GoudaStad in Zuid-Holland. Ook ter goude, der Goude algemeen=in 1272 gaf graaf Floris V aan de ridder N. Cats de vrijheid om de plaats te bemuren en uit te breiden tot aan de IJssel, terwijl hij aan ge ingezetenen privileges schonk [Kluitman, blz. 5-6]=Gouda kwam in 1300 aan de Graven bij gebreke van opvolgers en meer anderen. Zoodat dan ook de Graven in de 14de eeuw bijna als de wettige landsheeren (witachtige, of rechte landsheeren) waren te beschouwen [Engels, blz. 9]=in 1361 en op 25 augustus 1438 woedden er grote branden die bijna de gehele stad in de as legden. Bij de laatste brand bleven slechts een handjevol huizen gespaard [Gens Nostra 1947, blz. 203; Kluitman, blz. 10, 13]. =in 1365 kocht de stad het marktveld van de heer van der Goude [Kluitman, blz. 87]=in 1382 was de stad weer opgebouwd; er waren toen 23 straten met 824 huizen. Aan de Vismarkt waren er 77, Westhaven 63, Oosthaven 57, de Gouwe 56, Koningstraat 54 en Groenendaal 48 [Kluitman, blz. 10]=Bij de opbouw van de stad na de brand van 1438 werden nu ook stenen huizen gebouwd, de kerken met leien gedekt en de kloosters en brouwerijen van pannendaken voorzien [Kluitman, blz. 15]=in 1449 werd begonnen met de bouw van het stadhuis; de uiteindelijke bouwkosten waren f 6243:3:12 [Kluitman, blz. 87]=in 1514 waren er meer dan 20.000 inwoners [Gens Nostra 1947, blz. 203]=in 1515 waren er 1694 huizen [Kluitman, blz. 16]=in 1527 was de derde stadsbrand, waarbij de voorstad buiten de Rotterdamse poort grotendeels werd verwoest [Kluitman, blz. 16]=Op 12 januari 1552 werd de Sint Janskerk door de bliksem getroffen en brandde volledig af [Kluitman, blz. 91-93]=in 1577 werd het kasteel afgebroken. De toren bleef staan tot 1808. Toen kocht Pieter Schouten uit Moordrecht de toren voor f 360 en brak die vervolgens af [Kluitman, blz. 9]=Uit 1593 dateert “Civitates orbis terrarum” waarin op blz. 31 een kort verhaal in het Latijn over de stad=in 1633 waren er 2452 huizen [Kluitman, blz. 16]=in 1787 opschudding; patriotten zijn hun leven niet zeker in de stad [Verwoert1, blz. 245]
belastingenexuerechtOvereenkomsten van Hoorn met de steden Alkmaar, Amersfoort, Amsterdam, Arnhem, Delft, Enkhuizen, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Middelburg, Monnickendam en Zierikzee over het recht van exue. 1525, 1533, 1554, 1562 , 1563, 1567, 1728, 1743-1744, 1783, 1788, 1790 [Gonnet, Inventaris, blz. 35]
hofstedegeld=Na de rond 1382 voltooide herbouw van de stad hief Guy de Chatillon een dubbele belasting, het hofstedegeld. Verkoop van gronden geschiedde, wegens de schaarsheid van geld, veelal onder de voorwaarde dat een “ewelike pacht, tijnse of sijnse” zou worden opgebracht [Kluitman, blz. 11]
=in 1390 verpacht aan Jakob Hemsz [Kluitman, blz. 11]=in 1514 verpacht aan Jan Jansz, rentmeester van de stad [Kluitman, blz. 11]=in 1698 verpacht aan de erven van Lambertus van Coevenhoven [Kluitman, blz. 11]=M.i. geen belasting maar een tussen particuliere bedongen recht, dat als een recognitierecht moet worden beschouwd. De koper erkent daarmee het recht van verkoper op de grond.
