September 2004
Het niet-roken is niet langer een kwelling, in tegendeel, het is een genot om geen gif meer in te nemen. Nu kan ik eindelijk op eigen kracht genieten. Het leven is normaal geworden.
Genotsmiddelen zijn een overbodig luxe. Het lichaam is al van alle gemakken voorzien, er kan beter ander voedsel getankt worden. Genieten kan op zoveel andere manieren. Ik gebruikte rook als brandstof om me goed te voelen, terwijl dat juist een storend element was. Het was niet de energie die mijn lichaam nodig had. De opgewekte stroom kon nooit goed verdeeld worden. Af en toe haperde ik, als een auto die stottert bij vuiligheid in de benzine.
Ongevraagd krijg ik nog steeds rotzooi binnen: van verkeer en industrie, fijn stof en uitlaatgassen. Dat is maar een peulenschil in vergelijking met een teug sigarettenrook.
De zuiveringsactie van het niet-roken heeft zijn vruchten afgeworpen. De spijsvertering is flink verbeterd sinds ik de veranderde levenswijze zonder gif toepas.
Voedsel wordt ook wel eens gerookt - ham, paling en destijds mijn eten - om bederf te voorkomen, maar heel gezond is het niet. Beter is het de maaltijd, onze brandstof, vers te verorberen, want het roken laat giftige sporen achter. Niet voor niets hebben rokers vaak maag- of darmproblemen. De roetdeeltjes zijn een bedreiging voor de ingewanden, er kunnen kankercellen ontstaan.
De rook had een negatieve invloed op mijn spijsverteringsstelsel. De sigaretten zetten mijn darmen onmiddellijk aan het werk, alsof een kanaaltje vanaf de luchtpijp er rechtstreeks mee verbonden was. De prikkel liet een onbestemd, zenuwachtig onrustgevoel achter in de buik. Een opgeblazen spanning die om ontsnapping vroeg. Het voedsel vloog supersnel door mijn lichaam en werd onvolledig verbrand, zodat nuttige ingrediënten wel eens aan mij voorbijgingen.
De hete walmen, die door het schoorsteenkanaal wervelden, hadden mijn speekselklieren uitgedroogd. De afbraak van voedsel begint in de mond, maar er waren nog onvoldoende enzymen voorradig.
Soms had ik de smaak van een dode muis in mijn keel, die niet meer weggespoeld kon worden met een fles water. Door de aanhoudende brandjes waren de stembanden rauw geworden. Het blussen met een paar koppen koffie bracht enigszins verlichting en door het strottenhoofd te smeren met een sterker middel werd de gore nasmaak ten slotte opgelost.
De aanslag op tanden en kiezen begon gele vormen aan te nemen en een tandvleesontsteking werd een gevaar voor het gebit. Allemaal rokerskwalen. Zo kon het eten niet fatsoenlijk verteerd worden.
Verleden tijd! De muis is verteerd en het water loopt weer in de mond. Nu de stofwisseling trager en normaal is geworden, ben ik toch op hetzelfde gewicht gebleven. Ik ben niet meer gaan eten, ook geen tussendoortjes of andere vervangers in plaats van een sigaret. Veel stoppers worden een aantal kilo’s zwaarder omdat ze meer brandstof opslaan en het trager verbranden dan voorheen. Ik bleef sporten en gaf het lichaam geen kans om reserves op te slaan. Ik leerde het leeg gevoel over me heen te laten gaan en het niet te laten vervangen door een ander probleem.
Het enige moeilijke moment was tijdens de vakantie van dit jaar. Een moment waar ik nog overheen moest zien te komen, een nieuwe situatie: de eerste vakantie zonder de vertrouwde sigaret sinds jaren. De gewoonte moest ook hier eerst ervaren worden voordat de herinnering verder kon leven. Een periode van bedrijvigheid die opgevolgd werd door een tijd van ontspanning. Drukverschillen in een vreemde omgeving die zonder sigaret nog aangeleerd moesten worden. Het leek vroeger zo gezellig met een shagje voor de tent, in het zonnetje, genietend van de rust.
Gelukkig waren het slechts spaarzame momenten van onbehagen, het stelde werkelijk niet veel meer voor - als een vleugje benzinedamp vervluchtigde het in de buitenlucht. Zelfs de gedachten om overstag te gaan kwamen niet meer opzetten.
