Stad in Zuid-Holland. Ook Leithenalgemeen=de burcht dateert van rond 1100 [ter Laan, blz. 237]=in 1186 als stad vermeld [Wink, blz. 733]=In 1206 blijkt voor de eerste maal van inmenging van Hollandse steden in de staatkunde, toen de hulde van Dordrecht, Vlaardingen, Leiden en Haarlem, blijkbaar als centra van de hoofddelen van het grafelijk territorium, vereist werd voor de erkenning van Lodewijk van Loon [Enklaar25] =Leiden krijgt in 1266 stadsrechten [Enklaar17]=in 1294, na de eerste bemuring, voor het eerst uitgelegd [Verwoert2, blz. 17; Went, Verfmolen, blz. 267]=in 1381 was er tussen enige Hollandse edelen en burgers van Leiden een hevig geschil ontstaan [Kok2, blz. 680]=op 28 december 1574 krijgt Leiden een provinciale academie; op 8 februari 1575 geopend en bij Resolutie van 6 januari 1775 bevestigd als een exclusief recht binnen Holland en Zeeland [Kok1, blz. 164-165]=in 1575 zijn er circa 10.000 inwoners [Egmond, Jean, blz. 91=Leiden koopt in 1610 de ambachtsheerlijkheid Zoeterwoude [Ripperda, Politie24]=Leiden koopt in 1616 de hoge heerlijkheid Oegstgeest [Ripperda, Politie24]=in 1635 sterft ongeveer een derde van de bevolking aan de pest, 15.000 mensen [Egmond, Jean, blz. 90]=in 1655 sterft ongeveer een kwart van de bevolking aan de pest, 12.000 mensen [Egmond, Jean, blz. 90]=in 1659 voor het laatst uitgelegd [Verwoert2, blz. 17; Went, Verfmolen, blz. 267]=in 1807 ontploft een kruitschip; een deel van de stad werd verwoest [Verwoert2, blz. 18; Wink, blz. 733]
belastingenaccijnsMaurits de Viry [....-1650] laat zich in 1639, reeds afgestudeerd, opnieuw inschrijven als student om daarmee vrijdom van accijns te verkrijgen [Navorscher 1852, blz. 68]bottingOok werden de beden in die steden, welke niet geheel vrij verklaard waren wel geheven om de twee drie of meerdere jaren en dan Bottingen genaamd, als blijkt uit de handvesten en voorregten in 1266 door Graaf Floris aan die van Leijden gegeven [Engels, blz. 28] collaterale successie=in 1638 bedraagt het tarief de 20e penning [Neuteboom-Dieleman, blz. 75]=In 1652 komt op de waarde van de bezittingen in de nalatenschap van Jean Provost een bedrag van f 716:11:8 in mindering aan collaterale successie, verponding en morgengeld [Egmond, Provost, blz. 97]=In 1674 wordt over de nalatenschap van Anthoine Provost [1634-1673; een bedrag van 371 gulden en 10 stuivers aan collaterale successie betaald [Egmond, Jean, blz. 106]=in 1721 geheven in Leiden tegen de 20e penning [Sonneveld, blz. 521, 526-527]deurwaarderWillem Sinot was deurwaarder der directe belastingen [Boers, Nut, blz.165]gemene middelenWillem Adriaan van der Goes is ontvanger der gemenelandsmiddelen in Leiden [Leeuw1883, blz. 36]Daniel van Alphen is ontvanger-generaal van de gemene middelen in Leiden [Neuteboom-Dieleman, blz. 61]Daniel van Alphen was ontvanger der gemenelandsmiddelen over Leiden en Rijnland [Kok2, blz. 693]Simon van Alphen [...-1669] was ontvanger der gemenelandsmiddelen over Leiden en Rijnland [Kok2, blz. 693-694]Johannes van Alphen [...-1655] was commies bij broer Simon, ontvanger der gemenelandsmiddelen over Leiden en Rijnland [Kok2, blz. 693-694]
honderdste penning=Op 17 augustus 1595 verzoekt Wouter van Halewijn om kwijtschelding van de 100e penning wegens het kopen van een huis op de hoek van de Oosterlingsplaats [Nav1870.587]=In een nalatenschap in 1719: Nog is de boedel belast wegens de 100e penning , 50 gulden per jaar [Sonneveld, blz. 526]=Daniel van Alphen [....-1727] was Ontvanger van de reële honderdste penning of van de hele extraordinaire verponding in Leiden; vervolgens onder-secretaris (later genaamd secretaris van de rekenkamer) en daarna griffier van die stad [Kok2, blz. 696]
