LimburgProvincie in Nederland. Ook Lambort, Lambourch, Lambroch, Lambue, Lamburg, Leimborg, Leimburch, Lembergh, Lemborg, Lemborc, Lemborghe, Lembour, Lembourick, Lembruch [1033], Lemburgie, Lempurc, Lenberg, Lenborg, Lenboirch, Lenbuirch, Lenburck, Lennburg, Lentburg, Leonberg, Lienborc, Limberg, Limburgh, Limburgis, Limporch, Limpurg, , Linburc, Lindberg, Linspurch, Lintburch, Lintburg, Lindburg, Lindenburg, Lintpurch, Lomburg, Lumburg, Lymberc, Lymboirch, Lymperch, Lympurch, Lynburg, Lynnbourchalgemeen=in de Middeleeuwen een graafschap [Vewrwoert2, blz. 22] =Jan I, hertog van Brabant, verkreeg het door koop. Reinald I, graaf van Gelre claimde Limburg vanwege zijn huwelijk met Ermingarda, dochter van Walram III. De strijd werd op 5 juni 1288 in het voordeel van de hertog van Brabant uitgevochten in de slag bij Woeringen [Verwoert2, blz. 22]=Limburg kwam met Brabant onder het Bourgondische huis tot 1477. Maria van Bourgondië trouwt dan met aartshertog Maximiliaan waarmee Limburg in het Oostenrijkse Huis werd gebracht [Verwoert2, blz. 22]=Bij de Vrede van Munster in 1648 werd Limburg verdeeld tussen Oostenrijk en de Verenigde Nederlanden; de grenzen werden bij verdrag van 29 december 1661 vastgesteld [Verwoert2, blz. 22]=In 1794 werd het hertogdom Limburg verenigd met het departement van de Ourthe [Verwoert2, blz. 22]=In 1814 een provincie van Nederland [Verwoert2, blz. 22]=in 1815-1817 wordt bijna geheel Belgisch Limburg toegevoegd [ter Laan, blz. 242]=in 1826 is Maastricht de hoofdstad en is de provincie verdeeld in negen steden en drie plattelandsarrondissementen. De negen steden zijn Maastricht, Sint Truijen, Hasselt, Venlo, Weert, Roermonde, Tongeren, Maaseijk en Sittard. In die steden wonen 61.297 personen. De drie arrondissementen zijn Maastricht (130), Hasselt (107), Roermonde (76). In deze drie arrondissementen zijn 313 plattelandsgemeenten met 245.880 inwoners [Gosselin XXXIII].In 1830 sloot geheel Limburg, met uitzondering van Maastricht en Mook, waar Nederlandse garnizoenen waren gelegerd, zich aan bij de Belgische Revolutie. Daarom werd van 1830 tot 1833 Maastricht geblokkeerd. De tijdelijke hoofdstad werd Hasselt [Wikipedia] Koning Willem I bleef zich lang tegen de Belgische afscheiding verzetten, maar aanvaardde het verdrag uiteindelijk in 1839 [Wikipedia]In 1839 werd in het Verdrag der XXIV artikelen, dat het definitieve grensverloop tussen Nederland en de nieuwe Belgische staat vastlegde, bepaald dat het oostelijk deel van Limburg naar Nederland zou terugkeren en tevens als hertogdom bij de Duitse Bond zou worden aangesloten, ter compensatie voor het verlies van westelijk Luxemburg. Sindsdien is Limburg gesplitst in een Belgisch en een Nederlands deel. Onder de bevolking ontstond in 1838 nog een protestbeweging tegen de splitsing en tegen aansluiting van oostelijk Limburg bij Nederland, maar die haalde niets uit [ter Laan, blz. 242; Wikipedia]In maart 1848 brak in de Duitse Bond de Maartrevolutie uit, die streefde naar een Duitse eenheidsstaat op liberale grondslag. De Limburgse vertegenwoordigers in het nieuwe Frankfurter Parlement beijverden zich voor aansluiting bij deze Duitse eenheidsstaat. Uiteindelijk mislukte de revolutie en werd de confederale Duitse Bond heropgericht. De bijzondere positie van Limburg duurde tot 1866, toen de Duitse Bond uiteenviel als gevolg van de tweestrijd tussen Pruisen en Oostenrijk [Stoffel, Massa, blz. 17]. =Tot 1906 bleef de provincie formeel de titel "hertogdom" gebruiken, hoewel het sinds 1866 een gewone provincie van ons land was [Wikipedia]=in 1968 groot 2252 km2 met omstreeks 1 miljoen inwoners [ter Laan, blz. 242]
