's-GravenhageOok Den Haag.algemeenIn een charter van 6 september 1242 van graaf Willem II wordt “die Haghe” genoemd [Wink, blz. 523in 1577 vestigen de Staten-Generaal zich in Den Haag [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]Memoriaal van de Vijf Steden Hoorn, Edam, Monnickendam, Medemblik en Purmerend, wegens haar gemeenschappelijk Logement te ’s-Gravenhage. Van 2 September 1737 tot 26 Maart 1795 [Gonnet, Archief,, blz. 30in 1747 dwingt het volk het bestuur tot het kiezen van een stadhouder [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]in 1795 vertrekt het vorstelijk gezin [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]op 30 november 1814 verschijnt Willem, prins van Oranje in de stad [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]belastingenalgemeen-Terwijl hertog Albert zich in Haarlem ophoudt, komen de gemagtigden der Kennemeren, West-Friesen en Waterlanders van alle kanten tot hem, om vergiffenis voor den opstand te verzoeken. Hij liet zich niet dan met veel moeite verbidden, doch de Kennemers moesten dadelijk 5000, het platte land van West-Friesland 6000, de stad Alkmaar 2600, Hoorn 1000, Edam 800, Monnickendam 400, Medemblik 300, Texel 1000 en Wieringen 200 gouden Andriesguldens opbrengen, hetgeen velen zoo bezwaarlijk viel, dat zij om hun aandeel te betalen, bed en bulster moesten verkoopen (Aa, BioI, blz. 141).Zoo ook werd de groote nieuwe zaal [Ridderzaal], voor het Hof in den Haag, uit den grond opgetimmerd, uit de gelden, welke de Waterlanders, als boete, wegens het weigeren van schatting in 1447 moesten opbrengen. de belasting heeft overigens tot 1456 geduurd. Toen werd men daarvan ontheven [Engels, Geschiedenis, blz. 17-18] in 1747 oproer vanwege de heffing van belastingen [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]brandschatting=in 1489 tekent Gerrit van Abbenbroek met de Rotterdamse Hoeksen een overeenkomst wegens de brandschatting van Den Haag [Verwoert, Handwoordenboek 1, blz. 3; Kok1, blz. 129] controleur=Franciscus Henricus Petrus Ligtenberg [1838-1883 was controleur der directe belastingen, invoerrechten en accijnsen [Leeuw1885, blz. 27]directeur der rijksbelastingen=Jhr Onno van den Santheuvel [1799-1883] oud directeur der rijksbelastingen overlijdt in Den Haag [Leeuw1883, blz. 32]=J. P. A, Laman de Vries was er hoofddirecteur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen [Weekblad der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen 1924, jrg 53, nr. 2688, blz. 9]
duizendste penningIn het kohier van den duizendsten penning van 1654 voor 's-Gravenhage en omstreken, op het Rijks Archief berustend, wordt de Ridder Jakob Cats aangeslagen voor 300 gulden. Hij had dus verklaard in de Provincie Holland - de belasting was provinciaal - aan roerende en onroerende goederen ƒ 300,000 te bezitten. Volgens De Jonge van Ellemeet zou hij alleen aan obligatiën en rentebrieven ƒ 1,846,056 hebben nagelaten. Er had dus schijnbaar een bedrog op zoo groote schaal plaats gehad, dat zij wel schelmerij verdiende genoemd te worden. Maar de heer De Jonge heeft zich hier ten stelligste vergist, door te meenen, dat er sprake kon zijn van Ponden Vlaamsch, waarmee wel in Zeeland, maar niet in Holland gerekend werd. Cats heeft zelf twee jaren voor zijn dood, in 1658, het bedrag zijner obligatiën ‘opt comptoir van Hollant, het comptoir generale, op de Domeinen van Hollant’ en op bijzondere personen, berekend, als ƒ 303,600 beloopend; zoodat hij bij de aangifte voor de belasting eene ronde som genomen heeft, zooals veelal geschiedde, en waarmee de Commissarissen tevreden waren [W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, deel 4, blz. 30-31; DBNL].klein zegelIn 1739 is Cornelis van Zanten ordinaris stads- en kleinzegeldrukker in Den H.aag [ANF1888, blz. 23]Thomas Treytelaer is controleur van het klein zegel [ANF1888, blz. 34]