morgengeldZoo beval Graaf Willem mede in 1413 en 1414 een morgengeld te gaderen in Rijnland zowel binnen de steden als daar buiten ten bedrage van drie Leeuwen van elk morgen om den nieuwen watergang bij Amsterdam en de kolk te Gouda te betalen [blz. 31]
tiende penningHet stadsbestuur riep begin 1572 de stadsschutterij voor het raadhuis bijeen en stelde toen aan de verzamelde menigte de volgende vraag: “of si, bi geval het invoeren van den tienden en twintigsten penning eenigen onlust alhier verwekte, de heeren wethouderen voorgaande, gezind waren te volgen”. De meerderheid gaf aan Alva te zullen weerstaan [Kluitman, blz. 27]
tol=in 1272 verleende Floris V aan heer Nicolaas van Cats tolvrijdom voor de poorters van zijn stad Gouda [Enklaar, blz 21; Kluitman, blz. 6]=Jan van Henegouwen was de eerste, die tollen in de stad begon te heffen, en sluizen met woningen voor de tolgaarders te bouwen, om daar de heerlijke rechten op de doorvarende schepen te ontvangen [Kluitman, blz. 9]=Register van Holland over de tol te Gouda voor het jaar 1339. Afschrift naar een afschrift door Dirc van Swieten gemaakt. Einde 15e eeuw [Gonnet, Inventaris, blz. 67]=Jan van Beaumont vergunde op 17 maart 1372 de inwoners tolvrijdom voor hun eigen goederen door heel het gebied van Gelre en Zutphen [Kluitman, blz. 9-10]=Verklaring van verschillende schippers over de betaalde tol te Gouda met opgave van hetgeen de tollenaar, volgens een register van Holland, mag vorderen. Tweede helft 15e eeuw [Gonnet, Inventaris, blz. 67]=Verklaring van enige schippers over in 1507 door hen in Gouda betaalde tol [Gonnet, Inventaris, blz. 67]=Aanvankelijk waren de tollen die er op de ter markt komende paarden geheven werden , geheel ten voordele van de heer van de stad, en opdat het ontvangen ervan naar behoren en rustig zou geschieden, werden de daartoe benoemde personen door twaalf hellebaardiers ondersteund [Kluitman, blz. 84]veertigste penning=in 1673 wordt in Gouda de 40e penning geheven [Verhaar, Parenteel, blz. 215]
vijftigste penning=mr. Cornelis Adriaen van den Kerckhoven [1720-1794] werd op 16 oktober 1747 commissaris van de 50ste penning [Leeuw1884, blz. 11]
windrecht=in 1394 door de stad bij de heer van der Goude afgekocht [Kluitman, blz. 12]
bestuurbuitencollegesAdmiraliteit Amsterdam=van 7 mei 1717 tot 7 mei 1720 is dr. Damianus van Abbesteegh gecommitteerde in de Admiraliteit van Amsterdam namens Gouda [Repertorium]Staten van Holland=Antonie Vossenburch is gecommitteerde in de Staten van Holland afwisselend in de periode 1639-1641 [Navorscher 1852, blz. 145]=mr. Adriaensz was gecommitteeerde raad in 1661-1663 en 1667-1669 [Leeuw1883, blz. 42]=Aalbrecht van der Burch [1632-1681] is van 1679-1681 gecommitteerde in de Staten van Holland. Hij is getrouwd met de dochter van Antonie Vossenburch [Navorscher 1852, blz. 145]burgemeesterin 1392 is Willem .... burgemeester van Gouda [Navorscher 1870, blz. 22]=Cornelis de Lange [1521-1583] was burgemeester [Verwoert2, blz. 6]Dirk Paauw was burgemeester [Leeuw1886, blz. 3]Hendrik Dirksz Paauw was burgemeester [Leeuw1886, blz. 4]Jacob van der Goude was burgemeester [Leeuw1886, blz. 4] In 1571 was Vlacq burgemeester [Kluitman, blz. 25]=in 1571 was Jan Jacobsz. van Rozendaal voorzittend burgemeester [Kluitman, blz. 26]in 1572 was Gerrit Franssen Kegeling burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 363]Hieronimus