belastingenCoenraad Jacob Gerbrand Copes van Hasselt wordt directeur en hoofdinspecteur der belastingen in Limburg [WP8.153]
bestuurbuitencollegesTweede Kamer [1815-1861]=Godefridus Adrianus Emanuel van Aefferden [1762-1831] is van 20 oktober 1818 t/m 14 oktober 1827 lid van de SG namens Limburg [Repertorium]gouverneur=jonkheer Johan Eberhard Paul Ernst Gericke is gouverneur van het hertogdom [Verwoert, Handwoordenboek I, blz. 230] =Guillaume Bette [...-1658] wordt bij brief van 5 november 1635 gouverneur van Limburg [NNBW 1911, blz.325-326]=in 1826 is C. de Brouckere gouverneur van de provincie Limburg. Hij is ook staatsraad [Gosselin, blz. VI]=in 1840 en 1841 is Anton Joseph Lambert Borret gouverneur [NNBW 1911, blz. 421]=in 1845-1846 was P.D.E. MacPherson [....-1846] gouverneur [Verwoert2, blz. 43]=in 1869 was mr. P.J.A.M. Does de Willebois commissaris van de Koning [Bruin, Historisch1, blz. XIII]
ridderschapIn 1816 wordt André Ignace Luc de Bieberstein Rogalla Zawadsky benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 18]. En in dat jaar tevens Jean Louis Antoine de Borchgrave [Adel1925, blz. 25], Ferdinand Jean Guillaume Marie van Dopff en Jean Francois Pierre van Dopff [Adel 1925, blz. 55-56], Hendrik Willem Anton van Erp, [Adel 1925, blz. 62]. Willem Jacob Hesselt van Dinter en mr. Albert Charles Hesselt van Dinter [Adel 1925, blz. 95], Guillaume Dominique Aloys Kerens de Wolfrath [Adel1925, blz. 113], Charles Louis Guillaume Joseph baron de Keverberg van Kessel en Charles Frederic Joseph baron de Keverberg van Aldengoor [Adel1925, blz. 114], Ernest Pierre Marie Anne Joseph de Lamberts de Cortenbach [Adel1925, blz. 117-118], Jean Lambert de Lenarts d'Ingenop [Adel1925, blz. 122], Francois Charles Antoine von Loë [Adel1925, blz. 127], Jean Baptiste Ferdinand Joseph de Marchant d'Ansembourg [Adel1925, blz. 132], Friedrich Ferdiand Heinrich Jozef von Negri zu Brunssum [Adel1925, blz. 145], Antoine Joseph d'Olne [Adel1925, blz. 148], Libert Materne Joseph de Villers de Pité [Adel1925, blz. 157], Jean Paul de Plevits de Roosteren [Adel1925, blz. 158], Jean Antoine Francois de Pollart [Adel1925, blz. 160], Clement Wenceslas Charles van Renesse-Breidbach [Adel1925, blz. 174], Carl Philipp Ferdinand Hermann von Riedesel d'Eisenbach [Adel1925, blz. 177], Charles Servais de Rosen [Adel1925, blz. 181], Edmond Hieronymus Ruys de Beerenbrouck [Adel1925, blz. 183] Lambertus Leonardus Jacobus de Splinter [Adel1925, blz. 207], Ignace Frédéric Nicolas Flrentin de Thier de Nedercanne [Adel1925, blz. 219], Kaspar Karl de Weichs de Wenne [Adel1925, blz. 237], Christiaan Joseph Maria Hubertus de Wymar van Kirchberg [Adel1925, blz. 247] jkh van Aefferden [Adel1925, blz. 252]In 1817 wordt Carel Lodewijk Maria Gregorius Johan Baptista van Brienen van Guesselt, heer van Guesselt, in de ridderschap benoemd [Adel1925, blz. 32] Voorts mr. Wilhelmus Lodewijk Dominicus Josephus de Crassier [Adel1925, blz. 47], Pierre André Servais Kerens [Adel1925, blz. 113], Georges Jacques de Plevits d'Alfens [Adel1925, blz. 158], Carel Hendrik Lodewijk Maurits Herman Sigismund van Quadt-Huchtenbroeck [Adel1925, blz. 163]=In 1842 wordt jhr mr. Balthasar Marie Ghislain Borluut d'Hoogstraten benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 