De eerste keer links
In 2001 gingen we voor het eerst met ons gezin naar Engeland, wat het begin van een serie zou worden. Elke volgende aflevering van de vakantie vertoonde een zelfde patroon: met z’n vieren in de auto, met de boot het kanaal oversteken en drie weken in een tent kamperen.
De oorsprong om naar het continent te gaan stamt uit een vroegere periode. Wij, ouders, hadden de Engelse bodem al in een eerder stadium bezocht, en sporen op het eiland achtergelaten. Die kiemzaadjes zijn tijdens onze afwezigheid in leven gebleven, gaan rijpen toen we terugkwamen, en uiteindelijk in volle pracht gaan bloeien. Vooral dankzij mijn vrouw hebben de wortels grip gekregen, want Inge is een uitstekend tuinierster en is er als eerste, als zeventienjarig meisje, op vakantie geweest. Samen met haar ouders, broers en zus hebben ze in het zuiden van Engeland in tenten gekampeerd. Jammer dat ik er nog niet bij was! Ik mocht er later naar toe, toen we nog niet zolang samenwoonden. Het was echter geen vakantie, maar een werkverplichting. Inge kon daarom niet mee. De stand was weer gelijk: 1-1. Gedurende een werkweek volgde ik samen met een collega een cursus in Manchester. Het was mijn eerste vliegreis. Alles was nog onbekend: mijn prille baan, de lesstof, de Engelse klas. Ik zag niet veel meer dan de leslokalen, het hotel met ’s morgens een vet ontbijt en ‘s avonds snooker en bier zonder schuim. Ik herinner me een busreis, een excursie naar een textielfabriek, het uitzicht op heuvellandschappen, afgewisseld met vieze industriegebieden en Manchester van oudsher een textielstad. Voor de terugvlucht moesten we uitwijken naar Liverpool, de stad van de Beatles, met toepasselijk het John Lennon Airport. We stonden al een lange tijd op het vliegtuig te wachten, maar ons vluchtnummer wilde maar niet op het scherm verschijnen. In de kakofonie van informatie werd plots onze aandacht van het zien naar het gehoor gericht. Door de luidsprekers werden twee namen omgeroepen, die me bekend voorkwamen. Net alsof je in een droom je naam hoort, wakker wordt en niet weet of die stem echt is of onderdeel van de droom. De boodschap werd nog één keer herhaald en het was zeker geen droom. ‘Herrie Ven Hoef, dit is de laatste mogelijkheid om in te checken.’ Wat hebben we nog hard moeten rennen om het vliegtuig niet te missen, want we stonden in de verkeerde hal, aan de andere zijde van het vliegveld.
De eerste keer vergeet je nooit meer. Maar mijn eerdere ervaring had niets met vakantie te doen, telde eigenlijk niet. Het was Inge die me overhaalde eens in Engeland te gaan kamperen. Ik twijfelde, het weer, veel regen... We waren al een paar keer weggespoeld in Frankrijk en in het Zwarte Woud. Waarom niet verder naar het zuiden? De kans op regen is in Engeland toch alleen maar groter? ‘Aan de zuidkant valt dat best wel mee,’ zei ze. ‘De warme golfstroom gaat langs de zuidkust. Er groeien zelfs palmbomen. Wij hebben toen drie weken een hittegolf gehad, geen spatje regen.’ Die vakantie had goede herinneringen achtergelaten. Ze was verliefd geworden op Engeland. Ze heeft me meegenomen en ik werd ook verliefd. Misschien komt het door mijn liefde voor de zee. De zee heeft altijd een grote aantrekkingskracht op mij gehad. De boottocht heeft iets fascinerend. Op het dek staan en de zeewind, die als de stem van God, je ziel raakt en je schoon blaast. De eerste keer op de boot vergeet je nooit meer. Het is ook het enigste wat ik toen van die vakantie heb opgeschreven.