hoofdgeld=in 1622 in Leiden geheven [Navorscher 1853, blz. 70]morgengeldIn 1652 komt op de waarde van de bezittingen in de nalatenschap van Jean Provost een bedrag van f 716:11:8 in mindering aan collaterale successie, verponding en morgengeld [Egmond, Provost, blz. 97]ommezetIn 1433 komt Barthout van Bakenesse van het Rapenburg voor in het register van de ommezet [Chalmot33] tweehonderste penningIn 1674 wordt Joris van de Velde aangeslagen in de 200e penning naar een geschat vermogen van f 42.000. Hij behoort tot de honderd hoogstaangeslagenen in Leiden.twintigste penning=In een nalatenschap in 1719: Nog wat is betaald wegens de stad van de 20e penning aan het gemeensland 96:17:2[Sonneveld, blz. 526]verponding=In 1652 komt op de waarde van de bezittingen in de nalatenschap van Jean Provost een bedrag van f 716:11:8 in mindering aan collaterale successie, verponding en morgengeld [Egmond, Provost, blz. 97]=Daniel van Alphen [....-1727] was Ontvanger van de reële honderdste penning of van de hele extraordinaire verponding in Leiden; vervolgens onder-secretaris (later genaamd secretaris van de rekenkamer) en daarna griffier van die stad [Kok2, blz. 696]
vrijdom="om hunne liefde met edelmoedige dankerkentenisse te paaren, gaf Willem van Oranje, volgens wettig gezag, aan deeze bewaarders en verdeedigers der edele Vrijheid, de keuze om, voor eenige Jaaren, ontlast te zijn van Impost, Tollen en Schattingen; of het Voorrecht, van in hunne Stad eene Academie te mogen oprichten. Naar tijdsomstandigheden, scheen de ontheffing van belastingen, voor 't uitgeputte Leiden, het dienstigste, doch de Hooge School het eerlijkste. Daarenboven was de vrijheid van lasten slegts voor een tijd; en de nood des Lands kon vereisschen, dat deeze noodzaaklijk moesten opgebracht worden. De Academie, daarentegen, scheen, onder den invloed van den Goddelijken zegen, duurzaam, nuttig, voordeelig en roemrijk te zullen zijn" [Kok1, blz. 165]=In de gerechtsdagboeken van Leyden, fol. L, blz 15, vindt men een verzoek van Hibbaeus Magnus van 21 september 1623, waarin hij zegt rector geweest te zijn te Norden in Emderland, doch die plaats te hebben verlaten wegens de komst van de graaf van Mansfeld, van wie hij veel overlast gehad heeft. Hij wilde met vrouw en kinderen zich te Leiden vestigen, daar de lessen aan de Hogeschool waarnemen, teneinde zich meer te mogen oefenen, en verzocht met dat oogmerk vrijdom van stedelijke accijnsen [Navorscher1853, blz. 215]=Joannes Spilleur schrijft zich in 1660 in aan de Leidse universiteit en heeft als “huys houdende lidtmaet vrydom van impost genooten” [Neuteboom-Dieleman, blz. 76]weekgeldIn 1566 betaalde Thomas van Hogendorp aan weekgeld twee stuivers in de week [Navorscher 1870, blz. 54].
bestuurbuitencollegesGecommitteerde Raden van Holland in het Zuiderkwartier=Mauringh Cornelisz van der Aa [........-1662] was gecommitteerde van 1 mei 1648 tot 30 april 1651 en van 1 mei 1657 tot [Repertorium]
rekenkamer van Holland=Jacob van der Meer, heer van Hoogeveen, was raad en burgemeester van deze stad en wegens deselve gecommitteerd in de provinciale rekenkamer van Holland [Leeuw1886, blz. 91]Staten-Generaal=Daniel van Alphen [1650-1733] is van 1 mei 1712 tot 1 mei 1715 gecommitteerd [NNBW 1911, blz. 83]
burgemeester-Willem van Heemskerk [1524-1592] is in 1564 en meermaals daarna burgemeester van Leiden [WP8.196; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 289]-Claas van Heemskerk [1535-1616] wordt in 1578 lid van de vroedschap en president-schepen [WP8.196]=in 1574 is Huyck Claesz.Gael burgemeester tezamen met Pieter Adriaansz van der Werf , Dirk Jacobsz van Montfoort en Willem van Loo [Leeuw35]=in 1610 is Cornelis van Warmont burgemeester. Hij trouwt in dat jaar met Anna van Dorp, dochter van Hendrik van Dorp en Clara Mannaert [Neuteboom-Dieleman, blz. 57]=op 23 oktober 1618 wordt Cornelis van Gooten [....-1624] burgemeester [Leeuw1883, blz. 35]=in 1623 en 1640 is Daniël van Alphen burgemeester [Kok2, blz. 693; Neuteboom-Dieleman, blz. 61]=Pieter van Leyden, heer van Vlaardingen, Vlaardingerambacht, Babberspolder, Middelburg, Nieuwenhoorn, Nieuwegoten, Nieuwland, enz., was burgemeester van Leiden [Leeuw1883, blz. 85]=Daniel Symonsz van Alphen wordt op 23 december 1709 burgemeester van Leiden. [NNBW 1911, blz. 83] =Daniel van Alphen [1650-1733] was burgemeester [Kobus/Rivecourt1.31; Kok2, blz. 693]=mr. Frans Kerchem [1667-....] is burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 265]=Jacob Emmery baron van Wassenaer is burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 53]=Daniel Symonsz van Alphen [1623-1673] was veertigraad, schepen en burgemeester van Leiden. [Kok2, blz. 694; NNBW 1911, blz. 83] =Daniel van Alphen [.....