26], Balthazar Francis Jan Antoon Godfried baron van Erp tot Holt [Adel 1925, blz. 62], Théodore Maur Constantin Charles graaf de Geloes d'Elsloo en Théophile Charles Désiré Maria Constantin Maur graaf de Geloes d'Eysden [Adel1925, blz. 71], Frans Egon van Hoensbroek [Adel1925, blz. 97] Guillaume Dominique Aloys Kerens de Wolfrath en Pierre André Servais Kerens [Adel1925, blz. 113], Ernest Pierre Marie Anne Joseph de Lamberts de Cortenbach [Adel1925, blz. 118], Pierre Guillaume de Liedel; Jean Baptiste Ferdinand Joseph de Marchant d'Ansembourg [Adel1925, blz. 132], Frédéric Joseph Ramon Félix Manoel baron de Meer d'Osen [Adel1925, blz. 135], Guillaume Jacques Antoine Joseph Michel baron d'Olne [Adel1925, blz. 148], jhr Louis Libert Guillaume Marc de Villers de Pité [Adel1925, blz. 157], Carel Hendrik Lodewijk Maurits Herman Sigismund van Quadt-Huchtenbroeck [Adel1925, blz. 163], Georges Louis baron de Rosen [Adel1925, blz. 181], jhr Charles Edmond Marie Ruys de Beerenbrouck [Adel 1925, blz. 183], Charles Benoit Joseph Simon de Vlodrop [Adel1925, blz. 198], Ignace Frédéric Nicolas Flrentin de Thier de Nedercanne [Adel1925, blz. 219], Kaspar Karl de Weichs de Wenne [Adel1925, blz. 237], Christiaan Joseph Maria Hubertus de Wymar van Kirchberg [Adel1925, blz. 247]=In 1843 wordt Carl Theodoor August baron de Negri-Brunssum benoemd in de ridderschap [Adel1925, blz. 145]=Jhr. Joannes Theodorus van Binkhorst van den Binkhorst [1810-......] was lid van de ridderschap van Limburg [Leeuw1884, blz. 99]
economie=Vooral in de 2e en 3e eeuw is in Midden-Limburg sprake van steen- en pannenbakkerijen in Tegelen, Swalmen, Venlo en Kessel [Alberts, W. Jappe, Van heerlijkheid tot landsheerlijkheid, Maaslandse Monografieën nr. 24, Van Gorcum Assen 1978, blz. 153]=In de provincie Limburg werden in 1788 7500 werklieden geteld, die zich bezig hielden met linnen te weven voor de buitenlanders, en, maandelijks voor 60,000 gulden verwerken [Alg. Konst-en Letterbode 1788, blz. 119]=in 1906 waren er zes steenkolenmijnen die samen 722824 ton steenkolen ter waarde van f 4.918.568 opleverden. Gemiddeld waren er 4017 persenen werkzaam, waarvan 2805 onder en 1222 boven de grond [Wink, blz. 742]=in 1911 waren er acht steenkolenmijnen. Van de door de Staat gereserveerde 14.500 hectare is daarmee 700 hectare gebruikt [Wink, blz. 742]gemeente=in 1908 groot 220238 hectare met 327714 inwoners [Wink, blz. 742]
hertogdom=voormalig hertogdom van het oude Duitse Rijk [Wink, blz. 742]=aanvankelijk behorend bij Luxemburg, in 1288 verenigd met Brabant=De heerlijkheden Valkenburg, 's Hertogenrade en het graafschap Daalhem waren grote lenen van het hertogdom [Navorscher 1851, blz. 170]=in 1648 verdeeld tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden [Wink, blz. 742]=de graafschappen Daelhem en Falkenberg voren met Maastricht één van de Generaliteitslanden [Wink, blz. 742]=De stad Limburg maakt in 1851 deel uit van de provincie Luik [Navorscher 1851, blz. 170]