▲ Dorset, Blandford Forum
08-07-2001
De Seacat gaat over van Oostende naar Dover. Na ingecheckt te hebben en de auto weggemoffeld, waarbij we nog nauwelijks kunnen uitstappen vanwege de krapte, wachten we op het dek op vertrek. Het mooie weer van de afgelopen weken is, zoals betaamt bij onze kampeerreizen, verdwenen. We staan met onze korte broeken en slippers bijna te rillen bij de mistige, ferme zeebries. De reis duurt een uur langer dan normaal, vanwege de weersomstandigheden met windkracht zes. We mogen ook niet ver het dek op, te gevaarlijk. Beneden merk je er niet veel van, het is net of je in de trein zit. Als ik toch even het kleine stukje toegestane dek opga, merk ik hoe hard het gaat en de enorme kracht van de wind. Je moet met beide handen de reling vasthouden, anders sla je overboord. Toch ongelooflijk, die techniek, honderden auto’s aan boord, op de woeste zee, probleemloos de golven te baas, waarbij je niet eens zeeziek wordt. De Seacat vliegt bijna over het water. Pas als we van de boot wegrijden zijn Inge en Monique een beetje misselijk, eerder te wijten aan de bedompte lucht binnen dan aan de schommelingen.
Het autorijden in Engeland is een hele ervaring. Je moet voortdurend nadenken. De aangeleerde automatismen gelden niet meer. Alles moet nu in spiegelbeeld gebeuren, de andere hersenhelft dient nu actief te zijn. Dat vergt opperste concentratie, die door vermoeidheid van het vroege opstaan en de al lange reis, de reservekrachten aanboort. Op de snelweg valt het wel mee, je volgt gewoon de stroom en op de linkerbaan doe je net of je aan het inhalen bent. Op de smalle binnenwegen is het toch wel lastig dat je stuur aan de verkeerde kant zit. Je moet voortdurend opletten dat je op de vele rotondes linksom gaat en weer aan de linkerzijde de weg inslaat. Bij een draaipoging kijk ik automatisch naar de vertrouwde zijde en veroorzaak bijna een aanrijding. Gelukkig was Inge weer oplettend. Even later komen we veilig bij de camping aan, in… Ik ben het even vergeten, het was zo’n uitputtende reis.
Hier eindigt mijn dagboek. Wat weet ik nog van die vakantie? Bij aankomst was ik doodop. Ik had een vreemd gevoel in mijn hoofd, alsof het niet klopte. De eerste keer links rijden, vooral op de binnenwegen, had mijn hersenen overhoop gegooid. Schrijven was nog geen discipline. Wat zal er in het hoofd nog terug te vinden zijn? Gaten in het geheugen kan ik reconstrueren aan de hand van foto’s. Ouderwetse, analoge kiekjes; een digitale camera had ik nog niet. Wat ik niet weet, kan ik aan Inge vragen. Ze heeft een ijzersterk geheugen voor dit soort dingen. Ook voor zaken die minder van belang zijn, zoals de straat waar de auto geparkeerd stond, dat wel weer makkelijk is als je er nog eens heen gaat. Bij de foto’s in het album staat geen tekst bijgeschreven, omdat Inge ze ingeplakt heeft en alles nog zo goed weet. Maar ik had beter mijn dagboek niet ter zijde gelegd. Ik heb wel een lijstje gemaakt met uitgaven. Het was het laatste jaar van de gulden. Eén pond stond gelijk aan 3,70 gulden, niet een uitnodigende wisselkoers voor de buitenlandse toerist. Engeland was door het valutaverschil sowieso al aan de prijs, maar sommige producten waren schrikbarend duur. Een liter benzine kostte bijna een gulden per liter meer dan in Nederland. Een pakje sigaretten of een blik bier was wel drie keer duurder. Maar men hoefde niet te verhongeren. Levensmiddelen waren goed betaalbaar, en brood veel goedkoper en veel lekkerder.