van Beverningk [1614-1690] is burgemeester [Verwoert, I, blz. 52]Antonie Vossenburch is burgemeester afwisselend in de periode 1645-1660 [Navorscher 1852, blz. 145]mr. Adriaensz [1607-1688] is burgemeester in 1664-1665 en 1670-1671 [Leeuw1883, blz. 42]=in 1610 was Cool burgemeester [Kluitman, blz. 20]=in 1655 werd Florens Cant burgemeester, daarna nog vier maal [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 116]=in 1672 was Gerard Cinq burgemeester [Kluitman, blz. 43]=Daniel de Lange [1663-1734] was burgemeester [Verwoert2, blz. 6]mr. Willem Hendrik van Cattenburch [1684-1745] is raad en burgemeester [Nav1870]Jan van der Does [1644-1704] is burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 261]Aalbrecht van der Burch [1632-1681] is van 1672-1678 raad, schepen en burgemeester. Hij is getrouwd met de dochter van Antonie Vossenburch [Navorscher 1852, blz. 145]mr. Johan van der Does is burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 38]in 1753 is mr. Willem van Strijen raad en regerend burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 37]=mr. Cornelis Adriaen van den Kerckhoven [1720-1794] werd 1761 voor de eerste maal burgemeester van Gouda [Leeuw1884, blz. 11]gouverneur=Adriaan van Swieten is gouverneur van ter Goude [Kok1, blz. 150]pensionaris=Francois Franken is pensionaris [Fruin, Tien, blz. 70; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 210]=Jan van der Does [1644-1704] is pensionaris [Roelants, Gulden, blz. ,261]=H. van Wijn is pensionaris van Gouda [ANF 1888, blz. 21]raad=in 1618-1619 is Hendrik Dirksz. Vossenburgh raad in de stad Gouda [Navorscher 1852, blz. 146]=in 1631 wordt Antonie Vossenburch raad en vroedschap van Gouda [Navorscher 1852, blz. 145] =mr. Adriaensz is raad in de vroedschap in 1644 [Leeuw1883, blz. 42]=Aalbrecht van der Burch [1632-1681] is van 1672-1678 raad, schepen en burgemeester. Hij is getrouwd met de dochter van Antonie Vossenburch [Navorscher 1852, blz. 145]=Arent Vossenburgh is raad in 1667 [Navorscher 1852, blz. 146]=Johan van der Does [1644-1704] is raad [Roelants, Gulden, blz. 38, 261]=mr. Willem Hendrik van Cattenburch [1684-1745] is raad en burgemeester [Nav1870.468]=zoon Johan Carel van Cattenburch, zoon van Willem is in 1755 raad en schepen [Nav1870.468]=Jan van Alphen [1710-1750] is raad [Kok2, blz. 707; Kluitman, blz. 62; Westhoff, blz. 233]=mr. Cornelis Adriaen van den Kerckhoven [1720-1794] werd op 1 januari 1746 raad in de vroedschap van de stad Gouda [Leeuw1884, blz. 11]=in 1753 is mr. Willem van Strijen raad en regerend burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 37]raadpensionarismr. Johan van der Does is raadpensionaris [Roelants, Gulden, blz. 38]schepenAntonie Vossenburch is schepen afwisselend in de periode 1632-1643 [Navorscher 1852, blz. 145]=in 1640 werd Florens Cant schepen [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 116]=mr. Adriaensz is schepen in 1648-1649, 1652, 1656-1657 en 1660 [Leeuw 1883, blz. 42]=Aalbrecht van der Burch [1632-1681] is van 1672-1678 raad, schepen en burgemeester. Hij is getrouwd met de dochter van Antonie Vossenburch [Navorscher 1852, blz. 145]=Jan van Alphen [1710-1750] is schepen [Kok2, blz. 707; Kluitman, blz. 62; Westhoff, blz. 233]=mr. Cornelis Adriaen van den Kerckhoven [1720-1794] werd in 1749 voor de eerste maal schepen te Gouda [Leeuw1884, blz. 11]schoutAlbrecht