inspecteur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen=H.W.G. Ras was er inspecteur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen [Weekblad der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen 1924, jrg 53, nr. 2688, blz. 9]
ontvanger-In 1814 wordt Johannes Willem van Hasselt hoofdontvanger der belastingen in N-H (WP8.153)=N.J.M. Schelfhout is ontvanger der directe belastingen in Den Haag [Leeuw1883, blz. 80]=Zeger Theodorus de Jongh van Arkel was ontvanger der directe belastingen [Leeuw1883, blz. 15]rekenmeester=Josua van Alveringen is rekenmeester [Kobus/Rivecourt1.33]thesaurier=mr . Anthonie Pieterson [1619-1676] was thesaurier [Leeuw1886, blz. 35]tweehonderdste penning=mr . Anthonie Pieterson [1619-1676] was ontvanger van den 200™ penning van 's-Gravenhage [Leeuw1886, blz. 35] verponding=op 25 februari 1744 was Daniël Pompejus van Assendelft in Den Haag ontvanger van de ordinaris verponding [Leeuw1884, blz. 2]
waarborg gouden en zilveren werken=mr. Anne Adriaan Gevers Deynoot [1810-....] was ontvanger van den waarborg van gouden en zilveren werken [Leeuw1885, blz. 28]wijnimpostJan de Cocq is collecteur van de impost van de wijnen [Hoeven, Leven, blz. 316]bestuur baljuw=Loef van Lanscroon is baljuw in Den Haag [Leeuw1883, blz. 30] =Lodewijk 't Seraerts is baljuw [Leeuw1883, blz. 30]=In september 1672 wordt Johan van Bankhem door prins Willem III benoemd tot baljuw van Den Haag. Op last van het Hof van =Holland wordt hij op 31 juli 1680 in hechtenis genomen wegens "menigvuldige begane misdrijven en vuile handelingen". Hij wordt verordeeld tot onthoofding. Hij gaat in beroep bij de Hoge Raad en overlijdt voordat de Raad uitspraak heeft gedaan [Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 83; Verwoert Handwoordenboek I, blz. 34]=Arent van Hodenpijl is baljuw van Den Haag [Roelants, Gulden, blz. 84].=Frederik George Alsche is waarnemend baljuw in Den Haag [NNBW 1911, blz. 91]=Willem Gustaef Frederik Bentinck [1762-1835] was baljuw en schout van ‘s Gravenhage [NNBW 1911, blz. 303]burgemeester=in 1613 is Jacob Cornelisz van Wouw burgemeester van Den Haag. Op 21 mei 1613 verkopen Hubrecht Pieters en zijn kinderen uit De Lier voor f 24.000 aan Jacob een huis in De Lier met bijhuizen , schuren, bergen en boomgaard met 40 morgen, 1 hond, 70 roeden. waarvan 5 morgen en 2 hond zijn gelegen in Maasland [Ons Voorgeslacht 2018, nr. 706, blz. 40]. Een woning in Monster, huis, schuur, bargen en boomgaarden met omtrent acht hond land plus nog 13 hond in de ban van Wateringen draagt Joost enkele weken later over aan Jacob Cornelisz. van Wouw, oud-burgemeester van Den Haag [Hoeven, Leven, blz. 360]=Ewoud Jacobszn Brand is burgemeester en secretaris [Roelants, Gulden, blz. 91]=mr. Samuel van Huls [1655-....] is burgemeester [Nav1870.53; Nav1870.590]=mr. Anthonie Pieterson [1619-1676] was burgemeester [Leeuw1886, blz. 35]mr. Jacob