De eerste camping was in het binnenland, een tussenstop waar we een week verbleven. Het was nog net geen hoogseizoen, waardoor we een lager tarief betaalden. De campingprijzen vielen overigens ook wel mee. De camping lag schitterend in een groot bosrijk landgoed. Een groot lichtglooiend grasveld met oude, dikke statige bomen. De sfeer was echt Engels, wat me deed terugdenken aan de tijd in Manchester. Meteen dacht ik dan ook aan de Engelse competitie met voetbalclubs als Liverpool en Manchester United. De echte Engelse voetbalsfeer. Zo was het ook op die camping. Fanatieke roodharige sportmannen nodigden ons mannen, Eric en ik, uit om mee te doen. Goals werden uitgezet en algauw waren er twee elftallen met fanatieke allegaartjes die een bal achterna holden. Wij Nederlanders werden volledig opgenomen in de Engelse cultuur, geen discriminatie, geen asielzoekersbeleid. Zelfs het voetbal was van hoog niveau, volgens Engelse traditie in opperste beleving, geconcentreerd tot en met. De vaders gaven de voorzetten, de kinderen scoorden. Moeders keken toe, beschermden de kooktoestellen voor afdwalende ballen. Intussen waren de Engelse voetballers geheel in het spel gebiologeerd. Ze vervulden driedubbele taken: spelbepaler, scheidsrechter en commentator. In opperste concentratie werd ter velde, al strijdend, een wedstrijdverslag ten gehore gebracht, waar wij amateurs een heldenrol vervulden. Het Engels voetbal was altijd al mijn grootste, de beste soort in het balletje trappen. En hier ging het zo vanzelfsprekend, zo natuurlijk, zo vanzelf, zo menselijk. Eric had plezier en rende achter de bal, opgehitst door jeugdige teamgenoten. Ik voelde me hier thuis. Opgevoede, beschaafde mensen met respect voor elkaar.
De camping lag in Dorset bij het plaatsje Blandford Forum. Op de kaart van Engeland: ongeveer halverwege in het zuiden, twintig kilometer van zee. Deze plek hadden we uitgekozen vanwege de centrale ligging, een halte om de omgeving verder te verkennen. Met de auto wel te verstaan, want zelfs de winkels lagen buiten voetbereik. We waren toch niet van plan om de hele dag op de camping te blijven. Elke dag maakten we een uitstapje, vaak naar een kustplaatsje, omdat de aantrekkingskracht van de zee het grootst was. Het was telkens minimaal een half uur rijden over smalle wegen. Het links rijden op die binnenwegen vond ik zeer vermoeiend. Ik zat nog in de leerfase, de handelingen waren geen automatismen. Vooral in het kijken, overdadig, spiegels, van welke kant komt het verkeer? Ik voelde een spanning in mijn hoofd, alsof ik pas mijn rijbewijs had en voor het eerst zonder instructeur een drukke stad bezocht. Er lagen opmerkelijk veel dode dieren op de weg, van soorten die ik in Nederland nooit gezien had. Dassen, bunzings, vossen en andere dikbehaarde roofdieren die ik niet bij naam kende. Meestal best groot van formaat. Opmerkelijk, die evolutieverschillen op relatief korte afstand. Op zo’n eiland is de habitat anders geworden. Afgeschermd door de zee, de ruimte, het landelijke… Waarom gingen die dieren de wielen niet uit de weg? Er was plek genoeg. Hadden de Britten het op hen gemunt, zoals wij in Nederlander ervan hielden egels plat te rijden? Natuurlijk niet. Die beesten hadden het gewoon nog niet door dat die wagens hier links reden!
Lulworth was een van de dichtstbijzijnde plaatsen aan zee. Ik herinner me dat de kustlijn er bijzonder fraai was: hoge kliffen en de Durdle Door, een grote rots in zee waar de vorm van een deur uitgesleten is.
Een andere keer volgden we een lange weg naar het zuiden om in Lyme Regis uit te komen. Het weer was die dag wisselvallig. Herhaaldelijk moesten we voor harde stortregens schuilen. Het havenstadje oogde gezellig, ietwat toeristisch met echte zeemannen en vissersboten. Lyme Regis liet een goede indruk achter, een gevoel van hier moeten we terugkeren. En na zo’n bezoek aan zee reden we weer terug naar de camping, één uur, twee uur. Onderweg deden we boodschappen, met z’n allen door een grote supermarkt struinen. Op de camping weer voetballen, een spelletje badminton, met de kinderen in de speeltuin en slapen in de schone buitenlucht.
Een ander uitje was Monkey World, een soort dierentuin met alleen apen. Het grootste apenopvangcentrum van Europa kende we al van een televisieserie, die hier opgenomen was. Monkey World zette zich in om apen die als proefdier waren gebruikt te redden. Ze kwamen ook met een slimmigheidje in contact met gemene handelaren om slecht verzorgde apen uit kleine kooitjes te kunnen bevrijden. Verwaarloosde en mishandelde primaten werden liefdevol verzorgd en kregen in het park een nieuw ‘menswaardig’ bestaan. Wij mochten het van dichtbij bekijken.
