Favorieten zoeken – het is jouw leven!
De regels van het spel:
Planteneter worden is heel eenvoudig.
Laat ik de basisregels nog eens herhalen:
Wie zich houdt aan deze drie regels, is een planteneter! Vandaag laat ik je zien hoe dat voor jou uitpakt.
Jij kiest:
Allereerst betekenen deze drie basisregels dus niet dat ik jou ga vertellen wat je moet gaan eten. Binnen deze regels ga jij dat zélf uitzoeken.
Ik kan je wel vertellen hoe goed tomaten voor je zijn, en dat je walnoten zou moeten eten om omega 3 vetzuren binnen te krijgen, maar misschien houd jij wel helemaal niet van tomaten of walnoten. Gelukkig is het plantenrijk nogal divers en gevarieerd – er zijn altijd alternatieven die jij wel lust.
Het kan ook zijn dat je een voedingsallergie hebt. Sommige mensen kunnen beslist geen noten of pinda’s eten. Andere mensen krijgen uitslag van aardbeien, jeuk van appels of worden benauwd van kool. Dan is het helder: dergelijke dingen eerst maar even vermijden! En dat kan: want jij bepaalt wat je gaat eten!
Verwacht verandering:
Ik zeg ‘eerst maar even niet eten’, omdat het niet onwaarschijnlijk is dat je allergie gaat verdwijnen. Als jij stopt met het eten van dierlijke eiwitten wordt je lymfesysteem en je bloed schoner en dat heeft grote gevolgen.
Allergie is vaak een teken van verstopping van lymfevocht en van een onbalans in je hormonen. Wees niet verbaasd als dat na een poos planten eten verdwijnt! Ik heb het zelf meegemaakt.
Dat geldt trouwens ook voor je smaak. Vlees heeft van nature nauwelijks smaak en dus ben je waarschijnlijk gewend aan veel scherpe kruiden, smaakversterkers, suiker en zout. Voorverpakt eten zit helemaal vol met die rommel. Als je dat niet langer binnen krijgt, worden je smaakpapillen weer schoon en gevoelig en ga je anders proeven.
Bovendien vernieuwen de cellen van je lichaam zich regelmatig en ook daardoor zal je smaak veranderen. Je zult merken dat je sommige dingen die je nu niet lust, ontzettend gaat waarderen. Vind je dat moeilijk te geloven? Geef het een kans in het 28-dagen programma!
Favorieten:
Dus jij kiest wat je gaat eten. Punt uit.
Maar wel:
Waar kun je zoal uit kiezen?
Vers en gedroogd fruit: appels, peren, bananen, sinaasappels, mandarijnen, citroenen, grapefruits, druiven, kersen, allerlei soorten bessen, aardbeien, kiwi’s, meloenen, mango’s, papaja’s, dadels, vijgen, rozijnen, pruimen, abrikozen, granaatappels en nog veel meer. En denk eens aan de vers geperste sappen hiervan.
Groente: spinazie, broccoli, postelein, bleekselderij, knolvenkel, wortelen, rode bieten, alle soorten kool (van bloemkool tot boerenkool en van spruitjes tot rode kool), alle soorten sla, tomaat, komkommer, sperziebonen, artisjokken, asperges, prei, ui, zuurkool, alle soorten bonen, erwten en linzen (peulvruchten), aardappelen en zoete aardappelen, champignons en ga maar door. Rauw, gekookt, gestoomd, gewokt, gebakken – het kan allemaal.
Granen en pseudogranen: alle soorten volkoren brood (tarwe, rogge, spelt, gerst), volkoren crackers, volkoren pasta, muesli, havermout, couscous, gierst, boekweit, rijst, wilde rijst, quinoa, amaranth, enzovoort. Granen kun je koken, granen kun je rauw of gekiemd eten en met granen kun je heerlijk bakken.
Plantaardige melk zoals sojamelk, rijstemelk, kokosmelk, speltmelk, havermelk, amandelmelk, hazelnootmelk. Rijstemelk en amandelmelk kun je heel gemakkelijk zelf maken.
Noten, zaden en superfoods zoals walnoten, amandelen, macadamianoten, cashewnoten, hazelnoten, pecannoten, chiazaden, lijnzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten, hennepzaad, gojibessen, macapoeder en nog vele andere superfoods.