Even, toen ik bij de benzinepomp stond om te tanken, dacht ik terug aan het roken. Een kleine hoeveelheid ontsnapte, de geur van benzine had een oude herinnering opgehaald.
De benzinepomp, het brandstofdepot waar ik in noodgevallen, als andere winkels gesloten waren, shag had gekocht. Het waren gevoelens, ooit met tabak verbonden, die nu in rook waren opgegaan. Deze gedachten vervlogen even snel als de ijle benzinelucht in de atmosfeer verdampte. Ze waren niet meer tastbaar.
Met mijn nieuwe manier van leven kon ik problemen voortaan beter aan, zonder nog te ijsberen of opvliegerig te worden. Zonder dwanggedachten had ik mezelf onder controle.
Het roken is geen deel meer van het heden. De belangrijkste reden om verder te gaan met schrijven is om het geheel af te ronden, mijn ervaringen te ordenen, te rangschikken en leesbaar te maken. Ik heb toch heel wat, links en rechts, over het onderwerp opgeschreven. Misschien is het voor een ander bruikbaar, kan het hem of haar helpen om ook te stoppen.
In het voorjaar, toen ik hersteld was, had ik mezelf als beloning een laptop cadeau gedaan, zodat ik flexibel mijn geschrijf kon opslaan. Al snel ontstond een rookdocument waarin ik wat tikte als ik een slecht moment had of zomaar als ik er zin in had. Op de een of andere manier moest het bewaard blijven. Het bestand groeide en het idee ontstond er een boek van te maken.
Die laptop bleek een goede investering, vrijwel moeiteloos kon ik de ontwenningsmaanden doorkomen, als ik het maar van me afschreef. Ook het internet was behulpzaam. Ik vond er nuttige informatie over hoe te stoppen, over de kwalijke gevolgen. In mijn geval was het een steun in de rug om niet weer te beginnen.
Door aan het rookverleden te werken kwam ik van het lege gevoel af. De tank werd gevuld met goede brandstof. Het lege gevoel werd, zoals mijn laptop, langzaam gevuld met nieuwe informatie. Het gevoel was niet leeg meer. Het leven had weer zin, in mijn boek ontstonden steeds meer zinnen. Het bestand ging ik verder uitwerken met wat ik in agenda’s, schriften en blaadjes had opgeschreven. Nieuwe gedichten werden geboren, gedreven werkte ik door aan mijn verhaal.
Het lege gevoel zou niet teugkeren, mijn geestdrift was als vanouds. Ik was volledig hersteld. Gelukkig, want even was ik wantrouwig geweest dat vroegere creaties alleen hadden kunnen ontstaan onder het vuur van de sigaret. Het beeld voor ogen van briljante, slimme, creatieve mensen die wel tabak gebruiken, alsof het een geestverruiming laat ontstaan waaruit kunstwerken en baanbrekende ideeën ontspruiten. Het idee dat nicotine een brandstof is waaruit superieure gedachten ontstaan? Een vals denkbeeld, de motor draait het beste op eigen kracht, op de natuurlijke brandstof. Enkele pieken zijn te wijten aan de nicotine, maar zonder het constant hoge niveau van het niet-roken zou dit boek niet geschreven zijn.
Ik heb het hele traject afgelegd en het eindresultaat is fantastisch. Als je nooit gerookt hebt of als je nog volop roker bent is het moeilijk een voorstelling te maken hoe geweldig het is om verlost te zijn; ik kan het nu pas inzien. Als roker denk je dat de rookwaar een noodzakelijke brandstof is en als die opraakt de puf uit je lijf zal verdwijnen. In tijden van het lege gevoel dacht ik wel eens dat de geestelijke brandstof ook opgeraakt was, maar het was de accu die zich helemaal opnieuw aan het opladen was na die longontsteking. Ik functioneer nu veel beter zonder rook als brandstof.
Het heeft jaren geduurd voordat ik het inzicht had wat een beklemming die verslaving was en nog eens jaren voordat ik uit de klauwen van het vuur bevrijd was. Een roker wordt namelijk misleid, bedrogen door die sigaret en door zichzelf. De misleiding bestaat uit het feit dat je je alleen goed voelt als de hersenen bevoorraad worden met nicotine.