van der Houven is heer van Heeswijk en Dinther en burgemeester van Den Haag [Roelants, Gulden, blz. 334]=In 1705 is Johan van Bijemont burgemeester [Leeuw1883, blz. 84]=op 21 januari 1715 was Johan van Assendelft burgemeester van Den Haag [Leeuw1885, blz. 3]=Daniël van Alphen was burgemeester [Leeuw1885, blz. 3] =mr. Johan Francois van Bijemont [1740-1743] burgemeester van 's-Gravenhage, gehuwd met Machtelina Christina Lestevenon [Leeuw1883, blz. 84]L.C.R. Copes van Cattenburch [1761-1842] is burgemeester [Verwoert, Handwoordenboek I. blz. 134]=mr. Paulus van Assendelft [1653-1729] was schepen en burgemeester van 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 3] conciërgeOp 28 juni 1689 verschijnen Arij Blasen Vos en zijn vrouw Christina Guldemond voor de stadhouder van de lenen van de prins van Oranje en verklaren 1000 gulden tegen 5% rente te hebben geleend van Lodewijck Golier, conciërge van het raadhuis van ’s-Gravenhage [Hoeven, Leven, blz. 377]pensionarismr. Jacob van der Houven [...-1698] is heer van Heeswijk en Dinther en pensionaris van Den Haag [Roelants, Gulden, blz. 334]
raad=in 1512 was Abel van der Coulster [1468-1540, raad te 's-Gravenhage [Leeuw1884,blz. 87]=mr. Anthonie Pieterson [1619-1676] raad in de vroedschap [Leeuw1886, blz. 35]
schepen=Jacob van Poel was in 1467 schepen [Dooren, Hooft, blz. 530, 533]=Jan van Bankhem is in 1672 schepen in Den Haag [Kobus/Rivecourt1.93; Chalmot, Biographisch, deel 2, blz. 83; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 34]=mr. Anthonie Pieterson [1619-1676] was schepen in de vroedschap [Leeuw1886, blz. 35]=mr. Paulus van Assendelft [1653-1729] was schepen en burgemeester van 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 3] mr. Jacob van Assendelft [1692-....] was schepen te 's-Gravenhage in 1736 en 1737 [Leeuw1885, blz. 3]
schout=Frederik George Alsche is van 2 april 1796-21 juli 1802 hoofdschout van Den Haag [NNBW 1911, blz. 91]=Willem Gustaef Frederik Bentinck [1762-1835] was baljuw en schout van ‘s Gravenhage [NNBW 1911, blz. 303]secretaris=mr. Cornelis Felix van Maanen was in 1795 secretaris van Den Haag [1769-1846]vroedschap=Samuel van Huls Willemszneconomie=in 1667 is Dirck van Reenen hoofdman van het Sint Jozef- of timmermansgilde [Adel1925, blz. 173]
gemeentealgemeen=Eeuwenlang was het inwonertal redelijk constant, nam het in de 19e eeuw toe [Wink, blz. 523]=in 1850 waren er 66.329 inwoners [Wink, blz. 523]=In 1910 waren er 259.012 inwoners [Wink, blz. 523]=in 1968 waren er 570.000 inwoners, groot 6782 hectare; de gemeente omvat Loosduinen, Scheveningen, Voorburg, Leidschendam, Rijswijk, Wassenaar [ter Laan, blz. 139]burgemeester=Jhr mr. Gerlach Johan Herbert van der Heim [1761-1822] is burgemeester [Roelants, Gulden, blz. 68] hoofdcommies=mr. Alexander Frederik baron van Lijnden [1850-.....] was hoofdcommies ter gemeentesecretarie van 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 82]postmeester=Adolf van Borrebach is in 1672 postmeester [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 71]raadslid=in 1826 is W.J. Huijgens lid van de raad [Gosselin, blz. XII]=mr. Hendrik Jacob baron van der Heim [1824-1890] lid van de raad [Roelants, Gulden, blz. 66]=Petrus Johannes van der Burgh [1804-1883] is raadslid [Leeuw1883, blz. 87]=Jhr . Paul Ocker Hendrik Gevaerts van Simonshaven, geb. te Batavia 2 November 1827 , hofmaarschalk