Beilinc of Beiling is in 1422-1424 schout. Ook Allaert Bellync [Navorscher 1852, blz. 39]thesaurier-fabriekmeester=mr. Adriaensz is thesaurier-fabriekmeester in 1658 en 1659 [Leeuw1883, blz. 42]tresorier=in 1643 werd Florens Cant tresorier [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 116]vroedschap=.... Houtman is vroedschap [Fruin, Tien, blz. 229]=Gerard de Lange [1551-1636] werd in 1580 lid van de vroedschap [Verwoert2, blz. 6]=in 1631 wordt Antonie Vossenburch raad en vroedschap van Gouda [Navorscher 1852, blz. 145] =in 1637 werd Florens Cant raad in de vroedschap [Aa/vH/S., Biographisch3, blz. 116]=van 1639-1663 is Daam Willemsz van Abbesteegh [....-1663] lid [Repertorium]=in 1647 werd Hieronimus van Beverning [1614-1690] lid van de vroedschap [Kluitman, blz. 59]=van 1708-1728 is dr. Damianus van Abbesteegh [1664-1728] lid [Repertorium]=Johan de Lange [1697-1776] werd in 1737 lid van de vroedschap [Verwoert2, blz. 6]=mr. Cornelis Adriaen van den Kerckhoven [1720-1794] deed op 28 December 1775 afstand van zijn vroedschapsplaats ten behoeve van zijn zoon Mr . Jan van den Kerckhoven [Leeuw1884, blz. 11]
economiealgemeen=Karel V geeft aan die van Oudewater in februari 1547 het privilege om de gewichten van de Gouwenaars te verifiëren aan de hand van die van Oudewater omdat die zeer zuiver waren bevonden [Navorscher deel 1 1851, blz. 56, 104]bier=In het brouwerijbedrijf vonden ingezetenen een goed middel van bestaan. Export van het “Goudsche kuit” vond plaats naar Zeeland, Brabant, Friesland en Vlaanderen. In het jaar 1550 stonden alleen op de Oost- en Westhaven een getal van 79 brouwerijen, terwijl er op de Gouwe. 23, en in de gehele stad niet minder dan 126 waren [Kluitman, blz. 17]kaas=aanzienlijke handel in kaas [Kluitman, blz. 18]
messen=er waren eertijds 30 messenmakerijen [Kluitman, blz. 18]potten=de eerste pottenbakkerij binnen de stad werd in 1591 gesticht [Kluitman, blz. 80]=voor 1740 waren er 31 pottenbakkerijen; in 1841 nog 14 [Kluitman, blz. 81]=de ovens werden vrijwel uitsluitend voor de pijpen gebruikt, aangevuld met aardewerk [Kluitman, blz. 80]tabakspijpen=in 1660 waren er al vele pijpenmakerijen [Kluitman, blz. 76]=in 1669 werd door het pijpmakersgilde een door eigen bijdragen gevuld pensioenfonds opgericht [Kluitman, blz. 77]=in 1686 waren er 230 pijpenmakerijen [Kluitman, blz. 78]=In 1747 heftige twist tussen pijpenmakers en pottenbakkers over het bakloon van de pijpen. Er waren toen 374 pijpenfabrieken=in 1765 wewrd het fond uitgebreid met een weduwenvoorziening [Kluitman, blz. 77]=in 1784 werd het fonds gestopt vanwege de te grote uitgaven [Kluitman, blz. 78]=rond 1800 waren er 150 pijpmakerijen [Kluitman, blz. 72]=in 1841 waren er nog 90; er werken circa 2000 mannen, vrouwen en kinderen [Kluitman, blz. 72]=Een fabrikant kon met 18-20 mensen 14000-15000 lange pijpen per week maken; het maken van één lange pijp vergt 32 bewerkingen uitgevoerd in 3 weken door 17 verschillende werklieden. [Kluitman, blz. 72]. De klei wordt door kooplieden uit Maastricht en Keulen verkocht. Voor het malen van klei zijn er in de stad vijf kleimolens. Het maakproces is gedetailleerd beschreven [Kluitman, blz. 73]=invoerheffingen en invoerverboden zorgden voor een neergang na de bloeiperiode 1720-1751 [Kluitman, blz. 79]=in 1911 pijpen, stearinekaarsen, pottenbakkerijen, garenspinnerijen, blekerijen, steenbakkerijen [Wink, blz. 519]textiel=vervaardigen, verven en handel in lakens en wollen stoffen [Kluitman, blz. 18]