De nicotine in de tabak heeft zo’n klein molecuul dat het ongehinderd het lichaam kan binnendringen. Het lichaam herkent in de stof geen vijand zodat er geen afweerstoffen op afgestuurd worden. Ongestoord trekken de vreemdelingen door het lijf en gaan als niet uitgenodigde gasten de hersenen bezetten. Vele kleine moleculen bestrijken een steeds groter gebied en met de tijd groeit het uit tot een machtig netwerk, met de nicotine als dictator die bepaalt wat er gaat gebeuren. Een bezetter die de verbindingspunten, de wegen tussen hersencellen domineert, de vertrouwde eigen lichaamssappen wegduwt in een hoekje. Een bezetter, haast onopvallend aanwezig, maar die zorgt dat de stroom nicotine op voorraad blijft.
Onopgemerkt leeft een roker in oorlogstijd, de vrede is verdwenen. Er zijn wel tijden van rust, maar die worden abrupt tenietgedaan door gewelddadige aanslagen. Kort nadat de sigaret uitgemaakt is, daalt het nicotinepeil en het brein hunkert weer naar dat voedsel. Het is afhankelijk geworden van deze brandstof. De hersenen zijn afgestemd op de voorraad van de brandstofreserve, stuurt het lichaam om vooral genoeg tabakswaren binnen handbereik te hebben. En mocht dat niet het geval zijn, dan is er nog altijd de jerrycan die redding kan brengen. Bij het benzinestation waar men sigaretten verkoopt.
Het draait dus allemaal om de nicotine én de psychisch aangeleerde handelingen. En als je gaat stoppen slaan de hersenen op hol. Die kunnen niet fatsoenlijk doorwerken als ineens een brandstof ontbreekt, zodat je gaat denken dat weer gaan roken beter voor je is. Het duurt wel drie weken voordat de hersenen omgeschakeld zijn naar een nicotineloos bestaan, dan pas beginnen ze normaal te functioneren met eigen lichaamssappen, en dan duurt het toch nog maanden voordat de psychische, met roken geassocieerde gedragingen veranderd zijn.
Ik ben ervan overtuigd dat de werking van nicotine op de hersenen de voornaamste oorzaak is dat we zo moeilijk kunnen stoppen. Het is gecompliceerder dan een niet-roker zou denken.
De chemische huishouding in de hersenen wordt danig verstoord bij de omschakeling. Het ontbreken van euforie wekt depressieve gevoelens op. Heel het systeem moet omgebouwd worden. Dat proces gaat langzaam en pas na een maand is er sprake van enig stabiel karakter.
De haard van de gevaarlijke slangenkuil is dan wel zowat uitgeschakeld, maar het blijft oppassen voor een gevaarlijk addertje onder het gras. In een verscholen hoek kan een reptiel in winterslaap ontwaken en met zijn giftanden het rijk achter het rookgordijn heropenen. Naarmate de tijd vordert verschrompelen de slangenhuiden en blijven ongevaarlijke vervelde kadavers over die wel de rookherinneringen levend houden.
Het is als een auto met een benzinemotor die, na omgebouwd te zijn, ook op gas kan rijden. Bij omschakeling naar andere brandstof zal het echter wel een tijdje duren voordat de leidingen volledig doorgespoeld zijn. Een luxeprobleem, de auto reed nochtans prima op benzine. Men had dus, net zoals voor de hersenen, ook beter de oorspronkelijk brandstof kunnen blijven gebruiken, het was niet nodig daarnaast een gasinstallatie in te bouwen.
Door andere brandstof leek het wel of je een peut meer energie kreeg, hogere sferen kon bereiken, maar door geregelde motorpech reed je uiteindelijk minder ver. Daarbij vergde de gasinstallatie meer onderhoudsbeurten dan je gedacht had, trad slijtage eerder op, kortom het was duur en je had spijt van heel die ombouw.
Als je stopt met roken moeten de gastank en alle gasleidingen weer verwijderd worden. Een gewichtige klus, goed uitgevoerd scheelt het een hoop overtollige lading. Een nieuwe start gaat echter niet probleemloos. De auto zit in een moeilijke fase waar geen hoge prestaties van verwacht mogen worden.
Door de benzineleidingen vloeit nu alleen de natuurlijke brandstof, de motor heeft tijd nodig voordat het doordrenkt is van benzine en gewend is aan het gemis van gas. In deze omschakelperiode stottert de auto van alle kanten en ligt niet geheel vlak op de weg. Met horten en stoten verdwijnen de laatste gasbellen. De benzineleidingen protesteren, omdat ze terugplooien naar de oorspronkelijke houding, niet gewend aan de uitzetting van de vaten die de stromen beter geleiden.
