HeukelumEen stad in Gelderland in de West-Betuwe, gelegen aan de Lingealgemeen=Zo verderfelijk was in 1740 de overstroming, dat Hunne Edele Groot Mogende zich genoopt vonden, van tijd tot tijd, in het begin van het jaar 1741, aan de noodlijdenden in de Alblasserwaard, in het Land van Arkel, binnen de Stad en het Land van Heusden, aan die van Woudrichem, en het Land van Altena, alsmede aan die van Heukelum , voor de meest drukkendenoodwendigheden , toe te staan een somma van 18860 guldens [Kok2, blz. 519] =in 1772 was er een grote stadsbrand waarbij 36 van de 100 huizen tot as werden [Rooden, blz. 81]
belastingenalgemeen=in februari 1795 vertrekken G.J. de Groot, de provisioneel secretaris, en Andries Kruijt naar Den Haag om “aldaar te doen zodanige verzoeken om Vrijdom van Impositien en hetgeen hun aldaar zijnde, verder geraden zal worden te doen en te verrigten”. In april/mei legde Kruijt de functie al weer neer [Rooden, blz. 81]commies=Andries'zoon Hendrik Kruijt [1817-1868] was commies plaatselijke belastingen [Rooden, blz. 86]naturainkwartiering=in juni 1796 zijn bij Andries Kruijt twee luitenanten uit het Franse leger ingekwartierd [Rooden, blz. 81]zetter=Tot aan zijn dood was Andries Kruijt [1764-1834] ook zetter voor de directe belastingen. Het is onbekend hoe lang hij deze functie vervuld heeft [Rooden, blz. 85]bestuurassessor=andere naam voor wethouder [Rooden, blz. 84]drossaard=Johan van Arckel [...-1589] was drossaard van Heukelum [Navorscher 1853, blz. 88]heemraad=In 1804 werden de leden van de heemraad (gemeenteraad) benoemd of herbenoemd door de schout van Heukelum G.J. de Groot. Aanvankelijk wordt ook Andries benoemd, maar vanwege een onbekende reden bedankt hij voor de positie. In zijn plaats wordt Pieter van Zanten benoemd [Rooden, blz. 82]provisionele representanten=Nadat zij in januari 1795 de eed hebben afgelegd werden Pieter de Groot (1745-1799), C.H. Jutting, J. van Dommelen, Antonie de Groot, Adrianus van Zee, Andries Kruijt en Pieter Vemeulen benoemd tot provisionele representanten [Rooden, blz. 81]
schepen=in 1481 en 1515 is Jan Henriksz de Groot schepen in Heukelum [Dooren, blz. 450]=in 1524 en 1545 is Corst Jansz de Groot schepen in Heukelum [Dooren, blz. 450]=Andries Jansse Kruijt (1764-1834) werd in 1792 schepen van Heukelum [Rooden, blz. 80-86] =in november 1803 werd Andries Kruijt weer tot schepen van Heukelum benoemd na het overlijden van Pel van den Bergh [Rooden, blz. 82]schout=Andries Jansse Kruijt (1764-1834) was waarnemend dijkgraaf en schout van Heukelum [Rooden, blz. 80-86] =Vanaf augustus 1819 is de 73-jarige François Cornelis de Groot geen schout meer van Heukelum, mogelijk is de oude François ziek en niet meer in staat zijn functie uit te oefenen waardoor zijn ambt tijdelijk waargenomen moet worden. Aanvankelijk is A.L.C. Fabricius waarnemend schout, maar vanaf oktober 1819 is Andries Kruijt als eerste assessor waarnemend schout. [..]. Al snel wordt duidelijk dat François niet meer terugkomt als schout, hij overlijdt uiteindelijk op 28 juni 1820. Andries blijft plaatsvervangend schout en er wordt naarstig gezocht naar een definitieve opvolger van François. Die wordt uiteindelijk gevonden in Wouter Willemsteijn die vanaf februari 1820 schout is van Heukelum [Rooden, blz. 84]wethouder=in 1819 was Andries Kruijt wethouder [Roodenn, blz. 83]gemeentealgemeen=in 1968 een gemeente met 2100 inwoners; de gemeente omvat Friezenwijk, Heukelum, Spijk, Vogelswerf [ter Laan, blz. 175]