van wijlen H . M . Koningin Sophia der Nederlanden, is lid van de gemeenteraad te 's-Gravenhage [Leeuw1883, blz. 63]=Guillaume Erederic Constant Rose [1830-1885] was lid van de gemeenteraad te 's-Gravenhage [Leeuw1883, blz. 64]=dr. Christiaan Gottlob Evers [1818-1886] was lid van de gemeenteraad te 's-Gravenhage [Leeuw1886, blz. 26]=mr. Johannes Pols [1826-1885] raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en lid van de gemeenteraad te 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 43, 92]=mr . Willem Assueer Jacob baron Schimmelpenninck van der Oye [1834-1886] was lid [Leeuw1886, blz. 69]=mr. Jan Jacob van Geuns [1836-.....] raadsheer in het gerechtshof en lid van den gemeenteraad te 's-Gravenhage [Leeuw1884, blz. 67]=Jhr. mr. Willem Quarles van Ufford [1812-1862] was hoogheemraad van Delfland, referendaris bij de Raad van State, lid van de gemeenteraad van 's-Gravenhage [Leeuw 1884, blz. 99]=Jan van Stralen [1826-......] was lid van de gemeenteraad en wethouder te 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 57]wethouder=mr. Jacob Karel van de Kasteele [1780-1836] is wethouder [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 361]=Everardus Bonifacius baron Wittert van Hoogland [1798-....] was wethouder te 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 15]=Jan van Stralen [1826-......] was lid van de gemeenteraad en wethouder te 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 57]=mr. Dionysius van de Wijnpersse [1799-1870] was wethouder in Den Haag [Leeuw1887, blz. 28]=in 1907 is mr. Jean Gustave Stanislas Bevers wethouder van Den Haag [Wie48]
heerlijkheid=De heer van Brederode verlijdt Jan van der Duijn met de Hofstad [Kok, blz. 29]=Karel Lauvin was heer van Den Haag [Gens Nostra 1946, blz. 71]BRONNENliteratuurKok, Jacobus, Vaderlandsch Woordenboek, deel 13 [Dr-En] met kaarten, plaaten en pourtraitten, Johannes Allart, Amsterdam 1785, blz. 29oorlog=in 1479 Hoekse en Kabeljauwse twisten in Den Haag [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]=in 1489 tekent de Kabeljauwse Gerrit van Abbenbroek een overeenkomst met de Rotterdamse Hoeksen wegens de brandschatting van Den Haag [Kok1, blz. 129]in 1489 door troepen van keizer Maximiliaan onder zware brandschatting gesteld [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]in 1528 door de Geldersen onder Maarten van Rossem een brandschatting opgelegd en geplunderd [Navorscher 1853, blz. 14; Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]in 1672 door de Fransen bedreigd [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 254]rechtspraakCollege van Crimineele en Civiele Justitie =Frederik George Alsche is na 1795 schepen van het College van Crimineele en Civiele Justitie in Den Haag [NNBW 1911, blz. 91]gerechtshof=mr. Jan Jacob van Geuns is raadsheer in het Hof [Leeuw1883, blz. 40; Leeuw1884, blz. 67]=Jacob Arnold Clignett [1757-1827] is in 1826 raadsheer in het Hooggerechtshof [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 127; Gosses, blz. VII]=Willem Theodorus von Baumhauer [1785-1849] wordt raadsheer [NNBW1911, blz. 256]rechtbank=mr. Frederik Justus Johannes Lodewijk de Veer [1843-....] was substituut-griffier bij de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage [Leeuw1884, blz. 50] =mr. Francois Laurent Certon [1807-1884] was rechter in de arrondissementsrechtbank van Den Haag [Leeuw1884, blz. 67]=mr. Daniël Jan Bijleveld [1791-1885] was president van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage [Leeuw1885, blz. 34]=mr. Willem Daniël Christiaan Olivier [1820-1885] was rechter in de arrondissementsrechtbank [Leeuw1885, blz. 60]=jhr. mr. Jacques Phoenix Boddaert [1811-1885] was toegelaten in de ridderschap van Zeeland en rechter in de arrondissementsrechtbank [Leeuw1886, blz. 17]=mr. Gerard Nicolaas de Kempenaer [1805-...] was rechter in de rechtbank van Den Haag [Leeuw1887, blz. 22]
BRONNENliteratuurAllan, 's-GravenhageAmsterdam in de 17de eeuw., aflevering 13 en 14, 's Gravenhage, Van Stockum, 1901 . Andreae, Aanteekeningen, p. 244 (m.e.)ANF 1883, 4 september, p. 4 (1405 e.v.); 18 oktober, p. 5 (1742); 25 oktober, pp. 5-6 (id); 27 oktober, pp. 2-4 (id); 15 november, p. 5 (id); 22 november, p. 5 (id); 1 december, pp. 4-6 (id); 20 december, pp. 4-5 (id); 22 december, pp. 3-4 (id); 1884, 10 januari, pp. 5-6 (id); 12 januari, pp. 4-6 (id); 12 februari, p. 46 (id); 14 februari, pp. 5-6 (id); 3 april, p. 3 (18e e); 8 april, pp. 3-4 (id); 8 november, pp. 1-2 (id); 13 november, pp. 1-4 (id); 1889, p. 31 (1696-X 1808)
Bosch, Bestuur (16e-18e e)
Dillen, Leiden, p. 44 (1625-30)Doorninck, Geldersche, p. 132 (1528)
Engels, Geschiedenis, pp. 44 (1325), 51 (1553), 66 (1557), 67 (1546), 77 (1576), 124 (1792), 139 (Rep), 143(1791)Enklaar, Ministerialiteit, p. 476 (1376)
Fölting, H.P., De Vroedschap van ‘s-Gravenhage 1572-1795, Pijnacker 1985Fruin, Informacie, pp. 78 [1514], 339-346 (1514)Fruin, Oudste I, p. 148 (1546)
Gelder, Kohier (1674)Goes, Register IV, pp. 31 (1555), 35 (id), 74 (id), 76 (id), 106-109 (id), 139 (id), 177 (id); V, pp. 68 (1557), 93 (id), 95 (id), 110 e.v. (id), 174 e.v. (id)Gosses, Welgeborenen, pp. 46 (1340), 186 (id)Groenendijk, H., De tolpenningen voor de weg van Den Haag naar Scheveningen, in: Die Haghe jaarboek 2022
Henne, Histoire IV, p. 21 (1524)Hoeven, Pieter van der, Leven en dood van Jan Pouwelsz. Vos de Hoochwerff, in: Ons Voorgeslacht 2023, blz. 314-396
Iterson, Confiscatie, p. 28 (1407)
Japikse, Bespr. Gelder (1674)
Kobus, J.C./jkhr W, de Rivecourt, Biographisch Handwoordenboek van Nederland, Zutphen 1870, deel 1 [A t/m H], blz. 33Kruisheer, Oorkonden, p. 378 (1291)
Leeuw 1863, nr. 1, blz; 30, 40
Meerkamp van Embden, Goudsche, p. 1456 (1528)Meyroos, Onze, p. 8 (1325; 1484)Moll, Honderd (1813)
Navorscher 1870, blz. 53, 590Navorscher VI, p. 333 (1756); VIII, p. 277 (18e e); XXI, p.360 (1538)Nierop, Honderd, p. 13 (19e e)
Oldewelt, Beroepsstructuur, pp. 95 e.v. (1742), 193 e.v. (id)
Pabon, Hofboeken (1458-61)
Riemer, de, Beschrijving van 's-Gravenhage, 1739, 1780
Slichtenhorst, Geldersche geschiedenissen, Boek IV, blz. 40Smit, Bespr. PabonSmidt/Rompaey, Chronologische III, p. 62 (1532) Smidt/Strubbe, Chronologische I, p. 407 (1471-72) Smidt/Strubbe/Rompaey, Chronologische II, p.223 (1519)Smit, J., De levensmiddelenpolitiek in Den Haag gedurende de jaren 1572-1574, in: BVGO 1919, blz. 261-276
T.S. Zeeland I, p. 217 (16e e)Toll, Gedrukte, p. 45 (1570-72)
Verwoert, Hermanus, Handwoordenboek der vaderlandsche geschiedenis volgens de nieuwste en beste bronnen bewerkt, deel 1 [A-K], Nijmegen 1851, blz. 3, 71, 127, 134
W.D.B.I.U.A. 1872, 9 november, p. 2Wie is dat, blz. 48 Wijnpersse, Statistiek, pp. 382 (1854), 395 (1853)Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 153