En daarna
Na zo’n kwellende onderbreking probeerde ik een tijd te minderen, ik had ten slotte een aantal dagen zonder gekund. Er werden plannen bedacht, ik volgde een rantsoen van vijf sigaretten per dag, hield dat een week vol, totdat het op een avond mis ging en ik te veel pafte. Af en toe een peukje is een haast onmogelijke opdracht, het is moeilijk en geestelijk zwaar. Eigenlijk kan je beter een keuze maken tussen je te pletter, of helemaal niet roken; een tussenweg is een fabel. ‘Te pletter’ is voor mij geen optie, maar hoe bereik ik het niets als het automatisme aan blijft?
Hoe kom ik er vanaf? Je hebt mensen die het besluit nemen en in één keer stoppen zonder schijnbare moeite. Anderen hebben daarentegen een heel moeilijke periode gehad toen ze de stap genomen hebben. Sommige onder hen zijn opnieuw verwikkeld geraakt in een langdurend proces. Ze blijven proberen en proberen, poging na poging, en tussendoor, als het weer eens mislukt is, genieten ze opnieuw van het sigaretje. Je hebt ook mensen die niet willen stoppen, het ook niet proberen en het zo wel goed vinden. De sigaret is een goede jeugdvriend die het niet verdient om in de steek gelaten te worden. Ze hebben lichamelijk geen noemenswaardige hinder ondervonden en zien het nut niet in geestelijk te gaan lijden terwijl genieten van het leven ook gezond is. Sterke mensen hebben een goede weerstand en kunnen veel verdragen. De conditie heeft dan wel te lijden, maar hun hobby daarvoor opzeggen, willen ze niet. Hoe moeilijk het is om vaarwel te zeggen, is goed te zien aan de mensen die minder sterk in hun vel zitten. Het lijf was niet bestand en heeft in de loop der jaren ernstige rookschade opgelopen. De verslaving blijkt dan zo machtig, dat bij een longziekte of een dichtgeslibde hartader, men toch blijft doorroken, terwijl dat juist de oorzaak van de ziekte was. Zo ver wil ik het niet laten komen.
Toch al had ik gefaald in een stoppoging of mijn plan niet nageleefd om de beperkingen door te voeren: ik bleef geloven dat in de toekomst een moment zou komen waarbij de sigaret definitief verleden tijd was. De laatste jaren was ik me veel bewuster geworden van mijn rookgedrag. Ik had mezelf geobserveerd zover dat mogelijk was. Ieder shagje was een bewuste, behalve op dagen die een kettingreactie teweegbrachten, zoals op feestjes met alcohol en gezelligheid. De volgende dag werd je dan halfverdoofd eigenlijk niet wakker, maar leefde je in een roes met dikke schubben dode vis in de keel. Na een aantal van die uitspattingen kreeg ik er weer genoeg van. Vervolgens ging de wijzer van de barometer richting ‘goed weer’ en zocht ik in de bieb naar boeken die me zouden stimuleren de verlossende weg te vinden. Maar na goed weer komt slecht weer, kijk maar op de barometer.
Flarden van zinnen zitten in mijn hoofd. Gebroken woorden verspreid over mijn hersenpan. Verbanden zijn verbroken, zinnen zijn zoek. Verval is ingetreden, dat wordt steeds meer merkbaar. Regels zijn verslapt, teveel invloeden van buitenaf. Hoe mij te herpakken met de vechtlust van een jongeling? Hoe de geneugten verbannen en leven in armoede? Gedegen in elkaar zonder externe storingen. Helder en gewiekst streven naar… mijn vroegere ik? Waar is de ultieme vrede? Waar zoek ik naar? Hoe vreemd is de wereld waarin ik leef? Hoe vreemd is het waarmee ik bezig ben? Kan ik zo nog blijven leven? Waar is mijn vroegere ik gebleven? Ben ik weggevaagd, de gezonde jongen, wie ben ik geworden… een oude man? De tijd ging niet voorbij en is gevlogen. Wat ik vroeger niet wou worden, ben ik nu. Wat ik niet kon geloven, is gebeurt. Mijn gedachten geloven dat het goed zal komen, dat het tij eens zal keren. Van een wispelturige roker naar een standvastige niet-roker. Het slechte weer was tijdelijk, het waren storingen, goed weer is op komst. Ik ben zo veranderlijk als de wijzers van de barometer.
Een bitterkoude winterdag in de kerstvakantie weerhield me niet om de hardloopschoenen aan te snoeren. Ondanks de koude scheen de zon stralend bij een uitzonderlijk heldere hemel. De sneeuw vormde in de laagstaande zon een schitterend schouwspel van witte bomen en velden. Deze kerstachtige beelden bleven in mijn geheugen opgeslagen als waren het foto’s.