-1711] was burgemeester [Kobus/Rivecourt1.31; Kok2, blz. 693]=Daniel van Alphen [1650-1733] wordt op 23 december 1709 burgemeester [Kobus/Rivecourt1.31; Kok2, bl. 696]=In 1680 is Herman Schuijl burgemeester [Vorm, Sweringen, blz. 39]=Johan van den Berg wordt in 1717 burgemeester. Zijn huis wordt in 1748 bij een oproer geplunderd en hijzelf mishandeld [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 46]=Abraham Johanneszoon van Alphen [......-1721] was raad in de vroedschap, vervolgens schepen en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]=Daniel Gerritszoon van Alphen [1653-1725] was raad in de vroedschap [1702]; vervolgens schepen [1713] en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]=Johan van Assendelft [.....-1728] was veertigraad, schepen en burgemeester te Leiden [Leeuw1885, blz. 4]=Coenraad Teding van Berkhout [1714-1770] is burgemeester [Leeuw1883, blz. 36]=Jacob van der Meer, heer van Hoogeveen, was raad en burgemeester van deze stad en wegens deselve gecommitteerd in de provinciale rekenkamer van Holland [Leeuw1886, blz. 91]-in 1753 is mr. Nicolaas van de Velde burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 38]-in 1753 is mr. Abraham Allensoon burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 32]-in 1753 is mr. Diderik van Leyden burgemeester en heer van Vlaardingen en Vlaardingerambacht [Groot Charterboek deel 1 blz. 38]-in 1753 is mr. Jacob van der Meer, heer van Hoogeveen burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 38]-in 1753 is mr. Johan van der Marck burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]-in 1753 is mr. J. van den Berg burgemeester [Groot Charterboek deel 1 blz. 28]=Nicolaas van Alphen [1716-1784] was raad in de vroedschap [1749]; vervolgens schepen [1757] en daarna burgemeester [1767] van de stad Leiden [Kok2, blz. 699]
burggraaf-in de 10e eeuw was graaf Dirk II burggraaf [Verwoert2, blz. 17]-in een brief van 1083 is reeds sprake van burggraven van Leiden [Verwert, Handwoordenboek I, blz 106] -In 1190 is Jacob Alewijnsz burggraaf van Leiden [Roelants, gulden, blz. 270]=Dirk van Wassenaar was burggraaf van Leiden, getrouwd met Barta van Teylingen [Aa, Aard2, blz. 115; Leeuw1883, blz. 11]-In 1339 wordt Philips van Wassenaar burggraaf van Leiden [Adel1925, blz. 235]-in 1420 is Philips heer van Wassenaar en burggraaf van Leiden [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 358]-in 1651 kocht Leiden de burg en de burggrafelijke titel van de prins van Ligne. Een van de burgemeesters werd toen burggraaf [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 106]=Jan II was de laatste burggraaf van Leiden [Leeuw1884, blz. 93]gouverneurIn 1574 is Jacob van der Does gouverneur van de stad [Leeuw 1883, blz. 30; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 159]griffierMr. Pieter Teding van Berkhout [1688-...] is griffier van Leiden [Leeuw1883, blz. 36, 46]Gerrit van Alphen [...-1662] was griffier [Kok2, blz. 694]=Daniel van Alphen [....-1727] was Ontvanger van de reële honderdste penning of van de hele extraordinaire verponding in Leiden; vervolgens onder-secretaris (later genaamd secretaris van de rekenkamer) en daarna griffier van die stad [Kok2, blz. 696]=Daniel van Alphen [1713-1797] is van 1749-9 november 1778 griffier in Leiden [Kobus/Rivecourt1.32; NNBW 1911, blz. 84] en heer van Achttienhoven en den Bosch [Groot Charterboek deel 1 blz. 30, 34; NNBW 1911, blz. 84]=Daniel van Alphen [1727-....] werd in 1742 veertigraad, in 1748 schepen en van 1749-1778 griffier [Kok2, blz. 697]pensionaris=Paulus Buys [1531-1594] , heer van Vliet en Capelle was pensionaris [Wink, blz. 225]Gerard van Hoogeveen [1524-1580] [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 320] =in 1753 is mr. David van Royen raad en pensionaris [Groot Charterboek deel 1 blz. 28, 36]=Hieronymus van Alphen [1746-1803] is pensionaris [Kobus/Rivecourt1.32; Nieuwenhuis, blz. 104; NNBW 1911, blz. 88; Wink, blz. 47]raad-mr. Frans Kerchem [1667-....] is raad [Roelants, Gulden, blz. 265]-Jacob Emmery baron van Wassenaer is raad [Roelants, Gulden, blz. 53]=Daniel van Alphen [1585-1642] was raad in de vroedschap [Kok2, blz. 693]-Daniel van Alphen [1650-1733] is raad [Kobus/Rivecourt1.31; Kok2, blz. 696]-Daniel van Alphen [1713-1797] is raad van 1742-1749 [Kobus/Rivecourt1.32; NNBW 1911, blz. 84]-mr. Willem Plaats is in 1746 raad [Kok1, blz. 149]=Jan van Panhuys, heer van Stockem was raad in de vroedschap en oud-hoofdofficier van Leiden [Leeuw1886, blz. 91]=Jacob van der Meer, heer van Hoogeveen, was raad en burgemeester van deze stad en wegens deselve gecommitteerd in de provinciale rekenkamer van Holland [Leeuw1886, blz. 91]=Willem Barend van Alphen [....