We deden onderweg een aantal mysterieuze plaatsen aan, die in Engeland zo talrijk aanwezig zijn.
Zo zijn er de gigantische afbeeldingen die in het niets het landschap sieren. De herkomst is even onbekend als van graancirkels. De folklore is er volop in aanwezig. Verhalen doen de ronde, maar niemand weet precies hoe het zit. De oudheid blijft daardoor in leven.
In Cerne Abbas zagen we de Cerne Abbas Giant, een zestig meter hoge tekening van een reus op een heuvel, die van ver al opvalt. De lijnen zijn ooit gevormd door het gras weg te kerven, waardoor de onderliggende witte krijtlaag zichtbaar is geworden. De reus heeft een knots in de hand, maar vooral de grote paal in het midden, die fier omhoog steekt, is mannelijk aanwezig. Mogelijk is hij tweeduizend jaar oud en symboliseert hij een God van de vruchtbaarheid. Anderen houden het op de zeventiende eeuw. Tegenwoordig worden de lijnen nog steeds zuiver gehouden en soms dansen er vrouwen onder aan de heuvel als ze in verwachting willen raken.
In Osmington is nog een groter kalkportret te zien, de Osmington White Horse. Een ruiter zit op een wit paard. De oorsprong is wel bekend, in 1808 is de figuur uitgehakt en stelt Koning Georg ІІІ voor, sierlijk gezeten op zijn paard.
Verder zijn we nog geweest bij de Badbury Rings, een heuvelfort uit de ijzertijd en Corfe castle, een kasteel uit de elfde eeuw.
▲ Cornwall, Tintagel
In een week tijd hadden we veel gedaan. Nu reisden we verder naar Cornwall, dat zo mooi moest zijn. Tintagel werd de volgende bestemming. Een korte broek konden we nog aan, maar dikke grijze wolken voorspelden weinig goeds. Het weerbericht voor de komende dagen was op het raam van het campingwinkeltje uitgeplakt: het voorspelde veel regen. Daar zaten we dan in het westen van Engeland. De terugweg, de boot was al besproken: nog twee weken te gaan. Toch bleef het nog even droog. We hadden het gevoel te kamperen zoals kamperen bedoeld is. Puur in de natuur. Niet te druk, niet te leeg. De mensen waren op natuurlijke wijze aanwezig, genoten van het moment. Dit stukje Engeland was ineens anders, dan wat we gedacht hadden. Dit leek wel Ierland of een stuk land van de oude Kelten. De dorpen in de omgeving hadden vreemde namen, niet uit te spreken, begonnen bijna allemaal met Tre…
Onze buurtjes waren zeer lieve mensen. Ik kan de gezichten nog zo voor de geest halen. Ze waren verliefd op dit stukje paradijs en konden prachtige verhalen vertellen. Ze hadden beiden grijze haren, maar hun ogen twinkelden blauw, vol levenslust. De man vertelde over het verdwenen eiland, hier aan de kust, een soort Atlantis hier in de Atlantische Oceaan. De mist op zee en de donkere wolken maakten het nog geheimzinniger. Andere gasten op de camping hingen lintjes op aan de takken van de bomen. De sfeer was mystiek. De wind werd harder en we probeerden in onze tochtige tent te slapen. We hadden nog een katoenen bungalowtent, die in eerdere in regen gevallen vakanties flink gekrompen was, waardoor nu de wind vrij spel in de onderste regionen had. De regen kwam ook opzetten en stroomde de tent binnen. We waren nu gevangen in het land van King Arthur. Ik had Rockey Valley ontdekt en het labyrint dat ons later naar het geheimzinnige landschap terugvoerde. Dit was zo anders dan we gewend waren.
We gingen naar de ruïne, de geboorteplaats van King Arthur. Een eiland pal aan de kust, slechts verbonden met het vasteland door een loopbrug. Toen we het forse entreegeld betaald hadden, begon het te regenen. Het begon steeds harder te regenen. Er was geen plek om te schuilen, nergens een overkapping, alleen muurtjes. Door het vocht en geringe licht was het eiland zwart geworden. De zee stormde op de rotsen. De regen kwam net zo hard van boven. Uit pure armoede vertrokken we weer.