touw=reeds voor 1437 werden de stadsvesten verhuurd voor het plaatsen van lijnbanen [Kluitman, blz. 83]=er waren touwslagerijen [Kluitman, blz. 18]vlas=er was sprake van een aanzienlijke handel in vlas [Kluitman, blz. 18]
financiën =Op 14 augustus 1423 belooft Gouda 300 guldens te zullen bijdragen aan de herdijking van de Grote Waard [Regt, blz. 35]
gemeentealgemeen=in 1814 waren er 3842 huizen [Kluitman, blz. 71]=In 1841 waren er 5091 huizen met 14508 inwoners [Kluitman, blz. 71]=In 1910 groot 884 hectare met 24381 inwoners [Wink, blz. 519]=in 1968 waren er 47.000 inwoners; de gemeente omvat een deel van Bloemendaal, Stolwijkersluis [ter Laan, blz. 137]raadslid=Jan van Lakerveld Blanken [1793-1885] was lid van de gemeenteraad te Gouda en hoogheemraad van Schieland [Leeuw1881, blz. 44]
heerlijkheid=in 1292 sterft met het kinderloos sterven van vrouwe Sophia van der Goude het geslacht uit. De heerlijkheid komt daarna aan graaf Willem I [Kluitman, blz. 8]=graaf Willem I droeg de heerlijkheid in 1306 over aan Jan van Henegouwen [Kluitman, blz. 8]. Ook Jan van Blois of Jan van Beaumont [ca 1288-1356]=de heerlijkheid komt vervolgens aan Jan II van Blois [ca 1342-1381]. Hij was, via zijn moeder Johanna van Henegouwen, kleinzoon van Jan van Beaumont [Wikiwand]. Hij trouwde met Machteld, hertogin van Gelre. =in 1378 bezat de heerlijkheid: het kasteel, landerijen, bos, tollen, accijnsen, tienden, inkomsten uit Bloemendaal, Gouderak, Haastrecht, ‘s-Gravenbroek, etc [Kluitman, blz. 12]=in 1397 vervalt de heerlijkheid aan de grafelijkheid na het overlijden van Guy van Chatillon [Kluitman, blz. 8]
maatschappelijke hulpverlening=voor 1391 werden wezen opgenomen in het Heilige Geesthuis. Ook dit huis moest het hebben van giften, o.a. van Pieter Pot, die een aanzienlijke som schonk om landerijen te kopen en Daniel Nuijts die f 1500 schonk [Kluitman, blz. 101]=in 1391 werd het Catharina-Gasthuis gesticht, waarin zieken om niet door nonnen werden verpleegd [Kluitman, blz. 97]=voor 1485 bestond er reeds een Oude Vrouwenhuis met 13 oude vrouwen. Op 20 december 1485 werd een gift van 500 schilden van 28 groten Vlaams (f 0,70) ontvangen [Kluitman, blz. 99] =in 1555 werd een Oudemannenhuis opgericht, aanvankelijk met 12 mannen in 1600 met 25 mannen en na vergroting in 1612 met rond 50 mannen. Gefinancierd door giften van ingezetenen en een qua omvang van de leeftijd afhankelijke inkoopsom van de betrokken proveniers [Kluitman, blz. 97-98]=in 1573 kostten vier proveniers f 78:2:0. Een vet varken f 5. Voor 8 stuivers per week hadden de vier genoeg vlees en vis en voor middageten een halve stuiver per persoon per maal [Kluitman, blz. 98]=in 1841 was de inkoopsom voor proveniers f 1000 en meer. Er zijn dan 30 proveniers [Kluitman, blz. 99]
oorlog =in 1350 vangen de Hoekse en Kabeljauwse twisten aan, die ertoe leiden dat de stad “menigmaal een tooneel van verwarring en opstand” was [Kluitman, blz. 22]=Op 19 oktober 1424 werd Willem van den Coulster door Hertog Jan van Beijeren tot slotvoogd van Schoonhoven. aangesteld, doch de 22e maart 1425 was die stad en het slot reeds in handen van Jacoba's partij [Navorscher 1852, blz. 39].