-1782] was raad en pensionaris in Rotterdam [Kok2, blz. 700]=in 1752-1753 is mr. Jacob Heyns schepen en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 34; Leeuw1886, blz. 91]-in 1753 is mr. David van Royen raad en pensionaris [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]-in 1753 is mr. Nicolaas Romswinkel schepen en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]=in 1789 is Hieronijmus van Alphen raad en pensionaris [Westhoff, blz 233]raadpensionaris=Hieronimus van Alphen was raadpensionaris in Leiden [Kluitman, blz. 62]rekenmeester=Daniel van Alphen [1650-1733] wordt op 7 augustus 1684 rekenmeester[NNBW 1911, blz. 83]schepen=in 1442 is Gerrit Hasselaer [1400-1472] schepen en nadien in de periode 1449-1472 meermalen [Navorscher 1853, blz. 106]=Dirk Dirksz van Alphen [.....-1501] was meermalen schepen [Kok2, blz. 685]=in 1522 zijn Claes Claeszn en Drck Claeszn schepenen [Leeuw1886, blz. 28]=in 1618 is Daniël van Alphen [1585-1642] schepen [Kok2, blz.693; Neuteboom-Dieleman, blz. 61]=in 1629 is Cornelis van Dorp schepen van Leiden [Neuteboom-Dieleman, blz. 79]=Daniel Symonsz van Alphen [1623-1673] is schepen van Leiden. [NNBW 1911, blz. 83] =in 1634 is Leenert Gerritsz. schepen [Vorm, Bijzonder, blz. 450]=Daniel van Alphen [...-1711] was schepen [Kobus/Rivecourt1.31]=Daniel van Alphen [1650-1733] wordt op 26 juli 1683 schepen [Kobus/Rivecourt1.31; Kok2, blz. 696]=Daniel Symonsz van Alphen [1623-1673] was veertigraad, schepen en burgemeester van Leiden. [Kok2, blz. 694; NNBW 1911, blz. 83] =Daniel Gerritszoon van Alphen [1653-1725] was raad in de vroedschap [1702]; vervolgens schepen [1713] en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]=mr. Frans Kerchem [1667-....] is schepen [Roelants, Gulden, blz. 265]=Johan Becius wordt op 20 november 1674 tot schepen gekozen [NNBW 1911, blz. 269]=Abraham Johanneszoon van Alphen [......-1721] was raad in de vroedschap, vervolgens schepen en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]-Johan van Assendelft [.....-1728] was veertigraad, schepen en burgemeester te Leiden [Leeuw1885, blz. 4]=Daniel van Alphen [1713-1797] is in 1748 schepen [Kobus/Rivecourt1.32; NNBW 1911, blz. 84]=Coenraad Teding van Berkhout [1714-1770] is schepen [Leeuw1883, blz. 36]=Daniel van Alphen [1727-....] werd in 1742 veertigraad, in 1748 schepen en van 1749-1778 griffier [Kok2, blz. 697]=in 1752 was mr. Thinon van Schoonhoven schepen van Leiden [Leeuw1886, blz. 91]=in 1752-1753 is mr. Jacob Heyns schepen en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 34; Leeuw1886, blz. 91]=in 1753 is mr. Nicolaas Romswinkel schepen en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]=in 1753 is mr. Salomon Lynslager schepen [Groot Charterboek deel 1 blz. 34]=in 1753 is mr. Jacob Pla schepen en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]=in 1753 is dr. Johan Frederik Gronovius president-schepen [Groot Charterboek deel 1 blz. 34]=Nicolaas van Alphen [1716-1784] was raad in de vroedschap [1749]; vervolgens schepen [1757] en daarna burgemeester [1767] van de stad Leiden [Kok2, blz. 699]=in 1788 was …. van Panhuys schepen [Gens Nostra 1948/5, blz. 74]schoutFoy van Broekhoven [....-1610] is schout en baljuw van Rijnland [Aa, Aard1, blz. 42]Jan van Swieten is schout van Leiden [Roelants, Gulden, blz. 87]secretaris =in 1564 wordt Jan van Hout [1542-1609] secretaris [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 329]. In 1582 diende Jan van Hout, de beroemde secretaris van Leiden gedurende het beleg, uit naam zijner regering een remonstrantie bij de Staten van Holland in tegen de blijkbare heerszucht van een, kort te voren te Middelburg gehouden, nationale synode, en hij kon, zodoende, op de bijval van de grote meerderheid der vroedschappen rekenen [Fruin, Tien, blz. 279]=Jan Orlers was secretaris [Verwoert2, blz. 118]=Gerrit van Alphen [....