We reden door de Bodmin Moor, een lichtgroene vlakte, kaal met overal verdwaalde grijze stenen. Grote staande stenen, her en der, regelmatig verspreid, alsof ze door mensenhanden daar zijn achtergelaten. Weer zo’n uitzicht dat je elders niet ziet. Althans niet zo vaak.
▲ New Forest
Daarna gingen we terug, richting oosten, naar New Forest. We hadden het vooraf al in de planning, omdat dit een speciaal gebied moest zijn. Een groot natuurgebied ingeklemd tussen de grotere steden als Southampton en Bournemouth. Ik herinner me een moeizame zoektocht in druk stadsverkeer, waar we niet vrolijk van werden. In New Forest keerde de rust terug. Het weer werd goed. We lagen niet ver van een snelweg af. Dat was ook het enige oriëntatiepunt dat ik in de wirwar van stratenstructuur kon onthouden. Het gebied was veelal een open terrein met lage begroeiing afgewisseld met bos. Het kampeerterrein was een open ruimte met veel vrijheid om ergens de tent op te zetten. De beheerders hadden groene uniformen aan, van natuurbeheer. De kampeertarieven waren niet duur, maar luxe was er niet. Paarden en pony’s liepen over de wegen en kwamen ook bij de tent. Een paar kilometer verderop begon het bos, waar ik meteen een paar herten zag. De bospaden waren van een verende laag voorzien, waarover je perfect kon hardlopen. Dat deed ik dan ook, eindelijk vlak terrein.
Van hieruit maakten we een uitstap naar Stonehenge. Op onze eerste echte reis in Engeland was Stonehenge toch wel het fenomeen dat we gezien moesten hebben. Toch wel imposant hoe je van de snelweg die megalieten zag oprijzen. De entreeprijs was niet gering om binnen de hekken rond te mogen lopen. We kregen een hoofdtelefoon op, waar in verschillende talen uitleg te horen was. Zo waren wij, met vele Japanners, ook in Stonehenge geweest, een ervaring die nog lang in de oren bleef nagalmen.
Als ik het tafereel terugzie op een foto is het of we de tijd ver vooruit waren. Iedereen heeft een mobiel tegen de oren gedrukt. Alleen het formaat is niet van deze tijd. Hoe komt het toch dat een stel rechtopstaande stenen van groot formaat, niet van deze tijd, zoveel bekijks heeft? Men is er zelfs bereid voor om entreeprijzen van groot formaat te betalen. De stenen bezitten een enorme aantrekkingskracht, die niet te verklaren is. Misschien komt het door de ligging.
In het lichtglooiende platteland met landbouwgronden zijn de rechtopstaande reuzenstenen een opvallend fenomeen, dat in de nabije omgeving in alle opzichten boven alles uitsteekt. Het onderbewustzijn moet weten dat er meer aan de hand is, anders onthoud je dit soort informatie niet zes jaar later.
Stonehenge werd meer dan vierduizend jaar geleden gebouwd en de bedoeling is nog niet geheel duidelijk. Was het een begraafplaats of had het een astronomische betekenis? Een heiligdom om de zon, de maan en sterrenbeelden te vereren? De stenen cirkel doet misschien wel dienst als zender, een contact met elders in het universum. Misschien is het de voorloper van de satellietenstations, die het universum nader onderzoeken. De stenen zijn opgericht in een zoektocht. Een zoektocht naar het onbekende, het ontastbare, wat zover uit zicht is. De maan, de zon, de sterren… Vreemd! Tegenwoordig weet men alles, maar Stonehenge blijft een raadsel.
▲ Pevensey
De laatste dagen van de vakantie brengen we in Pevensey door, tussen New Forest en Dover in, aan zee. Het weer is uitstekend. Nu zijn we echte Nederlanders, een strandvakantie, zwemmen en uitrusten. Eric en ik dobberen met een luchtbed over de warme golfstroom, zelfs Inge en Monique wagen het pootje te baden.
Op de laatste dag volgen we de kustlijn, door dorpen en binnenwegen om in Dover te komen.
Op de boot kunnen we nu wel aan dek. Langzaam verdwijnen de krijtrotsen. Enkel het opspattend schuim van de weg die we afgelegd hebben, blijven als broodkruimels achter om de weg terug te kunnen vinden.
De weg raakten we niet kwijt. De twee volgende jaren had ik zelfs een dagboek bijgehouden, zodat ook herinneringen beter bewaard bleven.
Zie hier de oude site met foto's: