Het jaar 925Hendrik de Vogelaar (876-936) hechtte in 925 Neder-Lotharingen voorgoed aan het Oostelijk rijk. Tot 1648 bleef het gebied deel van het Duitse Rijk [Vandenbroucke, blz. 25]BRONNENgeraadpleegde bronneninternethttp://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_de_VogelaarliteratuurVandenbroucke, Dieter, Grijs Geheugen. De geschiedenis van Nederland en Vlaanderen in 1304 data, Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen 2005, 232 blz. met een inleiding van Piet Grijs.Het jaar 930="Große vermutet, dass König Heinrich I. für das Bistum Utrecht während seines Aufentaltes zu Elst (nördlich von Nimwegen) 930 urkundete Auf einen Besuch König Heinrichs I. des Gebiets zu Elst könnte eine wahrscheinlich zu Elden im Bezirk von Elst zum 30. Juni 930 ausgestellte Urkunde, DHI. 24 hinweisen, laut der König Heinrich I. auf die Intervention seiner (zweiten) Gemahlin Mathilde, die ihn wahrscheinlich auf seinen Umritt in die westlichen Gebiete des Reichs begleitete, dem Kloster St. Maximin bei Trier, das damals vermutlich noch in der Gewalt Giselberts von Lothringen war, zum Lebensunterhalt der Mönche eine Kapelle und zwei Mansen (Hufen) zu Diedenhofen (südwestlich von Trier) schenkte". Koning Hendrik I achtte zich het legitieme gezag binnen het bisdom. =Hij bevestigde op 30 juni 930 in enkele oorkonden de oude tiend- en immuniteitsprivileges van Sint Maarten. De oorkonden waren uitgevaardigd in Aliti "waarmee wellicht Elden in de Betuwe wordt aangeduid". BRONNENgeraadpleegde bronnenGoogle Search boeken; Google Search jaar en plaats]literatuurCodea, Krista, Intervenienten und Petenten, Bonn 2008;Große, Utrecht, S. 52. Kölzer, MGH: Diplomata-Nachträge Recherche-ergebnis, in: http://www.mgh. de/....;Rotthoff, Reichsgut, S. 68; Vliet, van, Tussen heidenen en heiligen (894-995), blz. 164;Waitz, Heinrich I., S. 139; Het jaar 997Vlg. van der Aa is Thelden genoemd in een brief uit 997 waarbij ene Wichman, graaf van Hamaland, het huidige Elden verwierf.BRONNENgeraadpleegde bronnenGoogle Search boeken; Google Search jaar en plaats; literatuur Aa, A.J. van der, Aardrijkskundig, deel 13, nr. 2, blz. 771