=De steden Dordrecht, Haarlem, Leiden, Delft, Amsterdam en Gouda hadden zich op 9 november 1482 verbonden om aan Jean de Salazar een beloning te schenken van 1000 Rijnlandse guldens, doch Gouda had, op 12 oktober1483, alleen haar aandeel betaald. De overige steden waren daarin ten achter gebleven [Navorscher 1852, blz. 302]=In 1482 werden, zo blijkt uit een strafzaak, de Goudenaars beschimpt met de naam gapers. Beweerdelijk genoemd naar de wijdgapende koppen van kabeljauwen. Hun trouw aan Jacoba had uiteindelijk onder Philips van Bourgondië nadelige gevolgen [Kluitman, blz. 23-24]=Gouda is in 1572 de eerste stad die uit vrije wil de kant van de prins kiest [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 245; Kluitman, blz. 27] Overwogen werd het kasteel te bestormen, waar de Spaansgezinde Van der Mijle met 40 man verbleef. Het bleef bij het bezet houden van de uitgangen van het kasteel aan de stadszijde [Kluitman, blz. 28, 32]=Op 21 juni 1572 stonden ‘s morgens vroeg 69 gewapende mannen voor de Kleiwegspoort. Aanvoerder Van Swieten, maakte zich, gesteund door 600-700 bewoners, zonder één schot, meester van de stad en het kasteel [Kluitman, blz. 31]. Op verzoek van Van Swieten zond de graaf Van den Bergh 400 soldaten onder bevel van Maarten Schets [Kluitman, blz. 34]. Schets bleek een verrader die de graaf van Bossu had beloofd Gouda te heroveren voor Alva en hij had daarbij geldelijke steun gehad van drie voorname Goudse burgers waaronder een burgemeester [Kluitman, blz. 35]=De Spanjaarden brachten aan de monding van de IJssel een aantal schepen tot zinken. De scheepvaart stremde daardoor en de prijzen van levensmiddelen stegen. Angstig voor het vooruitzicht van een eventuele hongersnood verlieten sommigen huis en haard en vluchtten naar Utrecht, Amsterdam, Den Haag. Dit onheil bleef uit; er konden via een omweg twee scheepsladingen behoeften met wagens worden aangevoerd [Kluitman, blz. 36-37]=In februari 1574 spraken een aantal misnoegde burgers af Requesens te zullen verzoeken om van 5 op 6 februari 1574 met 600 man naar de stad op te rukken. Aart Jan Teuwen, de vroegere slotenmaker, had een sleutel om het Vlamenpoortje te openen zodat ze daar binnengelaten konden worden. Het plan werd doorkruist doordat Albrecht van Egmond met 150 man Nederlandse soldaten binnen de stad kwam [Kluitman, blz. 38-39]=In 1672 gaven de Staten van Holland aan Gouda het bevel om de sluizen te openen om de Fransen in hun opmars te stoppen. Tot woede van de boeren die optrokken naar het raadhuis; ze plunderden het huis van burgemeester Gerard Cinq. De menigte kalmeerde toen het stadsbestuur Willem III als stadhouder had erkend [Kluitman, blz. 42-43]
rechtspraakmr. Jan Jacob van Geuns is raadsheer in het Hof [Leeuw1883, blz. 40]
waterstaatAntonie Vossenburch is hoogheemraad in 1656 [Navorscher 1852, blz. 145]
BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1852literatuurANF 1883, 16 oktober, p. 4 (1541-47); 1884, 5 januari, p. 1 (18e e)Altmeyer, Relations, p. 65 (1519)
Baelde, Domeingoederen, pp. 269-272 (1551), 274 (id) Becht, Statistische, p. 140 (1584)Bergh, Handboek, pp. 41 (14e e), 215 (m.e.)Blécourt, Heerlijkheden, p. 500 (1795)Blécourt/Meijers, Memorialen, p. 290 (1438)Blink, Geschiedenis I, p. 168 (1441)Blok, Financiën, pp. 41 (1397), 42 (1441), 56 (Wee), 83 (1428)Blok, Holl. stad Bourg., p. 69Boer, Rekeningen, p. XVII (1399; 1403; 1411)Boogman, Overgang, pp. 88 (16e e), 91 (id)Braun, Georg/Hogenberg, Franz, Civitates orbis terrarvm: Vrbivm Praecipvarvm Totivs Mvndi Liber Tertius, Coloniae Ubiorum, 1593, blz. 31