-1662] was onder-secretaris, later genoemd secretaris van de rekenkamer, nadien was hij griffier [Kok2, blz. 694]=Daniel van Alphen [....-1727] was Ontvanger van de reële honderdste penning of van de hele extraordinaire verponding in Leiden; vervolgens onder-secretaris (later genaamd secretaris van de rekenkamer) en daarna griffier van die stad [Kok2, blz. 696]=J.J. Hubrecht is secretaris van Leiden [NNBW 1911, blz. 316]=in 1753 is mr. D. van Royen secretaris [Groot Charterboek deel 1 blz. 28]veertigraad=Willem Claesz Doornik [....-1489] werd op 21 april 1477 veertigraad in de stad Leiden [Leeuw1883, blz.11]=Dirk Dirksz van Alphen was van 1481-1501 veertigraad [Kok2, blz. 685]=mr Willem Simonz van Oij [1509-1545] is veertigraad [Nav1870.375]=Floris Willemszn van Oij [1545-1570]is veertigraad [Nav1870.375]=Reinier Jacobszn van Oij [1523-1574]is veertigraad [Nav1870.375]=Simon van Alphen was veertigraad [Kok2, blz. 693]=in 1618 is Daniël van Alphen veertigraad [Neuteboom-Dieleman, blz. 61]=Daniel Symonsz van Alphen [1623-1673] was veertigraad, schepen en burgemeester van Leiden. [Kok2, blz. 694; NNBW 1911, blz. 83] =Daniel Gerritszoon van Alphen [1653-1725] was raad in de vroedschap [1702]; vervolgens schepen [1713] en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]=Abraham Johanneszoon van Alphen [......-1721] was raad in de vroedschap, vervolgens schepen en daarna burgemeester [1722] van de stad Leiden [Kok2, blz. 694]=Johan van Assendelft [.....-1728] was veertigraad, schepen en burgemeester te Leiden [Leeuw1885, blz. 4]=Daniel van Alphen [1650-1733] wordt op 18 augustus 1681 veertigraad [Kobus/Rivecourt1.31; NNBW 1911, blz 83]=Huijbrecht de Haes van Spruijtenburgh was veertigraad in Leiden [Hoogerbrugge/Slootweg, blz. 531]=mr. Pieter Teding van Berkhout [1711-1744] is veertigraad [Leeuw1883, blz. 35-36, 46]=Coenraad Teding van Berkhout [1714-1770] is in 1746 veertigraad [Leeuw1883, blz. 36]=Daniel van Alphen [1727-....] werd in 1742 veertigraad, in 1748 schepen en van 1749-1778 griffier [Kok2, blz. 697]=Nicolaas van Alphen [1716-1784] was raad in de vroedschap [1749]; vervolgens schepen [1757] en daarna burgemeester [1767] van de stad Leiden [Kok2, blz. 699]in 1753 is mr. Cipriaan Testart veertigraad [Groot Charterboek deel 1 blz. 37]in 1753 is mr. Michiel Pompe van Slingeland veertigraad [Groot Charterboek deel 1 blz. 37]in 1753 is mr. Maarten Marcus veertigraad [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]in 1753 is mr. Jan Huibrecht veertig en raad [Groot Charterboek deel 1 blz. 36]in 1753 is mr. Nicolaas van Alphen veertigraad [Groot Charterboek deel 1 blz. 32]=Abraham van Alphen [1729-......] was raad in de vroedschap [1761]; vervolgens schepen [1765] van de stad Leiden [Kok2, blz. 699]
vroedschap=Van 1632-1662 is Mauringh Cornelisz van der Aa lid van de vroedschap [Repertorium]=Daniel van Alphen [....-1711] was lid [Kok2, blz. 693=Daniel van Alphen [1650-1733] is lid van 1681-1706 [Kok2, blz. 693; NNBW 1911, blz. 83]=F.D. Changuion (1766-1850) is van 1788-1795 vroedschap in Leiden [Horst, Republiek, blz. 238]
financiënlijfrenten=op 12 april 1425 verkoopt men in Leiden lijfrenten om de kosten te dekken van het beleg van Schoonhoven [Navorscher 1852, blz. 39]loterij=in 1504 wordt een loterij gehouden ter verbetering van de Leidse financiën [Nav1870, blz. 53]papiergeld=op 10 juli 1574 wordt in Leiden papiergeld gedrukt van 28 en 14 stuivers Navorscher 1851, blz. 283; Navorscher 1852, blz. 75]waterstaat=op 14 augustus 1423 belooft Leiden 490 guldens te zullen bijdragen aan de herdijking van de Grote Waard [Regt, blz. 35]