godsdienststoelgeldAndries ook kerkmeester te Heukelum geworden en neemt hij ook de nodige taken op zich. Zo neemt hij op 11 mei 1803 plaats in een zogenaamde commissie om de klachten van de kerkgangers aan te horen. Zo beklaagde Vrouw van Rossum zich bijvoorbeeld over het feit dat zij het stoelgeld nu echt te hoog vindt. Vroeger betaalde ze acht stuivers, nu een gulden. Zoveel kan ze echt niet lijden. [...] Dit stoelgeld, dat een bron van inkomsten was voor de kerk, was hard nodig voor de inmiddels armlastige kerk van Heukelum Rooden, blz. 82]
heerlijkheid=vanaf 13 april 1691 tot 24 juli 1719 is Louis Thomas de Thienes, graaf van Rumbeke, baron van Heukelum, Leijenburg en Ere, heer van Castre, ‘t hof t’ Isegem, Passchendale, Hulste, St. Maure, Teriminil, Curenbrugge en den Lande van den Haselt [Bakker, Nieu, blz. 170, 175]=van 24 juli 1719 tot 12 juli 1723 is Renatus Carolus de Thienes heer van Heukelum [Bakker, Nieu, blz. 170]=van 12 juli 1723 tot 13 maart 1734 is Philips Renee Hijacinte de Thienes, graaf van Rumbeke, baron van Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=op 13 maart 1734 koopt Jan van der Stel ,de heerlijkheid en wordt daarmee heer en baron van Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=op ……. wordt mr Simon van der Stel heer en baron van Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=vanaf 18 november 1786 tot 24 december 1786 is zijn weduwe Maria Anthonia van Rouveroij, vrouwe van de baronie Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=vanaf 24 december 1786 is Francois Theodorus van der Stel heer van Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=op 5 juli 1791 koopt justinus van Gennep de heerlijkheid en wordt daarmee heer van Heukelum en Leijenburgh [Bakker, Nieu, blz. 170]=Cornelis Fabricius kocht in 1813 het kasteel te Heukelum [Rooden, blz. 85]
waterstaatalgemeenIn januari 1820 zorgen enorme hoeveelheden kruiend ijs in de Linge voor dijkdoorbraken en overstromingen in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Ook Heukelum wordt getroffen waardoor een groot deel van het grondgebied onder water komt te staan. Het duurt een paar maanden voordat het water weer verdwenen is waarna veel landbouwers hun land weer kunnen bewerken [Rooden, blz. 84]dijkgraaf=in 1829 krijgt Andries Kruijt een positie in het polderbestuur: hij wordt dijkgraaf. Maar een jaar later zou dat alweer veranderen doordat de familie Fabricius ten tonele verschijnt. Cornelis' zoon jhr. Johan Carel Willem Fabricius (1795-1881) werd in 1830 tot dijkgraaf benoemd. Of deze Fabricius enig inzicht had in de taken van een dijkgraaf is niet bekend, hij liet zich in ieder geval in zijn functie waarnemen door Andries zodat Fabricius slechts in naam dijkgraaf was [Rooden, blz. 85]. BRONNENNavorscher 1851-1853 tot blz. 88literatuurBakker, Kees, Nieu Leenregister van Heuckelum, beginnende met den 13den Appril 1691, in : Ons Voorgeslacht, nr. 79, april 2024, blz. 169-175Dooren, Berend van, De kop d’r op. De oudste generatie De Groot en de nalatenschap Smael, in: Ons Voorgeslacht oktober 2024, blz. 446-452Rooden, Peter van, Andries Jansse Kruijt [1764-1834]. Waarnemend dijkgraaf en schout van Heukelum, in Gens Nostra 2023, nr. 2, blz. 80-86