Chijs, Munten, blz. 11 (985), 14 (m.e.), 51 (1143)
Diepeveen, Vervening, pp. 28, 47 (1581), 89 (m.e.), 113 e.v. (16e e), 130(1561)Dobbelaar, Opgaven, p. 139 (1754)Doorman, Brouwerij, p. 86 (1488-95)
Engels, Geschiedenis, pp. 9 (1300), 31 (1413-14), 40 (1353), 43 (1407), 49 (1443-44), 60 (16e e), 66 (1557), 94 (Rep), 118 (1605), 124 (1792), 143 (1791)Enklaar, Stukken, p. 309 (1562)Enklaar, D.Th., De opkomst van den grafelijken raad in Holland, in: BGN 1946, deel 1, blz. 21
Fruin, Informacie, pp. XXVII (1544), 8 (1514), 58 (1514), 372-386 (id), 401 (id)Fruin, R., De tachtigjarige oorlog. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog 1588-1598, 7e druk, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage 1899, blz. 229
Geselschap, Zegels, p. 105(1321)Geselschap, J., Alfabetische naamlijst van de vroedschap van Gouda, 1559-1795, Gouda 1975Goes, Register I, pp. 37 (1525), 60 (1526), 62 (id), 94 (1527), 108 (id), 122 ((1528), 180 (id), 186 (id), 194 (id), 219 (1529), 246 e.v. (1530), 268 (id); II, pp. 561 (1549), 572 e.v. (id), 579 e.v. (id), 601 (id), 628 e.v. (id), 643 (id); III, p. 469 (1554); IV, pp. 18 (1555), 20 (id), 25 (id), 74 (id), 140 (id), 152 (id), 157(id); V, p. 94 (1557)Gosses, Stadsbezit, pp. 10 e.v. (1378-95), 14 (1400), 18 (m.e.)Groot, Zweder, p. 93 (1456)
Halma, Tooneel I, pp. 368 (1272), 423 (1427; 1468) Heinsius , J., De financiën van de stad Gouda in de 15de eeuw, in: BVGO 1903, blz. 291-376 Henne, Histoire II, p. 249 (1519)Hermesdorf, Ontmoeting, p. 204 (1482)Huges, J., Een Goudsch Vredesplan van 1588 en nog iets over mr. Franchois Vranck, in: BVGO 1910, blz. 157-168
Jansma, Raad, pp. 139 (1456), 162 (1444)
Kerkchoffs-de Hey, Grote (Bio), pp. 80 (1506-07), 110 (1507)Kesper, L.A., De Goudsche vroedschap en de religie, in: BVGO 1902, blz. 391-428Klein, Gouden, p. 550 (17e-18e e)Klein, Heffing (1599-1722)Kluitman, M.H., Beknopte Beschrijving der stad Gouda , Gouda, G.B. van Goor, 1841Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785Kruisheer, Oorkonden, pp. 321 (1272), 350 (1282)
Lange van Wijngaarden, de, Geschiedenis der heeren en beschrijving der stad van der Goude, deel 1; deel 3,1879Leeuw 1883, deel 1, blz. 42Leeuw 1863, nr. 1, blz. 40
Meerkamp van Embden, Goudsche (1525-60)
Navorscher 1852, blz. 39, 302; 1870, blz. 468; Bijbl. IV, p. XCIII (1571); XXIV, pp. 54 e.v. (17e e), 219 (id)Nierop, Aanvang, p. 197 (1716)
Oldewelt, Beroepsstructuur, pp. 91 e.v. (1715), 95 (1742), 140 e.v. (1715), 187 e.v. (1742)
Ram, Lettres, pp. 217 e.v. (1553)Rees, Geschiedenis I, pp. 115 (1554), 116 (1555), 161 e.v. (1529)
Scheltema J.N./ Tebbenhof, C.A. Inventaris van het Oud Archief der Gemeente Gouda, van het jaar 1325 tot 1812. Gouda 1876, besproken in BVGO 1877, blz. 65-67Smidt/Rompaey, Chronologische III, p. 314 (1537)Smidt/Strubbe, Chronologische I, pp. 9 (1470), 219 (1486), 353 (1501)Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, pp. 23 (1505), 147 (1514), 311 (1524)
Tegenwoordige Staat Zeeland I,p. 217 (16e e)Tersteeg, J., Merkwaardige posten uit oude stadsrekeningen, in: BVGO 1905, blz. 393-411Tersteeg, J., Vijf bange jaren (Gouda 1572-1576), in: BVGO 1906, blz. 1-15
Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851Vorstman, Stukken (16e e)
W.D.B.I.U.A. 1874, 7 februari, p. 3Wijnpersse, Statistiek, p. 386 (1854)