gemeentealgemeen=in 1910 groot 511 hectare met 58.221 inwoners [Wink,, blz. 733]=in 1968 waren er 103.000 inwoners [ter Laan, blz. 236] burgemeesterJhr. Daniël Francois van Alphen [1774-1840] was burgemeester van Leiden [NNBW 1911, blz. 85]raadslid=in 1839 is Diderik van Leyden Gael van Vlaardingen [Aa, Aard1, blz. 42]=in......was Paulus du Rieu [ 1815-1883] lid van de raad [Leeuw1883, blz. 48]=mr. Karel Jan Frederik Cornelis Kneppelhout, heer van Sterkenburg [1818-1885] was lid van de gemeenteraad van 1863-1869 [Leeuw1885, blz. 61]=Stephanus de Clercq [1826-...] was raadslid in Leiden [Leeuw1887, blz.. 22]=Jan van Heukelom [1813-1886] was lid van de gemeenteraad en van provinciale staten van Zuidholland [Leeuw1886, blz. 40]=in 1899 wordt mr. Petrus Josephus Mattheus Aalberse lid [Wie is dat10]wethouder=Simon Cornelis Martinus Knappert [1839-.....] is wethouder van Leiden en controleur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen [Roelants, Gulden, blz. 17]=Herman Cornelis Hartevelt [1818-....] was wethouder in Leiden en lid van P.S. van Zuid-Holland [Leeuw1887, blz. 22]=in 1901 wordt mr. Petrus Josephus Mattheus Aalberse wethouder voor sociale aangelegenheden [Wie10]
oorlog=in mei 1420 kwam de stad in handen van hertog Jan [Verwoert2, blz. 17]=De stad Leiden betaalt Jean de Salazar [Jan Zalisaert] rond 1481 voor 100 voetknechten en 50 ruiters 11.415 pond, 17 st en 8 deniers [Navorscher 1852, blz. 302]=Eerst in 1495 heeft er in Den Haag, in het Jacobijnenklooster, een algemene afrekening plaats gehad tussen de stemhebbende steden (met de haar toegevoegde dorpen in het Gemeene Land. Leiden verschijnt er met een uitgave van 137,673 pond 13 s. 11 d. (van 40 gt.) en een tekort van 9619 pond. 17 s. 4 d. [Navorscher 1852, blz. 302]=op 31 oktober 1573 ving het beleg door de Spanjaarden aan; op 21 maart 1574 opgebroken toen werd bericht dat Lodewijk van Nassau in aantocht was, maar op 25 mei 1574 werd het beleg hervat. In de stad werd het bevel gevoerd door Johan van der Does, heer van Naaldwijk. De springvloed en de hevige storm van 1 oktober 1574 deed het waterpeil zo stijgen dat het beleg moest worden opgeheven [Verwoert2, blz. 17]=Jan,, graaf van Nassau [1535-1606] verstrekte in 1574 een grote som geld voor het ontzet van Leiden [Verwoert2, blz. 92]=Goverd Brassers was burgemeester van Delft. Zijn vrouw Leentgen Hubrechts dochter wordt met lof vermeld en door Hooft in zijn Nederlandse Historien genoemd bij die welke grote ijver toonden om het geld bijeen te brengen, nodig tot ontzet van Leijden in 1574; zij bracht al haar sieraden van ringen en ketenen ten offer [Kobus, blz. 246].
rechtspraak=mr. A. J. Domis was rechter in de arrondissementsrechtbank te Leiden [Leeuw1885, blz. 8]=mr. Johan van Outeren [1813-1887] was president van de arrondissementsrechtbank te Leiden [Leeuw1887, blz. 9]BRONNENgeraadpleegde bronnenNavorscher 1851-1852literatuurANF 1883, 16 augustus, p. 4 (19e e); 13 december, p. 5 (17e e); 1884, 24 april, pp. 2-3(17e e);29april,p.3(18e e)Alberts/Jansen, Welvaart, p. 99 (1344)Altmeyer, Relations, p. 65 (1519)Andreae, Oude, p. 702 (m.e.)Avis, Directe, p. 110(1471)
Bergh, Handboek, blz. 62, 65, 70, 109 (10e e), 111 Blécourt, Bewijsstukken, pp. 438-439 (1747)Blécourt, Heerlijkheden, p. 500 (1795)Blécourt, Welgeborenen, p. 323 (1733)Blink, Geschiedenis I, pp. 156 (13e e), 269 (1367)Blockmans/Prevenier, Armoede, p. 516 (16e e)Blok, Financiën, pp. 43 (1472), 64 (1389), 71 (1542), 72 (1469), 80 (14e e)Blok, P.J., Geschiedenis eener Hollandsche Stad. Eene Hollandsche Stad in den Nieuweren Tijd. Met een kaart, 's Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1918 Boers, Michael, Over het nut van huwelijkse bijlagen, in: Gens Nostra 2024/3, blz. 164-168Brand, H., Over macht en overwicht. Stedelijke elites in Leiden (1420-1510), Leuven-Apeldoorn 1996
Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 33 [1433]Chijs, Munten, blz. 1 (m.e.), 24 (id), 39-40 (m.e.) Court, P. de la, Het welvaren van Leiden, uitg. door F. Driessen, 's Gravenhage , Mart. Nijhoff, 1911
Dillen, Leiden, pp. 44 (1622), 45 (1722)Dillen, Stukken, p. 72(1681)Dillen, Summiere, pp. 168 e.v. (1622)Doorman, Brouwerij, pp. 18 e.v. (1326; 1485), 77 (1326), 79 (1346), 85 (1463), 86 (1485)Duijverman, Staat (1821-25)
Egmond, Jan van, Jean Provost (ca 1617-1654) en zijn neven en nichten, in: Ons Voorgeslacht maart 2022, blz. 89-120Engels, Geschiedenis, pp. 28 (1266), 34 (id), 42 (1345; 1402), 43 (1405), 49 (1443-44), 60 (16e e), 66 (1557), 67 (1598), 124 (1792), 143 (1791)Enklaar, D.Th., De opkomst van den grafelijken raad in Holland, in: BGN 1946, deel 1, blz. 17, 25