Algauw was mijn lichaam voldoende opgewarmd om de koude te doen vergeten. De lucht was heerlijk fris en vogels zongen al was het al lente. Heel de entourage stemde me vrolijk en wekte nieuwe energieën op. Mijn voeten gingen langs moeilijke, niet gangbare paden; langs vennen omgeven door hoge grassen. De schoenen, licht vochtig van de traag smeltende sneeuw, vervolgden trouw hun weg. Plassen ontwijkend en door modder soppend kwam het oergevoel in me bovendrijven. Als een jongeling ontweek ik behendig obstakels van omgevallen boomstammen en verraderlijk verdekte wortels. Ik smolt samen met de sneeuw in de geheimen van de natuur, ver weg buiten het gezichtsveld van menselijke dwalingen. Deze tocht reinigde mijn geest en lichaam en bracht ze terug in de toestand van hoe het behoorde te zijn. Een frisse wind, een frisse neus, een poetsbeurt als onderdeel in de kringloop van vervuiling. De vuile filters vervangen om weer even schoon te zijn. De gerookte luchtwegen gezuiverd met schone lucht.
Ik ben als een sportwagen, één brok energie. Volgetankt rijd ik onverwoestbaar voort. Raas over velden en wegen, onvermoeibaar. Ik gebruik de kracht van mijn motor, benuttig alle paardenkrachten. Onbezorgd snel ik voort. Ik ken geen rust, geef enkel plankgas. Als ik moet stoppen, versnel ik weer. Als mijn banden piepen, toeter ik nog een keer. Als mijn pijp begint te knallen, geef ik niet toe. Zolang ik kan rijden, ben ik niet moe.
Maar, als de tank bijna leeg is, ben ik niets. Als mijn lichten gedoofd zijn, zie ik niets. Verlies ik zelfs de race van een fiets. Als het zo is, moet ik met mijn laatste krachten de kar trekken, op reserve de pomp halen. Als ik niet meer kan rijden, raakt de accu leeg. Als ik stil sta, ben ik doodop. Ik ben als een sportwagen op de sloop.
Als ik aan het tanken ben, fleur ik weer op. Als ik gerepareerd ben, start ik weer. Op volle toeren gooi ik de handremmen los. Volgetankt versnel ik weer. Raas over vlakten en bergen, als herboren. Ik stuur langs afgronden en scherpe bochten. Als mijn banden gieren, zie ik geen gevaar. Als mijn uitlaat knalt, rookt de pijp als nooit tevoren. Ik ben als een sportwagen, in het ravijn.
Rond jaarwisseling 2001-2002
Waarom maakt men goede voornemens bij het nieuwe jaar? Denken ze dat een nieuw jaartal een houvast is om er een verandering aan vast te knopen? Oude gewoonten zomaar inruilen voor een nieuw begin, een start op een onvergetelijke duidelijke tijdslijn? Waar je op terug kunt vallen? Daar ben ik opnieuw geboren? Is dat niet een droom, een ultieme wens een perfect persoon te worden? Waarom op 1 januari, wanneer de dagen kort en koud zijn, en je vermoeid aan een winterslaap toe bent, en waarom net voor de jaarwisseling als je in een feeststemming bent? En dan de gewoonten die veranderd moeten worden, die zijn meestal tegenstrijdig van aard. Ze zijn lekker en ongezond: roken, te veel eten, te veel alcohol. Of je bent niet actief genoeg, en ziet er tegenop meer te gaan bewegen. Sporten is dan wel gezond, maar wordt niet altijd als lekker ervaren.
Het is beslist bewonderenswaardig dat een mens die sprong waagt met het risico in de sloot te belanden. Het lijkt haast een biologisch fenomeen dat op het eind van het jaar verschijnt, zoals ook de vogeltrek in een bepaald seizoen plaatsvindt. Is het instinct, dat ons drijft op zoek te gaan naar een betere leefomstandigheid? Het tijdstip lijkt ook aangeboren: massaal gaan de mensen hun eigen gedrag onder de loep nemen, en zien zichzelf groter dan wat ze met hun voornemens kunnen opbrengen. Het percentage dat de overkant weet te bereiken is niet groot, het gros is gedoemd te mislukken. Is het de dwang van evolutie en revolutie ter verbetering van onze soort? De sterken die overleven en zichzelf voortplanten. Het verhaal van de miljoenen spermacellen waarvan maar ééntje die eicel bevrucht. Die ene, hoe groots het ook lijkt, heeft op beperkte wijze een evolutie teweeggebracht, een stapje gezet tussen vijf miljard andere mensen, en is nuttig, zo ook elke herhaalde poging, trial and error, voortgebracht door verborgen genen en die uiteindelijk beetje bij beetje een positieve verandering aanbrengen in de geest van de tijd. Ook degenen die mislukken in de rol van een andere levenswijze zijn van betekenis. Aan hen kunnen de sterken zich vastgrijpen om hardvochtig te overleven. De zwakken zijn te geroerd door hun emoties, waardoor ze het gevecht uiteindelijk zullen opgeven, zich weer overgeven aan de gewoontes van genot en plezier en ongezond leven, maar wel de gezelligheid weten te handhaven. Toch blijft er hoop voor hen. Immers, de aanhouder wint. Beter mee te spelen en niet winnen dan nooit meegespeeld te hebben. Zo is het leven waaruit men inspiratie put, een kritische kijk op de mensheid, op onszelf. Aan de ene kant bewondering, aan de andere kant: waar zijn we toch mee bezig? Het leven is te gecompliceerd om alles te begrijpen. Waarom kunnen we ons gedrag niet veranderen? Slechte gewoontes afkappen en met de goede plezierig verder leven?