Als de motor op eigen kracht aan de gang blijft, verdwijnen de haperingen en functioneert het brein van de wagen bijna als vanouds.
Na een tijdje van regelmatig rijden en tanken zijn de hersenen volledig gespoeld, de enigste zorg is nu om bij de juiste pomp te tanken. Voorzichtigheid is geboden, want als je uit gewoonte weer gas tankt zou alles weer verpest zijn. Het is ook niet moeilijk de gasinstallatie opnieuw in te bouwen, de leidingen liggen nog vast in het geheugen opgeslagen.
Gelukkig is er het besef hoe geruisloos de motor werkt op de natuurlijke brandstof, het constante energieniveau van de cilinders, het gelijkmatige op en neer gaan van de zuigers. Het is als bij een grote Amerikaanse slee met zijn stabiele wegligging, waarmee je ontspannen op brede autowegen kan rijden. De benzinemeter geeft ‘vol’ aan en met één vinger aan het stuur rijd je met je automaat in een oase van rust. Van oost naar west, van noord naar zuid, in één ruk, karren maar.
Het economisch voordeel gaat dubbel op. Door het zuinige rijden kan er met de brandstof meer kilometers afgelegd worden, en gas en tabak hoeven niet meer gekocht te worden. Een extra belastingvoordeel met die alsmaar duurder wordende accijnzen.
Bovendien is er door het wegvallen van de gasinstallatie meer laadruimte ontstaan. In de breincellen krioelde het van de nicotinemoleculen. Toen ze verdwenen waren bleef er een leegte over. Pas later bleek die opgeruimde kofferbak meer geheugenplaats voor nieuwe creatieve mogelijkheden in zich te hebben.
Ondanks alles wil ik de rokersjaren niet vergeten. Ik heb met veel plezier in die auto met gastank gereden en er geen ongelukken mee gehad. Met pech stond ik wel eens in de garage, maar daarna kon ik verder rijden richting toekomst. Op zonnige dagen kon zelfs het dak open en als ik hard reed voelde ik geen tocht. Bij regen waren de ramen beslagen en in de kou deed de verwarming het niet.
Maar elke auto heeft plus- en minpunten en hinder van de weersinvloeden, op benzine had ik vast een ander probleem gehad. Deze auto heeft me naar het heden gebracht, hier waar ik nu ben, ook al rijd ik ondertussen een andere wagen.
Het is een deel van mijn leven dat mijn ziel gesterkt heeft. De rokende gassen hebben mijn cellen geprikkeld op de grens van wel of niet reageren, hebben me in hogere en lagere sferen gebracht, zodat ik op de top van de berg de horizon kon afturen en in de diepte van het dal het licht niet kon zien.
Ik zal het roken ook niet veroordelen. Ik ken deze verslaving te goed en weet dat je het niet zomaar kan verlaten. In een benzineauto beseft men dat misschien niet. Maar uit het dal klimmen in het donker is niet gemakkelijk, zeker niet in dat doolhof met valkuilen. Eenmaal ontsnapt, is niet-roken niet moeilijk meer. Dat weet iedereen: je hoeft er niets voor te doen.
Een voordeel om weer te beginnen, kan ik dan ook niet verzinnen. Het enige voordeel is dat de rookgeschiedenis verleden tijd is en ik door ervaring geleerd heb hoe het was. Dat wist ik niet toen ik ermee begon. Het moest zo zijn, het was als een oorlog, die begint ook zonder dat men het wilt. Zo zijn velen ongewild in een oorlog terechtgekomen. Heeft oorlog een voordeel? Het enige voordeel is dat vrede des te meer gewaardeerd wordt. En de geschiedenis herhaalt zich, daar leert men doorgaans niets van. De jeugd gaat roken en nieuwe oorlogen ontstaan. In oorlogstijd gaat het leven gewoon door, zijn er ook vele fijne momenten en worden er kinderen geboren.
Genieten van de kleine momenten doen we pas achteraf, als we beseffen dat het gevaar geweken is. Hoe kan het toch zo moeilijk zijn om iets te beëindigen wat zo gemakkelijk begint?