Francken, Leven, p. 222 (1581)Fruin, R., Het Beleg en Ontzet der stad Leiden in 1574, Leiden 1874Fruin, Informacie, pp. XXXI (1515), 42 (id), 63 (id), 93 (id). 236-247 (1514), 326 (id), 595 (1515), 606 (1515)Fruin, R., De tachtigjarige oorlog. Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog 1588-1598, 7e druk, Martinus Nijhoff, ‘s-Gravenhage 1899, blz. 279Fruin, R./J. E. H. Hooft van Iddekinge, J.E.H. en Rammelman Elsevier, W.J.C., De oude verhalen van het beleg en ontzet van Leiden, bij gelegenlieid van het derde eeuwgetijde in haar oorsproïikelijken vorm herdrukt. Namens de Historische commissie van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, uitgegeven door 's Gravenhage1874, besproken in BVGO 1877, blz. 27
Goes, Register I, pp. 37 (1525), 60 (1526), 62 (id), 94 (1527), 108 (id), 122 (1528), 180 (id), 360 (1532); II, pp. 561 (1549), 572 e.v. (id), 579 e.v. (id), 601 (id), 627 e.v. (id); III, p. 342 (1553); IV, pp. 18 (1555), 25 (id), 74 (id), 104 (id), 152 (id), 157 e.v. (id), 193 (id);V,pp.56(1557),93(id)Goor, Beschrijving, p. 36 (16e e)Gosses, Stadsbezit, p. 13 (14e e)Gosses, Vorming, pp. 252-253(1433; 1583)Gosses, Welgeborenen, pp. 44 (m.e.), 46 (id)Gouw, Ambacht, pp. 8-9 (1483), 13 (id), 65 (id)
Halma, Tooneel I, pp. 7-8 (1575; 17e e), 368(1272), 423(1427; 1468)Henne, Histoire II, p. 249 (1519)Heringa, Zelfstandig, p. 93 (1751)Hermesdorf, Ontmoeting, p. 204 (14e e)Hofdijk, W.J., Leydens Wee en Zegepraal, 1573—1574, door W. J. Hofdijk. Met Platen en Plattegronden. Leiden 1874. Houtzager, Hollands, p. 157 (1652)Hugenholtz, Clerc (15e e)
Jaarboekje voor Geschiedenis en Oudheidkunde van Leiden en Rijnland, tevens orgaan der Vereeniging Oud-Leiden, Leiden , A . W . Sijthoff, 1904 Jansma, Raad, p. 162 (15e e)
Kerckhoffs-de Hey, Grote, pp. 94 (1476), 116 (1497);Grote(Bio),pp.6(1497), 11 (1522)Knappert, L., De ramp van Leiden. Gouda, Noothoven van Goor, 1906. Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Biographisch Handwoordenboek van Nederland, Zutphen 1870, deel 1 [A t/m H], blz. 31-32, 246Kok, Jacobus, Vaderlandsch woordenboek, Eerste deel [AA-AD], 2e druk, Amsterdam, Johannes Allart 1785, blz. 149, 165Korteweg, Stadrecht, p. 51 (m.e.)Kruisheer, Oorkonden, pp. 326 (1275), 361 (1285), 372 (1290)
Leeuw 1883, deel 1, blz. 11, 35-36Ligtenberg, Chr., De armenzorg te Leiden tot het einde van de 16de eeuw. 's Gravenhage , Mart. Nijhoff, 1908
Maanen, R.C.J. van, De vermogensopbouw van de Leidse bevolking in het laatte kwart van de zestiende eeuw, in: BMGN 1978, deel 93, blz. 1 e,v,Meerkamp van Embden, A., Stadsrekeningen van Leiden (1390-1434), deel II (1424-1434), Werken, uitg. door het Hist. Genootschap, 3e Serie, No. 34. Meerkamp van Embden, Goudsche, pp. 108 (1525), 124 (1526), 139 (1528), 143 (id), 145 (id), 147 (id), 149 (id), 152 (1539), 154 (id), 155 (id), 166 e.v. (1530), 176 (id), 190 (1531), 192 (id), 194 (1532), 206 (1533), 218 (1536), 223 (1537), 227 (id), 228 e.v. (id), 233 (id), 238 (1538), 240 (1539), 242 (id)Meerkamp van Embden, Rechtspraak te Leiden in 1392, in: BVGO 1912, blz. 73-92Meilink, Hollandsche, p. 187 (16e e)Mieris, HandvestenMoll, Gemeentearchieven, p. 110 (Rep)Mooren, H.J.H., De heffing van het provisioneel middel in Leiden in 1748, in: Jaarboek der Sociale en Economische Geschiedenis van Leiden en Omstreken 1992,, blz. 18-75
Navorscher 1870, blz. 53, 54, 68, 375, 587Navorscher 1852, blz. 30, 39, 302; III, p. 171 (1603); IV, p. 350 (16e e); VII, pp. 66 (1567), 67 (1584-85), 233 (1750); VIII, p. 245 (15e-16e e); X, p. 135 (1738); XII, p. 167 (1473); XIII, p. 201 (1421); XIV, pp. 27 (1580), 299 (1572-74); XV, pp. 36-37 (1572-77); XVIII, pp. 553-555 (1459-1604); XX, p. 54 (1566); XXI, pp. 190 (1555-61), 455 (1688); XXIV, p. 230 (1748);XL,p. 186(1815)Neuteboom-Dieleman, Mirjam, Antwerpse voorouders. Nakomelingen en nalatenschap van Jeronimus Mannaert en Anna de Jonghe, in: Ons Voorgeslacht 2024, nr. 769, blz. 49-89Nierop, Aanvang, p. 192 (1498)Nierop, Quaede, p. 439 (15e- 16e e)Nieuwenhuis, G., Algemeen woordenboek van kunsten en wetenschappen A-B, Thieme, Zutphen 1820. blz. 104Nuijens, W.J.F., Geschiedenis van het Beleg en Ontzet van Leiden in 1574. Met eene kaart van het beleg. Leiden 1874. besproken in BVGO 1877, blz.
