 47-102Kroon Dzn, H./Kaptijn, F., Nieuwe Kroniek van Hoorn, 1891Marle, R. van, Hoorn au moyen-age. Son histoire et ses institutions jusqu'au début du 16e siècle. La Haye, Mart. Nijhoff, 1910 Meerkamp van Embden, Goudsche, p. 108 (1525) Meyroos, Onze, p. 13 (1515) Miscellanea concernerende de Stad en Hoorn en andere zaken, 1435-1748, Een deel [Gonnet, Archief, blz. 1]Obreen, Stukken, p. 140 (14e e) Oldewelt, Beroepsstructuur, pp. 97 (1742), 211 (id) Olipodrigo, Aanteekeningen van verschillenden aard. Lopende over de jaren 1566-1775. Een deel [Gonnet, Archief, blz. 2]Pols, M.S., Westfriesche Stadrechten, Werken der Vereeniging tot uitgave der bronnen van het Oude Vaderlandsche recht, Eerste Reeks nr. 7, Twee deelen 1885-1888, deel I, pp. LXXI e.v. (15e-18e e); II, pp. 24 (15e e), 29 e.v. (id), 33 e.v. (id), 38 e.v. (id), 42 (id), 44 (id), 64 (id), 77 (id), 91 (id), 95 (id), 97 e.v. (id), 110 e.v. (id), 115 (id), 136 (id), 138 (id), 148 (id), 150 e.v. (I6e e), 157 (id), 160e.v.(id), 165(1566) Rees, Geschiedenis I, pp. 17 (1497), 74 (1505), 166(15e e) Riemer, De, Beschrijving van 's-Gravenhage deel 2, 1739, blz. 145Smidt/Strubbe, Chronologische I, p. 455 (1498) Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, p.37 (1506) Spruyt, Juriaan, Geschiedenis der Stad Hoorn 1630-1748T.S. Zeeland I, p. 217 (16e e) Velius, Theodorus/Centen, Sebastiaan, Chronyk van de Stadt van Hoorn, Hoorn 1740Vries Azn, G. de, Het Dijk- en Molenbestuur in Holland's Noorderkwartier, 1876W.D.B.I.U.A. 1873, 15 februari, p. 2 Wendte, J.F., De zestiende-eeuwse herkomst van het geslacht Carbasius. Honderd jaar pottenbakkers, in: Ons VoorgeslachtWendte, J.F., Bourgonje uit Hoorn, in : Gens Nostra 1988, nr. 43, blz. 149-152Wendte, Hans, Bourgonje in West-Friesland (1518-1627) en de connectie met de Hoornse ketter Claes Henrivcx in Bourgongien, in: Ons Voorgeslacht september 2025, nr. 786, blz. 390-407Wijnpersse, Statistiek, p. 386 (1854)