rechtspraakProvinciaal Gerechtshofin 1869 was jkh. mr. F.W.K. Dibbets griffier [Bruin, Historisch1, blz. 13]statenGedeputeerde Staten [1816-1861]=Godefridus Adrianus Emanuel van Aefferden [1762-1831] is van 23 april 1816 t/m 18 oktober 1818 lid van GS namens Venlo [Repertorium]=Hieronymus Joannes Wilhelmus van Aken [1796-1860] is lid van GS van 13 oktober 1841 t/m 25 juni 1845 [Repertorium]=J.P.C.E.M. graaf de Marchant d'Ansembourg is lid van GS. Hij woont in 1883 op het kasteel Neubourg bij Gulpen [Leeuw1883, blz. 31]Léon Armand Hyacinthe Magnée de Horn [....-1902] was lid van Gedeputeerde Staten van Limburg [Verzijl, Heeren, blz. 88]Provinciale Staten van Limburg [1816-1861]=Jkhr Johannes Baptista Alexander Franciscus Josephus van Aefferden [1767-1840] is lid van PS van 8 juli 1823-1833 namens de Ridderschap [Repertorium; NNBW 1911, blz. 35]=Godefridus Adrianus Emanuel van Aefferden [1762-1831] is van 19 april 1816 t/m 1818 lid van PS namens Venlo [Repertorium]=Hieronymus Joannes Wilhelmus van Aken [1796-1860] is lid van PS van 14 juli 1830 t/m 1833 namens Mechelen, van 12 oktober 1841 t/m 24 september 1850 namens Gronsveld en van 24 september 1850 t/m 19 juli 1860 namens Maastricht [Repertorium]=M.H.W. van Aken is lid van PS van 6 juli 1847 t/m 24 september 1850 namens Heerlen [Repertorium]=in 1882 wordt mr. Pieter Maria Oscar Hubert Beerenbroek Statenlid=Robertus Marcellus Arnoldus Magnée de Horn [.....-1858] was lid van Provinciale Staten van Limburg [Verzijl, Heeren, blz. 88]=Léon Armand Hyacinthe Magnée de Horn [....-1902] was lid van Provinciale Staten van Limburg [Verzijl, Heeren, blz. 88]
BRONNENliteratuurAerts, Inhoud, pp. 167 (15e e), 172 (1433)Alberts, W. Jappe, Geschiedenis der beide Limburgen, deel 1, 2e druk, Assen 1974Albers, P., Over het nut van geschiedenis en oudheidkunde in 't algemeen en vooral voor Limburg, in: Publ. Limburg, deel LXV 1929, blz. 1 Altmeyer, Marguérite, p. 126 (1524)
Baelde, Domeingoederen, pp. 117-119 (1551) Baelde, Financiële, pp. 21 -22 (1531 -51) Boeren, P.C., De oorsprong van Limburg en Gelre, Maastricht 1938
Despretz-Casteele, Protectionisme, p. 314 (1670-80) Deursen, Raad, p. 86 (1646) Donker, Iets, pp. 83-84 (19e e)
Engels, Geschiedenis, p. 175 (1842) Ernst, S.P., Histoire du Limbourg
Franquinet, Over, pp. 82-83 (1807) Fruin, Zeventien, pp. 10 (1574), 23 (1577)
Gosselin, J.J., Alphabetische naamlijst der gemeenten en derzelver onderhoorigheden ...etc, Amsterdam 1826, blz. VI, XXXIII
Henne, Histoire I, p. 303 (1512); II, p. 326 (1521); III, pp. 13 (1521), 29-30 (1522); IV, pp. 7 (1524), 228 (1529), 260 (id); V, p. 134 (1528-30); VI, p. 112 (1536); VII, pp. 134 (1536), 274 (1546); X, pp. 93 (1554), 152 (id), 195(1555) Hommerich, Charactère, pp. 67-71 (1385; 1393; 1395; 1399; 1403; 1406; 1470; 1473; 1479; 1546; 1559)
Kerckhoffs-de Hey, Grote (Bio), pp. 71 (1480), 163 (1480) Kosters, Oude, p. 59 (12e e)
Lanz, Correspondenz I, p. 84 (1524) Leeuw 1883, nr. 1, blz.31
Maasgouw 1879-1881, pp. 618-619 (1802); 1882-1885, pp. 1061-1062 (17e-18e e); 1886-1887, p. 26 (16e-19e e) Menalda, Behandeling, pp. 85-91
Navorscher XIII, p. 323 (18e e) Neve, Rijkskamergerecht, p. 142 (1491) Nuyens, Inventaris (19e e) Nijhoff, Oud, p. 66 (1530)
Pélerin, Beschrijvinge Prims, Eerste, pp. 764-765 (14e e)Poell, G.M., Beschrijving van het Hertogdom LimburgPublications de la Société Historique et Archéologique dam le Duché de Limbourg. Tome XI et XII. Ruremonde 1874 et 1875; XIII, XIV en XV Ruremonde 1876-1878
Stallaert, Glossarium I, pp. 55 (1515), 393 (1536)
Taxandria V, p. 115 (1859); VIII, p. 294 (1859) Thielens, Assemblees (17e e)
Venne, Belastingconflicten (13e- 18e e)
Wie is dat, blz. 38 [1882]Wijnpersse, Statistiek (1848-52; 1853; 1854)Winkler Prins, A. Geïllustreerde Encyclopedie (H-IYNX), deel 8, Amsterdam 1876, blz. 153Wit, J.J. de/Flament, A.J.A., De vorming der heerschappijen op het grondgebied van Limburg. Maastricht, 191