Oldewelt, Beroepsstructuur, pp. 89 (1674; 1715; 1742), 90 (1674), 92 (1715), 97 (1742), 101 e.v. (1674), 151 e.v. (1715), 216 e.v. (1742)Orlers, J. Jzn., Beschrijving der stad Leijden, twee delenOvervoorde, J.C., Archieven van de gasthuizen. Inventarissen en regestenlijsten, G. F. Theonville, Leiden, 1913); uitgave van het Leidsch gemeente-archief.
Posthumus, N.W., Bronnen tot de geschiedenis van de Leidsche textielnijverheid, I (Rijks Geschiedkundige publicatiën, no. 8). 's-Gravenhage, Mart. Nijhoff, 1910; deel III, 1574-1610 (Rijks Geschiedkundige publicatiën, no. 18), 1913; deel IV, 1611-1650 (Rijks Geschiedkundige publicatiën, no. 22), 1915Posthumus, N.W., De geschiedenis van de Leidsche lakenindustrie, I. Middeleeuwen (14e-16e eeuw), 's Gravenhage , Mart. Nyhoff, 1908.
Rees, Geschiedenis I, pp. 30-31 (15e e), 115 (1554), 116 (1555), 170 (1582)Regt, blz. 35Rooseboom, Antoni, p. 15(1679; 1690)
Schotel, G.D.J., De Academie te Leiden in de 16e, 17e en 18e eeuw. Met platen. Haarlem 1875 Smidt/Rompaey, Chronologische III, p. 173 (1535)Smidt/Strubbe, Chronologische I, pp. 10 (1470), 219 (1486), 315 (1497), 353 (1501), 437 (1492), 465 (1501)Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, pp. 7 (1504), 27 (1505), 33 (id), 37 (1506)Sonneveld, Bram, Hugo Cornelis van Sonnevelt (1645-1686), voor- en nageslacht. Een puzzeltocht aan weerszijden van de A4, in: Ons Voorgeslacht 2023, nr. 766, blz. 505-530Spiegel, Ronald van der, Oproerlingen in Leiden in 1445, in: Ons Voorgeslacht 2022, blz. 189-191 Sterck, Opkomst, pp. 161 (1345), 162 (id)
T.S. Zeeland I,p. 217 (16e e)TaxandriaV,p. 267(1765)Telders, Niet, p. 193(1733)
Unger, W.S., Hoeveel inwoners had Leiden tijdens het beleg in 1574?, in: BVGO 1915, blz. 86-92Uytven/Blockmans, Noodzaak, p. 279 (1498)
Versprille, PoorterschapVerwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 46, 159Vloten, J. van, Leidens belegering en ontzet in 1573 en 1574, naar oorspronkelijke stukken en bescheiden, Leiden, 1856, besproken in: BVGO 1856, blz 32-33Voorthuysen, Mercantilisme, p. 106 (1682)Vorm, Teun van der, Een bijzonder lijstje inwoners van Leiden (1634), in: Ons Voorgeslacht 2022, nr. 755, blz. 448-451Vorm, Teun van der, Een Rijnlandse familie Van Sweringen, in: Ons Voorgeslacht 2024, blz. 1-44
Went, Arnold van , De Verfmolen van Leiden, in: Gens Nostra, blz. 266-269Westhoff, Maja, Familiebijbel van Maria Anna Vosch van Avesaet, in: Gens Nostra 2024, jrg 79, nr. 4, blz. 233-238Wie is dat, blz.10Wilson, Taxation, p. 18 (1700)Witkam, Accijnsvrijdom (14e- 16e e)Wijnpersse, Statistiek, pp. 382 (1854), 395 (1853)Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 196 (WP)